J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/02/22/2018011012/justel

Titel
22 FEBRUARI 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering van de ordonnantie van 23 november 2017 houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 01-03-2018 nummer :   2018011012 bladzijde : 18088   BEELD
Dossiernummer : 2018-02-22/02
Inwerkingtreding : 11-03-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Definities
Art. 1
TITEL II. - Bepalingen met betrekking tot de onroerende voorheffing
Art. 2-4
TITEL III. - Bepalingen met betrekking tot de premie
HOOFDSTUK 1. - Toekenning van de Premie
Art. 5-7
HOOFDSTUK 2. - Betaling van de Premie
Art. 8-9
HOOFDSTUK 3. - Intrekking van de Premie
Art. 10-11
HOOFDSTUK 4. - Boete in geval van fraude
Art. 12-13
HOOFDSTUK 5. - Beroepsprocedure
Art. 14-16
TITEL IV. - Opheffingsbepaling en uitvoering
Art. 17-18

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Definities

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1. Ordonnantie : de ordonnantie van 23 november 2017 houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  2. Premie : de premie bedoeld in artikel 14 van de Ordonnantie;
  3. Gewestelijke fiscale administratie : de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit;
  4. Elektronisch loket : het elektronisch loket gebruikt door de Gewestelijke fiscale administratie.

  TITEL II. - Bepalingen met betrekking tot de onroerende voorheffing

  Art. 2. De Gewestelijke fiscale administratie is bevoegd om de handelingen vermeld in artikel 253, § 1 en § 6, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 te verrichten.

  Art. 3. De in artikel 255 van hetzelfde Wetboek bedoelde dienst is de Gewestelijke fiscale administratie.

  Art. 4. De dagen van toegankelijkheid voor het publiek, in de zin van artikel 257, § 5, van hetzelfde Wetboek, zijn de twee dagen waarop de Open Monumentendagen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest plaatsvinden.
  De Minister die bevoegd is voor Monumenten en Landschappen wordt belast met de uitvoering van dit artikel.

  TITEL III. - Bepalingen met betrekking tot de premie

  HOOFDSTUK 1. - Toekenning van de Premie

  Art. 5. De Directeur van de Directie Inkohiering van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit is bevoegd om de Premie toe te kennen overeenkomstig artikel 14 van de Ordonnantie.
  In geval de betrekking van Directeur van de Directie Inkohiering niet wordt bekleed of bij afwezigheid van deze, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de eerste attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie. Indien er geen eerste attaché is binnen deze directie, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie.

  Art. 6. § 1. De persoon vermeld in artikel 5 kan overgaan tot ambtshalve toekenning van de Premie aan de personen aan wie, op basis van de beschikbare informatie, de Premie verschuldigd is.
  De ambtshalve toekenning van de Premie wordt meegedeeld door opname ervan in het aanslagbiljet van de onroerende voorheffing bedoeld in de tweede paragraaf van artikel 14 van de Ordonnantie.
  § 2. Indien de gegevens met betrekking tot de Premie vermeld in het aanslagbiljet bedoeld in vorige paragraaf onjuist of onvolledig zijn, dient de persoon aan wie het aanslagbiljet werd gericht dit schriftelijk of via het elektronisch loket mee te delen aan de Gewestelijke fiscale administratie, binnen een termijn van drieënnegentig dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de geadresseerde, naar alle waarschijnlijkheid, kennis heeft kunnen nemen van het aanslagbiljet, dit wil zeggen de zevende dag volgend op de datum van verzending, zoals deze vermeld is op het verzonden stuk, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.

  Art. 7. § 1. De Premie kan aangevraagd worden door de persoon aan wie het aanslagbiljet voor de in artikel 14, paragraaf 1, van de Ordonnantie vermelde woning of woningen was gericht indien hem niet alle verschuldigde Premies werden toegekend.
  Deze aanvraag gebeurt, op straffe van onontvankelijkheid, binnen een termijn van drieënnegentig dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de geadresseerde, naar alle waarschijnlijkheid, kennis heeft kunnen nemen van het aanslagbiljet, dit wil zeggen de zevende dag volgend op de datum van verzending, zoals deze vermeld is op het verzonden stuk, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  Er wordt hierbij, op straffe van onontvankelijkheid, gebruik gemaakt van een formulier. Dit formulier dient te worden teruggestuurd naar de Gewestelijke fiscale administratie per gewone post of via het elektronisch loket.
  Dit formulier wordt opgesteld en ter beschikking gesteld door de Gewestelijke fiscale administratie.
  § 2. De beslissing inzake de toekenning van de Premie, na aanvraag zoals bedoeld in vorige paragraaf, wordt genomen door de persoon vermeld in artikel 5.
  De beslissing wordt aan de aanvrager per gewone post of via het elektronisch loket meegedeeld.

  HOOFDSTUK 2. - Betaling van de Premie

  Art. 8. § 1. De betaling van de Premie gebeurt door de Directeur van de Directie Financieel Beheer van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit.
  § 2. In geval de betrekking van Directeur van de Directie Financieel Beheer niet wordt bekleed of bij afwezigheid van deze, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de eerste attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie. Indien er geen eerste attaché is binnen deze directie, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie.

  Art. 9. § 1. Indien een Premie werd toegekend bij toepassing van artikel 6, gebeurt de betaling van de Premie in eerste instantie door het uit te betalen bedrag toe te rekenen op het bedrag van de onroerende voorheffing dat aan de basis lag van het aanslagbiljet waarin de beslissing tot toekenning van de Premie wordt meegedeeld.
  In zoverre het bedrag van de verschuldigde Premie of de verschuldigde Premies hoger is dan het bedrag van de onroerende voorheffing dat aan de basis lag van het aanslagbiljet waarin de beslissing tot toekenning van de Premie of Premies wordt meegedeeld, wordt het saldo, na eventuele schuldvergelijking, aan de rechthebbende uitbetaald.
  § 2. Indien de Premie werd toegekend bij toepassing van artikel 7, wordt de Premie, na eventuele schuldvergelijking, uitbetaald aan de rechthebbende.
  § 3. De betaling van de Premie bedoeld in het tweede lid van paragraaf 1 en in paragraaf 2 gebeurt via overschrijving.
  Indien geen bankrekeningnummer van de rechthebbende gekend is door de gewestelijke fiscale administratie, gebeurt de betaling via circulaire cheque op naam van de persoon aan wie de Premie werd toegekend.

  HOOFDSTUK 3. - Intrekking van de Premie

  Art. 10. § 1. De Directeur van de Directie Inkohiering van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit is bevoegd om over te gaan tot de intrekking van de Premie, overeenkomstig artikel 15 van de Ordonnantie.
  § 2. In geval de betrekking van Directeur van de Directie Inkohiering niet wordt bekleed of bij afwezigheid van deze, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de eerste attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie. Indien er geen eerste attaché is binnen deze directie, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie.

  Art. 11. De rekenplichtige van de ontvangsten belast met fiscale zaken is belast met de invordering van de bedragen voorzien in artikel 15, § 2, van de Ordonnantie. Hij is bevoegd voor het uitvaardigen, viseren en uitvoerbaar verklaren van de dwangbevelen zoals voorzien in voornoemd artikel.
  In geval de betrekking van rekenplichtige van de ontvangsten belast met fiscale zaken niet wordt bekleed of bij afwezigheid van deze, wordt de bevoegdheid bedoeld in het vorige lid uitgeoefend door de plaatsvervangende rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken.

  HOOFDSTUK 4. - Boete in geval van fraude

  Art. 12. § 1. De Directeur van de Directie Inkohiering van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit is bevoegd om administratieve geldboeten op te leggen, overeenkomstig artikel 16 van de Ordonnantie.
  § 2. In geval de betrekking van Directeur van de Directie Inkohiering niet wordt bekleed of bij afwezigheid van deze, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de eerste attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie. Indien er geen eerste attaché is binnen deze directie, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de attaché die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen deze directie.

  Art. 13. De rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken is belast met de invordering van de bedragen voorzien in artikel 16, § 4, van de Ordonnantie. Hij is bevoegd voor het uitvaardigen, viseren en uitvoerbaar verklaren van de dwangbevelen zoals voorzien in voornoemd artikel.
  In geval de betrekking van rekenplichtige van de ontvangsten belast met fiscale zaken niet wordt bekleed of bij afwezigheid van deze, wordt de bevoegdheid bedoeld in het vorige lid uitgeoefend door de plaatsvervangende rekenplichtige van ontvangsten belast met fiscale zaken.

  HOOFDSTUK 5. - Beroepsprocedure

  Art. 14. § 1. De Directeur-Generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit is bevoegd om de in dit hoofdstuk omschreven beroepen te ontvangen en over deze beroepen uitspraak te doen.
  § 2. In geval de betrekking van Directeur-Generaal niet wordt bekleed of bij afwezigheid van deze, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de Directeur Diensthoofd van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit die de grootste dienstanciënniteit heeft binnen dit bestuur.

  Art. 15. § 1. Elke belanghebbende kan tegen de beslissing houdende weigering van de aanvraag van de Premie bedoeld in artikel 7 en tegen de beslissing tot intrekking van de Premie bedoeld in artikel 15 van de Ordonnantie, schriftelijk beroep indienen bij de in artikel 14 bedoelde ambtenaar.
  § 2. De beroepen moeten worden gemotiveerd en, op straffe van onontvankelijkheid, worden ingediend binnen een termijn van drieënnegentig dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de geadresseerde, naar alle waarschijnlijkheid, kennis heeft kunnen nemen van de beslissing, dit wil zeggen de zevende dag volgend op de datum van verzending, zoals deze vermeld is op het verzonden stuk, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  § 3. Zolang geen beslissing is gevallen, mag de indiener zijn beroep aanvullen met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren, zelfs als deze buiten de in paragraaf 2 vernoemde termijn worden ingediend.
  § 4. De in artikel 14 bedoelde ambtenaar doet, als administratieve overheid, uitspraak nopens de bezwaren aangevoerd door de indiener.
  De kennisgeving van de beslissing geschiedt per gewone post of via het elektronisch loket.

  Art. 16. § 1. Elke belanghebbende kan tegen de beslissing houdende de oplegging van een administratieve geldboete op basis van artikel 16 van de Ordonnantie, schriftelijk beroep indienen bij de in artikel 14 bedoelde ambtenaar.
  § 2. De beroepen moeten worden gemotiveerd en, op straffe van onontvankelijkheid, worden ingediend binnen een termijn van drieënnegentig dagen, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de geadresseerde, naar alle waarschijnlijkheid, kennis heeft kunnen nemen van de beslissing, dit wil zeggen de zevende dag volgend op de datum van verzending, zoals deze vermeld is op het verzonden stuk, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
  § 3. Wanneer de indiener zulks in zijn beroep heeft gevraagd, wordt hij gehoord. Hij wordt daartoe binnen een termijn van dertig dagen uitgenodigd om zich aan te melden.
  § 4. Zolang geen beslissing is gevallen, mag de indiener zijn beroep aanvullen met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren, zelfs als deze buiten de in paragraaf 2 vernoemde termijn worden ingediend.
  § 5. De in artikel 14 bedoelde ambtenaar doet, als administratieve overheid, uitspraak nopens de bezwaren aangevoerd door de indiener.
  De kennisgeving van de beslissing geschiedt per aangetekende post of via het elektronisch loket.

  TITEL IV. - Opheffingsbepaling en uitvoering

  Art. 17. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 april 2011 tot regeling van de modaliteiten voor de toegankelijkheid van goederen die behoren tot het beschermd onroerend erfgoed, wordt opgeheven vanaf het aanslagjaar 2018.

  Art. 18. De minister bevoegd voor Financiën en Begroting is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 22 februari 2018.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën en Begroting,
G. VANHENGEL

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;
   Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikelen 257, § 5, derde lid, en 255, vierde en zesde lid, vervangen door de ordonnantie van 23 november 2017;
   Gelet op de ordonnantie van 23 november 2017 houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikelen 12, 14, 15 en 16;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 april 2011 tot regeling van de modaliteiten voor de toegankelijkheid van goederen die behoren tot het beschermd onroerend erfgoed;
   Gelet op de gendertest uitgevoerd in toepassing van artikel 3 van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 15 december 2017;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21 december 2017;
   Gelet op het advies nr. 62.731/4 van de Raad van State, gegeven op 24 januari 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voorstel van de Minister van Financiën en Begroting, na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie