J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/11/12/2017031494/justel

Titel
12 NOVEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 februari 2007 met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 20-11-2017 nummer :   2017031494 bladzijde : 99452       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-11-12/02
Inwerkingtreding : 30-11-2017

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2007003183       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Het opschrift van hoofdstuk VI van het koninklijk besluit van 7 februari 2007 met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ, wordt vervangen als volgt: "Hoofdstuk VI Dwangsommen".

  Art. 2. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de paragrafen 2 tot en met 8 vervangen als volgt :
  " ß 2. Indien de gegevensverstrekker in gebreke blijft, stelt de Nationale Bank van BelgiŽ dit vast in een proces-verbaal dat aangeeft op welke aangiftes en welke rapporteringsperiodes de tekortkoming van de gegevensverstrekker slaat. De Nationale Bank van BelgiŽ verzendt dit proces-verbaal aan de gegevensverstrekker als bijlage bij een aangetekend schrijven waarin de Nationale Bank van BelgiŽ de gegevensverstrekker in gebreke stelt. Deze ingebrekestelling bevat, naast de integrale tekst van de artikelen 2, 3 en 7, ß 3, van de wet van 28 februari 2002 en de tekst van onderhavig artikel, een beknopte beschrijving van de statistische verplichtingen en hun wettelijke of reglementaire basis. In deze ingebrekestelling bepaalt de Nationale Bank van BelgiŽ eveneens de datum waarop de gegevensverstrekker ten laatste de vereiste gegevens dient over te maken dan wel zijn verweermiddelen schriftelijk dient mee te delen. Deze datum wordt ten minste ťťn maand na de datum van verzending van de aangetekende ingebrekestelling vastgelegd.
  ß 3. Indien de gegevensverstrekker in gebreke blijft na de datum die overeenkomstig paragraaf 2 wordt vastgelegd, kan de Nationale Bank van BelgiŽ besluiten de dwangsommen bepaald in artikel 7, ß 3, van de wet van 28 februari 2002 op te leggen. De Nationale Bank van BelgiŽ stelt de gegevensverstrekker per aangetekend schrijven in kennis van haar beslissing om dwangsommen op te leggen en motiveert deze beslissing. Als onderdeel van haar beslissing legt de Nationale Bank van BelgiŽ de datum vast vanaf wanneer de dwangsommen beginnen te verbeuren. Deze datum, die uitdrukkelijk wordt vermeld in de aangetekende kennisgeving van de beslissing door de Nationale Bank van BelgiŽ aan de gegevensverstrekker, wordt zo bepaald dat hij ten minste vijftien dagen later valt dan de datum van verzending van deze kennisgeving.
  ß 4. De dwangsommen houden op met verbeuren wanneer de gegevensverstrekker de vereiste gegevens heeft overgemaakt aan de Nationale Bank van BelgiŽ.
  Indien de gegevensverstrekker gegevens overmaakt nadat de verbeuring van de dwangsommen een aanvang heeft genomen, gaat de Nationale Bank van BelgiŽ over tot de beoordeling van deze gegevens. Binnen een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de datum van overmaking van de gegevens verzendt de Nationale Bank van BelgiŽ per aangetekend schrijven aan de gegevensverstrekker een kennisgeving van het resultaat van deze beoordeling.
  Indien de Nationale Bank van BelgiŽ van oordeel is dat de overgemaakte gegevens in overeenstemming zijn met de vereisten van artikel 3 van de wet van 28 februari 2002 en de ter uitvoering hiervan genomen besluiten en reglementen, bevestigt zij deze overeenstemming in deze schriftelijke kennisgeving alsook het feit dat de dwangsommen hebben opgehouden te verbeuren op de datum van overmaking van deze gegevens. Zij vermeldt in deze kennisgeving eveneens de duurtijd van de verbeuring van de dwangsommen die heeft plaatsgevonden.
  Indien de Nationale Bank van BelgiŽ oordeelt dat de overgemaakte gegevens niet in overeenstemming zijn met de vereisten van artikel 3 van de wet van 28 februari 2002 en de ter uitvoering hiervan genomen besluiten en reglementen, geeft zij in de schriftelijke kennisgeving de redenen aan waarom de gegevens die de gegevensverstrekker haar heeft overgemaakt, niet in overeenstemming zijn met de wettelijke vereisten en wijst zij hem erop dat de dwangsommen niet hebben opgehouden te verbeuren op de datum van overmaking van deze gegevens en blijven verbeuren zolang de vereiste gegevens haar niet worden overgemaakt.".

  Art. 3. De minister bevoegd voor FinanciŽn is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 12 november 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van FinanciŽn,
J. VAN OVERTVELDT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 28 februari 2002 ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen, artikel 7, ß 3, vervangen bij de wet van 31 juli 2017;
   Gelet op het koninklijk besluit van 7 februari 2007 met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ;
   Gelet op het advies nr. 62.170/2 van de Raad van State, gegeven op 18 oktober 2017, met toepassing van artikel 84, ß 1, eerste lid, 2į, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van FinanciŽn,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Overeenkomstig artikel 2 van de wet van 28 februari 2002 ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen, stelt de Nationale Bank van BelgiŽ de betalingsbalans en de externe vermogenspositie en de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ op. Met dat oogmerk bepaalt artikel 3 van dezelfde wet dat de Nationale Bank van BelgiŽ bevoegd is om informatie te verzamelen over de transacties en tegoeden die in de eerste paragraaf van dit artikel worden opgesomd. De tweede paragraaf van artikel 3 verplicht de personen "die in ß 1 bedoelde transacties verrichten of die hun medewerking eraan verlenen", om de vereiste informatie voor het opstellen van deze statistieken te verstrekken aan de Nationale Bank van BelgiŽ.
   Het komt voor dat deze personen, die de wet aanduidt als "gegevensverstrekkers", nalaten om de vereiste informatie te verstrekken binnen de daartoe voorziene termijn. Voor die hypothese voorzag de wet van 28 februari 2002 tot voor kort in de zogenaamde "uitvoering van ambtswege". Dit mechanisme, waarvan de modaliteiten worden vastgelegd in artikel 19 van het koninklijk besluit van 7 februari 2007 met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ, voorziet in de mogelijkheid voor de Nationale Bank van BelgiŽ om bepaalde maatregelen te nemen om de vereiste informatie te bekomen. Zo kan zij zich naar de gegevensverstrekker begeven om "alle relevante boekhoudkundige of andersoortige documenten en informatie" ter plaatse in te kijken en kan zij eventueel de vereiste statistische staten opstellen in de plaats van de gegevensverstrekker. De procedure van de "uitvoering van ambtswege" blijkt in de praktijk evenwel omslachtig te zijn en disproportioneel veel middelen te vragen om het beoogde resultaat te bereiken.
   Om die reden werd de wet van 28 februari 2002 recent aangepast en werd een nieuw mechanisme ingeschreven dat de Nationale Bank van BelgiŽ moet toelaten de gegevensverstrekkers op een meer efficiŽnte manier aan te zetten om tegemoet te komen aan hun verplichting om de vereiste informatie te verstrekken. Dit mechanisme houdt in dat de Nationale Bank van BelgiŽ aan onwillige gegevensverstrekkers dwangsommen kan opleggen die worden bepaald per kalenderdag vertraging in de verstrekking van de vereiste informatie.
   Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, beoogt de concrete modaliteiten te bepalen van de procedure die de Nationale Bank van BelgiŽ dient te volgen om dwangsommen op te leggen. Hiertoe dient artikel 19 van het koninklijk besluit van 7 februari 2007 te worden gewijzigd. Zoals aangegeven voorziet dit artikel vandaag nog de procedure die dient te worden gevolgd om over te gaan tot de "uitvoering van ambtswege" en die dient te worden vervangen door de procedure voor het opleggen van dwangsommen.
   Gelet op de mogelijke financiŽle consequenties van een opgelegde dwangsom voor de gegevensverstrekker, moet deze procedure erin voorzien dat alvorens een dwangsom wordt opgelegd, de gegevensverstrekker uitdrukkelijk wordt gewezen op zijn nalatigheid en voldoende tijd krijgt om ťťn en ander recht te zetten. Bovendien dient de procedure de in gebreke gestelde gegevensverstrekker de gelegenheid te geven om zijn standpunt ter zake kenbaar te maken aan de Nationale Bank van BelgiŽ.
   Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, voorziet dat in een eerste fase een proces-verbaal van de tekortkoming wordt opgesteld en een aangetekende ingebrekestelling wordt verstuurd aan de gegevensverstrekker waarin deze laatste wordt aangemaand om binnen een periode van ten minste ťťn maand de vereiste informatie vooralsnog over te maken dan wel zijn verweermiddelen schriftelijk mee te delen.
   Indien de gegevensverstrekker de vereiste informatie nog steeds niet heeft overgemaakt aan de Nationale Bank van BelgiŽ bij het verstrijken van deze termijn, kan de Nationale Bank van BelgiŽ, eventueel in het licht van de door de gegevensverstrekker overgemaakte verweermiddelen, overgaan tot het opleggen van de dwangsommen die de wet van 28 februari 2002 bepaalt. Als onderdeel van de beslissing tot het opleggen van deze dwangsommen bepaalt de Nationale Bank van BelgiŽ de datum waarop de dwangsommen beginnen te verbeuren. De Nationale Bank van BelgiŽ stelt de gegevensverstrekker in kennis van haar beslissing per aangetekend schrijven.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van FinanciŽn,
   J. VAN OVERTVELDT
   
   ADVIES 62.170/2 VAN 18 OKTOBER 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 7 FEBRUARI 2007 MET BETREKKING TOT HET OPSTELLEN VAN DE BETALINGSBALANS, VAN DE EXTERNE VERMOGENSPOSITIE EN VAN DE STATISTIEKEN INZAKE DE INTERNATIONALE HANDEL IN DIENSTEN EN DE BUITENLANDSE DIRECTE INVESTERINGEN VAN BELGIE"
   Op 19 september 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 februari 2007 met betrekking tot het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ".
   Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 18 oktober 2017.
   De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en Wanda Vogel, staatsraden, Sťbastien Van Drooghenbroeck en Marianne Dony, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wanda Vogel .
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 18 oktober 2017 .
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, ß 1, eerste lid, 2į, van de wetten "op de Raad van State", gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, ß 3, van de voornoemde gecoŲrdineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Onderzoek van het ontwerp
   1. Het ontworpen besluit vindt uitsluitend rechtsgrond in de derde zin van artikel 7, ß 3, van de wet van 28 februari 2002 "ter regeling van het opstellen van de betalingsbalans, van de externe vermogenspositie en van de statistieken inzake de internationale handel in diensten en de buitenlandse directe investeringen van BelgiŽ en houdende wijziging van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole en van verschillende wettelijke bepalingen" ("De Koning bepaalt de procedure die de Nationale Bank van BelgiŽ dient te volgen om deze dwangsommen op te leggen".).
   In het eerste lid van de aanhef dient dan ook de verwijzing naar "artikel 3, ßß 1 en 2", van die wet te vervallen. Daarentegen dient te worden gepreciseerd dat het voornoemde artikel 7, ß 3, vervangen is bij de wet van 31 juli 2017.
   2. In de Franse tekst van het tweede lid van de aanhef en van artikel 1 dient het juiste opschrift van het koninklijk besluit van 7 februari 2007 te worden vermeld, namelijk "relatif ŗ l'ťtablissement de la balance des paiements, de la position extťrieure globale et des statistiques du commerce international des services et des investissements directs ťtrangers de la Belgique".
   3. In artikel 2 van het ontwerpbesluit moeten in de Franse tekst van de ontworpen ß 3 de woorden "ŗ l'alinťa prťcťdent" vervangen worden door de woorden "au paragraphe 2" en moeten in de Nederlandse tekst ervan de woorden "de voorgaande paragraaf" vervangen worden door de woorden "paragraaf 2".
   4. Met betrekking tot het begrip "dagen" is het niet dienstig gebruik te maken van het woord "kalenderdagen" ("jours civils" of "jours calendrier" in het Frans) om een onderscheid te maken met feestdagen en werkdagen.
   Bijgevolg dient in de Franse tekst van de ontworpen paragrafen 3 en 4 (artikel 2 van het ontwerp) het adjectief "civils" te worden weggelaten en dient in de overeenstemmende Nederlandse tekst het woord "kalenderdagen" te worden vervangen door "dagen".
   5. De Raad van State vraagt zich af of het wel noodzakelijk is om in het ontworpen artikel 19, ß 4 (artikel 2 van het ontwerp), bovenop de oorspronkelijke termijn van vijftien dagen voor de beoordeling van de door de gegevensverstrekker bezorgde gegevens, te voorzien in een nieuwe termijn van vijftien dagen om de gegevensverstrekker in kennis te stellen van een eventuele beslissing aangaande het niet in overeenstemming zijn van de gegevens met de vereisten van artikel 3 van de wet van 28 februari 2002.
   Het antwoord op die vraag dient gepaard te gaan met een verduidelijking in de tekst over hoe het zit met de dwangsommen tijdens de termijn tussen het bezorgen van de gegevens en de kennisgeving van de beslissing.
   
   De griffier,
   B. Vigneron.
   De voorzitter,
   P. Vandernoot.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie