einde

Publicatie : 2017-06-29

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID

9 JUNI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen en het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, wat betreft de hervorming van de rijopleiding



De Vlaamse Regering,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, geco÷rdineerd op 16 maart 1968, artikel 1, het laatst gewijzigd bij de wet van 28 april 2010, artikel 23, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 29 februari 1984 en 18 juli 1990, en artikel 27, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting van 24 maart 2017;
Gelet op advies nr. 61.343/VR van de Raad van State, gegeven op 29 mei 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2░, van de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
Artikel 1. In artikel 11, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, wordt tussen de woorden "de kandidaat-bestuurders" en de woorden "en van de stagiairs" de zinsnede ", van de begeleiders" ingevoegd.
Art. 2. In artikel 20, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "betreffende het rijbewijs" en de woorden "bepaald zijn" de zinsnede "en, als het om een begeleider gaat, in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B," ingevoegd.
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt een artikel 22quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 22quater. De vorming voor begeleiders, vermeld in hoofdstuk III/1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, mag alleen worden gegeven door instructeurs die de opleiding hebben gevolgd, vermeld in titel II, hoofdstuk V, van dit besluit.".
Art. 4. Aan artikel 23 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 9. De rijscholen geven aan de kandidaat-begeleiders die de vorming voor begeleiders, vermeld in hoofdstuk III/1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, hebben gevolgd, een begeleidersattest, waarvan het model is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd. De Minister kan het model wijzigen.".
Art. 5. Aan titel II van het hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt een hoofdstuk V, dat bestaat uit artikel 38bis tot en met 38septies, toegevoegd, dat luidt als volgt :
"HOOFDSTUK V. - Opleiding als instructeur, belast met de vorming van begeleiders rijbewijs B
Art. 38bis. De instructeurs die over het beroepsbekwaamheidsbrevet II of III, vermeld in artikel 24 van dit besluit, beschikken, worden toegelaten tot de opleiding voor instructeurs, belast met de vorming van begeleiders, vermeld in hoofdstuk III/1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B.
Art. 38ter. De opleiding, vermeld in artikel 38bis, wordt georganiseerd door organisaties van nationale en internationale experten.
Art. 38quater. De opleiding, vermeld in artikel 38bis, mag niet worden aangeboden zonder de voorafgaande goedkeuring van het programma en het draaiboek van de opleiding door het bestuur. Die goedkeuring is geldig voor een jaar.
De organisatoren van de voormelde opleiding bezorgen met het oog op de goedkeuring, vermeld in het eerste lid, elk jaar een uitgewerkt programma en draaiboek van de opleiding, alsook een overzicht van de geplande opleidingsmomenten voor het komende jaar aan het bestuur. Ze doen dat minimaal een maand voor de aanvang van de opleiding of, als een programma en draaiboek al eerder zijn goedgekeurd, minimaal een maand voor de goedkeuring afloopt.
De voormelde opleiding duurt minstens zeven uur.
Het programma en het draaiboek bevatten minstens de inhoud, opgenomen in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 38quinquies. Na afloop van de opleiding reikt de organisator van de opleiding een getuigschrift uit aan de instructeur, waarvan het model is opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd. De Minister kan het model wijzigen.
De schorsing of intrekking van de instructietoelating heeft van rechtswege de schorsing respectievelijk de intrekking van het voormelde getuigschrift tot gevolg.
Art. 38sexies. Een afschrift van het getuigschrift, vermeld in artikel 38quinquies, wordt bijgehouden door de rijschool waar de instructeur zijn functies vervult.
Art. 38septies. In het jaar waarin de instructeurs het getuigschrift, vermeld in artikel 38quinquies, behalen, wordt de minimumduur van de opleiding, vermeld in artikel 14, § 1, verminderd met zeven uur.".
Art. 6. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden een bijlage 5, 6 en 7 toegevoegd, die als bijlage 1, 2 en 3 bij dit besluit zijn gevoegd.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006
betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B
Art. 7. In het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2013, wordt een hoofdstuk III/1, dat bestaat uit artikel 9/1 tot en met 9/4, ingevoegd, dat luidt als volgt :
"HOOFDSTUK III/1. - Vorming voor begeleiders
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen over de vorming voor begeleiders
Art. 9/1. De kandidaat, houder van een voorlopig rijbewijs B met een begeleider, dient een rijopleiding te volgen met een begeleider die de vorming vermeld in dit hoofdstuk en in bijlage 7 heeft gevolgd. De Vlaamse gemeenten houden toezicht hierop, alsook op de naleving van artikel 8, tweede lid.
De vorming voor begeleiders wordt gevolgd bij een erkende rijschool conform de voorwaarden, vermeld in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, of bij een instructeur die erkend is conform afdeling 2 van dit hoofdstuk.
Art. 9/2. De vorming voor begeleiders duurt drie uur.
De vorming omvat de leerstof, opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9/3. Het begeleidersattest is geldig voor een periode van tien jaar.
Art. 9/4. Voor de vorming betaalt de begeleider een vergoeding van 20 euro, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde. De kandidaat-bestuurder mag de vorming van de begeleider bijwonen zonder dat daarvoor een vergoeding hoeft te worden betaald.
De vergoeding wordt voorafgaand aan de vorming voor begeleiders ge´nd.
Het bedrag van de vergoeding is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 is bereikt. Het bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.".
Afdeling 2. - Erkenning van instructeurs die de vorming voor begeleiders aanbieden buiten een erkende rijschool
Art. 9/5. Instructeurs kunnen de vorming voor begeleiders aanbieden buiten een erkende rijschool als ze daarvoor erkend zijn door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde.
Art. 9/6. § 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde levert de erkenning af als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
1░ de instructeur beschikt over het beroepsbekwaamheidsbrevet II of III, vermeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
2░ de instructeur heeft de opleiding gevolgd, vermeld in titel II, hoofdstuk V, van het voormelde koninklijk besluit;
3░ de instructeur voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1░, 2░, en 5░, en artikel 14 van het voormelde koninklijk besluit.
§ 2. De instructeur die de erkenning wil verkrijgen, richt aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde een aanvraag met een aangetekende brief. Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd :
1░ het beroepsbekwaamheidsbrevet II of III, vermeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
2░ het getuigschrift, vermeld in artikel 38quinquies van het voormelde koninklijk besluit;
3░ een uittreksel uit het strafregister, dat hoogstens drie maanden oud is ter bevestiging dat de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1░, en 2░, van het voormelde koninklijk besluit, worden nageleefd;
4░ het bewijs dat hij gedurende ten minste drie jaar houder is van een rijbewijs dat is afgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en dat ten minste geldig is voor het besturen van voertuigen van categorie B of van een evenwaardige categorie.
§ 3. De instructeur die de erkenning wil verkrijgen, is ter dekking van de bestuurs-, controle- en toezichtkosten een retributie van 80 euro verschuldigd.
De vergoeding wordt voorafgaand aan de erkenning ge´nd door het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
Het bedrag van de vergoeding is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 is bereikt. Het bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.
Art. 9/7. De lokalen waarin de instructeur de vorming voor begeleiders aanbiedt, voldoen aan de volgende voorwaarden :
1░ ze omvatten een leslokaal en een sanitaire inrichting;
2░ ze bevinden zich niet in een drankgelegenheid, noch in een woonruimte;
3░ ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, vierde lid, 1░, 2░, 3░, 4░, en 6░, van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
4░ de burgemeester of de bevoegde brandweerdienst heeft voor de lokalen een attest uitgereikt dat vaststelt dat ze voldoen aan de geldende wettelijke normen.
De erkende instructeur geeft altijd drie weken voorafgaand aan elk begeleidersmoment de exacte locatie en het exacte tijdstip door aan het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
Art. 9/8. De erkende instructeur leidt de begeleider nauwgezet op. Hij brengt hem de kennis, de vaardigheden en het gedrag bij, vermeld in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9/9. De erkende instructeur geeft de kandidaat-begeleiders die de vorming voor begeleiders, vermeld in dit hoofdstuk, hebben gevolgd, een begeleidersattest, waarvan het model is opgenomen in bijlage 5 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
Art. 9/10. Elke functie of betrekking in een erkend orgaan voor technische controle van motorvoertuigen en de controlefuncties, vermeld in artikel 39 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, zijn onverenigbaar met de functie van erkend instructeur voor de vorming voor begeleiders.
Art. 9/11. § 1. De erkende instructeurs volgen de instructies die hun door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde worden gegeven om een einde te maken aan de schending van de regelgeving.
De inspecteurs die de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde aanwijst, mogen in elke omstandigheid de lokalen betreden en de vorming voor begeleiders bijwonen. Ze mogen alle bescheiden over de schoolactiviteiten raadplegen. Ze mogen zich, zo nodig, met het oog op het onderzoek een kopie laten overhandigen.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde controleert de goede werking van de erkende instructeurs.
De erkende instructeur geeft op verzoek van de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde alle inlichtingen over de toepassing van dit besluit.
§ 2. Alle personen, vermeld in dit artikel, zijn aan het beroepsgeheim gehouden.
§ 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, kan, als de voorwaarden van dit hoofdstuk niet worden nageleefd en na de erkende instructeur gehoord te hebben, de erkenning die met toepassing van deze afdeling verleend is, voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen.
Als de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de voorwaarden van dit hoofdstuk nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning die met toepassing van deze afdeling verleend is, in nadat hij de instructeur voorafgaandelijk heeft gehoord.
Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag de instructeur geen enkel vormingsmoment voor begeleiders organiseren.
§ 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde kan met onmiddellijke ingang de erkenning schorsen van een instructeur die het voorwerp vormt van een gerechtelijk onderzoek of van een strafvordering wegens het niet-naleven van de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1░, a) en b), van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
Binnen de strikt nodige tijd en maximaal binnen vijftien dagen die op de maatregel van onmiddellijke schorsing volgen, wordt de intrekkings- of schorsingsprocedure, vermeld in paragraaf 3, aangevat. Bij gebrek daaraan houdt de schorsing van rechtswege op.
§ 5. De vorming voor begeleiders die verstrekt is door een instructeur die niet beschikt over een erkenning of van wie de erkenning geschorst is, wordt niet in aanmerking genomen. De instructeur betaalt de begeleider de betaalde vergoedingen terug.".
Art. 8. In artikel 8, tweede lid, van het hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 december 2013, worden de woorden "drie maanden" telkens vervangen door de woorden "negen maanden".
Art. 9. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2013, wordt een bijlage 7 toegevoegd, die als bijlage 4 bij dit besluit is gevoegd.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Art. 10. Artikel 8, tweede lid, en artikel 9/1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, zoals van kracht na de inwerkingtreding van dit besluit, zijn van toepassing op de kandidaat-bestuurders die vanaf 1 oktober 2017 een aanvraag indienen bij de gemeente om een voorlopig rijbewijs te verkrijgen. Voor de kandidaat-bestuurders die vˇˇr 1 oktober 2017 een aanvraag hebben ingediend bij de gemeente om een voorlopig rijbewijs te verkrijgen, blijven de bepalingen gelden die van toepassing waren vˇˇr 1 oktober 2017.
In afwijking van het eerste lid blijven de bepalingen die van toepassing waren vˇˇr 1 oktober 2017 gelden voor de kandidaat-bestuurders die vanaf 1 oktober 2017 een nieuw voorlopig rijbewijs aanvragen met toepassing van artikel 50, § 3, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, als het aanvankelijke voorlopige rijbewijs is aangevraagd vˇˇr 1 oktober 2017.
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2017, met uitzondering van artikel 5 dat in werking treedt op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 9 juni 2017.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,
B. WEYTS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin

Publicatie : 2017-06-29