einde

Publicatie : 2017-05-11

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

2 MEI 2017. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Autoriteit voor financiŽle diensten en markten over de informatie inzake de kosten en lasten die de dienstverleners moeten verstrekken aan hun cliŽnten bij het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten op het belgische grondgebied



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten, artikel 26, tweede tot vierde lid, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, en artikel 64, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten op de verzekeringssector, bekrachtigd bij de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, artikel 4, 3į ;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft, artikel 9;
Gelet op het advies van de Raad van Toezicht, gegeven op 31 januari 2017;
Op de voordracht van de Minister van Economie en Consumenten en de Minister van FinanciŽn,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Het reglement van de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten van 24 februari 2017 over de informatie inzake de kosten en lasten die de dienstverleners moeten verstrekken aan hun cliŽnten bij het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten op het Belgische grondgebied, gevoegd bij dit besluit, wordt goedgekeurd.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.
Art. 3. De minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Consumenten en de minister bevoegd voor FinanciŽn zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 mei 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-eersteminister en Minister van Economie en Consumenten,
K. PEETERS
De Minister van FinanciŽn,
J. VAN OVERTVELDT

Bijlage bij het koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten van 24 februari 2017 over de informatie inzake de kosten en lasten die de dienstverleners moeten verstrekken aan hun cliŽnten bij het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten op het Belgische grondgebied
Reglement van de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten van 24 februari 2017 over de informatie inzake de kosten en lasten die de dienstverleners moeten verstrekken aan hun cliŽnten bij het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten op het Belgische grondgebied
DE AUTORITEIT VOOR FINANCI"LE DIENSTEN EN MARKTEN,
Gelet op de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten, artikel 26, tweede tot vierde lid, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, en artikel 64, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten op de verzekeringssector, bekrachtigd bij de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, artikel 4, 3į ;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft, artikel 9;
Gelet op het advies van de Raad van Toezicht, gegeven op 31 januari 2017,
Besluit :
Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1į "dienstverlener": een dienstverlener als gedefinieerd in artikel 1, 11į van het KB N1;
2į "KB N1": het koninklijk besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten op de verzekeringssector, bekrachtigd bij de wet van 4 april 2014;
3į "wet van 4 april 2014": de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
4į "verzekeringsonderneming": een verzekeringsonderneming als gedefinieerd in artikel 1, 4į van het KB N1;
5į "verzekeringsbemiddelingsdienst": een verzekeringsbemiddelingsdienst als gedefinieerd in artikel 1, 6į van het KB N1;
6į "spaarverzekering": een spaarverzekering als gedefinieerd in artikel 1, 14į van het KB N1;
7į "beleggingsverzekering": een beleggingsverzekering als gedefinieerd in artikel 1, 15į van het KB N1;
8į "gedetailleerde resultatenrekening": de gedetailleerde resultatenrekening in de zin van het koninklijk besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;
9į "acquisitiekosten": de acquisitiekosten in de zin van het koninklijk besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;
10į "administratiekosten": de administratiekosten in de zin van het koninklijk besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;
11į "cliŽnt": een bestaande of potentiŽle cliŽnt.
12į "verzekeringstak": een verzekeringstak in de zin van bijlage I van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
13į "productcategorie": de volgende productcategorieŽn als bedoeld in bijlage 1 van mededeling nr. D.220 van 25 oktober 2002 van de Controledienst voor de Verzekeringen over de statistieken van de rechtstreekse verzekeringsverrichtingen "niet-leven" in BelgiŽ en in het buitenland:
- voor tak 2 "Ziekte": categorie "I. Gewaarborgd inkomen individueel", "II. Gewaarborgd inkomen collectief", "III. Afhankelijkheid", "IV. Andere individuele contracten" en "V. Andere collectieve contracten";
- voor tak 8 "Brand en natuurevenementen": categorie "I. Woningen", "II. Landbouwrisico's", "III. Ondernemingen", "IV. Andere", "V. Alles behalve technische verzekeringen" en "VI. Technische verzekeringen";
- voor tak 13 "Algemene BA": categorie "I. Privaat leven", "II. Exploitatie/na levering/producten", "III. Beroepsleven", "IV. Openbare instellingen" en "V. Andere".
Hoofdstuk II. - Informatie over de kosten en bijbehorende lasten van de verzekeringsovereenkomsten die geen spaar- of beleggingsverzekering zijn
Afdeling 1. - Informatie over de kosten en bijbehorende lasten van de overeenkomsten inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
Art. 2. Vůůr het sluiten van een overeenkomst inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en op elke vervaldag van een dergelijke overeenkomst, moet aan de cliŽnt de volgende informatie worden verstrekt, afzonderlijk vermeld en uitgedrukt in euro:
- de handelspremie die verschuldigd is voor deze overeenkomst en, in voorkomend geval, de index van kracht op het ogenblik van de onderschrijving van de overeenkomst;
- het samengevoegde bedrag van het commissieloon, de acquisitiekosten en van alle kosten die in deze handelspremie begrepen zijn;
- het bedrag van de toeslag voor de gespreide betaling van de premie;
- de taksen en bijdragen die verschuldigd zijn voor deze overeenkomst.
De in het eerste lid bedoelde informatie moet voor elk risico dat door de overeenkomst wordt gedekt, afzonderlijk tot uitdrukking komen.
Afdeling 2. - Informatie over de kosten en bijbehorende lasten van de verzekeringsovereenkomsten die geen spaar- of beleggingsverzekering zijn en niet onder afdeling 1 vallen
Art. 3. Vůůr het sluiten van een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in deze afdeling en op elke vervaldag van een dergelijke overeenkomst, moet aan de cliŽnt de volgende informatie worden verstrekt, afzonderlijk vermeld en uitgedrukt in euro:
- de handelspremie die betrekking heeft op de overeenkomst, exclusief taksen en bijdragen;
- de taksen en bijdragen die de cliŽnt verschuldigd is voor deze overeenkomst;
- het totaal door de cliŽnt te betalen bedrag, met name de handelspremie, inclusief taksen en bijdragen;
- een raming van de volgende componenten van de handelspremie, exclusief taksen en bijdragen, voor een overeenkomst van dit type:
a) de acquisitiekosten;
b) de administratiekosten.
Art. 4. § 1. De in artikel 3 bedoelde ramingen worden berekend aan de hand van de bedragen die geboekt zijn in de gedetailleerde resultatenrekening van het laatste boekjaar van de betrokken verzekeringsonderneming als goedgekeurd door haar algemene vergadering.
§ 2. De in artikel 3 bedoelde ramingen worden berekend op het niveau van de tak waartoe de betrokken overeenkomst behoort, behalve voor de takken `ziekte', `brand en natuurevenementen' en `algemene BA' waar de ramingen worden berekend op het niveau van de productcategorie.
§ 3. In geval van medeverzekering zijn het de kosten van de eerste verzekeraar die aan de cliŽnt worden meegedeeld.
Afdeling 3. - Waarschuwing gericht aan de cliŽnt
Art. 5. De informatie over de kosten en lasten als bedoeld in afdeling 2 wordt meegedeeld aan de cliŽnt, onmiddellijk gevolgd door een als volgt opgestelde waarschuwing:
"Merk op dat als u verschillende verzekeringsovereenkomsten gaat vergelijken, u niet enkel de geraamde kosten en lasten van de overeenkomsten met elkaar mag vergelijken, maar ook andere elementen in aanmerking moet nemen, zoals de reikwijdte van de waarborgen, het bedrag van eventuele franchises of de uitsluitingsclausules.
De hierboven opgegeven ramingen geven een beter zicht op het premiegedeelte dat wordt aangewend voor de dekking van het risico dat door de verzekeringsovereenkomst wordt gedekt. Het saldo van de premie, na aftrek van de taksen en bijdragen alsook van de acquisitie- en administratiekosten, bestaat immers uit het gedeelte van de premie dat wordt aangewend om de contractueel vastgelegde prestaties te verrichten en uit de andere kosten dan hierboven vermeld (waaronder de samengevoegde en onderling gedeelde kosten van de schadegevallen en het beheer ervan).
Deze ramingen zijn berekend op grond van de boekhoudkundige gegevens van het laatste boekjaar van de verzekeringsonderneming, als goedgekeurd door haar algemene vergadering.".
Hoofdstuk III. - Informatie over de overige kosten en bijbehorende lasten voor het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten
Art. 6. Vůůr de cliŽnt een overeenkomst voor het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten onderschrijft, moet hij van de dienstverlener die een dergelijke overeenkomst aanbiedt, de volgende informatie hebben gekregen, afzonderlijk vermeld en uitgedrukt in euro:
- de vergoeding die de cliŽnt voor deze overeenkomst verschuldigd is aan de dienstverlener;
- de taksen die eventueel verschuldigd zijn in verband met deze overeenkomst.
Art. 7. Vůůr een verzekeringsbemiddelingsdienst wordt verleend, moet de cliŽnt in kennis zijn gesteld van alle andere kosten en lasten dan bedoeld in hoofdstuk II en artikel 6 die hij verschuldigd zal zijn voor het verlenen van deze dienst.
Hoofdstuk IV. - Slotbepaling
Art. 8. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2018.
Brussel, 24 februari 2017.
De Voorzitter,
Jean-Paul SERVAIS

Toelichtende nota gevoegd bij het reglement van de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten over de informatie inzake de kosten en lasten die de dienstverleners moeten verstrekken aan hun cliŽnten bij het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten op het Belgische grondgebied
I. Toelichting bij het wettelijk kader
Het FSMA-reglement geeft uitvoering aan artikel 9 van het koninklijk besluit van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft (hierna het "KB N2").
Artikel 9 van het KB N2 draagt de FSMA immers op om bij reglement de inhoud te verduidelijken van de informatie over de kosten en lasten die de dienstverlener aan de cliŽnt moet verstrekken vůůr hij een verzekeringsbemiddelingsdienst verricht (m.a.w. met name wanneer hij een cliŽnt een verzekeringsovereenkomst aanbiedt, voorstelt of aanraadt), alsook op elke vervaldag van een verzekeringsovereenkomst.
Conform artikel 49, § 3, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten (hierna "de wet van 2 augustus 2002") heeft de Raad van Toezicht van de FSMA op 31 januari 2017 zijn advies verleend.
II. Toelichting bij het reglement
In verband met de aan de cliŽnt te verstrekken informatie over de kosten en lasten lijkt het essentieel om een onderscheid te maken tussen de spaar- of beleggingsverzekeringen, enerzijds, en de overige types van verzekeringsovereenkomsten, anderzijds.
Voor de spaar- of beleggingsverzekeringen wordt er in het kader van dit reglement voor geopteerd om vooralsnog geen regels in te voeren voor de informatieverstrekking over de kosten en lasten verbonden aan dergelijke types van overeenkomsten, en om te wachten op de datum waarop de PRIIP's-verordening(1) van toepassing zal zijn, zodat duidelijk wordt op welke wijze die in het Belgische recht wordt geÔmplementeerd. Deze verordening en haar uitvoeringsmaatregelen zouden immers gedetailleerde verplichtingen inzake informatieverstrekking over de kosten en lasten moeten bevatten.
Voor de overige types van verzekeringsovereenkomsten die geen verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijn, wordt het verstrekken van informatie overwogen die nauw aanleunt bij de thans voorgeschreven informatieverstrekking voor overeenkomsten inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en zullen de dienstverleners worden verzocht om hun cliŽnt, naast het bedrag van de in euro uitgedrukte handelspremie en taksen en bijdragen die hij moet betalen voor de overeenkomst die hij heeft onderschreven, in kennis te stellen van de volgende, eveneens in euro uitgedrukte raming van de componenten van de handelspremie, exclusief taksen en bijdragen, voor een overeenkomst van dit type:
a) de acquisitiekosten;
b) de administratiekosten.
De aldus aan de cliŽnt verstrekte informatie zal identiek zijn, ongeacht de wijze waarop de verzekeringsovereenkomst wordt verdeeld (rechtstreekse verkoop door een verzekeringsonderneming of haar verbonden verzekeringsagenten, of onrechtstreekse verkoop via verzekeringstussenpersonen die geen verbonden verzekeringsagenten zijn).
Het reglement stelt dat de ramingen van de acquisitie- en administratiekosten die moeten worden meegedeeld voor deze overige types verzekeringsovereenkomsten, moeten worden berekend op het niveau van de tak waartoe de betrokken overeenkomst behoort, behalve voor de takken `ziekte', `brand en natuurevenementen' en `algemene BA' waar de ramingen worden berekend op het niveau van de productcategorie. Hiermee worden de productcategorieŽn bedoeld als opgenomen in bijlage 1 van mededeling nr. D.220 van 25 oktober 2002 van de Controledienst voor de Verzekeringen over de statistieken van de rechtstreekse verzekeringsverrichtingen "niet-leven" in BelgiŽ en in het buitenland. Het gaat om de volgende productcategorieŽn:
- voor tak 2 "Ziekte": categorie "I. Gewaarborgd inkomen individueel", "II. Gewaarborgd inkomen collectief", "III. Afhankelijkheid", "IV. Andere individuele contracten" en "V. Andere collectieve contracten";
- voor tak 8 "Brand en natuurevenementen": categorie "I. Woningen", "II. Landbouwrisico's", "III. Ondernemingen", "IV. Andere", "V. Alles behalve technische verzekeringen" en "VI. Technische verzekeringen";
- voor tak 13 "Algemene BA": categorie "I. Privaat leven", "II. Exploitatie/na levering/producten", "III. Beroepsleven", "IV. Openbare instellingen" en "V. Andere".
Als een verzekeringsonderneming een verzekeringsovereenkomst verkoopt van een andere verzekeringsonderneming, moet zij de kostenramingen vermelden die door die andere verzekeringsonderneming zijn berekend en meegedeeld, verhoogd met haar eigen kosten.
De waarschuwing bij de verstrekte informatie over de kosten en lasten voor de verzekeringsovereenkomsten, uitgenomen de spaar- of beleggingsverzekeringen en de overeenkomsten inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, strekt ertoe deze informatie te verduidelijken, meer bepaald door erop te wijzen dat het saldo van de door de cliŽnt te betalen premie, na aftrek van de taksen en bijdragen alsook van de acquisitie- en administratiekosten, bestaat uit het gedeelte van de premie dat wordt aangewend om de contractueel vastgelegde prestaties te verrichten, en uit de andere kosten dan reeds uitdrukkelijk vermeld (waaronder de samengevoegde en onderling gedeelde kosten van de schadegevallen en het beheer ervan).
Voor de overeenkomsten inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen lijkt het aangewezen om de informatieverstrekkingsregeling te behouden als ingevoerd door het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, inzonderheid door artikel 15 van dat koninklijk besluit. Artikel 9 van het KB N2 bepaalt echter dat de cliŽnt niet enkel op elke vervaldag van een verzekeringsovereenkomst informatie over de kosten en lasten moet ontvangen, maar ook vůůr een verzekeringsbemiddelingsdienst wordt verricht. Bijgevolg bepaalt het reglement dat bepaalde van de in artikel 15 van voornoemd koninklijk besluit van 22 februari 1991 bedoelde inlichtingen ook aan de cliŽnt moet worden verstrekt vůůr hij een overeenkomst inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen onderschrijft.
Bovendien stelt het reglement dat aan de cliŽnt specifieke informatie moet worden verstrekt over de kosten en lasten die zijn verbonden aan een mogelijke overeenkomst over het verrichten van verzekeringsbemiddelingsdiensten die een dienstverlener, in voorkomen geval, aan zijn cliŽnten zou voorstellen, ongeacht het betrokken type van verzekeringsovereenkomst. Die informatie zal ook moeten worden verstrekt als een overeenkomst voor verzekeringsbemiddelingsdiensten wordt hernieuwd.
De in het reglement bedoelde bepalingen doen geen afbreuk aan de toepassing van alle regels in de overige wet- en regelgeving over de informatieverstrekking aan de cliŽnten, waaronder met name de verplichting dat deze informatie correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn (zie meer bepaald artikel 26, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002, artikel 277, § 1, eerste lid, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, artikel 27, § 2, van voornoemde wet van 2 augustus 2002 juncto artikel 4, 1į, van het koninklijk besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 op de verzekeringssector) of de regels over de drager waarop deze informatie moet worden geplaatst (zie in het bijzonder artikel 6 van het KB N2).
Om een level playing field te creŽren en om voornoemde redenen lijkt het aangewezen om het FSMA-reglement over de kosten en bijbehorende lasten op dezelfde dag als de PRIIP's-verordening in werking te laten treden.
Praktisch gezien lijkt het aangewezen dat de informatie over de kosten en de bijbehorende lasten van een overeenkomst (verzekeringsovereenkomst of overeenkomst over het verrichten van verzekeringsbemiddelingsdiensten) door de medecontractant van de cliŽnt wordt opgesteld, met dien verstande dat die informatie doorgaans aan de cliŽnt zal worden verstrekt door de dienstverlener met wie hij contact heeft.
Tot slot mag niet uit het oog worden verloren dat de verplichting om de cliŽnt informatie te verstrekken over de kosten en lasten als voorgeschreven door artikel 9 van het KB N2, volledig losstaat van de in artikel 7 van het KB N2 bedoelde verplichting om de cliŽnt te informeren over de inducements sensu stricto die de dienstverleners betalen of ontvangen.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 2 mei 2017 tot goedkeuring van het reglement van de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten van 24 februari 2017 over de informatie inzake de kosten en lasten die de dienstverleners moeten verstrekken aan hun cliŽnten bij het verlenen van verzekeringsbemiddelingsdiensten op het Belgische grondgebied.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-eersteminister en Minister van Economie en Consumenten,
K. PEETERS
De Minister van FinanciŽn,
J. VAN OVERTVELDT
_______
Nota
(1) Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiŽle-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's).


begin

Publicatie : 2017-05-11