J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/01/12/2017010124/justel

Titel
12 JANUARI 2017. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 90, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen van deeleconomie en tot onderwerping van de in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten aan de bedrijfsvoorheffing

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 24-01-2017 nummer :   2017010124 bladzijde : 12786       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-01-12/08
Inwerkingtreding : 24-01-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In hoofdstuk I van KB/WIB 92, wordt een afdeling XVIII/1 ingevoegd die de artikelen 53/1 en 53/2 bevat luidende :
  "Afdeling XVIII/1 - Voorwaarden tot toekenning en behoud van de erkenning van elektronische platformen van deeleconomie
  (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 90, tweede lid)
  Art. 53/1. § 1. Elektronische platformen kunnen worden erkend voor de toepassing van artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, wanneer ze aan alle onderstaande voorwaarden voldoen :
  1° het platform is ingericht binnen een vennootschap of een VZW die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of met de wetgeving van een staat waarvan de ondernemingen ingevolge een internationaal akkoord in België op dezelfde manier moeten worden behandeld als Belgische ondernemingen;
  2° de maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer van de in 1° bedoelde vennootschap of VZW is gevestigd in de Europese Economische Ruimte of in een staat waarmee België door een in 1° bedoeld internationaal akkoord verbonden is;
  3° de vennootschap of de VZW is voor die werkzaamheid, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen in de hoedanigheid van een handels- of ambachtonderneming, of ingeschreven in het handelsregister overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van de Europese Economische Ruimte of van de staat waarvan de ondernemingen ingevolge een internationaal akkoord in België op dezelfde manier moeten worden behandeld als Belgische ondernemingen, waar de vennootschap of de VZW is gevestigd;
  4° de vennootschap of de VZW beschikt over een door de Kruispuntbank van Ondernemingen toegekend ondernemingsnummer dat geldt als btw identificatienummer en de letters BE bevat, of beschikt, bij gebrek aan het voormelde ondernemingsnummer, voor zover het bestaat, over een identificatienummer btw-doeleinden in de lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in de staat waarvan de ondernemingen ingevolge een internationaal akkoord in België op dezelfde manier moeten worden behandeld als Belgische ondernemingen, waar ze is gevestigd.
  § 2. De bestuurders, de zaakvoerders en de personen die bevoegd zijn om de vennootschap of de VZW te verbinden moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° geen personen zijn aan wie het uitoefenen van dergelijke functies verboden is krachtens het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 of gelijkaardige bepalingen van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  2° niet in staat van faillissement verkeren, tenzij in geval van verschoonbaarheid of rehabilitatie, noch het voorwerp zijn van een procedure tot faillietverklaring of analoge procedures van buitenlands recht.
  Art. 53/2. § 1. De in artikel 53/1, § 1, 1°, bedoelde vennootschap of VZW waarbinnen het elektronisch platform is ingericht, dient de aanvraag tot erkenning van het elektronisch platform in per brief of per e-mail gericht aan de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Financiën, of aan de hand van het elektronische formulier dat op de webstek van de Federale Overheidsdienst Financiën beschikbaar is.
  Het model van de aanvraag tot erkenning wordt vastgesteld door de leidinggevende ambtenaar van de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen.
  De aanvraag is enkel ontvankelijk wanneer :
  1° de onderstaande documenten zijn toegevoegd :
  a) een afschrift van de oprichtingsakte zoals die tot op de datum van de aanvraag is gewijzigd of een afschrift van de gecoördineerde statuten;
  b) een document waaruit blijkt dat voldaan is aan de in artikel 53/1, § 1, 2°, bedoelde voorwaarde;
  c) een afschrift van de inschrijving in het handelsregister volgens de eisen van de wetgeving van het land waar de vennootschap of de VZW gevestigd is;
  d) een lijst met de namen van de bestuurders, de zaakvoerders en de personen die bevoegd zijn om de vennootschap of de VZW te verbinden;
  e) een verklaring waarbij de vennootschap of de VZW de verbintenis aangaat om bij het einde van elk jaar voor elke dienstverrichter de in artikel 92/1 bedoelde document op te stellen en te bezorgen aan de betrokken dienstverrichter en aan de bevoegde administratie;
  2° ze is ondertekend door een wettelijke of statutaire lasthebber van de vennootschap of de VZW.
  § 2. De erkenning wordt ingetrokken wanneer de begunstigde van de erkenning vrijwillig zijn in artikel 90, § 1, eerste lid, vermelde verplichtingen tweemaal niet nakomt binnen een periode van drie jaar te rekenen vanaf het jaar waarin de eerste tekortkoming plaats heeft gevonden.
  De intrekking wordt bekendgemaakt op de webstek van de FOD Financiën. Ze heeft uitwerking vanaf de dertigste dag na haar bekendmaking.
  § 3. Een lijst van de erkende platformen wordt bijgehouden op de webstek van de FOD Financiën.".

  Art. 2. Artikel 86 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De vennootschap of VZW waarbinnen een in artikel 90, eerste lid, 1° bis, b, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermeld erkend platform is ingericht, wordt geacht de in artikel 87, 2° bis, vermelde inkomsten met betrekking tot de overeenkomsten die door dat platform tot stand zijn gebracht, te betalen of toe te kennen.".

  Art. 3. In artikel 87 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 augustus 1993, 22 oktober 1993, 10 januari 1997, 20 mei 1997, 5 december 1997, 24 juni 1999, 14 april 2009 en 4 maart 2013, wordt een bepaling onder 2° bis ingevoegd, luidende :
  "2° bis winst en baten als vermeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van hetzelfde Wetboek;".

  Art. 4. In hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 92/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 92/1. § 1. Bij het einde van elk jaar stellen de in artikel 86, tweede lid, vermelde schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing voor iedere verkrijger van in artikel 87, 2° bis, vermelde inkomsten een fiche op waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld, en waarin de volgende gegevens worden vermeld :
  1° de identiteit van de verkrijger van de inkomsten en zijn rijksregisternummer;
  2° de datum van aanvang of van stopzetting van zijn activiteit;
  3° de omschrijving van de door de verkrijger geleverde diensten;
  4° het bruto bedrag van de vergoedingen als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, desgevallend opgesplitst volgens de aard van de verrichte dienst;
  5° desgevallend, het bruto bedrag van andere dan de in 4° bedoelde vergoedingen die door of door tussenkomst van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing aan de verkrijger van de inkomsten zijn betaald of toegekend en de omschrijving van de prestaties uit hoofde waarvan die vergoedingen verschuldigd zijn;
  6° het bedrag van de op de onder 4° vermelde vergoedingen ingehouden bedrijfsvoorheffing;
  7° desgevallend, het bedrag en de aard van eventuele andere ingehouden sommen, desgevallend opgesplitst over de in 4° en 5° vermelde vergoedingen.
  De verkrijger van de inkomsten wordt geïdentificeerd aan de hand van zijn rijksregisternummer of, wanneer de verkrijger niet over een rijksregisternummer beschikt, aan de hand van zijn geboortedatum, voornaam en naam en volledige adres.
  Voor de in het eerste lid, 3°, bedoelde omschrijving van de geleverde diensten en de omschrijving van de in het eerste lid, 4°, bedoelde diensten, worden één of meer omschrijvingen gebruikt die in een lijst zijn vermeld die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld.
  § 2. De in paragraaf 1 vermelde fiches worden, samen met een samenvattende opgave, ten laatste op 28 februari van het jaar na het inkomstenjaar langs elektronische weg ingediend bij de administratie die instaat voor de vestiging van de inkomstbelasting en langs elektronische weg of op papier bezorgd aan de verkrijger van de inkomsten.".

  Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 6. De minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 12 januari 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
J. VAN OVERTVELDT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de Grondwet, artikel 108;
   Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 :
   - artikel 90, tweede lid, ingevoegd bij programmawet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2016;
   - artikel 271, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, het koninklijk besluit van 20 december 1996, de programmawet (I) van 24 december 2002, de wet van 22 december 2008 en de wet van 26 december 2015;
   Gelet op het KB/WIB 92;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 november 2016;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven op 28 november 2016;
   Gelet op het advies nr. 60.556/3 van de Raad van State, gegeven op 29 december 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Financiën,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen heeft enerzijds tot doel de voorwaarden vast te leggen die elektronische platformen moeten vervullen om te worden erkend voor de toepassing van artikel 90, tweede lid, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en anderzijds, de inkomsten van de deeleconomie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, WIB 92, aan de bedrijfsvoorheffing te onderwerpen.
   Voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen
   Om te worden erkend, moet het platform ingericht zijn binnen een vennootschap of een VZW die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of met de wetgeving van een staat waarvoor België de verbintenis heeft aangegaan om haar ondernemingen op dezelfde manier te behandelen als Belgische ondernemingen.
   De vennootschap of de VZW moet gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een staat waartegenover de België de verbintenis heeft aangegaan om haar ondernemingen te behandelen als Belgische ondernemingen, ingeschreven zijn in het handelsregister volgens de eisen van de wetgeving van het land en beschikken over een identificatienummer voor btw-doeleinden.
   Verder moeten de personen bevoegd voor de vennootschap of de VZW eveneens voorwaarden vervullen met betrekking tot hun professionele betrouwbaarheid.
   De vraag om erkenning wordt ofwel op papier ingediend, ofwel door middel van het elektronisch formulier dat op de webstek van de FOD Financiën ter beschikking wordt gesteld.
   Een lijst van erkende platformen zal eveneens bijgehouden worden op de webstek van de FOD Financiën.
   De erkenning wordt ingetrokken wanneer de verplichtingen van aangifte of van betaling van de bedrijfsvoorheffing twee maal niet zijn nagekomen op vrijwillige basis binnen een periode van drie jaar te rekenen vanaf het jaar waarin de eerste tekortkoming plaats heeft gevonden.
   Bedrijfsvoorheffing
   Er wordt hier gebruikt gemaakt van de mogelijkheid die artikel 271, WIB 92 biedt, om het toepassingsgebied van de bedrijfsvoorheffing tot bepaalde diverse inkomsten uit te breiden.
   Daarnaast wordt de inhoud van de jaarlijkse samenvattende fiche bepaald die door de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing voor elke dienstverrichter moet worden opgemaakt. Zoals dit reeds momenteel het geval is voor andere soortgelijke opgaven, zal deze fiche langs elektronische weg moeten worden ingediend bij de fiscale administratie, ten laatste op 28 februari van het jaar volgend op dat van de inkomsten.
   Het advies nr. 60.556/3 van de Raad van State, gegeven op 29 december 2016, werd opgevolgd.
   Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Financiën,
   J. VAN OVERTVELDT
   
   Advies 60.556/3 van 29 december 2016 over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van artikel 90, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen van deeleconomie en tot onderwerping van de in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten aan de bedrijfsvoorheffing"
   Op 29 november 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van artikel 90, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen van deeleconomie en tot onderwerping van de in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten aan de bedrijfsvoorheffing ".
   Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 20 december 2016. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, Kamervoorzitter, Jan Smets en Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraden, Johan Put en Bruno Peeters, assessoren, en Greet Verberckmoes, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Frédéric Vanneste, auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo Baert, Kamervoorzitter.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 29 december 2016.
   *
   1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
   Strekking van het ontwerp
   2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt in de eerste plaats tot het bepalen van de voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen in de zin van artikel 90, eerste lid, 1° bis, b), van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 92) (artikel 1 van het ontwerp - ontworpen artikel 53/1 van het KB/WIB 92(1)), van de erkenningsprocedure, van de intrekking van de erkenning en van de bekendmaking van de lijst van de erkende platformen en de intrekkingen (artikel 1 van het ontwerp - ontworpen artikel 53/2 van het KB/WIB 92).
   Voorts wordt bepaald dat de bedrijfsvoorheffing aan de bron is verschuldigd op de winst en baten bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het WIB 92 (artikel 3 van het ontwerp - ontworpen artikel 87, 2° bis, van het KB/WIB 92) en dat de vennootschap of vzw waarbinnen een erkend platform is ingericht, geacht wordt die winst en baten te betalen of toe te kennen (artikel 2 van het ontwerp - ontworpen artikel 86, tweede lid, van het KB/WIB 92). Ook wordt de inhoud bepaald van de fiche die bij het einde van elk jaar door de vennootschap of vzw, als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing voor iedere verkrijger van die inkomsten moet worden opgemaakt (artikel 4).
   Rechtsgrond
   3. De rechtsgrond voor de artikelen 1, 2 en 4 van het ontwerp wordt in beginsel geboden door artikel 90, tweede lid, van het WIB 92(2), waarbij aan de Koning wordt opgedragen de platformen te erkennen onder de door hem bepaalde voorwaarden en de inhoud van de jaarlijkse fiche, de termijn voor het bezorgen ervan, alsook de wijze van indienen ervan te bepalen.
   4. Voor artikel 3 van het ontwerp kan rechtsgrond worden gevonden in artikel 271 van het WIB 92, waarbij de Koning de mogelijkheid wordt geboden om de toepassing van artikel 270 van het WIB 92 uit te breiden, onder de door hem te bepalen voorwaarden, tot de in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het WIB 92 vermelde diverse inkomsten.
   5. Vermits het ontwerp ook bepalingen bevat inzake de erkenningsprocedure, de intrekking van de vergunning en de bekendmaking van de erkenningen en intrekkingen, waarvoor weliswaar geen uitdrukkelijke rechtsgrond voorhanden is, maar die samenhangen met de verleende bevoegdheid om de erkenning te regelen, dient eveneens een beroep te worden gedaan op de algemene uitvoeringsbevoegdheid welke de Koning ontleent aan artikel 108 van de Grondwet, gelezen in samenhang met de rechtsgrondbepaling vermeld in opmerking 3. Vooraan in de aanhef zal derhalve een verwijzing naar die grondwetsbepaling moeten worden toegevoegd.
   Onderzoek van de tekst
   Artikel 1
   6. In het ontworpen artikel 53/1, § 2, 2°, van het KB/WIB 92 wordt melding gemaakt van "een procedure tot faillietverklaring of soortgelijke". Het is evenwel onduidelijk wat met "soortgelijke" precies wordt bedoeld. Daarover ondervraagd, antwoordde de gemachtigde het volgende :
   "Les procédures de réorganisation judiciaire ou de médiation de dettes ne peuvent pas être considérées comme `similaires' à une procédure de faillite, étant donné que la faillite implique une cessation des paiements, là où les deux autres procédures ne concernent qu'un ébranlement du crédit ou des problèmes de liquidité, qui n'aboutissent pas nécessairement à une cessation des paiements. Il faut donc entendre par `similaire', des procédures ouvertes par la cessation des paiements du débiteur, en Belgique (faillite, ou éventuelle autre procédure qui entrerait en vigueur dans le futur) ou à l'étranger".
   Dat is te verduidelijken in de ontworpen bepaling. Eventueel kan worden geschreven "een procedure tot faillietverklaring of analoge procedures van buitenlands recht"(3).
   7. In het ontworpen artikel 53/2, § 1, derde lid, e), van het KB/WIB 92 wordt bepaald dat een uittreksel uit het strafregister van de bestuurders, de zaakvoerders en de personen die bevoegd zijn om de vennootschap of de vzw te verbinden, moet worden gevoegd bij de aanvraag tot erkenning.
   Het opvragen en het inzien van het uittreksel uit het strafregister is evenwel reeds een verwerking van persoonsgegevens(4). Daarvoor moet vooraf een specifieke wetskrachtige bepaling voorhanden zijn waarbij de verwerking wordt toegelaten. Tenzij een dergelijke bepaling zou kunnen worden ingeroepen, dient dit onderdeel, in afwachting van de totstandkoming van een adequate rechtsgrond, te worden weggelaten uit het ontworpen besluit.
   8. In het ontworpen artikel 53/2, § 2, van het KB/WIB 92 klopt de verwijzing naar artikel 90, § 1, eerste lid, van het WIB 92 niet. De gemachtigde beaamde dit :
   "Il s'agit d'une erreur à corriger. Le texte fait référence aux obligations de déclaration et de versement du précompte professionnel, visé à l'article 90, § 1er, alinéa 1er, de l'AR/CIR 92, et non pas du Code des impôts sur les revenus 1992".
   Artikel 5
   9. Volgens artikel 5 van het ontwerp zal de uit te vaardigen regeling toepasselijk zijn "op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2016". Dat spoort met artikel 39, eerste lid, van de programmawet van 1 juli 2016, waaruit blijkt dat de invoeging van 1° bis in artikel 90, eerste lid, van het WIB 92 bij artikel 36, 2°, van dezelfde programmawet van toepassing is op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2016.
   Uit artikel 90, eerste lid, 1° bis, b) en c), van het WIB 92 blijkt echter dat de gunstregeling voor de inkomsten van de deeleconomie slechts van toepassing is als het gaat om diensten die uitsluitend worden verleend in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een erkend elektronisch platform (of een elektronisch platform dat door een overheid wordt georganiseerd) en als de vergoedingen met betrekking tot de diensten enkel door dat platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter zijn betaald of toegekend. Indien het derhalve niet gaat om een elektronisch platform dat door een overheid wordt georganiseerd, is de erkenning van het platform noodzakelijk. Het gegeven dat het ontwerp strekt tot regeling van de erkenning, betekent dat er thans nog geen dergelijke platformen erkend zijn.
   Het lijkt dan ook problematisch in artikel 5 te bepalen dat het besluit van toepassing is op inkomsten die in het verleden zijn betaald of toegekend, namelijk vanaf 1 juli 2016. De regeling leent zich immers niet tot retroactieve toepassing : eerst nadat een platform is erkend, zal het overeenkomsten in de zin zoals bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, b), van het WIB 92 kunnen sluiten en vergoedingen met betrekking tot de diensten verleend in het kader van die overeenkomsten kunnen (laten) betalen of toekennen.
   De griffier,
   G. Verberckmoes
   De voorzitter,
   J. Baert
   Nota's
   (1) Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 "tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992".
   (2) Artikel 90, tweede lid, van het WIB 92 is inmiddels ook aangevuld bij artikel 100 van de wet van 18 december 2016 "tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën".
   (3) Vergelijk bv. met artikel 2, 5° bis, van het WIB 92.
   (4) Zie de definitie van het begrip "verwerking" in artikel 1, § 2, van de wet van 8 december 1992 "tot bescherming van de persoonlijke levens[s]feer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens".

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie