einde

Publicatie : 2014-07-04

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU EN FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN

18 JUNI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 2007 betreffende de bestrijding van de besmettelijke ziekten van de bijen



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de Grondwet, artikel 108;
Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, de artikelen 6, § 1, 7, 8 en artikel 9, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2003;
Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 4, §§ 1 tot 3, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, en § 6, ingevoegd bij de wet van 13 juli 2001, en artikel 5, tweede lid, 13°, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende het toevertrouwen van bijkomende opdrachten aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 2, d);
Gelet op het koninklijk besluit van 7 maart 2007 betreffende de bestrijding van de besmettelijke ziekten van de bijen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 juli 2013;
Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid op 2 januari 2014;
Gelet op het advies nr. 22-2013 van het Wetenschappelijk Comité, ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 20 september 2013;
Gelet op advies 56.000/3 van de Raad van State, gegeven op 7 mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Landbouw,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 maart 2007 betreffende de bestrijding van de besmettelijke ziekten van de bijen, worden de woorden ", varroase bij bijen" opgeheven.
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
"5° Besmette kolonies : de kolonies waarvan in het biologisch materiaal, met name de bijen, het broed, de was of de honing, na laboratoriumonderzoek, besmetting is vastgesteld met één van de ziekteverwekkers bedoeld in artikel 1, evenwel zonder dat deze kolonies klinische symptomen vertoonden;";
2° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt :
"7° Assistent voor de bijenteelt : de persoon aangeduid door het Agentschap om tussen te komen bij de toepassing van de maatregelen van de gezondheidspolitie voorzien in dit besluit. De "Belgische bijenteeltfederatie" en de "Koninklijke Vlaamse Imkersbond" kunnen kandidaten voordragen aan het Agentschap;";
3° de bepaling onder 15° wordt vervangen als volgt :
"15° De Minister : de Minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;";
4° artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de bepalingen onder 16°, 17°, 18° en 19°, luidende :
"16° Officiële dierenarts : dierenarts van het Agentschap;
17° Erkende dierenarts : dierenarts in de zin van artikel 4 van de wet van 28 augustus 1991 betreffende de uitoefening van de diergeneeskunde en het koninklijk besluit van 20 november 2009 betreffende de erkenning van dierenartsen;
18° PCE : Provinciale Controle Eenheid van het Agentschap;
19° Schutkring : een door de officiële dierenarts rond een haard afgebakend gebied, rekening houdend met natuurlijke grenzen en de kenmerken van de beschouwde ziekte.".
Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt in de Nederlandstalige versie vervangen als volgt :
"Art. 3. De assistent voor de bijenteelt volgt jaarlijks een vormingscursus, georganiseerd door de " Belgische bijenteeltfederatie " en/of door de " Koninklijke Vlaamse Imkersbond ", onder toezicht van het Agentschap. Indien deze cursus twee opeenvolgende jaren niet gevolgd wordt door de assistent voor de bijenteelt, wordt zijn aanduiding nietig verklaard.".
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 4. Teneinde het verschijnen of het zich verspreiden van de in artikel 1 bedoelde besmettelijke bijenziekten tegen te gaan, kan de Minister het vervoer, de verkoop, het verhandelen, de verhuring, de lening, de ontlening, de vernietiging, het gratis of onder bezwarende titel afstaan en het tentoonstellen op beurzen en markten van bijen, alsmede van producten en materialen die besmet kunnen zijn, reglementeren of verbieden.".
Art. 5. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Nederlandstalige versie wordt het woord "voortdurend" vervangen door het woord "steeds";
2° in de Nederlandstalige versie worden de woorden "zijn deze gegevens in leesbare en onuitwisbare letters" vervangen door de woorden "zijn deze gegevens leesbaar en in onuitwisbare letters".
Art. 6. In artikel 5bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. Indien een kolonie niet in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 5 en verdacht aangetast is of verdacht besmet is met één van de in artikel 1 genoemde ziekten, gaat het Agentschap over tot monstername en de nodige onderzoeken. Indien het klinisch onderzoek, al dan niet bevestigd door een laboratoriumonderzoek, de aanwezigheid van één van de in artikel 1 genoemde ziekten bevestigt, beveelt het Agentschap de vernietiging van de aangetaste kolonies zonder vergoeding van de imker.";
2° artikel 5bis van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de paragrafen 3 en 4, luidende :
" § 3. Indien een kolonie in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 5 en verdacht aangetast is of verdacht besmet is met één van de in artikel 1 genoemde ziekten, gaat het Agentschap over tot monstername en de nodige onderzoeken. Indien het klinisch onderzoek, al dan niet gepaard gaande met een laboratoriumonderzoek, de afwezigheid van één van de in artikel 1 genoemde ziekten bevestigt, kan de imker de kolonie binnen de achtenveertig uren vanaf de vaststelling terugbrengen naar zijn oorspronkelijke bijenstand.
§ 4. Indien een kolonie die niet in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 5 na onderzoek niet aangetast of besmet blijkt te zijn met één van de in artikel 1 genoemde ziekten, moet de imker deze bijenkast binnen de achtenveertig uur volgens de bepalingen in artikel 5 identificeren. Wordt deze bijenkast niet volgens de bepalingen in artikel 5 geïdentificeerd, mag het Agentschap overgaan tot vernietiging.".
Art. 7. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. Indien het Agentschap een bijenstand verdenkt besmet te zijn met één van de in artikel 1 bedoelde ziekten, kan het een officiële dierenarts of erkende dierenarts, eventueel bijgestaan door een assistent voor de bijenteelt, bevelen een onderzoek in te stellen.".
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende :
"Art. 7bis. Indien de onderzoeken bedoeld in artikel 7 de aanwezigheid van één van de in artikel 1 bedoelde ziekten aantonen, kan het Agentschap een officiële dierenarts of erkende dierenarts, eventueel bijgestaan door een assistent voor de bijenteelt, bevelen een epidemiologisch onderzoek in te stellen.
Het epidemiologisch onderzoek met betrekking tot de uitbraken van één van de in artikel 1 bedoelde ziekten heeft ten minste betrekking op :
1° de duur van de periode waarin de ziekte in de kolonie kon aanwezig zijn vooraleer de ziekte werd vermoed of gemeld;
2° de mogelijke herkomst van de ziekteverwekker in de kolonie en de identificatie van andere kolonies waar bijen aanwezig zijn die door dezelfde bron kunnen geïnfecteerd zijn;
3° de verplaatsingen van bijen en producten ervan waardoor de ziekteverwekker zich binnen en vanuit de betrokken kolonie kon verspreiden.".
Art. 9. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 8. Wanneer zich abnormale sterfte voordoet in zijn bijenkolonies, is de imker ertoe gehouden op eigen initiatief een erkende dierenarts te contacteren die een onderzoek instelt. De erkende dierenarts kan in het kader van het onderzoek een monster opsturen naar het Nationaal referentielaboratorium, een erkende vereniging of een erkend laboratorium.
Indien de erkende dierenarts bij zijn onderzoek één van de in artikel 1 bedoelde ziekten niet kan uitsluiten, moet hij dat onmiddellijk melden aan de officiële dierenarts.
Wanneer het laboratoriumonderzoek één van de in artikel 1 bedoelde ziekten bevestigt, is de verantwoordelijke van het betrokken laboratorium er toe gehouden onmiddellijk de Provinciale Controle Eenheid (PCE) van het Agentschap, van de provincie waar de bijenstand zich bevindt, te verwittigen.".
Art. 10. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen als volgt :
" Als de officiële dierenarts of de erkende dierenarts, eventueel bijgestaan door de assistent voor de bijenteelt, overgaat tot een onderzoek van de bijenkolonies, dan is de imker verplicht zijn medewerking te verlenen en zijn materiaal om de kasten te openen en te onderzoeken in bruikleen te geven.
Elke imker verschaft aan het Agentschap desgevraagd alle inlichtingen wat betreft de geografische plaats van zijn kasten en bijenkolonies, alsook de oorsprong en in voorkomend geval, de bestemming van de bijenkolonies die hij heeft verplaatst en/of verhandeld.".
Art. 11. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 11. Indien de sanitaire toestand het noodzaakt, kan de Minister, in een besmettingszone afgebakend voor één of meerdere ziekten bedoeld bij artikel 1, maatregelen nemen die afwijken van de bepalingen van artikelen 9 en 10.".
Art. 12. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 12. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 10, 13 en 14 zijn de imkers van wie de kolonies door één van de ziekten bedoeld in artikel 1 zijn aangetast of van wie er bijenstanden in de schutkring gelegen zijn, ertoe gehouden alle maatregelen toe te passen die door het Agentschap worden voorgeschreven.
Deze veterinairrechtelijke maatregelen worden onder toezicht van het Agentschap toegepast.".
Art. 13. In artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2009, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt :
"3° de kasten, de ramen en de voorwerpen die besmet kunnen zijn, worden zorgvuldig gereinigd en ontsmet volgens de instructies van het Agentschap.
In het geval dat de bijenkolonies aangetast bevonden worden door Amerikaans vuilbroed mogen de honing en/of de was onder geen enkele vorm teruggegeven worden aan de bijen.
Indien bijenkolonies aangetast bevonden worden door Europees vuilbroed mag de honing onder geen enkele vorm teruggegeven worden aan de bijen. Het was mag enkel teruggegeven worden aan de bijen indien deze was op voorhand gesmolten werd op een temperatuur die meer dan 60° C bedraagt.".
Art. 14. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"De door acariose aangetaste of verdacht aangetaste bijenkolonies mogen aan een diergeneeskundige behandeling worden onderworpen, volgens de instructies van het Agentschap.".
Art. 15. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 16. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Nederlandstalige versie wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
" § 1. Binnen de perken van het daartoe bestemde begrotingsartikel wordt er aan de imker een vergoeding toegekend van 125 euro per bijenkast die bevolkt was met kolonies, verdelgd op bevel van het Agentschap, met uitzondering van bijenkorven in stro.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Het Agentschap kan bevelen dat de verdelging en de ontsmetting in de aanwezigheid van de assistent voor de bijenteelt moet gebeuren.".
Art. 17. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art.19. De georganiseerde bestrijding van bijenziekten wordt ingericht onder leiding van het Agentschap, eventueel bijgestaan door erkende dierenartsen en/of de assistenten voor de bijenteelt.".
Art. 18. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Art. 23. De staalnames, noodzakelijk in het kader van dit besluit, met uitzondering van de staalnames bedoeld in artikel 5bis en artikel 8, zijn ten laste van het Agentschap.".
Art. 19. De minister bevoegd voor Volksgezondheid en de minister bevoegd voor de Veiligheid van de Voedselketen zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 juni 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE


begin

Publicatie : 2014-07-04