J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2012/06/21/2012203832/justel

Titel
21 JUNI 2012. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot instelling van een huurtoelage
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-09-2012 en tekstbijwerking tot 08-09-2017)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 26-09-2012 nummer :   2012203832 bladzijde : 59153   BEELD
Dossiernummer : 2012-06-21/24
Inwerkingtreding : 26-09-2012

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. 1
HOOFDSTUK II. - De toelagen
Art. 2-3
HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden
Art. 4-8
HOOFDSTUK IV. - Indiening, behandeling van de aanvragen en betaling
Art. 9-11
HOOFDSTUK V. - Tenuitvoerlegging
Art. 12
HOOFDSTUK VI. - Verbintenissen en sancties
Art. 13-15
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 16-18

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Minister : de Minister of Staatssecretaris die bevoegd is voor Huisvesting;
  2° Bestuur : [1 de Directie Huisvesting van Brussel Huisvesting van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel]1;
  3° Woning : het gebouw of het deel van het gebouw dat bestemd is als hoofdverblijfplaats van de aanvrager;
  4° Huur : de prijs die maandelijks betaald wordt voor het gebruik van de woning, met uitsluiting van de bedragen verschuldigd krachtens enige bijkomende overeenkomst, zoals deze met betrekking tot de garages, alsook van alle vergoedingen verschuldigd voor leveringen en diensten;
  5° Gezin : de persoon die alleen woont of het geheel van al dan niet verwante personen die in dezelfde woning plegen samen te wonen;
  6° Gemeente : een gemeente of een autonome gemeentelijke regie;
  7° Gezinsinkomen : de samengetelde inkomsten van alle gezinsleden, met uitzondering van die van de kinderen ten laste;
  8° Inkomen : het inkomen zoals dit werd gedefinieerd en vastgesteld bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en door de openbare vastgoedmaatschappijen;
  9° O.C.M.W. : Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn;
  10° Houder van een recht van openbaar beheer : de operator die het in de artikelen 18 en volgende van de Brusselse Huisvestingscode voorziene openbare beheersrecht uitoefent;
  11° Kind ten laste : het kind dat onder aansprakelijkheid van een van de gezinsleden valt die tevens de rechthebbende op de kinderbijslag is. In dit opzicht, dient rekening te worden gehouden met de in een vonnis geacteerde modaliteiten voor de gelijkmatig verdeelde huisvesting bij het ene of het andere gezinslid;
  12° Gehandicapte : de persoon die als gehandicapte wordt beschouwd overeenkomstig artikel 2, 9°, van het besluit van Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van de woningen beheerd door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen.
  ----------
  (1)<BESL 2017-03-31/32, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

  HOOFDSTUK II. - De toelagen

  Art. 2.Binnen de perken van de kredieten die hiertoe in de uitgavenbegroting van [1 de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel]1 zijn ingeschreven, kan een huurtoelage worden toegekend.
  ----------
  (1)<BESL 2017-03-31/32, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

  Art. 3. De huurtoelage dekt het verschil tussen de huurprijs die de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer vraagt en een derde van het maandelijks gezinsinkomen in voorkomend geval verhoogd met een derde van de kinderbijslag. Zij mag evenwel het bedrag van 220 per maand niet overschrijden en is niet verschuldigd indien het bedrag lager ligt dan 15 euro.
  De huurtoelage kan worden aangevraagd bij de aanvang van de huurovereenkomst of terwijl de overeenkomst loopt.

  HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden

  Art. 4. De huurder moet minstens 18 jaar oud of ontvoogd zijn op de dag waarop de aanvraag wordt ingediend.
  Met uitzondering van de kinderen ten laste kan een persoon slechts deel uitmaken van één enkel gezin dat de toelagen aanvraagt of geniet die op grond van dit besluit worden toegekend.
  De huurder of diens gezinsleden mogen geen toelage genieten die toegekend wordt op grond van het besluit van 22 december 2004 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot instelling van een verhuis- en installatietoelage en van een bijdrage in het huurgeld.

  Art. 5. § 1. Het gezinsinkomen dient zich onder volgende bedragen te bevinden :
  - De inkomsten van de alleenstaande huurder mogen niet hoger zijn dan 19.964,74;
  - Voor het gezin van meer dan één persoon dat over één enkel inkomen beschikt, wordt dit bedrag tot 22.183,05 verhoogd;
  - Voor de gezinnen die minstens over twee inkomens beschikken, wordt dit bedrag tot 25.352,08 verhoogd.
  Deze bedragen worden vermeerderd met 1.901,41 per kind ten laste en met 3.802,81 per gehandicapt meerderjarig gezinslid.
  § 2. De inkomsten waarmee rekening wordt gehouden zijn de in artikel 1, 7° van dit besluit bedoelde samengetelde inkomsten die ontvangen werden tijdens het voorlaatste jaar dat het jaar van de aanvraag voorafgaat. In geval van overschrijding van de toelatingsdrempels en indien op het ogenblik van de aanvraag de samengestelde inkomsten zich lager bevinden dan de inkomsten waarmee rekening wordt gehouden, worden de huidige inkomsten in overweging genomen. Het bewijs van inkomsten wordt geleverd door het aanslagbiljet voor de inkomsten van het referentiejaar of door elk bewijsstuk waarvan de lijst door de Minister wordt opgesteld. De inkomsten van het gezinslid huurder dat zijn kandidatuur indient tijdens het jaar voorafgaand aan zijn oppensioenstelling, worden niet in aanmerking genomen in de loop van dat jaar.

  Art. 6. Op het moment van de aanvraag en zolang de huurtoelage hem verschuldigd is, mogen de huurder of diens gezinsleden geen onroerend goed met een woonbestemming of bestemd voor beroepsdoeleinden in volle eigendom, in erfpacht of in vruchtgebruik hebben.

  Art. 7. De woningen waarvoor een huurtoelage kan worden toegekend :
  1. moeten deel uitmaken van het huurwoningenbestand van een gemeente of O.C.M.W. van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of moeten in openbaar beheer zijn genomen in het kader van de artikelen 18 en volgende van de Brusselse Huisvestingscode;
  2. mogen niet het voorwerp hebben uitgemaakt van overheidssteun die de baremisatie van de huurprijzen impliceert tenzij deze woningen ontwikkeld zijn in het kader van de Organieke Ordonnantie van 7 oktober 1993 houdende organisatie van herwaardering van de wijken of de Organieke Ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering;
  3. moeten voldoen aan de normen van het Besluit 4 september 2003 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen.

  Art. 8. De huurtoelage kan enkel worden toegekend voor woningen waarvan de in de huurovereenkomst vermelde maandelijks huurprijs niet meer bedraagt dan de hierna volgende bedragen :
  1. Studio : 397
  2. Appartement met 1 kamer : 461
  3. Appartement met 2 kamers : 532
  4. Appartement met 3 kamers/ Huis met 2 kamers : 647
  5. Appartement met 4 kamers/ Huis met 3 kamers : 763
  6. Appartement met 5 kamers of meer/Huis met 4 kamers of meer : 956.

  HOOFDSTUK IV. - Indiening, behandeling van de aanvragen en betaling

  Art. 9. De huurder richt zijn aanvraag voor een huurtoelage tot de gemeente, het O.C.M.W. van zijn woonplaats of de houder van een recht van openbaar beheer. De gemeente of het O.C.M.W.kan een aanvraag tot principiële beslissing tot het Bestuur richten.

  Art. 10. Bij elke aanvraag dient de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer een dossier in bij het Bestuur dat de volgende bewijsstukken bevat :
  1. Een afschrift van de huurovereenkomst;
  2. Het inkomensbewijs van de huurder alsook van alle meerderjarige leden van het gezin, in de zin van het Ministerieel besluit van 7 december 2001 tot vaststelling van de bewijsstukken voor de inkomsten bij de indiening van een aanvraag voor een sociale woning, met inbegrip van het bedrag van de ontvangen kinderbijslag. De verklaring op eer bepaald in artikel 14 van het Ministerieel besluit van 7 december 2001 wordt slechts toegestaan wanneer het Bestuur na onderzoek oordeelt dat het voor de aanvrager feitelijk onmogelijk is één van de andere documenten voor te leggen die bepaald zijn in dit;
  3. Een verklaring op eer van de huurder alsook van alle volwassen gezinsleden dat aan de in artikel 6 van dit besluit bedoelde voorwaarde van geen eigendom te hebben, voldaan is;
  4. Het aantal maanden waarop de huurtoelage betrekking heeft;
  5. Een gezinssamenstelling die ten vroegste één maand vóór de indiening van de aanvraag is afgeleverd.
  Binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag neemt het Bestuur een principiële beslissing over de aanvraag.
  Deze termijn wordt opgeschort wanneer het Bestuur om bijkomende documenten verzoekt.
  Het recht op een huurtoelage wordt verworven vanaf de verzending van de principebeslissing door de Administratie en dit met terugwerkende kracht op de datum van indiening van de aanvraag van de huurder.
  Kunnen de gevraagde documenten niet worden voorgelegd binnen een termijn van dertig dagen nadat het schrijven is verstuurd, de postdatum geldt als bewijs, dan wordt de aanvraag waarvoor de documenten ontbreken aanzien als ongeldig.

  Art. 11. Elk jaar en uiterlijk tegen 31 januari dient de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer bij het Bestuur een aanvraag in tot terugbetaling van de tijdens het voorgaande jaar toegekende huurverminderingen. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvan het model door de Minister is vastgesteld en dat voor elke toegekende huurvermindering de volgende elementen omvat :
  1. Het soort woning;
  2. De huurprijs op 1 januari van het jaar waarop de toelage betrekking heeft;
  3. De daadwerkelijk door de huurder betaalde huurprijs;
  4. Het geïndexeerde bedrag van de huurtoelage;
  5. Het jaarlijkse gezinsinkomen vermeerderd met een derde van de kinderbijslag op de dag waarop de aanvraag werd ingediend.
  Bij deze aanvraag voegt de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer de inkomensbewijzen waarop zij zich gebaseerd heeft om voor het betreffende jaar het bedrag van de huurvermindering te berekenen.

  HOOFDSTUK V. - Tenuitvoerlegging

  Art. 12. Het bedrag van de door de huurder betaalde huurprijs komt overeen met het in de huurovereenkomst vermelde bedrag waarvan het bedrag van de huurtoelage vermeld in het formulier bedoeld in artikel 11 wordt afgetrokken.

  HOOFDSTUK VI. - Verbintenissen en sancties

  Art. 13. Het genot van de huurtoelage wordt gehandhaafd gedurende de hele looptijd van de huurovereenkomst, zolang de in dit besluit bepaalde toekenningsvoorwaarden vervuld zijn. De huurder dient de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer op de hoogte te brengen van iedere verandering van zijn situatie die invloed kan hebben op de huurtoelage.
  Indien het niet naleven van deze voorwaarden aan de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer te wijten is, zal de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer de huurder in aanmerking blijven doen komen voor de in de huurovereenkomst vermelde huurprijs verminderd met het bedrag van de toelage.
  Ieder jaar tijdens de maand december dient de huurder de inkomensbewijzen van alle meerderjarige gezinsleden over te maken aan de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer, zodat de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer het bedrag kan berekenen van de huurvermindering waarop de huurder recht zal hebben tijdens het komende jaar.
  Kunnen de door de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer gevraagde documenten niet worden voorgelegd binnen een termijn van dertig dagen nadat het schrijven is verstuurd, dan wordt de huurtoelage geschorst tot de maand volgend op de maand tijdens dewelke de betreffende documenten worden ingediend.

  Art. 14. In geval van onjuiste aangifte door de huurder wordt de aanvraag nietig verklaard en mag de gemeente, het O.C.M.W. of de houder van een recht van openbaar beheer geen nieuwe aanvraag meer indienen voor dezelfde woning voor dezelfde huurder of een lid van diens gezin.

  Art. 15. De bedragen vermeld in de artikelen 5, § 1, en 8 van dit besluit zijn gekoppeld aan de in artikel 1728bis, § 1, lid 4, van het Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoegd door artikel 16 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bedoelde index. Zij worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december voorafgaand aan de aanpassing.

  HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 16. 1° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 maart 2008 tot instellen van een huurtoelage wordt opgeheven.
  2° Bij wijze van overgangsmaatregel, blijft het in 1° van dit artikel bedoelde besluit van toepassing op de aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

  Art. 17. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 18. De Minister bevoegd voor Huisvesting wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 21 juni 2012.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
De Minister-President, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid, Ontwikkelingssamenwerking en Bevordering van het nationale en internationale Imago van Brussel,
Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting,
Mevr. E. HUYTEBROECK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, gewijzigd bij ordonnantie van 20 juli 2011, inzonderheid op de artikelen 131, 134 en 135;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 maart 2008 tot instelling van een huurtoelage;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 november 2011;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting gegeven op 8 december 2011;
   Gelet op het advies van de Adviesraad voor Huisvesting, gegeven op 8 februari 2012;
   Gelet op advies 51,180/3 van de Raad van State, gegeven op 8 mei 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voordracht van de Minister bevoegd voor Huisvesting;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 31-03-2017 GEPUBL. OP 08-09-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie