J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Errata Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2009/06/04/2009031351/justel

Titel
4 JUNI 2009. - Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de procedures voor de programmering en de erkenning van de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen die tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-06-2009 en tekstbijwerking tot 13-06-2019)

Bron : GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE
Publicatie : 12-06-2009 nummer :   2009031351 bladzijde : 41617       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2009-06-04/02
Inwerkingtreding : 01-07-2009

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
Art. 2, 2bis, 3-4
HOOFDSTUK III. - Vergunning voor werken
Art. 5-6
HOOFDSTUK IV. - Voorlopige werkingsvergunning
Art. 7-9
HOOFDSTUK V. - Erkenning
Art. 10-14
HOOFDSTUK VI. - Vernieuwing van de erkenning en overname van een erkende voorziening
Art. 15-17
HOOFDSTUK VII. - Weigering en intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning
Art. 18-20
HOOFDSTUK VIII. - Sluiting
Art. 21-25
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen
Art. 26-31
BIJLAGEN.
Art. N1-N5

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1°"Ordonnantie" : de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen;
  2° "Voorziening" : elke voorziening voor opvang en huisvesting van bejaarde personen, bedoeld in artikel 2, 4°, van de ordonnantie, met uitzondering van de rust- en verzorgingsbedden, bedoeld bij c), en de centra voor dagverzorging, bedoeld bij d), voor wat betreft de hoofdstukken II, IV, V, VI, VII, VIII et IX;
  3° "Ministers" : de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen;
  4° "Ambtenaren" : de ambtenaren, stagiairs en contractuele personeelsleden van het Bestuur aangesteld voor de inspectiedienst;
  5° "Afgevaardigde van de Ministers" : de Leidend Ambtenaar van het Bestuur.

  HOOFDSTUK II. - Specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie

  Art. 2. De in artikel 7, § 1, eerste lid, van de ordonnantie, bedoelde specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie wordt, mits inachtneming van de bepalingen van bedoeld artikel, door de Ministers toegekend.

  Art. 2bis. [1 De inrichtingen die uitsluitend behoorden tot de ene of de andere gemeenschap en op datum van 1 januari 2015 een principieel akkoord genoten dat was toegekend door een bevoegde overheid, en aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie hebben te kennen gegeven dat ze wegens hun organisatie niet meer uitsluitend behoorden tot de ene of de andere gemeenschap, worden voor de toepassing van de ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, gelijkgesteld met inrichtingen die beschikken over een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, van de ordonnantie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2019-05-23/09, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  

  Art. 3. Overeenkomstig artikel 7, § 1, tweede lid, van de ordonnantie, wordt bij de aanvraag van een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie een beschrijvend dossier gevoegd. Dit dossier bevat de volgende gegevens :
  1° indien de beheerder van de voorziening een privaatrechtelijke rechtspersoon is, een afschrift van zijn statuten, opgesteld in het Nederlands en het Frans, alsmede een beschrijving van zijn eigendoms- en financiële structuur;
  2° het institutioneel project, houdende onder meer de door de voorziening nagestreefde kwalitatieve doeleinden;
  3° de in artikel 1, 2°, bedoelde categorie(ën) van de bedden of de plaatsen die men in gebruik wens te nemen;
  4° het aantal bedden of plaatsen dat men in gebruik wens te nemen evenals de datum waarop dit zou geschieden;
  5° de oorsprong van de bedden of de plaatsen die men in gebruik wenst te nemen.
  In voorkomend geval zal een afschrift van de overeenkomst van overdracht van de bedden of de plaatsen worden bijgevoegd.
  De overdracht van bedden en plaatsen gebeurt conform artikel 4.
  6° wanneer het een aanvraag tot uitbreiding van de opvang- of huisvestingscapaciteit van een erkende voorziening betreft, het aantal op 1 januari van het jaar van de indiening van de aanvraag bestaande en erkende bedden of plaatsen en, derhalve, het aantal bedden of plaatsen waarover de voorziening in de toekomst zou beschikken;
  7° in voorkomend geval, een document dat aantoont dat, ofwel de in gebruik genomen bedden of plaatsen bestaande bedden of plaatsen vervangen of een vermindering betekenen van het voorheen bestaande aantal bedden of plaatsen, ofwel de ingebruikneming ervan gepaard gaat met een vermindering in een andere gelijkaardige voorziening van minstens een gelijk aantal bedden, ofwel de ingebruikneming ervan de omzetting is van rusthuisbedden in bedden voor kortverblijf.
  De onder 3° tot 7° bedoelde inlichtingen dienen door middel van de in bijlagen I en II bij dit besluit gevoegde tabellen te worden geleverd.

  Art. 4. Bij de overdracht van geprogrammeerde of erkende bedden of plaatsen wordt, minstens drie maanden vóór de door de contractanten voorziene datum voor het effectief worden van de overdracht, een kopie van het voorstel van overdrachtsovereenkomst dat tussen de partijen gesloten is alsmede een aanvraag van vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, bedoeld in artikel 2, aan de Ministers toegestuurd.
  Het personeel en in voorkomend geval de bejaarde personen worden binnen dezelfde termijn hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
  Het voorstel van overeenkomst vermeldt het voorwerp ervan, de identiteit van de partijen, het aantal bedden of plaatsen dat het voorwerp van de overdracht uitmaakt, de toekomstige geografische plaatsing van de bedden of plaatsen, de datum van het effectief worden van de overeenkomst, de financiële elementen om de uitvoerbaarheid van het voorstel te beoordelen en de mate waarin de overdracht de programmering die voorzien is in artikel 4 en, in voorkomend geval, artikel 32, 2°, van de ordonnantie, naleeft.
  De overdracht van bedden of plaatsen onder bezwarende titel is slechts toegestaan indien de overgedragen bedden of plaatsen verworven zijn door de onder bezwarende titel afstanddoende beheerder. De afstanddoende beheerder levert het bewijs.
  Ingevolge de overdracht van bedden mag de voorziening niet meer dan 200 bedden uitbaten;

  HOOFDSTUK III. - Vergunning voor werken

  Art. 5. De in artikel 10, § 1, eerste lid, van de ordonnantie, bedoelde vergunning voor werken wordt, mits inachtneming van de bepalingen van bedoeld artikel, door de Ministers toegekend.

  Art. 6. Overeenkomstig artikel 10, § 1, tweede lid, van de ordonnantie, wordt bij de aanvraag tot vergunning voor werken een beschrijvend dossier gevoegd. Dit dossier bevat de volgende gegevens :
  1° het aantal bedden of plaatsen waarvoor een aanvraag tot vergunning voor werken wordt ingediend;
  2° de aard van de voorziene werken : bouw- (nieuwbouw, herbouw of uitbreiding), verbouwings- of aanpassingswerken;
  3° een algemeen plan van vestiging en plannen van de verschillende verdiepingen, die de verschillende lokalen aanduiden, hun afmetingen en bestemmingen, alsmede, in voorkomend geval, het aantal bedden per kamer;
  4° een document dat bewijst dat op het einde van de werken, de voorziening aan de door de erkenningsnormen vereiste aanpassings- en uitrustingsvoorwaarden zal voldoen, overeenkomstig artikel 11, § 1, vijfde lid, 7°, van de ordonnantie, en door de bepalingen van zowel de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen als het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21 november 2006 tot goedkeuring van de Titels I tot VIII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, van toepassing op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  5° wanneer de aanvraag tot werken niet samen met een aanvraag van een in artikel 2 bedoelde specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie wordt ingediend, een afschrift van de toegekende specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie.

  HOOFDSTUK IV. - Voorlopige werkingsvergunning

  Art. 7. De voorlopige werkingsvergunning, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de ordonnantie, wordt door de Ministers verleend, overeenkomstig de artikelen 8 en 9.

  Art. 8. Om ontvankelijk te zijn, dient de aanvraag tot erkenning van de voorziening vergezeld te zijn van een beschrijvend dossier. Dit dossier dient de volgende gegevens te bevatten :
  1° de vergunning, bedoeld in artikel 2;
  2° indien de beheerder van de voorziening een privaatrechtelijke rechtspersoon is, een afschrift van de statuten, opgesteld in het Nederlands en het Frans, indien wijzigingen eraan gebracht werden sinds het indienen van het in artikel 3 beschrijvend dossier;
  3° een nota met vermelding van de naam van de beheerder en de directeur van de voorziening; dit stuk wordt door de betrokkenen ondertekend;
  4° plannen van de verschillende verdiepingen, die de verschillende lokalen aanduiden, hun afmetingen en bestemmingen, alsmede, in voorkomend geval, het aantal bedden per kamer;
  5° een, conform de bijlage III bij dit besluit, behoorlijk ondertekend en gedateerd attest van de burgemeester van de gemeente waar de voorziening is gelegen, waaruit moet blijken of voldaan wordt aan de normen inzake brandveiligheid; dit attest wordt opgemaakt op basis van een door de brandweerdienst uitgebracht verslag over de brandveiligheid van de voorziening.
  Het attest en het verslag mogen niet ouder zijn dan zes maanden op het tijdstip van de indiening van beschrijvend dossier;
  6° een bewijs van goed zedelijk gedrag van de beheerder en de directeur, dat niet ouder is dan één maand op het tijdstip van de indiening van beschrijvend dossier. Wanneer het een bestaande voorziening betreft, zullen eveneens bewijzen worden ingediend voor alle tijdens het vorige kwartaal in dienst zijnde personeelsleden;
  7° een ontwerp van leefproject, bedoeld in artikel 2, 10°, van de ordonnantie;
  8° de ontwerpen van huishoudelijk reglement en van modelovereenkomst;
  9° de behoorlijk ingevulde en ondertekende vragenlijst voor identificatie van de voorziening, afgegeven door het Bestuur;
  10° een afschrift van kennisgeving van de toepassing van de werkelijke prijzen, gedaan aan de Prijzendienst van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  11° a) wanneer het een bestaande voorziening betreft : de lijst van het personeel met naam, kwalificatie en inschrijvingsnummer, alsmede de werkelijke gepresteerde arbeidsduur tijdens het vorige kwartaal;
  b) wanneer het een voorziening betreft die voor de eerste keer wordt geëxploiteerd : de verbintenis om te voldoen aan de normen inzake personeel, op grond van het aantal bejaarde personen, en om driemaandelijks aan het Bestuur de lijst over te zenden van het tewerkgestelde personeel met naam, kwalificatie en inschrijvingsnummer, alsmede de arbeidsduur per week.
  De afgevaardigde van de Ministers meldt de ontvangst van het beschrijvend dossier binnen vijftien dagen na de ontvangst ervan en geeft aan dat het volledig is of niet en, in dit geval, welke bijkomende gegevens nog dienen te worden ingediend binnen een maximum termijn van zes maanden.

  Art. 9. Binnen zestig dagen na ontvangst van het in artikel 8 bedoelde volledig beschrijvend dossier, wordt de voorlopige werkingsvergunning door de Ministers toegekend en aan de beheerder meegedeeld.
  Indien het beschrijvend dossier niet binnen de in artikel 8, tweede lid, gestelde termijn werd vervolledigd, wordt ze geweigerd, overeenkomstig artikel 18.

  HOOFDSTUK V. - Erkenning

  Art. 10. Tijdens de duur van de voorlopige werkingsvergunning, gaan de ambtenaren na of de voorziening werkt overeenkomstig alle normen waaraan moet worden voldaan.

  Art. 11. Samen met het toesturen aan de afdeling van de aanvraag om erkenning, vergezeld van het beschrijvend dossier, waarvan sprake in artikel 8, en van de conclusies van het onder artikel 10 bedoelde onderzoek, delen de Ministers of hun afgevaardigde deze conclusies mee aan de beheerder en de directeur van de voorziening. Deze beschikken over tien dagen, te rekenen van de ontvangst van de conclusies, om hun opmerkingen bij het Secretariaat van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie te doen toekomen. Een afschrift van deze opmerkingen wordt aan de Ministers toegestuurd.

  Art. 12. Samen met de overzending aan de Ministers van het advies van de afdeling, deelt het Bestuur dit advies mee aan de beheerder en de directeur van de voorziening. Deze beschikken over tien dagen, te rekenen van de ontvangst van het advies, om hun opmerkingen aan de Ministers te doen geworden.

  Art. 13. De in artikel 11, § 1, tweede lid, van de ordonnantie, bedoelde erkenning wordt, mits inachtneming van de bepalingen van bedoeld artikel, door de Ministers toegekend en aan de beheerder meegedeeld
  Zo niet wordt ze geweigerd, overeenkomstig artikel 18.

  Art. 14. Voor de toepassing van artikel 16 van de ordonnantie, dienen de betrokken gegevens onverwijld aan de Ministers of aan het Bestuur meegedeeld.

  HOOFDSTUK VI. - Vernieuwing van de erkenning en overname van een erkende voorziening

  Art. 15. § 1. Met het oog op de vernieuwing van de erkenning wordt door het Bestuur uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de erkenning een vragenlijst voor identificatie aan de beheerder en directeur van de voorziening toegezonden. Deze vragenlijst, behoorlijk ingevuld en ondertekend, dient binnen de zestig dagen na ontvangst te worden teruggestuurd, samen met een beschrijvend dossier dat volgende gegevens bevat :
  1° die welke bedoeld zijn in artikel 8, 2°, 6°, 10° en 12°;
  2° die welke bedoeld zijn in artikel [8, 4° en 7°], indien er wijzigingen werden aangebracht;<Erratum, B.St. 06-10-2010, p. 60310>
  3° een nieuw attest inzake brandveiligheid indien :
  a) het vorige attest meer dan zes jaar oud is of bemerkingen bevatte;
  b) aan de gebouwen of de uitrustingen veranderingen werden aangebracht die de veiligheid in de inrichting kunnen bedreigen.
  De afgevaardigde van de Ministers meldt de ontvangst van het beschrijvend dossier binnen vijftien dagen na de ontvangst ervan en geeft aan dat het volledig is of niet en, in dit geval, welke bijkomende gegevens nog dienen te worden ingediend binnen een maximum termijn van zes maanden.
  § 2. Wanneer volledig aan de in § 1 bepaalde voorwaarden is voldaan, wordt de bestaande erkenning voorlopig verlengd tot de Ministers een beslissing hebben genomen.

  Art. 16. De artikelen 10 tot 13 zijn van overeenkomstige toepassing op de procedure tot vernieuwing van de erkenning.

  Art. 17. Bij de overname van een erkende voorziening wordt, minstens drie maanden vóór de door de contractanten voor de overname voorziene datum, samen met een in artikel 2 bedoelde aanvraag van specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, een afschrift van de door medecontractanten gesloten overeenkomst betreffende deze overname aan de Ministers toegestuurd voordat de overname uitwerking heeft. De bejaarde personen en het personeel worden, binnen dezelfde termijn, hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
  Bij de overname van alle of gedeelte van de aandelen van een erkende voorziening wordt, minstens drie maanden vóór de door de contractanten voor deze overname voorziene datum, samen met een in artikel 5 bedoelde aanvraag tot erkenning, een afschrift van de door medecontractanten gesloten overeenkomst betreffende deze overname aan de Ministers toegestuurd voordat de overname uitwerking heeft. De bejaarde personen en het personeel worden, binnen dezelfde termijn, hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

  HOOFDSTUK VII. - Weigering en intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning

  Art. 18. Indien uit de in de artikelen 10 of 16 bedoelde onderzoeken blijkt dat de erkenningsnormen geheel of gedeeltelijk niet worden nageleefd of indien de door de artikelen 8, tweede lid, en 15, § 1, tweede lid, voorziene termijnen niet worden nageleefd, betekenen de Ministers een voorstel van weigering van de voorlopige werkingsvergunning, de erkenning of de vernieuwing van de erkenning aan de beheerder en sturen er een afschrift van naar de directeur en de afdeling.

  Art. 19. Wanneer, gedurende haar voorlopige werkingsvergunning of erkenning, een voorzieninging geheel of gedeeltelijk niet meer voldoet aan de erkenningsnormen, brengen de Ministers een voorstel tot intrekking ervan ter kennis van de beheerder van de voorziening en sturen zij een afschrift ervan naar de directeur en de afdeling.

  Art. 20. In de gevallen bedoeld in de artikelen 18 en 19 deelt de afdeling binnen vijftien dagen aan de beheerder de datum mee waarop zij de zaak zal onderzoeken; zij nodigt hem uit om haar, uiterlijk twee werkdagen vóór voormelde datum, een verweerschrift toe te sturen en voor haar te verschijnen, in voorkomend geval bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat of door een derde die houder is van een bijzondere volmacht. Tezelfdertijd stuurt de beheerder een afschrift van zijn verweerschrift aan de Ministers.
  De afdeling onderzoekt het voorstel tot weigering of intrekking van voorlopige werkingsvergunning of erkenning, ongeacht het gevolg dat door de beheerder aan de uitnodiging tot verschijnen wordt gegeven, en deelt haar advies aan de Ministers mee binnen de zestig dagen na de mededeling van het voorstel.
  De beslissing van de Ministers houdende weigering of intrekking van voorlopige werkingsvergunning of erkenning wordt ter kennis gebracht van de beheerder, de burgemeester en de Procureur des Konings en, ter kennisgeving, naar de directeur gestuurd.

  HOOFDSTUK VIII. - Sluiting

  Art. 21. Onverminderd artikel 17, § 1, tweede lid, van de ordonnantie, heeft de beslissing van de Ministers houdende weigering of intrekking van de voorlopige werkingsvergunning of de erkenning, de sluiting van de betrokken voorziening tot gevolg negentig dagen na haar kennisgeving.

  Art. 22. De beheerder moet de bejaarden of hun vertegenwoordigers alsmede het personeel op de hoogte brengen van de ministeriële beslissing tot weigering of intrekking van voorlopige werkingsvergunning of erkenning alsmede van de gevolgen van de sluiting van de voorziening en moet op de gevel van de voorziening een bericht, conform het in bijlage IV bij dit besluit gevoegde model, zichtbaar aanplakken met de datum waarop de bejaarden de voorziening moeten hebben verlaten.

  Art. 23. Hoofdstuk VII en de artikelen 21 en 22 zijn van toepassing op de procedure tot sluiting van een voorziening geëxploiteerd zonder een voorlopige werkingsvergunning of een erkenning te hebben verkregen.

  Art. 24. § 1. Wanneer de Ministers, om redenen van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake volksgezondheid of veiligheid onmiddellijk de voorlopige sluiting van een voorziening bevelen, overeenkomstig artikel 17, § 2, van de ordonnantie, geven zij hiervan kennis aan de beheerder die voor de onmiddellijke evacuatie van de bejaarden moet zorgen alsmede de burgemeester en de procureur des Konings. Bovendien plakt hij zichtbaar op de gevel van de voorziening een bericht aan, conform het in bijlage V bij dit besluit gevoegde model;. in voorkomend geval, zorgt de burgemeester voor deze aanplak.
  De afdeling wordt gelijktijdig verwittigd van de in het eerste lid bedoelde beslissing.
  § 2. De afdeling deelt binnen vijftien dagen aan de beheerder de datum mee waarop de zaak zal worden onderzocht en nodigt hem uit om zijn opmerkingen te maken, uiterlijk twee werkdagen vóór voormelde datum, en voor haar te verschijnen, in voorkomend geval bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat of door een derde die houder is van een bijzondere volmacht.
  De afdeling beraadslaagt en beslist binnen dertig dagen nadat zij door de Ministers is geadieerd, ongeacht het gevolg dat aan de uitnodiging tot verschijnen wordt gegeven; zij bezorgt binnen vijftien dagen haar advies aan de Ministers die binnen dertig dagen na ontvangst van het advies definitief over de sluiting van de voorziening beslissen.

  Art. 25. Indien de beheerder van een voorziening de vrijwillige sluiting beslist van de voorziening, wordt deze beslissing meegedeeld aan de Ministers drie maanden vóór zij uitwerking heeft.
  Een afschrift van deze beslissing wordt binnen dezelfde termijn aan de bejaarde personen en aan het personeel toegestuurd.

  HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen

  Art. 26. Wanneer de beslissing tot weigering of tot intrekking van voorlopige werkingsvergunning of erkenning of tot sluiting definitief is geworden, wordt ze in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  Dit bericht moet de datum van de sluiting van de voorziening vermelden.

  Art. 27. Overeenkomstig artikel 133, eerste lid, van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, gewijzigd bij de wet van 27 mei 1989, is de burgemeester belast met de uitvoering van de besluiten waarbij een voorlopige werkingsvergunning of erkenning wordt ingetrokken of een voorziening wordt gesloten; daartoe neemt hij alle noodzakelijke maatregelen.

  Art. 28. § 1. De aanvraag tot specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, tot vergunning voor werken en tot erkenning, de betekeningen alsmede de procedurehandelingen geschieden bij een ter post aangetekende brief.
  § 2. De termijn waarover de partijen beschikken gaat in met de dag van ontvangst van het schrijven.
  Zo de geadresseerde het schrijven weigert gaat de termijn in met de dag van de weigering.
  De datum van het postmerk heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst of voor de weigering.
  Zo de geadresseerde langs de post niet werd bereikt, zendt het Bestuur het schrijven over langs administratieve weg. De aangezochte burgemeester treft de nodige maatregelen om het schrijven aan de geadresseerde te doen geworden en stelt het Bestuur hiervan in kennis.
  § 3. De dag van de akte die het uitgangspunt is van de termijn wordt niet in deze termijn begrepen.
  De vervaldag wordt in de termijn gerekend. Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.

  Art. 29. Worden opgeheven :
  1° artikel 3 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 28 maart 1991 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de rustoorden voor bejaarden;
  2° het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 7 oktober 1993 tot vaststelling van de procedure betreffende de voorlopige werkingsvergunning, de erkenning, de weigering en de intrekking van de erkenning en de sluiting van de inrichtingen die bejaarden huisvesten;
  3° het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 13 mei 2001 tot invoering van een moratorium op de opening van nieuwe bedden in rusthuizen.

  Art. 30. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2009.

  Art. 31. De Ministers zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
  

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Overdracht van bedden of plaatsen
  I. Voorziening waar bedden of plaatsen worden gesloten
  Naam : . . . . .
  

  
  
  
Type d'établissement - Type van voorzieningNombre actuel de lits ou places agréés - Huidig aantal erkende bedden of plaatsenNombre actuel de lits ou places sous autorisation de mise en service et d'exploitation
  - Huidig aantal bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
  
Capacité actuelle de l'établissement - Huidige capaciteit van de voorzieningNombre de lits ou places agréés cédés - Aantal overgedragen erkende bedden of plaatsen
  
Nombre de lits ou places sous autorisation de mise en service et d'exploitation cédés - Aantal overgedragen bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
  
Total des lits ou places cédés - Totaal van de overgedragen bedden of plaatsenNouvelle capacité prévue de l'établissement, après cession des lits ou places - Nieuwe voorziene capaciteit van de voorziening, na overdracht van de bedden of plaatsen
  
   (4)  (7)(8)
  
(1)(2)(3)= (2) + (3)(5)(6)= (5) + (6)= (4) - (7)
  
Habitations pour personnes âgées Woningen voor bejaarden      
  
Résidences-service Service-residenties (Ord. 14/04/2008, art. 2, 4°, b), à)       
  
Maisons de repos Rusthuizen      
  
Centres d'accueil de jour Centra voor dagopvang      
  
Centres d'accueil de nuit
  Centra voor nachtopvang
      
  
Courts séjours Kortverblijven      


  II. Voorziening waar bedden of plaatsen worden geopend
  Naam : . . . . .
  

  
  
  
Type d'établissement
  - Type van voorziening
Nombre actuel de lits ou places agréés
  - Huidig aantal erkende bedden of plaatsen
Nombre actuel de lits ou places sous autorisation de mise en service et d'exploitation
  - Huidig aantal bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
  
Capacité actuelle de l'établissement
  -
  Huidige capaciteit van de voorziening
Nombre de lits ou places pour lesquels une autorisation de mise en service et d'exploitation est demandée
  - Aantal bedden of plaatsen waarvoor een vergunning tot ingebruikneming en exploitatie wordt aangevraagd
  
Nombre futur de lits ou places sous autorisation de mise en service et d'exploitation
  - Toekomstig aantal bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
  
Future capacité de l'établissement
  -
  Toekomstige capaciteit van de voorziening
  
   (4) (6)(7)
  
(1)(2)(3)= (2) + (3)(5)= (3) + (5)= (2) + (6)
  
Habitations pour personnes âgées
  Woningen voor bejaarden
     
  
Résidences-service Service-residenties (Ord. 14/04/2008, art. 2, 4°, b), a)      
  
Maisons de repos Rusthuizen     
  
Centre d'accueil de jour Centra voor dagopvang     
  
Centre d'accueil de nuit Centra voor nachtopvang     
  
Courts séjours
  Kortverblijven
     


  

  
  
  
Vu pour être annexé à l'arrêté du Collège réuni de la Commission communautaire commune du 4 juin 2009 fixant les procédures de programmation et d'agrément des établissements d'accueil ou d'hébergement pour personnes âgées relevant de la Commission communautaire commune. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 4 juni 2009 tot vaststelling van de procedures voor de programmering en de erkenning van de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen die tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren.
  
Pour le Collège réuni : Voor het Verenigd College :
  
Les Membres du Collège réuni, compétents pour la politique d'Aide aux Personnes, De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan Personen,
  
E. HUYTEBROECK P. SMET


  

  Art. N2.Bijlage 2. <Erratum, zie B.St. 19-06-2009, p. 43081-43083>
  

  
  
  
Type d'établissement
  -
  Type van voorziening
Nombre actuel de lits ou places agréés
  -
  Huidig aantal erkende bedden of plaatsen
Nombre actuel de lits ou places sous autorisation de mise en service et d'exploitation
  - Huidig aantal bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
  
Capacité actuelle de l'établissement
  -
  Huidige capaciteit van de voorziening
Nombre de lits ou places agréés à reconvertir
  - Aantal om te schakelen erkende bedden of plaatsen
Nombre de lits ou places sous autorisation de mise en service et d'exploitation à reconvertir
  - Aantal om te schakelen bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie
  
Total des lits ou places à reconvertir -
  Totaal van de om te schakelen bedden of plaatsen
  
   (4)  (7)
  
(1)(2)(3)= (2) + (3)(5)(6)= (5) + (6)
  
Habitations pour personnes âgées
  Woningen voor bejaarden
     
  
Résidences-service Service-residenties (Ord. 14/04/2008, art. 2, 4°, b), a)      
  
Maisons de repos Rusthuizen     
  
Centres d'accueil de jour
  Centra voor dagopvang
     
  
Centres d'accueil de nuit Centra voor nachtopvang     
  
Courts séjours Kortverblijven     


  

  
  
  
Type d'établissement
  -
  Type van voorziening
Nombre de lits ou places reconvertis -
  Aantal omgeschakelde bedden of plaatsen
Nombre futur de lits ou places agréés, suite à la reconversion
  - Toekomstig aantal bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, ingevolge de omschakeling
  
Nombre futur de lits ou places sous autorisation de mise en service et d'exploitation, suite à la reconversion
  - Toekomstig aantal bedden of plaatsen onder vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, ingevolge de omschakeling
  
Future capacité de l'établissement
  - Toekomstige capaciteit van de voorziening
  
  (9)(10)(11)
  
 (8)= (2) - (5)= (3) + (8)= (9) + (10)
  
Habitations pour personnes âgées Woningen voor bejaarden   
  
Résidences-service
  Service-residenties (Ord. 14/04/2008, art. 2, 4°, b), à)
   
  
Maisons de repos
  Rusthuizen
   
  
Centre d'accueil de jour
  Centra voor dagopvang
   
  
Centre d'accueil de nuit
  Centra voor nachtopvang
   
  
Courts séjours
  Kortverblijven
   


  

  
  
  
Vu pour être annexé à l'arrêté du Collège réuni de la Commission communautaire commune du 4 juin 2009 fixant les procédures de programmation et d'agrément des établissements d'accueil ou d'hébergement pour personnes âgées relevant de la Commission communautaire commune. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 4 juni 2009 tot vaststelling van de procedures voor de programmering en de erkenning van de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen die tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren.
  
Pour le Collège réuni : Voor het Verenigd College :
  
Les Membres du Collège réuni, compétents pour la politique d'Aide aux Personnes, De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan Personen,
  
E. HUYTEBROECK P. SMET



  Art. N3. Bijlage 3. - Getuigschrift van de burgemeester
  De ondergetekende . . . . ., burgemeester van de gemeente (stad) . . . . . verklaart hierbij dat de voorziening voor opvang of huisvesting van bejaarde personen, genaamd . . . . . en gelegen . . . . .
  A. a. beantwoordt aan de normen inzake brandveiligheid toepasselijk op de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen die tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren, voor de opvang of de huisvesting van maximaal ............. bejaarde personen, verspreid over .............. niveaus;
  B. b. niet beantwoordt aan de normen inzake brandveiligheid toepasselijk op de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen die tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren, wat de volgende punten betreft :
  . . . . .
  . . . . .
  . . . . .
  (voortzetting van de exploitatie)
  a) Om die redenen zou de ( . . . . . )
  (exploitatie ....... )
  van de voorziening niet (langer) moeten worden toegestaan.
  Die redenen vormen nochtans geen indernis voor
  (voortzetting van de exploitatie)
  de ( . . . . . ) van de voor-
  (exploitatie ........................ )
  ziening voor de opvang of de huisvesting van maximaal ........ . . . . . bejaarde personen, verspreid over . . . . . .. niveaus.
  Die tekortkomingen moeten evenwel worden verholpen binnen een termijn van . . . . .
  Wanneer de voorziening aan voornoemde punten heeft voldaan en de uitvoering ervan is gecontroleerd, zal zij aan de reglementaire veiligheidsnormen opgelegd aan de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen die tot de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren, beantwoorden.
  a) en b) : het onnodige schrappen
  De burgemeester,
  (datum en handtekening)
  

  Art. N4. Bijlage 4. - Bericht van sluiting
  Bij hun beslissing d.d. . . . . . hebben de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan Personen, vanaf . . . . . de voorlopige werkingsvergunning/de erkenning ingetrokken (of geweigerd) van de voorziening voor opvang en huisvesting van bejaarde personen, genoemd . . . . . . . . . . (in hoofdletters), gelegen . . . . . . . . . .
  Derhalve :
  1. mag de voorziening geen nieuwe bewoners meer opnemen;
  2. zullen alle op heden opgenomen bewoners tegen . . . . . ., datum van haar definitieve sluiting, de voorziening moeten hebben verlaten.
  De Beheerder,
  

  Art. N5. Bijlage 5. - Bericht van onmiddellijke sluiting
  Bij hun beslissing d.d. . . . . . hebben de Leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen, vanaf . . . . . ., bij wijze van overgangsmaatregel, de onmiddellijke sluiting voor redenen van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake volksgezondheid of veiligheid van de voorziening voor opvang en huisvesting van bejaarde personen, genoemd . . . . . (in hoofdletters), gelegen . . . . ., beslist.
  Derhalve :
  1. mag de voorziening geen nieuwe bewoners meer opnemen;
  2. moeten alle op heden opgenomen bewoners onmiddellijk de voorziening verlaten.
  Alle bijkomende inlichting kan worden bekomen op telefoonnummer.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 4 juni 2009.
Voor het Verenigd College :
De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan Personen,
P. SMET

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Verenigd College,
   Gelet op de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen, de artikelen 6, tweede lid, 7, § 1, tweede lid, 10, § 1, tweede lid, 12, eerste en zesde lid, 13, eerste lid, 14 en 18;
   Gelet op het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 28 maart 1991 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de rustoorden voor bejaarden, artikel 3;
   Gelet op het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 7 oktober 1993 tot vaststelling van de procedure betreffende de voorlopige werkingsvergunning, de erkenning, de weigering en de intrekking van de erkenning en de sluiting van de inrichtingen die bejaarden huisvesten;
   Gelet op het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 13 mei 2001 tot invoering van een moratorium op de opening van nieuwe bedden in rusthuizen;
   Gelet op het advies van de afdeling instellingen en inrichtingen voor bejaarde personen van de Commissie voor Welzijnszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, gegeven op 22 december 2008;
   Gelet op het advies 46.402/3, gegeven op 12 mei 2009 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen;
   Na beraadslaging,
   Besluit :
Errata Tekst Begin

originele versie
2009031368
PUBLICATIE :
2009-06-19
bladzijde : 43081

Erratum


originele versie
2010031442
PUBLICATIE :
2010-10-06
bladzijde : 60310

Rechtzettingen


Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 23-05-2019 GEPUBL. OP 13-06-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 2bis)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Errata Franstalige versie