J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2008/04/29/2008021045/justel

Titel
29 APRIL 2008. - Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en werkwijze van de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten.

Bron :
KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER.BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 08-05-2008 nummer :   2008021045 bladzijde : 24362       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2008-04-29/33
Inwerkingtreding : 08-05-2008

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1994000358       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definitie.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Samenstelling en Mandaat.
Art. 2-6
HOOFDSTUK III. - Zetel en werking.
Art. 7-19
HOOFDSTUK IV. - Werkingskosten, presentiegeld, reis- en verblijfkosten.
Art. 20-22
HOOFDSTUK V. - Opheffings- en slotbepalingen.
Art. 23-25

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definitie.

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de Commissie : de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten.

  HOOFDSTUK II. - Samenstelling en Mandaat.

  Art. 2. Er wordt een Commissie opgericht die uit twee afdelingen bestaat : een afdeling openbaarheid van bestuur en een afdeling hergebruik van bestuursdocumenten.

  Art. 3. § 1. De afdeling openbaarheid van bestuur, die de taken waarneemt van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten, beoogd in artikel 8 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, is samengesteld uit zes leden onder wie een voorzitter en een lid-secretaris.
  Het lid-secretaris is echter niet stemgerechtigd.
  § 2. De afdeling hergebruik van bestuursdocumenten, die de taken waarneemt van de federale commissie van het hergebruik van de bestuursdocumenten, beoogd in artikel 9 van de wet van 7 maart 2007 tot omzetting van de Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie, is samengesteld uit zes leden onder wie een voorzitter en een lid-secretaris.
  Het lid-secretaris is echter niet stemgerechtigd.
  § 3. De voorzitter en het lid-secretaris zijn gemeenschappelijk aan beide afdelingen.
  § 4. De leden van elk van de twee afdelingen van de Commissie worden benoemd door de Koning door middel van een besluit overlegd in Ministerraad.

  Art. 4. § 1. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden benoemd op voordracht van de eerste voorzitter van de Raad van State, onder de leden van de Raad van State.
  Het lid-secretaris en zijn plaatsvervanger worden benoemd op voordracht van de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, onder de personeelsleden van zijn administratie.
  § 2. Naast de voorzitter en het lid-secretaris is de afdeling openbaarheid van bestuur samengesteld uit vier, wegens hun specifieke competenties op het gebied van openbaarheid van bestuur, door de Koning benoemde leden.
  Deze benoemingen worden verricht op voorstel van de Eerste Minister.
  Twee van de vier leden worden benoemd onder de ambtenaren van niveau A van de gecentraliseerde of gedecentraliseerde diensten van de Staat. De twee overige hebben niet de hoedanigheid van ambtenaar van een overheidsdienst.
  Voor elk effectief lid wordt, onder dezelfde voorwaarden als deze voorzien door de vorige alinéa's, een plaatsvervangend lid benoemd.
  § 3. Naast de voorzitter en het lid-secretaris is de afdeling hergebruik van bestuursdocumenten samengesteld uit vier door de Koning benoemde leden, omwille van hun specifieke competenties op het gebied van herbruik van overheidsinformatie.
  Deze benoemingen worden verricht op voorstel van de Eerste Minister.
  Twee van de vier leden worden benoemd onder de ambtenaren van niveau A van de gecentraliseerde of gedecentraliseerde diensten van de Staat. De twee overige hebben niet de hoedanigheid van ambtenaar van een overheidsdienst.
  Voor elk effectief lid wordt, onder dezelfde voorwaarden als deze voorzien door de vorige alinéa's, een plaatsvervangend lid benoemd.
  § 4. De voorzitter uitgezonderd, telt de Commissie evenveel Franstalige als Nederlandstalige stemgerechtigde leden.
  Tot voorzitter wordt afwisselend een Franstalige en een Nederlandstalige benoemd.

  Art. 5. § 1. De duur van het mandaat van de leden van de Commissie is vastgesteld op vier jaar. Het kan worden hernieuwd.
  § 2. Ingeval een mandaat als effectief lid of plaatsvervangend lid openvalt in de bedoelde periode van vier jaar, voltooit het nieuw ter vervanging aangewezen lid, in afwijking van § 1, het mandaat van zijn voorganger.

  Art. 6. De Koning kan op verzoek van een effectief lid of een plaatsvervangend lid van de Commissie een einde maken aan het mandaat van de betrokkene.
  Bovendien kan de Koning op verzoek van de voorzitter en nadat het effectieve lid of plaatsvervangende lid is gehoord vervroegd een einde maken aan het mandaat van laatstgenoemd effectief lid of plaatsvervangend lid in de volgende gevallen :
  1° als hij ernstig in gebreke blijft of de waardigheid van zijn functie aantast;
  2° als hij het vertrouwelijk karakter van de beraadslagingen niet respecteert of vertrouwelijke documenten verspreidt die voor hem toegankelijk waren in de uitoefening van zijn mandaat;
  3° als hij deelneemt aan de beraadslagingen van de Commissie terwijl hij zich in één van situaties zoals voorzien bij het artikel 16 bevindt.

  HOOFDSTUK III. - Zetel en werking.

  Art. 7. De zetel van de Commissie is gevestigd binnen de gebouwen van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

  Art. 8. De Commissie oefent haar taak volledig onafhankelijk en neutraal uit. Bij de behandeling van de adviesaanvragen of beroepen kan ze geen instructies ontvangen.

  Art. 9. De Commissie die een verzoek om advies of een beroep ontvangt, noteert dit onmiddellijk in een register, met vermelding van de datum van ontvangst.

  Art. 10. De voorzitter opent en sluit de vergaderingen. Hij leidt de besprekingen en organiseert de stemming.

  Art. 11. De beide afdelingen van de Commissie kunnen slechts geldig beraadslagen en beslissen wanneer ten minste drie van zijn stemgerechtigde leden onder wie de voorzitter, aanwezig zijn.
  Bij de beraadslaging en de beslissing moet, behoudens de voorzitter, minstens één Nederlandstalig lid en één Franstalig lid aanwezig zijn.
  Indien het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, kan de voorzitter de datum voor een nieuwe vergadering met dezelfde agenda vaststellen, waarbij er geldig zal kunnen worden beraadslaagd als er ten minste drie leden aanwezig zijn. Bij de beraadslaging en de beslissing moet, behoudens de voorzitter, minstens één Nederlandstalig lid en één Franstalig lid aanwezig zijn.

  Art. 12. In geval van afwezigheid of verhindering van een effectief lid wordt het vervangen door zijn plaatsvervanger.

  Art. 13. De afdeling openbaarheid van bestuur neemt haar adviezen bij meerderheid van stemmen.
  De afdeling hergebruik van bestuursdocumenten neemt haar beslissingen bij meerderheid van stemmen.
  In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter of zijn plaatsvervanger doorslaggevend.

  Art. 14. De beide afdelingen van de Commissie stellen binnen drie maanden na de aanstelling van het laatste lid elk een huishoudelijk reglement vast. Dit reglement wordt eenparig aangenomen door de leden van de respectieve afdelingen en wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

  Art. 15. De bijeenkomsten van de beide afdelingen zijn niet openbaar. De bijeenkomsten van de Commissie en alle informatie die wordt verkregen in het kader van haar werking, zijn bovendien vertrouwelijk.
  De vertrouwelijkheid geldt ook voor het secretariaat, de betrokken partijen en de deskundigen die eventueel worden gehoord en de personeelsleden van de instantie aan wie inlichtingen worden gevraagd.

  Art. 16. Het is de leden van de Commissie verboden aanwezig te zijn bij een beraadslaging over zaken waarbij zij een rechtstreeks belang hebben hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.
  Het is de leden van de Commissie ook verboden aanwezig te zijn bij een beraadslaging over zaken waarbij zij rechtstreeks betrokken waren bij het nemen van de administratieve beslissing waartegen respectievelijk een verzoek tot heroverweging of een beroep werd ingediend.

  Art. 17. De voorzitter of zijn plaatsvervanger ondertekent namens de Commissie alle briefwisseling, aanbevelingen, adviezen en beslissingen. Hij kan in de gevallen bepaald in het huishoudelijk reglement deze bevoegdheid delegeren.

  Art. 18. De adviezen van de afdeling openbaarheid van bestuur zijn met redenen omkleed en openbaar.
  De beslissingen van de afdeling hergebruik van bestuursdocumenten zijn met redenen omkleed en openbaar.

  Art. 19. § 1. De afdeling openbaarheid van bestuur kan, als ze een verzoek om advies heeft ontvangen, alle nuttige informatie ter plaatse inzien of ze opvragen bij de betrokken federale, provinciale of gemeentelijke administratieve overheid.
  Zij kan eveneens alle betrokken partijen en deskundigen horen en de personeelsleden van de betrokken federale, provinciale of gemeentelijke administratieve overheid om aanvullende inlichtingen vragen.
  § 2. De afdeling hergebruik van bestuursdocumenten kan, als er een beroep aanhangig wordt gemaakt, alle nuttige informatie ter plaatse inzien of deze bij de betrokken overheid opvragen.
  Zij kan eveneens alle betrokken partijen en deskundigen horen en de personeelsleden van de betrokken overheid om aanvullende inlichtingen vragen.

  HOOFDSTUK IV. - Werkingskosten, presentiegeld, reis- en verblijfkosten.

  Art. 20. De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken draagt de werkingskosten van de Commissie en van haar secretariaat.

  Art. 21. De leden van de Commissie hebben recht op de terugbetaling van hun reiskosten volgens de voorwaarden bepaald door het koninklijk besluit van 18 januari 1965 tot algemene regeling inzake reiskosten.

  Art. 22. De voorzitter of zijn plaatsvervanger, indien hij het voorzitterschap van de Commissie waarneemt, heeft recht op een presentiegeld van 70 euro per vergadering.

  HOOFDSTUK V. - Opheffings- en slotbepalingen.

  Art. 23. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 24. Het koninklijk besluit van 27 juni 1994 tot regeling van de samenstelling en de werkwijze van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten wordt opgeheven.

  Art. 25. Onze Eerste Minister, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 29 april 2008.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  Y. LETERME
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
  De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudiging,
  V. VAN QUICKENBORNE.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, inzonderheid artikel 8;
   Gelet op de wet van 7 maart 2007 tot omzetting van de Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie, inzonderheid artikel 9;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, geaccrediteerd bij de Eerste Minister, gegeven op 14 november 2005;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, geaccrediteerd bij de Minister van Binnenlandse Zaken, gegeven op 26 februari 2007 en 17 april 2007;
   Gelet op de akkoordbevinding van onze Minister van Begroting, gegeven op 16 maart 2007 en op 30 maart 2007;
   Gelet op het advies nr. 42.823/2 van de Raad van State, gegeven op 9 mei 2007 en het advies nr. 42.896/1 van de Raad van State, gegeven op 10 mei 2007 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Eerste Minister, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Aan het einde van de vorige legislatuur heeft de Ministerraad opeenvolgend, met een tussenperiode van enkele weken, twee voorstellen van koninklijke besluiten goedgekeurd.
   De eerste werd genomen ter uitvoering van de Wet van 11 april 1994 houdende de openbaarheid van bestuur. Hij heeft als titel " koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten ". Deze commissie werd opgericht door het artikel 8 van bovengenoemde wet. Zij heeft tot doel om een advies uit te brengen op de vragen tot heroverweging die aan haar zijn gericht wanneer een burger geconfronteerd wordt met een weigering om, ingevolge zijn gestelde vraag bij een administratieve overheid, een administratief document te mogen consulteren, te kopiëren of een te laten verbeteren.
   De samenstelling en de werkingsmodaliteiten van deze commissie worden nu geregeld door het koninklijk besluit van 27 juni 1994 " tot regeling van de samenstelling en de werkwijze van de Commissie voor toegang tot bestuursdocumenten ".
   Het merendeel van de leden van de vernoemde commissie aangewezen ter uitvoering van dit koninklijk besluit van 27 juni 1994 zijn ofwel overleden, ontheven van hun mandaat of op rust gesteld, zodat deze commissie niet meer correct kan werken.
   Het wordt dus dringend om opnieuw de samenstelling vast te leggen door de aanwijzing van nieuwe leden, en tegelijkertijd de werkingsmodaliteiten te heromschrijven.
   Het tweede ontwerp van koninklijk besluit dat aangenomen werd door de Ministerraad aan het einde van de verlopen legislatuur is deze " betreffende de samenstelling en de werking van de Federale Commissie tot het hergebruik van bestuursdocumenten ".
   Deze tekst werd genomen ter uitvoering van de Wet van 7 maart 2007 in het kader van de omzetting naar binnenlands recht van de Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 19 april 2007) en meer in het bijzonder het artikel 9 van bovengenoemde wet die de oprichting van deze commissie invoerde.
   De Federale Beroepscommissie voor het hergebruik van overheidsinformatie heeft tot doel om zich met beslissingsmacht uit te spreken over de bezwaren die door de particulieren worden ingediend, wanneer deze geconfronteerd worden met een weigering op hun vraag bij een overheidsdienst om gemachtigd te worden om informatie te hergebruiken waarover deze overheid beschikt, of wanneer één van de bepalingen van de afgeleverde vergunning tot hergebruik niet gerespecteerd wordt.
   België werd op 13 december 2007 veroordeeld door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen omwille van een onvolledige en laattijdige omzetting van vernoemde Richtlijn in het Belgisch recht. Zij riskeert een tweede veroordeling indien deze Richtlijn niet volledig omgezet werd tegen 12 mei 2008.
   Deze laatste maatregel bestaat erin om nauwgezet de samenstelling en de werkingsmodaliteiten vast te leggen van de Federale Commissie tot beroep voor het hergebruik van overheidsinformatie.
   De andere uitvoeringsmaatregelen van de aangehaalde wet van 7 maart 2007 werden ondertussen uitgevaardigd door een koninklijk besluit gedateerd op 29 oktober 2007 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 6 november 2007. Dit koninklijk besluit bepaalt de procedure en verwerkingstijden van de aanvragen tot hergebruik van overheidsinformatie (artikel 6, laatste alinea, van de wet van 7 maart 2007), het bepaalt de toezichtmodaliteiten op de verplichting om bestuursdocumenten ter beschikking te stellen (artikel 19 van de wet van 27 maart 2007), en tot slot, bepaalt het de datum van inwerkingtreding van de wet van 7 maart 2007 -ter uitvoering van het artikel 21 uit deze wet- op zijn publicatiedatum in het Belgisch Staatsblad. Zoals hierboven reeds vermeld werd is deze publicatiedatum 6 november 2007 (1).
   ( (1) De beschouwing die de Raad van State in haar advies van 10 mei 2007 formuleert, waarnaar in dit verslag aan de Koning wordt verwezen en volgens welke het ontwerp van koninklijk besluit " betreffende de samenstelling en de werkwijze van de federale commissie voor hergebruik van administratieve documenten " eveneens de datum van inwerkingtreding van de Wet van 7 maart 2007 tot omzetting van de Richtlijn - in uitvoering van zijn artikel 21 - moet vaststellen, is dus zonder voorwerp geworden.
   Als België niet snel het koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Federale Commissie tot beroep inzake het hergebruik van overheidsinformatie publiceert, dan zal zij onvermijdelijk opnieuw veroordeeld worden door het Hof van Justitie te Luxemburg, maar ditmaal zal de veroordeling gepaard gaan met zware geldboetes.
   Op 9 en 10 mei 2007 heeft de Raad van State zijn adviezen over het ontwerp van koninklijk besluit " betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten " (advies nr. 42.823/2) en over het ontwerp van koninklijk besluit " betreffende de samenstelling en de werking van de Federale Commissie tot het hergebruik van bestuursdocumenten " (advies nr. 42.896/1) opgesteld.
   In dit tweede advies dat op 10 mei 2007 gegeven werd drukt de Raad van State haar standpunt uit om een betere samenhang tussen de beide ontwerpen te realiseren door deze samen te voegen tot één ontwerpbesluit.
   Het ontwerpbesluit waarvan wij de eer hebben om dit ter ondertekening aan Zijne Majesteit voor te leggen, beoogd om deze beide regelingen tot één geheel samen te voegen.
   De Commissie die voorzien is in het U voorgelegde besluit omvat twee afdelingen. De eerste is ermee belast om een advies te geven over de verzoeken tot heroverweging betreffende de weigering van een overheidsdienst om de raadpleging of de aflevering van een kopie van een administratief document toe te laten. Deze eerste afdeling beschikt dus enkel over een raadplegende bevoegdheid, in tegenstelling tot de tweede afdeling die een beslissingsmacht heeft over de bezwaren tegen de weigering van een administratieve overheid om het hergebruik van de overheidsinformatie waarover zij beschikt toe te laten, of omtrent bezwaren over het niet-respecteren door een administratieve overheid van een bepaling uit de vergunning tot hergebruik.
   De leden van de Commissie waarvan de samenstelling en de werkwijze geregeld worden door dit besluit, worden benoemd door de Koning door middel van een in Ministerraad overlegd besluit, op voordracht van de Eerste Minister.
   De aanduiding van elk effectief lid gaat samen met de aanduiding van een vervangend lid.
   De voorzitter en de secretaris van de commissie waarvan het besluit de samenstelling en de werkwijze vastlegt zijn gemeenschappelijk voor de twee afdelingen : de voorzitter zal aangewezen worden tussen de leden van de Raad van State, op het voorstel van de Eerste Voorzitter, de secretaris zal aangeduid worden tussen het personeel van de FOD Binnenlandse Zaken, op voorstel van de Minister van Binnenlandse Zaken.
   In tegenstelling tot de voorzitter, is het lid-secretaris van de Commissie niet stemgerechtigd wanneer deze haar adviezen (afdeling openbaarheid van bestuur) of beslissingen (afdeling hergebruik overheidsinformatie) neemt.
   Het onderdeel openbaarheid van bestuur zal bestaan uit, naast de voorzitter en de secretaris, vier leden met een specifieke bekwaamheid op het vlak van openbaarheid van bestuur. Twee van deze vier leden worden benoemd onder de ambtenaren van niveau A van de gecentraliseerde of gedecentraliseerde diensten van de Staat, terwijl de twee andere niet over de hoedanigheid van ambtenaar van een overheidsdienst beschikken.
   Het onderdeel hergebruik van overheidsinformatie omvat, naast de voorzitter en de secretaris, vier leden met een specifieke bekwaamheid op het vlak van hergebruik van overheidsinformatie. Zoals voor de afdeling openbaarheid van bestuur, worden twee van deze vier leden worden benoemd onder de ambtenaren van niveau A van de gecentraliseerde of gedecentraliseerde diensten van de Staat, terwijl de twee andere niet behoren tot de personeelsleden van een overheidsdienst.
   De leden uit beide afdelingen van de Commissie die niet de hoedanigheid van ambtenaar hebben, kunnen dus worden aangeduid onder de personeelsleden van private ondernemingen of verenigingen die als maatschappelijk doel de verdediging van de belangen van dergelijke ondernemingen hebben.
   De gemengde samenstelling van elk van de twee afdelingen van de Commissie laat toe om het risico te vermijden dat deze niet in staat zouden zijn om te vergaderen.
   Dit zou kunnen voorkomen indien zij enkel uit ambtenaren waren samengesteld, omdat in deze veronderstelling de ambtenaren zich in een conflictsituatie zouden kunnen bevinden ten opzichte van artikel 16, alinea 2, van het ontwerpbesluit dat verbiedt aan leden van de Commissie om aanwezig te zijn op een bespreking van zaken in dewelke zij rechtstreeks betrokken zijn bij het administratieve besluit waartegen een vraag tot heroverweging (afdeling openbaarheid van bestuur) of een bezwaar (afdeling hergebruik overheidsinformatie) werd ingediend.
   Voor het overige, behalve wat betreft de bepaling (cf. artikel 23) die de inwerkingtreding van de bepalingen uit het ontwerp vastlegt, houdt het besluit dat U voorgelegd wordt rekening met alle opmerkingen die geformuleerd door de Raad van State in haar adviezen van 9 en 10 mei 2007.
   Voor wat betreft de inwerkingtreding werden de redenen waarom het noodzakelijk is dat het ontwerpbesluit zo snel mogelijk van toepassing moet worden, hierboven al uiteengezet.
   Betreffende de afdeling openbaarheid van bestuur past het om zeer snel nieuwe leden aan te duiden, omdat diegenen die nu nog in functie zijn met te weinig overblijven om een normale werking van de Commissie te verzekeren.
   Voor wat betreft de afdeling hergebruik, is het absoluut noodzakelijk om een veroordeling van België door het Hof van Justitie te Luxemburg te vermijden. Dit scenario zal zich immers voordoen als het besluit dat de samenstelling en werking van de Commissie vastlegt niet in werking treedt voor 12 mei.
   Daarom legt artikel 23 van het ontwerpbesluit de inwerkingtreding van deze bepalingen vast op de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
   In artikel 4 § 1, eerste alinea van het ontwerp, werd de bepaling weggelaten die stelt dat het lid van de Raad van State aangeduid voor het voorzitterschap van de Commissie eveneens het voorzitterschap van de Commissie betreffende de toegang tot milieu-informatie op zich neemt, gecreëerd door het artikel 33 van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie (deze wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 juni 2006; het koninklijk besluit dat de samenstelling en de werking van deze Commissie vastlegt is gedateerd op 20 december 2006 en werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 januari 2007). Deze weglating is conform met de aanbeveling zoals geformuleerd door de Raad van State in haar advies van 9 mei 2007. Zoals benadrukt door de Raad van State, heeft deze bepaling inderdaad niets te maken met de samenstelling en de werking van de Commissie die het huidige ontwerpbesluit wil regelen.
   Zoals gevraagd door de Raad van State werd de opbouw van het artikel 6, alinea 2, dat de gevallen voorziet waarbij het mandaat van een effectief of vervangend lid van de Commissie beëindigd kan worden na hoorzitting van het betrokken lid, volledig herzien. De ontwerptekst maakt nu een onderscheid tussen drie gevallen wanneer er een einde gesteld kan worden aan het mandaat van een lid van de Commissie, alvorens het aflopen van het mandaat, namelijk :
   als de betrokkene ernstig in gebreke blijft of de waardigheid van zijn functie aantast (deze formulering is gebaseerd op het artikel 5 van het koninklijk besluit van 27 juni 1994 dat door het artikel 24 van het ontwerpbesluit wordt opgeheven);
   als hij het vertrouwelijke karakter van de beraadslagingen niet respecteert of wanneer hij vertrouwelijke documenten verspreidt waartoe hij toegang heeft in de uitoefening van zijn mandaat als lid;
   en tenslotte, als hij deelneemt aan de beraadslagingen van de Commissie met miskenning van de bepalingen uit het artikel 16 van het ontwerpbesluit. Zoals hierboven al aangehaald verbiedt deze bepaling de leden van de Commissie om aanwezig te zijn op beraadslagingen van de Commissie over materies waarin zij rechtstreeks betrokken zijn bij de administratieve beslissing, het voorwerp uitmakend van een vraag tot heroverweging (afdeling openbaarheid van bestuur) of waartegen een beroep werd ingediend (afdeling hergebruik van overheidsinformatie). Ze verbiedt hen eveneens deel te nemen aan beraadslagingen van de Commissie over voorwerpen waarbij ze rechtstreeks betrokken zijn, hetzij op persoonlijk vlak of als zaakgelastigde, of betreffende zaken waarin hun bloed- of aanverwanten tot de vierde graad inbegrepen een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.
   Artikel 17 van het ontwerpbesluit voorziet nu voor de voorzitter van de commissie of het vervangend lid, een delegatiemogelijkheid voor wat betreft de ondertekening van de briefwisseling evenals de aanbevelingen, adviezen en beslissingen van de commissie. Deze delegatie is mogelijk in de gevallen zoals voorzien door het huishoudelijk reglement van de betreffende afdeling. Dit huishoudelijk reglement moet per afdeling binnen de drie maanden na de aanstelling van het laatste lid worden opgesteld, eenparig worden aangenomen door de leden van de respectieve afdeling en gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad (cf. artikel 14 van het ontwerpbesluit). Het is niet mogelijk om vanaf heden de gevallen te bepalen waar zo een afvaardiging van ondertekeningbevoegdheid mogelijk kan zijn.
   Zoals gevraagd door de Raad van State in haar advies van 10 mei 2007 stelt het artikel 11 van het ontwerpbesluit nu zowel in alinea 2 als in alinea 3 dat, uitzondering gemaakt van de voorzitter, er minstens één Franstalig en één Nederlandstalig stemgerechtigd lid van de Commissie aanwezig moeten zijn bij de beraadslaging en de beslissing die ze neemt. De bedoeling van de schrijvers van het ontwerp is namelijk om de aanwezigheid van minstens één lid van de Commissie die de taal van het dossier beheerst, te garanderen.
   Wij hebben de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en trouwe dienaren,
   De Eerste Minister,
   Y. LETERME
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   P. DEWAEL
   De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudiging,
   V. VAN QUICKENBORNE

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie