J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 10 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2006/03/09/2006200961/justel

Titel
9 MAART 2006. - Koninklijk besluit betreffende het activerend beleid bij herstructureringen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-03-2006 en tekstbijwerking tot 21-12-2017) Zie wijziging(en)

Bron : WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 31-03-2006 nummer :   2006200961 bladzijde : 18309       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2006-03-09/40
Inwerkingtreding : 31-03-2006

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - De werkgever in herstructurering.
Art. 2-3
HOOFDSTUK III. - De werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering.
Art. 4
HOOFDSTUK IV. - De tewerkstellingscel.
Art. 5-8
HOOFDSTUK V. - De procedure.
Art. 9, 9/1, 10-15, 15/1, 15/2
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen.
Art. 16-17
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
Art. 18-20

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1.§ 1. Voor toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : hoofdstuk V van Titel IV van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  2° de werkgever : de werkgever zoals bedoeld in artikel 31 van de wet;
  3° de werknemers : de werknemers zoals bedoeld in artikel 31 van de wet;
  4° de onderneming : de technische bedrijfseenheid zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en in de uitvoeringsbesluiten van die wet;
  5° de aankondiging van het collectief ontslag : de mededeling door de werkgever van de intentie tot collectief ontslag zoals bedoeld in artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 24 van 2 oktober 1975;
  6° de betekening van het collectief ontslag : de mededeling, bij aangetekend schrijven, door de werkgever van het doorvoeren van het collectief ontslag aan de directeur van de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling zoals bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 mei 1976 betreffende het collectief ontslag;
  7° de Rijksdienst : de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  8° (nieuwe werkgever : iedere werkgever andere dan de werkgever van de betrokken onderneming in herstructurering.) <KB 2007-03-28/30, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 06-04-2007 ; zie ook art. 18>
  9° de inschakelingsvergoeding : de vergoeding bedoeld in de artikelen 36 tot 38 van de wet.
  [1 10° outplacement : het geheel van begeleidende diensten en adviezen die in opdracht van een werkgever door een derde, hierna dienstverlener genoemd, individueel of in groep worden verleend om een werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of zich als zelfstandige te vestigen;
   11° outplacementkosten : de kosten verbonden aan de outplacementbegeleiding die ten laste zijn van de werkgever en die als dusdanig aan hem worden gefactureerd door de dienstverlener;
   12° dienstverlener : het openbare of privaat bureau gespecialiseerd in het verstrekken van outplacementbegeleiding, erkend overeenkomstig de van kracht zijnde reglementering in het gewest of de Duitstalige Gemeenschap waar het bureau zijn exploitatiezetel heeft, waarmee de werkgever in herstructurering een overeenkomst heeft gesloten;
   13° commissie brugpensioen : de raadgevende commissie opgericht bij de dienst collectieve arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg krachtens artikel 9, § 5, van het koninklijk besluit van 16 november 1990 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen;]1
  [2 14° de bevoegde gewestelijke overheid: de gewestelijke overheid of de gewestelijke overheden bevoegd voor Werk.]2
  § 2. In afwijking van § 1, 2° is dit besluit niet van toepassing op de werkgever die :
  1° afhangt van het paritair comité voor stads- en streekvervoer of van één van de paritaire subcomités van dit paritair comité;
  2° afhangt van het paritair comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs of van het paritair comité voor de bedienden van het gesubsidieerd vrij onderwijs.
  ----------
  (1)<KB 2009-04-22/02, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>
  (2)<KB 2017-12-13/06, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  HOOFDSTUK II. - De werkgever in herstructurering.

  Art. 2. <Opgeheven bij KB 2009-04-22/02, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 3. Voor toepassing van de wet en van artikel 2 wordt onder collectief ontslag verstaan het ontslag, door de werkgever die, overeenkomstig de procedure bepaald bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 24 van 2 oktober 1975 betreffende de procedure van inlichting en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers met betrekking tot het collectief ontslag en bij het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag, overgaat tot een collectief ontslag, voor zover :
  1° dit ontslag betrekking heeft op ten minste 10 procent van het aantal tewerkgestelde werknemers voor werkgevers die ten minste 100 werknemers tewerkstellen;
  2° dit ontslag betrekking heeft op ten minste 10 werknemers indien de werkgever meer dan 20 en minder dan 100 werknemers tewerkstelt;
  3° dit ontslag betrekking heeft op minstens 6 werknemers indien de werkgever meer dan 11 en minder dan 21 werknemers tewerkstelt;
  4° dit ontslag betrekking heeft op minstens de helft van de werknemers indien de werkgever minder dan 12 werknemers tewerkstelt.
  In het geval bedoeld in het vorige lid, 3° en 4° moet de werkgever de procedure bedoeld in artikel 6 van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 2 oktober 1975 en in het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag volgen.
  Voor toepassing van het eerste lid moet het aantal tewerkgestelde werknemers worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van voormeld koninklijk besluit van 24 mei 1976.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden voor het bereiken van het percentage of aantal ontslagen enkel in rekening gebracht de ontslagen van werknemers die op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minstens 2 jaar ononderbroken met een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met de werkgever in herstructurering.

  HOOFDSTUK III. - De werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering.

  Art. 4. <Opgeheven bij KB 2009-04-22/02, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  HOOFDSTUK IV. - De tewerkstellingscel.

  Art. 5. [1 De werkgever in herstructurering die meer dan 20 werknemers tewerkstelt in de zin van het voormeld koninklijk besluit van 24 mei 1976, moet een tewerkstellingscel oprichten.
   De werkgever in herstructurering die maximum 20 werknemers tewerkstelt in de zin van het voormeld koninklijk besluit van 24 mei 1976, is evenwel niet verplicht maar heeft de mogelijkheid een tewerkstellingscel op te richten.
   In afwijking van het vorige lid, moet de werkgever die, om te kunnen overgaan tot het ontslag van sommige werknemers in het kader van het brugpensioen op een leeftijd lager dan de normaal in de onderneming geldende brugpensioenleeftijd, bij de Minister van Werk de erkenningvraagt als onderneming in moeilijkheden of als onderneming in herstructurering voor toepassing van hoofdstuk 7 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact een tewerkstellingscel oprichten.
   Voor de toepassing van het vorige lid wordt verstaan onder normaal in de onderneming geldende brugpensioenleeftijd, de leeftijd waarop alle of een deel van de werknemers in dezelfde onderneming op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag in aanmerking komen voor het conventioneel brugpensioen buiten het kader van hoofdstuk 7 van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 2007.
   In afwijking van het eerste en derde lid is de werkgever in herstructurering die ressorteert onder het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen of onder één van de Paritaire Subcomités van dit paritair Comité, voor de gehandicapte werknemers evenwel niet verplicht maar heeft hij de mogelijkheid een tewerkstellingscel op te richten.]1
  Voor toepassing van de wet en dit besluit wordt onder tewerkstellingscel verstaan het naar aanleiding van de herstructurering opgericht samenwerkingsverband, als feitelijke vereniging of als autonome rechtspersoon, waarbij minstens de werkgever in herstructurering, één van de representatieve vakorganisaties en, voorzover dit bestaat in de sector waartoe de werkgever behoort, het sectoraal opleidingsfonds, betrokken zijn.
  De voor de vestigingsplaats van de werkgever in herstructurering bevoegde publieke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding maakt eveneens deel uit van de tewerkstellingscel, tenzij deze dienst uitdrukkelijk weigert er deel van uit te maken.
  De bovengenoemde publieke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding neemt de directie van de cel op zich, voorzover deze dienst deel uitmaakt van de tewerkstellingscel en niet weigert de directie ervan op zich te nemen.
  Indien de bovengenoemde publieke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding weigert deel uit te maken van de tewerkstellingscel of er de directie van op zich te nemen, wordt de cel geleid door een sociaal bemiddelaar.
  ----------
  (1)<KB 2009-04-22/02, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 6.[1 De tewerkstellingscel heeft als taak toe te zien op de concrete uitvoering van de begeleidingsmaatregelen overeengekomen in het kader van herstructurering.
   Wanneer bovendien artikel 17, § 4, van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 2007 toepasselijk is, moet de cel eveneens toezien op de uitvoering van de begeleidingsmaatregelen opgenomen in het herstructureringsplan bedoeld in artikel 17, § 4, 3°, van dat besluit.
   De tewerkstellingscel heeft eveneens als taak de inschrijvingsprocedure in te stellen voor de werknemer die ontslagen is in het kader van de herstructurering.
  [2 Voor de toepassing van dit besluit, doet de tewerkstellingscel minstens een outplacementaanbod aan elke werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering en ingeschreven bij de tewerkstellingscel.
   Het outplacementaanbod wordt door de werkgever in herstructurering, ten laatste zeven kalenderdagen na de oprichting van de tewerkstellingscel conform artikel 7, eerste lid, voor goedkeuring overgemaakt aan de bevoegde gewestelijke overheid.
   De werkgever in herstructurering maakt het outplacementaanbod en de beslissing over de goedkeuring door de bevoegde gewestelijke overheid onmiddellijk over aan de Minister van Werk.
   Bij ontstentenis van een beslissing over de goedkeuring van het outplacementaanbod door een bevoegde gewestelijke overheid binnen een termijn van veertien kalenderdagen na aanvraag, maakt de werkgever in herstructurering het outplacementaanbod en het bewijs dat de goedkeuring werd aangevraagd aan die overheid, over]2.
   Voor de werknemers bedoeld in dit artikel die nog geen vijfenveertig jaar zijn op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag, moet het outplacement gedurende minstens de eerste drie maanden na de inschrijving bij de cel minstens voldoen aan de kwaliteitsvereisten voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 10 juli 2002.
   De tewerkstellingscel moet aan de werknemers bedoeld in het vorige lid evenwel minimum dertig uren outplacement aanbieden tijdens de periode van drie maanden gedurende dewelke deze werknemers, conform artikel 34 van de wet, ingeschreven moeten zijn bij de tewerkstellingscel.
   Voor de werknemers bedoeld in dit artikel die minstens vijfenveertig jaar zijn op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag, moet het outplacement gedurende minstens de eerste zes maanden na de inschrijving bij de tewerkstellingscel minstens voldoen aan de kwaliteitsvereisten voorzien in de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82.
   De tewerkstellingscel moet aan de werknemers bedoeld in het vorige lid evenwel minimum zestig uren outplacement aanbieden tijdens de periode van zes maanden gedurende dewelke deze werknemers, conform artikel 34 van de wet, ingeschreven moeten zijn bij de tewerkstellingscel.
   Voor de toepassing van dit artikel kan het aantal uren outplacement vervangen worden door een gelijkwaardige begeleiding aangeboden door een bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling voor zover deze dienst het gelijkwaardig karakter kan aantonen.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-04-22/02, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>
  (2)<KB 2017-12-13/06, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 7. [1 De werkgever in herstructurering die overeenkomstig artikel 5, eerste, tweede, derde of vijfde lid een tewerkstellingscel opricht, dient deze op te richten ten laatste op het ogenblik van het eerste ontslag in het kader van de herstructurering.
   Voor de toepassing van het vorige lid wordt evenwel niet gelijkgesteld met een ontslag, het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd omwille van de herstructurering of het feit dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid die een tewerkstelling bij de werkgever in herstructurering als voorwerp heeft, ingevolge de herstructurering niet verlengd wordt.
   Er moet beroep kunnen worden gedaan op de tewerkstellingscel bedoeld in artikel 5, tot minstens het einde van periode van drie maanden volgend op het ogenblik waarop de arbeidsovereenkomst van de laatste werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering en die op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag nog geen vijfenveertig jaar is een einde nam.
   Er moet beroep kunnen worden gedaan op de tewerkstellingscel bedoeld in artikel 5, tot minstens het einde van periode van zes maanden volgend op het ogenblik waarop de arbeidsovereenkomst van de laatste werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering en die op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag minstens vijfenveertig jaar is een einde nam.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-04-22/02, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 8. § 1. [2 In afwijking van artikel 5, eerste, tweede, derde lid en vijfde lid, kan de oprichting van een tewerkstellingscel]2 vervangen worden door de medewerking aan een overkoepelende tewerkstellingscel voor meerdere werkgevers in herstructurering, indien :
  1° ofwel de onderneming minder dan 100 werknemers tewerkstelt;
  2° ofwel de onderneming overgaat tot het collectief ontslag van minder dan 20 werknemers.
  Bij toepassing van het vorige lid kan, [2 in afwijking van artikel 5, zesde lid]2, voor wat de samenstelling van de tewerkstellingscel betreft, de werkgever in herstructurering vertegenwoordigd worden door één of meerdere representatieve werkgeversorganisaties.
  § 2. [2 Wordt gelijkgesteld met de oprichting van een tewerkstellingscel bedoeld in artikel 5, eerste, tweede, derde lid en vijfde lid]2, wordt gelijkgesteld de medewerking vanwege de werkgever in herstructurering aan de reconversie- en wedertewerkstellingsmaatregelen die op het niveau van de Gewesten zijn ingesteld, voorzover deze minstens dezelfde doelstellingen nastreven als de in artikel 5 bedoelde tewerkstellingscel en voorzover een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en het bevoegde Gewest de werkingsmodaliteiten ervan vastlegt.
  [§ 3. Voor wat betreft het Waals Gewest wordt een reconversiecel, zoals voorzien bij het decreet van 29 januari 2004 betreffende het begeleidingsplan van reconversies gelijkgesteld met de tewerkstellingscel, bedoeld in artikel 5, in zoverre de werkgever deelneemt aan de reconversiecel.
  Bij gebreke van de oprichting van een reconversiecel, zoals bedoeld in het eerste lid, dient de werkgever over te gaan tot het oprichten van een tewerkstellingscel in toepassing van dit besluit.] <KB 2006-11-10/79, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
  [§ 4. Wat het Vlaams Gewest betreft wordt de deelname aan een tewerkstellingscel opgericht door de VDAB overeenkomstig artikel 5, § 1, 2°, d) van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " gelijkgesteld met de deelname aan een tewerkstellingscel zoals bedoeld in artikel 5.
  Bij gebreke van de oprichting van een tewerkstellingscel zoals bedoeld in het eerste lid, dient de werkgever over te gaan tot het oprichten van een tewerkstellingscel in toepassing van dit besluit.] <KB 2006-11-10/79, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
  [§ 5. Voor wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt de deelname aan een tewerkstellingscel, opgericht krachtens de bepalingen van artikel 4 van de Ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de Brusselse gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling en gezamenlijk beheerd door die Dienst en de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de beroepsopleiding bevoegde diensten, gelijkgesteld met de deelname aan een tewerkstellingscel zoals bedoeld in artikel 5.
  Bij gebreke van de oprichting van een tewerkstellingscel zoals bedoeld in het eerste lid, dient de werkgever over te gaan tot het oprichten van een tewerkstellingscel in toepassing van dit besluit.] <KB 2006-11-10/79, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
  [1 § 5/1. Voor wat betreft de Duitstalige Gemeenschap wordt de deelname aan een Beschäftigungszelle opgericht door het Arbeitsamt overeenkomstig artikel 2, § 1, 9°, van het decreet van 17 januari 2000 tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap gelijkgesteld met de deelname aan een tewerkstellingscel zoals bedoeld in artikel 5.
   Bij gebreke van de oprichting van een Beschäftigungszelle zoals bedoeld in het eerste lid, dient de werkgever over te gaan tot het oprichten van een tewerkstellingscel in toepassing van dit besluit.
   Deze paragraaf is van toepassing op de ontslagen die deel uitmaken van een collectief ontslag ten vroegste aangekondigd vanaf de datum van inwerkingtreding van deze paragraaf.]1
  [1 § 6. Bij toepassing van § 3, § 4, § 5 en § 5/1, van dit artikel kan, [2 in afwijking van artikel 5, zesde lid]2, voor wat de samenstelling van de tewerkstellingscel betreft, de werkgever in herstructurering vertegenwoordigd worden door één of meerdere representatieve werkgeversorganisaties, indien :
   1° ofwel de onderneming minder dan 100 werknemers tewerkstelt;
   2° ofwel de onderneming overgaat tot het collectief ontslag van minder dan 20 werknemers.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-03-26/06, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 26-04-2009>
  (2)<KB 2009-04-22/02, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  HOOFDSTUK V. - De procedure.

  Art. 9.[1 De werkgever in herstructurering bedoeld in artikel 5, tweede of vijfde lid die overgaat tot de aankondiging van een collectief ontslag en die beslist een tewerkstellingscel op te richten en de werkgever in herstructurering bedoeld in artikel 5, eerste of derde lid die overgaat tot de aankondiging van een collectief ontslag, moet van deze aankondiging onmiddellijk een kopie overmaken aan de directeur van de voor de vestigingsplaats van de werkgever in herstructurering bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling.
   Hij moet van deze aankondiging eveneens onmiddellijk een kopie overmaken, via een per post aangetekend schrijven, per fax of per elektronische post, aan de Voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
   Voor de werkgever uitsluitend bedoeld in artikel 5, tweede of vijfde lid moet bij de in het voorgaande lid bedoelde mededeling een document worden gevoegd dat zijn verbintenis bevat om een tewerkstellingscel op te richten.
   De in het eerste lid bedoelde werkgever moet eveneens overgaan tot de betekening van het collectief ontslag zoals gedefinieerd in artikel 1, 6° van onderhavig koninklijk besluit.
   Hij moet van deze betekening eveneens onmiddellijk een kopie overmaken, via een per post aangetekend schrijven, per fax of per elektronische post, aan de Voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
   De Minister van Werk kan een modelformulier bepalen voor de in het tweede en vijfde lid bedoelde mededeling en voor het in het derde lid bedoelde document.
   Voor de werkgevers bedoeld in het eerste lid, bepaalt de Minister van Werk, na ontvangst van de kopie van de betekening van het collectief ontslag, de einddatum van de periode van herstructurering bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de wet.
   De Minister van Werk kan het advies inwinnen van de adviescommissie brugpensioen.
   [2 Voor de werkgevers bedoeld in het eerste lid, bepaalt de Minister van Werk de einddatum van de periode van herstructurering bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de wet, na ontvangst van :
   - de kopie van de betekening van het collectief ontslag;
   - het outplacementaanbod en de beslissing over de goedkeuring hiervan door de bevoegde gewestelijke overheid. Bij ontstentenis van een beslissing door een bevoegde gewestelijke overheid, wordt het bewijs dat de goedkeuring werd gevraagd aan die overheid, bijgevoegd;
   - de overeenkomst tot oprichting van de tewerkstellingscel]2.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-06-07/02, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 19-06-2009>
  (2)<KB 2017-12-13/06, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 9/1.[1 § 1. De werknemers ontslagen in het kader van de herstructurering door een werkgever in herstructurering die overeenkomstig artikel 5, eerste, tweede, derde lid of vijfde lid een tewerkstellingscel heeft opgericht, moeten ingeschreven zijn bij deze cel.
   De werknemers bedoeld in het eerste lid moeten tegelijkertijd ingeschreven zijn als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.
   [2 ...]2
   [2 ...]2
   [2 ...]2
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, moet de werknemer ontslagen in het kader van een herstructurering in de zin van artikel 31, vierde lid van de wet, die op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minstens één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering bewijst, zich niet inschrijven, maar heeft hij de mogelijkheid zich in te schrijven bij de tewerkstellingscel.
   Voor de toepassing van het vorige lid moet worden verstaan onder één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering, het feit voor de werknemer tewerkgesteld geweest te zijn bij de werkgever met één of meerdere arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd die elkaar zonder onderbreking opvolgden, en dit gedurende minstens één jaar gerekend van datum tot datum.
   De weekends, de feestdagen en de periodes van collectieve sluiting van de onderneming worden voor de toepassing van het vorige lid niet beschouwd als een onderbreking.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-04-22/02, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>
  (2)<KB 2014-12-30/03, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 10. [1 § 1. Dit artikel is van toepassing op de werkgever in herstructurering die overeenkomstig artikel 5, eerste, tweede, derde of vijfde lid een tewerkstellingscel opricht.
   § 2. Vooraleer over te gaan tot het ontslag van een werknemer in het kader van de herstructurering, moet de werkgever in herstructurering de werknemer bij aangetekende brief uitnodigen tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Deze uitnodiging moet de werknemer minstens zeven werkdagen vóór de voorziene datum van het onderhoud bereiken.
   Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 24 mei 1971, inzonderheid artikel 13, kan de werknemer zich tijdens het onderhoud laten bijstaan door zijn syndicale afgevaardigde.
   Dit onderhoud heeft inzonderheid tot doel :
   1° de werknemer in te lichten over de diensten die door de tewerkstellingscel kunnen worden aangeboden;
   2° de werknemer in te lichten over de gevolgen van de inschrijving bij de tewerkstellingscel, inzonderheid voor wat betreft het recht op inschakelingsvergoeding en het eventueel recht op brugpensioen voorzien in hoofdstuk 7 van het voormeld koninklijk besluit van 3 mei 2007.
   Indien het voor de werknemer onmogelijk is zich op de voorziene dag naar het onderhoud te begeven, kan het onderhoud, bedoeld in het eerste lid, vervangen worden door een schriftelijke procedure.
   § 3. De werknemer deelt, uiterlijk de zevende werkdag volgend op de dag waarop het onderhoud bedoeld in § 2, eerste lid heeft plaatsgehad of was voorzien, schriftelijk aan de werkgever in herstructurering zijn beslissing mee betreffende het feit of hij al dan niet wenst ingeschreven te worden bij de tewerkstellingscel.
   De werknemer die zijn beslissing om niet ingeschreven te willen zijn bij de tewerkstellingscel niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn heeft meegedeeld, wordt geacht ingeschreven te willen zijn bij de tewerkstellingscel.
   § 4. Indien de werknemer recht heeft op een opzeggingstermijn van zes maanden of minder, kan de arbeidsovereenkomst slechts beëindigd worden na ontvangst van de beslissing van de werknemer bedoeld in paragraaf 3, of, bij gebrek aan mededeling van de beslissing binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3, ten vroegste de eerste dag volgend op het einde van deze termijn.
   Indien de werknemer recht heeft op een opzeggingstermijn van meer dan zes maanden, kan de arbeidsovereenkomst beëindigd worden door betekening van een opzegtermijn, maar kan de arbeidsovereenkomst evenwel slechts verbroken worden na ontvangst van de beslissing van de werknemer bedoeld in paragraaf 3, of, bij gebrek aan mededeling van de beslissing binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3, ten vroegste de eerste dag volgend op het einde van deze termijn.
   § 5. De werkgever in herstructurering moet de directeur van de tewerkstellingscel waaraan hij deelneemt, onmiddellijk of vanaf de samenstelling van deze tewerkstellingscel, het bewijs van de uitnodiging tot het onderhoud bedoeld in paragraaf 2 meedelen, evenals de beslissing van de werknemer betreffende zijn deelname of het ontbreken van een beslissing door de werknemer bedoeld in paragraaf 3.
   De werkgever in herstructurering moet de directeur van de tewerkstellingscel eveneens onmiddellijk informeren over de verbreking van de arbeidsovereenkomst van de werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering.
   Tenzij hij in toepassing van het eerste lid de beslissing van de werknemer heeft ontvangen om niet ingeschreven te willen worden bij de tewerkstellingscel, schrijft de directeur van de tewerkstellingscel deze werknemer in deze cel in de dag volgend op deze waarop de arbeidsovereenkomst van de werknemer effectief werd verbroken.
   § 6. Indien de directeur van de tewerkstellingscel vaststelt dat op de datum van het effectieve einde van de arbeidsovereenkomst van een werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering, de werknemer geen beslissing heeft kunnen nemen omdat de werkgever de procedure bedoeld in paragrafen 2 tot 5 niet heeft gevolgd, neemt hij contact op met de werknemer die over een termijn van zeven werkdagen beschikt om hem zijn beslissing betreffende zijn deelname aan de tewerkstellingscel mee te delen.
   Bij gebrek aan een beslissing door de werknemer binnen de in het vorige lid bedoelde termijn, wordt de werknemer geacht ingeschreven te willen worden bij deze tewerkstellingscel.
   Tenzij hij in toepassing van het eerste lid de beslissing van de werknemer heeft ontvangen om niet ingeschreven te willen worden bij de tewerkstellingscel, schrijft de directeur van de tewerkstellingscel deze werknemer in bij de tewerkstellingscel vanaf de dag waarop hij de beslissing van de werknemer ontvangt of, wanneer een beslissing door de werknemer ontbreekt, vanaf de dag die volgt op het einde van de termijn van zeven dagen bedoeld in het eerste lid.
   De directeur deelt dit mee aan de werkgever in herstructurering.
   § 7. De paragrafen 2 tot 6 zijn niet van toepassing op de ontslagen werknemer bedoeld in artikel 9/1, § 2.
   De werkgever in herstructurering moet aan de werknemer bedoeld in het vorige lid, uiterlijk binnen zeven dagen die volgen op de datum waarop de laatste arbeidsovereenkomst van deze werknemer een einde heeft genomen, een aangetekende brief sturen die tot doel heeft de werknemer te informeren over de diensten die door de tewerkstellingscel aangeboden kunnen worden en hem te informeren over de gevolgen van een inschrijving bij de tewerkstellingscel.
   De werknemer deelt, uiterlijk de zevende werkdag volgend op de dag waarop hij de brief bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, schriftelijk aan de werkgever in herstructurering zijn beslissing mee betreffende het feit of hij al dan niet wenst ingeschreven te worden bij de tewerkstellingscel.
   De werknemer die zijn beslissing niet heeft meegedeeld binnen de termijn voorzien in het vorige lid, wordt geacht niet ingeschreven te willen worden bij de tewerkstellingscel.
   De werkgever in herstructurering moet aan de directeur van de tewerkstellingscel waaraan hij deelneemt, onmiddellijk of vanaf de oprichting van deze tewerkstellingscel, het bewijs meedelen van de verzending van de brief bedoeld in het tweede lid, evenals de beslissing van de werknemer betreffende zijn deelname aan de tewerkstellingscel of het ontbreken van een beslissing door de werknemer.
   De werkgever in herstructurering moet eveneens aan de directeur van de tewerkstellingscel, onmiddellijk of vanaf de oprichting van de cel, de identiteitsgegevens meedelen van elke ontslagen werknemer bedoeld in artikel 9/1, § 2, evenals de einddatum van de laatste arbeidsovereenkomst van elke werknemer.
   Voor de werknemer bedoeld in deze paragraaf waarvan de overeenkomst een einde neemt vóór de oprichting van de cel bedoeld in artikel 7, schrijft de directeur van de tewerkstellingscel de werknemer die wenst ingeschreven te worden, in op de dag van de oprichting van de tewerkstellingscel.
   Voor de werknemer bedoeld in deze paragraaf waarvan de overeenkomst een einde neemt vanaf de oprichting van de cel bedoeld in artikel 7, schrijft de directeur van de tewerkstellingscel de werknemer die wenst ingeschreven te worden, in vanaf de dag waarop hij de beslissing van de werknemer ontvangt om ingeschreven te willen worden.
   Indien de directeur van de tewerkstellingscel vaststelt dat op het einde van de laatste arbeidsovereenkomst van een ontslagen werknemer bedoeld in artikel 9/1, § 2, de werknemer geen beslissing heeft kunnen nemen omdat de werkgever de procedure bedoeld in het tweede lid niet heeft gevolgd, neemt hij contact op met de werknemer die over een termijn van zeven werkdagen beschikt om hem zijn beslissing betreffende zijn deelname aan de tewerkstellingscel mee te delen.
   De werknemer die zijn beslissing niet heeft meegedeeld binnen de termijn voorzien in het vorige lid, wordt geacht niet ingeschreven te willen worden bij de tewerkstellingscel.
   De directeur van de cel schrijft deze werknemer in bij de tewerkstellingscel vanaf de dag waarop hij van de werknemer de beslissing ontvangt ingeschreven te willen worden bij de cel.
   De directeur van de tewerkstellingscel die overgaat tot de inschrijving van een werknemer bedoeld in deze paragraaf, verwittigt de werkgever in herstructurering en de werknemer.
   De directeur van de tewerkstellingscel maakt aan de werknemer die hij inschrijft bij de cel onmiddellijk een gedateerd en ondertekend attest over dat de datum vermeldt vanaf wanneer de werknemer ingeschreven is bij de cel en het feit dat het gaat om een werknemer bedoeld in artikel 9/1, § 2.
   § 8. De werknemer die overeenkomstig paragraaf 5, 6 of 7 ingeschreven is in de tewerkstellingscel, en die op de datum van aankondiging van het collectief ontslag minstens vijfenveertig jaar is, moet gedurende zes maanden, gerekend van datum tot datum, ingeschreven blijven in de tewerkstellingscel.
   De werknemer die conform paragraaf 5, 6 of 7 ingeschreven is in de tewerkstellingscel en die op de datum van aankondiging van het collectief ontslag minder dan vijfenveertig jaar is, moet gedurende drie maanden, gerekend van datum tot datum, ingeschreven blijven in de tewerkstellingscel.
   De tewerkstellingsperiodes worden gelijkgesteld met een periode van inschrijving.
   Bij het verstrijken van de periode van inschrijving van zes maanden bedoeld in het eerste lid of van de periode van drie maanden bedoeld in het tweede lid, bezorgt de directeur van de tewerkstellingscel aan de werknemer een gedateerd en ondertekend attest dat de datum vermeldt vanaf wanneer de werknemer ingeschreven is bij de tewerkstellingscel en het feit dat de werknemer geldig ingeschreven is gebleven conform het eerste of tweede lid.
   § 9. De werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering die in aanmerking komt voor een inschrijving bij de tewerkstellingscel, wordt gelijkgesteld met een werkloze voor de toepassing van de artikelen 51 tot 53bis van het voormeld koninklijk besluit van 25 november 1991, gedurende de ganse periode waarin hij overeenkomstig paragraaf 8 in de tewerkstellingscel moet ingeschreven zijn en blijven.
   Van zodra hij op de hoogte is van het feit, deelt de directeur van de tewerkstellingscel aan de directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst, bevoegd voor de plaats waar de werknemer zijn hoofdverblijfplaats heeft, mee dat :
   1° de werknemer die is ingeschreven bij de tewerkstellingscel, weigert om mee te werken aan of in te gaan op een aanbod tot outplacementbegeleiding;
   2° de werknemer die is ingeschreven bij de tewerkstellingscel, een arbeidsongeschiktheid inroept in de zin van de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering om te weigeren om mee te werken aan of in te gaan op een aanbod tot outplacementbegeleiding;
   3° de werknemer die is ingeschreven bij de tewerkstellingscel, een passende dienstbetrekking weigert in de zin van artikel 51 van voormeld koninklijk besluit van 25 november 1991;
   4° de werknemer die zich moet inschrijven bij de tewerkstellingscel, naar de werkgever of de directeur van de tewerkstellingscel de beslissing stuurt, bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, om zich niet te willen inschrijven bij de tewerkstellingscel.
   Het feit een dusdanige houding aan te nemen dat het verloop van outplacement onmogelijk is geworden, wordt voor de toepassing van het tweede lid, 1°, gelijkgesteld met een weigering van outplacement.
   Het weigeren van een opleiding die rechtstreeks of onrechtstreeks werd voorgesteld in het kader van begeleidingsmaatregelen uitgevoerd door de tewerkstellingscel wordt voor de toepassing van het tweede lid, 3° gelijkgesteld met een weigering van een dienstbetrekking.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-04-22/02, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 11. [1 De ontslagen werknemer bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet die zich heeft ingeschreven bij de tewerkstellingscel binnen de termijnen voorzien in artikel 10 en die op de aankondiging van het collectief ontslag minstens vijfenveertig jaar is, ontvangt van de werkgever in herstructurering, elke eerste werkdag volgend op het einde van de kalendermaand, de inschakelingsvergoeding en dit gedurende maximaal zes maanden, gerekend van datum tot datum.
   De ontslagen werknemer bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet die zich heeft ingeschreven bij de tewerkstellingscel binnen de termijnen voorzien in artikel 10 en die op de aankondiging van het collectief ontslag minder dan vijfenveertig jaar is, ontvangt van de werkgever in herstructurering, elke eerste werkdag volgend op het einde van de kalendermaand, de inschakelingsvergoeding en dit gedurende maximaal drie maanden, gerekend van datum tot datum.
   De werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering die weigert zich in te schrijven bij de tewerkstellingscel, behoudt evenwel het recht op de opzeggingsvergoeding in toepassing van de voormelde wet van 3 juli 1978.
   Het bedrag van de maandelijkse inschakelingsvergoeding wordt bepaald op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst en wordt op dezelfde wijze berekend als de opzeggingsvergoeding die verschuldigd zou zijn geweest.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-04-22/02, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 12. <Opgeheven bij KB 2009-04-22/02, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 13. <Opgeheven bij KB 2009-04-22/02, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 14. <Opgeheven bij KB 2009-04-22/02, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  Art. 15.[2 De werkgever in herstructurering die, in toepassing van artikel 38 van de wet, de gedeeltelijke terugbetaling wil bekomen van de aan de werknemer betaalde inschakelingsvergoeding, moet hiertoe bij de Rijksdienst, overeenkomstig de door die dienst voorgeschreven procedure, een vordering tot terugbetaling indienen, ten vroegste op het einde van de totale periode gedekt door de inschakelingsvergoeding betaald aan deze werknemer en ten laatste op het einde van de zesde maand volgend op het einde van de totale periode gedekt door de inschakelingsvergoeding betaald aan deze werknemer.
   In afwijking van het vorige lid kan de werkgever in herstructurering de vordering tot terugbetaling voor alle bij het collectief ontslag betrokken werknemers in één verzamelstaat overmaken aan de Rijksdienst, ten vroegste na de laatste maand waarin de werkgever in herstructurering een inschakelingsvergoeding verschuldigd was, en uiterlijk zes maanden later.]2
  ----------
  (1)<KB 2009-04-22/02, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>
  (2)<KB 2014-06-13/12, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 15/1.[1 § 1. De tewerkstellingscel moet het hoofdbestuur van de Rijksdienst de identiteitsgegevens te bezorgen van alle werknemers ontslagen in het kader van de herstructurering en ingeschreven bij de tewerkstellingscel, alsook de datum van inschrijving bij de tewerkstellingscel.
   De tewerkstellingscel moet daarna het hoofdbestuur van de Rijksdienst onverwijld in kennis te stellen van alle wijzigingen die betrekking hebben op de gegevens van de werknemers vermeld in het vorige lid.
   De Rijksdienst bepaalt wat dient verstaan onder identiteitsgegevens, alsook de modaliteiten van deze gegevenstransmissie.
   § 2. Na ontvangst van de volledige gegevens bedoeld in paragraaf 1 en van de beslissing van de Minister van Werk bedoeld in artikel 9, zevende lid en na controle van deze gegevens, bezorgt de Rijksdienst spontaan aan de werknemer ontslagen in het kader van een herstructurering en ingeschreven bij de tewerkstellingscel een "verminderingskaart herstructureringen", met een geldigheidsduur vanaf de datum van de aankondiging van het collectief ontslag tot twaalf maanden, gerekend van datum tot datum, volgend op de datum van de inschrijving in de tewerkstellingscel.
   De werknemer ontslagen in het kader van een herstructurering heeft in het kader van die herstructurering slechts eenmaal recht op een verminderingskaart herstructureringen.
   De verminderingskaart herstructureringen is geldig bij elke nieuwe werkgever. Gedurende zijn geldigheidsperiode kan de werknemer steeds een kopie van de verminderingskaart herstructureringen krijgen.
   Het model en de inhoud van de verminderingskaart herstructureringen worden vastgesteld door de Rijksdienst.
   De Rijksdienst bezorgt de gegevens betreffende de verminderingskaarten herstructureringen aan de instellingen belast met de inning en de invorderingen van de sociale zekerheidsbijdragen.]1
  [2 § 3. De werknemer ontslagen als gevolg van het faillissement, de sluiting of de vereffening van de onderneming heeft eveneens recht op de verminderingskaart herstructureringen.
   Deze kaart heeft een geldigheidsduur van zes maanden, gerekend van datum tot datum, volgend op de datum van de verbreking van de arbeidsovereenkomst als gevolg van het faillissement, de sluiting of de vereffening van de onderneming.
   De in het vorige lid bedoelde kaart wordt aan de werknemer spontaan afgeleverd door het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst dat de aanvraag om werkloosheidsuitkeringen van de in het eerste lid bedoelde werknemer ontvangt.
   Wanneer de in het eerste lid bedoelde werknemer geen werkloosheidsuitkeringen aan de Rijksdienst vraagt, wordt de in het tweede lid bedoelde kaart afgeleverd door het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst bevoegd voor de woonplaats van de werknemer én op aanvraag van deze werknemer.
   De werknemer ontslagen als gevolg van het faillissement, de sluiting of de vereffening van de onderneming heeft in het kader van dat ontslag slechts éénmaal recht op een verminderingskaart herstructureringen.
   De paragraaf 2, derde, vierde en vijfde lid is van toepassing op de werknemer bedoeld in deze paragraaf.
   [3 Deze paragraaf is enkel van toepassing voor de werknemers die als gevolg van faillissement, sluiting of vereffening van de onderneming ontslagen worden uiterlijk op de uiterste datum van ontslag bedoeld in artikel 31 van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis [4 ...]4.]3]2
  [5 Deze paragraaf is eveneens van toepassing voor werknemers die als gevolg van het faillissement, de sluiting of de vereffening van de onderneming ontslagen worden vanaf 1 juli 2011.]5
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-04-22/02, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>
  (2)<KB 2009-06-28/07, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2009>
  (3)<W 2009-12-30/01, art. 141, 008; Inwerkingtreding : 31-12-2009>
  (4)<KB 2011-08-13/08, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-12-2009>
  (5)<KB 2011-08-13/08, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 15/2. [1 § 1. De werkgever in herstructurering kan een tegemoetkoming krijgen in de outplacementkost voor een werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering aan wie een verminderingskaart werd uitgereikt voor zover deze werknemer zich in één van de volgende situaties bevindt :
   1° De werknemer die tijdens de periode van inschrijving bij de tewerkstellingscel bedoeld in artikel 10, § 8, eerste of tweede lid effectief minstens dertig uren outplacementbegeleiding in de zin van artikel 6 gevolgd heeft;
   2° De werknemer die tijdens de geldigheidsperiode van deze verminderingskaart gedurende minstens honderd twintig kalenderdagen verbonden geweest is door één of meerdere arbeidsovereenkomsten met één of meerdere nieuwe werkgevers en die gedurende de periode tussen de inschrijving bij de tewerkstellingscel en de werkhervatting effectief minstens dertig uren outplacementbegeleiding in de zin van artikel 6 gevolgd heeft.
   § 2. De tegemoetkoming in de outplacementkost bedoeld in paragraaf 1 is beperkt tot de outplacementkost voor de outplacementbegeleiding die plaatsvond tussen de datum van inschrijving van de werknemer bij de tewerkstellingscel en de laatste geldigheidsdag van de verminderingskaart.
   Onverminderd de toepassing van het vorige lid is de tegemoetkoming in de outplacementkost beperkt tot de werkelijk gemaakte outplacementkost, waaronder verstaan wordt de outplacementkost die de dienstverlener via de tewerkstellingscel aan de werkgever factureert, en die de werkgever niet kan verhalen op een andere instantie of organisme, privaat of publiek, Belgisch of internationaal, inzonderheid een Gewest, een Gemeenschap, een sectorfonds, een fonds voor bestaanszekerheid of een Europees fonds.
   Voor de toepassing van het vorige lid kan de tegemoetkoming in de outplacementkosten eveneens betrekking hebben op de outplacementkosten die, in het kader van de herstructurering, op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een Paritair Comité of onder één Paritair Subcomité van dit paritair Comité, gedragen worden door een sectorale instantie waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert en die deze sectorale instantie niet kan verhalen op een andere instantie of organisme, privaat of publiek, Belgisch of internationaal, inzonderheid een Gewest, een Gemeenschap of een Europees fonds.
   § 3. De tegemoetkoming in de outplacementkost bedoeld in paragraaf 1 is voor elke werknemer bedoeld in paragraaf 1, 1° en die, op de aankondiging van het collectief ontslag minder dan vijfenveertig jaar is, beperkt tot maximaal 500 euro.
   De tegemoetkoming in de outplacementkost bedoeld in paragraaf 1 is voor elke werknemer bedoeld in paragraaf 1, 1° en die, op de aankondiging van het collectief ontslag minstens vijfenveertig jaar is, beperkt tot maximaal 1.000 euro.
   De tegemoetkoming in de outplacementkost bedoeld in paragraaf 1 is voor elke werknemer bedoeld in paragraaf 1, 2° en die, op de aankondiging van het collectief ontslag minder dan vijfenveertig jaar is, beperkt tot maximaal 1.000 euro.
   De tegemoetkoming in de outplacementkost bedoeld in paragraaf 1 is voor elke werknemer bedoeld in paragraaf 1, 2° en die, op de aankondiging van het collectief ontslag minstens vijfenveertig jaar is, beperkt tot maximaal 2.000 euro.
   § 4. Na afloop van de geldigheidsduur van de verminderingskaart ziet de Rijksdienst voor elke werknemer aan wie een verminderingskaart werd uitgereikt na of voldaan is aan de voorwaarden van paragraaf 1. De Rijksdienst baseert zich hierbij op de tewerkstellingsgegevens zoals door de nieuwe werkgever aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
   Na het nazicht bedoeld in het vorige lid deelt de Rijksdienst aan de werkgever in herstructurering mee of deze al dan niet in aanmerking komt voor terugbetaling van de outplacementkost.
   § 5. Na ontvangst van de mededeling bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, doet de werkgever in herstructurering of de sectorale instantie bedoeld in paragraaf 2, derde lid waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert, die de terugbetaling wenst te bekomen van de outplacementkost voor de werknemers die voorkomen op de bedoelde mededeling, hiertoe een aanvraag bij het hoofdbestuur van de Rijksdienst.
   Deze aanvraag vermeldt voor elke werknemer de volgende gegevens :
   1° het bewijs dat de werknemer voldoet aan de voorwaarde van paragraaf 1;
   2° het terug te betalen bedrag aan outplacementkost, vastgesteld overeenkomstig de paragrafen 1 en 2;
   3° de inhoud van de acties die hebben geleid tot de outplacementkosten bedoeld in 2°.
   § 6. De Rijksdienst gaat voor de werknemers voor wie de terugbetaling wordt gevraagd, na of deze overeenkomstig de vroegere mededeling van de Rijksdienst aan de werkgever in herstructurering voldoen aan de voorwaarden voor terugbetaling. De Rijksdienst gaat na of het teruggevorderde bedrag aan outplacementkost werd vastgesteld overeenkomstig de paragrafen 1 en 2.
   De dienstverlener moet de Rijksdienst, op eenvoudig verzoek, voor elke werknemer ontslagen in het kader van een herstructurering, een afschrift bezorgen van de aan de werkgever in herstructurering of aan de sectorale instantie waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert bedoeld in paragraaf 2, derde lid gefactureerde outplacementkost.
   De tewerkstellingscel moet de Rijksdienst, op eenvoudig verzoek, alle inlichtingen verstrekken die de Rijksdienst van nut kunnen zijn bij het nazicht van de aanvraag van de werkgever in herstructurering of van de sectorale instantie bedoeld in paragraaf 2, derde lid waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert.
   § 7. Na verificatie betaalt de Rijksdienst het terugbetaalbare bedrag terug aan de werkgever in herstructurering of aan de sectorale instantie bedoeld in paragraaf 2, derde lid 3 waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert uiterlijk binnen drie maanden na de aanvraag bedoeld in paragraaf 5, eerste lid.
   Voor de werknemers waarvoor de Rijksdienst beslist niet te kunnen overgaan tot terugbetaling of slechts te kunnen overgaan tot de terugbetaling van een lager bedrag dan datgene wat de werkgever in herstructurering of de sectorale instantie bedoeld in paragraaf 2, derde lid waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert vroeg, deelt de Rijksdienst hem dit mee bij gemotiveerde beslissing.
   Indien hij de beslissing van de Rijksdienst betwist, kan de werkgever in herstructurering of de sectorale instantie bedoeld in paragraaf 2, derde lid waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert het dossier binnen de maand na ontvangst van deze beslissing terugsturen naar de Rijksdienst vergezeld van de motieven tot betwisting. De Rijksdienst neemt een definitieve beslissing binnen de maand na kennisname van de motieven van de werkgever in herstructurering of van de sectorale instantie bedoeld in paragraaf 2, derde lid waaronder de werkgever in herstructurering ressorteert.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-04-22/02, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 07-04-2009>

  HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen.

  Art. 16. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 februari 1974, 12 augustus 1985, 15 oktober 1985 en 7 maart 1995, wordt aangevuld als volgt :
  " 7° titel IV, hoofdstuk V, afdeling 3, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. De onderneming in herstructurering wordt beschouwd als werkgever. De activiteiten en verplaatsingen gedaan in het kader van hoofdstuk 4 van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen, worden voor de toepassing van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 gelijkgesteld met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. "

  Art. 17. In Hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 18 april 2000 tot vaststelling van de bijzondere regels van basisloonberekening voor de toepassing van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 op bepaalde categorieën van werknemers, gewijzigd bij koninklijk besluit van 12 maart 2003 en 18 maart 2003, wordt een afdeling VI ingevoegd, luidende :
  " Afdeling VI. - Werknemers die een inschakelingsvergoeding genieten in het kader van titel IV, hoofdstuk V, afdeling 3, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
  Art. 6ter. Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 4, van de wet wordt voor de werknemers die een inschakelingsvergoeding genieten in het kader van titel IV, hoofdstuk V, afdeling 3, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, in afwijking van artikel 34, eerste lid, van de wet onder basisloon verstaan het loon waarop de werknemer, in de functie waarin hij was tewerkgesteld in de onderneming op het ogenblik waarop hij ontslagen werd in het kader van een herstructurering, recht had voor de periode van een jaar die deze datum voorafgaat. "

  HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.

  Art. 18. Hoofdstuk 5 van Titel IV van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en is van toepassing op de ontslagen die deel uitmaken van een collectief ontslag dat ten vroegste aangekondigd wordt vanaf die datum.

  Art. 19. Dit koninklijk besluit treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, en is van toepassing op de ontslagen die deel uitmaken van een collectief ontslag dat ten vroegste aangekondigd wordt vanaf die datum.

  Art. 20. De Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 9 maart 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact Hoofdstuk V van Titel IV en op artikel 71;
   Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, § 1, derde lid, littera z ), ingevoegd bij de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
   Gelet op de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, inzonderheid op artikel 15;
   Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
   Gelet op de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, inzonderheid op artikel 3;
   Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 februari 1974, 12 augustus 1985, 15 oktober 1985 en 7 maart 1995;
   Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2000 tot vaststelling van de bijzondere regels van basisloonberekening voor de toepassing van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 op bepaalde categorieën van werknemers, gewijzigd bij koninklijk besluit van 12 maart 2003 en 18 maart 2003;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 november 2005;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 23 december 2005;
   Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad van 13 december 2005;
   Gelet op het advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van 15 december 2005;
   Gelet op advies 39.694/1 van de Raad van State, gegeven op 26 januari 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 24-05-2019 GEPUBL. OP 18-09-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 15/2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-12-2017 GEPUBL. OP 21-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6; 9)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 30-12-2014 GEPUBL. OP 31-12-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 9/1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-06-2014 GEPUBL. OP 07-07-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 15)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-08-2011 GEPUBL. OP 30-08-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 15/1)
  • originele versie
  • WET VAN 30-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 15/1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 28-06-2009 GEPUBL. OP 06-07-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 15/1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-06-2009 GEPUBL. OP 19-06-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 9)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-04-2009 GEPUBL. OP 30-04-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 4-9; 9/1; 10-15; 15/1; 15/2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-03-2009 GEPUBL. OP 16-04-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 28-03-2007 GEPUBL. OP 06-04-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 10; 11)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-11-2006 GEPUBL. OP 07-12-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 8)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Dit besluit behelst de verdere uitwerking van het activerend beleid bij herstructureringen, in uitvoering van de artikelen 31 tot 41 en 71 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
       Het opzet van deze regeling is de ondernemingen in herstructurering aan te moedigen te investeren in de herplaatsing van de werknemers die ze ontslaan bij andere werkgevers. Een behoorlijk sociaal plan dat het inkomensverlies van de ontslagen werknemers zo beperkt mogelijk houdt, blijft onmisbaar, maar daar bovenop wil het stelsel vooral de inspanningen van werkgever en werknemer naar nieuw werk ondersteunen. Activiteit en het daaruit voortvloeiend loon zijn immers de beste garantie voor bestaanszekerheid en maatschappelijke integratie.
       De nieuwe regels betreffen de ondernemingen van de privésector die overgaan tot een collectief ontslag en een erkenning vragen om werknemers op een leeftijd lager dan de normaal in de onderneming geldende leeftijd, op brugpensioen te stellen.
       De nieuwe regels betreffen de werknemers die ontslagen zijn in het kader van een collectief ontslag tijdens de periode vanaf de datum van de aankondiging van de intentie om over te gaan tot collectief ontslag (aan de ondernemingsraad) tot het einde van de erkenningsperiode (vastgesteld in de ministeriële erkenning), en die, op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag, minstens 45 jaar oud zijn en minstens één jaar anciënniteit hebben in de onderneming. Deze leeftijdsgrens is ingegeven door de vaststelling dat de leeftijd van 45 jaar een psychologisch scharniermoment is in het aanwervingsgedrag van werkgevers, en daaruit voortvloeiend, in de kansen op heraanwerving van de werknemers en werkzoekenden en hun houding ten opzichte van de arbeidsmarkt. De werkgelegenheidsgraad van de werknemers in België vertoont vanaf die leeftijd van 45 jaar een dalende trend, waarmee België wat de werkgelegenheidsgraad van ouderen betreft tot de allerlaagste van de EU-25 behoort. Die leeftijd van 45 jaar is trouwens een reeds lang gehanteerde grens, wanneer het gaat om de herintegratie van werkzoekenden (bv. het activaplan). Bovendien sluit het stelsel geenszins uit dat werknemers van lagere leeftijd die ontslagen worden in het kader van het collectief ontslag, zich vrijwillig inschrijven voor hulp bij de zoektocht naar ander werk, indien de sociale partners in de ondernemings-CAO afgesloten naar aanleiding van de herstructurering, deze mogelijkheid hebben voorzien. Volledigheidshalve dient er nog aan toegevoegd dat het bereiken van deze leeftijdsgrens op zich niet volstaat : de werknemer moet ook een anciënniteit van minstens één jaar in de onderneming hebben om in aanmerking te komen voor deze nieuwe regeling.
       Zoals reeds in de praktijk is aangetoond bij grote herstructureringen, is de oprichting van een tewerkstellingscel een nuttig instrument in het kader van de herplaatsing van de ontslagen werknemers, inzonderheid wanneer alle betrokken partijen zich samen inzetten voor de werking van die tewerkstellingscel. Daarom wordt in het nieuwe stelsel uitdrukkelijk voorzien dat naast de werkgever in herstructurering zelf, ook minstens één van de representatieve vakbonden en, indien dit in de sector waartoe de onderneming behoort voorkomt, het sectoraal opleidingsfonds betrokken worden. Daarnaast is het absoluut aangewezen dat ook de van de Gewesten afhangende regionale diensten voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding meedoen en zelfs een trekkersrol opnemen. Daarom wordt uitdrukkelijk voorzien dat deze regionale diensten deel uitmaken van de tewerkstellingscel, tenzij ze er voor kiezen niet te willen deelnemen, waarmee tegemoet gekomen wordt aan de opmerking van de Raad van State dat het stelsel op zo'n wijze geconcipieerd moet zijn dat de betrokken tewerkstellinsgcellen, ook zonder de medewerking van de diensten die afhangen van de Gewesten of de Gemeenschappen - en die facultatief dient te blijven kunnen worden opgericht en wettig kunnen optreden. In dezelfde zin spreekt het voor zich dat bij afwezigheid van deze Gewest en/of Gemeenschapsdiensten, de werking van die tewerkstellingscellen geen uitstaans kan hebben met aangelegenheden inzake beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling. Anderzijds, wanneer deze diensten wel beslissen om deel te nemen aan de werking van die tewerkstellingscellen, kunnen zij, wanneer zij dit willen, de centrale rol hebben in de werking van die cellen, en de leiding ervan op zich nemen (rol van directie van de cel). Werkt de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding niet mee, dan wordt de cel geleid door een sociaal bemiddelaar.
       De taak van de cel bestaat er voornamelijk uit te waken over de uitvoering van de begeleidingsmaatregelen afgesproken in het kader van de herstructurering, en opgenomen in het herstructureringsplan dat de onderneming moet toevoegen in zijn aanvraag tot erkenning bij de federale Minister van Werk. Daartoe behoort o.a. het nazicht of de werkgever zijn verplichting inzake aanbod van outplacementbegeleiding wel nakomt. Bovendien beheert deze cel de inschrijvingen van de werknemers, zodat de cel ook toeziet op het recht op de inschakelingsvergoeding van die werknemers.
       Deze cel moet uiterlijk opgericht zijn op het ogenblik van het eerste ontslag van een werknemer van minstens 45 jaar, en er moet op die cel een beroep kunnen gedaan worden minstens tot zes maanden na de verbreking van de laatste overeenkomst binnen het kader van dit collectief ontslag.
       Voor relatief kleine herstructureringen kan de oprichting van een bedrijfseigen tewerkstellingcel vervangen worden door de participatie in een overkoepelende tewerkstellingscel. Mits het afsluiten van een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en het bevoegde Gewest kan de oprichting van de tewerkstellingscel vervangen worden door de medewerking vanwege de werkgever in herstructurering aan de reconversie- en tewerkstellingsmaatregelen van dat Gewest, voor zover ze minstens dezelfde doelstellingen nastreven als hierboven vermeld.
       Opdat de ontslagen werknemer van minstens 45 jaar (op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag) optimaal geïnformeerd zou zijn over zijn rechten en plichten met betrekking tot zijn deelname aan deze cel, voorziet het besluit in een procedure van informatie vanwege de werkgever in herstructurering, voorafgaand aan het eigenlijke individueel ontslag. Daarna zal de werknemer beslissen over het al dan niet deelnemen aan de activiteiten georganiseerd door de tewerkstellingscel, en deelt hij zijn keuze mee aan de werkgever.
       De inschrijving garandeert de werknemer van minstens 45 jaar ook gedurende zes maanden het genot van de inschakelingsvergoeding die gelijk is aan het lopend loon en de voordelen verworven krachtens de overeenkomst. Deze vergoeding vervangt geheel of gedeeltelijk de opzeggingsvergoeding waarop de werknemer recht had. Het is de werkgever in herstructurering die deze kost draagt. Tijdens maanden waarin de werknemer (geheel of gedeeltelijk) het werk hervatte, wordt de inschakelingsvergoeding verlaagd : in die periode is er immers een nieuw inkomen uit arbeid. Dit geldt zowel voor een werkhervatting als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep.
       Voor arbeiders die normaal slechts recht hadden op een opzeggingsvergoeding van minder dan zes maanden, kan de werkgever in herstructurering een vordering indienen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening tot terugbetaling van de meerkost.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       Van Uwe Majesteit,
       De zeer eerbiedige
       en zeer getrouwe dienaar,
       De Minister van Werk,
       P. VANVELTHOVEN

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 10 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
    Franstalige versie