J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2005/01/09/2005011010/justel

Titel
9 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit waarbij een maandelijkse statistiek van het goederenverkeer tussen België en de andere lid-Staten van de Europese Unie wordt voorgeschreven.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-01-2005 en tekstbijwerking tot 23-10-2014)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 26-01-2005 nummer :   2005011010 bladzijde : 2213       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2005-01-09/35
Inwerkingtreding : 01-01-2005 A12

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1993011437       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-14

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De Nationale Bank van België verzamelt de gegevens die betrekking hebben op het goederenverkeer tussen België en de andere lid-Staten van de Europese Unie en maakt een maandelijkse statistiek op van dit verkeer, overeenkomstig de opdracht die haar is toevertrouwd door het Instituut voor de Nationale Rekeningen krachtens de artikelen 109, § 3, derde lid en 121 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen.

  Art. 2. Aan deze statistiek zijn onderworpen, de natuurlijke of rechtspersonen die in België BTW-plichtig zijn en die :
  1° een overeenkomst, anders dan een vervoerovereenkomst, hebben gesloten die tot verzending leidt van goederen naar een andere lid-Staat of levering van goederen uit een andere lid-Staat, of, bij gebreke hiervan.
  2° goederen verzenden of doen verzenden naar een andere lid-Staat of in ontvangst nemen of doen nemen uit een andere lid-Staat, of bij gebreke hiervan.
  3° in het bezit zijn van goederen die naar een andere lid-Staat worden verzonden of uit een andere lid-Staat worden geleverd.

  Art. 3. De informatieplichtige geeft volgende goederenbewegingen aan :
  1° aankomsten en verzendingen, welke bepaald zijn in de Europese verordeningen betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lid-Staten en
  2° aankomsten en verzendingen na herstelling of onderhoud.

  Art. 4. § 1. De informatieplichtige deelt voor de aankomsten en de verzendingen bedoeld in artikel 3, 1°, de volgende gegevens mee :
  1° de goederencode volgens de acht cijfers voor de gecombineerde nomenclatuur;
  2° de lid-Staat van herkomst of van bestemming van de goederen;
  3° de aard van de transactie;
  4° de nettomassa;
  5° de aanvullende eenheden;
  6° de waarde van de goederen;
  7° het Gewest van oorsprong of van bestemming;
  8° de leveringsvoorwaarden;
  9° de vermoedelijke wijze van vervoer.
  § 2. De informatieplichtige deelt voor de aankomsten en de verzendingen bedoeld in artikel 3, 2°, de volgende gegevens mee :
  1° de goederencode 9945.0000;
  2° de lid-Staat van herkomst of van bestemming van de goederen;
  3° de aard van de transactie (code 6);
  4° de waarde van de herstelling of het onderhoud.
  § 3. De gegevens met betrekking tot de aankomsten en de verzendingen worden afzonderlijk aangegeven.

  Art. 5. § 1. De informatieplichtige wiens jaarlijks bedrag van de verzendingen minder is dan (1.000.000 euro), is vrijgesteld van de aangifte van de verzendingen. <KB 2006-01-11/38, art. 1, 002 ; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
  § 2. De informatieplichtige wiens jaarlijks bedrag van de verzendingen gelijk is aan of meer is dan (1.000.000 euro) en minder is dan 25.000.000 euro, is ervan vrijgesteld voor de verzendingen de gegevens vermeld onder 8° en 9° van artikel 4, § 1°, in de aangifte op te nemen. <KB 2006-01-11/38, art. 1, 002 ; Inwerkingtreding : 01-01-2006>

  Art. 6.§ 1. De informatieplichtige wiens jaarlijks bedrag van de aankomsten minder is dan [1 1.500.000 euros]1, is vrijgesteld van de aangifte van de aankomsten.
  § 2. De informatieplichtige wiens jaarlijks bedrag van de aankomsten gelijk is aan of meer is dan [1 1.500.000 euros]1 en minder is dan 25.000.000 euro, is ervan vrijgesteld voor de aankomsten de gegevens vermeld onder 8° en 9° van artikel 4, § 1, in de aangifte op te nemen.
  ----------
  (1)<KB 2014-10-10/01, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 7. Onverminderd de toepassing van de artikelen 5, § 1, en 6, § 1, is de informatieplichtige er toe gehouden om een "nihil"-aangifte te doen voor de maanden waarin er geen aan te geven goederenbeweging heeft plaatsgevonden.

  Art. 8. De informatieplichtige bezorgt aan de Nationale Bank van België de gegevens bedoeld in artikel 4 uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op de referentiemaand.

  Art. 9. De informatieplichtige bezorgt de gegevens via de transmissiekanalen en volgens de modaliteiten welke bepaald worden door de Nationale Bank van België.

  Art. 10. § 1. De overdracht van de aangiftes via elektronische weg is verplicht vanaf 1 januari 2007.
  § 2. De aangiftes die vijftien of minder transactielijnen bevatten, kunnen niettemin naar keuze van de informatieplichtige worden overgemaakt via elektronische weg of op papieren drager zoals bepaald door de Nationale Bank van België.

  Art. 11. Voor de individuele transacties bedoeld in artikel 3, 1°, van minder dan 200 euro, mag de informatieplichtige de te verstrekken informatie beperken tot de volgende gegevens :
  1° de goederencode 9950.0000;
  2° de lid-Staat van herkomst of van bestemming van de goederen;
  3° de waarde van de goederen.
  Deze vrijstelling mag evenwel slechts worden toegepast op voorwaarde dat het totaal van de waarde van de transacties aangegeven met code 9950.0000 minder dan 5 % van de totale waarde van de aangifte bedraagt.

  Art. 12. Het koninklijk besluit van 14 januari 1993 waarbij een maandelijkse statistiek van het goederenverkeer tussen België en de andere lid-Staten van de Europese Gemeenschap wordt voorgeschreven, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 februari 1995, 4 maart 1998 en 7 februari 2002, wordt opgeheven.

  Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2005.

  Art. 14. Onze Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 9 januari 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, inzonderheid op de artikelen 1 en 16, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985;
   Gelet op de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, inzonderheid op de artikelen 121 en 122;
   Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 1993 waarbij een maandelijkse statistiek van het goederenverkeer tussen België en de andere lid-Staten van de Europese Gemeenschap wordt voorgeschreven, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 februari 1995, 4 maart 1998 en 7 februari 2002;
   Gelet op de Europese verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lid-Staten en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad;
   Gelet op de Europese verordening (EG) nr. 1982/2004 van de Commissie van 18 november 2004 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lid-Staten en tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 1901/2000 en (EEG) nr. 3590/92;
   Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Statistiek, gegeven op 8 september 2004;
   Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd als volgt :
   
   - de communautaire regelgeving betreffende de statistiek van het goederenverkeer is gewijzigd door verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lid-Staten en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad;
   - de Europese verordening (EG) nr. 1982/2004 van de Commissie van 18 november 2004 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lid-Staten en tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 1901/2000 en (EEG) nr. 3590/92;
   - deze Europese verordeningen, hoewel van onmiddellijke toepassing in het interne recht, laten aan de lid-Staten bepaalde keuzes over die moeten worden omgezet in nationaal recht;
   - de nationale regelgeving moet worden gewijzigd uiterlijk tegen 1 januari 2005, datum waarop de voormelde Europese verordeningen in werking treden;
   - het is van belang de statistieken van de buitenlandse handel zonder onderbreking te kunnen opmaken niettegenstaande de voormelde wijzigingen;
   Gelet op het advies nr. 37.806/1 van de Raad van State gegeven op 23 november 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Economie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-10-2014 GEPUBL. OP 23-10-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-02-2010 GEPUBL. OP 26-02-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-01-2006 GEPUBL. OP 30-01-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 6)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Het ontwerp van koninklijk besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, heeft als doelstelling enkele wijzigingen aan te brengen aan de bepalingen die de statistiek van de buitenlandse handel beheersen.
       De wettelijke grondslag van het ontwerpbesluit wordt gevormd door artikel 121 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, dat aan Zijne Majesteit de zorg toevertrouwt om de inhoud en de modaliteiten vast te leggen van de transmissie naar de Nationale Bank van België van de gegevens die nodig zijn voor het opmaken van de statistiek van de buitenlandse handel.
       I. Algemene voorstelling
       De wijzigingen die zijn opgenomen in het ontwerpbesluit dringen zich op ingevolge de inwerkingtreding op 1 januari 2005 van de nieuwe Europese verordeningen betreffende de communautaire statistiek van het goederenverkeer tussen de lidstaten. Tegelijkertijd is het opportuun gebleken om in de regelgeving bepalingen op te nemen die toelaten de aangifte via elektronische weg te veralgemenen, dit met het oog op de administratieve vereenvoudiging en teneinde tegemoet te komen aan het principieel verband tussen kost en doelmatigheid dat de intracommunautaire statistiek beheerst.
       Het ontwerpbesluit voert formele wijzigingen door aan de definities van de informatieplichtige persoon en van de aan te geven goederenbewegingen, teneinde deze in overeenstemming te brengen met de terminologie gehanteerd in de nieuwe Europese regelgeving.
       Met de bedoeling de aangiftetaak die op de informatieplichtigen rust te verlichten, werd de drempel opgetrokken van de individuele transacties beneden de welke het de aangevers toegestaan is vereenvoudigde informatie te verstrekken.
       Aangezien het koninklijk besluit van 14 januari 1993 waarbij een maandelijkse statistiek van het goederenverkeer tussen België en de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap wordt voorgeschreven meermaals gewijzigd werd, is het tot slot verkieslijk gebleken dit volledig te vervangen door een nieuw besluit om de leesbaarheid te verbeteren.
       II. Artikelsgewijze bespreking
       Artikel 1 van het ontwerp heeft betrekking op de aan de Nationale Bank van België voorbehouden opdracht om de statistiek van de buitenlandse handel te verzamelen en op te maken. Deze bepaling herneemt woordelijk de formulering van artikel 1 van het voornoemde koninklijk besluit van 14 januari 1993.
       Artikel 2 van het ontwerp bevat de definitie van de informatieplichtige personen en is wat de vorm betreft aangepast aan de terminologie die wordt gehanteerd in de nieuwe Europese regelgeving.
       Artikel 3 van het ontwerp heeft als doel de goederenbewegingen te bepalen die de informatieplichtige moet aangeven. Het eerste punt verwijst naar de tekst van de Europese regelgeving die van onmiddellijke toepassing is voor het vastleggen van de aan te geven aankomsten en verzendingen. Het tweede punt voegt daar het verzamelen van gegevens inzake aankomsten en verzendingen na herstelling of onderhoud aan toe. Deze laatste verduidelijking is noodzakelijk geworden doordat in de nieuwe Europese regelgeving het verplicht karakter van het verzamelen van deze gegevens geschrapt is, terwijl aan de lidstaten de keuze wordt gelaten om het verzamelen daarvan te behouden voor de nationale behoeften. Welnu, deze gegevens zijn noodzakelijk op nationaal niveau voor het opmaken van een statistiek van de buitenlandse handel in België die coherent is met andere statistieken van het Instituut van de Nationale Rekeningen en met de statistiek van de betalingsbalans. Het is dus van essentieel belang dat het koninklijk besluit voorziet in het behoud van het verzamelen van gegevens met betrekking tot de bewegingen na herstelling of onderhoud.
       Artikel 4, § 1 van het ontwerp herneemt de lijst van de gegevens die de informatieplichtige voor elke aan te geven beweging moet verstrekken. De inhoud van deze paragraaf is ongewijzigd ten opzichte van het voornoemde koninklijk besluit van 14 januari 1993.
       § 2 specificeert de aan te geven gegevens wat betreft de bewegingen na herstelling of onderhoud. Het aantal aan te geven inlichtingen werd beperkt teneinde de aangiftetaak van de informatieplichtige te verlichten.
       Voor grotere duidelijkheid preciseert § 3 tot slot dat de gegevens met betrekking tot de aankomsten en verzendingen afzonderlijk moeten worden aangegeven.
       De artikelen 5 en 6 van het ontwerp leggen de bedragen vast die overeenstemmen met het jaarlijks bedrag van de aankomsten of verzendingen beneden dewelke de informatieplichtige vrijgesteld is van het geheel of een deel van de aangifte. Deze drempels zijn niet gewijzigd ten opzichte van deze voorzien in het voornoemde koninklijk besluit van 14 januari 1993.
       Artikel 7 van het ontwerp voorziet dat de informatieplichtige een " nihil "-aangifte moet doen voor de maanden van het jaar waarin geen goederenbewegingen plaatsvinden. Aan dit artikel is een nieuwe bewoording gegeven om ondubbelzinnig aan te duiden dat de bepaling enkel betrekking heeft op de informatieplichtigen die aangifte moeten doen, dus met uitsluiting van de personen die daarvan zijn vrijgesteld.
       De aangiftetermijn, bepaald in artikel 8, is niet gewijzigd ten opzichte van het voornoemde koninklijk besluit van 14 januari 1993.
       De artikelen 9 en 10 regelen de kanalen en de modaliteiten van de transmissie der gegevens naar de Nationale Bank van België. Terwijl de aan te geven gegevens zelf beschreven zijn in het besluit, is het om praktische redenen nodig dat de vormelijke en technische voorschriften met betrekking tot de dragers van de aangifte en de transmissie nader worden omschreven door de Nationale Bank van België. In het geval van de papieren drager gaat het bijvoorbeeld over het formaat, het voorkomen van de aangifte en van de rubrieken, etc. In geval van elektronische aangifte kan het gaan over het bestandstype, het formaat van de velden, de modaliteiten van de on-line aangifte, enz.
       Het invoeren van de verplichte gegevensoverdracht via elektronische weg is voorzien voor 1 januari 2007, dit teneinde de ondernemingen afdoende tijd te geven om eventuele informatica-aanpassingen door te voeren. Met de bedoeling de aangiftetaak te verlichten, behouden de informatieplichtigen die slechts een beperkt aantal bewegingen aangeven de mogelijkheid om desgewenst hun aangifte op papieren drager te doen. De aldus vastgestelde drempel van vijftien lijnen laat de kleinste aangevers toe hun aangifte op papier te blijven verrichten.
       Het optrekken in artikel 11 van de drempel van de individuele transacties beneden dewelke de informatieplichtige vereenvoudigde informatie kan verstrekken, vloeit voort uit dezelfde bekommernis om de aangiftetaak te verlichten.
       Artikel 12, tot slot, heeft het voornoemde koninklijk besluit van 14 januari 1993 op en artikel 13 stelt de datum van inwerkingtreding van het besluit vast op 1 januari 2005. Deze datum vloeit voort uit de datum van inwerkingtreding van de Europese regelgeving.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige
       en de zeer getrouwe dienaar,
       De Minister van Economie,
       M. VERWILGHEN
       ADVIES 37.806/1 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
       De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 19 november 2004 door de Minister van Economie verzocht hem, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "waarbij een maandelijkse statistiek van het goederenverkeer tussen België en de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap wordt voorgeschreven", heeft op 23 november 2004 het volgende advies gegeven :
       
       Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.
       In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd als volgt :
       
       " - de communautaire regelgeving betreffende de statistiek van het goederenverkeer is gewijzigd door verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lidstaten en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad, alsook door verordening nr. ... 2004 van de Commissie van...;
       - deze Europese verordeningen, hoewel van onmiddellijke toepassing in het interne recht, laten aan de lid-Staten bepaalde keuzes over die moeten worden omgezet in nationaal recht;
       - de nationale regelgeving moet worden gewijzigd uiterlijk tegen 1 januari 2005, datum waarop de voormelde Europese verordeningen in werking treden;
       - het is van belang de statistieken van de buitenlandse handel zonder onderbreking te kunnen opmaken niettegenstaande de voormelde wijzigingen".
       Krachtens artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, heeft de afdeling wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan.
       Strekking en rechtsgrond van het ontwerp
       1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt er in hoofdzaak toe om de internrechtelijke reglementering inzake de statistiek van de buitenlandse handel aan te passen in het licht van de inwerkingtreding, op 1 januari 2005, van de in de aanhef van het ontwerp vermelde Europese verordeningen betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lid-Staten van de Europese Unie.
       Het ontwerp bevat daarenboven een aantal wijzigingen die strekken tot een administratieve vereenvoudiging, zoals die betreffende de veralgemening van de aangifte langs elektronische weg.
       Rekening houdende met de aard van de ontworpen wijzigingen werd geopteerd voor de opheffing van het reeds bestaande koninklijk besluit van 14 januari 1993 (1) en de vervanging ervan door de ontworpen tekst.
       ( (1) Koninklijk besluit van 14 januari 1993 waarbij een maandelijkse statistiek van het goederenverkeer tussen België en de andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschap wordt voorgeschreven. )
       2. De ontworpen regeling heeft een gediversifieerde rechtsgrond. In de eerste plaats wordt erin uitvoering gegeven aan artikel 121 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, gelezen in samenhang met artikel 122 van dezelfde wet. De ontworpen regeling vertoont daarnaast evenwel een dermate nauw verband met de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek (2), dat ook de bepalingen van die wet welke worden vermeld in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp kunnen worden geacht de ontworpen regeling mee tot rechtsgrond te strekken.
       ( (2) Dat verband vindt expliciet bevestiging in artikel 122 van de voornoemde wet van 21 december 1994. )
       Onderzoek van de tekst
       Opschrift
       In het opschrift van het ontwerp, doch eveneens in het dispositief ervan (zie artikel 1), wordt melding gemaakt van "de andere lid-Staten van de Europese Gemeenschap". Deze terminologie dient te worden geactualiseerd door, naar analogie van artikel 108, f), van de wet van 21 december 1994 (3), te schrijven "de andere lid-Staten van de Europese Unie".
       ( (3) Artikel 108, f), van de wet van 21 december 1994 heeft het over "de statistieken van de buitenlandse handel, zowel binnen als buiten de Europese Unie, alsook de statistieken betreffende de doorvoer". )
       Aanhef
       1. Het eerste lid van de aanhef moet worden geredigeerd als volgt :
       
       " Gelet op de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, inzonderheid op de artikelen 1 en 16, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985;".
       2. Rekening houdend met wat is opgemerkt omtrent de rechtsgrond van de ontworpen regeling, schrijve men op het einde van het tweede lid van de aanhef "inzonderheid op de artikelen 121 en 122;" in plaats van "inzonderheid op de artikelen 107 tot 122;".
       3. Ter wille van de duidelijkheid voege men na het vierde lid van de aanhef een lid toe luidende :
       
       " Gelet op de Europese verordening (EG) nr. 1982/2004 van de Commissie van 18 november 2004 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lid-Staten en tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 1901 /2000 en (EEG) nr. 3590/92;" (4)
       ( (4) Uiteraard dient ook van de betrokken verordening melding te worden gemaakt in de motivering die is vervat in het zesde lid van de aanhef. )
       In het vierde lid van de aanhef moet dan de zinsnede ", alsook de verordening nr....2004 van de Commissie van... " worden geschrapt.
       Artikel 5
       De verwijzing naar "de gegevens vermeld onder h) en i) van artikel 4, § 1 ", welke voorkomt in artikel 5, § 2, van het ontwerp, moet worden gecorrigeerd, rekening houdende met de nummering van de onderdelen van de opsomming zoals die in artikel 4, § 1, van het ontwerp wordt weergegeven.
       Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van artikel 6, § 2, van het ontwerp.
       Artikel 10
       In artikel 10, § 3, van het ontwerp wordt de Nationale Bank van België opgedragen om "de voorwaarden en modaliteiten (lees : nadere regels)" te bepalen van "het gebruik van (de) vrijstelling".
       Het is niet duidelijk welke de precieze draagwijdte is van deze opdracht. De vrijstelling die wordt beoogd is blijkbaar die waarbij, na 1 januari 2007, de overdracht van de aangifte nog op een papieren drager kan gebeuren ingeval een informatieplichtige in de "manifeste onmogelijkheid"" (5) verkeert om de aangifte via elektronische weg te verrichten. Vraag is evenwel of de in dat verband aan de Nationale Bank van België verleende opdracht erin bestaat om te bepalen wat onder het begrip "manifeste onmogelijkheid" moet worden begrepen, dan wel of die opdracht betrekking heeft op de wijze waarop de "voorafgaande" en "uitdrukkelijke" aanvraag tot vrijstelling moet gebeuren of dat het, tot slot, de bedoeling is dat de Nationale Bank van België de vormelijke opmaak zou regelen van de papieren drager (6).
       ( (5) Het betrokken begrip moet in ieder geval nader worden omschreven, al was het maar omdat niet duidelijk is waaruit precies het "manifeste" karakter van de onmogelijkheid om de aangifte langs elektronische weg te verrichten, dient te bestaan. )
       ( (6) In dat geval rijst de vraag hoe de in artikel 10, § 3, omschreven opdracht aan de Nationale Bank van België zich verhoudt tot de opdracht die in artikel 9 van het ontwerp aan die instelling wordt gegeven inzake de "modaliteiten" van de gegevensoverdracht en die, volgens het verslag aan de Koning, wat de papieren dragers betreft erin bestaat om "bijvoorbeeld... het formaat, het voorkomen van de aangifte en van de rubrieken, etc. " vast te stellen. )
       Uit wat voorafgaat volgt dat de bevoegdheidsopdracht, in fine, van artikel 10, § 3, van het ontwerp, zou moeten worden verduidelijkt, met dien verstande evenwel dat ermee rekening moet worden gehouden dat, overeenkomstig de algemene principes van ons publiek recht, geen verordenende bevoegdheden kunnen worden gedelegeerd aan een openbare instelling als de Nationale Bank van België. Enkel indien de aldus gedelegeerde bevoegdheden een dermate hoge techniciteit zouden vertonen dat deze het meest efficiënt worden uitgeoefend door de betrokken openbare instelling die daarvoor het beste is toegerust of die voor de toepassing van de betrokken regels instaat, zou de beoogde delegatie kunnen worden gebillijkt.
       Het verdient aanbeveling dat, benevens een nauwkeuriger omschrijving van de opdracht die in artikel 10, § 3, van het ontwerp aan de Nationale Bank van België wordt verleend, tevens in het verslag aan de Koning zou worden aangegeven welke aspecten van de regeling, bedoeld in het voornoemde artikel 10, § 3, dermate technisch zijn dat ze beter door de Nationale Bank van België worden geregeld. Bij gebrek aan dergelijke aspecten dient de delegatie van bevoegdheden aan de Nationale Bank van België te worden weggelaten uit artikel 10, § 3, van het ontwerp (7)
       ( (7) Wat dan zou inhouden dat in voorkomend geval in het ontwerp zelf de essentiële regels betreffende de aangelegenheid die het voorwerp uitmaakt van de (te schrappen) delegatiebepaling, worden opgenomen. )
       Artikel 12
       Gelet op het bepaalde in artikel 122 van de wet van 21 december 1994 en in de artikelen 19 tot 23 van de wet van 4 juli 1962, is artikel 12 van het ontwerp overbodig. Deze laatste bepaling is daarenboven misleidend in de mate ermee de indruk wordt gewekt dat de Koning bevoegd zou zijn om de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van de betrokken overtredingen te regelen, wat niet het geval is.
       Uit wat voorafgaat, volgt dat artikel 12 uit het ontwerp moet worden weggelaten. De volgende artikelen van het ontwerp moeten dan uiteraard worden vernummerd.
       De kamer was samengesteld uit :
       
       de heren :
       
       M. Van Damme, kamervoorzitter;
       J. Baert, J. Smets, staatsraden;
       Mevr. A. Beckers, griffier.
       De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme.
       Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, eerste auditeur.
       
       De griffier,
       A. Beckers.
       De voorzitter,
       M. Van Damme.
       

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie