J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2002/03/06/2002022179/justel

Titel
6 MAART 2002. - Koninklijk besluit betreffende het geluidsvermogen van materieel voor gebruik buitenshuis.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-03-2002 en tekstbijwerking tot 20-02-2006)

Bron : SOCIALE ZAKEN.VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU.ECONOMISCHE ZAKEN
Publicatie : 12-03-2002 nummer :   2002022179 bladzijde : 09741       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2002-03-06/31
Inwerkingtreding : 12-03-2002

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1998022767        1998022768        1998022800        1998022801        1998022802        1998022803        1998022804        1998022805       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Definities.
Art. 3
HOOFDSTUK III. - In de handel brengen.
Art. 4
HOOFDSTUK IV. - Markttoezicht.
Art. 5
HOOFDSTUK V. - Vrij verkeer.
Art. 6
HOOFDSTUK VI. - Vermoeden van overeenstemming.
Art. 7
HOOFDSTUK VII. - EG-verklaring van overeenstemming.
Art. 8
HOOFDSTUK VIII. - Non-conformiteit van materieel.
Art. 9
HOOFDSTUK IX. - Beroep.
Art. 10
HOOFDSTUK X. - Markering.
Art. 11
HOOFDSTUK XI. - Materieel waarvoor geluidsgrenswaarden gelden.
Art. 12
HOOFDSTUK XII. - Materieel waarop alleen het geluidsvermogensniveau moet worden gemarkeerd.
Art. 13
HOOFDSTUK XIII. - Overeenstemmingsbeoordeling.
Art. 14
HOOFDSTUK XIV. - Aangemelde instanties.
Art. 15-16
HOOFDSTUK XV. - Verzameling van geluidsgegevens.
Art. 17
HOOFDSTUK XVI. - Algemene en slotbepalingen.
Art. 18-21
BIJLAGEN.
Art. N1-N12

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.

  Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op het in de artikelen 12 en 13 genoemde en in bijlage I omschreven materiaal voor gebruik buitenshuis.
  § 2. Dit besluit heeft uitsluitend betrekking op materieel dat als een geheel, geschikt voor het beoogde gebruik, in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen.
  § 3. Niet-aangedreven hulpstukken die afzonderlijk op de markt worden gebracht of in gebruik worden genomen vallen buiten dit besluit, met uitzondering van met de hand geleide betonbrekers en trilhamers en hydraulische hamers.

  Art. 2. Dit besluit is niet van toepassing op :
  - materieel dat primair bestemd is voor het vervoer van goederen of personen over de weg, per spoor, door de lucht of over waterwegen;
  - speciaal voor militaire en politiedoeleinden of voor noodhulpdiensten ontworpen en geconstrueerd materieel.

  HOOFDSTUK II. - Definities.

  Art. 3. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° materieel voor gebruik buitenhuis: alle machines, gedefinieerd in de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 5 mei 1995 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende machines. Gebruik van dergelijke machines in een omgeving waar de geluidsoverdracht niet of nauwelijks wordt gedempt wordt als gebruik buitenshuis beschouwd.
  Bedoeld is eveneens niet-aangedreven materieel voor industriële of milieutoepassingen, van een type dat bestemd is voor gebruik buitenshuis en dat bijdraagt tot geluidshinder. Al deze materieeltypen worden hierna "materieel" genoemd;
  2° overeenstemmingsbeoordelingsprocedures : de procedures die zijn vastgelegd in de bijlagen V tot en met VII;
  3° markering : het op het materieel op zichtbare, leesbare en onuitwisbare wijze aanbrengen van de CE-markering, vergezeld van de vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau;
  4° geluidsvermogensniveau LWA : het A-gewogen geluidsvermogensniveau in dB, betrokken op 1 pW, als omschreven in EN ISO 3744 : 1995 en EN ISO 3746 : 1995;
  5° gemeten geluidsvermogensniveau : het geluidsvermogensniveau dat is bepaald aan de hand van metingen die worden verricht overeenkomstig bijlage III; de gemeten waarden kunnen worden bepaald bij één machine die representatief is voor het betrokken type materieel of aan de hand van het gemiddelde van een aantal machines;
  6° gewaarborgd geluidsvermogensniveau : het geluidsvermogensniveau dat is bepaald overeenkomstig de voorschriften van bijlage III, met inbegrip van de onzekerheden ten gevolge van variaties in de productie en de meetmethoden en waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde verzekert dat het volgens de gebruikte, in de technische documentatie genoemde, technische instrumenten niet overschreden wordt;
  7° de Minister : de Minister die het Leefmilieu onder zijn bevoegdheden heeft;
  8° (de bevoegde autoriteit : het directoraat-generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;) <KB 2004-12-05/32, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 13-12-2004>
  9° (de bevoegde diensten : de bevoegde autoriteit, het directoraat-generaal Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de Administratie der douane en accijnzen van de FOD Financiën;) <KB 2004-12-05/32, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 13-12-2004>
  10° de wet van 21 december 1998 : de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, gewijzigd door de wet van 4 april 2001 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de veiligheid en de gezondheid van de consumenten;
  11° het in de handel brengen :de initiële actie van het voor de eerste maal beschikbaar stellen van een product in een lidstaat van de Europese Gemeenschap, met het oogpunt van distributie of gebruik in een lidstaat van de Europese Gemeenschap;
  12° het in gebruik nemen : het door de eindgebruiker de eerste maal in dienst nemen;
  13° de richtlijn : de Richtlijn 2000/14/EG van het Europese parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis.

  HOOFDSTUK III. - In de handel brengen.

  Art. 4. § 1. Materieel als bedoeld in artikel 1, wordt niet in de handel gebracht of in gebruik genomen vooraleer de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde ervoor heeft gezorgd dat :
  - het materieel voldoet aan de voorschriften aangaande de geluidsemissie in het milieu van dit besluit;
  - de overeenstemmingbeoordelingsprocedures, bedoeld in artikel 14 voltooid zijn;
  - het materieel voorzien is van de CE- markering en een vermelding van het gewaarborgd geluidsvermogensniveau en vergezeld gaat van een EG-verklaring van overeenstemming.
  § 2. Indien noch de fabrikant, noch zijn gemachtigde in de Gemeenschap gevestigd zijn, moet aan de verplichtingen van dit besluit worden voldaan door eenieder die het materieel in de Gemeenschap in de handel brengt of in gebruik neemt.

  HOOFDSTUK IV. - Markttoezicht.

  Art. 5. Materieel als bedoeld in artikel 1 kan uitsluitend in de handel worden gebracht of in gebruik worden genomen wanneer:
  - het in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit,
  - voorzien is van de CE-markering en een vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau,
  - vergezeld gaat van een EG-verklaring van overeenstemming.

  HOOFDSTUK V. - Vrij verkeer.

  Art. 6. Op evenementen als beurzen, tentoonstellingen, demonstraties of gelijkaardige manifestaties, is de tentoonstelling van materieel als bedoeld in artikel 1, dat niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit, niet verboden mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat het materieel in kwestie niet in overeenstemming is en dat het niet in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen totdat het in overeenstemming is gebracht door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde.
  Bij demonstraties moeten alle passende veiligheidsmaatregelen worden genomen om de bescherming van personen te waarborgen.

  HOOFDSTUK VI. - Vermoeden van overeenstemming.

  Art. 7. Wordt verondersteld als in overeenstemming met alle voorschriften van dit besluit materieel als bedoeld in artikel 1, dat voorzien is van de CE-markering en een vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau en vergezeld gaat van de EG-verklaring van overeenstemming.

  HOOFDSTUK VII. - EG-verklaring van overeenstemming.

  Art. 8. § 1. De fabrikant van materieel als bedoeld in artikel 1, of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, stelt voor ieder gefabriceerd materieeltype een EG-verklaring van overeenstemming op ter staving dat dit materieel in overeenstemming is met de voorschriften van dit besluit; in bijlage II is vermeld welke gegevens in ieder geval in die verklaring van overeenstemming moeten zijn opgenomen.
  § 2. Elk materieel dat in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen, dient vergezeld te zijn van een verklaring van overeenstemming, opgesteld of vertaald in het Nederlands, het Frans en het Duits.
  § 3. De fabrikant van materieel als bedoeld in artikel 1, of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, bewaart tien jaar lang nadat het materieel voor het laatst geproduceerd werd een exemplaar van de EG-verklaring van overeenstemming, samen met de technische documentatie overeenkomstig bijlage V, punt 3, bijlage VI, punt 3, bijlage VII, punt 2, bijlage VIII, punten 3.1 en 3.3.

  HOOFDSTUK VIII. - Non-conformiteit van materieel.

  Art. 9. § 1. Wanneer er wordt vastgesteld dat in de handel gebracht of in gebruik genomen materieel als bedoeld in artikel 1, niet voldoet aan de voorschriften van dit besluit, treft de Minister de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de fabrikant van het materieel of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde het materieel in overeenstemming brengt met de bepalingen van dit besluit.
  § 2. De Minister neemt de nodige maatregelen om het in de handel brengen of de ingebruikneming van het betrokken materieel te beperken of te verbieden, of om te verzekeren dat het uit de handel genomen wordt wanneer :
  a) de in artikel 12 bedoelde grenswaarden worden overschreden of,
  b) de non-conformiteit met andere bepalingen van dit besluit blijft voortbestaan ondanks de overeenkomstig § 1 genomen maatregelen.
  De Minister stelt de Europese Commissie en de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap terstond op de hoogte van die maatregelen.
  § 3. De Minister kan overgaan tot het organiseren van ad hoc of regelmatige controles in het kader van de uitvoering van § 1 en § 2, op eigen initiatief of in samenwerking met de bevoegde diensten.

  HOOFDSTUK IX. - Beroep.

  Art. 10. (Ingetrokken) <KB 2004-12-05/32, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 13-12-2004>

  HOOFDSTUK X. - Markering.

  Art. 11. § 1. In de handel gebracht of in gebruik genomen materieel als bedoeld in artikel 1, dat voldoet aan de voorschriften van dit besluit is voorzien van de CE-markering van overeenstemming. De markering bestaat uit de letters "CE". In bijlage IV staat een model van de markering die moet worden gebruikt.
  § 2. De CE-markering gaat vergezeld van een vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau. In bijlage IV staat een model van die vermelding.
  § 3. De CE-markering van overeenstemming en de vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau worden op iedere machine op goed zichtbare, leesbare en onuitwisbare wijze aangebracht.
  § 4. Het is verboden markeringen of inscripties op materieel aan te brengen die misleidend kunnen zijn wat betreft de betekenis of de vorm van de CE-markering of de vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau. Er mogen andere markeringen op de machine worden aangebracht, mits de zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering en de vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau daardoor niet verminderd worden.
  § 5. Wanneer materieel als bedoeld in artikel 1 ook onder andere richtlijnen valt die betrekking hebben op andere aspecten en eveneens voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, wordt op die markering aangegeven dat het betrokken materieel ook aan de bepalingen van die richtlijnen voldoet. Indien de fabrikant op grond van een of meer van die richtlijnen gedurende een overgangsperiode evenwel kan kiezen tussen verschillende regelingen, wordt op de CE-markering aangegeven dat het materieel uitsluitend voldoet aan de richtlijnen die zijn toegepast door de fabrikant. In dat geval moeten de gegevens vereist door die richtlijnen, als gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, vermeld worden in de documenten, mededelingen of instructies die volgens die richtlijn voorgeschreven zijn en dergelijk materieel vergezellen.
  De Minister kan overgaan tot het nemen van specifieke maatregelen indien nodig.

  HOOFDSTUK XI. - Materieel waarvoor geluidsgrenswaarden gelden.

  Art. 12. § 1. Het gewaarborgde geluidsvermogensniveau van het in bijlage XI genoemde materieel mag niet hoger zijn dan het aldaar aangegeven toelaatbare geluidsvermogensniveau.
  § 2. De gegevens van bijlage XI zijn aanpasbaar en uitbreidbaar, op voordracht van de Minister.
  § 3. De gegevens van bijlage III zijn aanpasbaar en uitbreidbaar, op voordracht van de Minister.

  HOOFDSTUK XII. - Materieel waarop alleen het geluidsvermogensniveau moet worden gemarkeerd.

  Art. 13. § 1. Voor het gewaarborgde geluidsvermogensniveau van het in bijlage XII vermelde materieel geldt dat alleen het geluidsvermogensniveau moet worden gemarkeerd.
  § 2. De gegevens van bijlage XII zijn aanpasbaar en uitbreidbaar, op voordracht van de Minister.

  HOOFDSTUK XIII. - Overeenstemmingsbeoordeling.

  Art. 14. § 1. Alvorens het in artikel 12 genoemde materieel in de handel te brengen of in gebruik te nemen, onderwerpt de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde ieder type materieel aan een van de volgende overeenstemmingsbeoordelingsprocedures:
  - ofwel de procedure van interne fabricagecontrole met beoordeling van de technische documentatie en periodieke controles bedoeld in bijlage VI;
  - ofwel de procedure van eenheidskeuring bedoeld in bijlage VII;
  - ofwel de procedure van volledige kwaliteitsborging bedoeld in bijlage VIII.
  § 2. Alvorens het in artikel 13 genoemde materieel in de handel te brengen of in gebruik te nemen onderwerpt de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde ieder type materieel aan de procedure van interne fabricagecontrole bedoeld in bijlage V.
  § 3. De Europese Commissie, de bevoegde diensten en de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap, kunnen op een met redenen omkleed verzoek inzage krijgen in alle bij de overeenstemmingsbeoordeling van een bepaald materieeltype gebruikte informatie en in het bijzonder de technische documentatie volgens bijlage V, punt 3, bijlage VI, punt 3, bijlage VII, punt 2, bijlage VIII, punten 3.1 en 3.3.

  HOOFDSTUK XIV. - Aangemelde instanties.

  Art. 15. § 1. Een instantie die aangemeld wenst te worden door de bevoegde autoriteit dient een gedocumenteerde en waarheidsgetrouwe aanvraag in te dienen aldaar, met opgave van de specifieke taken en onderzoeksprocedures welke die instantie wenst uit te voeren als aangemelde instantie.
  § 2. 1° De Minister kan een instantie aanmelden voorzover deze een accreditatie, voor de verrichtingen in het kader van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure voorzien in artikel 14, verworven heeft op basis van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen alsmede van beproevingslaboratoria, van de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen en van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten ervan, of geaccrediteerd is door een gelijkwaardige instelling, gevestigd in de Europese Economische Ruimte.
  2° De accreditatieprocedure wordt uitgevoerd in overleg met de bevoegde diensten.
  3° Om aangemeld te worden en te blijven moeten de organismen eveneens voldoen aan de minimale criteria welke vastgelegd zijn in bijlage IX. Het feit dat een instantie voldoet aan de criteria van bijlage IX houdt geen verplichting in voor de Minister om die instantie aan te melden.
  § 3. De Minister vraagt na afloop van het onderzoek, indien nodig de toekenning van een identificatienummer aan de Europese commissie.
  § 4. De Minister deelt de Europese Commissie en de overige Lidstaten van de Europese Gemeenschap de instantie(s) mee die hij na afloop van de procedure voorzien in § 2 wenst aan te melden samen met de specifieke taken en onderzoeksprocedures waarvoor elke instantie wordt aangemeld, alsmede de (het) door de Europese Commissie toegekende identificatienummer(s).
  § 5. Door de mededeling waarvan melding in § 4, wordt de instantie een aangemelde instantie voor de specifieke taken en onderzoeksprocedures welke die instantie moet uitvoeren.
  § 6. Op verzoek van de Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren, of op eigen initiatief, kan de Minister een aangemelde instantie voor alle of een gedeelte van de specifieke taken en onderzoeksprocedures waarvoor een erkenning was afgeleverd opnieuw onderwerpen aan een onderzoek door de bevoegde diensten.
  § 7. De Minister herroept de aanmelding geheel of gedeeltelijk indien de instantie niet meer aan de criteria, waarvan melding in dit artikel, voldoet. Hij doet onverwijld mededeling aan de overige Lidstaten van de Europese Gemeenschap en aan de Europese Commissie dat de instantie niet meer als aangemelde instantie te aanzien is of enkel nog voor specifieke taken of onderzoeksprocedures die gelijktijdig medegedeeld worden.
  § 8. Indien een aangemelde instantie niet meer voldoet aan de minimum criteria van bijlage IX, brengt ze dit binnen de 5 werkdagen ter kennis van de bevoegde autoriteit per aangetekend schrijven.

  Art. 16. § 1. Bij wijze van overgangsmaatregel is de accreditatievoorwaarde uiteengezet in artikel 15, § 2, 1° en 2°, niet van toepassing vanaf het moment van de inwerkingtreding van dit besluit.
  § 2. Behoudens andersluidende vaststelling door de Minister, treedt de accreditatieverplichting 1 jaar na de publicatiedatum van onderhavig besluit in werking.
  § 3. Indien de accreditatieverplichting voor een specifieke taak of onderzoeksprocedure, is ingegaan, worden de aanmeldingen van organismen die voordien nog niet beschikten over de toepasselijke accreditatie, ingetrokken, zoals beschreven in artikel 14, § 7.

  HOOFDSTUK XV. - Verzameling van geluidsgegevens.

  Art. 17. De fabrikant of zijn in de Europese Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet een kopie van de EG-verklaring van overeenstemming voor ieder type materieel, bedoeld in artikel 1, aan de Europese commissie en aan de bevoegde autoriteit sturen.

  HOOFDSTUK XVI. - Algemene en slotbepalingen.

  Art. 18. § 1. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch staatsblad wordt bekendgemaakt.
  § 2. Het materieel dat reeds voor 3 januari 2002 in dienst werd genomen of in de handel werd gebracht in een lidstaat van de Europese Gemeenschap, valt niet onder de voorschriften van dit besluit.
  § 3. Het materieel dat reeds voor 3 januari 2002 in dienst werd genomen of in de handel werd gebracht in een staat die niet deel uitmaakt van de Europese Gemeenschap, valt enkel onder de voorschriften van dit besluit in geval dat het materieel vanaf 3 januari 2002 voor de eerste keer in dienst wordt genomen of in de handel wordt gebracht in een lidstaat van de Europese Gemeenschap.
  § 4. De in bijlage XI bedoelde voorschriften inzake de verlaagde toepasbare geluidsvermogenniveaus van fase II worden van toepassing met ingang van 3 januari 2006.

  Art. 19. Worden opgeheven :
  - het koninklijk besluit van 9 december 1998 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake beperking van geluidsemissies van bouwmaterieel en bouwmachines;
  - het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende de beperking van geluidsemissies van hydraulische graafmachines, kabelgraafmachines, dozers, laders, en graaflaadmachines;
  - het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van torenkranen;
  - het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van motorcompressoren;
  - het koninklijk besluit van 9 december betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van energieaggregaten;
  - het koninklijk besluit van 9 december betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk;
  - het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van met de hand bediende betonbrekers en trilhamers voor sloopwerk;
  - het koninklijk besluit van 10 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van gazonmaaimachines.

  Art. 20. De inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 21 december 1998.
  Overeenkomstig artikel 15, § 1 van de wet van 21 december 1998 zijn de ambtenaren en beambten van de bevoegde diensten aangesteld voor het toezicht op de naleving en het vaststellen van de overtredingen op de bepalingen van dit besluit.
  (De ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen van de FOD Financiën zijn inzonderheid bevoegd voor het toezicht op de aanwezigheid van een verklaring van overeenstemming zoals vereist door dit besluit bij materieel voor gebruik buitenshuis dat ingevoerd wordt in de Europese Gemeenschap.) <KB 2004-12-05/32, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 13-12-2004>

  Art. 21. Onze Minister van Leefmilieu en Onze Minister van Economie, zijn elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage I. Materieeldefinities.
  1. Hoogwerker met verbrandingsmotor :
  een machine die ten minste bestaat uit een werkplatform, een uitschuifbare constructie en een chassis. Het werkplatform is een met een afscherming omgeven platform of een kooi, die onder belasting in de vereiste werkstand kan worden geplaatst. De uitschuifbare constructie is verbonden met het chassis en ondersteunt het werkplatform zodanig dat dit in de vereiste stand kan worden gebracht.
  2. Bosmaaier :
  een door een verbrandingsmotor aangedreven, draagbare met de hand geleide machine met roterend mes van metaal of kunststof voor het maaien van onkruid, kreupelhout, kleine bomen en soortgelijke begroeiing. Het maaien geschiedt in een vlak dat ongeveer parallel aan de grond is.
  3. Bouwlift voor goederentransport :
  een gemotoriseerde, tijdelijk geïnstalleerde bouwlift, te gebruiken door personen die gemachtigd zijn bouwterreinen en dergelijke te betreden, die stopt
  i) op verschillende niveaus, en een platform heeft :
  - dat alleen voor goederentransport is ontworpen en waartoe mensen bij het laden en lossen toegang hebben;
  - waarmee bevoegden zich tijdens opzetten, afbreken en onderhoud van de lift kunnen verplaatsen;
  - voorzien van een geleiding;
  - dat verticaal op en neer beweegt of onder een hoek van maximaal 15° met het verticale vlak;
  - dat wordt gedragen door of opgehangen is aan : kabel, ketting, as met schroefdraad en moer; tandheugelmechanisme, hydraulische vijzel (direct of indirect), of een expanderend koppelingsmechanisme;
  - waarvan de masten al dan niet door afzonderlijke structuren kunnen worden ondersteund, dan wel
  ii) op het bovenste punt of bij een werkruimte aan het einde van de geleider (b.v. een dak), en een draagplatform heeft :
  - dat alleen voor goederentransport is bedoeld;
  - dat zodanig is ontworpen dat het niet bij laden of lossen van goederen of bij onderhoud, opzetten en afbreken behoeft te worden betreden;
  - waartoe de toegang strikt verboden is;
  - dat van een geleiding is voorzien;
  - dat ontworpen is om onder een hoek van minstens 30° met een verticaal vlak op en neer bewegen, maar dat bij iedere andere hoek mag worden gebruikt;
  - dat aan staaldraad is opgehangen en een gekoppelde aandrijving heeft;
  - dat van constantedrukbedieningsorganen is voorzien;
  - dat geen contragewichten heeft;
  - dat een nominale belasting van maximaal 300 kg heeft;
  - met een maximumsnelheid van 1 m/sec;
  - waarvan de geleiders door afzonderlijke structuren moeten worden ondersteund.
  4. Lintzaagmachine voor gebruik op bouwterreinen :
  een door een motor aangedreven zaagmachine (met handmatige toevoer) van minder dan 200 kg, met één enkel zaagblad in de vorm van een doorlopende, op twee of meer geleidewielen gemonteerde band.
  5. Cirkelzaagbank voor gebruik op bouwterreinen :
  een zaagmachine, met handmatige toevoer, van minder dan 200 kg, uitgerust met één enkel cirkelvormig zaagblad (maar geen groefzaag) met een diameter van minstens 350 mm tot maximaal 500 mm, dat bij normaal gebruik onbeweeglijk is gemonteerd, en een horizontale tafel, die tijdens het gebruik geheel of gedeeltelijk is vastgezet. Het zaagblad is op een horizontale, niet-kantelbare draaispil gemonteerd, waarvan de instelling tijdens het draaien niet verandert.
  De machine kan de volgende kenmerken hebben :
  - mogelijkheid om het zaagblad door een opening in de tafel hoger en lager in te stellen;
  - het machineframe onder de tafel kan open of ingebouwd zijn;
  - de zaag kan met een extra handbediende (zich niet naast het zaagblad bevindende) meebewegende zaagtafel zijn uitgerust.
  6. Draagbare kettingzaag :
  een door een motor aangedreven werktuig voor het zagen van hout met een zaagketting, bestaande uit een geïntegreerd compact geheel van handgrepen, krachtbron en zaaghulpstuk, ontworpen om met beide handen te worden bediend.
  7. Gecombineerd hogedrukspoelings- en zuigvoertuig :
  een voertuig dat als hogedrukspoelinrichting of als zuigvoertuig kan worden gebruikt. Zie hogedrukspoeler, zuigvoertuig.
  8. Verdichtingsmachine :
  een machine die materialen, b.v. stortsteen, aarde of asfalt, verdicht door middel van een rollende, stampende of vibrerende beweging van het hierop gemonteerde werktuig. Het kan gaan om een zelfrijdende, voortgetrokken of door een bediener begeleide machine of om een werktuig voor een dragende machine. Verdichtingsmachines worden in de volgende categorieën onderverdeeld :
  - walsen met bestuurder : zelfrijdende verdichtingsmachines met één of meerdere metalen, cilindervormige walsen of rubberbanden; de zitplaats van de bestuurder vormt integrerend onderdeel van de machine;
  - walsen met begeleider : zelfrijdende verdichtingsmachines met één of meerdere metalen cilindervormige walsen of rubberbanden waarin de bedieningsorganen (voor het voortbewegen, sturen, remmen en vibreren) op zodanige wijze zijn aangebracht dat de machine door een begeleider of op afstand moet worden bediend;
  - aanhangwalsen : verdichtingsmachines met één of meerdere metalen, cilindervormige walsen of met rubberbanden zonder eigen aandrijvingssysteem, waarvan de bediener op een tractor zit;
  - trilplaten en trilstampers : verdichtingsmachines met een voornamelijk platte grondplaat welke aan het trillen wordt gebracht; deze machines worden door een begeleidende bediener gehanteerd of zijn als hulpstuk op een dragende machine gemonteerd;
  - explosiestampers : verdichtingsmachines met hoofdzakelijk een vlakke plaat als verdichtingswerktuig, dat door explosiedruk in overwegend verticale richting beweegt; de machine wordt door een begeleidende bediener gehanteerd.
  9. Motorcompressor :
  een machine voor gebruik met wisselbare werktuigen die gassen of dampen comprimeert tot een hogere druk dan de ingangsdruk. Een motorcompressor omvat de compressor zelf, de aandrijfmotor en eventuele bijgeleverde componenten of toebehoren welke voor het veilig werken met de compressor noodzakelijk zijn.
  Uitgezonderd worden :
  - ventilatoren, d.w.z. apparaten die lucht laten circuleren met een positieve druk van niet meer dan 110.000 pascal,
  - vacuümpompen, d.w.z. apparaten voor het verwijderen van de lucht uit een gesloten ruimte met een druk van ten hoogste 1 atm,
  - gasturbinemotoren.
  10. Betonbreker/trilhamer, met de hand geleid :
  een door een krachtbron aangedreven betonbreker/trilhamer voor gebruik bij civieltechnische projecten en op bouwterreinen.
  11. Beton- of mortelmolen :
  een machine voor de bereiding van beton en mortel, ongeacht het laad-, meng- en leegprocédé. De machine kan met tussenpozen of constant in gebruik zijn. Is de betonmolen op een truck gemonteerd, dan spreekt men van een truckmixer (zie definitie 55).
  12. Bouwlier :
  een door een krachtbron aangedreven, tijdelijk geïnstalleerd hefwerktuig voor het verticaal transporteren van een daaraan opgehangen last.
  13. Transport- en spuitmachine voor beton en mortel :
  een installatie voor het pompen en spuiten van beton of mortel, met of zonder roerinrichtingen, waarbij het te transporteren materiaal via buizen, distributievoorzieningen of spuitbomen naar de plaats in kwestie wordt geleid. Het transport geschiedt :
  - in het geval van beton, mechanisch, met behulp van zuiger- of rotorpompen, en
  - in het geval van mortel, mechanisch, met behulp van zuiger-, worm-, slang- en rotorpompen of pneumatisch door middel van compressoren met of zonder luchtkamer.
  Deze machines kunnen op trucks, aanhangwagens of speciale voertuigen gemonteerd zijn.
  14. Bandtransporteur :
  een tijdelijk geïnstalleerde machine voor de verplaatsing van materiaal door middel van een door een motor aangedreven transportband.
  15. Koelinstallatie op voertuigen :
  inrichting voor het koelen van de laadruimte op voertuigen van categorie N2, N3, O3 of O4 als omschreven in Richtlijn 70/156/EEG. De koelinrichting kan aangedreven worden door een integrerend onderdeel van de koelinrichting, een apart in of op het voertuig aangebracht onderdeel, een aandrijfmotor van het voertuig, een onafhankelijke energiebron of een hulpenergiebron.
  16. Dozer :
  een zelfrijdende machine op wielen of rupsbanden die met behulp van gemonteerde uitrustingsstukken een duwende of trekkende kracht uitoefent.
  17. Boorinstallatie :
  een machine die gebruikt wordt voor het boren van gaten op bouwterreinen door middel van :
  - slagboren
  - roterende boren,
  - roterende slagboren.
  Boorinstallaties zijn tijdens het boren stationair. Zij kunnen zich op eigen kracht verplaatsen. Zelfrijdende boorinstallaties omvatten tevens boorinrichtingen op vrachtauto's, onderstellen met wielen, trekkers, rupsbanden en (door een lier voortgetrokken) glijders. Wanneer een boorinstallatie op een vrachtwagen, trekker of aanhangwagen is gemonteerd, dan wel van wielen is voorzien, mag zij met hogere snelheid en over de openbare weg worden getransporteerd.
  18. Dumper :
  een zelfrijdende machine op wielen of rupsbanden met open cabine die materiaal transporteert en stort, dan wel verspreidt. Dumpers kunnen met een geïntegreerde zelfladingsinrichting uitgerust zijn.
  19. Installatie voor het vullen en legen van silo's of tanks op vrachtauto's :
  een door een motor aangedreven en op een silotruck of tankwagen gemonteerde inrichting voor het laden of lossen van vloeistoffen of stortgoed door middel van pompen of soortgelijke werktuigen.
  20. Hydraulische graafmachine en kabelgraafmachine :
  een zelfrijdende machine op rupsbanden of wielen waarvan de bovenwagen een zwenkbeweging van minimaal 360° kan uitvoeren en die met aan een giek en arm of telescoopgiek gemonteerde bak materiaal uitgraaft, verplaatst en stort zonder dat de onderwagen tijdens de werkingsfasen van de machine beweegt.
  21. Graaflaadmachine :
  een zelfrijdende machine op wielen of rupsbanden die geconstrueerd is voor montage van een laadbakmechanisme aan de voorzijde en een trekschop aan de achterzijde.
  Wanneer de trekschop in werking is, graaft de machine normaal gesproken beneden het maaiveld waarbij de schop naar de machine toe beweegt. Met de trekschop wordt materiaal geheven, verplaatst en gelost terwijl de machine stationair is.
  Wordt de machine als laadschop gebruikt, dan wordt met de laadbak door een voorwaartse beweging van de machine materiaal geladen of uitgegraven en geheven, vervoerd en gelost.
  22. Glasbak :
  een container - van ongeacht welk materiaal - die gebruikt wordt voor het verzamelen van flessen. De container is voorzien van ten minste één opening voor het inbrengen van de flessen en een tweede opening voor het legen van de bak.
  23. Egaliseermachine :
  een zelfrijdende machine op wielen met een instelbaar, tussen voor- en achteras aangebracht blad, die met een snijdende beweging materiaal verplaatst en verspreidt om, gewoonlijk volgens een bepaalde specificatie, het wegoppervlak te nivelleren en te egaliseren.
  24. Grastrimmer/graskantensnijder :
  een door een verbrandingsmotor aangedreven draagbaar, met de hand geleid apparaat met één of meerdere flexibele snoeren of draden, dan wel met soortgelijke niet van metaal vervaardigde flexibele snijelementen, zoals een niet-metalen roterend snijblad, voor het afsnijden van onkruid, gras of andere zachte vegetatie. Het snijelement draait in een vlak dat bij benadering parallel is met de grond (grastrimmer) of in een vlak dat loodrecht op de grond staat (graskantensnijder).
  25. Heggenschaar :
  een met de hand geleid en van een krachtbron voorzien apparaat, bedoeld om door één persoon te worden gebruikt voor het snoeien van heggen en struikgewas, met één of meer lineair ten opzichte van elkaar bewegende snijbladen.
  26. Hogedrukspoeler :
  een voertuig met een inrichting voor het reinigen van riolen en dergelijke door middel van een hogedrukwaterstraal. De inrichting wordt hetzij op een speciaal aangepast vrachtautochassis gemonteerd hetzij op een eigen onderstel bevestigd. De inrichting kan vast aangebracht zijn of demonteerbaar, zoals in het geval van een systeem met verwisselbare bovenbouw.
  27. Hogedrukwaterstraalmachine :
  een machine met straalpijpen of andere snelheidverhogende openingen waardoor water - ook met bijgemengde andere stoffen - als vrije straal kan uitstromen. In het algemeen bestaan hogedrukwaterstraalmachines uit een aandrijving, een drukontwikkelaar, slangen, sproei-inrichtingen, veiligheidsmechanismen, bedieningsorganen en meetapparaten. Hogedrukwaterstraalmachines kunnen mobiel of stationair zijn :
  - mobiele hogedrukwaterstraalmachines zijn gemakkelijk verrijdbare machines die bestemd zijn voor gebruik op verschillende plaatsen, waartoe zij in het algemeen met hun eigen onderstel zijn uitgerust of op een voertuig zijn gemonteerd. Alle nodige aanvoerbuizen zijn flexibel en gemakkelijk te ontkoppelen;
  - stationaire hogedrukwaterstraalmachines zijn ontworpen om gedurende een bepaalde tijd op één enkele plaats te worden gebruikt, maar kunnen met behulp van geschikt materieel naar een andere plaats worden overgebracht. Zij worden in het algemeen op glijders of een frame gemonteerd en zijn voorzien van ontkoppelbare aanvoerleidingen.
  28. Hydraulische hamer :
  Een apparaat dat de hydraulische energiebron van de dragende machine gebruikt om een zuiger te versnellen (soms met gasdruk) die vervolgens een werktuig treft. De door de bewegingsenergie gegenereerde drukgolf wordt door het werktuig overgedragen op het materiaal, waardoor het materiaal gebroken wordt. Hydraulische hamers hebben olie onder druk nodig om te kunnen werken. Het geheel van drager en hamer wordt bediend door iemand die gewoonlijk in de cabine van de drager zit.
  29. Hydraulisch aggregaat :
  een machine voor gebruik met wisselbare werktuigen die vloeistoffen comprimeert tot een hogere druk dan de inlaatdruk. Het is een samenstel van een primaire krachtbron, een pomp met of zonder reservoir en accessoires (bijvoorbeeld bedieningselementen, overdrukklep)
  30. Voegensnijmachine :
  een mobiele machine bestemd voor het aanbrengen van voegen, in beton, asfalt en soortgelijke wegoppervlakken. Het snijgereedschap is een met hoge snelheid roterende schijf.
  De voegensnijmachine kan
  - met de hand,
  - met de hand en met behulp van een mechanische inrichting,
  - met behulp van een aandrijfmotor
  in voorwaartse richting worden bewogen.
  31. Vuilnisverdichter van het ladertype met laadbak :
  een zelfrijdende verdichtingsmachine met een aan de voorzijde gemonteerde laadbak, met stalen walswielen, voornamelijk ontworpen voor het verdichten, verplaatsen, egaliseren en verladen van aarde en vuilnis.
  32. Grasmaaier :
  een door een begeleider bediende of van een bestuurdersplaats voorziene grasmaaimachine, dan wel een machine met één of meerder grassnijdende hulpstukken, waarbij het snijelement zich in een vlak beweegt dat bij benadering parallel met de grond is en waarvan de snijhoogte ten opzichte van de grond wordt ingesteld door middel van wielen, een luchtkussen of glijders enz. en die door een verbrandingsmotor of een elektrische motor wordt aangedreven. De snijgereedschappen zijn
  - hetzij stijve snijelementen
  - hetzij één of meer niet-metalen, roterende draden dan wel één of meer vrij draaiende niet-metalen snijbladen met een kinetische energie van minstens 10 J per blad; de kinetische energie wordt bepaald aan de hand van EN 786 : 1997, bijlage B;
  tevens een door een begeleider bediende of van een bestuurderszitplaats voorziene grasmaaimachine, dan wel een machine met één of meerdere grassnijdende hulpstukken waarvan de snijelementen rond een horizontale as roteren, waarbij het gras door de onderling tegengestelde beweging van de roterende messen en een vast aangebrachte maai- of snijbalk wordt afgesneden (messenkooimaaier).
  33. Gazontrimmer/graskantensnijder :
  een elektrisch aangedreven handgrassnijmachine of een grassnijmachine met begeleidende bediener, voorzien van snijelementen in de vorm van één of meer niet-metalen roterende draden, dan wel een of meer vrij draaiende, niet-metalen snijbladen met een kinetische energie van niet meer dan 10 J per element, bestemd voor het snijden van gras of andere zachte vegetatie. De snijelementen bewegen zich in een vlak dat bij benadering parallel is met de grond (gazontrimmer) of in een vlak dat loodrecht op de grond staat (graskantensnijder). De kinetische energie wordt bepaald aan de hand van norm EN 786 : 1997, bijlage B.
  34. Bladblazer :
  een door een motor aangedreven machine voor het verwijderen van bladeren en ander materiaal van gazons, paden, wegen, straten enz. door middel van een hogesnelheidsluchtstroom. Deze machine kan draagbaar of niet draagbaar, maar verplaatsbaar zijn.
  35. Bladzuiger :
  een door een motor aangedreven machine voor het verzamelen van bladeren en ander materiaal door middel van een zuiginrichting, bestaande uit een energiebron die binnen de machine een vacuüm creëert en een zuigpijp, alsmede een opvangbak voor het verzamelde materiaal. De machine kan draagbaar of niet draagbaar, maar verplaatsbaar zijn.
  36. Heftruck met verbrandingsmotor en contragewicht :
  een door een verbrandingsmotor aangedreven heftruck op wielen met contragewicht en hefinrichting (mast, telescopische of scharnierarm). Er zijn de volgende typen :
  - terreinheftrucks (van wielen voorziene heftrucks met contragewicht, primair voor het werk op natuurlijk of als gevolg van werkzaamheden oneffen terrein, bv. bouwterreinen),
  - andere heftrucks met contragewicht; speciaal voor containerwerk geconstrueerde heftrucks met contragewicht zijn uitgesloten.
  37. Lader :
  een zelfrijdende machine op wielen of rupsbanden, met aan de voorzijde een bak die integrerend deel van het voertuig uitmaakt, waarmee door een voorwaartse beweging van de machine, materiaal geladen of uitgegraven, geheven, vervoerd en gelost wordt.
  38. Mobiele kraan :
  een giekkraan die op eigen kracht, in belaste of onbelaste toestand, verrijdbaar is zonder vaste kraanbaan en zijn stabiliteit aan de zwaartekracht ontleent. Voor het verplaatsen wordt gebruik gemaakt van banden, rupsbanden of andere voorzieningen. In vaste opstelling kan de stabiliteit van het geheel door middel van steunbalken of andere voorzieningen worden vergroot. De bovenbouw van een mobiele kraan kan door de volle 360° draaibaar, beperkt draaibaar of niet draaiend zijn. De kraan is normaliter uitgerust met één of meer hijsinrichtingen en/of hydraulische cilinders voor het heffen en neerlaten van giek en last. Mobiele kranen zijn uitgerust met telescopische armen, scharnierarmen, vakwerkarmen - of een combinatie daarvan - van een zodanig ontwerp dat de armen gemakkelijk omlaag kunnen worden bewogen. De lasten worden opgehesen met een takelbloksysteem of andere hijshulpstukken voor speciale doeleinden.
  39. Mobiele afvalcontainer :
  een bak met wielen, ontworpen voor de tijdelijke opslag van afval en voorzien van een deksel.
  40. Motorhakfrees :
  een zelfrijdende machine met begeleidende bediener
  - met of zonder steunwiel(en), zodanig geconstrueerd dat de machine door de bewegende hakmessen wordt voortbewogen (motorhakfrees)
  - of voortbewogen door één of meer rechtstreeks door de motor aangedreven wielen en uitgerust met hakmessen (motorhakfrees met aandrijvingswiel(en)).
  41. Bestratingsafwerkmachine :
  een mobiele wegenbouwmachine voor het aanbrengen van wegverhardingen, zoals bitumineus mengsel, beton en grint op het wegoppervlak. Bestratingsafwerkmachines kunnen zijn uitgerust met een hoogverdichtingsbalk.
  42. Heimachine :
  het materieel voor het indrijven en uittrekken van heipalen, b.v. heiblokken, extractiewerktuigen, trilmachines of statische installaties voor het drukken/trekken van heipalen, deel uitmakend van een samenstel van machines en onderdelen voor het indrijven en uittrekken van heipalen dat ook kan omvatten :
  - de heistelling, bestaande uit de dragende machine (op rupsbanden, wielen of rails, dan wel drijvend), makelaarvoorziening en makelaar of richtsysteem;
  - hulpwerktuigen, bv. heikappen, heimutsen, platen, volgers, kleminrichtingen, heipaalgrijpers, heipaalgeleiders, geluidsmantels en schok- of trillingsabsorptie-inrichtingen, stroomaggregaten/generatoren en hefinrichtingen of -platforms voor het personeel.
  43. Buizenlegger :
  een zelfrijdende machine op rupsbanden of wielen, speciaal ontworpen voor het hanteren en leggen van buizen en het vervoer van het hiertoe benodigde materiaal. De machine, die qua ontwerp op een trekker is gebaseerd, heeft speciaal ontworpen componenten, zoals een onderstel, hoofdframe, contragewicht, giek en hijsmechanisme, alsmede een verticaal draaiende zijboom.
  44. Pistemaker :
  een machine op rupsbanden met eigen aandrijving voor het wegduwen of -trekken van sneeuw en ijs door middel van daartoe op de machine aangebrachte werktuigen.
  45. Stroomaggregaat :
  een assemblage van een verbrandingsmotor die een roterende elektrische generator aandrijft die zorgt voor een continue aanvoer van elektrisch vermogen.
  46. Veegmachine :
  een machine waarmee afval in de richting van een aanzuigopening wordt geveegd, waarna het door middel van een hogesnelheidsluchtstroom of van een mechanisch opraapsysteem in een opvangbak wordt gedeponeerd. De veeg- en opvanginrichting kan op een speciaal vrachtwagenchassis gemonteerd of van een eigen onderstel voorzien zijn. Het materieel kan permanent bevestigd zijn of demonteerbaar, zoals in het geval van een verwisselbare bovenbouw.
  47. Vuilnisauto :
  een voertuig, ontworpen voor het ophalen en vervoeren van huisvuil en grof vuil, dat met behulp van containers of met de hand wordt geladen. Het voertuig kan met een verdichtingsmechanisme zijn uitgerust. Een vuilnisauto bestaat uit een chassis met cabine en de op het chassis aangebrachte bovenbouw. Het voertuig kan met een containerhefinrichting worden uitgerust.
  48. Wegenfreesmachine :
  een mobiele machine voor het verwijderen van materiaal van bestrate oppervlakken met behulp van een door een motor aangedreven cilindrisch lichaam (freestrommel), waarop freeswerktuigen zijn aangebracht; de freestrommel roteert.
  49. Verticuteermachine :
  een door een motor aangedreven machine met begeleider of bestuurder voor het openkrabben of -rijten van het gazonoppervlak in tuinen, parken en dergelijke.
  50. Houtversnipperaar/hakselaar :
  een door een motor aangedreven machine voor stationair gebruik met één of meer hakwerktuigen voor het fijnhakken van volumineus organisch afval.
  In het algemeen bestaat deze machine uit een inwerpopening waardoor het materiaal (al dan niet met de hand) wordt ingebracht, een werktuig voor het fijnhakken, snijden, verbrijzelen enz. van het materiaal en een uitwerpopening waardoor het fijngemaakte materiaal naar buiten komt. Het apparaat kan van een opvangbak worden voorzien.
  51. Sneeuwruiminrichting met roterende werktuigen :
  een machine die met behulp van roterende werktuigen de weg vrijmaakt van sneeuw, die door middel van een blaasinrichting wordt uitgeworpen.
  52. Kolkenzuiger :
  een voertuig met een inrichting voor het opzuigen van water, modder, slib, afval en dergelijke uit riolen en soortgelijke voorzieningen door middel van een vacuüm. De inrichting wordt hetzij op een speciaal aangepast vrachtautochassis gemonteerd, hetzij op een eigen onderstel bevestigd. De inrichting kan vast aangebracht zijn of demonteerbaar, zoals in het geval van een systeem met verwisselbare bovenbouw.
  53. Torenkraan :
  een draaikraan waarvan de giek is bevestigd boven aan de toren, die in de werkstand bij benadering verticaal blijft. De door een motor aangedreven kraan is uitgerust met een inrichting voor het verticaal verplaatsen van aan de hijskabel hangende lasten en voor het horizontale transport van zulke lasten door rotatie, verandering van de vlucht, of het verrijden van de kraan in zijn geheel. Sommige kranen kunnen een aantal van die bewegingen uitvoeren (maar niet noodzakelijkerwijs alle). De kraan kan vast opgesteld, dan wel verrijdbaar of in de hoogte verplaatsbaar zijn.
  54. Sleuvengraafmachine :
  een zelfrijdende machine op rupsbanden of wielen, voorzien van een bestuurderszitplaats of door een begeleider bediend, met een voor- of achteraan gemonteerd of monteerbaar graafmechanisme voor het door de rijbeweging van de machine graven van doorlopende greppels.
  55. Truckmixer :
  een voertuig met draaitrommel voor het vervoer van stortklaar beton van de betonmenginstallatie naar het bouwterrein; de trommel kan roteren tijdens het rijden of wanneer het voertuig stilstaat. Het beton wordt door een roterende beweging van de trommel op het bouwterrein gestort. De trommel kan door de aandrijfmotor van het voertuig of door een hulpmotor worden aangedreven.
  56. Waterpomp :
  een machine bestaande uit een waterpomp en een aandrijfsysteem. De waterpomp is een machine waarmee water naar een toestand van hogere potentiële energie wordt gebracht.
  57. Lasaggregaat :
  een roterende inrichting waarmee een lasstroom wordt opgewekt.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N2. Bijlage II. - EG-verklaring van overeenstemming.
  De EG-verklaring van overeenstemming dient de volgende gegevens te bevatten :
  - naam en adres van de fabrikant of zijn in de Europese Gemeenschap gevestigde gemachtigde;
  - naam en adres van de persoon die de technische documentatie bewaart;
  - beschrijving van het materieel;
  - gevolgde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure en eventueel naam en adres van de betrokken aangemelde instantie;
  - gemeten geluidsvermogensniveau van een voor dit type materieel representatieve machine;
  - gewaarborgd geluidsvermogensniveau van dit materieel;
  - een verwijzing naar deze richtlijn;
  - de verklaring dat het materieel in overeenstemming is met de voorschriften van deze richtlijn;
  - indien van toepassing, de verklaring(en) van overeenstemming en verwijzingen naar de andere Gemeenschapsrichtlijnen die zijn toegepast;
  - plaats en datum van de verklaring;
  - naam, adres en geboortedatum van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde te ondertekenen.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N3. Bijlage III. - Methode tot meting van het door buitenshuis gebruikt materieel uitgestraalde luchtgeluid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 12-03-2002, p. 9754-9777.)
  <Gewijzigd bij : >
  <KB 2006-02-14/32, art. 2; Inwerkingtreding : 03-01-2006>

  Art. N4. Bijlage IV. - CE-markering van overeenstemming.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 12-03-2002, p. 9777-9778).
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N5. Bijlage V. Interne fabricagecontrole.
  1. In deze bijlage wordt de procedure beschreven in het kader waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde die aan de verplichtingen van punt 2 voldoet, garandeert en verklaart dat het materieel voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet de CE-markering van overeenstemming en de vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau overeenkomstig artikel 11 aanbrengen op iedere machine en een schriftelijke EG-verklaring van overeenstemming opstellen overeenkomstig artikel 8.
  2. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet de in punt 3 beschreven technische documentatie opstellen en die na de fabricage van het laatste product ten minste tien jaar lang voor inspectiedoeleinden ter beschikking van de bevoegde nationale autoriteiten houden. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, kan een andere persoon belasten met het bewaren van de technische documentatie. In dat geval moet hij naam en adres van die persoon in de EG-verklaring van overeenstemming vermelden.
  3. De technische documentatie moet een beoordeling van de overeenstemming van het materieel met de voorschriften van deze richtlijn mogelijk maken. Zij moet ten minste de volgende informatie bevatten :
  - naam en adres van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde
  - beschrijving van het materieel
  - merk
  - handelsbenaming
  - type, serie en nummer
  - de technische gegevens die van belang zijn voor de identificatie van het materieel en de beoordeling van de geluidsemissie ervan, waaronder indien nodig schematische tekeningen, alsmede beschrijvingen en toelichtingen voor een goed begrip ervan.
  - een verwijzing naar deze richtlijn
  - een gedetailleerd technisch rapport over de resultaten van geluidsmetingen die volgens de voorschriften van deze richtlijn zijn verricht
  - de gebruikte technische instrumenten en de resultaten van de schatting van de onzekerheden door variaties in de productie en het verband daarvan met het gewaarborgde geluidsvermogensniveau.
  4. De fabrikant treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces waarborgt dat het vervaardigde materieel continu in overeenstemming is met de in de punten 2 en 3 bedoelde technische documentatie en de voorschriften van deze richtlijn.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N6. Bijlage VI. - Interne fabricagecontrole met beoordeling van de technische documentatie en periodieke controles.
  1. In deze bijlage wordt de procedure beschreven in het kader waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde die aan de verplichtingen van de punten 2, 5 en 6 voldoet, garandeert en verklaart dat het materieel voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet de CE-markering van overeenstemming en de vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau overeenkomstig artikel 11 aanbrengen op iedere machine en een schriftelijke EG-verklaring van overeenstemming opstellen overeenkomstig artikel 8.
  2. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet de in punt 3 beschreven technische documentatie opstellen en die na de fabricage van het laatste product ten minste tien jaar lang voor inspectiedoeleinden ter beschikking van de bevoegde nationale autoriteiten houden. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, kan een andere persoon belasten met het bewaren van de technische documentatie. In dat geval moet hij naam en adres van die persoon in de EG-verklaring van overeenstemming vermelden.
  3. De technische documentatie moet een beoordeling van de overeenstemming van het materieel met de voorschriften van deze richtlijn mogelijk maken. Zij moet ten minste de volgende informatie bevatten :
  - naam en adres van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde
  - beschrijving van het materieel
  - merk
  - handelsbenaming
  - type, serie en nummer
  - de technische gegevens die van belang zijn voor de identificatie van het materieel en de beoordeling van de geluidsemissie ervan, waaronder indien nodig schematische tekeningen, alsmede beschrijvingen en toelichtingen voor een goed begrip ervan.
  - een verwijzing naar deze richtlijn
  - een gedetailleerd technisch rapport over de resultaten van geluidsmetingen die volgens de voorschriften van deze richtlijn zijn verricht
  - de gebruikte technische instrumenten en de resultaten van de schatting van de onzekerheden door variaties in de productie en het verband daarvan met het gewaarborgde geluidsvermogensniveau.
  4. De fabrikant treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces waarborgt dat het vervaardigde materieel in overeenstemming is met de in de punten 2 en 3 bedoelde technische documentatie en de voorschriften van deze richtlijn.
  5. Beoordeling door de aangemelde instantie vóór het in de handel brengen
  De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde verstrekt de aangemelde instantie van zijn keuze een afschrift van zijn technische documentatie vóór het eerste exemplaar van het materieel in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen.
  Indien er twijfels zijn omtrent de betrouwbaarheid van de technische documentatie, brengt de aangemelde instantie de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan op de hoogte en wijzigt zij indien nodig de technische documentatie of laat deze wijzigen, of voert zij eventueel nodig geachte tests uit of laat deze uitvoeren.
  Nadat de aangemelde instantie een verslag heeft uitgebracht waarin zij bevestigt dat de technische documentatie voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn, kan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde overeenkomstig artikel 11 de CE-markering op het materieel aanbrengen en overeenkomstig artikel 8 een EG-verklaring van overeenstemming opstellen, waarvoor hij volledig verantwoordelijk is.
  6. Beoordeling door de aangemelde instantie tijdens de fabricage
  De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde betrekt de aangemelde instantie verder bij het fabricageproces overeenkomstig een van de volgende procedures die door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde wordt gekozen :
  - De aangemelde instantie verricht periodieke controles ten einde na te gaan of het gefabriceerde materieel continu in overeenstemming is met de technische documentatie en met de voorschriften van deze richtlijn; de aangemelde instantie besteedt vooral aandacht aan de volgende punten :
  - de correcte en volledige markering van het materieel overeenkomstig artikel 11;
  - het verstrekken van de EG-verklaring van overeenstemming overeenkomstig artikel 8;
  - de gebruikte technische instrumenten en de resultaten van de schatting van de onzekerheden door variaties in de productie en het verband daarvan met het gewaarborgde geluidsvermogensniveau.
  De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde verleent de aangemelde instantie vrije toegang tot alle interne documentatie in verband met deze procedures, de feitelijke resultaten van de interne controles en de eventuele bijsturingen.
  Uitsluitend indien voornoemde controles onbevredigende resultaten opleveren, verricht de aangemelde instantie geluidsproeven, die naar eigen oordeel en ervaring van de instantie kunnen worden vereenvoudigd of volledig volgens de bepalingen van bijlage III voor het betrokken materieel kunnen worden uitgevoerd.
  - De aangemelde instantie verricht met willekeurige tussenpozen productcontroles of laat deze verrichten. De aangemelde instantie kiest een adequaat monster van de eindproducten dat aan een onderzoek wordt onderworpen en waarop passende proeven als omschreven in bijlage III of daarmee gelijkstaande proeven worden verricht ten einde de overeenstemming van de producten met de desbetreffende voorschriften van de richtlijn te controleren. Bij de controle van de producten moeten onder meer de volgende punten worden nagegaan :
  - de correcte en volledige markering van het materieel overeenkomstig artikel 11;
  - het verstrekken van de EG-verklaring van overeenstemming overeenkomstig artikel 8.
  Bij beide procedures wordt de frequentie van de controles door de aangemelde instantie bepaald op grond van de resultaten van de voorgaande beoordelingen, de noodzaak toezicht te houden op bijsturingen en nadere richtsnoeren voor de frequentie van de controles op basis van de jaarlijkse productie en de algemene betrouwbaarheid van de fabrikant bij het handhaven van de gewaarborgde waarden; er moet evenwel ten minste om de drie jaar een controle worden uitgevoerd.
  Indien er twijfels rijzen bij de betrouwbaarheid van de technische documentatie of bij het volgen ervan tijdens de fabricage, brengt de aangemelde instantie de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde daarvan op de hoogte.
  In de gevallen waarin het materieel niet voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn, brengt de aangemelde instantie de kennisgevende lidstaat daarvan op de hoogte.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N7. Bijlage VII. Exemplaarkeuring.
  1. In deze bijlage wordt de procedure beschreven in het kader waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde garandeert en verklaart dat het materieel dat is verstrekt met het in punt 4 bedoelde certificaat van overeenstemming, voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet op het materieel de CE-markering van overeenstemming aanbrengen, aangevuld met de gegevens als vereist overeenkomstig artikel 11, en een schriftelijke EG-verklaring van overeenstemming opstellen overeenkomstig artikel 8.
  2. De aanvraag voor een eenheidskeuring wordt door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde ingediend bij de aangemelde instantie van zijn keuze.
  Deze aanvraag omvat
  - naam en adres van de fabrikant, alsmede naam en adres van de gemachtigde indien de aanvraag door laatstgenoemde wordt ingediend;
  - een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag is ingediend bij een andere aangemelde instantie;
  -technische documentatie die de hiernavolgende gegevens bevat :
  - beschrijving van het materieel
  - merk
  - handelsbenaming
  - type, serie en nummer
  - de technische gegevens die van belang zijn voor de identificatie van het materieel en de beoordeling van de geluidsemissie ervan, waaronder indien nodig schematische tekeningen, alsmede beschrijvingen en toelichtingen voor een goed begrip ervan
  - een verwijzing naar deze richtlijn.
  3. De aangemelde instantie :
  - controleert of het materieel in overeenstemming met de technische documentatie is vervaardigd;
  - stelt in overleg met de aanvrager de plaats vast waar overeenkomstig deze richtlijn de geluidsproeven zullen worden uitgevoerd;
  - verricht of geeft opdracht tot het verrichten van de nodige geluidsproeven overeenkomstig deze richtlijn.
  4. Wanneer het materieel voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn, verstrekt de aangemelde instantie de aanvrager een certificaat van overeenstemming zoals beschreven in bijlage X.
  Wanneer de aangemelde instantie weigert een certificaat van overeenstemming te verstrekken, dient zij de weigering uitvoerig te motiveren.
  5. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde bewaart naast de technische documentatie ook een afschrift van het certificaat van overeenstemming gedurende tien jaar na de datum waarop het materieel in de handel is gebracht.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N8. Bijlage VIII. - Volledige kwaliteitsborging.
  1. In deze bijlage wordt de procedure beschreven in het kader waarvan de fabrikant die aan de verplichtingen van punt 2 voldoet, garandeert en verklaart dat het materieel voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet op elk product de CE-markering van overeenstemming aanbrengen, aangevuld met de gegevens als vereist overeenkomstig artikel 11, en de schriftelijke EG-verklaring van overeenstemming opstellen overeenkomstig artikel 8.
  2. De fabrikant hanteert een goedgekeurd kwaliteitssysteem voor ontwerp, fabricage, eindkeuring van producten en beproeving als omschreven in punt 3 en is onderworpen aan toezicht als omschreven in punt 4.
  3. Kwaliteitssysteem
  3.1. De fabrikant dient bij een aangemelde instantie van zijn keuze een aanvraag voor beoordeling van zijn kwaliteitssysteem in.
  Deze aanvraag omvat :
  - alle relevante informatie over de categorie producten die men wil gaan fabriceren, onder meer technische documentatie over al het materieel dat reeds in de ontwerp- of de productiefase verkeert, die ten minste de volgende informatie moet bevatten :
  - naam en adres van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde
  - beschrijving van het materieel
  - merk
  - handelsbenaming
  - type, serie en nummer
  - de technische gegevens die van belang zijn voor de identificatie van het materieel en de beoordeling van de geluidsemissie ervan, waaronder indien nodig schematische tekeningen, alsmede beschrijvingen en toelichtingen voor een goed begrip ervan
  - een verwijzing naar deze richtlijn;
  - een gedetailleerd technisch rapport over de resultaten van geluidsmetingen die volgens de voorschriften van deze richtlijn zijn verricht
  - e gebruikte technische instrumenten en de resultaten van de schatting van de onzekerheden door variaties in de productie en het verband daarvan met het gewaarborgde geluidsvermogensniveau
  - een afschrift van de EG-verklaring van overeenstemming
  - de documentatie over het kwaliteitssysteem.
  3.2. De toepassing van het kwaliteitssysteem moet waarborgen dat het product voldoet aan de voorschriften van de richtlijnen die erop van toepassing zijn.
  Alle door de fabrikant gevolgde beginselen, voorschriften en bepalingen moeten systematische en ordelijk worden aangegeven in een documentatie van schriftelijk vastgelegde beleidslijnen, procedures en instructies. De documentatie over het kwaliteitssysteem moet een gemeenschappelijke interpretatie mogelijk maken van de kwaliteitsbepalende beleidsmaatregelen en procedures zoals kwaliteitsprogramma's, -plannen, -handleidingen en -rapporten.
  3.3. De documentatie bevat met name een behoorlijke beschrijving van :
  - de kwaliteitsdoelstellingen, het organisatieschema en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de bedrijfsleiding met betrekking tot de kwaliteit van ontwerp en product;
  - de technische documentatie die voor elk product moet worden opgesteld en die ten minste de in punt 3.1 aangegeven informatie voor de daar vermelde technische documentatie bevat;
  - de controle- en keuringstechnieken voor het ontwerp, de procédés en systematische maatregelen die zullen worden toegepast bij het ontwerpen van de producten die onder de bedoelde categorie producten vallen;
  - de daarbij gebruikte fabricage-, kwaliteitsbeheersings- en kwaliteitsborgingstechnieken en -procedures en de in dat verband systematisch toe te passen maatregelen;
  - de onderzoeken en proeven die voor, tijdens en na de fabricage worden verricht en de frequentie waarmee dat zal gebeuren;
  - de kwaliteitsrapporten, zoals keuringsverslagen, beproevingsgegevens, kalibratiegegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel enz.;
  - de middelen om controle uit te oefenen op het bereiken van de vereiste kwaliteit van ontwerp en product, en de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem.
  De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om na te gaan of dit voldoet aan de in punt 3.2 bedoelde eisen. Zij veronderstelt dat aan deze eisen wordt voldaan wanneer het gaat om kwaliteitssystemen waarbij EN ISO 9001 wordt toegepast.
  Ten minste één lid van het beoordelingsteam dient ervaring te hebben als beoordelaar van de betrokken materieeltechnologie. De beoordelingsprocedure omvat een beoordelingsbezoek aan de installaties van de fabrikant.
  De fabrikant wordt van de beslissingen in kennis gesteld. De kennisgeving bevat de conclusies van het onderzoek en het met redenen omklede beoordelingsbesluit.
  3.4. De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem na te komen en te zorgen dat het adequaat en doeltreffend blijft.
  De aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd, wordt door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde op de hoogte gehouden van elke voorgenomen bijwerking van het kwaliteitssysteem.
  De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem nog steeds zal voldoen aan de in punt 3.2 bedoelde eisen dan wel of een nieuwe beoordeling noodzakelijk is.
  Zij stelt de fabrikant van haar beslissing in kennis. De kennisgeving bevat de conclusies van het onderzoek en het met redenen omklede beoordelingsbesluit.
  4. Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie
  4.1. Het toezicht heeft tot doel ervoor te zorgen dat de fabrikant naar behoren voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem.
  4.2. De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de ontwerp-, fabricage-, keurings-, beproevings- en opslagruimten en verstrekt haar alle nodige informatie, met name :
  - de documentatie over het kwaliteitssysteem,
  - de kwaliteitsrapporten die in het kader van het ontwerp-gedeelte van het kwaliteitssysteem moeten worden opgemaakt, zoals resultaten van analyses, berekeningen, beproevingen, enz.,
  - de kwaliteitsrapporten die in het kader van het fabricagegedeelte van het kwaliteitssysteem moeten worden opgemaakt, zoals keuringsverslagen, beproevingsgegevens, ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel, enz.
  4.3. De aangemelde instantie verricht periodieke controles om erop toe te zien dat de fabrikant het kwaliteitssysteem onderhoudt en toepast en bezorgt de fabrikant een beproevingsverslag.
  4.4. De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken brengen aan de fabrikant. Bij die bezoeken kan de aangemelde instantie zonodig proeven verrichten of laten verrichten om zich van de goede werking van het kwaliteitssysteem te vergewissen. De aangemelde instantie verstrekt de fabrikant een verslag van het bezoek en, wanneer een proef werd verricht, een keuringsverslag.
  5. De fabrikant houdt gedurende een periode van ten minste tien jaar na de vervaardiging van het laatste exemplaar van het materieel de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten :
  - de in punt 3.1, tweede streepje, van deze bijlage bedoelde documentatie,
  - de in punt 3.4, tweede alinea bedoelde wijzigingen,
  - de in punt 3.4, laatste alinea en in de punten 4.3 en 4.4 bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.
  6. Iedere aangemelde instantie stelt de andere aangemelde instanties in kennis van de ter zake dienende informatie over afgifte en intrekking van kwaliteitssysteemgoedkeuringen.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N9. Bijlage IX. - Te hanteren minimumcriteria bij de aanmelding van instanties.
  1. De aangemelde instantie, de directeur daarvan en het met de uitvoering van het onderzoek of de keuring belaste personeel mogen niet de ontwerper, de fabrikant, de leverancier of de installateur zijn van het materieel dat zij controleren, noch de gemachtigde van een der genoemde personen. Zij mogen bij het ontwerpen, de fabricage, de verkoop of het onderhoud van dit materieel noch rechtstreeks noch als gemachtigden van de betrokken partijen optreden. De mogelijke uitwisseling van technische gegevens tussen fabrikant en instantie wordt door deze bepaling niet uitgesloten.
  2. De instantie en het personeel moeten de beoordelingen en de keuringen uitvoeren met de grootste mate van beroepsintegriteit en technische bekwaamheid; zij dienen vrij te zijn van elke pressie en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun beoordeling of de uitslagen van hun werkzaamheden kunnen beïnvloeden, inzonderheid van personen of groepen personen die bij de resultaten van de keuringen belang hebben.
  3. De instantie dient te beschikken over het nodige personeel en de nodige middelen te bezitten om de met de uitvoering van de controle en het toezicht verbonden technische en administratieve taken op passende wijze te vervullen; tevens dient de instantie toegang te hebben tot het nodige materiaal voor bijzondere keuringen.
  4. Het personeel dat met de keuringen is belast, dient :
  - een goede technische en beroepsopleiding te hebben genoten;
  - een behoorlijke kennis te bezitten van de voorschriften voor de beoordeling van technische documentatie;
  - een behoorlijke kennis te bezitten van de voorschriften betreffende de keuringen die het verricht en voldoende praktische ervaring met deze keuringen te hebben;
  - de bekwaamheid te bezitten om verklaringen, verslagen en rapporten op te stellen die nodig zijn om het verrichten van de keuringen vast te leggen.
  5. De onafhankelijkheid van het personeel dat met de keuringen is belast, dient te zijn gewaarborgd. De bezoldiging van een functionaris mag niet afhangen van het aantal keuringen dat hij verricht, noch van de uitslag van deze keuringen.
  6. De instantie dient een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid te sluiten, tenzij deze wettelijke aansprakelijkheid op basis van het Belgisch recht door de staat wordt gedekt.
  7. Het personeel van de instantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle gegevens die worden verzameld bij de uitvoering van de keuringen in het kader van de richtlijn of van de bepalingen van intern recht die daaraan uitvoering geven (behalve tegenover de bevoegde diensten).
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N10. Bijlage X. - Eenheidskeuring model van het certificaat van overeenstemming.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 12-03-2002, p. 9784).
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE

  Art. N11. <KB 2006-02-14/32, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 03-01-2006> Bijlage XI. - Materieel waarvoor geluidsgrenswaarden gelden
  - bouwliften voor goederentransport (met verbrandingsmotor)
  definitie : bijlage I, punt 3;
  meting : bijlage III, deel B, punt 3,
  - verdichtingsmachines (alleen trilwalsen en niet-vibrerende walsen, trilplaten en trilstampers)
  definitie : bijlage I, punt 8;
  meting : bijlage III, deel B, punt 8,
  - compressoren (< 350 kW)
  definitie : bijlage I, punt 9;
  meting : bijlage III, deel B, punt 9,
  - betonbrekers en trilhamers, met de hand geleid
  definitie : bijlage I, punt 10;
  meting : bijlage III, deel B, punt 10,
  - bouwlieren (met verbrandingsmotor)
  definitie : bijlage I, punt 12;
  meting : bijlage III, deel B, punt 12,
  - dozers (< 500 kW)
  definitie : bijlage I, punt 16;
  meting : bijlage III, deel B, punt 16,
  - dumpers (< 500 kW)
  definitie : bijlage I, punt 18;
  meting : bijlage III, deel B, punt 18,
  - kabelgraafmachines en hydraulische graafmachines (< 500 kW)
  definitie : bijlage I, punt 20;
  meting : bijlage III, deel B, punt 20,
  - graaflaadmachines (< 500 kW)
  definitie : bijlage I, punt 21;
  meting : bijlage III, deel B, punt 21,
  - egaliseermachines (< 500 kW)
  definitie : bijlage I, punt 23;
  meting : bijlage III, deel B, punt 23,
  - hydraulische aggregaten
  definitie : bijlage I, punt 29;
  meting : bijlage III, deel B, punt 29,
  - vuilnisverdichters van het ladertype met laadbak (< 500 kW)
  definitie : bijlage I, punt 31;
  meting : bijlage III, deel B, punt 31,
  - grasmaaiers (uitgezonderd landbouw- en bosbouwmaterieel alsmede multifunctionele machines waarvan de hoofdaandrijvingsmotor een geïnstalleerd vermogen van meer dan 20 kW heeft)
  definitie : bijlage I, punt 32;
  meting : bijlage III, deel B, punt 32,
  - grastrimmers/graskantensnijders
  definitie : bijlage I, punt 33;
  meting : bijlage III, deel B, punt 33,
  - heftrucks met verbrandingsmotor en contragewicht (uitgezonderd "andere heftrucks met contragewicht", zoals gedefinieerd in bijlage I, punt 36, tweede streepje, waarvan het nominale laadvermogen niet meer dan 10 ton bedraagt)
  definitie : bijlage I, punt 36;
  meting : bijlage III, deel B, punt 36,
  - laders (< 500 kW)
  definitie : bijlage I, punt 37;
  meting : bijlage III, deel B, punt 37,
  - mobiele kranen
  definitie : bijlage I, punt 38;
  meting : bijlage III, deel B, punt 38,
  - motorhakfrezen (< 3 kW)
  definitie : bijlage I, punt 40;
  meting : bijlage III, deel B, punt 40,
  - bestratingsafwerkmachines (uitgezonderd bestratingsafwerkmachines die zijn uitgerust met een hoogverdichtingsbalk)
  definitie : bijlage I, punt 41;
  meting : bijlage III, deel B, punt 41,
  - stroomaggregaten (< 400 kW)
  definitie : bijlage I, punt 45;
  meting : bijlage III, deel B, punt 45,
  - torenkranen
  definitie : bijlage I, punt 53;
  meting : bijlage III, deel B, punt 53,
  - lasaggregaten
  definitie : bijlage I, punt 57;
  meting : bijlage III, deel B, punt 57.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 20-02-2006, p. 8805.)

  Art. N12. Bijlage XII. - Materieel waarop alleen het geluidsvermogensniveau moet worden gemarkeerd.
  - hoogwerkers met verbrandingsmotor
  Definitie : bijlage I, punt 1;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 1;
  - bosmaaiers
  Definitie : bijlage I, punt 2;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 2;
  - bouwliften voor goederentransport (met elektrische motor)
  Definitie : bijlage I, punt 3;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 3;
  - lintzaagmachines voor gebruik in de bouw
  Definitie : bijlage I, punt 4;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 4;
  - cirkelzaagbanken voor gebruik in de bouw
  Definitie : bijlage I, punt 5;
  meting : bijlage III, deel B, punt 5;
  - draagbare kettingzagen
  Definitie : bijlage I, punt 6;
  meting : bijlage III, deel B, punt 6;
  - gecombineerde hogedrukspoelings-voertuigen en kolkenzuigers
  Definitie : bijlage I, punt 7;
  meting : bijlage III, deel B, punt 7;
  - verdichtingsmachines (alleen explosiestampers)
  Definitie : bijlage I, punt 8;
  meting : bijlage III, deel B, punt 8;
  - beton- of mortelmolens
  Definitie : bijlage I, punt 11;
  meting : bijlage III, deel B, punt 11;
  - bouwlieren (met elektrische motor)
  Definitie : bijlage I, punt 12;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 12;
  - Transport- en spuitmachines voor beton en mortel
  Definitie : bijlage I, punt 13;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 13;
  - bandtransporteurs
  Definitie : bijlage I, punt 14;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 14;
  - koelinstallatie op voertuigen
  Definitie : bijlage I, punt 15,
  Meting : bijlage III, deel B, punt 15;
  - boorinstallaties
  Definitie : bijlage I, punt 17;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 17;
  - installaties voor het vullen en legen van tanks of silo's op vrachtauto's
  Definitie : bijlage I, punt 19;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 19;
  - glasbakken
  Definitie : bijlage I, punt 22;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 22;
  - grastrimmers/graskantensnijders
  Definitie : bijlage I, punt 24;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 24;
  - heggenscharen
  Definitie : bijlage I, punt 25;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 25;
  - hogedrukspoelers
  Definitie : bijlage I, punt 26;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 26;
  - hogedrukwaterstraalmachines
  Definitie : bijlage I, punt 27;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 27;
  - hydraulische hamers
  Definitie : bijlage I, punt 28;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 28;
  - voegensnijmachines
  Definitie : bijlage I, punt 30;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 30;
  - bladblazers
  Definitie : bijlage I, punt 34;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 34;
  - bladzuigers
  Definitie : bijlage I, punt 35;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 35;
  - heftrucks met verbrandingsmotor en contragewicht ((enkel) "andere heftrucks met contragewicht", zoals gedefinieerd in bijlage I, punt 36, tweede streepje, waarvan het nominale laadvermogen niet meer dan 10 ton bedraagt) <KB 2006-02-14/32, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 03-01-2006>
  Definitie : bijlage I, punt 36;
  meting : bijlage III, deel B, punt 36;
  - mobiele afvalbakken
  Definitie : bijlage I, punt 39;
  meting : bijlage III, deel B, punt 39;
  - bestratingsafwerkmachines (met hoog-verdichtingsbalk)
  Definitie : bijlage I, punt 41;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 41;
  - heimachines
  Definitie : bijlage I, punt 42;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 42;
  - buizenleggers
  Definitie : bijlage I, punt 43;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 43;
  - pistemakers
  Definitie : bijlage I, punt 44;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 44;
  - stroomaggregaten (G 400 kW)
  Definitie : bijlage I, punt 45;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 45;
  - veegmachines
  Definitie : bijlage I, punt 46;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 46;
  - vuilnisauto's
  Definitie : bijlage I, punt 47;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 47;
  - wegenfreesmachines
  Definitie : bijlage I, punt 48;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 48;
  - verticuteermachines
  Definitie : bijlage I, punt 49;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 49;
  - houtversnipperaars/hakselaars
  Definitie : bijlage I, punt 50;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 50;
  - sneeuwruiminrichtingen met roterende werktuigen (met eigen aandrijving, zonder hulpstukken) :
  Definitie : bijlage I, punt 51;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 51;
  - zuigvoertuigen
  Definitie : bijlage I, punt 52;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 52;
  - sleuvengraafmachines
  Definitie : bijlage I, punt 54;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 54;
  - truckmixers
  Definitie : bijlage I, punt 55;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 55;
  - waterpompen (niet voor gebruik onder water)
  Definitie : bijlage I, punt 56;
  Meting : bijlage III, deel B, punt 56;
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 6 maart 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister van Economie,
  Ch. PICQUE.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, gewijzigd door de wet van 4 april 2001 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de veiligheid en de gezondheid van de consumenten, inzonderheid de artikelen 2, 18°, 5, § 1, 1°, 2°, 6°, 13°, 15, § 6;
   Gelet op het koninklijk besluit van 5 mei 1995 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende machines;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 december 1998 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake beperking van geluidsemissies van bouwmaterieel en bouwmachines;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende de beperking van geluidsemissies van hydraulische graafmachines, kabelgraafmachines, dozers, laders, en graaflaadmachines;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van torenkranen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van motorcompressoren;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 december betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van energieaggregaten;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 december betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van met de hand bediende betonbrekers en trilhamers voor sloopwerk;
   Gelet op het koninklijk besluit van 10 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van gazonmaaimachines;
   Gelet op de Richtlijn 2000/14/EG van het Europese parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis;
   Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;
   Gelet op het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, gegeven op 12 februari 2002;
   Gelet op het advies van de Hoge Gezondheidsraad, gegeven op 16 januari 2002;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 28 januari 2002;
   Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 24 januari 2002;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 februari 2002;
   Gelet op de akkoordbevinding van onze Minister van Begroting, gegeven op 26 februari 2002;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
   Gel
et op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat de termijn voor de omzetting van de Richtlijn 2000/14/EG van het Europese parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis, gesteld op 3 juli 2001, overschreden is en dat de Europese Commissie met haar brief van 18 oktober 2001 aan België een ingebrekestelling heeft betekend;
   Overwegende dat de continuïteit in de productie van bepaalde producten in België en de export van deze producten naar andere landen van de EU dient verzekerd te zijn na 2 januari 2002, met name van het materieel dat volgens de bovenstaande richtlijn, voorafgaandelijk aan het in de handel brengen of aan de ingebruikname een CE-markering van overeenstemming en de vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau, dient te dragen vanaf 3 januari 2002;
   Overwegende dat de Ministerraad van 18 januari 2002 opriep om de noodzakelijke inspanningen te doen om de objectieven van de Europese Raad van Barcelona op 15 en 16 maart 2002 te halen aangaande de omzetting van interne markt richtlijnen;
   Op de voordracht van Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en van Onze Minister van Economie, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KB VAN 14-02-2006 GEPUBL. OP 20-02-2006
    (GEWIJZ. ART: N3; N11; N12NL)
  • originele versie
  • KB VAN 05-12-2004 GEPUBL. OP 13-12-2004
    (GEWIJZ. ART: 3; 10; 20)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie