J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 7 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2000/03/24/1999021596/justel

Titel
24 MAART 2000. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen [, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen]. <KB 2005-06-03/31, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 07-06-2005>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-03-2000 en tekstbijwerking tot 01-06-2018)

Bron : EERSTE MINISTER.BUITENLANDSE ZAKEN.BUITENLANDSE HANDEL.INTERNATIONALE SAMENWERKING.BINNENLANDSE ZAKEN.LANDSVERDEDIGING
Publicatie : 31-03-2000 nummer :   1999021596 bladzijde : 10089   BEELD
Dossiernummer : 2000-03-24/32
Inwerkingtreding : 01-06-2000

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Classificatie, declassificatie en beschermingsmaatregelen.
Afdeling 1. - Algemene bepaling.
Art. 2
Afdeling 2. - Nadere regels voor classificatie en declassificatie.
Onderafdeling 1. - Bevoegde personen.
Art. 3-4
Onderafdeling 2. - Het merken van geclassificeerde of gedeclassificeerde stukken.
Art. 5-7
Afdeling 3. - Beschermingsmaatregelen voor geclassificeerde stukken.
Onderafdeling 1. - De veiligheidsofficier.
Art. 8-9
Onderafdeling 2. - Bewaring van geclassificeerde stukken.
Art. 10-12
Onderafdeling 3. - Raadpleging, reproductie, overmaking en vernietiging van geclassificeerde stukken.
Art. 13-17
Onderafdeling 4. - Bescherming van telecommunicatiesystemen en -netwerken en van informaticasystemen en -netwerken.
Art. 18
Onderafdeling 5. - Veiligheidsincident en compromittering.
Art. 19
Afdeling 4. - Beperkte verspreiding.
Art. 20
HOOFDSTUK III. - De veiligheidsmachtiging.
Afdeling 1. - De Nationale Veiligheidsoverheid.
Art. 21-23
Afdeling 2. - Procedure voor de aanvraag om een veiligheidsmachtiging.
Art. 24
Afdeling 3. - Termijnen voor het toekennen van een veiligheidsmachtiging.
Art. 25
Afdeling 4. - Geldigheidsduur van een veiligheidsmachtiging.
Art. 26
Afdeling 5. - Veiligheidsmachtigingen met het oog op toegang in het buitenland.
Art. 27-28
Afdeling 6. - Het veiligheidsonderzoek.
Onderafdeling 1. - De kennisgeving en de instemming.
Art. 29
Onderafdeling 2. - Lijst van de openbare diensten in uitvoering van artikel 19, tweede lid, 3°, van de wet.
Art. 30
Hoofdstuk IIIbis- Veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. <Ingevoegd bij KB 2005-06-03/31, art. 4; Inwerkingtreding : 07-06-2005>
Art. 30bis, 30ter, 30quater, 30quinquies, 30sexies
HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 31-34
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
  1° " de wet " : de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen (, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen); <KB 2005-06-03/31, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 07-06-2005>
  2° " overheid van oorsprong " : de houder van een veiligheidsmachtiging die :
  a) de auteur of verantwoordelijke van het stuk is;
  b) de hiërarchische overste is onder wiens gezag het stuk ressorteert;
  3° " leidend ambtenaar " : de persoon aan wie, bij definitieve benoeming of bij mandaat, de leiding van een openbaar bestuur, een instelling van openbaar nut of een autonoom overheidsbedrijf toevertrouwd is;
  4° " stuk " : een informatie, een document of een gegeven, een materieel, een materiaal of een stof;
  5° " document " : elke geregistreerde informatie, wat ook haar vorm is of haar fysische eigenschappen, daarin inbegrepen - zonder enige beperking - de geschreven en gedrukte stukken, de kaarten en geperforeerde banden, de geografische kaarten, de grafische voorstellingen, de foto's, de schilderijen, de tekeningen, de gravures, de schetsen, de werknota's en werkdocumenten, de carbons en schrijfmachinelinten, of de reproducties gemaakt met om het even welk middel, alsook de geluidsgegevens, elke vorm van magnetische, elektronische, optische, of video-opnames, alsmede het draagbaar informaticamateriaal met behulp van vast of uitneembaar geheugen;
  6° " plaats " : een lokaal, een gebouw of een terrein;
  7° " geclassificeerde zone " : de plaats hoofdzakelijk bestemd voor de behandeling en de bewaring van geclassificeerde stukken en beschermd door een veiligheidssysteem bestemd om de toegang van elke niet-gemachtigde persoon te verhinderen;
  8° " compromittering " : de kennisname of het vermoeden van de kennisname, geheel of gedeeltelijk, van een geclassificeerd stuk door een persoon die niet de voorwaarden vervult, voorzien in artikel 8, eerste lid, van de wet.

  HOOFDSTUK II. - Classificatie, declassificatie en beschermingsmaatregelen.

  Afdeling 1. - Algemene bepaling.

  Art. 2. De regels betreffende de procedure voor classificatie en declassificatie, en de beschermingsmaatregelen verbonden aan de classificatie, vervat in dit besluit, doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor elke minister om bijkomende regels van technische aard voor te schrijven.

  Afdeling 2. - Nadere regels voor classificatie en declassificatie.

  Onderafdeling 1. - Bevoegde personen.

  Art. 3.Alleen de overheid van oorsprong, houder van een veiligheidsmachtiging van ten minste het niveau " Geheim ", kan, overeenkomstig de wet, de bepalingen van dit besluit en de richtlijnen van [1 de Nationale Veiligheidsraad]1, overgaan tot een classificatie, tot een wijziging van het classificatieniveau of tot een declassificatie.
  Zij kent een classificatieniveau toe met toepassing van artikel 4 van dezelfde wet, zonder evenwel een hoger classificatieniveau toe te kennen dan het niveau van veiligheidsmachtiging waarvan zij houder is.
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Art. 4.Enkel de volgende overheden van oorsprong zijn gemachtigd tot een classificatie " Zeer geheim " over te gaan, dit classificatieniveau te wijzigen of deze classificatie af te schaffen :
  1° [2 de permanente leden van het Coördinatiecomité voor inlichting en veiligheid;]2
  2° de chef van de Generale Staf van de Krijgsmacht, de officieren die hij daartoe machtigt en de Defensie-attachés;
  3° de leden van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht, die de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht daartoe machtigt;
  4° de leden van de Veiligheid van de Staat die de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat daartoe machtigt;
  5° de directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle;
  6° de secretaris van de Ministerraad;
  7° de persoon die het secretariaat verzekert van [1 de Nationale Veiligheidsraad]1;
  8° de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid;
  9° de hoofden van diplomatieke zending of consulaire post;
  10° de secretaris-generaal van [1 de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking]1;
  11° de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische en Bilaterale Betrekkingen van [1 de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking]1;
  12° de leidende ambtenaren aangeduid door [1 de Nationale Veiligheidsraad]1.
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>
  (2)<KB 2015-09-27/05, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 05-06-2015>

  Onderafdeling 2. - Het merken van geclassificeerde of gedeclassificeerde stukken.

  Art. 5. De geclassificeerde stukken moeten zo gemerkt worden dat hun classificatieniveau duidelijk zichtbaar en snel herkenbaar is.
  Indien een stuk gedeclassificeerd wordt of indien er een wijziging van het classificatieniveau is, moeten passende merken op dezelfde wijze aangebracht worden.

  Art. 6. Elke pagina van een geclassificeerd document moet duidelijk en zichtbaar gemerkt worden met de vermelding " ZEER GEHEIM ", " GEHEIM ", of " VERTROUWELIJK ", of met de vermelding " TRES SECRET ", " SECRET " of " CONFIDENTIEL ", naar gelang het document in het Nederlands of het Frans is opgesteld.
  Ten minste op de eerste bladzijde van een geclassificeerd document moet de in het eerste lid bedoelde vermelding gevolgd worden door de vermelding " (Wet 11.12.1998) " of door de vermelding " (Loi 11.12.1998) ", naar gelang het document in het Nederlands of in het Frans is opgesteld.

  Art. 7. De stukken geclassificeerd met toepassing van internationale overeenkomsten of verdragen die België binden, worden geacht gemerkt te zijn met de vermelding van het overeenstemmende Belgisch classificatieniveau zoals bepaald in de vergelijkende tabel gehecht aan dit besluit.

  Afdeling 3. - Beschermingsmaatregelen voor geclassificeerde stukken.

  Onderafdeling 1. - De veiligheidsofficier.

  Art. 8. De leden van de federale Regering wijzen een veiligheidsofficier aan binnen hun kabinet en ten minste één veiligheidsofficier binnen elk openbaar bestuur dat onder hun gezag ressorteert, waarin geclassificeerde stukken bewaard of behandeld worden.

  Art. 9.[1 De Nationale Veiligheidsraad]1 stelt de modaliteiten vast voor het toezicht op de uitvoering van de opdracht van de veiligheidsofficier.
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Onderafdeling 2. - Bewaring van geclassificeerde stukken.

  Art. 10. Enkel de in artikel 4 bedoelde overheden van oorsprong zijn gemachtigd de toegang tot plaatsen die onder hun verantwoordelijkheid vallen en waar zich geclassificeerde stukken bevinden, te onderwerpen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, en geclassificeerde zones in te stellen.

  Art. 11.De stukken geclassificeerd als " Zeer geheim " kunnen enkel bewaard of gebruikt worden in geclassificeerde zones die beveiligd zijn door een veiligheidssysteem opgezet overeenkomstig de richtlijnen van [1 de Nationale Veiligheidsraad]1.
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Art. 12.Onverminderd artikel 18, worden de minimale vereisten voor de bewaring van geclassificeerde stukken buiten de geclassificeerde zones, bepaald door [1 de Nationale Veiligheidsraad]1.
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Onderafdeling 3. - Raadpleging, reproductie, overmaking en vernietiging van geclassificeerde stukken.

  Art. 13. De geclassificeerde documenten mogen niet geraadpleegd worden in openbare plaatsen of in het openbaar vervoer.

  Art. 14. De reproductie, gedeeltelijk of geheel, van een stuk, geclassificeerd als " Zeer geheim " kan niet gebeuren zonder het uitdrukkelijk voorafgaandelijk akkoord van de overheid van oorsprong.

  Art. 15. De overheid van oorsprong moet de lokalisatie van de stukken die zij als " Zeer geheim " of " Geheim " classificeert, kennen, alsook de bestemmelingen van deze stukken kunnen identificeren.
  De bestemmelingen van deze stukken moeten de lokalisatie ervan kennen.

  Art. 16.Buiten het doorzenden via telecommunicatie- of informaticanetwerk, kunnen de documenten die geclassificeerd zijn als " Zeer geheim " of " Geheim " enkel bij speciale koerier en onder gesloten omslag overgemaakt worden. De voorwaarden waaraan deze speciale koerier moet voldoen worden door [1 de Nationale Veiligheidsraad]1 bepaald.
  De documenten die geclassificeerd zijn als " Vertrouwelijk " worden overgemaakt op dezelfde wijze als in het eerste lid of bij ter post aangetekende zending, met ontvangstmelding. Een overmaking via de post moet onder dubbele gesloten omslag gebeuren en de vermelding " VERTROUWELIJK " moet en mag enkel op de binnenomslag voorkomen.
  Voor de interne rondzending van een geclassificeerd document moet het document onder gesloten omslag gedragen worden wanneer de drager niet behoorlijk gemachtigd is.
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Art. 17. Onverminderd artikel 25 van de wet en artikel 21 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gaat de houder van geclassificeerde documenten regelmatig na of er niet moet overgegaan worden tot hun vernietiging.
  Er wordt systematisch overgegaan tot vernietiging van de kopieën van geclassificeerde documenten die elk nut verloren hebben.
  Behoudens in het geval van vernietiging van kopieën van documenten geclassificeerd als " Vertrouwelijk ", wordt een proces-verbaal opgemaakt dat de vernietiging en haar voorwerp vermeldt en dat getekend wordt door de auteur van de vernietiging. Dit proces-verbaal wordt medeondertekend door de veiligheidsofficier.

  Onderafdeling 4. - Bescherming van telecommunicatiesystemen en -netwerken en van informaticasystemen en -netwerken.

  Art. 18.De technische beschermingsmaatregelen van telecommunicatiesystemen en -netwerken voor geclassificeerde gegevens en van informaticasystemen en -netwerken waarin geclassificeerde gegevens worden opgeslagen, behandeld of doorgestuurd, worden bepaald door [1 de Nationale Veiligheidsraad]1.
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Onderafdeling 5. - Veiligheidsincident en compromittering.

  Art. 19. In geval van veiligheidsincident of van compromittering, moet de veiligheidsofficier onmiddellijk verwittigd worden alsook de overheid van oorsprong van het gecompromitteerde stuk.
  De veiligheidsofficier gaat over tot een intern administratief onderzoek en brengt de persoon die het bestuur, het kabinet, de dienst, de instelling of het bedrijf leidt waar hij waakt over de naleving van de veiligheidsregels, op de hoogte.

  Afdeling 4. - Beperkte verspreiding.

  Art. 20. De documenten waarvan de overheid van oorsprong de verspreiding wil beperken tot de personen die bevoegd zijn om er kennis van te nemen, zonder aan deze beperking de juridische gevolgen te verbinden voorzien door de wet, worden gemerkt met de vermelding " Beperkte verspreiding ".

  HOOFDSTUK III. - De veiligheidsmachtiging.

  Afdeling 1. - De Nationale Veiligheidsoverheid.

  Art. 21. De in artikel 15, eerste lid, van de wet bedoelde collegiale overheid die bevoegd is de veiligheidsmachtigingen af te geven of in te trekken, wordt " Nationale Veiligheidsoverheid " genoemd. Zij vervangt de Nationale Veiligheidsautoriteit, opgericht bij beslissing van het Ministerieel Comité voor defensie van 5 januari 1953. Zij bestaat uit :
  1° (de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking of een door hem gemachtigde ambtenaar van ten minste rang 15 of gelijkwaardig, die voorzitter is;) <KB 2004-12-21/30, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 31-12-2004>
  2° de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat of een door hem gemachtigde ambtenaar van niveau 1;
  3° de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht, of een door hem gemachtigde hoofdofficier;
  4° de directeur-generaal van de (Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken) of een door hem gemachtigde ambtenaar van niveau 1. <KB 2003-01-16/31, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2003>
  (5° de directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle of een door hem gemachtigde ambtenaar van niveau 1.) <KB 2003-01-16/31, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2003>
  (6° de commissaris-generaal van de federale politie of een door hem aangewezen hoger officier;
  7° de directeur-generaal van de Algemene Directie Economisch Potentieel van de Federale Overheidsdienst Economie of een door hem aangewezen ambtenaar van niveau 1;
  8° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer of een door hem aangewezen ambtenaar van niveau 1 :
  9° de administrateur der douane en accijnzen of een door hem aangewezen ambtenaar van niveau 1.) <KB 2005-06-03/31, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 07-06-2005>

  Art. 22.Het secretariaat van de Nationale Veiligheidsoverheid is gevestigd op [1 de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking]1.
  ([1 De Nationale Veiligheidsraad]1 bepaalt het personeelsbestand dat ter beschikking van het secretariaat van de Nationale Veiligheidsoverheid wordt gesteld op basis van functieprofielen voorgesteld door de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid.
  De personeelsleden van de federale politie, van de Veiligheid van de Staat en van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid die van deze diensten worden gedetacheerd, worden op de voordracht van de leidende ambtenaren aangewezen door de ministers onder wie zij ressorteren en staan onder het gezag van de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid; zij behouden hun rechten op bevordering in hun oorspronkelijke dienst.) <KB 2005-06-03/31, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 07-06-2005>
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Art. 23. Aan de in artikel 15, tweede lid, van de wet, bedoelde overheden wordt, binnen de in hetzelfde lid vastgelegde beperkingen, toestemming verleend de door de wet aan de veiligheidsoverheid toegewezen bevoegdheden uit te oefenen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

  Afdeling 2. - Procedure voor de aanvraag om een veiligheidsmachtiging.

  Art. 24.§ 1. Onverminderd artikel 27, wordt de aanvraag om een veiligheidsmachtiging, nauwkeurig gemotiveerd en ondertekend door de in § 2 bedoelde overheid of persoon, via de veiligheidsofficier aan de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid of, in voorkomend geval, aan een van de in artikel 23 bedoelde overheden, gericht.
  § 2. Voor de leden van het kabinet van een minister of een staatssecretaris wordt de aanvraag ondertekend door de minister of de staatssecretaris waarvan het betrokken kabinetslid afhangt.
  Voor de personeelsleden van openbare besturen, instellingen van openbaar nut of autonome overheidsbedrijven wordt de aanvraag ondertekend door de leidend ambtenaar waarvan het betrokken personeelslid afhangt.
  Binnen de Krijgsmacht wordt de aanvraag ondertekend door de korpsoverste.
  Voor de organen en de aangestelden van andere rechtspersonen dan die genoemd in het tweede lid, wordt de aanvraag ondertekend door de persoon of de personen die het bestuur van de rechtspersoon verzekeren.
  In de andere gevallen wordt de aanvraag door de rechtstreeks betrokken overheid of persoon ondertekend.
  § 3. Van zodra de aanvraag om een veiligheidsmachtiging door de Nationale Veiligheidsoverheid is aanvaard, brengt zij de veiligheidsofficier hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. Deze laatste bezorgt dan aan de belanghebbende alle vereiste documenten.
  § 4. Onverminderd artikel 4, 1°, kan geen enkele aanvraag tot veiligheidsmachtiging gericht worden aan de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid ten behoeve van de (leden van de federale politie en de lokale politie). <KB 2001-11-16/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 04-12-2001>
  (In afwijking van voorgaande lid kan een aanvraag tot veiligheidsmachtiging worden gericht aan de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid ten behoeve van de leden van de federale politie en van de lokale politie die, voor wat betreft het uitwisselen van informatie met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, een functie uitoefenen waarbij een toegang vereist is tot geclassificeerde stukken.
  De lijst van deze functies wordt opgesteld door [1 de Nationale Veiligheidsraad]1.) <KB 2001-11-16/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 04-12-2001>
  ----------
  (1)<KB 2015-09-08/01, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Afdeling 3. - Termijnen voor het toekennen van een veiligheidsmachtiging.

  Art. 25. Vanaf de ontvangst van de behoorlijk ingevulde documenten, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, beschikt de veiligheidsofficier over een termijn van vijftien dagen om ze aan de Nationale Veiligheidsoverheid over te zenden. De in artikel 27, derde lid, bedoelde betrokken persoon beschikt over dezelfde termijn om dezelfde documenten, behoorlijk ingevuld, aan de Nationale Veiligheidsoverheid over te zenden.
  De Nationale Veiligheidsoverheid maakt deze documenten en de aanvraag om een veiligheidsonderzoek over aan de inlichtingen- en veiligheidsdienst, binnen een maand te rekenen vanaf de in het vorige lid bedoelde overzending.
  Vanaf de in het tweede lid bedoelde overmaking, bezorgt de inlichtingen- en veiligheidsdienst de resultaten van zijn onderzoek aan de Nationale Veiligheidsoverheid, hetzij binnen twee maanden als het gaat om een veiligheidsonderzoek voor een veiligheidsmachtiging van het niveau " Vertrouwelijk ", hetzij binnen drie maanden als het gaat om een veiligheidsonderzoek voor een veiligheidsmachtiging van het niveau " Geheim ", hetzij binnen zes maanden als het gaat om een veiligheidsonderzoek voor een veiligheidsmachtiging van het niveau " Zeer geheim ". Die termijnen kunnen met ten hoogste drie maanden worden verlengd wanneer de inlichtingen- en veiligheidsdienst inlichtingen moet inwinnen in het buitenland.
  Zodra de Nationale Veiligheidsoverheid de resultaten van het veiligheidsonderzoek heeft ontvangen, heeft ze twee maanden de tijd om zich over de aanvraag om een veiligheidsmachtiging uit te spreken en haar beslissing aan de veiligheidsofficier over te zenden.
  Zodra hij de beslissing van de Nationale Veiligheidsoverheid heeft ontvangen, heeft de veiligheidsofficier vijftien dagen de tijd om deze beslissing ter kennis te brengen van de persoon voor wie de veiligheidsmachtiging is gevraagd.
  In het in artikel 27, derde lid, bedoelde geval, beslist de Nationale Veiligheidsoverheid over de aanvraag om een veiligheidsmachtiging en brengt ze haar beslissing ter kennis van de betrokken persoon binnen een termijn van twee maanden en vijftien dagen.

  Afdeling 4. - Geldigheidsduur van een veiligheidsmachtiging.

  Art. 26. De veiligheidsmachtiging wordt toegestaan voor een periode van maximum vijf jaar.
  In voorkomend geval kan deze periode ingekort worden omwille van de tijdens het onderzoek bekomen elementen of om de geldigheidsduur aan te passen aan de termijn waarvoor de veiligheidsmachtiging wordt gevraagd. Elke geldigheidsduur korter dan vijf jaar moet vermeld worden in de notificatie van de beslissing van de Nationale Veiligheidsoverheid tot het toekennen van de veiligheidsmachtiging.
  De termijn van vijf jaar of de in het tweede lid bedoelde verkorte termijn beginnen te lopen vanaf de datum van de beslissing van de Nationale Veiligheidsoverheid tot het toekennen van de veiligheidsmachtiging.

  Afdeling 5. - Veiligheidsmachtigingen met het oog op toegang in het buitenland.

  Art. 27. De rechtspersoon of natuurlijke persoon die voor een wetenschappelijk, industrieel of economisch doel toegang wil krijgen tot geclassificeerde stukken of tot plaatsen in het buitenland waartoe alleen de houder van een veiligheidsmachtiging toegang krijgt, moet bij de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid een met redenen omklede aanvraag om een veiligheidsmachtiging indienen en moet daarbij een schriftelijk bewijs leveren van de uitnodiging van de bevoegde buitenlandse overheidsinstanties.
  Van zodra de aanvraag om een veiligheidsmachtiging door de Nationale Veiligheidsoverheid is aanvaard, brengt zij de veiligheidsofficier hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. Deze laatste geeft dan aan de belanghebbende alle vereiste documenten.
  Indien er ten aanzien van de betrokken persoon geen bevoegde veiligheidsofficier is, brengt de Nationale Veiligheidsoverheid deze rechtstreeks op de hoogte van haar beslissing en maakt hem, tegen ontvangstmelding, de vereiste documenten over.

  Art. 28. De overeenkomstig artikel 27 afgegeven veiligheidsmachtiging heeft uitsluitend betrekking op de toegang tot plaatsen waar buitenlandse overheidsinstellingen, met inbegrip van militaire installaties, buitenlandse bedrijven en buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs, gevestigd zijn.

  Afdeling 6. - Het veiligheidsonderzoek.

  Onderafdeling 1. - De kennisgeving en de instemming.

  Art. 29. Het model van de in artikel 17, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde documenten wordt bepaald zoals aangegeven in bijlage van dit besluit.

  Onderafdeling 2. - Lijst van de openbare diensten in uitvoering van artikel 19, tweede lid, 3°, van de wet.

  Art. 30. De lijst van de openbare diensten bedoeld in artikel 19, tweede lid, 3°, van de wet, bevat :
  1° bij het Ministerie van Financiën :
  a) de Centrale Dienst der vaste uitgaven;
  b) de Administratie der directe belastingen;
  c) de Administratie van de BTW, registratie en domeinen;
  d) de Administratie van het kadaster;
  e) de Administratie der douane en accijnzen;
  2° de overige overheidsdiensten belast met de administratie van de wedden;
  3° het handelsregister;
  4° het ambachtenregister;
  5° binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken : de Dienst Vreemdelingenzaken;
  6° binnen de Nationale Bank van België :
  a) de Centrale voor kredieten aan particulieren;
  b) de Centrale voor kredieten aan ondernemingen;
  c) de Centrale voor behandeling van handelspapieren;
  d) de Balanscentrale;
  7° de Kruispuntbank van de sociale zekerheid.

  Hoofdstuk IIIbis- Veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. <Ingevoegd bij KB 2005-06-03/31, art. 4; Inwerkingtreding : 07-06-2005>

  Art. 30bis.[1 De persoon die aan een veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22quater van de wet moet worden onderworpen, wordt daarvan op de hoogte gebracht door een kennisgeving conform het als bijlage 3 bij dit besluit gevoegde model.
   De persoon die aan een veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22quinquies/1 van de wet moet worden onderworpen, stemt hiermee in conform het als bijlage 4 bij dit besluit gevoegde model.
   De kennisgeving en toestemming worden beheerd door de bevoegde veiligheidsofficier.
   De persoon die niet langer het voorwerp wenst uit te maken van een veiligheidsverificatie, kan zijn weigering expliciet te kennen geven aan de veiligheidsofficier van de bevoegde administratieve overheid die heeft verzocht om de veiligheidsverificatie. Dit conform het als bijlage 3 of bijlage 4 bij dit besluit gevoegde model naargelang het een veiligheidsattest of een veiligheidsadvies betreft.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-08/24, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 30ter. <Ingevoegd bij KB 2005-06-03/31, art. 4; Inwerkingtreding : 07-06-2005> Worden gemachtigd het bezit van een veiligheidsattest op te leggen om de redenen bedoeld in artikel 22bis, tweede lid, van de wet :
  1° de Minister van Justitie;
  2° de Minister van Binnenlandse Zaken;
  3° de Minister van Landsverdediging;
  4° de provinciegouverneurs en de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;
  5° de burgemeesters;
  6° de gerechtelijke overheden die bevoegd zijn voor de handhaving van de orde ter terechtzittingen van de hoven en rechtbanken;
  7° de directeur-generaal van de Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde.
  Deze beslissing wordt onmiddellijk schriftelijk ter kennis gebracht van de organisatoren van de evenementen of de verantwoordelijken van de lokalen, gebouwen of terreinen, alsmede van de veiligheidsoverheid bedoeld in artikel 22ter van de wet.
  Indien de bevoegde overheid weigert uitvoering te geven aan een verzoek om een veiligheidsattest, geeft zij binnen een termijn die vijf dagen niet te boven mag gaan schriftelijk kennis van haar beslissing aan de steller van het verzoek en brengt deze weigering tegelijkertijd ter kennis van de bevoegde veiligheidsofficier en van de organisatoren van het evenement of de verantwoordelijken van de lokalen, gebouwen of terreinen. Deze veiligheidsofficier of, indien er geen is, deze organisator of deze verantwoordelijke stelt er de betrokken personen van in kennis.

  Art. 30quater. <Ingevoegd bij KB 2005-06-03/31, art. 4; Inwerkingtreding : 07-06-2005> Het register van de veiligheidsverificaties bedoeld in artikel 22ter, derde lid, van de wet bevat :
  1° de naam, de voornaam of voornamen, de geboortedatum, de nationaliteit en het adres van de personen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een veiligheid verificatie;
  2° de steller en de datum van het verzoek om een verificatie;
  3° het voorwerp en de geldigheidsduur van het attest;
  4° in geval van weigering of intrekking, de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid.
  Deze gegevens worden vernietigd na het verstrijken van een termijn van een jaar te rekenen vanaf de laatste beslissing ten aanzien van de betrokken persoon.

  Art. 30quinquies. <Ingevoegd bij KB 2005-06-03/31, art. 4; Inwerkingtreding : 07-06-2005> § 1. De veiligheidsoverheid bedoeld in artikel 22ter, eerste lid, van de wet stelt de steller van het verzoek om een veiligheidsverificatie schriftelijk in kennis van haar beslissing inzake het verstrekken van een veiligheidsattest binnen de door de steller vereiste termijn die vijftien dagen niet te boven mag gaan.
  Haar beslissing wordt tegelijkertijd ter kennis gebracht van de bevoegde veiligheidsofficier en de organisatoren van het evenement of de verantwoordelijken van de lokalen, gebouwen of terreinen. Deze veiligheidsofficier of, indien er geen is, deze organisator of deze verantwoordelijke stelt er de betrokken personen van in kennis.
  § 2. De overheden bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, van de wet brengen hun beslissingen onverwijld en op de snelste wijze ter kennis van de betrokken personen.
  § 3. De overheden bedoeld in de vorige paragrafen brengen zonder verwijl per aangetekend schrijven hun weigering- of intrekkingbeslissing ter kennis van de betrokken personen.
  Het exemplaar van de beslissing houdende weigering of intrekking dat bestemd is voor een andere werkgever dan die bedoeld in artikel 13, 1°, a) en b) van de wet is niet met redenen omkleed.

  Art. 30sexies.[1 De veiligheidsoverheid bezorgt schriftelijk het met redenen omkleed veiligheidsadvies bedoeld in artikel 22quinquies/1, van de wet binnen een termijn van ten hoogste een maand te rekenen vanaf de dag waarop zij is gevat, hetzij door het verzoek van de administratieve overheid hetzij vanaf het ogenblijk dat zij nieuwe gegevens of inlichtingen bedoeld in artikel 22sexies van de wet ontvangt.
   Zodra de bevoegde administratieve overheid een negatief veiligheidsadvies ontvangt beschikt zij over een termijn van 8 dagen om de veiligheidsofficier van de werkgever en de betrokken persoon hiervan op de hoogte te brengen.
   Ingeval de veiligheidsoverheid een verzoek tot veiligheidsadvies weigert brengt zij tegelijkertijd en schriftelijk haar beslissing ter kennis van de bevoegde administratieve overheid, de veiligheidsofficier van de werkgever en de betrokken persoon binnen een termijn die vijftien dagen niet te boven mag gaan.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-05-08/24, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 31. De stukken, vóór de inwerkingtreding van de wet gemerkt met de vermelding " ZEER GEHEIM ", " GEHEIM " of " VERTROUWELIJK ", worden geacht gemerkt te zijn met het overeenstemmend classificatieniveau voorzien in artikel 4 van de wet.

  Art. 32. In afwijking van artikel 5, kunnen de op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande stukken het voorwerp uitmaken van collectieve classificaties.
  De collectieve classificaties bestaan uit de toekenning van een algemeen classificatieniveau aan een geheel van documenten, een bestand of een geheel van dossiers die identificeerbaar zijn per onderwerp, op om het even welke drager, zonder over te gaan tot een gedetailleerde classificatie voor elk document, bestand of dossier.
  De bepalingen van artikel 6 zijn niet van toepassing op de krachtens de vorige leden geclassificeerde documenten.

  Art. 33. De wet en dit besluit treden in werking de eerste dag van de derde maand volgend op die gedurende welke dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met uitzondering van :
  1° artikel 11 van de wet dat in werking treedt de eerste dag van de tiende maand volgend op die gedurende welke dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt;
  2° de artikelen 9, 11, 12 en 16 van dit besluit die in werking treden de eerste dag van de vijfde maand volgend op die gedurende welke dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt;
  3° artikel 18 van dit besluit dat in werking treedt de eerste dag van de negende maand volgend op die gedurende welke dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

  Art. 34. Onze Eerste Minister en Onze Ministers en Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Overeenstemming tussen de classificatieniveau's in toepassing van internationale overeenkomsten of verdragen die België binden, en het Belgische classificatieniveau.

  Belgie            Zeer Geheim        Geheim         Vertrouwelijk
                    Tres Secret        Secret         Confidentiel
  West-Europese     Focal Tres Secret  UEO Secret     UEO Confidentiel
   Unie             Focal Top Secret   WEU Secret.    WEU Confidential
  Noord-Atlantische Cosmic Tres Secret OTAN Secret    OTAN Confidentiel
   Verdrags-        Cosmic Top secret  NATO Secret    NATO Confidential
   organisatie
   Nord
  Eurocontrol       -                  Eurocontrol    Eurocontrol Vertraulich
                                        Geheim
                                       Eurocontrol    Eurocontrol Confidentiel
                                        Secret
                                                      Eurocontrol Confidential
                                                      Eurocontrol Vertrouwelijk
  Euratom           Eura-Zeer Geheim   Eura-Geheim    Eura-Vertrouwelijk
                    Eura-Tres Secret   Eura-Secret    Eura-Confidentiel
                    Eura-Muy Secreto   Eura-Secreto   Eura-Confidencial
                    Eura-Strettamente  Eura-Segreto   Eura-Confidenziale
                     Segreto
                    Eura-Erittain      Eura-Salainen  Eura-Luottamuksellinen
                     Salainen
                    Eura-Kvalificerat  Eura-Hemlig    Eura-F"rtrolig
                     Hemlig
                    Eura-Strengt       Eura-Hemmeligt Eura-Fortroligt
                     Hemmeligt
       
                    Eura-Top Secret                   Eura-Confidential
                    Eura-Streng Geheim                Eura-Vertraulich
                    Eura-Altamente
                     Secreto
       
  [Europees Ruimte-  ESA Top Secret            ESA Secret   ESA Confidential
   Agentschap        Tres Secret               Secret ASE   Confidentiel ASE
       
   Europese Unie  Tres Secret UE/EU Top Secret Secret UE    Confidential UE
   Raad              EU Top Secret             EU Secret    EU Confidential
   Commissie                                                                ]
   <KB 2004-12-21/30, art. 2, 004 ; Inwerkingtreding : 31-12-2004>
  Duitsland         Streng Geheim      Geheim         VS -Vertraulich
  Frankrijk         -                  Secret Defense Confidentiel Defense
  Verenigd           Top Secret         Secret         Confidential
   Koninkrijk
  Zwitserland       Rigoureusement     Secret         Confidentiel
                     Secret
                    Streng Geheim      Geheim         Vertraulich
  Australie         Top Secret         Secret         Confidential
  Verenigde Naties  Top Secret         Secret         Confidential
  Zweden            Hemlig av          Hemlig         Hemlig
                     Synnerlig
                     Betydelse



  Art. N2. Bijlage 2. - VERTROUWELIJK. (indien ingevuld) (Wet 11.12.98). - INSTEMMING VAN DE PERSOON VOOR WIE DE MACHTIGING WORDT GEVRAAGD.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 31-03-2000, p. 10097 - 10101).
  Gewijzigd door :
  <KB 2004-12-21/30, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 31-12-2004>

  Art. N3.[1 Bijlage III.]1
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-06-2018, p. 45638 )
  ----------
  (1)<KB 2018-05-08/24, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 24 maart 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Buitenlandse Zaken,
L. MICHEL
De Minister van Binnenlandse Zaken,
DUQUESNE
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen;
   Gelet op het advies van het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid, gegeven op 1 april 1999 en 16 februari 2000;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Eerste Minister, Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Landsverdediging en Onze Minister van Justitie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 30bis; N3; 30sexies)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 27-09-2015 GEPUBL. OP 02-10-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-09-2015 GEPUBL. OP 17-09-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 9; 11; 12; 16; 18; 4; 22; 24; )
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-10-2011 GEPUBL. OP 08-11-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 30bis; N3)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-06-2005 GEPUBL. OP 07-06-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 21; 22; 30BIS-30SEX)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; N1; N2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 16-01-2003 GEPUBL. OP 22-01-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 21)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 16-11-2001 GEPUBL. OP 04-12-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 24)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 7 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie