J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1999/02/08/1999022155/justel

Titel
8 FEBRUARI 1999. - Koninklijk besluit betreffende natuurlijk mineraal water en bronwater.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-04-1999 en tekstbijwerking tot 10-02-2004).

Bron : ECONOMISCHE ZAKEN.SOCIALE ZAKEN.VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
Publicatie : 23-04-1999 nummer :   1999022155 bladzijde : 13486       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 1999-02-08/39
Inwerkingtreding : 23-04-1999

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1936050601        1936050701        1935032501       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-15
Bijlage.
Art. N1-6N1

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° bron: één of meerdere natuurlijke of geboorde ontspringingspunten waar water kan worden gewonnen uit een onderaardse waterlaag of een grondwaterlaag, die gelegen zijn in gronden waarvan de aard, de dikte en de uitgestrektheid filtratie toelaten en bescherming ervan tegen besmettingsgevaar waarborgen;
  2° natuurlijk mineraal water: het water afkomstig van een bron en dat zich van een gewoon drinkwater duidelijk onderscheidt door:
  a) de oorspronkelijke zuiverheid van dat water, inzonderheid de microbiologische zuiverheid;
  b) het gehalte aan mineralen, oligo-elementen of andere bestanddelen, en eventueel door bepaalde werkingen van dat water.
  De samenstelling, de temperatuur en de andere essentiële kenmerken van het water moeten constant blijven binnen natuurlijke schommelingen; in het bijzonder mogen zij niet door eventuele variaties in het debiet worden gewijzigd;
  3° bronwater: water afkomstig van een bron en dat in zijn natuurlijke staat geschikt is voor menselijke consumptie;
  4° normale microflora: de nagenoeg constante bacteriënflora, die is vastgesteld bij het ontspringen voor iedere behandeling en waarvan de kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling voor het kenmerken van het water in aanmerking wordt genomen.
  (5° Bevoegde autoriteit : het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
  6° FAVV : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2003-12-15/49, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 2. § 1. (Het is verboden natuurlijk mineraalwater in de handel te brengen zonder voorafgaande toelating van de Minister tot wiens bevoegdheid Volksgezondheid behoort, of zijn gedelegeerde ambtenaar, na verslag van de bevoegde autoriteit.
  Dat verslag steunt op een dossier dat in tweevoud door de aanvrager bij de bevoegde autoriteit is ingediend.) <KB 2003-12-15/49, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Dat dossier bevat ondermeer de gegevens bepaald in de bijlage, punten II en III van dit besluit. Het verslag houdt rekening met het gemotiveerd advies van de Hoge Gezondheidsraad en, op verzoek van de aanvrager, met het advies van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde.
  De stabiliteit van de chemische samenstelling van-het water zal worden bewezen aan de hand van twee reeksen ontledingen van telkens twee monsters, die met een tussentijd van acht dagen zijn genomen, de ene reeks in de lente en de andere in de herfst. De stabiliteit van de microbiologische samenstelling zal worden bewezen aan de hand van twee reeksen analyses van telkens drie monsters, die met een tussentijd van acht dagen zijn genomen; de ene reeks in de lente en de andere in de herfst.
  Deze chemische en microbiologische ontledingen moeten worden verricht, op kosten van de aanvrager, (door een daartoe geaccrediteerd laboratorium volgens de geldende EN ISO-normen die van toepassing zijn), dat instaat voor de bemonstering. <KB 2003-12-15/49, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Wanneer bewezen is, dat het water afkomstig van een nieuw ontspringingspunt van éénzelfde onderaardse waterlaag of grondwaterlaag een identieke samenstelling heeft als dat van een water dat reeds als natuurlijk mineraal water erkend werd, dan moet het dossier de gegevens bepaald in punt III, 4 van de bijlage niet meer bevatten.
  De toelating om het in de handel brengen omvat de toelating om de voorbehouden benaming "natuurlijk mineraal water" te gebruiken.
  § 2. Voor ingevoerd natuurlijk mineraal water moet het dossier een officieel attest van de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong bevatten waaruit blijkt, dat het water afkomstig is van een bron en op een zodanige wijze is gewonnen en geconditionneerd, dat aan de in bijlage, punten IV en V gestelde criteria voldaan is. (Evenwel kan de bevoegde autoriteit alle bijkomende informatie eisen die zij nodig acht om te oordelen of dit water beantwoordt aan de bepalingen van dit besluit. Indien nodig kan ze controles uitvoeren op de exploitatieplaatsen op kosten van de aanvrager.) <KB 2003-12-15/49, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Dit attest zal eveneens de handelsbenaming bevatten, die in het land van oorsprong wordt gebruikt, alsook de chemische en microbiologische samenstelling van het water.
  Dit attest zal vergezeld zijn van de elementen die voorkomen in de bijlage, punt III, wanneer het water afkomstig is van een land waarvan de reglementering geen officiële erkenning voor natuurlijk mineraal water voorziet.
  De toelating tot het in de handel brengen wordt afgeleverd door de Minister tot wiens bevoegheid de Volksgezondheid behoort of door de gemachtigde ambtenaar en ze is geldig voor drie jaar vanaf de datum van aflevering.
  De bepalingen van de § 2 zijn niet van toepassing op natuurlijk mineraal water dat als dusdanig door de andere lid-Staten van de Europese Unie of door de EFTA landen, medeondertekenars van het EER akkoord, is erkend, en dat onder dezelfde aanduidingen als in het land van oorsprong wordt ingevoerd.
  § 3. De toelating voor het in de handel brengen van het natuurlijk mineraal water, bedoeld in artikel 2, § 1, kan worden ingetrokken indien:
  1° de verplichting het water op de winningsplaats in gesloten recipiënten bestemd voor de eindverbruiker te verpakken niet wordt nageleefd;
  2° de punten 1.2., II, m en IV van de bijlage van dit besluit niet worden nageleefd.
  (§ 4. Bij de officiële controles wordt de analyse van de in bijlage, punt I.2., opgenomen bestanddelen uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage, punt I.3., vermelde specificaties.) <KB 2003-12-15/49, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 3. § 1. (Vooraleer een bronwater in de handel wordt gebracht, moet een dossier met de volgende elementen aan de bevoegde autoriteit overgemaakt worden :
  - de naam van de plaats waar de bron wordt geëxploiteerd en de naam van de bron;
  - de volledige chemische en microbiologische samenstelling van het water aan de bron en in de eindverpakking. Deze samenstelling wordt bewezen door de resultaten van analyses, op kosten van de aanvrager, uitgevoerd door een daartoe geaccrediteerd laboratorium volgens de geldende EN ISO-normen die van toepassing zijn.
  Deze bepaling is niet van toepassing op bronwater dat reeds vóór de datum van de bekendmaking van dit besluit erkend werd.) <KB 2003-12-15/49, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. (Voor ingevoerd bronwater moet een officieel attest van de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong aan de bevoegde autoriteit overgemaakt worden waaruit blijkt dat het water afkomstig is van een bron en op een zodanige wijze is gewonnen en geconditioneerd, dat aan de in bijlage punten IV en V gestelde criteria voldaan is. Evenwel kan de bevoegde autoriteit alle bijkomende informatie eisen die zij nodig acht om te oordelen of dit water beantwoordt aan de bepalingen van dit besluit. Indien nodig kan ze, op kosten van de aanvrager, controles op voornoemde criteria uitvoeren op de exploitatieplaatsen.) <KB 2003-12-15/49, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Dit attest zal eveneens de handelsbenaming bevatten, die in het land van oorsprong wordt gebruikt, alsook de chemische en microbiologische samenstelling van het water.
  De bepalingen van de §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op bronwater, dat afkomstig is van de andere lid-Staten van de Europese Unie of van de EFTA landen, medeondertekenars van het EER akkoord, en dat onder dezelfde aanduidingen als in het land van oorsprong wordt ingevoerd.

  Art. 4. Het is verboden natuurlijk mineraal water of bronwater in de handel te brengen:
  1° dat niet aan de in bijlage, punt I van dit besluit bepaalde parameters beantwoordt;
  2° dat niet aan de in bijlage, punt II van dit besluit vastgestelde microbiologische eisen voldoet;
  3° dat niet op de winningsplaats is verpakt in gesloten recipiënten. In de verbruikslokalen, moeten die recipiënten gesloten blijven tot deze aan de verbruiker worden aangeboden.
  Die bepaling geldt niet voor water dat wordt verkocht in de drankgelegenheid van een thermaal station of in een bedrijf waar natuurlijk mineraal water of bronwater wordt geëxploiteerd;
  4° dat een andere behandeling heeft ondergaan dan die welke zijn vermeld in bijlage, punt IV, van dit besluit;
  5° waarvan de exploitatie niet voldoet aan de in bijlage, punt V, van dit besluit gestelde eisen;
  6° waarvan de samenstelling, rekening houdende met de natuurlijke fluctuaties, verschilt van die, waarvoor de toelating is verleend of, in geval van ingevoerd water, dat verschilt van de samenstelling die is vermeld op het in artikel 2, § 2, bedoelde officiële attest. Deze bepaling is niet van toepassing op bronwater;
  7° waarop de vermelding "natuurlijk mineraal water" of een gelijkaardige vermelding is aangebracht zonder toelating van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort;
  8° waarvan de voor de verpakking gebruikte recipiënten niet zijn voorzien van een sluiting, die erop berekend is om iedere mogelijkheid van de vervalsing of verontreiniging te voorkomen. De sluiting moet ofwel zodanig zijn vervaardigd dat zij bij het openen wordt beschadigd en noodzakelijkerwijs onbruikbaar wordt, ofwel bekleed zijn met een banderol waarop de naam of merknaam van de exploitant is vermeld.

  Art. 5. Voor de toepassing van artikel 18 van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, wordt het water, dat als natuurlijk mineraal water in de handel gebracht wordt, schadelijk verklaard:
  1° dat afkomstig is van een bron of een exploitatie, die de in artikel 2, § 1, bedoelde toelating tot het in de handel brengen niet heeft bekomen of waarvan deze toelating werd ingetrokken;
  2° dat is ingevoerd en waarvoor de in artikel 2, § 1, bedoelde toelating tot het in de handel brengen niet afgeleverd is;
  3° dat bedoeld is in artikel 4, 1° tot 5°. Deze bepaling is ook van toepassing op bronwaters.

  Art. 6. § 1.1° Enkel natuurlijk mineraal water mag en moet in de handel gebracht worden onder de benaming "natuurlijk mineraal water".
  2° Enkel bronwater mag en moet in de handel gebracht worden onder de benaming "bronwater".
  § 2. De benaming natuurlijk mineraal water en bronwater moet, in voorkomend geval, worden aangevuld met één van de volgende vermeldingen:
  1° natuurlijk gashoudend;
  2° met brongas versterkt;
  3° met toegevoegd koolzuurgas;
  4° volledig ontgast of ontgast;
  5° gedeeltelijk ontgast.
  De vermeldingen onder 1° tot 3° mogen vervangen worden door één van de vermeldingen: "gashoudend", "sprankelend", "bruisend" of "koolzuurhoudend".

  Art. 7. Het is verboden natuurlijk mineraal water en bronwater in de handel te brengen indien de etikettering de volgende gegevens niet vermeldt:
  1° de vermelding van de analytische samenstelling uitgedrukt in mg/l, die de kenmerkende bestanddelen aangeeft, zoals zij voorkomen in het tot toelating voor het in de handel brengen ingediende dossier. Deze bepaling is niet van toepassing op bronwater;
  2° de naam van de plaats waar de bron wordt geëxploiteerd en de naam van de bron;
  3° (de vermelding " dit water heeft een toegelaten behandeling ondergaan door oxidatie met lucht die met ozon is verrijkt ", indien het water werd onderworpen aan de behandeling bedoeld in punt IV, 2 van de bijlage van dit besluit. Voor natuurlijk mineraalwater moet deze vermelding in de nabijheid van de vermelding van de in punt 1° bedoelde analytische samenstelling, aangebracht worden;) <KB 2003-12-15/49, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2004>
  (4° de vermelding van de eventueel uitgevoerde behandelingen bedoeld in punten IV, 5 van de bijlage van dit besluit.) <KB 2003-12-15/49, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (5° de vermelding " bevat meer dan 1,5 mg/l fluor : niet geschikt voor regelmatig gebruik door zuigelingen en kinderen jonger dan 7 jaar " bij natuurlijk mineraalwater met een fluorconcentratie hoger dan 1,5 milligram per liter (mg/l). Deze vermelding moet in goed leesbare letters in de onmiddellijke nabijheid van de verkoopbenaming worden aangebracht. Op de etikettering van het hoger vermelde natuurlijk mineraalwater moet bij de in punt 1° bedoelde analytische samenstelling het werkelijke fluorgehalte vermeld worden.) <KB 2003-12-15/49, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2004>

  Art. 8. De naam van een plaats, een gehucht of een plek mag alleen dan deel uitmaken van een handelsbenaming van natuurlijk mineraal water of een bronwater, indien de bron op de door die handelsbenaming genoemde plaats word geëxploiteerd en mits daardoor geen verwarring wordt gesticht ten aanzien van de plaats waar de bron wordt geëxploiteerd.

  Art. 9. § 1. Het is verboden zowel in de etikettering als in de reclame van natuurlijk mineraal water en bronwater, in welke vorm dan ook, gebruik te maken van aanduidingen, benamingen, merken van producten, afbeeldingen en andere al dan niet figuratieve tekens die:
  a) doen vermoeden dat het water kenmerken bezit dat het in werkelijkheid niet heeft, inzonderheid inzake de oorsprong, de datum van de toelating tot het in de handel brengen, de resultaten van ontledingen of om het even welke referenties in verband met authenticiteitswaarborgen.
  Het is onder meer verboden de vermelding "mineraal water" aan te brengen op water dat geen natuurlijk mineraal water is;
  b) eigenschappen aan deze waters toe schrijven op het gebied van de preventie, de behandeling of genezing van ziekten van de mens.
  § 2. Het is verboden, zowel in de etikettering als in de reclame voor natuurlijk mineraal water en bronwater, in welke vorm dan ook gebruik te maken van vermeldingen inzake de samenstelling, de bijzondere fysiologische uitwerkingen of de geschiktheid ervan voor een bepaald dieet.
  Nochtans is het uitsluitend voor natuurlijk mineraal water toegestaan gebruik te maken van de in bijlage punt VI van dit besluit bepaalde vermeldingen indien aan de gestelde voorwaarden voldaan is.

  Art. 10. § 1. Het in de handel brengen onder verschillende handelsbenamingen van een natuurlijk mineraal water of een bronwater afkomstig van éénzelfde bron is verboden.
  § 2. Indien in de etikettering van natuurlijk mineraal water of bronwater een andere handelsbenaming vermeld is dan de naam van de bron of van zijn plaats van exploitatie, moet deze plaats of de naam van de bron worden vermeld met lettertekens waarvan de hoogte en de breedte minstens anderhalve maal zo groot zijn als het grootste letterteken dat gebruikt is voor de aanduiding van die handelsbenaming.
  Het in het vorige lid bepaalde is eveneens van toepassing op de nadruk die in de reclame, in welke vorm ook, voor natuurlijk mineraal water en bronwater op de naam van de bron of de plaats van exploitatie wordt gelegd ten opzichte van de vermelding van de handelsbenaming.

  Art. 11. Overtredingen van de bepalingen van de artikelen 2 tot 9 van dit besluit worden opgespoord, vervolgd en gestraft overeenkomstig de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten.

  Art. 12. Overtredingen van de bepalingen van artikel 10 van dit besluit worden opgespoord, vervolgd en gestraft overeenkomstig de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument.

  Art. 13. Worden opgeheven:
  1° het koninklijk besluit van 25 maart 1935 betreffende de benaming van drankwater;
  2° in zover zij natuurlijk mineraal water en bronwater betreffen:
  a) het koninklijk besluit van 6 mei 1936 betreffende de bereiding van drankwater, gewijzigd door het besluit van de Regent van 28 december 1945 en door de koninklijke besluiten van 14 mei 1951 en 5 juli 1972;
  b) het koninklijk besluit van 7 mei 1936 betreffende de handel van drankwater, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 23 april 1937, 15 mei 1951,15 september 1967, 5 juli 1972 et 15 september 1975.

  Art. 14. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 15. Onze Minister van Economie en Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen zijn, ieder voor wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  Bijlage.

  Art. N1. Bijlage.

  Art. 1N1. <KB 2003-12-15/49, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> I. Parameters:
  I.1. Bronwater moet voldoen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 14 januari 2002 betreffende de kwaliteit van voor menselijk consumptie bestemd water dat in voedingsmiddeleninrichtingen verpakt wordt of dat voor de fabricage en/of het in de handel brengen van voedingsmiddelen wordt gebruikt.
  I.2. Natuurlijk mineraalwater moet voldoen aan de grenswaarden die voor bepaalde bestanddelen hieronder worden vastgelegd en waarvan overschrijding een risico voor de volksgezondheid van de consumenten kan opleveren :

   Bestanddeel    Grens-                       Opmerkingen
                  waarde
                  (mg/l)
        -           -                               -
       
  Van nature in mineraalwater aanwezige bestanddelen
  Antimoon (Sb)   0,0050   Opmerking 1
  Arseen (As)     0,010    Opmerking 1
  Barium (Ba)     1,0      Opmerking 1
  Cadmium (Cd)    0,003    Opmerking 1
  Chroom (Cr)     0,050    Opmerking 1
  Koper (Cu)      1,0      Opmerking 1
  Cyaniden (CN)   0,070    Opmerking 1
  Fluoride (F)    5,0      Opmerking 1 (Nota van Justel : de grenswaarden
    voor fluor en nikkel treden in werking op 1 januari 2008.)
  Mangaan (Mn)    0,50     Opmerking 1
  Kwik (Hg)       0,0010   Opmerking 1
  Nikkel (Ni)     0,020    Opmerking 1 (Nota van Justel : de grenswaarden
    voor fluor en nikkel treden in werking op 01-01-2008)
  Nitraat (NO3)   50       Opmerkingen 1 en 2
  Nitriet (NO2)   0,1      Opmerking 1
  Lood (Pb)       0,010    Opmerking 1
  Seleen (Se)     0,010    Opmerking 1
       
  Andere types toxische stoffen
  Pesticiden en            Onder pesticiden en aanverwante producten worden
   aanverwante              verstaan : insecticiden (persistente organische
   producten                chloorverbindingen, organische fosforverbindingen
   Per afzon-     0,0001   en carbamaten)
   derlijke       0,0005   herbiciden
   stof :                  fungiciden
   Totaal :                PCB's et PCT's
       
  Aromatische     0,0001   Referentiestoffen :
   polycy-                  fluoranteen
   clische                  benzo 3,4 fluoranteen
   koolwater-               benzo 11,12 fluoranteen
   stoffen                  benzo 3,4 pyreen
                            benzo 1,12 peryleen
                            indeno (1,2,3-cd) pyreen


  Opmerking 1 : Deze bestanddelen moeten van nature in het water aanwezig zijn en mogen niet het gevolg zijn van verontreiniging van de bron.
  Opmerking 2 : De grenswaarde voor nitraten, die van toepassing is voor de in artikel 2, § 1 en § 2, vierde lid vermelde toelating, is 25 mg/l. Deze bepaling is niet van toepassing voor de toelatingsaanvragen die vóór de datum van bekendmaking van dit besluit werden ingediend.
  I.3. De analyse van de in punt I, 2, vermelde bestanddelen moet aan de volgende prestatiekenmerken voldoen. Met de toegepaste analysemethoden moeten met de aangegeven juistheid, precisie en aantoonbaarheidsgrens ten minste concentraties van deze bestanddelen kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de parameterwaarde. Ongeacht de gevoeligheid van de gebruikte analysemethode wordt het resultaat in ten minste evenveel decimalen uitgedrukt als de in punt I, 2, vermelde grenswaarde.

  Bestanddelen  Juistheid in %   Precisie van de   Aantoonbaar-   Opmerkingen
                    van de       parameterwaarde  heidsgrens in
                parameterwaarde   (opmerking 2)   % van de para-
                 (opmerking 1)                     meterwaarde
                                                  (opmerking 3)
       -               -                -               -              -
   Antimoon           25               25               25
   Arseen             10               10               10
   Barium             25               25               25
   Cadmium            10               10               10
   Chroom             10               10               10
   Koper              10               10               10
   Cyaniden           10               10               10        Opmerking 4
   Fluoride           10               10               10
   Mangaan            10               10               10
   Kwik               20               10               20
   Nikkel             10               10               10
   Nitraat            10               10               10
   Nitriet            10               10               10
   Lood               10               10               10
   Seleen             10               10               10


  Opmerking 1 : De juistheid is de systematische fout en is het verschil tussen de via een groot aantal metingen vastgestelde gemiddelde waarde en de werkelijke waarde.
  Opmerking 2 : De precisie is de toevallige fout en wordt gewoonlijk uitgedrukt als standaardafwijking (binnen een groep en tussen groepen onderling) van de spreiding van de resultaten rond het gemiddelde. De aanvaardbare precisie bedraagt tweemaal de relatieve standaardafwijking.
  Opmerking 3 : De aantoonbaarheidsgrens is :
  - hetzij driemaal de relatieve standaardafwijking binnen een groep waarnemingen van een natuurlijk monster met een lage concentratie van de parameter;
  - hetzij vijfmaal de relatieve standaardafwijking binnen een groep waarnemingen van een blancomonster.
  Opmerking 4 : Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.

  Art. 2N1. II. Microbiologische criteria van natuurlijk mineraal water en bronwater:
  1. Bij het ontspringen moet het totale gehalte aan reactiveerbare microorganismen overeenkomen met de normale microflora en op een doeltreffende bescherming van de bron tegen elke verontreiniging wijzen. Dit gehalte moet worden vastgesteld onder de in bijlage, punt III, 3 bepaalde voorwaarden.
  Na het bottelen mag dit gehalte niet meer bedragen dan 100 per ml bij 20 tot 22 °C gedurende 72 uur op een agar-agar-voedingsbodem of een agar-agargelatinemengsel en 20 per nu bij 37 °C gedurende 24 uur op een agar-agarvoedingsbodem. Dit gehalte moet binnen 12 uur na het bottelen worden gemeten, waarbij het water gedurende deze periode van 12 uur op 4 °C l °C wordt gehouden.
  Bij het ontspringen mogen deze waarden normaliter niet meer bedragen dan respectievelijk 20 per ml bij 20 tot 22 °C gedurende 72 uur en 5 per ml bij 37 °C gedurende 24 uur, waarbij deze waarden moeten worden beschouwd als richtgetallen en niet als maximum gehalten.
  2. Bij het ontspringen en tijdens het in de handel brengen moet het water vrij zijn van:
  a) pathogene parasieten en micro-organism;
  b) Escherichia coli of andere coliforme bacteriën en Streptococcus faecalis in 250 ml onderzocht monster;
  c) sulfietreducerende sporenvormende anaërobe bacteriën in 50 ml onderzocht monster;
  d) Pseudomonas aeruginosa in 250 ml onderzocht monster.
  3. Het totale gehalte aan reactiveerbare micro-organismen van het drinkwater mag alleen het gevolg zijn van de normale ontwikkeling van het kiemgehalte bij het ontspringen.
  4. Het water mag geen organoleptische gebreken vertonen.

  Art. 3N1. III. Elementen die moeten voorkomen in het dossier voor de erkenning van natuurlijk mineraal water:
  1. Geologische en hydrologische criteria:
  1.1. de juiste ligging van het winningspunt dat, met opgave van de hoogte, ten aanzien van de topografie is aangeduid op een kaart met een schaal van ten hoogste 1/1000;
  1.2. een gedetailleerd geologisch verslag over de oorsprong en de aard van de bodem;
  1.3. de stratigrafie van de hydrogeologische aardlaag;
  1.4. beschrijving van de winningswerkzaamheden;
  1.5. vaststelling van de zone ter bescherming van de bron tegen verontreiniging.
  2. Fysische, chemische en fysisch-chemische criteria:
  2.1. het debiet van de bron in de vorm van een tabel met de volumemetingen tijdens de twaalf maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot toelating, met opgave van de data waarop deze werden verricht;
  2.2. de temperatuur van het water bij het ontspringen en de temperatuur van de omgeving. Deze metingen worden gelijktijdig met de in 2.1. bedoelde metingen uitgevoerd;
  2.3. het verband tussen de bodemgesteldheid en de aard en het type van de minerale stoffen;
  2.4. de droge residuen bij 180 °C en 260 °C;
  2.5. het soortelijk geleidingsvermogen of de soortelijke weerstand, met opgave van de meettemperatuur;
  2.6. de waterstofionenconcentratie (pH);
  2.7. de anionen- en de kationengehalten;
  2.8. de gehalten aan niet geïoniseerde elementen;
  2.9. de sporenelementengehalten;
  2.10. de radio-actinologie bij het ontspringen;
  2.11. in voorkomend geval, de relatieve hoeveelheden isotopen van de samenstellende elementen van het water: zuurstof (16 en 18) en waterstof (protium, deuterium en tritium);
  2.12. de toxiciteit van bepaalde samenstellende elementen van het water met inachteneming van de in dit opzicht voor elk element vastgestelde grenzen.
  Criteria voor het microbiologische onderzoek bij het ontspringen:
  3.1. het bewijs van de afwezigheid van pathogene micro-organismen;
  3.2. de kwantitatieve vaststelling van op faecale besmetting wijzende reactiveerbare microorganismen:
  a) afwezigheid van Escherichia coli of andere coliforme bacteriën in 250 ml bij 37 °C en 44,5 °C;
  b) afwezigheid van Streptococcus faecalis in 250 ml;
  c) afwezigheid van sulfietreducerende sporenvormende anaërobe bacteriën in 50 ml;
  d) afwezigheid van Pseudomonas aeruginosa in 250 ml:
  3.3. de vastelling van het totale aantal reactiveerbare micro-organismen per ml water op een agar-agar-voedingsbodem:
  a) bij 20 °C 22 °C gedurende 72 uur;
  b) bij 37 °C gedurende 24 uur.
  Voorschriften voor het klinisch, farmacologisch en fysiologisch onderzoek van natuurlijk mineraal water wanneer aan dat water eigenschappen worden toegeschreven die betrekking hebben op de gezondheid:
  4.1 de aard van het onderzoek, dat volgens erkende wetenschappelijke methodes moet worden uitgevoerd, moet aangepast zijn aan de eigen kenmerken van het natuurlijk mineraal water en de uitwerking ervan op het menselijk organisme, zoals urineafscheiding, functionering van maag of ingewanden, opheffing van het tekort aan minerale bestanddelen;
  4.2. indien wordt vastgesteld dat een groot aantal klinische observaties een constant karakter vertoont en steeds dezelfde resultaten oplevert kan zulks in voorkomend geval het in 4.1. bedoelde onderzoek vervangen. In passende gevallen kan klinisch onderzoek in de plaats komen van het in punt 4.1. bedoelde onderzoek, op voorwaarde dat daarmee dezelfde resultaten kunnen worden verkregen doordat een groot aantal observaties een constant karakter vertoont en steeds dezelfde resultaten oplevert.

  Art. 4N1. <KB 2003-12-15/49, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> IV. Toegelaten behandelingen van natuurlijk mineraal water en bronwater:
  Water, zoals het voorkomt bij het ontspringen, mag aan geen enkele andere behandeling of toevoeging worden onderworpen dan:
  1. de afscheiding van labiele elementen, zoals ijzer- en zwavelverbindingen, door filtreren of decanteren, eventueel na beluchten, voor zover deze behandeling niet tot gevolg heeft de samenstelling van dit water te wijzigen wat de essentiële bestanddelen betreft die het zijn eigenschappen geven;
  2. De afscheiding van ijzer-, mangaan- en zwavelverbindingen alsook arseen van bepaalde soorten natuurlijk mineraalwater of bronwater door behandeling met lucht die met ozon is verrijkt, voorzover deze behandeling niet tot gevolg heeft de samenstelling van dit water te wijzigen wat de essentiële bestanddelen betreft die het zijn eigenschappen geeft. Deze behandeling moet vooraf aan de bevoegde autoriteit gemeld worden. In het kader van deze vermelding, maakt de operator aan de bevoegde autoriteit alle informatie betreffende de hogervermelde behandeling over, die aantonen en die motiveren dat de volgende voorwaarden voldaan zijn :
  a) de toepassing van die behandeling is gerechtvaardigd gezien het gehalte aan ijzer-, mangaan-, zwavel- en arseenverbindingen in het water;
  b) de exploitant neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de behandeling doeltreffend en onschadelijk is en door het FAVV, en indien nodig door de bevoegde autoriteit, kan worden gecontroleerd;
  c) de fysisch-chemische samenstelling van het natuurlijk mineraalwater in termen van kenmerkende bestanddelen wordt door de behandeling niet veranderd;
  d) het natuurlijk mineraalwater voldoet vóór behandeling aan de microbiologische criteria opgenomen in punt II;
  e) de behandeling laat geen residuen achter die een risico voor de volksgezondheid kunnen opleveren of waarbij de volgende vermelde grenswaarden worden overschreden. Deze grenswaarden zijn bij de botteling of andere wijze van verpakking voor de eindverbruiker van toepassing.

  Behandelingsresidu   [Grenswaarde ('mu'g/l)] <Erratum, zie B.S. 09.06.2004
                                                      p. 43582>
          -                     -
    Opgelost ozon             50
    Bromaat                    3
    Bromoform                  1


  De hogervermelde informatie kan onder andere de volgende elementen bevatten : gegevens die de toepassing van die behandeling rechtvaardigen, analyseresultaten, een technische beschrijving van de behandeling, gegevens over de operationele parameters van de behandeling, die tot doel hebben het naleven van de hogervermelde voorwaarden, gegevens over de controlemaatregelen en over de controleresultaten op de hogervermelde operationele parameters.
  De exploitant maakt aan de bevoegde autoriteit alle bijkomende informatie over die zij nodig acht om zich ervan te vergewissen dat er aan de hogervermelde voorwaarden voldaan is.
  Indien nodig, legt de bevoegde autoriteit de hogervermelde informatie voor advies aan de Hoge Gezondheidsraad voor.
  De Minister, die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan, indien nodig, de bijzondere gebruiksvoorwaarden, waaraan deze behandeling moet voldoen, bepalen.
  3. de totale of gedeeltelijke verwijdering van vrij koolzuurgas met uitsluitend natuurkundige procédés;
  4. het inbrengen of het opnieuw inbrengen van koolzuurgas onder de volgende voorwaarden:
  4.1. voor natuurlijk gashoudend water:
  Het opnieuw inbrengen van een hoeveelheid koolzuurgas afkomstig van hetzelfde watervlak of dezelfde onderaardse laag, welke gelijk is aan die, welke is vrijgekomen tijdens het eventueel decanteren en bottelen zodat het gehalte aan gas, onder voorbehoud van de gebruikelijke technische toleranties, even groot is als bij het ontspringen;
  4.2. voor met brongas versterkt water:
  de toevoeging van koolzuurgas van het wateroppervlak of de onderaardse laag zodat het gehalte aan gas, na eventueel decanteren en bottelen, groter is dan bij het ontspringen;
  4.3. voor water met toegevoegd koolzuurgas:
  de toevoeging van koolzuurgas dat niet afkomstig is van het watervlak of de onderaardse laag.
  5. de afscheiding van andere dan de onder punten 1 en 2 bedoelde ongewenste bestanddelen van bepaalde natuurlijke mineraalwaters of bepaalde bronwaters, voorzover deze behandeling niet tot gevolg heeft de samenstelling van dit water te wijzigen wat de essentiële bestanddelen betreft die het zijn eigenschappen geven, en mits :
  - deze behandeling voldoet aan de gebruiksvoorwaarden, die worden vastgelegd door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
  (- deze behandeling wordt vooraf aan de bevoegde autoriteit gemeld.) <Erratum, zie B.S. 09.06.2004, p. 43582>

  Art. 5N1. V. Voorwaarden inzake de exploitatie van natuurlijk mineraal water en bronwater:
  1. De installaties voor de exploitatie moeten zo zijn gebouwd, dat iedere mogelijkheid van besmetting wordt voorkomen en dat het water de eigenschappen behoudt, die met zijn kwalificatie overeenkomen en die het op het ogenblik van ontspringen bezat.
  Daartoe en inzonderheid:
  1.1. moet de bron tegen gevaar van verontreiniging worden beschermd;
  1.2. moet het relatief constante debiet overeenstemmen met de werkelijke productie van de exploitatie;
  1.3. moet de installatie vervaardigd zijn uit materiaal, dat geschikt is voor water en wel zodanig, dat elke chemische, fysisch-chemische en microbiologische verandering van dit water wordt verhinderd;
  1.4. moet de installatie en met name de was- en bottelinstallatie voldoen aan de hygiëneëisen. In het bijzonder dienen de recipiënten zodanig behandeld of vervaardigd te worden dat vermeden wordt dat de microbiologische en chemische kenmerken van het water worden gewijzigd;
  1.5. is het transport van water in andere recipiënten dan die, welke voor de levering aan de verbruiker zijn goedgekeurd, verboden;
  1.6. moeten de recipiënten na het bottelen onmiddellijk worden gesloten.
  2. Wordt tijdens de exploitatie geconstateerd dat het water besmet is of niet voldoet aan de gestelde chemische of microbiologische kenmerken, dan moet de exploitant onverwijld alle exploitatiehandelingen, in het bijzonder het bottelen, stopzetten tot de oorzaak van de besmetting opgeheven is en het water aan de gestelde eisen voldoet. (Die conformiteit zal worden nagegaan aan de hand van drie overeenstemmende ontledingen die met acht dagen tussentijd en op kosten van de betrokkenen worden verricht door een daartoe geaccrediteerd laboratorium volgens de geldende EN ISO-normen die van toepassing zijn.) In voorkomend geval moet de exploitant, op straffe van intrekking van de exploitatievergunning, zodanige veranderingen aanbrengen, dat nieuwe besmetting wordt voorkomen. <KB 2003-12-15/49, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  3. (Elke wijziging in de installaties, die van invloed kan zijn op de samenstelling van het water moet worden aangevraagd aan en worden onderzocht door het FAVV. Daarvoor moeten de betrokkenen bij hun aanvraag een beschrijving met plannen en gedetailleerde doorsneden toevoegen van elke geplande wijziging. Een kopie van de aanvraag en de resultaten van het door het FAVV uitgevoerde onderzoek moeten aan de bevoegde autoriteit overgemaakt worden.) <KB 2003-12-15/49, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4. De exploitant moet (de bevoegde autoriteit en het FAVV) inzage verlenen in elk document waaruit blijkt dat hij tijdens de voorbije 12 maanden controles heeft verricht betreffende het debiet, de gebeitelde hoeveelheden en de chemische en microbiologische ontledingen. <KB 2003-12-15/49, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 6N1. VI. Toegeschreven eigenschappen betreffende de samenstelling, de speciale fysiologische effecten of de geschiktheid voor bepaalde diëten:

  Toegeschreven eigenschap               Criteria
  1. zwak mineraalhoudend                ten hoogste 500 mg/l minerale
                                         zouten, berekend als vast residu
  2. zeer zwak mineraalhoudend           ten hoogste 50 mg/l minerale zouten,
                                         berekend als vast residu
  3. rijk aan minerale zouten            meer dan 1500 mg/l minerale zouten
                                         berekend als vast residu
  4. bicarbonaathoudend                  meer dan 600 mg/l bicarbonaten
  5. sulfaathoudend                      meer dan 200 mg/l sulfaten
  6. chloridehoudend                     meer dan 200 mg/l chloriden
  7. calciumhoudend                      meer dan 150 mg/l calcium
  8. magnesiumhoudend                    meer dan 50 mg/l magnesium
  9. fluorhoudend                        meer dan l mg/l fluor
  10. ijzerhoudend                       meer dan l mg/l tweewaardig ijzer
  11. zwak verzuurd                      meer dan 250 mg/l vrij koolzuurgas
  12. natriumhoudend                     meer dan 200 mg/l natrium
  13. geschikt voor de bereiding van     gunstig advies van de Hoge
  babyvoeding                            Gezondheidsraad
  14. geschikt voor zoutarm dieet        het gehalte aan natrium bedraagt
                                         minder dan 20 mg/l
  15. kan laxerend zijn                  deze drie toegeschreven
  16. kan diuretisch zijn                eigenschappen moeten worden
  17. bevordert de spijsvertering            aangetoond aan de hand van de in
                                         bijlage, punt III.4. bedoelde
                                         onderzoekingen.
                                         Gunstig advies van de Hoge
                                         Gezondheidsraad en, eventueel, van
                                         de Koninklijke Academie voor
                                         Geneeskunde.


  In de etikettering en reclame mag van die eigenschappen melding worden gemaakt, uitsluitend wanneer het gaat om natuurlijk mineraal water, met uitzondering evenwel van de toegeschreven eigenschap bepaalt onder 13, die eveneens mag voorkomen in de etikettering van en de reclame voor bronwater.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 8 februari 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Economie,
E. DIRUPO
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II. Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen. Onze Groet.
   Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, inzonderheid op artikel 2;
   Gelet op de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, inzonderheid op artikel 124;
   Gelet op de richtlijn 80/777/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van natuurlijk mineraal water, gewijzigd door de richtlijn 96/70/EG van het Europese Parlement en de Raad van 28 oktober 1996;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 15 januari 1999;
   Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Middenstand, gegeven op 19 januari 1999;
   Gelet op het akkoord van Onze Minister van de Kleine en Middelgrote ondernemingen, gegeven op 4 augustus 1998;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat de voorgeschreven omzettingstermijn van de voornoemde richtlijn 96/70/EG verstreken is en waarvoor de Europese Commissie op 29 december 1997 een gemotiveerd advies met betrekking tot de overtreding van het Verdrag heeft uitgebracht;
   Op de voordracht van Onze Minister van Economie en van Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij:

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-12-2003 GEPUBL. OP 10-02-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 7; N)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-01-2002 GEPUBL. OP 19-03-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 1N1)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie