J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 18 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1993/01/11/1993025052/justel

Titel
11 JANUARI 1993. - Koninklijk besluit tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke [mengsels] met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan. <KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
(NOTA : opgeheven bij KB 2010-02-11/11, art. 27, 012; Inwerkingtreding : 01-06-2015) ;
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-10-1995 en tekstbijwerking tot 03-04-2014) Zie wijziging(en)

Bron : VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
Publicatie : 17-05-1993 nummer :   1993025052 bladzijde : 11334
Dossiernummer : 1993-01-11/50
Inwerkingtreding : 17-05-1993
Opheffing : 01-06-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
Definities. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 1
Doelstellingen en toepassingsgebied. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 2
Bepaling van gevaarlijke eigenschappen van [1 mengsels]1. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 3
Algemene beginselen voor de indeling en het kenmerken.
Art. 4-5
Rechten inzake de bescherming van de werknemers. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 6
Taken en verplichtingen. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 7
Verpakking. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 8
Etikettering. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 9
Nadere voorschriften voor het kenmerken. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 10
Vrijstelling van de voorschriften voor het kenmerken en verpakken. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 11
Veiligheidsinformatieblad. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 12
Instanties die informatie in verband met de volksgezondheid moeten ontvangen. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 13
Verkoop op afstand. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 14
Geheimhouding van chemische benamingen. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 15
Toezicht en sancties. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
Art. 16-18
Bijlagen.
Art. N1-N10

Tekst Inhoudstafel Begin
Definities. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Artikel 1.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  a) " stoffen " : chemische elementen en hun verbindingen, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij de productie ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit van het product en alle onzuiverheden ten gevolge van het productieprocédé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd;
  b) " [3 mengsels]3 " : mengsels of oplossingen die bestaan uit twee of meer stoffen;
  c) " polymeer " : een stof die bestaat uit moleculen welke worden gekenmerkt door een opeenvolging van één of meer soorten monomeereenheden, en die een gewichtsmeerderheid van moleculen bevat die bestaan uit ten minste drie monomeereenheden die op covalente wijze aan ten minste een andere monomeereenheid of andere reactieve stof zijn gebonden en bestaat uit minder dan een gewichtsmeerderheid aan moleculen van hetzelfde molecuulgewicht. Die moleculen moeten over een reeks molecuulgewichten verdeeld zijn, waarbij de verschillen in molecuulgewicht op de eerste plaats het gevolg zijn van verschillen in het aantal monomeereenheden. " Monomeereenheid " in de zin van deze definitie betekent de gereageerde vorm van een monomeer in een polymeer;
  d) " op de markt brengen " : het ter beschikking stellen aan derden. Invoer in het douanegebied van de Gemeenschap wordt in de zin van dit besluit beschouwd als op de markt brengen;
  e) " wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling " : wetenschappelijke proefneming, analyse of chemisch onderzoek in gecontroleerde omstandigheden; dit omvat de bepaling van intrinsieke eigenschappen, prestatie en werkzaamheid, alsmede wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten in verband met productontwikkeling;
  f) " productiegericht onderzoek en productiegerichte ontwikkeling " : verdere ontwikkeling van een stof waarbij de toepassingsgebieden van de stof worden getest met behulp van proefinstallaties of productie-experimenten;
  g) " EINECS " (European Inventory of Existing Commercial Chemical Substances); de Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen : deze inventaris bevat de definitieve lijst van alle stoffen die geacht worden op 18 september 1981 op de markt van de Gemeenschap voor te komen;
  h) " Minister " : de Minister die het leefmilieu onder zijn bevoegdheid heeft of de door hem aangewezen ambtenaar.
  [1 i) " Verordening (EG) nr. 1907/2006 " : de Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen;
   j) " Verordening (EG) nr. 1272/2008 " : de Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006.]1
  § 2. " Gevaarlijk " in de zin van dit besluit zijn de volgende stoffen en [3 mengsels]3 :
  a) ontplofbare : stoffen en [3 mengsels]3 in vaste, vloeibare, pasta- of gelatineachtige toestand, die ook zonder de inwerking van zuurstof in de lucht exotherm kunnen reageren, hierbij snel gassen ontwikkelen en onder bepaalde (proef)voorwaarden detoneren, snel explosief verbranden of door verhitting bij gedeeltelijke afsluiting ontploffen;
  b) oxiderende : stoffen en [3 mengsels]3 die bij aanraking met andere stoffen, met name ontvlambare stoffen, sterk exotherm reageren;
  c) zeer licht ontvlambare : stoffen en [3 mengsels]3 in vloeibare toestand met een uiterst laag vlampunt en een laag kookpunt, alsmede gasvormige stoffen en [3 mengsels]3 die bij normale temperatuur en druk aan de lucht blootgesteld kunnen ontbranden;
  d) licht ontvlambare :
  - stoffen en [3 mengsels]3 die bij normale temperatuur aan de lucht blootgesteld, zonder toevoer van energie, in temperatuur kunnen stijgen en ten slotte kunnen ontbranden, of,
  - vaste stoffen en [3 mengsels]3 die na kortstondige inwerking van een ontstekingsbron gemakkelijk kunnen ontbranden en na verwijdering van de ontstekingsbron blijven branden of gloeien, of,
  - vloeibare stoffen en [3 mengsels]3 met een zeer laag vlampunt, of,
  - stoffen en [3 mengsels]3 die bij aanraking met water of vochtige lucht een gevaarlijke hoeveelheid van zeer licht ontvlambare gassen ontwikkelen;
  e) ontvlambare : vloeibare stoffen en [3 mengsels]3 met een laag vlampunt;
  f) zeer vergiftige : stoffen en [3 mengsels]3 waarvan reeds een zeer geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen en zelfs de dood kan veroorzaken;
  g) vergiftige : stoffen en [3 mengsels]3 waarvan reeds een geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen en zelfs de dood kan veroorzaken;
  h) schadelijke : stoffen en [3 mengsels]3 die bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische gevaren en zelfs de dood kunnen veroorzaken;
  i) bijtende : stoffen en [3 mengsels]3 die bij aanraking met levende weefsels daarop een vernietigende werking kunnen uitoefenen;
  j) irriterende : niet-bijtende stoffen en [3 mengsels]3 die bij directe, langdurige of herhaalde aanraking met de huid of de slijmvliezen een ontsteking kunnen veroorzaken;
  k) sensibiliserende : stoffen en [3 mengsels]3 die bij inademing of bij opneming via de huid aanleiding kunnen geven tot een zodanige reactie van hypersensibilisatie dat latere blootstelling aan de stof of het [2 mengsel]2 karakteristieke nadelige effecten veroorzaakt;
  l) kankerverwekkende : stoffen en [3 mengsels]3 die bij inademing of bij opneming via de mond of via de huid kanker kunnen veroorzaken of de frequentie daarvan doen toenemen;
  m) mutagene : stoffen en [3 mengsels]3 die bij inademing of bij opneming via de mond of via de huid erfelijke genetische afwijkingen kunnen veroorzaken of de frequentie daarvan doen toenemen;
  n) voor de voortplanting vergiftige : stoffen of [3 mengsels]3 die bij inademing of bij opneming via de mond of via de huid niet-erfelijke afwijkingen bij het nageslacht en/of aantasting van de mannelijke of vrouwelijke voortplantingsfuncties of -vermogens veroorzaken, dan wel de frequentie daarvan doen toenemen;
  o) milieugevaarlijke : stoffen en [3 mengsels]3 die, wanneer zij in het milieu terechtkomen, onmiddellijk of na verloop van tijd gevaar voor een of meer milieucompartimenten opleveren of kunnen opleveren.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 11, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (3)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Doelstellingen en toepassingsgebied. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 2.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. Dit besluit is van toepassing op [1 mengsels]1 die :
  - ten minste één gevaarlijke stof in de zin van artikel 1 bevatten,
  en
  - als gevaarlijk worden beschouwd in de zin van artikel 5.
  § 2. De specifieke bepalingen die zijn neergelegd in :
  - artikel 8 en omschreven in bijlage VII,
  - artikel 9 en omschreven in bijlage II,
  en
  - artikel 12,
  van dit besluit zijn ook van toepassing op [1 mengsels]1 die niet worden aangemerkt als gevaarlijk in de zin van artikel 5, maar die desondanks specifiek gevaar kunnen opleveren.
  § 3. De artikelen betreffende de indeling, de verpakking, het kenmerken en het veiligheidsinformatieblad van dit besluit zijn van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen, onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.
  § 4. Dit besluit is niet van toepassing op de volgende voor de eindgebruiker bestemde [1 mengsels]1 in afgewerkte vorm :
  a) geneesmiddelen voor menselijk of diergeneeskundig gebruik;
  b) cosmetische producten;
  c) mengsels van stoffen, in de vorm van afvalstoffen;
  d) levensmiddelen;
  e) diervoeders;
  f) [1 mengsels]1 die radioactieve stoffen bevatten;
  g) medische hulpmiddelen die invasief zijn of in direct contact komen met het lichaam, voorzover er communautaire voorschriften voor de indeling en kenmerking van gevaarlijke stoffen en [1 mengsels]1 voorhanden zijn die eenzelfde niveau van informatie en bescherming verzekeren als dit besluit.
  § 5. Dit besluit is niet van toepassing op :
  - het vervoer van gevaarlijke [1 mengsels]1 per spoor, over de weg, per schip of door de lucht;
  - [1 mengsels]1 in transito onder douanetoezicht, voorzover die [1 mengsels]1 niet worden bewerkt of verwerkt.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Bepaling van gevaarlijke eigenschappen van [1 mengsels]1. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 3.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. De aan een [2 mengsel]2 verbonden gevaren worden beoordeeld op basis van :
  - de fysisch-chemische eigenschappen;
  - de eigenschappen die gevolgen hebben voor de gezondheid;
  - de eigenschappen die verband houden met het milieu.
  Deze eigenschappen worden bepaald aan de hand van de voorschriften van artikel 5.
  Eventuele laboratoriumproeven worden uitgevoerd op [3 mengsels]3 zoals die op de markt worden gebracht.
  § 2. Bij de bepaling van de gevaarlijke eigenschappen overeenkomstig artikel 5 wordt, overeenkomstig de voorschriften die gelden voor de gebruikte methode, met alle gevaarlijke stoffen in de zin van artikel 1 rekening gehouden en in het bijzonder met alle stoffen die :
  - zijn opgenomen in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1;
  - overeenkomstig artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het op de markt brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor zijn leefmilieu, zijn opgenomen in de ELINCS;
  - overeenkomstig artikel 3, § 4, van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 voorlopig zijn ingedeeld en gekenmerkt door degene die verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van de stof;
  - zijn ingedeeld en gekenmerkt overeenkomstig artikel 5, § 2, 2°, b), van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 maar nog niet in de ElLINCS zijn opgenomen;
  - zijn bedoeld in artikel 2 § 2 van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982;
  - zijn ingedeeld en gekenmerkt overeenkomstig in de EINECS gedefinieerd in artikel 1, 1., g), moeten, overeenkomstig de voorschriften die gelden voor de gebruikte methode, rekening gehouden worden..
  § 3. Voor [3 mengsels]3 die onder dit besluit vallen, wordt rekening gehouden met alle gevaarlijke stoffen, genoemd in § 2, die als gevaarlijk zijn ingedeeld vanwege hun gevolgen voor de gezondheid en/of het milieu, ongeacht of het onzuiverheden dan wel additieven betreft, wanneer hun concentratie gelijk is aan of groter dan de grenswaarden in onderstaande tabel, tenzij lagere grenswaarden zijn vastgesteld in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1, dan wel in bijlage I, deel B 2), bij dit besluit of in bijlage I, deel C 2), daarbij, tenzij anders gespecificeerd in bijlage II bij dit besluit.

  Categorie waarin de                           Grenswaarden voor
   gevaarlijke stof is ingedeeld                Gasvormige    Andere
                                                 [3 mengsels]3    [3 mengsels]3
                                                 (volume-      (gewichts-
                                                 procent)      procent)
  Zeer vergiftig                                > of = 0,02   > of = 0,1
  Vergiftig                                     > of = 0,02   > of = 0,1
  Kankerverwekkend, cat. 1 of 2                 > of = 0,02   > of = 0,1
  Mutageen, cat. 1 of 2                         > of = 0,02   > of = 0,1
  Vergiftig voor de voortplanting, cat. 1 of 2  > of = 0,02   > of = 0,1
  Schadelijk                                    > of = 0,2    > of = 1
  Bijtend                                       > of = 0,02   > of = 1
  Irriterend                                    > of = 0,2    > of = 1
  Sensibiliserend                               > of = 0,2    > of = 1
  Kankerverwekkend, cat. 3                      > of = 0,2    > of = 1
  Mutageen, cat. 3                              > of = 0,2    > of = 1
  Vergiftig voor de voortplanting, cat.3        > of = 0,2    > of = 1
  Gevaarlijk voor het milieu N                                       0,1
  Gevaarlijk voor het milieu, ozon              > of = 0,1    > of = 0,1
  Gevaarlijk voor het milieu                                         1


  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 12, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (3)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Algemene beginselen voor de indeling en het kenmerken.

  Art. 4.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. Gevaarlijke [1 mengsels]1 worden naar gelang van de ernst en de specifieke aard van de gevaren in categorieën ingedeeld volgens de definities van artikel 1.
  § 2. De algemene beginselen voor de indeling en het kenmerken van [1 mengsels]1 worden toegepast volgens de criteria van bijlage VI bij dit besluit, behalve wanneer conform artikel 5 of 9 en de toepasselijke bijlagen bij onderhavig besluit andere criteria worden gehanteerd.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 5.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. Beoordeling van de uit de fysisch-chemische eigenschappen voortvloeiende gevaren.
  1.1. De gevaren van een [1 mengsel]1 die voortvloeien uit de fysisch-chemische eigenschappen ervan worden beoordeeld door met de in bijlage V, deel A, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 aangegeven methoden de fysisch-chemische eigenschappen van het [1 mengsel]1 te bepalen op grond waarvan het naar behoren kan worden ingedeeld en gekenmerkt overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij dit besluit.
  1.2. In afwijking van punt 1.1 :
  de bepaling van de eigenschappen ontplofbaar, oxiderend, zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar en ontvlambaar kan achterwege blijven, mits :
  - geen enkel bestanddeel van dat [1 mengsel]1 die eigenschappen heeft en het volgens de gegevens waarover de fabrikant beschikt weinig waarschijnlijk is dat bij het [1 mengsel]1 een dergelijk gevaar aanwezig is;
  - is het geval van wijziging van de samenstelling van een [1 mengsel]1 met bekende samenstelling, er wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat een nieuwe beoordeling van de gevaren niet tot een wijziging van de indeling zal leiden;
  - in de vorm van aërosolen op de markt gebrachte [2 mengsels]2 voldoen aan de bepalingen van artikel 1, 9° en 3, § 1, van het koninklijk besluit van 14 april 1978 betreffende aërosols.
  1.3. In bepaalde gevallen waarin de methoden van bijlage V, deel A, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 niet geschikt zijn, worden de in bijlage I, deel A 2), bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 beschreven alternatieve berekeningsmethoden gebruikt.
  1.4. Voor een aantal afwijkingen van de toepassing van de methoden van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982, bijlage V, deel A, wordt in bijlage I, deel A 1), bij onderhavig besluit een verwijzing gegeven.
  1.5. De gevaren die voortvloeien uit de fysisch-chemische eigenschappen van onder hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994 vallend [1 mengsel]1 worden beoordeeld door de fysisch-chemische eigenschappen van het [1 mengsel]1 te bepalen op grond waarvan het naar behoren kan worden ingedeeld overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij onderhavig besluit. Deze fysisch-chemische eigenschappen worden bepaald met de in bijlage V, deel A, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 omschreven methoden, tenzij andere internationaal erkende methoden aanvaardbaar zijn in overeenstemming met de bepalingen van de bijlagen VII en VIII bij hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994.
  § 2 Beoordeling van de gevaren voor de gezondheid.
  2.1. De beoordeling van de gevaren van een [1 mengsel]1 voor de gezondheid geschiedt volgens één of meer van de volgende procedures :
  a) via een in bijlage I, deel B beschreven conventionele methode;
  b) door de bepaling van de toxicologische eigenschappen van het [1 mengsel]1 zodat het op passende wijze kan worden ingedeeld overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij onderhavig besluit. Deze eigenschappen worden bepaald met de methoden van bijlage V, deel B, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982, tenzij, in het geval van gewasbeschermingsproducten, andere internationaal erkende methoden aanvaardbaar zijn in overeenstemming met de bepalingen van de bijlagen VII en VIII bij hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994.
  2.2. Alleen wanneer de persoon die verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van het [1 mengsel]1 wetenschappelijk kan aantonen dat de toxicologische eigenschappen van het [1 mengsel]1 niet correct kunnen worden bepaald met de in punt 2.1 a), beschreven methode, of aan de hand van bestaande resultaten van proeven met dieren, mogen de methoden van punt 2.1 b), worden gebruikt, op voorwaarde dat zij overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 november 1993 gerechtvaardigd of specifiek toegestaan zijn, onverminderd de bepalingen van hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994.
  Wanneer een toxicologische eigenschap wordt vastgesteld met de in punt 2.1 b), beschreven methoden voor het verkrijgen van nieuwe gegevens, wordt de proef uitgevoerd overeenkomstig de beginselen van goede laboratoriumpraktijken zoals vastgesteld bij koninklijk besluit van 6 maart 2002 tot vaststelling van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de uitvoering ervan bij proeven op scheikundige stoffen en de bepalingen van hogergenoemd koninklijk besluit van 14 november 1993.
  Wanneer een toxicologische eigenschap is vastgesteld met de methoden van zowel punt 2.1 a), als lid 1, onder b), worden de resultaten van de in punt 2.1 b), beschreven methoden gebruikt voor het indelen van het [1 mengsel]1, behalve in het geval van carcinogene, mutagene of voor de voortplanting vergiftige effecten, waarvoor uitsluitend de in punt 2.1 a), beschreven methode van toepassing is, onder voorbehoud van de bepalingen van punt 2.3.
  Toxicologische eigenschappen van het [1 mengsel]1 die niet worden beoordeeld met de methode van punt 2.1 b), worden beoordeeld met de in punt 2.1 a), genoemde methode.
  2.3. Wanneer voorts kan worden aangetoond.
  - door epidemiologische studies, door wetenschappelijk gefundeerde casestudies zoals omschreven in bijlage VI bij onderhavig besluit of door statistisch onderbouwde ervaring, zoals de beoordeling van gegevens van gifcentra of over beroepsziekten, dat de toxicologische effecten op de mens anders zijn dan op grond van toepassing van de methoden van punt 2.1 te verwachten is, wordt het [1 mengsel]1 ingedeeld op basis van de effecten op de mens;
  - dat het toxicologische gevaar bij een conventionele beoordeling ten gevolge van verschijnselen als potentiëring wordt onderschat, wordt met deze verschijnselen bij de indeling van het [1 mengsel]1 rekening gehouden;
  - dat het toxicologische gevaar bij een conventionele beoordeling ten gevolge van verschijnselen als antagonisme wordt overschat, wordt met deze verschillen bij de indeling van het [1 mengsel]1 rekening gehouden.
  2.4. Voor [2 mengsels]2 waarvan de samenstelling bekend is, met uitzondering van de onder hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994 vallende [2 mengsels]2, die aan de hand van de in punt 2.1, onder b), genoemde methode zijn ingedeeld, vindt met de in punt 2.1, onder a) of b), genoemde methoden een nieuwe beoordeling van de gevaren voor de gezondheid plaats indien :
  - de fabrikant de in gewichts- of volumeprocent uitgedrukte oorspronkelijke concentratie van één of meer voor de gezondheid gevaarlijke bestanddelen van het [1 mengsel]1 met een groter percentage dan de in onderstaande tabel aangegeven grenzen wijzigt :

  Interval van de oorspronkelijke         Toegestane variatie van de
   concentratie van het bestanddeel        oorspronkelijke concentratie van
                                           het bestanddeel
            < of =   2,5 %                        +/- 30 %
      > 2,5 < of =  10 %                          +/- 20 %
     > 10   < of =  25 %                          +/- 10 %
     > 25   < of = 100 %                          +/-  5 %


  Deze nieuwe beoordeling is van toepassing, tenzij er goede wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat een nieuwe beoordeling van de gevaren niet tot een andere indeling zal leiden.
  § 3 Beoordeling van de gevaren voor het milieu.
  3.1. De beoordeling van de gevaren van een [1 mengsel]1 voor het milieu geschiedt volgens één of meer van de volgende procedures :
  a) via de in bijlage I deel C bij onderhavig besluit beschreven conventionele methode;
  b) door de bepaling van de milieugevaarlijke eigenschappen van het [1 mengsel]1 op grond waarvan dit naar behoren kan worden ingedeeld overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij onderhavig besluit. Deze eigenschappen worden bepaald met de in bijlage V, deel C, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 omschreven methoden tenzij, in het geval van gewasbeschermende producten, andere internationaal erkende methoden aanvaardbaar zijn overeenkomstig de bepalingen van de bijlagen VII en VIII bij koninklijk besluit van 28 februari 1994. Onverminderd de testvoorschriften van hogergenoemd koninklijk besluit worden de voorwaarden voor de toepassing van de testmethoden beschreven in bijlage I, deel D, bij onderhavig besluit.
  3.2. Wanneer een ecotoxicologische eigenschap door middel van een van de in punt 3.1, onder b), genoemde methoden is vastgesteld, worden nieuwe gegevens verzameld met behulp van proeven die worden verricht overeenkomstig de goede laboratoriumpraktijken van hogergenoemd koninklijk besluit van 6 maart 2002.
  Wanneer de gevaren voor het milieu door middel van beide bovengenoemde methoden zijn vastgesteld, is het resultaat van de in punt 3.1, onder b), bedoelde methode bepalend voor de indeling van het [1 mengsel]1.
  3.3. Voor [2 mengsels]2 waarvan de samenstelling bekend is, met uitzondering van de onder hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994 vallende [2 mengsels]2 die met de in punt 3.1, onder b), vermelde methode zijn ingedeeld, vindt aan de hand van de in punt 3.1, onder a) of b), vermelde methode een nieuwe beoordeling van de gevaren voor het milieu plaats indien :
  - de fabrikant de in gewichts- of volumeprocent uitgedrukte oorspronkelijke concentratie van één of meer voor de gezondheid gevaarlijke bestanddelen van het [1 mengsel]1 met een groter percentage dan de in onderstaande tabel aangegeven grenzen wijzigt :

  Interval van de oorspronkelijke         Toegestane variatie van de
   concentratie van het bestanddeel        oorspronkelijke concentratie van
                                           het bestanddeel
            < of =   2,5 %                        +/- 30 %
      > 2,5 < of =  10 %                          +/- 20 %
     > 10   < of =  25 %                          +/- 10 %
     > 25   < of = 100 %                          +/-  5 %


  Deze nieuwe beoordeling is van toepassing, tenzij er goede wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat een nieuwe beoordeling van de gevaren niet tot een andere indeling zal leiden.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Rechten inzake de bescherming van de werknemers. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 6.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> De bepalingen van huidige besluit doen geen afbreuk aan de bepalingen van de voorschriften ter bescherming van de werknemers die met de betrokken gevaarlijke [1 mengsels]1 omgaan, voorzover dit ten opzichte van dit besluit geen wijziging van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke [1 mengsels]1 met zich brengt.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Taken en verplichtingen. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 7.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> De fabrikant of degene die het product op de markt brengt moet voor elk [1 mengsel]1 dat onder de toepassing van dit besluit valt een dossier met de volgende gegevens ter beschikking houden van de personen bedoeld in § 1, van artikel 16 van dit besluit :
  - de gegevens die zijn gebruikt voor de indeling en het kenmerken van het [1 mengsel]1;
  - alle nuttige informatie betreffende de wijze van verpakking, overeenkomstig artikel 8, punt 1.3, met inbegrip van het certificaat dat na de proeven overeenkomstig bijlage IX, deel A, bij koninklijk besluit van 24 mei 1982 wordt verstrekt;
  - de gegevens die zijn gebruikt om het veiligheidsinformatieblad overeenkomstig artikel 12 op te maken.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Verpakking. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 8.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. 1.1 [1 mengsels]1 in de zin van artikel 2, § 1, alsmede de [1 mengsels]1 die uit hoofde van artikel 2, § 2, onder bijlage VII vallen, slechts op de markt kunnen worden gebracht indien hun verpakking voldoet aan de volgende eisen :
  - zij moet zodanig ontworpen en uitgevoerd zijn dat verlies van de inhoud wordt voorkomen; dit geldt niet indien bijzondere veiligheidsvoorzieningen zijn voorgeschreven;
  - het materiaal van verpakking en sluiting mag niet door de inhoud kunnen worden aangetast of daarmee een gevaarlijke verbinding kunnen vormen;
  - verpakking en sluiting moeten in alle onderdelen zo stevig en sterk zijn dat zij niet losraken en afdoende tegen elke normale behandeling bestand zijn;
  - recipiënten die voorzien zijn van een sluiting die meermaals kan worden gebruikt, moeten zodanig zijn ontworpen dat de verpakking herhaalde malen opnieuw kan worden gesloten zonder verlies van inhoud;
  1.2. recipiënten met gevaarlijke [1 mengsels]1 in de zin van artikel 2, § 1, en [1 mengsels]1 die uit hoofde van artikel 2, § 2, onder bijlage VII vallen, welke aan het grote publiek te koop worden aangebonden of verkocht :
  - geen vorm hebben en/of afbeeldingen dragen die de actieve nieuwsgierigheid van kinderen kunnen wekken of prikkelen of de consument in verwarring kunnen brengen;
  - geen aanbiedingsvorm hebben en/of benaming dragen die worden gebruikt voor levensmiddelen, diervoeders, geneesmiddelen en cosmetische producten;
  1.3. aan het grote publiek te koop aangeboden of verkochte recipiënten die onder bijlage VII bij deze richtlijn vallen en die bepaalde gevaarlijke [1 mengsels]1 bevatten :
  - van een kinderveilige sluiting zijn voorzien,
  en/of
  - een bij aanraking waarneembare gevaaraanduiding dragen.
  De technische voorschriften voor deze voorzieningen zijn vermeld in bijlage IX, deel A en deel B, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982.
  § 2. Verpakkingen van [1 mengsels]1 worden geacht te voldoen aan de in § 1, onder 1, eerste, tweede en derde streepje, vermelde eisen als ze voldoen aan de eisen voor vervoer van gevaarlijke goederen via de spoorwegen, de weg of de binnenvaart dan wel het zee- of luchtvervoer.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Etikettering. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 9.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. 1.1. a) [3 mengsels]3 in de zin van artikel 2, § 1, van dit besluit slechts op de markt kunnen worden gebracht indien de kenmerking op de verpakking voldoet aan alle eisen van dit artikel en aan de specifieke bepalingen van bijlage II, deel A en deel B;
  b) [3 mengsels]3 in de zin van artikel 2, § 2, van dit besluit, zoals omschreven in bijlage II, delen B en C, slechts op de markt kunnen worden gebracht indien de kenmerking op de verpakking voldoet aan de eisen van lid 2.1 en lid 2.2 van § 2 en aan de specifieke bepalingen van bijlage II, delen B en C;
  1.2. wat betreft de gewasbeschermingsproducten die onder hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994 vallen, moeten de krachtens dit besluit vereiste etiketten de volgende tekst bevatten :
  " Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen. "
  Deze kenmerking geschiedt onverminderd de informatie die overeenkomstig hogergenoemd koninklijk besluit van 28 februari 1994 is vereist.
  § 2. Op elke verpakking worden de volgende aanduidingen duidelijk leesbaar en onuitwisbaar aangebracht :
  2.1. de benaming of handelsnaam van het [2 mengsel]2;
  2.2. de naam en het volledig adres, inclusief telefoonnummer, van degene die verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van het [2 mengsel]2 en gevestigd is in de Gemeenschap, ongeacht of deze de fabrikant, de importeur of de distributeur is;
  2.3. de chemische benaming van de in het [2 mengsel]2 aanwezige stof(fen), en wel als volgt :
  2.3.1. voor [3 mengsels]3 die overeenkomstig artikel 5 als T+, T, Xn zijn ingedeeld, moet alleen rekening worden gehouden met de T+, T, Xn-stoffen die aanwezig zijn in een concentratie welke gelijk is aan of groter is dan hun respectieve laagste grenswaarde (de Xn-grens) zoals vastgesteld in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 of, bij gebreke daarvan in bijlage I, deel A 2) bij dit besluit;
  2.3.2. voor [3 mengsels]3 die overeenkomstig artikel 5 als C zijn ingedeeld, moet alleen rekening worden gehouden met de C-stoffen die aanwezig zijn in een concentratie welke gelijk is aan of groter is dan hun laagste grenswaarde de (de Xi-grens) zoals vastgesteld in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 of, bij gebreke daarvan, in bijlage I, deel B 2), bij dit besluit;
  2.3.3. op het etiket wordt de benaming vermeld van de stof(fen) op grond waarvan het [2 mengsel]2 is ingedeeld in één of meer van de volgende gevarencategorieën :
  - kankerverwekkend, categorie 1, 2 of 3;
  - mutageen, categorie 1, 2 of 3;
  - voor de voortplanting vergiftig, categorie 1, 2 of 3;
  - zeer vergiftig, vergiftig of schadelijk op grond van niet-letale effecten na één blootstelling;
  - vergiftig of schadelijk op grond van ernstige effecten na herhaalde of langdurige blootstelling;
  - sensibiliserend.
  De chemische benaming dient te worden vermeld in de vorm van een van de in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 opgenomen benamingen of, als de stof nog niet in die bijlage is opgenomen, in een internationaal erkende chemische nomenclatuur.
  2.3.4. Ten gevolge van bovenstaande bepalingen behoeft de naam van een stof op grond waarvan het [2 mengsel]2 is ingedeeld in een van de volgende gevarencategorieën :
  - ontplofbaar;
  - oxiderend;
  - zeer licht ontvlambaar;
  - licht ontvlambaar;
  - ontvlambaar;
  - irriterend;
  - gevaarlijk voor het milieu,
  niet op het etiket te worden vermeld, tenzij die stof reeds is vermeld uit hoofde van punt 2.3.1, 2.3.2 of 2.3.3.
  2.3.5. In het algemeen volstaan maximaal vier scheikundige benamingen voor de identificatie van de stoffen die in hoofdzaak verantwoordelijk zijn voor de grote gevaren voor de gezondheid welke hebben geleid tot de indeling en de keuze van de bijbehorende standaardzinnen ter aanduiding van de bijzondere gevaren. In bepaalde gevallen kunnen meer dan vier scheikundige benamingen noodzakelijk zijn.
  2.4. Gevaarsymbolen en -aanduidingen.
  De gevaarsymbolen, voorzover die in dit besluit zijn vastgesteld, en de aanduidingen van de aan het gebruik van het [2 mengsel]2 verbonden gevaren moeten in overeenstemming zijn met de aanwijzingen van bijlage VIII en met de bepalingen van bijlage VI bij dit besluit en worden aangebracht overeenkomstig de resultaten van de in de bijlagen I van dit besluit beschreven beoordeling van de gevaren.
  Wanneer aan een [2 mengsel]2 meer dan één gevaarsymbool moet worden toegekend :
  - maakt de verplichting om het symbool T aan te brengen, het aanbrengen van de symbolen C en X facultatief, behoudens andersluidende bepalingen van [1 ...]1;
  - maakt de verplichting om het symbool C aan te brengen het symbool X facultatief;
  - maakt de verplichting om het symbool E aan te brengen de symbolen F en O facultatief;
  - maakt de verplichting om het symbool Xn aan te brengen, het symbool Xi facultatief.
  De symbolen worden in zwart op oranjegele grond gedrukt.
  2.5. De waarschuwingszinnen (R-zinnen)
  De waarschuwingszinnen ter aanduiding van de bijzondere gevaren (R-zinnen) moeten in overeenstemming zijn met de aanwijzingen van bijlage IX en met de bepalingen van bijlage VI bij dit besluit en worden aangebracht overeenkomstig de resultaten van de in de bijlagen I van dit besluit beschreven beoordeling van het gevaar.
  In het algemeen volstaan maximaal zes R-zinnen voor de beschrijving van de gevaren; daarbij worden de in bijlage IX bij dit besluit opgenomen combinatiezinnen telkens als één zin geteld. Indien een [2 mengsel]2 echter tegelijk tot meer dan één gevarencategorie behoort, moeten de standaardzinnen alle belangrijke gevaren omvatten, die aan het [2 mengsel]2 zijn verbonden. In bepaalde gevallen kunnen meer dan zes R-zinnen vereist zijn.
  De waarschuwingszinnen " zeer licht ontvlambaar " of " licht ontvlambaar " hoeven niet te worden vermeld bij een gevaaraanduiding die wordt aangebracht in overeenstemming met punt 2.4.
  2.6. De veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen)
  De veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen) moeten in overeenstemming zijn met de aanwijzingen van bijlage IX en met de bepalingen van bijlage VI bij dit besluit en worden aangebracht naar gelang van de resultaten van de in bijlagen I van dit besluit beschreven beoordeling van het gevaar.
  In het algemeen volstaan maximaal zes S-zinnen voor het formuleren van de meest aangewezen veiligheidsaanbevelingen; daarbij worden de in bijlage IX bij dit besluit opgenomen combinatiezinnen telkens als één zin geteld. In bepaalde gevallen kunnen evenwel meer dan zes S-zinnen vereist zijn.
  Wanneer het praktisch gezien niet mogelijk is de veiligheidsaanbevelingen voor het gebruik van het [2 mengsel]2 op het etiket of op de verpakking zelf aan te brengen, worden zij bij de verpakking gevoegd.
  2.7. De nominale inhoud (nominale massa of nominaal volume) wanneer het [3 mengsels]3 betreft die aan het grote publiek worden aangeboden.
  § 3. Voor bepaalde [3 mengsels]3 die als gevaarlijk zijn ingedeeld in de zin van artikel 5, § 3, kan, in uitzondering op het bepaalde in de punten 2.4, 2.5 en 2.6 van dit artikel, vrijstelling van sommige bepalingen betreffende de milieutechnische kenmerking worden verleend of kunnen specifieke bepalingen in verband met de milieutechnische kenmerking worden vastgelegd indien een afname van de milieueffecten kan worden aangetoond. Deze vrijstellingen en specifieke bepalingen worden omschreven in bijlage II, deel A of B.
  § 4. Wanneer een verpakking niet meer dan 125 ml kan bevatten, behoeven :
  - bij [3 mengsels]3 die zijn ingedeeld als licht ontvlambaar, oxiderend, irriterend, met uitzondering van de [3 mengsels]3 waaraan waarschuwingszin R41 is toegekend, of als milieugevaarlijk en waaraan het N-symbool is toegekend, de waarschuwingszinnen (R-zinnen) en de veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen) niet te worden vermeld;
  - bij [3 mengsels]3 die zijn ingedeeld als ontvlambaar of milieugevaarlijk en waaraan het N-symbool niet is toegekend, de veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen) niet te worden vermeld, maar moeten de waarschuwingszinnen wel worden vermeld.
  § 5. Onverminderd het bepaalde in het koninklijk besluit van 28 februari 1994 mogen aanduidingen als " niet vergiftig ", " niet schadelijk ", " milieuvriendelijk ", " ecologisch ", dan wel soortgelijke aanduidingen waaruit moet blijken dat het gaat om ongevaarlijke [3 mengsels]3, of die ertoe kunnen leiden dat de aan dergelijke [3 mengsels]3 verbonden gevaren worden onderschat, niet voorkomen op de verpakking of op het etiket van de onder dit besluit vallende [3 mengsels]3.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (3)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Nadere voorschriften voor het kenmerken. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 10.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. Wanneer de bij artikel 9 voorgeschreven aanduidingen zich op een etiket bevinden, wordt dit stevig op één of meer zijden van de verpakking gehecht, zodat deze aanduidingen horizontaal kunnen worden gelezen wanneer de verpakking op de gebruikelijke wijze is neergezet. De afmetingen van dit etiket zijn bij bijlage VI bij dit besluit vastgesteld; het etiket dient uitsluitend voor het aanbrengen van de uit hoofde van dit besluit vereiste gegevens en eventuele aanvullende gezondheids- of veiligheidsaanbevelingen.
  § 2. Een etiket is niet vereist indien de aanduidingen op de in § 1 bepaalde wijze duidelijk op de verpakking zelf zijn aangebracht.
  § 3. Kleur en uiterlijk van het etiket en, bij toepassing van § 2, van de verpakking worden zodanig gekozen dat het gevaarsymbool en de achtergrond ervan duidelijk afsteken.
  § 4. De overeenkomstig artikel 9 op het etiket vereiste gegevens steken af tegen de achtergrond en hebben een dusdanige grootte en spatiëring dat zij gemakkelijk leesbaar zijn.
  Voor de presentatie en het formaat van deze gegevens gelden de bepalingen van bijlage VI bij dit besluit.
  § 5. De vermeldingen die door dit artikel zijn opgelegd moeten ten minste gesteld zijn in de taal of talen van de streek waar het [1 mengsel]1 ter beschikking van de werknemers wordt gesteld en in de drie landstalen indien het een [1 mengsel]1 betreft dat in het land op de markt wordt gebracht.
  § 6. Aan de eisen van het kenmerken volgens dit besluit wordt geacht te zijn voldaan :
  a) in het geval van een buitenverpakking die één of meer binnenverpakkingen omsluit, indien de buitenverpakking is gekenmerkt overeenkomstig de internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en indien de binnenverpakking(en) is (zijn) gekenmerkt overeenkomstig dit besluit;
  b) in het geval van een enkelvoudige verpakking :
  - indien de verpakking is gekenmerkt overeenkomstig de internationale voorschriften inzake het vervoer van gevaarlijke [2 mengsels]2 en tevens overeenkomstig artikel 9, § 2, de punten 2.1, 2.2, 2.3, 2.5 en 2.6; voor volgens artikel 5 § 3 ingedeelde [2 mengsels]2, zijn daarnaast de bepalingen van artikel 9, § 2, punt 2.4, van toepassing aangaande deze eigenschap indien deze niet op het etiket is vermeld of,
  - indien, waar nodig voor speciale verpakkingen, zoals bijvoorbeeld mobiele gascilinders, de kenmerken zijn aangebracht overeenkomstig de in bijlage VI bij dit besluit bedoelde, specifieke voorschriften.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Vrijstelling van de voorschriften voor het kenmerken en verpakken. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 11.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> § 1. De artikelen 8, 9 en 10 zijn niet van toepassing op springstoffen die op de markt worden gebracht met het oog op hun explosieve of pyrotechnische eigenschappen.
  § 2. Op bepaalde in bijlage X genoemde gevaarlijke [1 mengsels]1 in de zin van artikelen 5, die in de vorm waarin ze op de markt worden gebracht geen gevaren opleveren uit fysisch-chemische eigenschappen, noch gevaren voor gezondheid of voor het milieu, zijn de artikelen 8, 9 en 10 niet van toepassing.
  § 3. Op vraag van de verantwoordelijke voor het op de markt brengen, kan de Minister voorts toelaten :
  a) dat het kenmerken zoals voorgeschreven in artikel 9 op een andere passende wijze geschiedt indien de beperkte afmetingen of de anderszins ongeschikte aard van de verpakking het kenmerken overeenkomstig artikel 10, de leden 1 en 2, onmogelijk maken;
  b) dat, in afwijking van de artikelen 9 en 10, de verpakkingen van gevaarlijke [1 mengsels]1 die zijn ingedeeld als schadelijk, zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar, ontvlambaar, irriterend of oxiderend, niet dan wel op een andere wijze worden gekenmerkt, indien zij zulke geringe hoeveelheden bevatten dat er voor de personen die met deze [1 mengsels]1 omgaan en voor derden geen gevaar te vrezen valt;
  c) dat, in afwijking van de artikelen 9 en 10, de verpakkingen van de overeenkomstig artikel 5, § 3, ingedeelde [1 mengsels]1, niet dan wel op een andere wijze worden gekenmerkt en indien deze zulke geringe hoeveelheden bevatten dat er geen gevaren voor het milieu te duchten zijn;
  d) dat, in afwijking van de artikelen 9 en 10, de verpakkingen van gevaarlijke [1 mengsels]1 die niet onder b) of c) vermeld staan, op een andere passende wijze worden gekenmerkt, indien door de beperkte afmetingen het kenmerken overeenkomstig de artikelen 9 en 10 niet mogelijk is en er voor de personen die met deze [1 mengsels]1 omgaan en voor derden geen gevaar te duchten is.
  Wanneer dit lid wordt toegepast, is het gebruik van symbolen, gevaaraanduidingen, R- of S-zinnen die niet bij dit besluit zijn vastgesteld, niet toegestaan.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Veiligheidsinformatieblad. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 12.[1 Het veiligheidsinformatieblad is gesteld in de taal of de talen van het taalgebied waar de gevaarlijke stoffen of mengsels te koop worden aangeboden.]1
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Instanties die informatie in verband met de volksgezondheid moeten ontvangen. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 13.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> Ten laatste achtenveertig uren voor hij een gevaarlijk [2 mengsel]2 op de markt brengt, maakt de verantwoordelijke voor het op de markt brengen in de zin van artikel 9 punt 2.2 van dit besluit aan het " Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties ", bedoeld in het koninklijk besluit van 25 november 1983 betreffende Rijkstegemoetkoming aan het Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties, [1 en aangewezen als het orgaan bedoeld in artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1272/2008,]1 de volgende gegevens over :
  1° de scheikundige samenstelling van het [2 mengsel]2 en alle informatie die nodig is voor de uitvoering van de taak van hogergenoemd centrum.
  2° een apart formulier met volgende gegevens :
  - de gegevens die voorkomen op het etiket, in de zin van artikel 9 § 2 van dit besluit in de taal of talen van het taalgebied waar het [2 mengsel]2 op de markt wordt gebracht; in de plaats hiervan mag een exemplaar of een kopie van het (de) etiket(ten) worden meegedeeld;
  - naam en volledig adres, inclusief telefoonnummer van de persoon die, in de zin van artikel 7 van dit besluit, het volledig dossier van het gevaarlijk [2 mengsel]2 ter beschikking houdt;
  - de datum van de laatste versie van het veiligheidsinformatieblad in de zin van artikel 12;
  - de datum van de laatste notificatie betreffende het gevaarlijke [2 mengsel]2 aan het " Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties ";
  - het bewijs van de betaling van de retributie.
  Het [1 ...]1 " Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties " stuurt het onder 2° van vorig lid bedoelde formulier onmiddellijk door aan [1 de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Directoraat-generaal Leefmilieu,]1 Dienst Risicobeheersing.
  Het bewijs van verzending en een kopie van de overgemaakte informatie moeten worden bewaard in het dossier met betrekking tot het [2 mengsel]2 voorzien in artikel 7 van het huidige besluit.
  Die informatie mag uitsluitend worden gebruikt om op medisch verzoek aanwijzingen voor preventie maatregelen en behandeling, vooral bij noodgevallen, te geven.
  Het is verboden deze informatie voor andere doeleinden te gebruiken. Eenieder die toegang heeft tot de voornoemde informatie is verplicht deze geheim te houden.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 15, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Verkoop op afstand. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 14.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> Elke vorm van reclame voor een onder dit besluit vallend [1 mengsel]1 waarbij een particulier een koopcontract kan sluiten zonder eerst het etiket van het [1 mengsel]1 te hebben gezien, moet melding maken van de op het etiket genoemde soort of soorten gevaren. Dit voorschrift geldt onverminderd de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Geheimhouding van chemische benamingen. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 15.<KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7> Indien de persoon die voor het op de markt brengen van een [2 mengsel]2 verantwoordelijk is, kan aantonen dat bekendmaking op het etiket of het veiligheidsinformatieblad van de chemische identiteit van een stof die uitsluitend is ingedeeld als :
  - irriterend, met uitzondering van stoffen waaraan de zin R41 is toegekend, of als irriterend in combinatie met één of meer van de in artikel 9, § 2, punt 2.3.4, genoemde andere eigenschappen, of,
  - schadelijk, of als schadelijk in combinatie met één of meer van de in artikel 9, § 2, punt 2.3.4, genoemde eigenschappen en op zichzelf acute letale effecten heeft, de vertrouwelijkheid van zijn intellectuele eigendom in gevaar brengt, kan hij overeenkomstig de bepalingen van bijlage IV bij dit besluit, toestemming krijgen die stof aan de duiden met hetzij een naam die de belangrijkste functionele chemische groepen aangeeft, hetzij een andere naam. Deze procedure mag niet worden toegepast wanneer voor de betrokken stof in de Gemeenschap een blootstellingsgrens is vastgesteld.
  Wanneer de persoon die voor het op de markt brengen van een [2 mengsel]2 verantwoordelijk is, gebruik wenst te maken van geheimhoudingsbepalingen, richt hij een verzoek tot de minister.
  Dat verzoek moet voldoen aan de bepalingen van bijlage IV en moet de informatie bevatten die vereist wordt op het formulier in bijlage IV, deel A. De Minister kan aan de persoon die voor het op de markt brengen van het [2 mengsel]2 verantwoordelijk is, verdere informatie verstrekking verplichten, indien het nodig blijkt de gegrondheid van het verzoek te beoordelen.
  De minister die een verzoek om geheimhouding ontvangt, stelt de verzoeker op de hoogte van haar besluit. De persoon die voor het op de markt brengen van het [2 mengsel]2 verantwoordelijk is, zendt een afschrift van dat besluit toe aan elke lidstaat waar hij het product op de markt wil brengen.
  Vertrouwelijke informatie die ter kennis van de Minister is gebracht, wordt behandeld overeenkomstig [1 de artikelen 118 (2) en 119 (2) van Verordening (EG) nr. 1907/2006]1.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 16, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Toezicht en sancties. <KB 2002-07-17/44, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 16. <KB 2007-02-09/36, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 12-03-2007> § 1. De inbreuken op de bepalingen van dit besluit, worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid.
  De inbreuken worden vastgesteld in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot tegenbewijs is geleverd.
  § 2. De ambtenaren die werden aangewezen bij koninklijk besluit van 16 november 2000 tot aanduiding van de ambtenaren van de Dienst voor het Leefmilieu die belast zijn met toezichtsopdrachten, zijn aangesteld voor het toezicht op de naleving en het vaststellen van de overtredingen op alle artikelen van dit besluit.
  § 3. De termijn waarvoor de in § 2 bedoelde ambtenaren en beambten op grond van artikel 16, § 1 van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid de bij dit besluit gereglementeerde producten bij wijze van administratieve maatregel voorlopig in beslag mogen nemen, is vastgesteld op drie maanden.

  Art. 17.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
  De gevaarlijke [1 mengsels]1 die niet beantwoorden aan de bepalingen van dit besluit en die toegelaten zijn op de datum van het in werking treden van dit besluit kunnen verder verkocht worden gedurende een periode van één jaar vanaf die datum.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 18. Onze Minister van Volksgezondheid en Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

  Bijlagen.

  Art. N1. Bijlage 1. <KB 2002-07-17/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>

  Art. 1N1.DEEL A. Methoden voor de bepaling van de fysisch-chemische eigenschappen van [1 mengsels]1 overeenkomstig artikel 5. <KB 2002-07-17/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  1) Vrijstelling van de toepassing van de testmethoden van bijlage V, deel A van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982.
  Zie punt 2.2.5 van bijlage VI bij dit besluit.
  2) Andere berekeningsmethoden.
  B1. Niet-gasvormige [1 mengsels]1.
  1. Methoden ter bepaling van de oxiderende eigenschappen van [1 mengsels]1 die organische peroxiden bevatten.
  Zie punt 2.2.2.1 van bijlage VI bij dit besluit.
  B.2. Gasvormige [1 mengsels]1.
  1. Methode voor de bepaling van de oxiderende eigenschappen.
  Zie punt 9.1.1.2 van bijlage VI bij dit besluit.
  2. Methode voor de bepaling van de ontvlambaarheid.
  Zie punt 9.1.1.1 van bijlage VI bij dit besluit.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 2N1.DEEL B. Methoden voor de beoordeling van de gevaren voor de gezondheid van [5 mengsels]5 overeenkomstig artikel 5 § 2. <KB 2002-07-17/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  Inleiding.
  Er moet een evaluatie worden gemaakt van alle gezondheidseffecten die overeenkomen met de gezondheidseffecten van de in een [4 mengsel]4 aanwezige stoffen. Deze in de delen 1 en 2 van dit deel B beschreven conventionele methode is een berekeningsmethode die kan worden toegepast op alle [5 mengsels]5 en waarbij rekening wordt gehouden met alle gevaren voor de gezondheid van de in het [4 mengsel]4 aanwezige stoffen. Daartoe worden de gevaarlijke effecten voor de gezondheid als volgt onderverdeeld :
  1. acute letale effecten;
  2. onherstelbare niet-letale effecten na één blootstelling;
  3. ernstige effecten na herhaalde of langdurige blootstelling;
  4. bijtende effecten, irriterende effecten;
  5. sensibiliserende effecten;
  6. kankerverwekkende effecten, mutagene effecten, voor de voortplanting vergiftige effecten.
  De gezondheidseffecten van een [4 mengsel]4 worden overeenkomstig artikel 5, § 2, lid 1, onder a), beoordeeld met de in delen 1 en 2 van dit deel B beschreven conventionele methode waarbij gebruik wordt gemaakt van afzonderlijke concentratiegrenswaarden.
  a) Indien aan de in deel 1 van dit deel B genoemde gevaarlijke stoffen concentratiegrenswaarden zijn toegekend die nodig zijn voor de toepassing van de in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 beschreven beoordelingsmethode, moeten die concentratiegrenswaarden worden gebruikt.
  b) Indien de gevaarlijke stoffen niet in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 vermeld zijn of daar vermeld zijn zonder de concentratiegrenswaarden die nodig zijn voor de toepassing van de in deel 1 van dit deel B beschreven beoordelingsmethode, worden de concentratiegrenswaarden toegekend overeenkomstig de specificaties in deel 2 van dit deel B.
  De procedure voor de indeling wordt gegeven in deel 1 van dit deel B.
  De indeling van de stof(fen) en de daarop berustende indeling van het [4 mengsel]4 worden weergegeven,
  - hetzij door middel van een symbool en één of meer waarschuwingszinnen,
  - hetzij door middel van categorieën (categorie 1, categorie 2 of categorie 3) en een bijbehorende waarschuwingszin als het gaat om stoffen en [5 mengsels]5 met kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting vergiftige effecten. Het is derhalve van belang om behalve aan het symbool ook aandacht te schenken aan alle specifieke waarschuwingszinnen die aan elke stof in kwestie zijn toegekend.
  De systematische beoordeling van alle voor de gezondheid gevaarlijke effecten geschiedt op basis van concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent - behalve bij gasvormige [5 mengsels]5 waarvoor zij in volumeprocent zijn uitgedrukt - in samenhang met de indeling van de stof.
  Wanneer zij niet voorkomen in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1, zijn de voor deze conventionele methode te gebruiken concentratiegrenzen die van deel 2 van dit deel B.
  DEEL 1.
  Procedure voor de beoordeling van de gevaren voor de gezondheid.
  De beoordeling geschiedt stapsgewijs als volgt.
  1. De volgende [5 mengsels]5 worden als zeer vergiftig ingedeeld :
  1.1. op grond van de acute letale effecten en krijgen het symbool " T+ ", de gevaaraanduiding " zeer vergiftig " en waarschuwingszin R 26, R 27 of R 28 toegekend :
  1.1.1. [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende, als zeer vergiftig ingedeelde stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 1 van deel 2 van dit deel B (tabel I of I A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  1.1.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als zeer vergiftig ingedeelde stoffen bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt
  1.1.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PT+/LT+) > of = 1


  waarin :
  PT+ = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige zeer vergiftige stof, en;
  LT+ = de voor elke zeer vergiftige stof vastgestelde grenswaarde in gewichts- of volumeprocent is;
  1.2. op grond van de niet-letale onherstelbare effecten na één blootstelling en krijgen het symbool " T+ ", de gevaaraanduiding " zeer vergiftig "
  en waarschuwingszin R 39/wijze van blootstelling toegekend :
  [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende gevaarlijke stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of
  hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 2 van deel 2 van dit deel B (tabel II of tabel II A) vastgestelde waarde, indien de desbetreffende stof(fen) niet in bijlage III
  bij dit besluit voorkomt/voorkomen, of daarin wordt/worden genoemd zonder bijbehorende concentratiegrenzen.
  2. De volgende [5 mengsels]5 worden als vergiftig ingedeeld :
  2.1. op grond van de acute letale effecten en krijgen het symbool " T ", de gevaaraanduiding " vergiftig " en waarschuwingszin R23, R24, R25 toegekend :
  2.1.1. [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende, als zeer vergiftig of vergiftig ingedeelde stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 1 van deel 2 van dit deel B (tabel I of tabel I A) van deze bijlage vastgestelde waarde indien de desbetreffende stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  2.1.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als zeer vergiftig of vergiftig ingedeelde stoffen bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 2.1.1, onder a) of b), vastgestelde grenswaarden, wanneer :

                SIGMA (PT+/LT + PT/LT) > of = 1


  waarin :
  PT+ = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige zeer vergiftige stof,
  PT = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige vergiftige stof, en,
  LT = de voor de verschillende zeer vergiftige of vergiftige stoffen vastgestelde vergiftigheidsgrens in gewichts- of volumeprocent is;
  2.2. op grond van de niet-letale onherstelbare effecten na één blootstelling en krijgen het symbool " T ", de gevaaraanduiding " vergiftig " en waarschuwingszin R39/wijze van blootstelling toegekend :
  [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende, als zeer vergiftig of vergiftig ingedeelde stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de desbetreffende stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 2 van deel 2van dit deel B (tabel II of tabel II A) vastgestelde waarde, indien de desbetreffende stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  2.3. op grond van de effecten op lange termijn, en krijgen het symbool " T ", de gevaaraanduiding " vergiftig " en waarschuwingszin R48/wijze van blootstelling toegekend :
  [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende gevaarlijke stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 3 van deel 2 van dit deel B (tabel III of tabel III A) vastgestelde waarde, indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2
  voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen.
  3. De volgende [5 mengsels]5 worden als schadelijk beschouwd :
  3.1. op grond van de acute letale effecten en krijgen het symbool " Xn ", de gevaaraanduiding " schadelijk " en waarschuwingszin R20, R21 of R22 toegekend :
  3.1.1. [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende, als zeer vergiftig, vergiftig of schadelijk ingedeelde stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 1 van deel 2 van dit deel B (tabel I of tabel I A) vastgestelde waarde, indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  3.1.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als zeer vergiftig, vergiftig of schadelijk ingedeelde stoffen bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 3.1.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PT/LXn + PT/LXn + PXn/LXn) > of = 1


  waarin :
  PT+ = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige zeer vergiftige stof,
  PT = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige vergiftige stof,
  PXn = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige schadelijke stof, en,
  LXn = de voor de verschillende zeer vergiftige, vergiftige of schadelijke stoffen vastgestelde schadelijkheidsgrens in gewichts- of volumeprocent is;
  3.2. op grond van hun acute effecten op de longen bij inslikken en krijgen het symbool " Xn ", de gevaaraanduiding " schadelijk " en waarschuwingszin R65 toegekend :
  [5 mengsels]5 die als schadelijk zijn ingedeeld volgens de criteria van punt 3.2.3 van bijlage VI bij dit besluit. Bij de toepassing van de conventionele methode volgens hogergenoemd punt 3.1 wordt geen rekening gehouden met de indeling van een stof als R65;
  3.3. op grond van de niet-letale onherstelbare effecten na één blootstelling, en krijgen het symbool " Xn ", de gevaaraanduiding " schadelijk " en waarschuwingszin R68/wijze van blootstelling toegekend :
  [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende, als zeer vergiftig, vergiftig of schadelijk ingedeelde stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 2 van deel 2 van dit deel B (tabel II of tabel II A) vastgestelde waarde, indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  3.4. op grond van de effecten op lange termijn, en krijgen het symbool " Xn ", de gevaaraanduiding " schadelijk " en waarschuwingszin R48/wijze van blootstelling toegekend :
  [5 mengsels]5 die één of meer dergelijke effecten veroorzakende, als vergiftig of schadelijk ingedeelde gevaarlijke stoffen bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 3 van deel 2 van dit deel B (tabel III of tabel III A) vastgestelde waarde, indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen.
  4. De volgende [5 mengsels]5 worden als bijtend ingedeeld.
  4.1. en krijgen het symbool " C ", de gevaaraanduiding " bijtend " en waarschuwingszin R35 toegekend :
  4.1.1. [5 mengsels]5 die één of meer als bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R35, bevatten in een concentratie die afzonderlijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 4 van deel 2 van dit deel B (tabel IV of tabel IV A) vastgestelde waarde, indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  4.1.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R35 of R34 bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 4.1.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PC, R35/LC, R35) > of = 1


  waarin :
  PC, R35 = het gewichts- of volumepercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R35, en,
  LC, R35 = de in gewichts- of volumeprocent uitgedrukte corrosiegrens R35 voor elke bijtende stof, aangeduid met zin R35, is;
  4.2. en krijgen het symbool " C ", de gevaaraanduiding " bijtend " en waarschuwingszin R34 toegekend :
  4.2.1. [5 mengsels]5 die één of meer als bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met het symbool " C ", de gevaaraanduiding " bijtend " en zin R35 of R34, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 4 van deel 2 van dit deel B (tabel IV of tabel IV A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  4.2.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als bijtend ingedeelde stoffen aangeduid met zin R35 of R34 bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 4.2.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PC, R35/LC, R35 + PC, R34/LC, R34) > of = 1


  waarin :
  PC, R35 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R35,
  PC, R34 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aamwezige bijtende stof, aangeduid met zin R34, en,
  LC, R34 = de in gewichts- of volumeprocent uitgedrukte respectieve corrosiegrens voor elke bijtende stof, aangeduid met zin R35 of R34, is.
  5. De volgende [5 mengsels]5 worden als irriterend ingedeeld :
  5.1. zijnde [5 mengsels]5 die ernstig oogletsel kunnen veroorzaken, en krijgen het symbool " X ", de gevaaraanduiding " irriterend " en waarschuwingszin R41 toegekend :
  5.1.1. [5 mengsels]5 die één of meer als irriterend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R41, bevatten in een concentratie die afzonderlijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 4 van deel 2 van dit deel B (tabel IV of tabel IV A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  5.1.2. [5 mengsels]5 die meer dan één hetzij als irriterend ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R41, hetzij als bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R35 of R34, bevatten, in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 5.1.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen indien :

    SIGMA (PC, R35/LXi, R41 + PC, R34/LXi, R41 + PXi, R41/LXi, R41) > of = 1


  waarin :
  PC, R35 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R35,
  PC, R34 = jet gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R34,
  PXi, R41 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige irriterende stof, aangeduid met zin R41, en,
  LXi, R41 = de in gewichts- of volumeprocent uitgedrukte respectieve irritatiegrens R 41 voor elke bijtende stof, aangeduid met zin R35 of R34,
  of irriterende stof, aangeduid met zin R41, is;
  5.2. voor de ogen, en krijgen het symbool " Xi ", de gevaaraanduiding " irriterend " en waarschuwingszin R36 toegekend :
  5.2.1. [5 mengsels]5 die één of meer als bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R35 of R34, of al irriterend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R41 of R36, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 4 van deel 2 van dit deel B (tabel IV of tabel IV A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  5.2.2. [5 mengsels]5 die meer dan één van de hetzij irriterend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R41 of R36, hetzij als bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R35 of R34, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 5.2.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen indien :

    SIGMA (PC, R35/LXi, R36 + PC, R34/LXi, R36 + PXi, R41/LXi, R36 +
           PXi, R36/LXi, R36) > of = 1


  PC, R35 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R35,
  PC, R34 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R34,
  PXi, R41 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige irriterende stof, aangeduid met zin R41,
  PXi, R36 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige irriterende stof, aangeduid met zin R36, en,
  LXi, R36 = de in gewichts- of volumeprocent uitgedrukte respectieve irritatiegrens R36 voor elke bijtende stof, aangeduid met zin R35 of R34,
  of irriterende stof, aangeduid met zin R41 of R36, is;
  5.3. voor de huid, en krijgen het symbool " Xi ", de gevaaraanduiding " irriterend " en waarschuwingszin R38 toegekend :
  5.3.1. [5 mengsels]5 die één of meer als irriterend of bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R38, respectievelijk zin R35 of R34, bevatten
  in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 4 van deel 2 van dit deel B (tabel IV of tabel IV A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  5.3.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als irriterend of bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R38, respectievelijk zin R35 of R34, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 5.3.1, onder a) of b), vastgestelde irritatiegrenzen, indien :

    SIGMA (PC, R35/LXi, R38 + PC, R34/LXi, R38 + PXi, R38/LXi, R38) > of = 1


  waarin :
  PC, R35 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R35,
  PC, R34 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R34,
  PXi, R38 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige irriterende stof, aangeduid met zin R38, en,
  LXi, R38 = de in gewichts- of volumeprocent uitgedrukte respectieve irritatiegrens R38 voor elke bijtende stof, aangeduid met zin R35 of R34,
  of irriterende stof, aangeduid met zin R38, is;
  5.4. voor de luchtwegen, en krijgen het symbool " Xi ", de gevaaraanduiding " irriterend " en waarschuwingszin R37 toegekend :
  5.4.1. [5 mengsels]5 die één of meer als irriterend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R37, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 4 van deel 2 van dit deel B (tabel IV of tabel IV A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  5.4.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als irriterend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R37, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 5.4.1, onder a) of b), vastgestelde irritatiegrens, indien :
  waarin :

                SIGMA (PXi, R37/LXi, R37) > of = 1


  PXi, R37 = het gewichts- of volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige irriterende stof, aangeduid met zin R37, en,
  LXi, R37 = het gewichts- of volumeprocent uitgedrukte irritatiegrens R37 voor elke irriterende stof, aangeduid met zin R37, is;
  5.4.3. gasvormige [5 mengsels]5 die meer dan één als irriterend of bijtend ingedeelde stoffen, aangeduid met zin R37, respectievelijk zin R35 of R34, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt 5.4.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :
  waarin :

  Interval van de oorspronkelijke         Toegestane variatie van de
   concentratie van het bestanddeel        oorspronkelijke concentratie van
                                           het bestanddeel
            < of =   2,5 %                        +/- 30 %
      > 2,5 < of =  10 %                          +/- 20 %
     > 10   < of =  25 %                          +/- 10 %
     > 25   < of = 100 %                          +/-  5 %


  PC, R35 = het volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R35,
  PC, R34 = het volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige bijtende stof, aangeduid met zin R34,
  PXi, R37 = het volumepercentage is van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige irriterende stof, aangeduid met zin R37, en,
  LXi, R37 = de in gewichts- of volumepercentage uitgedrukte respectieve irritatiegrens R37 voor elke gasvormige bijtende stof, aangeduid met zin R35 of R34, of gasvormige irriterende stof, aangeduid met zin R37, is.
  6. De volgende [5 mengsels]5 worden als sensibiliserend ingedeeld :
  6.1. voor de huid, en krijgen het symbool " Xi ", de gevaaraanduiding " irriterend " en waarschuwingszin R43 toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende, als sensibiliserend ingedeelde stof, aangeduid met zin R43, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 5 van deel 2 van dit deel B (tabel V of tabel V A) vastgestelde waarde, indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  6.2. voor de luchtwegen, en krijgen het symbool " Xn ", de gevaaraanduiding " schadelijk " en waarschuwingszin R42 toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende, als sensibiliserend ingedeelde stof, aangeduid met zin R42, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 5 van deel 2 van dit deel B (tabel V of tabel V A) vastgestelde waarde, indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen.
  7. De volgende [5 mengsels]5 worden als kankerverwekkend ingedeeld :
  7.1. van categorie 1 of 2, en krijgen het symbool " T " en waarschuwingszin R45 of R49 toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de kankerverwekkende stoffen en aangeduid met zin R45 of R49, waarmee de kankerverwekkende stoffen van categorie 1 en 2 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of tabel VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  7.2. van categorie 3, en krijgen het symbool " Xn " en waarschuwingszin R40 toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de kankerverwekkende stoffen en aangeduid met zin R40, waarmee de kankerverwekkende stoffen van categorie 3 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen.
  8. De volgende [5 mengsels]5 worden als mutageen ingedeeld :
  8.1. van categorie 1 of 2, en krijgen het symbool " T " en waarschuwingszin R46 toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de mutagene stoffen en aangeduid met zin R46, waarmee de mutagene stoffen van categorie 1 en 2 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of tabel VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  8.2. van categorie 3, en krijgen het symbool " Xn " en waarschuwingszin R68 toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de mutagene stoffen en aangeduid met zin R68, waarmee de mutagene stoffen van categorie 3 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie gelijk aan of hoger dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of tabel VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen.
  9. De volgende [5 mengsels]5 worden als voor de voortplanting vergiftig ingedeeld :
  9.1. van categorie 1 of 2, en krijgen het symbool " T " en waarschuwingszin R60 (vruchtbaarheid) toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen en aangeduid met zin R60, waarmee de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen van categorie en 2 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie gelijk aan of hoger dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of tabel VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  9.2. van categorie 3, en krijgen het symbool " Xn " en waarschuwingszin R62 (vruchtbaarheid) toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen en aangeduid met zin R62, waarmee de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen van categorie 3 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie gelijk aan of hoger dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of tabel VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  9.3. van categorie 1 of 2, en krijgen het symbool " T " en waarschuwingszin R61 (ontwikkeling) toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen en aangeduid met zin R61, waarmee de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen van categorie 1 en 2 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie gelijk aan of hoger dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of tabel VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  9.4. van categorie 3, en krijgen het symbool " Xn " en waarschuwingszin R63 (ontwikkeling) toegekend :
  [5 mengsels]5 die ten minste één dergelijke effecten veroorzakende stof, ingedeeld bij de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen en aangeduid met zin R63, waarmee de voor de vruchtbaarheid vergiftige stoffen van categorie 3 worden gekenmerkt, bevatten in een concentratie gelijk aan of hoger dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de bij punt 6 van deel 2 van dit deel B (tabel VI of tabel VI A) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen.
  DEEL 2.
  Concentratiegrenzen voor de beoordeling van de gevaren voor de gezondheid.
  Voor ieder gezondheidseffect geeft de eerste tabel (tabellen I tot en met VI) de concentratiegrenswaarden (uitgedrukt in gewichtsprocent) voor niet-gasvormige [5 mengsels]5, en de tweede tabel (tabellen I A tot en met VI A) de concentratiegrenzen (uitgedrukt in volumeprocent) voor gasvormige [5 mengsels]5. Die concentratiegrenzen worden gebruikt wanneer er voor de betrokken stof in [3 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]3 geen specifieke concentratiegrenzen zijn vermeld.
  1. Acute letale effecten.
  1.1. Niet-gasvormige [5 mengsels]5.
  Bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4 zijn de in tabel 1 opgenomen concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent, in samenhang met de afzonderlijke concentratie van de aanwezige stof of stoffen waarvan de indeling eveneens is aangegeven.
  Tabel I.

  Indeling van de stof              Indeling van het [4 mengsel]4
                           T+                  T               Xn
  T+ en R 26, R 27, R 28   Concentratie > of   1 %             0,1 %
                            = 7 %              < of =          < of =
                                                Concentratie    Concentratie
                                                < 7 %           < 1 %
  T en R 23, R 24, R 25                        Concentratie    3 %
                                                > of = 25 %    < of =
                                                                Concentratie
                                                                < 25 %
  Xn en R 20, R 21, R 22                                       Concentratie
                                                                > of = 25 %


  De R-zinnen ter aanduiding van de gevaren worden aan het [4 mengsel]4 toegekend aan de hand van de onderstaande criteria :
  - op het etiket dienen in overeenstemming met de gehanteerde indeling één of meer van bovengenoemde R-zinnen te worden vermeld;
  - in het algemeen stemmen de gekozen R-zinnen overeen met de strengste indeling waarvoor op grond van de concentraties van de aanwezige stof(fen) kan worden gekozen.
  1.2. Gasvormige [5 mengsels]5.
  Bepalend voor de indeling van het gasvormige [4 mengsel]4 zijn de in tabel I A opgenomen concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, in samenhang met de afzonderlijke concentratie van het aanwezige gas of de aanwezige gassen waarvan de indeling eveneens is aangegeven.
  Tabel I A.

  Indeling van de stof              Indeling van het gasvormige [4 mengsel]4
   (gas)                   T+                  T               Xn
  T+ en R 26, R 27, R 28   Concentratie > of   0,2 %           0,02 %
                            = 1 %              < of =          < of =
                                                Concentratie    Concentratie
                                                < 1 %           < 0,2 %
  T en R 23, R 24, R 25                        Concentratie    0,5 %
                                                > of = 5 %     < of =
                                                                Concentratie
                                                                < 5 %
  Xn en R 20, R 21, R 22                                       Concentratie
                                                                > of = 5 %


  De R-zinnen ter aanduiding van de gevaren worden aan het [4 mengsel]4 toegekend aan de hand van de onderstaande criteria :
  - op het etiket dienen in overeenstemming met de gehanteerde indeling een of meer van bovengenoemde R-zinnen te worden vermeld;
  - in het algemeen stemmen de gekozen R-zinnen overeen met de strengste indeling waarvoor op grond van de concentraties van de aanwezige stof(fen) kan worden gekozen.
  2. Onherstelbare niet-letale effecten na één blootstelling.
  2.1. Niet-gasvormige [5 mengsels]5.
  Voor [5 mengsels]5 die na één blootstelling onherstelbare niet-letale effecten ot gevolg hebben (R39/wijze van blootstelling - R68/wijze van blootstelling), zijn de in tabel II vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel II.

  Indeling van de stof              Indeling van het [4 mengsel]4
                           T+                  T               Xn
  T+ en R 39/wijze van     Concentratie > of   1 %             0,1 %
   blootstelling            = 10 %             < of =          < of =
                           R 39 (*) verplicht   Concentratie    Concentratie
                                                < 10 %          < 1 %
                                               R 39 (*)        R 68 (*)
                                                verplicht       verplicht
  T en R 39/wijze van                          Concentratie    1 %
   blootstelling                                > of = 10 %    < of =
                                               R 39 (*)         Concentratie
                                                verplicht       < 10 %
                                                               R 68 (*)
                                                                verplicht
  Xn en R 68/wijze van                                         Concentratie
   blootstelling                                                > of = 10 %
                                                               R 68 (*)
                                                                verplicht


  (*) Om de wijze van toediening/blootstelling (wijze van blootstelling) aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van gecombineerde zinnen als vermeld onder de punten 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 van de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982).
  2.2. Gasvormige [5 mengsels]5.
  Voor gasvormige [5 mengsels]5 die deze effecten (R39/wijze van blootstelling - R68/wijze van blootstelling) tot gevolg hebben, zijn de in tabel II A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel II A.

  Indeling van de stof              Indeling van het gasvormige [4 mengsel]4
   (gas)                   T+                  T               Xn
  T+ en R 39/wijze van     Concentratie > of   0,2 %           0,02 %
   blootstelling            = 1 %              < of =          < of =
                           R 39 (*) verplicht   Concentratie    Concentratie
                                                < 1 %           < 0,2 %
                                               R 39 (*)        R 68 (*)
                                                verplicht       verplicht
  T en R 39/wijze van                          Concentratie    0,5 %
   blootstelling                                > of = 5 %     < of =
                                               R 39 (*)         Concentratie
                                                verplicht       < 5 %
                                                               R 68 (*)
                                                                verplicht
  Xn en R 68/wijze van                                         Concentratie
   blootstelling                                                > of = 5 %
                                                               R 68 (*)
                                                                verplicht


  (*)Om de wijze van toediening/blootstelling (wijze van blootstelling) aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van gecombineerde zinnen als vermeld onder de punten 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 van de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982).
  3. Ernstige effecten na herhaalde of langdurige blootstelling.
  3.1. Niet-gasvormige [5 mengsels]5.
  Voor [5 mengsels]5 die na herhaalde of langdurige blootstelling ernstige effecten veroorzaken (R48/wijze van blootstelling), zijn de in tabel III vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent, voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel III.

  Indeling van de stof              Indeling van het [4 mengsel]4
                         T                          Xn
  T en R 48/wijze van    Concentratie > of = 10 %   1 % > of = Concentratie
   blootstelling         R 48 (*) verplicht          < 10 %
                                                    R 48 (*) verplicht
  Xn en R 48/wijze van                              Concentratie > of = 10 %
   blootstelling                                    R 48 (*) verplicht


  (*) Om de wijze van toediening/blootstelling (wijze van blootstelling) aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van gecombineerde zinnen als vermeld onder de punten 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 van de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982).
  3.2. Gasvormige [5 mengsels]5.
  Voor gasvormige [5 mengsels]5 die na herhaalde of langdurige blootstellingen ernstige effecten veroorzaken (R48/wijze van blootstelling), zijn de in tabel III A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel III A.

  Indeling van de stof              Indeling van het [4 mengsel]4
   (gas)                 T                          Xn
  T en R 48/wijze van    Concentratie > of = 5 %    0,5 % < of = Concentratie
   blootstelling         R 48 (*) verplicht         < 5 %
                                                    R 48 (*) verplicht
  Xn en R 48/wijze van                              Concentratie > of = 5 %
   blootstelling                                    R 48 (*) verplicht


  (*)Om de wijze van toediening/blootstelling (wijze van blootstelling) aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van gecombineerde
  zinnen als vermeld onder de punten 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 van de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit
  van 24 mei 1982).
  4. Bijtende en irriterende effecten met inbegrip van ernstige oogletsels.
  4.1. Niet-gasvormige [5 mengsels]5.
  Voor stoffen die bijtende effecten (R34, R35) of irriterende effecten (R36, R37, R38, R41) veroorzaken, zijn de in tabel IV vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent, voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel IV.

  Indeling                          Indeling van het [4 mengsel]4
   van de    C en R 35      C en R 34      Xi en     Xi en R 36, R 37, R 38
   stof                                     R 41
  C en R 35  Concentratie   5 % < of =      5 % (*)  1 % > of = concentratie
              > of = 10 %    concentratie             < 5 %
             R 35 verplicht  < 10 %                  R 36/38 verplicht
                            R 34 verplicht
  C en R 34                 Concentratie   10 % (*)  5 % < of = concentratie
                             > of = 10 %              < 10 %
                            R 34 verplicht           R 36/38 verplicht



  Indeling                          Indeling van het [4 mengsel]4
   van de     C en R 35  C en R 34  Xi en R 41     Xi en R 36, R 37, R 38
   stof
  Xi en R 41                        Concentratie   5 % < of = concentratie
                                     > of = 10 %    < 10 %
                                    R 41 verplicht R 36 verplicht
  Xi en R 36,                                      concentratie
   R 37, R 38                                       > of = 20 %
                                                   R 36, R 37, R 38 zijn
                                                    verplicht, afhankelijk
                                                    van de concentratie en
                                                    voorzover zij op de in
                                                    het [4 mengsel]4 aanwezige
                                                    stoffen van toepassing
                                                    zijn


  (*) Volgens de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982) wordt de zin R41 automatisch geacht van toepassing te zijn op bijtende stoffen waaraan de zin R35 of R34 is toegekend. Indien het [4 mengsel]4 derhalve bijtende (R35 of R34) stoffen bevat in een geringere concentratie dan die welke een indeling als bijtend [4 mengsel]4 rechtvaardigt, kan de aanwezigheid van deze stoffen een reden zijn om het [4 mengsel]4 als irriterend met R41 of irriterend met R36 in te delen.
  NB : Wanneer op [5 mengsels]5 die stoffen bevatten die als bijtend of irriterend zijn ingedeeld, zonder meer de conventionele methode wordt toegepast, kan dit ertoe leiden dat de gevaren te laag of te hoog worden ingeschat als er geen rekening wordt gehouden met andere relevante factoren (zoals de pH van het preparaat). Daarom moet bij de indeling als bijtend rekening worden gehouden met de bepalingen onder punt 3.2.5 van de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982) en artikel 3, lid 4 van dit besluit.
  4.2 Gasvormige [5 mengsels]5.
  Voor gassen die deze effecten (R34, R35 of R36, R37, R38, R41) veroorzaken, zijn de in tabel IV A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel IV A.

  Indeling                          Indeling van het gasvormige [4 mengsel]4
   van de    C en R 35     C en R 34      Xi en R 41     Xi en R 36, R 37,
   stof                                                   R 38
   (gas)
  C en R 35  Concentratie  0,2 % < of =   0,2 % (*)      0,02 % < of =
              > of = 1 %    concentratie                  concentratie
             R 35           < 1 %                         < 0,2 %
              verplicht    R 34 verplicht                R 36/37/38
                                                          verplicht
  C en R 34                Concentratie   5 % (*)        0,5 % < of =
                            > of = 5 %                    concentratie
                           R 34 verplicht                 < 5 %
                                                         R36/37/38 verplicht
  Xi en R 41                              Concentratie   0,5 % < of =
                                           > of = 5 %     concentratie < 5 %
                                          R 41 verplicht R 36 verplicht
  Xi en                                                  concentratie > of =
   R 36,                                                  5 %
   R 37,                                                 R 36, R 37, R 38
   R 38                                                   verplicht
                                                          naargelang het
                                                          geval


  (*) Volgens de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982) wordt de zin R 41 automatisch geacht van toepassing te zijn op bijtende stoffen waaraan de zin R 35 of R 34 is toegekend. Indien het [4 mengsel]4 derhalve bijtende (R 35 of R 34) stoffen bevat in een geringere concentratie dan die welke een indeling als bijtend [4 mengsel]4 rechtvaardigt, kan de aanwezigheid van deze stoffen een reden zijn om het [4 mengsel]4 als irriterend met R 41 of irriterend met R 36 in te delen.
  NB : Wanneer op [5 mengsels]5 die stoffen bevatten die als bijtend of irriterend zijn ingedeeld, zonder meer de conventionele methode wordt toegepast, kan dit ertoe leiden dat de gevaren te laag of te hoog worden ingeschat als er geen rekening wordt gehouden met andere relevante factoren (zoals de pH van het preparaat). Daarom moet bij de indeling als bijtend rekening worden gehouden met de bepalingen onder punt 3.2.5 van de handleiding voor het kenmerken (bijlage VI bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982) en artikel 3, lid 4 van dit besluit.
  5. Overgevoeligheidseffecten.
  5.1. Niet-gasvormige [5 mengsels]5.
  [5 mengsels]5 die dergelijke effecten veroorzaken, worden als sensibiliserend ingedeeld met :
  - symbool Xn alsmede zin R42 indien dit effect door inademing kan worden veroorzaakt;
  - symbool Xi alsmede zin R43 indien dit effect via huidcontact kan worden veroorzaakt.
  De in tabel V vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent, zijn voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel V.

  Indeling van de stof              Indeling van het [4 mengsel]4
                            Sensibiliserend en R 42  Sensibiliserend en R 43
  Sensibiliserend en R 42   Concentratie > of = 1 %
                            R 42 verplicht
  Sensibiliserend en R 43                            Concentratie > of = 1 %
                                                     R 43 verplicht


  5.2 Gasvormige [5 mengsels]5.
  Gasvormige [5 mengsels]5 die dergelijke effecten veroorzaken, worden als sensibiliserend ingedeeld met :
  - symbool Xn alsmede zin R42 indien dit effect door inademing kan worden veroorzaakt;
  - symbool Xi alsmede zin R43 indien dit effect via huidcontact kan worden veroorzaakt.
  De in tabel V A vastgestelde afzonderlijke concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, zijn voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4.
  Tabel V A.

  Indeling van de stof              Indeling van het gasvormige [4 mengsel]4
   (gas)                    Sensibiliserend en R 42  Sensibiliserend en R 43
  Sensibiliserend en R 42   Concentratie > of =
                             0,2 %
                            R 42 verplicht
  Sensibiliserend en R 43                            Concentratie > of =
                                                      0,2 %
                                                     R 43 verplicht


  6. Kankerverwekkende, mutagene en voor de voortplanting vergiftige effecten.
  6.1. Niet-gasvormige [5 mengsels]5.

  Kankerverwekkend van de categorieen 1 en 2 :
                  T; R 45 of R 49
  Kankerverwekkend van categorie 3 :
                            Xn; R 40
  Mutageen van de categorieen 1 en 2 :
                          T; R 46
  Mutageen van categorie 3 :
                                    Xn; R 68
  Voor de voortplanting vergiftig (vruchtbaarheid),
   categorieen 1 en 2 :
                                         T; R 60
  Voor de voortplanting vergiftig (ontwikkeling),
   categorieen 1 en 2 :
                                         T; R 61
  Voor de voortplanting vergiftig (vruchtbaarheid),
   categorie 3 :
                                                Xn; R 62
  Voor de voortplanting vergiftig (ontwikkeling),
   categorie 3 :
                                                Xn; R 63


  Tabel VI.

  [Indeling van de stof     Indeling van het [4 mengsel]4
                           Categorieen 1 en 2        Categorie 3
  Kankerverwekkende        Concentratie > of = 0,1 %
   stoffen van              kankerverwekkend naar
   categorie 1 of 2 en      gelang van het geval
   R 45 of R 49             R 45 of R 49 verplicht
  Kankerverwekkende                                  Concentratie > of = 1 %
   stoffen van                                        kankerverwekkend
   categorie 3 en R 40                                R 40 verplicht
                                                      (tenzij reeds R 45* is
                                                      toegekend)
  Mutagene stoffen van     Concentratie
   categorie 1 of 2 en      > of = 0,1 % mutageen
   R 46                     R 46 verplicht
  Mutagene stoffen van                               Concentratie > of = 1 %
   3 en R 68                                          mutageen R 68 verplicht
                                                      (tenzij reeds R 46 is
                                                      toegekend)
  Voor de voortplanting    Concentratie
   vergiftige stoffen van   > of = 0,5 % voor de
   categorie 1 of 2 en      voortplanting vergiftig
   R 60 (vruchtbaarheid)    (vruchtbaarheid)
                            R 60 verplicht
  Voor de voortplanting                              Concentratie > of = 5 %
   vergiftige stoffen van                             voor de voortplanting
   categorie 3 en R 62                                vergiftig
   (vruchtbaarheid)                                   (vruchtbaarheid) R 62
                                                      verplicht (tenzij
                                                      reeds R 60 is
                                                      toegekend)
  Voor de voortplanting    Concentratie > of = 0,5 %
   vergiftige stoffen van   voor de voortplanting
   categorie 1 of 2 en      vergiftig
   R 61 (ontwikkeling)      (ontwikkeling)
                            R 61 verplicht
  Voor de voortplanting                              Concentratie > of = 5 %
   vergiftige stoffen van                             voor de voortplanting
   categorie 3 en R 63                                vergiftig
   (ontwikkeling)                                     (ontwikkeling)
                                                      R 63 verplicht (tenzij
                                                      reeds R 61 is
                                                      toegekend)
  * Wanneer aan het [4 mengsel]4 R 49 en R 40 zijn toegekend, blijven beide
     R-zinnen behouden, omdat R 40 geen onderscheid maakt tussen de
     blootstellingsroutes, terwijl R 49 alleen wordt toegekend voor de
     inhalatieroute.                                                   ]
      <KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006>


  6.2. Gasvormige [5 mengsels]5.
  Voor gasvormige [5 mengsels]5 die dergelijke effecten veroorzaken, zijn de in tabel VI A vastgestelde concentratiegrenzen, uitgedrukt in volumeprocent, voorzover toepasselijk bepalend voor de indeling van het [4 mengsel]4. De volgende gevaarsymbolen en waarschuwingszinnen worden toegekend :
  Kankerverwekkend van de categorieën 1 en 2 : T;R 45 of R 49

  Kankerverwekkend van categorie 3 :
                            Xn; R 40
  Mutageen van de categorieen 1 en 2 :
                          T; R 46
  Mutageen van categorie 3 :
                                    Xn; R 68
  Voor de voortplanting vergiftig (vruchtbaarheid),
   categorieen 1 en 2 :
                                         T; R 60
  Voor de voortplanting vergiftig (ontwikkeling),
   categorieen 1 en 2 :
                                         T; R 61
  Voor de voortplanting vergiftig (vruchtbaarheid),
   categorie 3 :
                                                Xn; R 62
  Voor de voortplanting vergiftig (ontwikkeling),
   categorie 3 :
                                                Xn; R 63


  Tabel VI A.

  [Indeling van de stof     Indeling van het [4 mengsel]4
                            Categorieen 1 en 2        Categorie 3
   Kankerverwekkende        Concentratie > of = 0,1 %
    stoffen van              kankerverwekkend naar
    categorie 1 of 2 en      gelang van het geval
    R 45 of R 49             R 45 of R 49 verplicht
   Kankerverwekkende                                  Concentratie > of = 1 %
    stoffen van                                        kankerverwekkend
    categorie 3 en R 40                                R 40 verplicht
                                                       (tenzij reeds R 45* is
                                                       toegekend)
   Mutagene stoffen van     Concentratie > of = 0,1 %
    categorie 1 of 2 en      mutageen
    R 46                     R 46 verplicht
   Mutagene stoffen van                               Concentratie > of = 1 %
    3 en R 68                                          mutageen R 68 verplicht
                                                       (tenzij reeds R 46 is
                                                       toegekend)
   Voor de voortplanting    Concentratie > of = 0,2 %
    vergiftige stoffen van   voor de voortplanting
   categorie 1 of 2 en      vergiftig
   R 60 (vruchtbaarheid)    (vruchtbaarheid)
                            R 60 verplicht
  Voor de voortplanting                              Concentratie > of = 1 %
   vergiftige stoffen van                             voor de voortplanting
   categorie 3 en R 62                                vergiftig
   (vruchtbaarheid)                                   (vruchtbaarheid)
                                                      R 62 verplicht
                                                      (tenzij reeds R 60 is
                                                      toegekend)
  Voor de voortplanting    Concentratie > of = 0,2 %
   vergiftige stoffen van   voor de voortplanting
   categorie 1 of 2 en      vergiftig
   R 61 (ontwikkeling)      (ontwikkeling)
                            R 61 verplicht
  Voor de voortplanting                              Concentratie > of = 1 %
   vergiftige stoffen van                             voor de voortplanting
   categorie 3 en R 63                                vergiftig
   (ontwikkeling)                                     (ontwikkeling)
                                                      R 63 verplicht
                                                      (tenzij reeds R 61 is
                                                      toegekend)
  * Wanneer aan het [4 mengsel]4 R 49 en R 40 zijn toegekend, blijven beide
     R-zinnen behouden, omdat R 40 geen onderscheid maakt tussen de
     blootstellingsroutes, terwijl R 49 alleen wordt toegekend voor de
     inhalatieroute. ] <KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006>


  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 17, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 18, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (3)<KB 2010-02-11/11, art. 19, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (4)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (5)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 3N1.DEEL C. Methoden voor de beoordeling van de gevaren voor het milieu van [5 mengsels]5 overeenkomstig artikel 5 § 3. <KB 2002-07-17/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  Inleiding.
  De systematische beoordeling van alle voor het milieu gevaarlijke effecten geschiedt op basis van concentratiegrenzen uitgedrukt in
  gewichtsprocent - behalve bij gasvormige [5 mengsels]5 waarvoor zij in volumeprocent zijn uitgedrukt - in samenhang met de indeling van de stof.
  Deel 1 betreft de in artikel 5 § 3, lid 1, onder a) bedoelde berekeningsmethoden en geeft de R-zin die aan de indeling van het [4 mengsel]4 moet worden toegekend.
  In deel 2 staan de concentratiegrenzen bij toepassing van de conventionele methode alsmede de toepasselijke symbolen en R-zinnen voor de indeling.
  Overeenkomstig artikel 5 § 3, lid 1, onder a), geschiedt de beoordeling van de gevaren voor het milieu met de in deel 1 en 2 van dit deel C bij deze bijlage beschreven conventionele methode waarbij gebruik wordt gemaakt van concentratiegrenzen per stof.
  a) Indien voor de in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 vermelde gevaarlijke stoffen de concentratiegrenzen voor de toepassing van de beoordelingsmethode van deel 1 van dit deel C zijn vastgesteld, worden deze concentratiegrenzen gebruikt.
  b) Indien de gevaarlijke stoffen niet in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 voorkomen of daar worden genoemd zonder dat concentratiegrenzen voor de toepassing van de beoordelingsmethode van deel 1 bij dit deel C zijn aangegeven, worden de concentratiegrenzen vastgesteld volgens de voorschriften van deel 2 bij dit deel C.
  Deel 3 behelst de testmethoden voor de beoordeling van de risico's voor het aquatische milieu.
  DEEL 1.
  Methode voor de beoordeling van de gevaren voor het milieu.
  a) Aquatisch milieu.
  I. Conventionele methode voor de beoordeling van de gevaren voor het aquatische milieu.
  Bij de conventionele methode voor de beoordeling van de gevaren die een [4 mengsel]4 kan opleveren voor het aquatische milieu wordt rekening gehouden met alle gevaren die een stof voor het milieu met zich kan brengen. Daarbij worden de volgende specificaties gebruikt.
  De volgende [5 mengsels]5 worden als gevaarlijk voor het milieu ingedeeld.
  1. en krijgen het symbool " N ", de gevaaraanduiding " gevaarlijk voor het milieu " en de waarschuwingszinnen R 50 en R 53 (R 50-53) toegekend :
  1.1. [5 mengsels]5 die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-53, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de in deel 2 (tabel 1) bij dit deel C vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  1.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-53, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de in punt I.1.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PN, R 50-53/LN, R 50-53) > of = 1


  waarin :
  PN, R 50-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53, en,
  LN, R 50-53 = de in gewichtsprocent uitgedrukte R 50-53-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53, is;
  2. en krijgen het symbool " N ", de gevaaraanduiding " gevaarlijk voor het milieu " en de waarschuwingszinnen R 51 en R 53 (R 51-53) toegekend tenzij zij reeds overeenkomstig punt I.1 zijn ingedeeld :
  2.1. [5 mengsels]5 die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-53 of R 51-53, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de in deel 2 van dit deel C (tabel 1) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  2.2. [5 mengsels]5 die meer dan één van de als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-R 53 of R 51-53, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de in punt I.2.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

      SIGMA (PN, R 50-53/LN, R 51-53 + PN, R 51-53/LN, R 51-53) > of = 1


  waarin :
  PN, R 50-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53,
  PN, R 51-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 51-53, en,
  LN, R 51-53 = de in gewichtsprocent uitgedrukt R 51-53-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53 of R51-53, is;
  3. en krijgen de waarschuwingszin R 52 en R 53 (R 52-53) toegekend tenzij zij reeds overeenkomstig punt I.1 of I.2 hierboven zijn ingedeeld :
  3.1. [5 mengsels]5 die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-53, R 51-53 of R 52-53, bevatten
  in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de in deel 2 van dit deel C (tabel 1) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  3.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-53, R 51-53 of R 52-53, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de in punt I.3.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

      SIGMA (PN, R 50-53/LN, R 52-53 + PN, R 51-53/LN, R 52-53 +
             PN, R 52-53/LN, R 52-53) > of = 1


  waarin :
  PN, R 50-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53,
  PN, R 51-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 51-53,
  PR 52-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 52-53, en,
  LR 52-53 = de in gewichtsprocent uitgedrukte R 52-53-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53, R 51-53 of R 52-53, is;
  4. en krijgen het symbool " N ", de gevaaraanduiding " gevaarlijk voor het milieu " en de waarschuwingszin R 50 toegekend tenzij zij reeds overeenkomstig punt I.1 hierboven zijn ingedeeld :
  4.1. [5 mengsels]5 die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R 50, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de in deel 2 van dit deel C (tabel 2) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  4.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R 50, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de onder punt I.4.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PN, R 50/LN, R 50) > of = 1


  waarin :
  PN, R 50 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 50, en,
  LN, R 50 = de in gewichtsprocent uitgedrukte R 50-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 50, is;
  4.3. [5 mengsels]5 die meer dan één als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R50 bevatten, die niet voldoen aan de in punt I.4.1 of I.4.2 genoemde criteria, en die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-53,
  bevatten, indien :

                SIGMA (PN, R50/LN, R50 + PN, R 50-53/LN, R 50) > of = 1


  waarin :
  PN, R 50 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 50,
  PN, R 50-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53,
  en,
  LN, R 50 = de in gewichtsprocent uitgedrukte R 50-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 50 of R 50-53, is;
  5. en krijgen de waarschuwingszin R 52 toegekend tenzij zij reeds overeenkomstig punt I.1, I.2, I.3 of I.4 zijn ingedeeld :
  5.1. [5 mengsels]5 die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R52, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de in deel 2 van dit deel C (tabel 3) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  5.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R 52, bevatten in concentraties die afzonderlijk lager zijn dan de in punt I.5.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PR52/LR52) > of = 1


  waarin :
  PR52 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 52, en,
  LR52 = de in gewichtsprocent uitgedrukte R 52-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 52, is;
  6. en krijgen de waarschuwingszin R 53 toegekend tenzij zij reeds overeenkomstig punt I.1, I.2 of I.3 hierboven zijn ingedeeld :
  6.1. [5 mengsels]5 die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R 53, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 vastgestelde waarde voor de betrokken stof)fen),
  b) hetzij de in deel 2 van dit deel C (tabel 4) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [2 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]2 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd zonder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  6.2. [5 mengsels]5 die meer dan één als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R53, bevatten in concentraties die
  afzonderlijk lager zijn dan de in punt I.6.1, onder a) of b), vastgestelde grenzen, indien :

                SIGMA (PR53/LR53) > of = 1


  waarin :
  PR53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 53, en,
  LR53 = de in gewichtsprocent uitgedrukte R 53-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 53, is;
  6.3. [5 mengsels]5 die meer dan één als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zin R53, bevatten, die niet voldoen aan de in punt I.6.2 genoemde criteria, en die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met de zinnen R 50-53, R 51-53 of R 52-53, bevatten, indien :

      SIGMA (PR53/LR53 + PN, R 50-53/LR53 + PN, R 51-53/LR53 +
             PR52-53/LR53) > of = 1


  waarin :
  PR53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R 53,
  PN, R 50-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 50-53,
  PN, R 51-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 51-53,
  PR52-53 = het gewichtspercentage van elke in het [4 mengsel]4 aanwezige voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zinnen R 52-53, en,
  LR53 = de in gewichtsprocent uitgedrukte R53-grens voor elke voor het milieu gevaarlijke stof, aangeduid met de zin R53 of de zinnen R 50-53, R 51-53 of R 52-53, is.
  b) Niet-aquatisch milieu.
  1. DE OZONLAAG.
  I. Conventionele methode voor de beoordeling van de gevaren voor de ozonlaag.
  De volgende [5 mengsels]5 worden als gevaarlijk voor het milieu ingedeeld.
  1. en krijgen het symbool " N ", de gevaaraanduiding " gevaarlijk voor het milieu " en de waarschuwingszin R 59 toegekend :
  1.1. [5 mengsels]5 die één of meer als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen, aangeduid met het symbool " N " en de waarschuwingszin R 59, bevatten in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan :
  a) hetzij de in [3 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]3 vastgestelde waarde voor de betrokken stof(fen),
  b) hetzij de in deel 2 van dit deel C (tabel 5) vastgestelde waarde indien de stof(fen) niet in [3 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]3 voorkomt/voorkomen of daarin wordt/worden genoemd onder de bijbehorende concentratiegrenzen;
  2. (...) <KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006>
  2. TERRESTRISCH MILIEU.
  I. Beoordeling van [5 mengsels]5 die gevaren opleveren voor het terrestrisch milieu.
  Bij het gebruik van de volgende gevaarvermeldingen voor de indeling van [5 mengsels]5 zal rekening worden gehouden met gedetailleerde criteria wanneer die in bijlage VI bij dit besluit zullen zijn neergelegd.
  R 54 Vergiftig voor planten;
  R 55 Vergiftig voor dieren;
  R 56 Vergiftig voor bodemorganismen;
  R 57 Vergiftig voor bijen;
  R 58 Kan in het milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.
  DEEL 2.
  Concentratiegrenzen voor de beoordeling van de gevaren voor het milieu.
  I. Aquatisch milieu.
  De [5 mengsels]5 worden ingedeeld op basis van de in de onderstaande tabellen neergelegde concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent, van de afzonderlijke in het [4 mengsel]4 aanwezige stof(fen), waarvan de indeling eveneens is gegeven.
  Tabel 1.
  Zeer vergiftig voor in het water levende organismen en schadelijke effecten op lange termijn in het aquatische milieu.

  [Indeling van de  Indeling van het [4 mengsel]4
    stof            N, R 50-53       N, R 51-53        R 52-53
   N, R 50-53       Zie tabel 1 b    Zie tabel 1 b     Zie tabel 1 b
   N, R 51-53                        Cn > of = 25 %    2,5 % < of = Cn < 25 %
   R 52-53                                             Cn > of = 25 %       ]
    <KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006>
  LC50 of EC50    Indeling van het [4 mengsel]4
   waarde         N, R 50-53          N, R 51-53       R 52-53
   ('' L(E)C50 '')
   van stof
   ingedeeld
   als 
   N, R 50-53
   (mg/l)
  0,1 <           Cn > of = 25 %      2,5 %            0,25 % < of =
   L(E)C50                             < of =           Cn < 2,5 %
   < of = 1                            Cn < 25 %
  0,01 <          Cn > of = 2,5 %     0,25 %           0,025 % < of =
   L(E)C50                             < of =           Cn < 0,25 %
   < of = 0,1                          Cn < 2,5 %
  0,001 <         Cn > of = 0,25 %    0,025 %          0,0025 % < of =
   L(E)C50                             < of =           Cn < 0,025 %
   < of = 0,01                         Cn < 0,25 %
  0,0001 <        Cn > of = 0,025 %   0,0025 %         0,00025 % < of =
   L(E)C50                             < of =           Cn < 0,0025 %
   < of = 0,001                        Cn < 0,025 %
  0,00001 <       Cn > of = 0,0025 %  0,00025 %        0,000025 % < of =
   L(E)C50                             < of =           Cn < 0,00025 %
   < of = 0,0001                       Cn < 0,0025 %
  Voor [5 mengsels]5 die stoffen bevatten met een lagere LC50 of EC50 - waarde
   dan 0,00001 mg/l worden de overeenkomstige concentratiegrenzen
   dienovereenkomstig berekend (in factor 10 intervallen).   ]
     <KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006>


  Tabel 2.
  Zeer vergiftig voor in het water levende organismen.

  [LC50 of EC50 ('' L(E)C50 '') van stof                Indeling van het
    ingedeeld als N, R 50 of als N, R 50-53 (mg/l)     [4 mengsel]4 N, R 50
   0,1 < L(E)C50 < of = 1                             Cn > of = 25 %
   0,01 < L(E)C50 < of = 0,1                          Cn > of = 2,5 %
   0,001 < L(E)C50 < of = 0,01                        Cn > of = 0,25 %
   0,0001 < L(E)C50 < of = 0,001                      Cn > of = 0,025 %
   0,00001 < L(E)C50 < of = 0,0001                    Cn > of = 0,0025 %
   Voor [5 mengsels]5 die stoffen bevatten met een lagere LC50 of EC50 waarde
    dan 0,00001 mg/l worden de overeenkomstige concentratiegrenzen
    dien overeenkomstig berekend (in factor 10 intervallen).             ]
    <KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006>


  Tabel 3.
  Vergiftig voor in het water levende organismen.

  Indeling van de stof              Indeling van het [4 mengsel]4
                                     R 52
  R 52                              Cn > of = 25 %


  Tabel 4.
  Schadelijke effecten op lange termijn voor het aquatische milieu.

  Indeling van de stof              Indeling van het [4 mengsel]4
                                     R 53
  R 53                              Cn > of = 25 %
  R 50-53                           Cn > of = 25 %
  N, R 51-53                        Cn > of = 25 %
  R 52-53                           Cn > of = 25 %


  II. Niet-aquatisch milieu.
  De [5 mengsels]5 worden ingedeeld op basis van de in de onderstaande tabellen weergegeven concentratiegrenzen, uitgedrukt in gewichtsprocent of voor gasvormige [5 mengsels]5 in volumeprocent, van de afzonderlijke in het [4 mengsel]4 aanwezige stof(fen).
  Tabel 5.
  Gevaarlijk voor de ozonlaag.

  [Indeling van de stof                               Indeling van het
                                                       [4 mengsel]4 N, R 59
   N en R 59                                          Cn > of = 0,1 %   ]
      <KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006>


  DEEL 3.
  Testmethoden voor de beoordeling van de risico's voor het aquatische milieu.
  De [5 mengsels]5 worden doorgaans ingedeeld aan de hand van de conventionele methode. Voor de bepaling van de zeer vergiftige effecten op in het water levende organismen kan het in bepaalde gevallen evenwel nuttig zijn het [4 mengsel]4 aan proeven te onderwerpen.
  Het resultaat van die proeven kan slechts leiden tot een wijziging van de aan de hand van de conventionele methode bepaalde indeling met betrekking tot de zeer vergiftige effecten op in het water levende organismen.
  Als de persoon die verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van het [4 mengsel]4 besluit dit [4 mengsel]4 aan proeven te onderwerpen, moeten die laatste worden uitgevoerd in overeenstemming met de methoden van bijlage V, deel C, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982.
  Bovendien moeten die proeven worden uitgevoerd op alle drie genoemde soorten (algen, Daphnia en vissen), overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij dit besluit, tenzij het [4 mengsel]4 na proeven op slechts één van deze soorten reeds is ingedeeld in de hoogste categorie zeer vergiftige effecten op in het water levende organismen of tenzij reeds voor de inwerkingtreding van dit besluit een onderzoeksresultaat beschikbaar was.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons Besluit van 17 juli 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 21, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (3)<KB 2010-02-11/11, art. 22, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (4)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (5)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. N2.<KB 2006-09-27/42, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-11-2006> BIJLAGE II. - SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR HET KENMERKEN VAN BEPAALDE [3 mengsels]3.
  A. In de zin van artikel 5 als gevaarlijke ingedeelde [3 mengsels]3.
  1. Aan het grote publiek verkochte [3 mengsels]3.
  1.1. Op het etiket van de verpakking van dergelijke [3 mengsels]3 moeten, naast de specifieke veiligheidsaanbevelingen, ook de gepaste veiligheidsaanbevelingen S1, S2, S45 of S46 zijn aangebracht overeenkomstig de in bijlage VI van onderhavig besluit vastgestelde criteria.
  1.2. Indien dergelijke [3 mengsels]3 als zeer vergiftig (T+), vergiftig (T) of bijtend (C) zijn ingedeeld en het materieel onmogelijk is de bedoelde informatie op de verpakking zelf aan te brengen, dient de verpakking van dergelijke [3 mengsels]3 vergezeld te gaan van een nauwkeurige en voor eenieder begrijpelijke gebruiksaanwijzing die, zo nodig, aanwijzingen bevat voor de vernietiging van de lege verpakking.
  2. [3 mengsels]3 die bestemd zijn om te worden verstoven.
  Op het etiket van de verpakking van dergelijke [3 mengsels]3 is de vermelding vereist van veiligheidsaanbeveling S23 in combinatie met veiligheidsaanbeveling S38 of S51, overeenkomstig de in bijlage VI van onderhavig besluit vastgestelde criteria.
  3. [3 mengsels]3 die een stof bevatten waaraan de zin R33 (" Gevaar voor cumulatieve effecten ") is toegekend.
  Op het etiket van de verpakking van een [2 mengsel]2 dat ten minste één stof bevat waaraan de zin R33 is toegekend, dient, als de concentratie van deze stof in het [2 mengsel]2 1 % of meer bedraagt - tenzij in bijlage IX van onderhavig besluit een andere waarde is vastgesteld -, de volledige tekst te zijn aangebracht van zin R33 als vermeld in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1.
  4. [3 mengsels]3 die een stof bevatten waaraan de zin R64 (" Kan gevaarlijk zijn voor baby's die borstvoeding krijgen ") is toegekend.
  Op het etiket van de verpakking van een [2 mengsel]2 dat ten minste één stof bevat waaraan de zin R64 is toegekend, dient, als de concentratie van deze stof in het [2 mengsel]2 1 % of meer bedraagt - tenzij in bijlage IX van onderhavig besluit een andere waarde is vastgesteld-, de volledige tekst te zijn aangebracht van zin R64 als vermeld in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1.
  B. Andere, in de zin van artikel 5, al dan niet als gevaarlijk ingedeelde [3 mengsels]3.
  1. Loodhoudende [3 mengsels]3.
  1.1. Verven en vernissen.
  Op het etiket van de verpakking van verven en vernissen met een volgens ISO norm 6503/1984 vastgesteld totaal loodgehalte van meer dan 0,15 % (uitgedrukt in gewicht van het metaal) van het totale gewicht van het [2 mengsel]2, moet de volgende waarschuwing zijn aangebracht :
  " Bevat lood. Mag niet worden gebruikt voor voorwerpen waarin kinderen kunnen bijten of waaraan kinderen kunnen zuigen. "
  Bij verpakkingen met een inhoud van minder dan 125 milliliter luidt de waarschuwing als volgt :
  " Let op. Bevat lood. "
  2. [3 mengsels]3 die cyanoacrylaat bevatten.
  2.1. Lijmen.
  Op het etiket van de verpakking die lijm op basis van cyanoacrylaat direct omsluit, moeten de volgende waarschuwingen zijn aangebracht :
  " Cyanoacrylaat.
  Gevaarlijk.
  Kleeft binnen enkele seconden huid en oogleden aan elkaar.
  Buiten het bereik van kinderen houden. "
  Bij de verpakking dienen de gepaste veiligheidsaanbevelingen te worden gevoegd.
  3. [3 mengsels]3 die isocyanaten bevatten.
  Op het etiket van de verpakking van [3 mengsels]3 die isocyanaten (monomeer, oligomeer, prepolymeer enz., als zodanig of in een mengsel) bevatten, moeten de volgende vermeldingen zijn aangebracht :
  " Bevat isocyanaten.
  Zie de aanwijzingen van de fabrikant. "
  4. [3 mengsels]3 die epoxyverbindingen met een gemiddeld molecuulgewicht van ten hoogste 700 bevatten.
  Op het etiket van de verpakking van [3 mengsels]3 die epoxyverbindingen met een gemiddeld molecuulgewicht van 700 of lager bevatten moet de volgende vermelding zijn aangebracht :
  " Bevat epoxyverbindingen.
  Zie de aanwijzingen van de fabrikant. "
  5. Aan het grote publiek verkochte [3 mengsels]3 die actief chloor bevatten.
  Op het etiket van de verpakking van [3 mengsels]3 die meer dan 1 % actief chloor bevatten, moet de volgende waarschuwing zijn aangebracht :
  " Let op. Niet in combinatie met andere producten gebruiken; er kunnen gevaarlijke gassen (chloor) vrijkomen. "
  6. [3 mengsels]3 die cadmium (legeringen) bevatten en die zijn bestemd om te worden gebruikt voor het lassen en solderen.
  Op het etiket van de verpakking van dergelijke [3 mengsels]3 moeten leesbaar en onuitwisbaar de volgende waarschuwingen zijn aangebracht :
  " Let op. Bevat cadmium.
  Bij het gebruik ontwikkelen zich gevaarlijke dampen.
  Zie de aanwijzingen van de fabrikant.
  Neem de veiligheidsvoorschriften in acht. "
  7. [3 mengsels]3 die beschikbaar zijn in de vorm van aërosolen.
  Onverminderd de bepalingen van onderhavig besluit zijn ook [3 mengsels]3 die in de vorm van aërosolen beschikbaar zijn, onderworpen aan de bepalingen voor het kenmerken overeenkomstig het hogergenoemd koninklijk besluit van 14 april 1978.
  8. [3 mengsels]3 die stoffen bevatten welke nog niet volledig zijn getest.
  Wanneer een [2 mengsel]2 een stof bevat die overeenkomstig artikel 2, § 7, 3°, bij hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 de vermelding " attentie. Nog niet volledig geteste stof. " draagt, moet op het etiket van de verpakking van het [2 mengsel]2 de vermelding staan " Let op. Dit [2 mengsel]2 bevat een nog niet volledige geteste stof. ", indien die stof aanwezig is in een concentratie van ten minste 1 %.
  9. Niet als sensibiliserend ingedeelde [3 mengsels]3 die ten minste één sensibiliserende stof bevatten.
  Op het etiket van de verpakking van [3 mengsels]3 die ten minste één als sensibiliserend ingedeelde stof bevatten in een concentratie gelijk aan of groter dan 0,1 % of in een concentratie gelijk aan of groter dan die welke in een specifieke nota betreffende deze stof in [1 deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008]1 is aangegeven, moet de volgende vermelding zijn aangebracht :
  " Bevat (naam van de sensibiliserende stof). Kan een allergische reactie veroorzaken. "
  10. Vloeibare [3 mengsels]3 die gehalogeneerde koolwaterstoffen bevatten.
  Op het etiket van de verpakking van vloeibare [3 mengsels]3 die geen vlampunt of een vlampunt boven 55 °C hebben en die een gehalogeneerde koolwaterstof en meer dan 5 % licht ontvlambare of ontvlambare stoffen bevatten, moet de volgende vermelding zijn aangebracht :
  " Kan bij gebruik licht ontvlambaar worden. " Of " Kan bij gebruik ontvlambaar worden. "
  11. [3 mengsels]3 die een stof bevatten waaraan de zin R67 is toegekend :
  Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken.
  Wanneer een [2 mengsel]2 een of meer stoffen bevat waaraan de zin R67 is toegekend, moet op het etiket van dit [2 mengsel]2 de tekst van deze zin, zoals vermeld in bijlage IX van onderhavig besluit, worden aangebracht wanneer de totale concentratie van deze stoffen in het [2 mengsel]2 15 % of hoger is, tenzij :
  - aan het [2 mengsel]2 al de zinnen R20, R23, R26, R68/20, R39/23 of R39/26 zijn toegekend,
  - of de inhoud van de verpakking van het [2 mengsel]2 niet meer dan 125 ml bedraagt.
  12. Cement en cementpreparaten.
  Op de verpakking van cement en cementpreparaten met een hoeveelheid oplosbaar zeswaardig chroom van meer dan 0,0002 % van het totale drooggewicht van het cement moet de volgende vermelding worden aangebracht :
  " Bevat zeswaardig chroom. Kan een allergische reactie veroorzaken. "
  tenzij het [2 mengsel]2 al wordt ingedeeld en gekenmerkt als een sensibiliserende stof met zin R43.
  C. Niet in de zin van artikel 5 ingedeelde [3 mengsels]3, die evenwel ten minste één gevaarlijke stof bevatten.
  1. Niet voor het grote publiek bestemde [3 mengsels]3.
  Op het etiket van de verpakkingen van de in artikel 12, lid 2.1, onder b), bedoelde [3 mengsels]3 moet de volgende tekst zijn aangebracht :
  " Inlichtingenblad aangaande de veiligheid is voor de professionele gebruiker op aanvraag verkrijgbaar. "
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 23, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (3)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. N3. <KB 1998-07-14/64, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 17-12-1998> Bijlage III.

  Art. 1N3.Voorwoord bij bijlage III. <KB 2002-07-17/44, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  Inleiding.
  Bijlage III is onderverdeeld in deel 1, een catalogus van gevaarlijke stoffen, waarvoor op communautair niveau volgens de procedure die in het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot regeling van de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke [2 mengsels]2 met het oog op het op de markt brengen of het gebruik ervan is vastgesteld, overeenstemming is bereikt over een geharmoniseerde indeling en etikettering en in de deel II de gevaarsymbolen voor het etiket.
  Nummering van de stoffen.
  De stoffen in bijlage III zijn gerangschikt aan de hand van het atoomnummer van het element dat het meest kenmerkend is voor de eigenschappen van deze stoffen.
  Voor het catalogusnummer van elke stof wordt een reeks cijfers gebruikt in de volgorde : ABC-RST-VW-Y. Hierbij is :
  - ABC : het atoomnummer van het meest kenmerkende chemische element (voorafgegaan door een of twee nullen om tot drie cijfers te komen) of het nummer van de gebruikelijke categorie voor organische stoffen;
  - RST : het volgnummer van de stof binnen de reeks stoffen met dezelfde code ABC;
  - VW : een code voor de vorm waarin de stof wordt geproduceerd of op de markt gebracht;
  - Y : het controlecijfer dat volgens de methode voor het ISBN (International Standard Book Number) wordt berekend.
  Het catalogusnummer voor natriumchloraat is bijvoorbeeld 017-005-00-9.
  Voor gevaarlijke stoffen die zijn opgenomen in de Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (European Inventory of Existing Commercial Chemical Substances (Einecs), PB C 146 A van 15.6.1990) wordt het Einecs-nummer vermeld. Dit nummer bestaat uit zeven cijfers in de vorm XXX-XXX-X. Het eerste nummer is 200-001-8.
  Voor gevaarlijke stoffen waarvan overeenkomstig het koninklijk besluit van 13 november 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 1982 houdende reglementering van het in de handel brengen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor zijn leefmilieu kennis is gegeven, wordt het nummer van de stof in de Europese lijst van stoffen waarvan kennisgeving is gedaan (European List of Notified Chemical Substances (Elincs)) vermeld. Dit nummer bestaat uit zeven cijfers in de vorm XXX-XXX-X. Het eerste nummer is 400-010-9.
  Voor gevaarlijke stoffen uit de lijst " No-longer-polymers " (Document, Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, 1997.
  ISBN 92-827-8995-0) wordt het " No-longer-polymer " -nummer vermeld. Dit nummer bestaat uit zeven cijfers in de vorm XXX-XXX-X. Het eerste nummer is 500-001-0.
  Einecs-, Elincs-, " No-longer-polymer " - of Cas-nummers worden meestal niet vermeld voor mengsels van meer dan vier verschillende stoffen.
  Nomenclatuur.
  Waar mogelijk wordt voor gevaarlijke stoffen de Einecs-, de Elincs- of de " No-longer-polymers " -naam gebruikt. Voor andere stoffen die niet
  in de Einecs, de Elincs of de " No-longer-polymers " -lijst zijn vermeld, wordt een internationaal erkende chemische naam gebruikt (bv. de ISO- of de IUPAC-naam). Soms wordt daarnaast tevens een triviale naam vermeld.
  Verontreinigingen, additieven en bestanddelen met een lage concentratie worden meestal niet vermeld, tenzij zij belangrijk zijn voor de indeling van de stof.
  Sommige stoffen worden beschreven als een " mengsel van A en B ". In dat geval gaat het om één specifiek mengsel. In sommige gevallen, wanneer dit nodig is om de op de markt gebrachte stof te karakteriseren, wordt het gehalte van de belangrijkste stoffen in het mengsel gespecificeerd.
  Bij sommige stoffen wordt voor de zuiverheidsgraad een specifiek percentage vermeld. Stoffen met een hoger gehalte aan actief materiaal (bv. een organisch peroxide) vallen niet onder de in bijlage III vermelde stof en kunnen andere gevaarlijke eigenschappen hebben (bv. ontploffingsgevaar). Wanneer specifieke concentratiegrenzen worden opgegeven, gelden deze voor de vermelde stof of stoffen. Vooral wanneer het gaat om mengsels van stoffen of stoffen waarbij voor de zuiverheidsgraad een specifiek percentage is vermeld, gelden de grenswaarden voor de stof zoals deze in bijlage III is beschreven, en niet voor de zuivere stof.
  Krachtens artikel 9, lid 1 onder c), moet voor stoffen die in bijlage III voorkomen, een van de benamingen in deze bijlage als naam van de stof op het etiket worden gebruikt. Voor sommige stoffen is tussen vierkante haken aanvullende informatie vermeld om identificatie van de stof te vergemakkelijken. Deze aanvullende informatie behoeft niet op het etiket te worden vermeld.
  Voor sommige stoffen worden gegevens over verontreinigingen vermeld, zoals voor catalogusnummer 607-190-00-X : methylacrylamidome-thoxyacetaat (bevattende > = 0,1 % acrylamide). In dat geval maakt de informatie tussen haakjes deel uit van de naam en moet ook deze op het etiket worden vermeld.
  In sommige gevallen zijn stoffen als groep opgenomen, zoals voor catalogusnummer 006-007-00-5 : " cyaanwaterstof (zouten van...) met uitzondering van complexe cyaniden zoals ferro- en ferricyaniden en kwikoxicyaniden ". Voor afzonderlijke stoffen uit deze groepen moet de Einecs-naam of een andere internationaal erkende naam worden gebruikt.
  Vermelde gegevens.
  Voor elke stof wordt in bijlage III de volgende informatie vermeld :
  a) De indeling :
  i) Indeling houdt in dat een stof in een of meer gevaarscategorieën wordt ondergebracht, zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 11 januari 1993, artikel 4, en dat daaraan de bijbehorende waarschuwingszin(nen) wordt (worden) toegekend. De indeling heeft niet alleen gevolgen voor de etikettering, maar ook voor andere wetgeving en regelgeving op het gebied van gevaarlijke stoffen.
  ii) Voor elke gevaarscategorie waarin de stof wordt ingedeeld, worden doorgaans een verkorte aanduiding van de gevaarscategorie en de bijbehorende waarschuwingszin(nen) vermeld. In sommige gevallen (namelijk voor stoffen die als ontvlambaar of sensibiliserend worden ingedeeld en voor sommige stoffen die als gevaarlijk voor het milieu worden ingedeeld) wordt (worden) echter alleen de waarschuwingszin(nen) vermeld.
  iii) Bij de indeling worden de gevaarscategorieën als volgt aangeduid :
  - ontplofbaar : E;
  - oxiderend : O;
  - zeer licht ontvlambaar : F +;
  - licht ontvlambaar : F;
  - ontvlambaar : R 10;
  - zeer vergiftig : T+;
  - vergiftig : T;
  - schadelijk : Xn;
  - bijtend : C;
  - irriterend : Xi;
  - sensibiliserend :
  R 42en/of R 43;
  - carcinogeen : Carc. Cat. (1);
  - mutageen : Muta. Cat. (1);
  - vergiftig voor de voortplanting : Repr. Cat. (1);
  - gevaarlijk voor het milieu : N en/of R 52, R 53, R 59.
  iv) Aanvullende waarschuwingszinnen die voor de beschrijving van andere eigenschappen (zie de punten 2.2.6 en 3.2.8 van de etiketteringshandleiding) zijn toegekend, worden vermeld, ofschoon ze formeel geen deel van de indeling uitmaken.
  Nota's :
  (1) Voor kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting vergiftige stoffen wordt de desbetreffende categorie (dwz 1, 2 of 3) vermeld. "
  b) De etikettering, bestaande uit :
  i) de letter die overeenkomstig deel II van deze bijlage aan de stof is toegekend. Dit geldt als aanduiding van het symbool (indien toegekend) en de gevaarsaanduiding.
  ii) de waarschuwingszinnen, vermeld als een reeks getallen voorafgegaan door de letter R, waarmee overeenkomstig deel II van deze bijlage de aard van de bijzondere gevaren wordt aangegeven. De getallen worden gescheiden door :
  - een liggend streepje (-) voor de vermelding van afzonderlijke zinnen voor bijzondere gevaren (R); of;
  - een schuine streep (/) voor de vermelding van bijzondere gevaren in een enkele zin, zoals vermeld in deel II van deze bijlage;
  iii) de veiligheidszinnen, vermeld als een reeks getallen voorafgegaan door de letter S, waarmee overeenkomstig deel II van deze bijlage de aanbevolen voorzorgsmaatregelen worden vermeld. Ook hier worden de getallen gescheiden door een liggend streepje of een schuine streep; de betekenis van aanbevolen voorzorgsmaatregelen wordt in deel II vermeld. De vermelde veiligheidszinnen gelden alleen voor stoffen; voor [2 mengsels]2 worden de zinnen volgens de gebruikelijke regels gekozen.
  Er dient te worden opgemerkt dat sommige S-zinnen voor bepaalde gevaarlijke stoffen en [2 mengsels]2 die aan het grote publiek worden verkocht, verplicht zijn :
  S 1, S 2 en S 45 zijn verplicht voor alle zeer vergiftige, vergiftige en bijtende stoffen en [2 mengsels]2 die aan het grote publiek worden verkocht;
  S 2 en S 46 zijn verplicht voor alle andere gevaarlijke stoffen en [2 mengsels]2 die aan het grote publiek worden verkocht, met uitzondering van degene die uitsluitend als " gevaarlijk voor het milieu " zijn ingedeeld.
  De S-zinnen S 1 en S 2 worden in deel I van deze bijlage tussen haakjes vermeld en kunnen uitsluitend van het etiket worden weggelaten wanneer de stof of het [1 mengsel]1 alleen voor industrieel gebruik wordt verkocht.
  c) De concentratiegrenzen en de daarbij behorende indeling die nodig zijn om gevaarlijke [2 mengsels]2 die de stof bevatten, overeenkomstig dit koninklijk besluit te kunnen indelen.
  Tenzij anders vermeld, worden de concentratiegrenzen uitgedrukt als gewichtspercentage van de stof, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het [1 mengsel]1. Wanneer geen concentratiegrenzen worden vermeld, moeten bij de toepassing van de gebruikelijke methode voor de bepaling van de gevaren voor de gezondheid de concentratiegrenzen in bijlage I, deel B en bij de toepassing van de gebruikelijke methode voor de bepaling van de gevaren voor het milieu de concentratiegrenzen van bijlage i, deel C worden gebruikt.
  Algemene opmerkingen.
  Groepen stoffen.
  In een aantal gevallen zijn stoffen als groep in bijlage III opgenomen. In die gevallen gelden de indelings- en etiketteringsvoorschriften voor alle, onder de beschrijving vallende stoffen die op de markt worden gebracht, voorzover ze in de Einecs of de Elincs zijn vermeld. Wanneer een stof die onder een groepsvermelding valt, als verontreiniging in een andere stof voorkomt, wordt bij de etikettering van deze stof rekening gehouden met de voor de groep vermelde indelings- en etiketteringsvoorschriften.
  In sommige gevallen zijn er indelings- en etiketteringsvoorschriften voor specifieke stoffen die onder de groepsvermelding zouden vallen.
  In dat geval wordt de stof apart in bijlage III vermeld en wordt aan de groepsvermelding de zin " tenzij elders in deze bijlage vermeld " toegevoegd.
  In sommige gevallen kunnen bepaalde stoffen onder meer dan één groepsvermelding vallen. Zo valt loodoxalaat (Einecs-nr. 212-413-5) onder de vermelding voor loodverbindingen (catalogusnummer 082-001-00-6) en voor zouten van oxaalzuur (607-007-00-3). In dat geval moet de etikettering van de stof voldoen aan de etiketteringsvoorschriften voor beide groepsvermeldingen. Wanneer er verschillende indelingen voor hetzelfde gevaar worden gegeven, wordt de indeling gebruikt die leidt tot de strengere indeling voor het etiket van die bepaalde stof (zie de toelichting bij nota A hieronder).
  Wanneer in bijlage III zouten zijn opgenomen (onder welke benaming dan ook), vallen zowel de watervrije als de gehydrateerde vormen hieronder, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld.
  Stoffen met een Elincs-nummer.
  Voor stoffen in bijlage III met een Elincs-nummer heeft overeenkomstig de bepalingen van het hogergenoemd koninklijk besluit van 13 november 1997 kennisgeving plaatsgevonden. Een producent of importeur die van deze stoffen nog geen kennisgeving heeft gedaan, wordt verwezen naar het bepaalde in het hogergenoemd koninklijk besluit van 13 november 1997 indien hij voornemens is deze stoffen op de markt te brengen.
  Toelichting bij de nota's voor de identificatie, indeling en etikettering van stoffen.
  Nota A :
  De naam van de stof moet op het etiket worden vermeld in de vorm van een van de benamingen die in bijlage III voorkomen). In bijlage III wordt soms een algemene benaming gebruikt, zoals "... verbindingen " of "... zouten ". In dat geval moet de fabrikant of ieder ander die een dergelijke stof op de markt brengt, op het etiket de juiste naam vermelden, rekening houdend met het hoofdstuk " Nomenclatuur " van het " Voorwoord " :
  Bijvoorbeeld voor BeCl2 (Einecs-nr. 232-116-4) : berylliumchloride.
  Het koninklijk besluit bepaalt ook dat de symbolen, gevaarsaanduidingen, R- en S-zinnen die voor iedere stof worden gebruikt, dezelfde zijn als in bijlage III. Voor stoffen die onder één bepaalde groep stoffen van bijlage III vallen, zijn de symbolen, gevaarsaanduidingen, R- en S-zinnen die voor iedere stof worden gebruikt, dezelfde als in de desbetreffende vermelding in bijlage III. Voor stoffen die onder meer dan één groep stoffen van bijlage III vallen, zijn de symbolen, gevaarsaanduidingen, R- en S-zinnen die voor iedere stof worden gebruikt, dezelfde als in beide desbetreffende vermeldingen in bijlage III. Wanneer er in beide vermeldingen voor hetzelfde gevaar twee verschillende indelingen worden gegeven, wordt de indeling gebruikt die leidt tot de strengere gevaarsindeling.
  Bijvoorbeeld :

  Indeling van         Repr. Cat.1. R 61   Repr. Cat.3; R 62 N;  Xn; R 20/22
   groepsvermelding 1  R 33                R 50-53
  Indeling van         Carc. Cat. 1; R 45  T; R 23/25            N; R 51-53
   groepsvermelding 2
  Indeling van de      Carc. Cat. 1; R 45  Repr. Cat.1. R 61     Repr. Cat.3;
   stof                 T; R 23/25         R 33                   R 62 N;
                                                                 R 50-53


  Nota B :
  Sommige stoffen (zoals zuren en basen) worden als een waterige oplossing met uiteenlopende concentraties op de markt gebracht en deze oplossingen moeten derhalve, overeenkomstig het aan iedere concentratie verbonden gevaar, van verschillende etiketten worden voorzien.
  Wanneer in bijlage III nota B wordt vermeld, wordt een algemene benaming gebruikt zoals : " salpeterzuur... % ".
  In dat geval moet de fabrikant of iedere andere persoon die een dergelijke stof als waterige oplossing op de markt brengt, op het etiket de concentratie van de oplossing in percenten vermelden.
  Bijvoorbeeld : salpeterzuur 45 %.
  Tenzij dit anders wordt vermeld, wordt aangenomen dat de concentratie als gewichtspercentage is berekend. Het gebruik van andere gegevens (zoals het soortelijk gewicht of baumégraden) of van beschrijvingen (zoals rokend of ijs-) als aanvulling is toegestaan.
  Nota C :
  Sommige organische stoffen kunnen in de vorm van een specifiek isomeer of als een mengsel van verschillende isomeren op de markt worden gebracht.
  In bijlage III wordt soms een algemene benaming gebruikt, zoals : " xylenol ".
  In dat geval moet de fabrikant of iedere andere persoon die een dergelijke stof op de markt brengt, op het etiket vermelden of het hier :
  a) een specifiek isomeer of;
  b) een mengsel van isomeren betreft.
  Bijvoorbeeld :
  a) 2,4-dimethylfenol,
  b) xylenol (mengsel van isomeren).
  Nota D :
  Sommige stoffen, die spontaan kunnen polymeriseren of ontleden, worden meestal in een gestabiliseerde vorm op de markt gebracht. In deel I van de bijlage III zijn die stoffen in gestabiliseerde vorm opgenomen.
  Dergelijke stoffen worden echter soms in een niet-gestabiliseerde vorm op de markt gebracht. In dat geval moet de fabrikant of iedere andere persoon die een dergelijke stof op de markt brengt, op het etiket de naam van de stof met daaraan toegevoegd de vermelding " niet-gestabiliseerd " aanbrengen.
  Bijvoorbeeld : methacrylzuur (niet-gestabiliseerd).
  Nota E :
  Stoffen met specifieke effecten op de gezondheid van de mens (zie hoofdstuk 4 van bijlage VI) die als kankerverwekkend, mutageen en/of vergiftig voor de voortplanting in categorie 1 of 2 worden ingedeeld, krijgen nota E indien zij ook als zeer vergiftig (T+), vergiftig (T) of schadelijk (Xn ) worden ingedeeld. Voor deze stoffen worden de waarschuwingszinnen R 20, R 21, R 22, R 23, R 24, R 25, R 26, R 27, R 28, R 39, R 68 (schadelijk), R 48 en R 65 en alle combinaties van deze risicozinnen voorafgegaan door het woord " ook ".
  Bijvoorbeeld :
  R 45-23 " Kan kanker veroorzaken. Ook vergiftig bij inademing ".
  R 46-27/28 " Kan erfelijke genetische schade veroorzaken. Ook zeer vergiftig bij aanraking met de huid en bij opname door de mond. "
  Nota F :
  Deze stof kan een stabilisator bevatten. Indien de gevaarlijke eigenschappen van de stof, zoals vermeld bij de etikettering in bijlage III, door de toevoeging van deze stabilisator veranderen, moeten voor het etiket de voorschriften voor de etikettering van gevaarlijke [2 mengsels]2 worden gevolgd.
  Nota G :
  Deze stof kan in een ontplofbare vorm op de markt worden gebracht. In dat geval moet de stof met behulp van de onderzoekmethoden daarvoor worden beoordeeld en worden voorzien van een etiket waarop het ontploffingsgevaar wordt vermeld.
  Nota H :
  De voor deze stof vermelde indeling en etikettering heeft alleen betrekking op de gevaarlijke eigenschap(pen) die wordt (worden) aangeduid met de vermelde waarschuwingszin(nen) in combinatie met de vermelde gevaarscategorie(ën). Voor alle andere aspecten die verband houden met de indeling en etikettering van deze stof, dienen de fabrikanten, de handelaars en de importeurs zich te houden aan de eisen van artikel 9 van dit koninklijk besluit. Voor het uiteindelijke etiket dienen de voorschriften van deel 7 van bijlage VI van deze richtlijn te worden gevolgd.
  Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde steenkool- en aardoliederivaten en bepaalde groepsvermeldingen in bijlage III.
  Nota J :
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 0,1 % (g/g) benzeen (Einecs-nr. 200-753-7) bevat. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe steenkool- en aardoliederivaten in bijlage III.
  (Nota K : De stof behoeft niet als kankerverwekkend of mutageen te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat zij minder dan 0,1 % (g/g) buta-1,3-dieen (Einecs nr.203-450-8) bevat. Als de stof niet als kankerverwekkend of mutageen wordt ingedeeld, gelden hiervoor minimaal de S-zinnen (2-)9-16. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage III.) <KB 2005-03-11/40, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 15-07-2005>
  Nota L :
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 3 % DMSO-extract bevat, gemeten volgens IP 346. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota M :
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 0,005 % (g/g) benzo(a)pyreen (Einecs-nr. 200-028-5) bevat. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe steenkoolderivaten in bijlage III.
  Nota N :
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als volledig bekend is hoe de raffinage daarvan is verlopen en kan worden aangetoond dat deze is geproduceerd uit een stof die niet kankerverwekkend is. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota P :
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat deze minder dan 0,1 % (g/g) benzeen (Einecs-nr. 200-753-7) bevat. Als de stof als kankerverwekkend wordt ingedeeld, geldt hiervoor tevens nota E. Als de stof niet als kankerverwekkend wordt ingedeeld, gelden hiervoor minimaal de S-zinnen (2-)23-24-62. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in bijlage III.
  Nota Q :
  De stof behoeft niet als kankerverwekkend te worden ingedeeld, indien kan worden aangetoond dat deze aan een van de volgende voorwaarden voldoet :
  - bij bepaling van de biologische persistentie in een kortdurende inhalatietest is gebleken dat de vezels met een lengte van meer dan 20 m een gewogen halfwaardetijd van minder dan tien dagen hebben;
  of,
  - bij bepaling van de biologische persistentie in een kortdurende intratracheale instillatietest is gebleken dat de vezels langer dan 20 m een gewogen halfwaardetijd van minder dan 40 dagen hebben; of,
  - uit een adequate intraperitoneale test is geen bovenmatige of carcinogeniteit gebleken; of,
  - bij afwezigheid van substantiële pathogeniteit of neoplastische veranderingen in een geschikte inhalatietest op lange termijn.
  Nota R :
  Indeling als kankerverwekkend is niet noodzakelijk voor vezels waarvan de naar de lengte gewogen meetkundig gemiddelde diameter, minus tweemaal de meetkundige standaardfout, groter is dan 6 m.
  Nota S :
  Voor deze stof is misschien geen etiket overeenkomstig artikel 9 vereist. Zie punt 8 van bijlage VI. Toelichting bij de nota's voor de etikettering van [2 mengsels]2. De betekenis van de nota's rechts naast de concentratiegrenzen is als volgt :
  Nota 1 :
  De concentraties of bij ontbreken daarvan, de algemene concentratiegrenzen in dit koninklijk besluit zijn vermeld als gewichtspercentage van het metallisch element, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het [1 mengsel]1.
  Nota 2 :
  De isocyanaatconcentratie is vermeld als gewichtspercentage van het vrije monomeer, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het [1 mengsel]1.
  Nota 3 :
  De concentratie is vermeld als gewichtspercentage van de in water opgeloste chromaationen, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het [1 mengsel]1.
  Nota 4 :
  [2 mengsels]2 die deze stoffen bevatten, moeten als schadelijk, voorzien van waarschuwingszin R 65, worden ingedeeld wanneer zij voldoen aan de in punt 3.2.3 van bijlage VI genoemde criteria.
  Nota 5 :
  De concentratiegrenzen voor gasvormige [2 mengsels]2 worden uitgedrukt in volumepercent.
  Nota 6 :
  [2 mengsels]2 die deze stoffen bevatten, moeten worden voorzien van waarschuwingszin R 67 wanneer zij voldoen aan de in punt 3.2.8 van bijlage VI genoemde criteria.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons Besluit van 17 juli 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 2N3.<KB 1998-07-14/64, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 17-12-1998> Deel 1. (Tabel niet opgenomen om technische redenen; Zie B.S. 17-12-1998, p. 7 tot 164). (Gewijzigd bij :
  )
  <KB 1999-01-15/38, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 24-02-1999; zie B.S. 24-02-1999, p. 5416-50.>
  <KB 2000-01-25/57, art. 2 en 3; Inwerkingtreding : 03-05-2000; zie B.S. 03-05-2000, p. 13975-13985>
  (KB 2000-09-28/42, art. 1; Inwerkingtreding : 25-11-2000; zie B.S. 25-11-2000, p. 39247-88)
  (KB 2001-07-11/38, art. 1, Inwerkingtreding : 15-09-2001; zie B.S. 05-09-2001, p. 30150-30168)
  (KB 2002-07-17/44, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 et 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art 7; zie B.S. 29-08-2002, p. 38252 tot 38295).
  (KB 2005-03-11/40, art. 2 en 3; Inwerkingtreding : 15-07-2005; zie B.S. 05-07-2005, p. 30680 tot 30872)
  <KB 2010-02-11/11, art. 25, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 3N3.<KB 2000-09-28/42, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 25-11-2000> Deel II. Gevaarssymbolen en -aanduidingen van gevaarlijke stoffen en [1 mengsels]1:
  (Symbolen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 17-12-1998, p. 165).
  Modifié par :
  <KB 2002-07-17/44, art. 4, Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 30-07-2004; zie KB 2002-07-17/44, art 7; B.S. 29-08-2002, p. 38231>
  Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en [1 mengsels]1.

  R 1           :  In droge toestand ontplofbaar
  R 2           :  Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere
                    ontstekingsoorzaken
  R 3           :  Ernstig ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur
                   of andere ontstekingsoorzaken
  R 4           :  Vormt met metalen zeer gemakkelijk ontplofbare
                    verbindingen
  R 5           :  Ontploffingsgevaar door verwarming
  R 6           :  Ontplofbaar met en zonder lucht
  R 7           :  Kan brand veroorzaken
  R 8           :  Bevordert de ontbranding van brandbare stoffen
  R 9           :  Ontploffingsgevaar bij menging met brandbare
                   stoffen
  R 10          :  Ontvlambaar
  R 11          :  Licht ontvlambaar
  R 12          :  Zeer licht ontvlambaar
  R 14          :  Reageert heftig met water
  R 15          :  Vormt zeer licht ontvlambaar gas in contact met water
  R 16          :  Ontploffingsgevaar bij menging met oxyderende stoffen
  R 17          :  Spontaan ontvlambaar in lucht
  R 18          :  Kan bij gebruik een ontvlambaar/ontplofbaar
                    dampluchtmengsel vormen
  R 19          :  Kan ontplofbare peroxiden vormen
  R 20          :  Schadelijk bij inademing
  R 21          :  Schadelijk bij aanraking met de huid
  R 22          :  Schadelijk bij opname door de mond
  R 23          :  Giftig bij inademing
  R 24          :  Giftig bij aanraking met de huid
  R 25          :  Giftig bij opname door de mond
  R 26          :  Zeer giftig bij inademing
  R 27          :  Zeer giftig bij aanraking met de huid
  R 28          :  Zeer giftig bij opname door de mond
  R 29          :  Vormt giftig gas in contact met water
  R 30          :  Kan bij gebruik licht ontvlambaar worden
  R 31          :  Vormt giftig gas in contact met zuren
  R 32          :  Vormt zeer giftige gassen in contact met zuren
  R 33          :  Gevaar voor cumulatieve effecten
  R 34          :  Veroorzaakt brandwonden
  R 35          :  Veroorzaakt ernstige brandwonden
  R 36          :  Irriterend voor de ogen
  R 37          :  Irriterend voor de ademhalingswegen
  R 38          :  Irriterend voor de huid
  R 39          :  Gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
  R 40          :  Onherstelbare effecten zijn niet uitgesloten
  R 41          :  Gevaar voor ernstig oogletsel
  R 42          :  Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing
  R 43          :  Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met
                    de huid
  R 44          :  Ontploffingsgevaar bij verwarming in afgesloten
  R 45          :  Kan kanker veroorzaken
  R 46          :  Kan erfelijke genetische schade veroorzaken
  R 47          :  Kan geboorteafwijkingen veroorzaken
  R 48          :  Gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid bij
                    langdurige blootstelling
  R 49          :  Kan kanker veroorzaken bij inademing
  R 50          :  Zeer giftig voor in het water levende organismen
  R 51          :  Giftig voor in het water levende organismen
  R 52          :  Schadelijk voor in het water levende organismen
  R 53          :  Kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke
  R 54          :  Giftig voor planten
  R 55          :  Giftig voor dieren
  R 56          :  Giftig voor bodemorganismen
  R 57          :  Giftig voor bijen
  R 58          :  Kan in het milieu op lange termijn schadelijke effecten
                    veroorzaken
  R 59          :  Gevaarlijk voor de ozonlaag
  R 60          :  Kan de vruchtbaarheid schaden
  R 61          :  Kan het ongeboren kind schaden
  R 62          :  Mogelijk gevaar voor verminderde vruchtbaarheid
  R 63          :  Mogelijk gevaar voor beschadiging van het ongeboren
  R 64          :  Kan schadelijk zijn via de borstvoeding
  R 65          :  Schadelijk : kan longschade veroorzaken na verslikken
  R 66          :  Herhaalde blootstelling kan een droge of een gebarsten
  R 67          :  Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken
  R 14/15       :  Reageert heftig met water en vormt daarbij zeer
                    ontvlambaar gas
  R 15/29       :  Vormt giftig en zeer ontvlambaar gas in contact met
                    water
  R 20/21       :  Schadelijk bij inademing en bij aanraking met de
                    huid
  R 20/22       :  Schadelijk bij inademing en opname door de mond
  R 20/21/22    :  Schadelijk bij inademing, opname door de mond en
                    aanraking met de huid
  R 21/22       :  Schadelijk bij aanraking met de huid en bij opname
                    door de mond
  R 23/24       :  Giftig bij inademing en bij aanraking met de huid
  R 23/25       :  Giftig bij inademing en opname door de mond
  R 23/24/25    :  Giftig bij inademing, opname door de mond en
                    aanraking met de huid
  R 24/25       :  Giftig bij aanraking met de huid en bij opname door
                    de mond
  R 26/27       :  Zeer giftig bij inademing en bij aanraking met de
                    huid
  R 26/28       :  Zeer giftig bij inademing en opname door de mond
  R 26/27/28    :  Zeer giftig bij inademing, opname door de mond en
                    aanraking met de huid
  R 27/28       :  Zeer giftig bij aanraking met de huid en bij opname
                    door de mond
  R 36/37       :  Irriterend voor de ogen en de ademhalingswegen
  R 36/38       :  Irriterend voor de ogen en de huid
  R 36/37/38    :  Irriterend voor de ogen, de ademhalingswegen en
                    de huid
  R 37/38       :  Irriterend voor ademhalingswegen en de huid
  R 39/23       :  Giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
                    bij inademing
  R 39/24       :  Giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
                    bij aanraking met de huid
  R 39/25       :  Giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
                    bij opname door de mond
  R 39/23/24    :  Giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
                    bij inademing en aanraking met de huid
  R 39/23/25    :  Giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
                    bij inademing en opname door de mond
  R 39/24/25    :  Giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
                    bij aanraking met de huid en opname door de mond
  R 39/23/24/25 :
    Giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare effecten
                    bij inademing, aanraking met de huid en opname door
                    de mond
  R 39/26       :  Zeer giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare
                    effecten bij inademing
  R 39/27       :  Zeer giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare
                    effecten bij aanraking met de huid
  R 39/28       :  Zeer giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare
                    effecten bij inademing en aanraking met de huid
  R 39/26/27    :  Zeer giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare
                    effecten bij inademing en aanraking met de huid
  R 39/26/28    :  Zeer giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare
                    effecten bij inademing en opname door de mond
  R 39//27/28   :  Zeer giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare
                    effecten bij aanraking met de huid en opname door
                    de mond
  R 39/26/27/28 :
    Zeer giftig : gevaar voor ernstige onherstelbare
                    effecten bij inademing, aanraking met de huid en
                    opname door de mond
  R 40/20       :  Schadelijk : bij inademing zijn onherstelbare effecten
                    niet uitgesloten
  R 40/21       :  Schadelijk : bij aanraking met de huid zijn
                    onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/22       :  Schadelijk : bij opname door de mond zijn onherstelbare
                    effecten niet uitgesloten
  R 40/20/21    :  Schadelijk : bij inademing en aanraking met de huid
                    zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/20/22    :  Schadelijk : bij inademing en opname door de mond
                    zijn onherstelbare effecten niet uitgesloten
  R 40/21/22    :  Schadelijk : bij aanraking met de huid en opname
                    door de mond zijn onherstelbare effecten niet
                    uitgesloten
  R 40/20/21/22 :
    Schadelijk : bij inademing, aanraking met de huid
                    en opname door de mond zijn onherstelbare effecten niet
                    uitgesloten
  R 42/43       :  Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing of
                    contact met de huid
  R 48/20       :  Schadelijk : gevaar voor ernstige schade aan de
                    gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing
  R 48/21       :  Schadelijk : gevaar voor ernstige schade aan de
                    gezondheid bij langdurige blootstelling bij aanraking
                    met de huid
  R 48/22       :  Schadelijk : gevaar voor ernstige schade aan de
                    gezondheid bij langdurige blootstelling bij opname
                    door de mond
  R 48/20/21    :  Schadelijk : gevaar voor ernstige schade aan de
                    gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing
                    en aanraking met de huid
  R 48/20/22    :  Schadelijk : gevaar voor ernstige schade aan de
                    gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing
                    en opname door de mond
  R 48/21/22    :  Schadelijk : gevaar voor ernstige schade aan
                    de gezondheid bij langdurige blootstelling bij
                    aanraking met de huid en opname door de mond
  R 48/20/21/22 :
    Schadelijk : gevaar voor ernstige schade aan de
                    gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing
  R 48/23       :  Giftig : gevaar voor ernstige schade aan de
                    gezondheid bij langdurige blootstelling bij inademing
  R 48/24       :  Giftig : gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid
                    bij langdurige blootstelling bij aanraking met de huid
  R 48/25       :  Giftig : gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid
                    bij langdurige blootstelling bij opname door de mond
  R 48/23/24    :  Giftig : gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid
                    bij langdurige blootstelling bij inademing en aanraking
                    met de huid
  R 48/23/25    :  Giftig : gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid
                    bij langdurige blootstelling bij inademing en opname
                    door de mond
  R 48/24/25    :  Giftig : gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid
                    bij langdurige blootstelling bij aanraking met de huid
                    en opname door de mond
  R 48/23/24/25 :
    Giftig : gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid
                    bij langdurige blootstelling bij inademing, aanraking
                    met de huid en opname door de mond
  R 50/53       :  Zeer giftig voor in het water levende organismen, kan
                    in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke
                    effecten veroorzaken
  R 51/53       :  Giftig voor in het water levende organismen, kan in
                    het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke
                    effecten veroorzaken
  R 52/53       :  Schadelijk voor in het water levende organismen, kan in
                    het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke
                    effecten veroorzaken


  Veiligheidsaanbevelingen met betrekking tot gevaarlijke stoffen en [1 mengsels]1 :

  S 1           :  Achter slot bewaren
  S 2           :  Buiten bereik van kinderen bewaren
  S 3           :  Op een koele plaats bewaren
  S 4           :  Verwijderd van woonruimten opbergen
  S 5           :  Onder... houden (geschikte vloeistof aan te geven
                    door fabrikant)
  S 6           :  Onder... houden (inert gas aan te geven door fabrikant)
  S 7           :  In goed gesloten verpakking bewaren
  S 8           :  Verpakking droog houden
  S 9           :  Op een goed geventileerde plaats bewaren
  S 12          :  De verpakking niet hermetisch sluiten
  S 13          :  Verwijderd houden van eet-en drinkwaren en van
                    dierenvoeder
  S 14          :  Verwijderd houden van... (stoffen, waarmee contact
                    vermeden dient te worden - aan te geven door de
                    fabrikant)
  S 15          :  Verwijderd houden van warmte
  S 16          :  Verwijderd houden van ontstekingsbronnen - Niet roken
  S 17          :  Verwijderd houden van brandbare stoffen
  S 18          :  Verpakking voorzichtig behandelen en openen
  S 20          :  Niet eten of drinken tijdens gebruik
  S 21          :  Niet roken tijdens gebruik
  S 22          :  Stof niet inademen
  S 23          :  Gas/damp/rook/spuitnevel niet inademen (toepasselijke
                    term(en) aan te geven door de fabrikant)
  S 24          :  Aanraking met de huid vermijden
  S 25          :  Aanraking met de ogen vermijden
  S 26          :  Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig
                    water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen
  S 27          :  Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken
  S 28          :  Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel...
                   (aan te geven door de fabrikanten)
  S 29          :  Afval niet in de gootsteen werpen
  S 30          :  Nooit water op deze stof gieten
  S 33          :  Maatregelen treffen tegen ontladingen van statische
                    elektriciteit
  S 34          :  Schok en wrijving vermijden
  S 35          :  Deze stof en de verpakking op veilige wijze afvoeren
  S 36          :  Draag geschikte beschermende kleding
  S 37          :  Draag geschikte handschoenen
  S 38          :  Bij ontoereikende ventilatie een geschikte
                    ademhalingsbescherming dragen
  S 39          :  Een bescherming voor de ogen/voor het gezicht dragen
  S 40          :  Voor de reiniging van de vloer en alle voorwerpen
                    verontreinigd met dit materiaal,... gebruiken (aan te
                    geven door de fabrikant)
  S 41          :  In geval van brand en/of explosie inademen van rook
                    vermijden
  S 42          :  Tijdens de ontsmetting/bespuiting een geschikte
                    adembescherming dragen (geschikte term(en) door de
                    fabrikant aan te geven)
  S 43          :  In geval van brand... gebruiken (blusmiddelen aan te
                    duiden door de fabrikant, indien water het risico
                    vergroot toevoegen " Nooit water gebruiken ")
  S 44          :  Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen
                    (indien mogelijk hem dit etiket tonen)
  S 45          :  In geval van ongeval of indien men zich onwel voelt
                    onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem
                    dit etiket tonen)
  S 46          :  In geval van inslikken onmiddellijk een arts raadplegen
                    en verpakking of etiket tonen
  S 47          :  Bewaren bij een temperatuur beneden... °C (aan te geven
                    door de fabrikant)
  S 48          :  Inhoud vochtig houden met... (middel aan te geven
                    door de fabrikant)
  S 49          :  Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren
  S 50          :  Niet vermengen met... (aan te geven door de fabrikant)
  S 51          :  Uitsluitend op goed geventileerde plaatsen gebruiken
  S 52          :  Niet voor gebruik op grote oppervlakken in woon- en
                    verblijfruimtes
  S 53          :  Blootstelling vermijden - voor gebruik speciale
                    aanwijzingen raadplegen
  S 56          :  Deze stof en de verpakking naar inzamelpunt voor
                    gevaarlijk of bijzonder afval brengen
  S 57          :  Neem passende maatregelen om verspreiding in het
                    milieu te voorkomen
  S 59          :  Raadpleeg fabrikant/leverancier voor informatie over
                    terugwinning/recycling
  S 60          :  Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval
                    afvoeren
  S 61          :  Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale
                    instructies/veiligheidskaart
  S 62          :  Bij inslikken het braken niet opwekken; onmiddellijk
                    een arts raadplegen en de verpakking of het etiket
                    tonen
  S 63          :  Bij een ongeval door inademing : slachtoffer in de
                    frisse lucht brengen en laten rusten
  S 64          :  Bij inslikken, mond met water spoelen (alleen als de
                    persoon bij bewustzijn is)
  S 1/2         :  Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren
  S 3/7         :  Gesloten verpakking op een koele plaats bewaren
  S 3/9         :  Op een koele en goed geventileerde plaats bewaren
  S 3/9/14      :  Bewaren op een koele, goed geventileerde plaats
                    verwijderd van ... (stoffen, waarmee contact vermeden
                    dient te worden, aan te geven door de fabrikant)
  S 3/9/14/49   :  Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren
                    op een koele, goed geventileerde plaats verwijderd
                    van... (stoffen, waarmee contact vermeden dient te
                    worden, aan te geven door de fabrikant)
  S 3/9/49      :  Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren op
                    een koele, goed geventileerde plaats
  S 3/14        :  Bewaren op een koele plaats verwijderd van...(stoffen,
                    waarmee contact vermeden dient te worden, aan te geven
                    door de fabrikant)
  S 7/8         :  Droog houden en in een goed gesloten verpakking bewaren
  S 7/9         :  Gesloten verpakking op een goed geventileerde plaats
                    bewaren
  S 7/47        :  Gesloten verpakking bewaren bij een temperatuur beneden...
                    C (aan te geven door de fabrikant)
  S 20/21       :  Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik
  S 24/25       :  Aanraking met de ogen en de huid vermijden
  S 27/28       :  Na contact met de huid, alle besmette kleding
                    onmiddellijk uittrekken en de huid onmiddellijk wassen
                    met veel....(aan te geven door de fabrikant)
  S 29/35       :  Afval niet in de gootsteen werpen; stof en verpakking op
                    veilige wijze afvoeren
  S 29/56       :  Afval niet in de gootsteen werpen; deze stof en de
                    verpakking naar inzamelpunt voor gevaarlijk of
                    bijzonder afval brengen
  S 36/37       :  Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding
  S 36/37/39    :  Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en
                    een beschermingsmiddel voor de ogen/voor het gezicht
  S 36/39       :  Draag geschikte beschermende kleding en een
                    beschermingsmiddel voor de ogen/voor het gezicht
  S 37/39       :  Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel
                    voor de ogen/voor het gezicht
  S 47/49       :  Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren bij
                    een temperatuur beneden... °C (aan te geven door de
                    fabrikant)


  Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 23 juni 1995.
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. DE GALAN
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. N4.Bijlage 4. DEEL I. - Gegevens die door de voor het op de markt brengen van een [1 mengsel]1 verantwoordelijke persoon (fabrikant, importeur of tussenhandelaar) dienen te worden verstrekt indien deze zich beroept op de in artikel 9 van dit besluit genoemde bepalingen met betrekking tot het recht op geheimhouding. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 17/05/1993, p. 11372 tot 11373>
  Gewijzigd door :
  <KB 2002-07-17/44, art. 5; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art 7; zie M.B. 29-08-2002, p. 38296>
  <KB 2004-06-23/34, art. 1, Inwerkingtreding : 01-05-2004 ; B.S. 12.07.2004, p. 54796>
  <KB 2010-02-11/11, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  <KB 2014-03-19/03, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 13-04-2014>
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. 1N4. DEEL II. Richtsnoeren voor het vaststellen van alternatieve benamingen (generische benamingen) in het kader van artikel 9 van dit besluit. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 17/05/1993, p. 11374 tot 11382>
  Gewijzigd door :
  <KB 2002-07-17/44, art. 5; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art 7; zie M.B. 29-08-2002, p. 38297-38304>
  <KB 2004-06-23/34, art. 1, Inwerkingtreding : 01-05-2004 ; B.S. 12.07.2004, p. 54796>

  Art. N5.Bijlage V. Richtsnoeren voor de samenstelling van veiligheidsinformatiebladen. <KB 2002-07-17/44, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  Doel van deze bijlage is te zorgen voor consistentie en nauwkeurigheid in de inhoud van elk van de in artikel 12 genoemde verplichte rubrieken, zodat professionele gebruikers aan de hand van de veiligheidsinformatiebladen de nodige maatregelen kunnen nemen voor de bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk en de bescherming van het milieu.
  De door veiligheidsinformatiebladen verstrekte informatie moet voldoen aan de voorschriften van het koninklijk besluit van 11 maart 2002 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk. Het veiligheidsinformatieblad moet met name de werkgever in staat stellen na te gaan of er gevaarlijke chemische agentia op de werkplek aanwezig zijn en de eventuele risico's in verband met het gebruik ervan voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beoordelen.
  De informatie moet duidelijk en beknopt zijn. Het veiligheidsinformatieblad moet worden opgesteld door een bevoegde persoon, die rekening dient te houden met de specifieke behoeften van het gebruikerspubliek, voor zover dat bekend is. Personen die stoffen en [2 mengsels]2 op de markt brengen, moeten ervoor zorgen dat bevoegde personen de juiste opleiding, en ook bijscholing, krijgen.
  Voor [2 mengsels]2 die niet als gevaarlijk zijn ingedeeld, maar waarvoor krachtens artikel 12, lid 2.1, onder b), dit besluit een veiligheidsinformatieblad is vereist, moet bij elke rubriek proportionele informatie worden verstrekt.
  In een aantal gevallen kan wegens de brede scala van eigenschappen van de stoffen en [2 mengsels]2 aanvullende informatie noodzakelijk zijn.
  Indien in andere gevallen de informatie met betrekking tot bepaalde eigenschappen niet ter zake blijkt te doen of om technische redenen niet kan worden verstrekt, moet dit onder elke rubriek duidelijk worden gemotiveerd. Voor elke gevaarlijke eigenschap moet informatie worden verstrekt.
  Indien wordt verklaard dat een bepaald gevaar niet van toepassing is, moet duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin de indeler over geen informatie beschikt en gevallen waarin negatieve testresultaten beschikbaar zijn.
  Vermeld de publicatiedatum van het veiligheidsinformatieblad op de eerste bladzijde.
  Wanneer een veiligheidsinformatieblad is herzien, moet de ontvanger op de wijzigingen worden geattendeerd.
  NB :
  Veiligheidsinformatiebladen zijn eveneens vereist voor bepaalde speciale stoffen en [2 mengsels]2 (bv. metalen in massieve vorm, legeringen, persgassen, enz.) die in de hoofdstukken8 en 9 van bijlage VI van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 zijn vermeld en waarvoor uitzonderingen in verband met het kenmerken gelden.
  1. Identificatie van de stof of het [1 mengsel]1 en de vennootschap/onderneming.
  1.1. Identificatie van de stof of het [1 mengsel]1.
  De voor de identificatie gebruikte naam moet gelijk zijn aan de naam op het etiket en in overeenstemming zijn met bijlage VI van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982.
  Indien er andere identificatiemiddelen bestaan, kunnen deze worden aangegeven.
  1.2. Gebruik van de stof of het [1 mengsel]1.
  Vermeld de beoogde of aanbevolen toepassingen van de stof of het [1 mengsel]1 voor zover deze bekend zijn. Indien er veel verschillende toepassingen mogelijk zijn, dienen alleen de belangrijkste of meest gangbare toepassingen te worden vermeld. Daarbij dient kort te worden beschreven wat de stof of het [1 mengsel]1 feitelijk doet, bv brandvertragend middel, antioxidant, enz.
  1.3. Identificatie van de vennootschap/onderneming.
  Identificeer de persoon die verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van de stof of het [1 mengsel]1 in de Gemeenschap, namelijk de fabrikant, de importeur of de distributeur. Vermeld het volledige adres en telefoonnummer van deze persoon.
  Indien deze verantwoordelijke niet in België is gevestigd, moet deze bovendien, indien mogelijk, een volledig adres en telefoonnummer geven voor de persoon die in België verantwoordelijk is.
  1.4. Telefoonnummer voor noodgevallen.
  Naast bovenvermelde informatie moet ook het telefoonnummer voor noodgevallen van het bedrijf en/of de bevoegde officiële adviesinstantie worden opgegeven, zoals vastgesteld in artikel 13 van dit besluit.
  2. Samenstelling en informatie over de bestanddelen.
  Aan de hand van de verstrekte informatie moet de ontvanger gemakkelijk de gevaren van de bestanddelen van het [1 mengsel]1 kunnen identificeren. De gevaren van het [1 mengsel]1 zelf moeten onder punt 3 worden vermeld.
  2.1. De volledige samenstelling (aard en concentratie van de bestanddelen) hoeft niet te worden vermeld, hoewel een algemene beschrijving van de bestanddelen en de concentraties daarvan nuttig kan zijn.
  2.2. Voor een [1 mengsel]1 dat volgens dit besluit als gevaarlijk is ingedeeld, moeten de volgende stoffen met hun concentratie of concentratiebereik worden vermeld :
  (i) voor de gezondheid of voor het milieu gevaarlijke stoffen in de zin van het koninklijk besluit van 24 mei 1982, wanneer hun concentratie gelijk is aan of groter dan de grenswaarden in de tabel van artikel 3, lid 3, van dit besluit (tenzij lagere grenswaarden zijn vastgesteld in bijlage III van dit besluit of in bijlage I of II van dit besluit);
  (ii) stoffen waarvoor in de Gemeenschap grenzen voor de blootstelling op het werk zijn vastgesteld, die nog niet in punt (i) zijn opgenomen.
  2.3. Voor een [1 mengsel]1 dat volgens dit besluit niet als gevaarlijk is ingedeeld, moeten de volgende stoffen met hun concentratie of concentratiebereik worden vermeld, wanneer zij in een afzonderlijke concentratie van > of = 1 gewichtspercent voor niet-gasvormige [2 mengsels]2 en > of = 0,2 volumepercent voor gasvormige [2 mengsels]2 aanwezig zijn :
  - voor de gezondheid of voor het milieu gevaarlijke stoffen in de zin van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 (1);
  - stoffen waarvoor in de Gemeenschap grenzen voor de blootstelling op het werk zijn vastgesteld.
  2.4. Voor de bovenbedoelde stoffen moet de indeling (overeenkomstig de artikelen 4 en 5 § 2 of bijlage III van dit besluit) worden opgegeven met de symboolletters en R-zinnen die daaraan zijn toegewezen op basis van hun fysisch-chemische, gezondheids- en milieugevaren. De R-zinnen hoeven hier niet voluit te worden geschreven : het volstaat te verwijzen naar punt 16, waar de volledige tekst van elke relevante R-zin moet worden vermeld.
  2.5. De naam en het Einecs- of Elincs-nummer van de bovengenoemde stoffen moeten worden vermeld overeenkomstig hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982. Het CAS-nummer en de IUPAC-naam (voor zover beschikbaar) kunnen eveneens nuttig zijn. Voor stoffen die onder een generieke naam zijn vermeld, overeenkomstig artikel 15 van dit besluit of de voetnoot bij punt 2.3 van deze bijlage, is geen precieze chemische benaming vereist.
  2.6. Indien overeenkomstig artikel 15 van dit besluit of de voetnoot bij punt 2.3 van deze bijlage de identiteit van bepaalde stoffen vertrouwelijk moet blijven, moet de chemische aard daarvan worden omschreven, teneinde een veilige hantering te waarborgen. De gebruikte naam moet dezelfde zijn als die welke overeenkomstig bovenbedoelde bepalingen wordt gebruikt.
  3. Identificatie van de gevaren.
  Geef hier de indeling van de stof of het [1 mengsel]1 die voortvloeit uit de toepassing van de indelingsregels in hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 of in dit besluit. Vermeld duidelijk en beknopt de aan de stof of het [1 mengsel]1 verbonden gevaren voor de mens en het milieu.
  Maak een duidelijk onderscheid tussen [2 mengsels]2 die als gevaarlijk zijn ingedeeld en [2 mengsels]2 die niet zijn ingedeeld als gevaarlijk overeenkomstig dit besluit.
  Beschrijf de belangrijkste nadelige fysisch-chemische, gezondheids- en milieueffecten en symptomen die veroorzaakt kunnen worden door gebruik en redelijkerwijs te verwachten verkeerd gebruik van de stof of het [1 mengsel]1.
  Het kan noodzakelijk zijn andere gevaren, zoals stofvorming, verstikking, bevriezing, of milieueffecten, zoals gevaren voor in de bodem levende organismen, enz., te vermelden die niet tot een indeling leiden, maar die het algemene gevaar van het materiaal kunnen vergroten.
  De op het etiket vermelde informatie moet onder punt 15 worden gegeven.
  4. Eerste hulpmaatregelen.
  Beschrijf de eerste hulpmaatregelen.
  Geef eerst en vooral aan of onmiddellijke medische verzorging is vereist.
  De informatie over eerste hulp moet kort en gemakkelijk te begrijpen zijn voor het slachtoffer, omstanders en EHBO'ers. De symptomen en effecten moeten kort worden opgesomd. De instructies moeten aangeven wat ter plaatse moet worden gedaan bij een ongeval en of na een blootstelling effecten kunnen worden verwacht die pas op langere termijn zichtbaar worden.
  Splits de informatie op grond van de verschillende manieren van blootstelling, dat wil zeggen inademen, contact met de huid en ogen en inslikken, in verschillende rubrieken.
  Vermeld of professionele bijstand door een arts nodig of wenselijk is.
  Voor sommige stoffen of [2 mengsels]2 kan het van belang zijn nadrukkelijk te vermelden dat speciale voorzieningen voor specifieke en onmiddellijke verzorging op de werkplek beschikbaar moeten zijn.
  5. Brandbestrijdingsmaatregelen.
  Beschrijf de voorschriften voor de bestrijding van een brand, veroorzaakt door of in de nabijheid van de stof of het [1 mengsel]1, met vermelding van :
  - de geschikte blusmiddelen;
  - de blusmiddelen die om veiligheidsredenen niet gebruikt mogen worden;
  - speciale blootstellingsgevaren die veroorzaakt worden door de stof of het [1 mengsel]1 zelf, verbrandingsproducten of vrijkomende gassen;
  - speciale beschermende uitrusting voor brandweerlieden.
  6. Maatregelen bij accidenteel vrijkomen van de stof of het [1 mengsel]1.
  Afhankelijk van de stof of het [1 mengsel]1 kunnen gegevens nodig zijn over :
  - persoonlijke voorzorgsmaatregelen;
  - zoals verwijdering van ontstekingsbronnen, maatregelen voor doeltreffende ventilatie/bescherming van de ademhalingswegen, tegengaan van stofvorming, preventie van contact met huid en ogen;
  - milieuvoorzorgsmaatregelen;
  - zoals vermijden dat het product terechtkomt in afvoerkanalen, oppervlaktewater, grondwater en bodem; eventuele noodzaak om de buurt te waarschuwen;
  - reinigingsmethoden;
  - zoals gebruik van absorberend materiaal (bij voorbeeld zand, kiezelgoer, zuurbindmiddel, universeel bindmiddel, zaagsel), gedeeltelijk wegvangen van gassen/dampen met water, verdunning.
  Gebruik eventueel aanwijzingen zoals " nooit gebruiken bij... ", " neutraliseren met ... ".
  NB :
  Verwijs indien nodig naar de rubrieken 8 en 13.
  7. Hantering en opslag.
  NB :
  De informatie in dit deel moet betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu. De werkgever moet aan de hand daarvan geschikte werkmethoden en organisatiemaatregelen overeenkomstig afdeling III van het hogergenoemd koninklijk besluit van 11 maart 2002 kunnen opstellen.
  7.1. Hantering.
  Vermeld voorzorgsmaatregelen voor het veilig hanteren van de stof of het [1 mengsel]1, inclusief advies over technische maatregelen zoals opsluiting, plaatselijke en algehele ventilatie, maatregelen ter voorkoming van aërosol- en stofvorming en brand, voor de bescherming van het milieu vereiste maatregelen (bv gebruik van filters of wassers bij afvoerventilatie, gebruik in een ingedamd gebied, maatregelen voor het opruimen en verwijderen van lozingen, enz.) alsook eventuele specifieke eisen of voorschriften voor de betrokken stof of het betrokken [1 mengsel]1 (bijvoorbeeld aanbevolen of verboden apparatuur en gereedschap, procedures voor het gebruik), indien mogelijk met een korte beschrijving.
  7.2. Opslag.
  Beschrijf de voorwaarden voor een veilige opslag, zoals specifieke ontwerpen voor opslagruimten of -vaten (inclusief tussenschotten en ventilatie), scheiding van chemisch op elkaar inwerkende materialen, opslagomstandigheden (temperatuur en vochtgehalte met minima en maxima, blootstelling aan licht, opslag onder inert gas, enz.), speciale elektrische voorzieningen en voorkoming van accumulatie van statische lading.
  Vermeld, indien relevant, de maximale hoeveelheid die in bepaalde omstandigheden mag worden opgeslagen, en vooral eventuele speciale eisen, zoals het type materiaal dat moet worden gebruikt voor de verpakking/houders van de stof of het [1 mengsel]1.
  7.3. Specifieke toepassing(en).
  Voor eindproducten die voor (een) specifieke toepassing(en) zijn ontworpen, moeten gedetailleerde en praktische raadgevingen worden geformuleerd voor de beoogde toepassing(en). In voorkomend geval moet worden verwezen naar voor de industrie of de sector specifieke goedgekeurde richtsnoeren.
  8. Maatregelen ter beheersing van blootstelling/persoonlijke bescherming.
  8.1. Grenswaarden voor blootstelling.
  Vermeld de momenteel geldende specifieke controleparameters waaronder grenswaarden voor de beroepsmatige blootstelling en/of biologische grenswaarden. De waarden moeten worden opgegeven voor de lidstaat waar de stof of het [1 mengsel]1 op de markt wordt gebracht.
  Verstrek informatie over de momenteel aanbevolen meetmethoden.
  Voor [2 mengsels]2 is het nuttig waarden te verstrekken voor die samenstellende stoffen die volgens punt 2 op het veiligheidsinformatieblad moeten worden vermeld.
  8.2. Maatregelen ter beheersing van blootstelling.
  In dit document wordt onder maatregelen ter beheersing van blootstelling verstaan de hele scala van specifieke beschermings- en preventiemaatregelen die tijdens het gebruik moeten worden genomen om blootstelling van het personeel en het milieu tot een minimum te beperken.
  8.2.1. Beheersing van beroepsmatige blootstelling.
  De werkgever houdt met deze informatie rekening bij de beoordeling van de risico's van de stof of het [1 mengsel]1 voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers overeenkomstig afdeling II van het hogergenoemd koninklijk besluit van 11 maart 2002, dat vereist dat passende werkprocessen worden ontworpen en technische maatregelen worden genomen, passende uitrusting en materialen worden gebruikt, collectieve beschermingsmaatregelen bij de bron van het risico worden getroffen en ten slotte individuele beschermingsmaatregelen, zoals persoonlijke beschermingsmiddelen, worden toegepast. Verstrek derhalve geschikte en afdoende informatie over deze maatregelen teneinde een correcte risicobeoordeling zoals bedoeld in afdeling II van het hogergenoemd koninklijk besluit van 11 maart 2002 mogelijk te maken. Deze informatie moet een aanvulling vormen op de reeds bij punt 7.1 verstrekte gegevens.
  Specificeer, indien persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn, in detail welke uitrusting doeltreffende en geschikte bescherming biedt. Houd rekening met het koninklijk besluit van 31 december 1992 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en verwijs naar de aangepaste CEN-normen :
  8.2.1.1. Bescherming van de ademhalingsorganen :
  Geef voor gevaarlijke gassen, dampen of stof het te gebruiken type beschermende uitrusting aan, zoals onafhankelijke ademhalingsapparatuur, doeltreffende maskers en filters.
  8.2.1.2. Bescherming van de handen :
  Specificeer duidelijk het soort handschoenen dat bij het werken met de stof of het [1 mengsel]1 moet worden gedragen, met inbegrip van :
  - het soort materiaal;
  - de doorbraaktijd van het handschoenmateriaal met betrekking tot de hoeveelheid en de duur van blootstelling van de huid.
  Vermeld zo nodig extra maatregelen voor bescherming van de handen.
  8.2.1.3. Bescherming van de ogen :
  Specificeer het vereiste type oogbescherming, zoals veiligheidsbrillen, veiligheidsstofbrillen, gezichtsschermen.
  8.2.1.4. Bescherming van de huid :
  Specificeer zo nodig voor andere lichaamsdelen dan de handen het soort en de kwaliteit van de vereiste beschermende uitrusting, zoals schort, laarzen en veiligheidskleding. Vermeld zo nodig extra maatregelen voor bescherming van de huid en specifieke hygiënische maatregelen.
  8.2.2. Beheersing van milieublootstelling.
  Verstrek de informatie die de werkgever nodig heeft om zijn verplichtingen in verband met de communautaire wetgeving inzake milieubescherming na te komen.
  9. Fysische en chemische eigenschappen.
  Verstrek, teneinde de juiste controlemaatregelen te kunnen nemen, alle relevante informatie over de stof of het [1 mengsel]1, met name de in punt 9.2 vermelde informatie.
  9.1. Algemene informatie.
  Voorkomen.
  Vermeld de fysische toestand (vast, vloeibaar, gas) en de kleur van de geleverde stof of het geleverde [1 mengsel]1.
  Geur.
  Indien een geur merkbaar is, geef dan een korte beschrijving ervan.
  9.2. Belangrijke informatie met betrekking tot de gezondheid, de veiligheid en het milieu pH.
  Vermeld de pH van de stof of het [1 mengsel]1 zoals geleverd of in een waterige oplossing; geef in het laatste geval de concentratie aan.
  Kookpunt/kooktraject.
  Vlampunt.
  Ontvlambaarheid (vast, gas).
  Ontploffingseigenschappen.
  Oxiderende-eigenschappen.
  Dampspanning.
  Relatieve dichtheid.
  Oplosbaarheid :
  - in water :
  - in vet (specificeer oplosmiddel) :
  Verdelingscoëfficiënt : n-octanol/water.
  Viscositeit.
  Dampdichtheid.
  Verdampingssnelheid.
  9.3. Andere gegevens.
  Vermeld andere belangrijke veiligheidsparameters, zoals mengbaarheid, geleidingsvermogen, smeltpunt/smelttraject, gasgroep (nuttig voor het koninklijk besluit van 22 juni 1999 tot vaststelling van de veiligheidswaarborgen welke apparaten en beveiligingssystemen, bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, moeten bieden), zelfontbrandingstemperatuur enz.
  Noot 1 :
  De bovengenoemde eigenschappen worden bepaald overeenkomstig de specificaties van bijlage V, deel A, van hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 of volgens een andere vergelijkbare methode.
  Noot 2 :
  Voor [2 mengsels]2 moet normaliter informatie worden gegeven over de eigenschappen van het [1 mengsel]1 zelf. Indien echter wordt verklaard dat een bepaald gevaar niet van toepassing is, dient duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen gevallen waarin de indeler over geen informatie beschikt en gevallen waarin negatieve testresultaten beschikbaar zijn. Indien het nodig wordt geacht informatie over de eigenschappen van afzonderlijke bestanddelen te verstrekken, geef dan duidelijk aan waar de gegevens betrekking op hebben.
  10. Stabiliteit en reactiviteit.
  Vermeld de stabiliteit van de stof of het [1 mengsel]1 en de mogelijkheid van gevaarlijke reacties die zich onder bepaalde gebruiksomstandigheden en ook bij het vrijkomen in het milieu voordoen.
  10.1. Te vermijden omstandigheden.
  Noem de omstandigheden die een gevaarlijke reactie kunnen veroorzaken, zoals temperatuur, druk, blootstelling aan licht en schokken, enz., indien mogelijk met een korte beschrijving.
  10.2. Te vermijden stoffen.
  Noem de stoffen die een gevaarlijke reactie kunnen veroorzaken, zoals water, lucht, zuren, basen, oxiderende stoffen of enige andere specifieke stof, indien mogelijk met een korte beschrijving.
  10.3. Gevaarlijke ontledingsproducten.
  Noem de gevaarlijke stoffen die bij ontleding in gevaarlijke hoeveelheden worden geproduceerd.
  NB :
  Wijs in voorkomend geval specifiek op :
  - de noodzaak en de aanwezigheid van stabilisatoren;
  - de mogelijkheid van een gevaarlijke exotherme reactie;
  - de mogelijke betekenis voor de veiligheid van een verandering in fysisch voorkomen van de stof of het [1 mengsel]1;
  - de mogelijke vorming van gevaarlijke ontledingsproducten bij contact met water;
  - de mogelijke afbraak tot onstabiele producten.
  11. Toxicologische informatie.
  In deze rubriek moet een beknopte maar volledige en begrijpelijke beschrijving worden opgenomen van de verschillende toxische effecten die zich kunnen voordoen indien de gebruiker in contact komt met de stof of het [1 mengsel]1.
  Vermeld hierbij gevaarlijke effecten voor de gezondheid van blootstelling aan de stof of het [1 mengsel]1, gebaseerd op ervaring en conclusies uit wetenschappelijke proefnemingen. Geef informatie over de verschillende manieren van blootstelling (inslikken, inhalatie, contact met huid en ogen) en beschrijf de symptomen die corresponderen met de fysische, chemische en toxicologische karakteristieken.
  Vermeld effecten op korte en lange termijn en chronische effecten van kortstondige en langdurige blootstelling, bij voorbeeld sensibilisatie, versuffing, carcinogene werking, mutagene werking, toxische effecten op de reproductie (ontwikkelingstoxiciteit en fertiliteit).
  Rekening houdend met de reeds in punt 2 " Samenstelling en informatie over de bestanddelen " opgenomen gegevens, kan het nodig zijn melding te maken van eventuele specifieke effecten van bepaalde bestanddelen van [2 mengsels]2 op de gezondheid.
  12. Milieu-informatie.
  Beschrijf de mogelijke effecten, het gedrag en de milieubestemming van de stof of het [1 mengsel]1 in de lucht, het water en/of de bodem.
  Verstrek, voor zover beschikbaar, relevante testgegevens (bv LC50 vis < of = 1 mg/l).
  Beschrijf de belangrijkste eigenschappen die een effect op het milieu kunnen hebben op grond van de aard van de stof of het [1 mengsel]1 en de te verwachten toepassingen. Soortgelijke informatie dient te worden verstrekt over gevaarlijke producten die ontstaan bij de afbraak van de stof of het [1 mengsel]1. Deze informatie kan het volgende omvatten :
  12.1. Ecotoxiciteit.
  Daaronder vallen relevante beschikbare gegevens over watertoxiciteit, zowel acuut als chronisch voor vis, dafnia, algen en andere waterplanten. Voorts moeten toxiciteitsgegevens over micro- en macro-organismen in de bodem en andere voor het milieu relevante organismen, zoals vogels, bijen en planten, worden opgenomen, voor zover deze beschikbaar zijn. Indien de stof of het [1 mengsel]1 inhiberende effecten op de activiteit van micro-organismen heeft, moet het mogelijke effect op waterzuiveringsinstallaties worden vermeld.
  12.2. Mobiliteit.
  Het vermogen van de stof of de betreffende bestanddelen van een [1 mengsel]1 (2) om, indien zij in het milieu terechtkomen, naar het grondwater of ver van de plaats van lozing te worden getransporteerd.
  Relevante gegevens kunnen zijn :
  - bekende of voorspelde distributie over milieucompartimenten;
  - oppervlaktespanning;
  - absorptie/desorptie.
  Zie punt 9 voor andere fysisch-chemische eigenschappen.
  12.3. Persistentie en afbraak.
  Het vermogen van de stof of de betreffende bestanddelen van een [1 mengsel]1 (2) om in relevante milieumedia te worden afgebroken, hetzij langs biologische weg of via andere processen zoals oxidatie of hydrolyse. Halveringstijden van de afbraak moeten worden vermeld als zij beschikbaar zijn. De mogelijkheid dat de stof of de bestanddelen van een [1 mengsel]1 (2) in waterzuiveringsinstallaties worden afgebroken, moet eveneens worden vermeld.
  12.4. Mogelijke bioaccumulatie.
  Het vermogen van de stof of de betreffende bestanddelen van een [1 mengsel]1 (2) om zich in biota te accumuleren en in de voedselketen te worden opgenomen, met vermelding van de Kow en BCF, voor zover beschikbaar.
  12.5. Andere schadelijke effecten.
  Vermeld, indien beschikbaar, informatie over andere schadelijke milieueffecten, bv ozonafbrekend vermogen, fotochemisch ozonvormend vermogen en/of broeikaseffect.
  Opmerkingen.
  Ook in andere rubrieken van het veiligheidsinformatieblad moet milieu-informatie worden verstrekt; hierbij gaat het met name om de adviezen om vrijkomen te beperken, de maatregelen bij accidenteel vrijkomen en de verwijderingsinstructies in de rubrieken 6, 7, 13, 14 en 15.
  13. Instructies voor verwijdering.
  Indien verwijdering van de stof of het [1 mengsel]1 (restanten of bij het te verwachten gebruik ontstaan afval) gevaar oplevert, moeten een beschrijving van deze residuen en informatie over een veilige hantering daarvan worden gegeven.
  Vermeld passende methoden voor verwijdering van zowel de stof of het [1 mengsel]1 als de besmette verpakking (verbranding, recycling, storten, enz.).
  NB :
  Verwijs naar eventuele communautaire bepalingen inzake afval. Indien deze ontbreken, is het nuttig de gebruiker eraan te herinneren dat ter zake mogelijk nationale of regionale bepalingen gelden.
  14. Informatie met betrekking tot het vervoer.
  Vermeld eventuele speciale voorzorgsmaatregelen waarvan een gebruiker op de hoogte moet zijn of waaraan hij moet voldoen met betrekking tot het vervoer binnen of buiten zijn bedrijf.
  Verstrek in voorkomend geval informatie over de transportclassificatie voor elke regelgeving met betrekking tot de vervoerstakken : IMDG (zee), ADR (weg), RID (spoor), ICAO/IATA (lucht). Daaronder vallen bijvoorbeeld :
  - VN-nummer;
  - klasse;
  - juiste ladingnaam;
  - verpakkingsgroep;
  - mariene verontreiniging;
  - andere relevante informatie.
  15. Wettelijk verplichte informatie.
  Vermeld de informatie met betrekking tot de gezondheid, de veiligheid en het milieu die op het etiket wordt gegeven overeenkomstig hogergenoemd koninklijk besluit van 24 mei 1982 et dit besluit.
  Wanneer de stof of het [1 mengsel]1 van dit veiligheidsinformatieblad is onderworpen aan bijzondere communautaire bepalingen inzake bescherming van mens en milieu (restricties voor het op de markt brengen en het gebruik) moeten deze, voor zover mogelijk, worden vermeld.
  Vermeld eveneens, voor zover mogelijk, nationale wetten ter uitvoering van deze bepalingen en eventuele andere nationale maatregelen die ter zake relevant kunnen zijn.
  16. Overige informatie.
  Vermeld alle andere informatie die de leverancier van belang acht voor de veiligheid en gezondheid van de gebruiker en voor de bescherming van het milieu, bijvoorbeeld :
  - lijst van relevante R-zinnen. Geef de volledige tekst van alle R-zinnen die in de rubrieken 2 en 3 van het veiligheidsinformatieblad zijn vermeld;
  - opleidingsadviezen;
  - aangeraden beperkingen voor het gebruik (dwz niet wettelijk verplichte aanbevelingen van de leverancier);
  - verdere informatie (schriftelijke referenties en/of een technisch contactpunt);
  - bronnen van de basisinformatie aan de hand waarvan het veiligheidsinformatieblad is samengesteld;
  - geef in een herzien veiligheidsinformatieblad duidelijk de informatie aan die is toegevoegd, geschrapt of herzien (tenzij dit elders is aangegeven).
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons Besluit van 17 juli 2002.
  Nota's :
  (1) Indien de persoon die voor het op de markt brengen van een [1 mengsel]1 verantwoordelijk is, kan aantonen dat bekendmaking op het veiligheidsinformatieblad van de chemische identiteit van een stof die uitsluitend is ingedeeld als :
  - irriterend met uitzondering van stoffen waaraan de zin 41 is toegekend, of als irriterend in combinatie met één of meer van de in artikel 9, lid 2.3.4 van dit besluit;
  - dan wel schadelijk, of als schadelijk in combinatie met één of meer van de in artikel 9, lid 2.3.4 van dit besluit genoemde eigenschappen en op zichzelf acute letale effecten heeft, de vertrouwelijkheid van zijn intellectuele eigendom in gevaar brengt, kan hij overeenkomstig de bepalingen van bijlage VI, deel B van dit besluit, die stof aanduiden met hetzij een naam die de belangrijkste functionele chemische groepen aangeeft, hetzij een andere naam.
  (2) Deze informatie kan niet voor het [1 mengsel]1 worden gegeven, omdat deze specifiek voor de stof is. De informatie moet dan ook worden gegeven, voor zover ze beschikbaar en relevant is, voor elke samenstellende stof in het [1 mengsel]1 die overeenkomstig de voorschriften in rubriek 2 van deze bijlage op het veiligheidsinformatieblad moet worden vermeld.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  (2)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. N6.Bijlage VI. Algemene criteria voor de indeling en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en [1 mengsels]1.
  (Deze bijlage wordt vervangen door bijlage VI van het KB 1982-05-24/31.) <KB 2000-09-28/42, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 25-11-2000>
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. N7.Bijlage VII. - Bijzondere bepalingen voor recipiënten die [1 mengsels]1 bevatten welke aan het grote publiek te koop aangeboden of verkocht worden. <KB 2002-07-17/44, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  DEEL A.
  Recipiënten die van een kinderveilige sluiting moeten zijn voorzien.
  1. Recipiënten met aan het grote publiek te koop aangeboden of verkochte [1 mengsels]1 die als zeer vergiftig, vergiftig of bijtend zijn gekenmerkt overeenkomstig de voorschriften van artikel 9 van dit besluit en onder de in artikel 5 § 2 van dit besluit genoemde voorwaarden, moeten, ongeacht de capaciteit ervan, van een kinderveilige sluiting zijn voorzien.
  2. Recipiënten, ongeacht de capaciteit ervan, met [1 mengsels]1 die bij inademing gevaarlijk zijn (Xn, R65) en die zijn ingedeeld en gekenmerkt volgens punt 3.2.3 van bijlage VI bij dit besluit, met uitzondering van [1 mengsels]1 die op de markt worden gebracht in de vorm van aërosolen of in een recipiënt dat voorzien is van een gesloten verstuivingssysteem.
  3. Recipiënten met aan het grote publiek te koop aangeboden of verkochte [1 mengsels]1 waarin ten minste één van de onderstaande stoffen aanwezig is in een concentratie die gelijk is aan of hoger is dan de voor de individuele stof vastgestelde concentratiegrens,

  Nummer             Identificatie van de stof              Concentratiegrens
           CAS-nummer       Naam             Einecs nummer
   1       67-56-1          Methanol         2006596            > of = 3 %
   2       75-09-2          Dichloormethaan  2008389            > of = 1 %


  moeten, ongeacht de capaciteit ervan, van een kinderveilige sluiting zijn voorzien.
  DEEL B.
  Recipiënten die van een bij aanraking waarneembare gevaaraanduiding moeten zijn voorzien Recipiënten met aan het grote publiek te koop aangeboden of verkochte [1 mengsels]1 die als zeer vergiftig, vergiftig, bijtend, schadelijk, zeer licht ontvlambaar of licht ontvlambaar zijn gekenmerkt overeenkomstig de voorschriften van artikel 9 van dit besluit en onder de in de § 1 en 2 van artikel 5 genoemde voorwaarden, moeten, ongeacht de capaciteit ervan, van een bij aanraking waarneembare gevaaraanduiding zijn voorzien.
  Deze bepaling is niet van toepassing op aërosolen die alleen maar als zeer licht ontvlambaar of licht ontvlambaar zijn ingedeeld en gekenmerkt.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons Besluit van 17 juli 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>

  Art. N8. Bijlage 8. Gevaarsymbolen. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 17/05/1993, p. 11445>

  Art. N9. Bijlage 9. Standaard R en S zinnen. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 17/05/1993, p. 11445>
  Gewijzigd door :
  <KB 2002-07-17/44, art. 5; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art 7; zie B.S. 29-08-2002, p. 38311-38315>
  <KB 2005-03-11/40, art. 4; Inwerkingtreding : 15-07-2005; zie B.S. 05-07-2005, p. 30680-30872>

  Art. N10. Bijlage X. In artikel 11, lid 2, bedoelde [1 mengsels]1. <Ingevoegd bij KB 2002-07-17/44, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 29-08-2002 en 2004-07-30; zie KB 2002-07-17/44, art. 7>
  [1 mengsels]1 als vermeld in punt 9.3 van bijlage VI bij dit besluit.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-11/11, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-03-2010>
  
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons Besluit van 17 juli 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op artikel 67 van de Grondwet;
   Gelet op de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de wetten van 11 maart 1958 en 1 juli 1976;
   Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, gewijzigd bij de wet van 22 maart 1989;
   Gelet op de richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen, gewijzigd bij de richtlijnen 69/81/EEG van 13 maart 1969, 70/189/EEG van 6 maart 1970, 71/144/EEG van 22 maart 1971, 73/146/EEG van 21 mei 1973, 75/409/EEG van 24 juni 1975, 79/831/EEG van 18 september 1979 en aangepast aan de technische vooruitgang door de richtlijnen 76/907/EEG van 14 juli 1976, 79/370/EEG van 30 januari 1979, 81/957/EEG van 23 oktober 1981, 82/232/EEG van 25 maart 1982, 83/467/EEG van 29 juli 1983, 84/449/EEG van 25 april 1984, 86/431/EEG van 24 juni 1986, 87/432/EEG van 3 augustus 1987, 88/302/EEG van 18 november 1987, 88/490/EEG van 22 juli 1988, 90/517/EEG van 9 oktober 1990, 91/325/EEG van 1 maart 1991, 91/326/EEG van 5 maart 1991, 91/410/EEG van 22 juli 1991, 91/632/EEG van 28 oktober 1991 en 92/37/EEG van 30 april 1992;
   Gelet op de richtlijn 88/379/EEG van de Raad van 7 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten, gewijzigd bij de richtlijnen 89/178/EEG van 22 februari 1989 en 90/492/EEG van 5 september 1990;
   Gelet op de richtlijn van de Commissie 90/35/EEG van 19 december 1989 tot vaststelling, in toepassing van artikel 6 van richtlijn 88/379/EEG, van de categorieën preparaten waarvan de verpakking van een kinderveilige sluiting en/of een bij aanraking waarneembare gevaarsaanduiding moet zijn voorzien;
   Gelet op de richtlijn van de Commissie 91/442/EEG van 23 juli 1991 betreffende gevaarlijke preparaten waarvan de verpakking van een kinderveilige sluiting moet zijn voorzien;
   Gelet op de richtlijn van de Commissie 91/155/EEG van 5 maart 1991 houdende beschrijving en vaststelling van de wijze van uitvoering voor het systeem voor specifieke informatie inzake gevaarlijke preparaten krachtens artikel 10 van richtlijn 88/379/EEG;
   Gelet op de aanbeveling 92/214/EEG van de Commissie van 3 maart 1992 betreffende de gegevens die door de voor het op de markt brengen van een gevaarlijk preparaat verantwoordelijke persoon dienen te worden verstrekt, indien deze zich beroept op de bepaling met betrekking tot het vertrouwelijk karakter van de chemische benaming van een stof;
   .....
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat de drin
gende noodzaak gerechtvaardigd wordt door de met redenen omklede adviezen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen waaraan onverwijld gevolg moet worden gegeven;
   Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Leefmilieu,
   .....

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------OPGEHEVEN DOOR---------------------------------------------------
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-02-2010 GEPUBL. OP 01-03-2010
  • ---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
    BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-03-2014 GEPUBL. OP 03-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; N4)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-02-2010 GEPUBL. OP 01-03-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 9; 12; 13; 15; 2N1; 3N1; N2; N4; 2N3; OPSCHRIFT; 1-15; 17; 1N1-3N1; N2; 1N3; 3N3; N4; N5; N7; N10)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-02-2007 GEPUBL. OP 12-03-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 16)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 27-09-2006 GEPUBL. OP 27-10-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 2N1; 3N1; N2-3N2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-03-2005 GEPUBL. OP 05-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : N3; N9)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 23-06-2004 GEPUBL. OP 12-07-2004
    (GEWIJZIGD ART. : N4)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-07-2002 GEPUBL. OP 29-08-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-16; N1; N2; N3; N4; N5; N10)
    (GEWIJZIGDE ART. : N7; N9)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-07-2001 GEPUBL. OP 05-09-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 2N3; N7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 28-09-2000 GEPUBL. OP 25-11-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : N3; N6)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-01-2000 GEPUBL. OP 03-05-2000
    (GEWIJZIGD ART. : N3)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-01-1999 GEPUBL. OP 24-02-1999
    (GEWIJZIGD ART. : N3)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-07-1998 GEPUBL. OP 17-12-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : N6; N7)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-12-1997 GEPUBL. OP 30-12-1997
    (GEWIJZIGD ART. : 13)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 23-06-1995 GEPUBL. OP 26-10-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 10; 12; N1-N3)
    (GEWIJZIGDE ART. : N6; N7)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 18 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
    Franstalige versie