J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgilex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1988/03/15/1988009370/justel

Titel
15 MAART 1988. - Koninklijk besluit tot organisatie van de raden van de kerkfabrieken van de orthodoxe eredienst.
(NOTA : Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap voor de aangelegenheden die geregeld worden door het BVR 2004-05-07/04; zie art. 275, 11; Inwerkingtreding : 01-03-2005)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-07-1995 en tekstbijwerking tot 25-04-2014)

Bron : JUSTITIE
Publicatie : 31-03-1988 nummer :   1988009370 bladzijde : 4496
Dossiernummer : 1988-03-15/32
Inwerkingtreding : 10-04-1988

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Raden van de kerkfabrieken van de orthodoxe eredienst.
Art. 1-16
HOOFDSTUK II. - Begrotingen en rekeningen.
Art. 17-26

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Raden van de kerkfabrieken van de orthodoxe eredienst.

  Artikel 1. De metropoliet-aartsbisschop van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel of zijn plaatsvervanger wordt door Ons erkend als representatief orgaan van het geheel van de Orthodoxe kerk.

  Art. 2. De orthodoxe parochies worden door Ons erkend (voor n of meer bepaalde provincies en voor het administratief arrondissement van Brussel-Hoofdstad). <KB 1995-04-10/A1, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995>

  Art. 3. In elke parochie wordt een kerkfabriekraad opgericht, belast met het beheer van de temporalin van de orthodoxe eredienst.

  Art. 4. De kerkfabriekraad bestaat uit een lid van rechtswege, namelijk de kerkbedienaar of zijn plaatsvervanger, gevestigd in de parochie, en uit aangewezen leden ten getale van vier of zes, naargelang de parochie minder of meer dan tweeduizend vijfhonderd gelovigen telt.

  Art. 5. De leden van de raad worden aangewezen door de aartsbisschop of zijn plaatsvervanger, uit een lijst van parochianen voorgedragen door de kerkbedienaar.
  De aartsbisschop geeft van de beslissing kennis aan de betrokkenen en aan de kerkbedienaar.

  Art. 6. Om als lid van de raad te worden aangewezen, moet men eenentwintig jaar oud zijn, orthodox zijn en sedert ten minste twee jaar in de parochie verblijven.

  Art. 7. De lijst van de door de kerkbedienaar voorgedragen parochianen blijft bij de ingang van de kerk aangeplakt gedurende de twee maanden die voorafgaan aan de indiening ervan bij de aartsbisschop.

  Art. 8. Alle bezwaren betreffende de opstelling van de lijst dienen binnen vijftien dagen vanaf de aanplakking van deze lijst bij een ter post aangetekende brief aan de raad gericht te worden.
  De raad spreekt zich uit binnen vijftien dagen na ontvangst van het bezwaar. Binnen drie dagen geeft de voorzitter, bij aangetekende brief, aan de indiener van het bezwaar kennis van de beslissing van de raad.
  De kerkfabriekraad bestaande op het ogenblik van de bekendmaking van het besluit houdende erkenning van de betrokken parochie in het Belgisch Staatsblad, is bevoegd om van alle bezwaren met betrekking tot de opstelling van de lijst van de voor de eerste maal aan te duiden kandidaten kennis te nemen en erover te beslissen.

  Art. 9. De indiener van het bezwaar kan, bij een ter post aangetekende brief, binnen acht dagen na ontvangst van de beslissing van de raad, beroep instellen bij de aartsbisschop.
  De aartsbisschop beslist in laatste aanleg binnen acht dagen na ontvangst van het bezwaar.
  Binnen drie dagen geeft de aartsbisschop, bij een ter post aangetekende brief, kennis van de beslissing aan de indiener van het bezwaar en aan de voorzitter van de raad.

  Art. 10. De raad wordt, om de drie jaar, op hetzelfde tijdstip, voor de helft vernieuwd.
  De uittredende leden worden, de eerste maal, aangewezen door het lot; zij kunnen opnieuw worden aangewezen.

  Art. 11. Wanneer een van de leden in de loop van zijn mandaat ophoudt deel uit te maken van de raad, wordt door de aartsbisschop in zijn vervanging voorzien.
  Het plaatsvervangend lid beindigt het lopend mandaat.

  Art. 12. De aanstelling van de leden van de raad vindt plaats binnen zes maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit houdende erkenning van de betrokken orthodoxe parochie.

  Art. 13. Binnen de maand, te rekenen van de aanstelling van de leden, kiest de raad uit zijn leden, bij meerderheid van stemmen, een voorzitter, een secretaris en een penningmeester, indien bij de eerste stemming geen meerderheid tot stand komt, wordt in een tweede ronde opnieuw gestemd voor een van de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen hebben bekomen en, indien er een gelijk stemmenaantal is, wordt de voorkeur gegeven aan de oudste kandidaat.

  Art. 14. De raad kan niet beraadslagen indien de meerderheid van de leden niet aanwezig is op de vergadering.
  De beslissingen worden door de aanwezige leden genomen bij meerderheid van stemmen.
  Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.

  Art. 15. De raad komt ten minste vier maal per jaar samen, in de loop van de eerste maand van elk kwartaal van het burgerlijk jaar.

  Art. 16. De raad stelt zijn huishoudelijk reglement vast en legt het ter goedkeuring voor aan de Minister van Justitie.

  HOOFDSTUK II. - Begrotingen en rekeningen.

  Art. 17.De begroting van de kerkfabriek wordt, in viervoud, samen met alle verantwoordingsstukken, vr 15 augustus gezonden aan de provinciegouverneur.
  
  Art. 17. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 17. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 18.Na het advies der bestendige deputatie van de provincieraad zendt de gouverneur de begroting met alle verantwoordingsstukken vr 5 november aan de metropoliet-aartsbisschop of zijn plaatsvervanger.
  De metropoliet-aartsbisschop stelt de uitgaven betreffende de uitoefening van de eredienst definitief vast, keurt de begroting goed en zendt die vr 25 november aan de gouverneur terug.
  
  Art. 18. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  
  Art. 18. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 19.De begroting wordt onderworpen aan de goedkeuring van de Minister van Justitie die de artikelen betreffende de uitoefening van een eredienst niet mag wijzigen; de Minister van Justitie beslist vr 15 december.
  Drie der dubbels van de begroting en van het ministerieel goedkeuringsbesluit worden onmiddellijk verzonden, n aan de metropoliet-aartsbisschop, het tweede aan de gouverneur en het derde aan de kerkfabriekraad; een dubbel wordt bewaard in het archief van het Ministerie van Justitie.
  
  Art. 19. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 19. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 20.In geval van bezwaar, hetzij vanwege de metropoliet-aartsbisschop of van de gouverneur, hetzij vanwege de betrokken kerkfabriekraad, wordt er bij een met redenen omkleed koninklijk besluit beslist.
  Het beroep moet worden ingesteld binnen dertig dagen na de datum van terugzending van de dubbels van de begroting.
  De begroting wordt niettemin geacht te zijn goedgekeurd wat de niet betwiste artikelen betreft.
  
  Art. 20. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 20. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 21.De penningmeester is gehouden zijn jaarrekening bij de kerkfabriekraad in te dienen tijdens een verplichte vergadering, die tijdens de maand maart zal plaatshebben.
  
  Art. 21. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 21. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 22.De rekening wordt vr 10 april, in vijfvoud en met alle verantwoordingsstukken, door de kerkfabriekraad aan de provinciegouverneur gezonden.
  
  Art. 22. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 22. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 23.Na het advies der bestendige deputatie van de provincieraad, zendt de gouverneur onmiddellijk die rekening met alle verantwoordingsstukken aan de metropoliet-aartsbisschop; deze stelt de uitgaven voor de uitoefening van de eredienst, die binnen de grenzen van de begroting gedaan zijn, definitief vast, keurt het overige van de rekening goed en zendt alles vr 10 juni aan de gouverneur terug.
  
  Art. 23. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 23. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 24.De rekening wordt onderworpen aan de goedkeuring van de Minister van Justitie die vr 1 juli beslist.
  Vier der dubbels van de rekening en van het ministerieel goedkeuringsbesluit worden onmiddellijk verzonden, n aan de metropoliet-aartsbisschop, het tweede aan de gouverneur, het derde aan de betrokken kerkfabriekraad en het vierde aan de penningmeester van de kerkfabriek; een dubbel wordt bewaard in het archief van het Ministerie van Justitie.
  
  Art. 24. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 24. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 25.In geval van bezwaar, hetzij vanwege de metropoliet-aartsbisschop of van de gouverneur, hetzij vanwege de betrokken kerkfabriekraad of van de penningmeester, wordt er bij een met redenen omkleed koninklijk besluit beslist.
  Het beroep moet worden ingesteld binnen dertig dagen na de datum van terugzending van de dubbels van de rekening.
  
  Art. 25. (WAALSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DWG 2014-03-13/24, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  Art. 25. (DUITSTALIGE GEMEENSCHAP)
  <Opgeheven bij DDG 2014-02-24/14, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>


  Art. 26. Onze Minister van Justitie en Onze Staatssecretaris voor Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 15 maart 1988.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
J. GOL
De Staatssecretaris voor Justitie,
G. MUNDELEER

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 4 maart 1870 op de temporalin van de erediensten, inzonderheid op artikel 19bis, ingevoegd door de wet van 19 juli 1974 en gewijzigd bij de wet van 17 april 1985;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Staatssecretaris voor Justitie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 24-02-2014 GEPUBL. OP 25-04-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 17-25)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 13-03-2014 GEPUBL. OP 04-04-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 17-25)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-05-2004 GEPUBL. OP 06-09-2004
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-04-1995 GEPUBL. OP 27-07-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 2)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING.
       Sire,
       Het ontwerp van koninklijk besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd, omvat de uitvoeringsmaatregelen als gevolg van de wet van 17 april 1985 tot erkenning van de besturen belast met het beheer van de temporalin van de orthodoxe eredienst.
       Deze laatste wet wijzigt het opschrift van het hoofdstuk III van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der erediensten, regelt de organisatie van de besturen eigen aan de orthodoxe eredienst op basis van het grondgebied van de provincie en bepaalt dat de betrekkingen met de burgerlijke overheid verzekerd worden door een representatief orgaan van het geheel van de orthodoxe kerk.
       Dezelfde wet legt aan de provincies, zoals voor de islamitische eredienst, de financile tegemoetkomingen op die voor de andere erkende erediensten ten laste komen van de gemeenten.
       Artikel 19 van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der erediensten bepaalt dat de erkende niet-katholieke kerken, voor het beheer van hun tijdelijke belangen en hun betrekkingen met de burgerlijke overheid, vertegenwoordigd en georganiseerd worden op de wijze die de Regering zal bepalen.
       Dit ontwerp van besluit stelt de bepalingen vast die aan de bovengemelde wettelijke beginselen beantwoorden.
       Het ontwerp van besluit omvat twee hoofdstukken.
       Het eerste regelt de erkenning, de organisatie en de werking van de kerkbesturen onder de vorm van kerkfabriekraden.
       Artikel 1 van dit hoofdstuk bepaalt dat het representatief orgaan voor de ganse orthodoxe kerk de metropoliet-aartsbisschop van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel is.
       Artikel 2 bepaalt de erkenning van de orthodoxe parochies op basis van het grondgebied van de provincie en maakt de oprichting mogelijk van verschillende kerkfabriekraden op het grondgebied van een zelfde provincie of van een kerkfabriekraad op het grondgebied van meer dan n provincie.
       In de artikelen 3 en 4 worden de oprichting van een kerkfabriekraad in elke parochie en de samenstelling van die raad vastgelegd; de artikelen 5 tot 9 regelen de wijze van aanstelling van de leden van de raad, waarbij aan de indiener van het bezwaar de mogelijkheid geboden wordt om beroep in te stellen.
       In de artikelen 10 tot 12 wordt de vernieuwing en de vervanging van de leden geregeld en wordt de aanstellingstermijn vastgesteld.
       Artikel 13 bepaalt de termijn en het quorum dat vereist is voor de keus van een voorzitter, een secretaris en een penningmeester voor de raad.
       Artikel 16 bepaalt dat het huishoudelijk reglement van de raden door de Minister van Justitie moet worden goedgekeurd.
       Het tweede hoofdstuk regelt de procedure inzake de begrotingen en de rekeningen die de raden moeten volgen ten overstaan van de kerkelijke overheid, de provinciale overheden en de Minister van Justitie.
       Die procedure stemt overeen met deze die gevolgd wordt voor de begrotingen en rekeningen van de kathedrale kerkfabrieken van de katholieke eredienst.
       De tijdstippen voor het overzenden van de begrotingen worden vastgelegd bij de artikelen 17 tot 19 en die voor de rekeningen bij de artikelen 22 tot 24.
       Ten slotte voorzien de artikelen 20 en 25 in de middelen van beroep.
       Wij hebben de eer te zijn,
       Sire,
       van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars,
       De Minister van Justitie,
       J. GOL
       De Staatssecretaris voor Justitie,
       G. MUNDELEER.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie