J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 5 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
24 SEPTEMBER 2006. - Koninklijk besluit betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-09-2006 en tekstbijwerking tot 29-05-2017)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 29-09-2006 nummer :   2006022950 bladzijde : 50488   BEELD
Dossiernummer : 2006-09-24/31
Inwerkingtreding : 01-10-2006 A52

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
Art. 1 VLAAMS GEWEST
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
Art. 2-5
HOOFDSTUK III. - Betreffende ambulante activiteiten die niet aan het toepassingsgebied van de wet onderworpen zijn.
Art. 6
Art. 6 VLAAMS GEWEST
Art. 7
Art. 7 VLAAMS GEWEST
Art. 8-12
HOOFDSTUK IV. - Betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten.
Afdeling I. - Betreffende de machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten.
Art. 13
Art. 13 VLAAMS GEWEST
Art. 14
Art. 14 VLAAMS GEWEST
Art. 14/1, 15
Art. 15 VLAAMS GEWEST
Art. 16-17
Art. 17 VLAAMS GEWEST
Art. 18
Afdeling II. - Betreffende de voorwaarden tot uitoefening van ambulante activiteiten.
Art. 19-20
Art. 20 VLAAMS GEWEST
Art. 21-22
Art. 22 VLAAMS GEWEST
HOOFDSTUK V. - Betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten en het openbaar domein.
Afdeling I. - Betreffende de organisatie van openbare markten.
Onderafdeling I. - Algemeenheden.
Art. 23
Art. 23 VLAAMS GEWEST
Art. 24
Art. 24 VLAAMS GEWEST
Onderafdeling II. - Betreffende de personen aan wie de standplaatsen op de openbare markten kunnen toegewezen worden alsook zij die deze kunnen innemen.
Art. 25-26
Art. 26 VLAAMS GEWEST
Onderafdeling III. - Betreffende de toewijzingsregels inzake losse standplaatsen op de openbare markten.
Art. 27
Art. 27 VLAAMS GEWEST
Onderafdeling IV. - Betreffende de toewijzingsregels inzake standplaatsen per abonnement op de openbare markten.
Art. 28
Art. 28 VLAAMS GEWEST
Art. 29-30
Art. 30 VLAAMS GEWEST
Art. 31
Art. 31 VLAAMS GEWEST
Art. 32
Art. 32 VLAAMS GEWEST
Art. 33-34
Art. 34 VLAAMS GEWEST
Onderafdeling V. - Betreffende de onderverhuring van standplaatsen, hun overdracht alsook de opschorting van abonnementen.
Onderafdeling V. VLAAMS GEWEST. - [1 De overdracht van standplaatsen en de opschorting van abonnementen]1.
Art. 35
Art. 35 VLAAMS GEWEST
Art. 36
Art. 36 VLAAMS GEWEST
Art. 37
Art. 37 VLAAMS GEWEST
Afdeling II. - Betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op het openbaar domein.
Onderafdeling I. - Algemeenheden.
Art. 38-39
Art. 39 VLAAMS GEWEST
Onderafdeling II. - Betreffende de personen aan wie de standplaatsen op het openbaar domein kunnen toegewezen worden alsook zij die deze kunnen innemen.
Art. 40-41
Onderafdeling III. - Betreffende de toewijzingsregels inzake de standplaatsen op het openbaar domein.
Art. 42
Art. 42 VLAAMS GEWEST
Art. 43
Art. 43 VLAAMS GEWEST
Afdeling III. - De personen belast met de praktische organisatie van de openbare markten en de uitoefening van ambulante activiteiten op het openbaar domein.
Art. 44
Art. 44 VLAAMS GEWEST
HOOFDSTUK VI. - Betreffende het onderzoek en de vaststelling van overtredingen.
Art. 45
Art. 45 VLAAMS GEWEST
HOOFDSTUK VII. - Betreffende de minnelijke schikking.
Art. 46-49
Art. 49 VLAAMS GEWEST
Art. 50-51
HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en slotbepalingen.
Art. 52-54
BIJLAGEN.
Art. N1-N5

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;
  2° de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de Middenstand behoort.

  Art. 1_VLAAMS_GEWEST.
   Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;
  2° de Minister : de Minister tot wiens bevoegdheid de Middenstand behoort;
  [1 3° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.

  Art. 2.De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten op de plaatsen bedoeld in artikel 4, § 1, van de wet, [1 ...]1 is onderworpen aan de bepalingen van de wet, behalve indien het diensten betreft die behoren tot beroepen die onderworpen zijn aan regels inzake deontologie, goedgekeurd door de openbare machten.
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 54, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. 3.
  <Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 55, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. 4. Overeenkomstig artikel 4, § 1, vierde lid, van de wet is de uitoefening van de volgende ambulante activiteiten toegestaan op de volgende plaatsen :
  1° de verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van bloemen in cafés, hotels en restaurants;
  2° de verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten aan de ingang van en op de plaatsen waar culturele en sportieve manifestaties plaatsvinden, tijdens het verloop van de manifestatie; de verkoop moet bijkomstig blijven aan de manifestatie en de goederen en diensten moeten erop betrekking hebben;
  3° de verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten op private plaatsen waar manifestaties plaatsvinden van de verkoop van goederen die aan de verkoper toebehoren, bedoeld in artikel 6.

  Art. 5.
  <Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 56, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  HOOFDSTUK III. - Betreffende ambulante activiteiten die niet aan het toepassingsgebied van de wet onderworpen zijn.

  Art. 6. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van goederen die aan de verkoper toebehoren is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet, in zoverre deze occasioneel blijft en betrekking heeft op goederen die de verkoper niet heeft aangekocht, gefabriceerd of geproduceerd met het oog op de verkoop en zij het normaal beheer van een privaat vermogen niet te buiten gaat.
  Wanneer ze plaats vindt tijdens een manifestatie die verschillende niet-professionele verkopers verenigt, dient deze vooraf toegestaan te worden door de burgemeester van de gemeente van de plaats waar ze doorgaat of zijn afgevaardigde. Deze kan ze voorbehouden aan niet-professionele verkopers of ze uitbreiden tot professionelen. Hij kan het thema ervan ook specialiseren.
  Tijdens de manifestatie, moet elke professionele verkoper, gedurende de hele duur ervan, zijn hoedanigheid kunnen bewijzen door middel van een leesbaar identificatiebord dat op een zichtbare wijze op de standplaats is aangebracht. Dit identificatiebord draagt de aanduidingen voorzien in artikel 21, § 2.

  Art. 6_VLAAMS_GEWEST.
   De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van goederen die aan de verkoper toebehoren is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet, in zoverre deze occasioneel blijft en betrekking heeft op goederen die de verkoper niet heeft aangekocht, gefabriceerd of geproduceerd met het oog op de verkoop en zij het normaal beheer van een privaat vermogen niet te buiten gaat. [1 De gemeente kan in haar gemeentelijk reglement het occasionele karakter definiëren.]1
  Wanneer ze plaats vindt tijdens een manifestatie die verschillende niet-professionele verkopers verenigt, dient deze vooraf toegestaan te worden door de burgemeester van de gemeente van de plaats waar ze doorgaat of zijn afgevaardigde. Deze kan ze voorbehouden aan niet-professionele verkopers of ze uitbreiden tot professionelen. Hij kan het thema ervan ook specialiseren.
  Tijdens de manifestatie, moet elke professionele verkoper, gedurende de hele duur ervan, zijn hoedanigheid kunnen bewijzen door middel van een leesbaar identificatiebord dat op een zichtbare wijze op de standplaats is aangebracht. Dit identificatiebord draagt de aanduidingen voorzien in artikel 21, § 2.
  [1 De gemeente kan individuele particuliere verkopen onderwerpen aan een voorafgaande toestemming.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 7. § 1. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten met een niet-commercieel karakter is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet wanneer zij aan volgende voorwaarden voldoet :
  1° plaatsvindt met een menslievend, sociaal, cultureel, educatief, sportief doel of wanneer zij als doel de verdediging en promotie van de natuur, de dierenwereld of de ambacht of streekproducten heeft;
  2° occasioneel blijft;
  3° wanneer ze zich beperkt tot de grenzen van een gemeente, zij voorafgaand toegelaten is door de burgemeester of zijn afgevaardigde;
  4° wanneer zij de grenzen van een gemeente overschrijdt, zij voorafgaand toegelaten is door de Minister of de ambtenaar aan wie hij deze bevoegdheid heeft gedelegeerd.
  Voor de verenigingen en instellingen van openbaar nut en andere instellingen erkend door de Minister van Financiën, met toepassing van artikel 104, 3°, a), b), en d) tot l), 4°, en 4°bis, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, wordt de aanvraag tot machtiging vervangen door een verklaring die moet ingediend worden bij de Overheid bedoeld in het eerste lid, 3° of 4°, al naar gelang, door de verantwoordelijke van de actie, tenminste drie werkdagen vóór de aanvang ervan.
  Wanneer de verkoop betrekking heeft op voedingswaren bedoeld in een reglementering inzake volksgezondheid, moeten deze waren bereid, bewaard, vervoerd en behandeld worden overeenkomstig de bepalingen vastgelegd door deze reglementering.
  Tijdens de verkoop dient elke verkoper herkenbaar te zijn door middel van een kenmerk dat het mogelijk maakt om de operatie te identificeren.
  Na afloop van de activiteit moet de verantwoordelijke aan de overheid die hem de toelating heeft verleend, het bewijs van de bestemming van de fondsen tot het realiseren van het aangegeven doel, overhandigen. Deze verplichting moet nageleefd zijn binnen de dertig dagen volgend op het verstrijken van de geldigheid van de toelating.
  De verenigingen, de instellingen van openbaar nut en de andere instellingen bedoeld in het tweede lid zijn vrijgesteld van de verplichting bedoeld in het vorig lid.
  De jeugdverenigingen, erkend en gesubsidieerd door de Overheden bevoegd voor jeugdaangelegenheden, zijn vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, in het tweede, in het vijfde, in het zesde lid en in het derde paragraaf.
  § 2. De aanvraag van een toelating of de verklaring dient, afhankelijk van de situatie, aan de burgemeester of aan zijn afgevaardigde of aan de Minister of aan de ambtenaar aan wie hij deze bevoegdheid heeft gedelegeerd gericht te zijn op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs. Zij bepaalt de verantwoordelijke van de actie, het doel ervan, de plaats of plaatsen alsook de periode of periodes van verkoop, de te koop aangeboden producten of diensten en een schatting van hun hoeveelheid.
  De toelating is beperkt tot één jaar. Zij is hernieuwbaar. Zij bevat de vermeldingen overgenomen van de aanvraag. De verklaring kan meerdere acties beogen; deze mogen een periode van één jaar niet overschrijden. Zij is eveneens hernieuwbaar.
  De Minister of de ambtenaar aan wie hij deze bevoegdheid heeft gedelegeerd informeert de burgemeester over de toelatingen en verklaringen betreffende zijn bevoegdheid en omgekeerd informeert deze laatste of zijn afgevaardigde de Minister over alle toelatingen die hij verleent en verklaringen die hij ontvangt. Deze kennisgevingen gebeuren voor de realisatie van de actie.
  § 3. In geval van humanitaire catastrofe, ramp of belangrijke schade kan de Minister bij algemene toelating, geldig voor een vastgestelde periode, elke verkoopsmanifestatie gericht op het verlenen van hulp aan de slachtoffers van deze gebeurtenissen dekken. Binnen dit kader zijn de verantwoordelijken van deze manifestaties gehouden, afhankelijk van de situatie, ofwel de burgemeester of zijn afgevaardigde of de Minister of de ambtenaar aan wie hij deze bevoegdheid heeft gedelegeerd van de werkwijze van de manifestatie onverwijld op de hoogte te brengen, zoals voorzien in het eerste lid. Deze algemene toelating verleent geen vrijstelling inzake de naleving van de andere bepalingen van dit artikel.
  § 4. De toelating kan geweigerd worden en de actie kan verboden worden indien hun doelstelling niet overeenstemt met de doelstellingen opgesomd in § 1, eerste lid, of indien de voorgestelde verkopen een risico vormen voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of rust.
  Indien de overheid bevoegd voor de aflevering van de toelating of voor de ontvangst van de verklaring argwaan heeft betreffende de reële doelstellingen van de actie of betreffende de moraliteit van de verantwoordelijke(n), kan zij een voorafgaand onderzoek laten uitvoeren door de diensten bedoeld in artikel 11, § 1, van de wet en 45 van het besluit. Zij kan ook van een of meerdere verantwoordelijken eisen een bewijs van goed gedrag en zeden voor te leggen.
  De toelating kan geweigerd worden en de actie kan verboden worden, indien de voorgestelde verkopen geacht worden ernstige schade toe te brengen aan de handel.
  De toelating kan ingetrokken worden of de actie verboden worden, tijdens de manifestatie, door de bevoegde overheid als vastgesteld wordt dat de voorwaarden van de toelating of van de verklaring of de voorschriften vermeld in dit artikel niet worden nageleefd.
  Iedere nieuwe actie kan verboden worden voor een natuurlijke of rechtspersoon of de vereniging, die de bepalingen van dit artikel niet naleeft, gedurende een periode van één jaar, te rekenen vanaf de vaststelling van de niet-naleving. In geval van recidive kan de duur van de voornoemde periode op drie jaar worden gebracht.
  De weigering, het verbod of de intrekking wordt betekend hetzij bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, hetzij op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.

  Art. 7_VLAAMS_GEWEST.
   [1 § 1. Producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkopen, te koop aanbieden of uitstallen is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet als die activiteiten aan al de volgende voorwaarden voldoen:
   1° ze vinden plaats met een menslievend, sociaal, cultureel, educatief, sportief doel of met als doel de verdediging en promotie van de natuur, de dierenwereld, een ambacht of streekproducten, of bij een humanitaire catastrofe, een ramp of belangrijke schade;
   2° ze blijven occasioneel;
   3° de betrokken burgemeester of zijn afgevaardigde heeft vooraf toestemming verleend;
   4° voorafgaand toegelaten zijn door de Minister of de personeelsleden aan wie hij deze bevoegdheid heeft gedelegeerd als ze de grenzen van de gemeente overschrijdt en geen bijkomende toelating van de gemeente vereist is.
   De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 3°, geldt niet ingeval toepassing wordt gemaakt van het eerste lid, 4°.
   De gemeente kan in haar gemeentelijk reglement het occasionele karakter, vermeld in het eerste lid, 2°, definiëren.
   Tijdens de verkoop, te-koop-aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten als vermeld in het eerste lid, is elke verkoper herkenbaar via een kenmerk dat het mogelijk maakt om de operatie te identificeren.
   Op verzoek van de overheid die de toestemming heeft verleend, overhandigt de verantwoordelijke, binnen dertig dagen, het bewijs van de bestemming van de fondsen om het aangegeven doel te realiseren.
   § 2. De aanvraag van een toestemming als vermeld in paragraaf 1, is, afhankelijk van de situatie, aan de burgemeester(s) of aan zijn afgevaardigde(n) of aan de Minister of aan de personeelsleden aan wie hij die bevoegdheid heeft gedelegeerd, gericht op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs. Ze bepaalt de verantwoordelijke van de actie, het doel ervan, de plaats of plaatsen, alsook de periode of periodes van verkoop, de te koop aangeboden producten of diensten en een schatting van de hoeveelheid.
   De toestemming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° of 4°, is beperkt tot één jaar. Ze is hernieuwbaar. Ze bevat de vermeldingen uit de aanvraag.
   § 3. De toestemming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° of 4°, kan geweigerd worden en de actie kan verboden worden als de doelstelling niet overeenstemt met de doelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, of als de voorgestelde verkopen een risico vormen voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of rust.
   Als de overheid die ervoor bevoegd is de toestemming te verlenen, argwaan heeft over de reële doelstellingen van de actie of over de moraliteit van de verantwoordelijke(n), kan ze een voorafgaand onderzoek laten uitvoeren door de personen, vermeld in artikel 11, § 1, van de wet, en artikel 45 van dit besluit. Ze kan ook van een of meer verantwoordelijken eisen dat ze een uittreksel uit het strafregister voorleggen.
   De toestemming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° of 4°, kan ingetrokken worden of de actie kan verboden worden, tijdens de manifestatie, door de bevoegde overheid als vastgesteld wordt dat de voorwaarden van de toestemming of van de verklaring of de voorschriften, vermeld in dit artikel, niet worden nageleefd.
   Iedere nieuwe actie kan verboden worden voor een natuurlijke of rechtspersoon of een vereniging die de bepalingen van dit artikel niet naleeft, gedurende een periode van één jaar vanaf de vaststelling van de niet-naleving. In geval van recidive kan de duur van de voormelde periode op drie jaar worden gebracht.
   De weigering, het verbod of de intrekking wordt betekend met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 8. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten in het kader van handels-, landbouw- of ambachtsbeurzen en tentoonstellingen is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet, in zoverre dat :
  1° zij een promotioneel karakter heeft;
  2° zij voorbehouden is aan handelaars, ambachtslui, landbouwers, producenten en kwekers van de activiteitssector of van de streek die door het thema van de manifestatie gedekt wordt, aan de vertegenwoordigers van verenigingen en private of publieke instellingen die sectoriële of geografische economische belangen verdedigen alsook aan de professionele verkopers van goederen of diensten noodzakelijk voor het onthaal van de bezoekers;
  3° de manifestatie een uitzonderlijk en tijdelijk karakter heeft.
  Ook de verkopers die handelen binnen de overeenkomstig artikel 7 van dit besluit toegestane verkopen kunnen tot de manifestatie toegelaten worden.
  Iedere deelnemer moet zich kunnen identificeren aan de hand van een uithangbord voorzien in artikel 21, § 2, wat de professionele verkopers betreft en voor de verenigingen en instellingen aan de hand van een gelijkaardig uithangbord met vermelding van hun benaming en het adres van hun zetel. Deze uithangborden moeten op een zichtbare wijze op de standplaats aangebracht zijn.

  Art. 9. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van goederen en diensten binnen het kader van manifestaties ter bevordering van de lokale handel of het lokale gemeenschapsleven, bedoeld in artikel 5, 2°, van de wet, is niet onderworpen aan de bepalingen hiervan wanneer deze plaats heeft binnen het kader van een manifestatie toegestaan door de burgemeester of zijn afgevaardigde en ze voorbehouden is aan plaatselijke handelaars, ambachtslui, landbouwers, kwekers of producenten of deze die uitgenodigd zijn door de burgemeester of zijn afgevaardigde. De verenigingen en instellingen die de belangen van deze professionele groepen verdedigen mogen eveneens toegelaten worden om aan deze manifestaties deel te nemen.
  Tijdens deze manifestaties moeten de professionele verkopers zich kunnen identificeren door middel van het uithangbord voorzien in artikel 21, § 2, en de verenigingen en instellingen bedoeld in het vorig lid door middel van een gelijkaardig uithangbord met vermelding van de benaming en het adres van hun zetel. Deze uithangborden moeten op een zichtbare wijze op de standplaats aangebracht zijn.
  De verplichting zich te identificeren zoals bedoeld in het vorig lid is niet van toepassing voor handelaars die verkopen voor hun winkel.
  Kunnen eveneens tot deze manifestaties toegelaten worden, de verkopers die handelen binnen de overeenkomstig artikel 7 van dit besluit toegestane verkopen.

  Art. 10. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten door een handelaar voor zijn winkel is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet wanneer de aangeboden producten en diensten van dezelfde aard zijn aan deze die in de winkel verkocht worden.

  Art. 11. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten door een handelaar in de lokalen van een andere handelaar, tijdens de normale openingsuren van de onthalende vestiging, is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet, indien de producten en diensten aangeboden door de uitgenodigde handelaar aanvullend zijn aan deze verkocht in de winkel die hem ontvangt.
  De verrichtingen van de uitgenodigde handelaar blijven periodiek of tijdelijk en bijkomstig aan deze van de onthalende handelaar.
  De uitgenodigde handelaar dient zich te identificeren aan de hand van een uithangbord voorzien in artikel 21, § 2.

  Art. 12. § 1. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten met een promotioneel doel, door een handelaar, een ambachtsman, een landbouwer, een kweker of een producent, buiten zijn vestigingen vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen en buiten het kader van de manifestaties voorzien in artikel 5, 2°, van de wet, is niet onderworpen aan de bepalingen van deze laatste wanneer zij uitzonderlijk en tijdelijk is, zij voorafgaand kenbaar gemaakt wordt aan de Minister of aan de ambtenaar aan wie hij deze bevoegdheid heeft gedelegeerd en de verkochte producten en diensten van dezelfde aard zijn aan deze aangeboden in de vestigingen van de verkoper, vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  Deze verklaring dient te gebeuren ten minste 30 dagen voorafgaand aan de actie, bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs. Zij vermeldt, in voorkomend geval, het aantal soortgelijke transacties die werden verricht gedurende de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de dag waarop de verklaring werd verzonden. Ze specifieert de plaats en de duur van verkoop, de producten en diensten die te koop aangeboden worden en motiveert de keuze van de plaats waar ze plaats heeft.
  § 2. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van een stock van goederen, in uitverkoop, door een handelaar buiten de voor zijn activiteiten bestemde vestigingen, in de gevallen bedoeld in artikel 48, § 2, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, is niet onderworpen aan de bepalingen van deze wet in zoverre zij de voorwaarden vastgelegd in vermeld artikel 48, § 2, bovengenoemd, naleeft.
  § 3. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van artistieke producten door hun auteur of van artistieke diensten is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet.
  § 4. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten door " plaatsaanwijzers " in bioscopen, theaters en andere plaatsen waar voorstellingen worden gegeven, is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet.
  § 5. De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop door de openbare overheden, door deze laatste erkende instellingen en personen van publiek recht, van gestolen en gevonden voorwerpen is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet.
  § 6. De verkoop, te koop aanbieding en uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten door de OCMW en de liefdadigheidsinstellingen erkend door de gemeente aan personen die ze helpen of ten bate van hen, is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet.
  § 7. De verkoop, te koop aanbieding of de uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten ten huize van een consument ander dan de koper is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet op voorwaarde dat :
  1° de verkoper voldoet aan de bepalingen van het Wetboek van de Belasting op de Toegevoegde Waarde;
  2° de handeling op generlei wijze permanent is en in één keer en op één dag plaats heeft;
  3° de verkoop vooraf en persoonlijk wordt aangekondigd aan allen voor wie hij bestemd is, met vermelding van de producten en diensten waarop ze betrekking heeft;
  4° de verkoop plaats heeft in het bewoonde gedeelte van een woning dat uitsluitend voor privé doeleinden gebruikt wordt.

  HOOFDSTUK IV. - Betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten.

  Afdeling I. - Betreffende de machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten.

  Art. 13. De persoon die voor eigen rekening of als verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur van een rechtspersoon een ambulante activiteit uitoefent, moet over een machtiging beschikken, voorzien in Bijlage Ia van dit besluit. Deze machtiging, " machtiging als werkgever "genoemd, is persoonlijk en onoverdraagbaar. Zij is geldig voor de duur van de activiteit zolang de natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan de voorwaarden tot uitoefening van deze activiteit.
  Zij wordt toegekend aan de verantwoordelijke(n) van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon voor rekening van deze.

  Art. 13_VLAAMS_GEWEST.
   De persoon die voor eigen rekening of als verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur van een rechtspersoon een ambulante activiteit uitoefent, moet over een machtiging beschikken, voorzien in Bijlage Ia van dit besluit. Deze machtiging, " machtiging als werkgever "genoemd, is persoonlijk en onoverdraagbaar. Zij is geldig voor de duur van de activiteit zolang de natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan de voorwaarden [1 voor het verkrijgen van de machtiging en]1 tot uitoefening van deze activiteit.
  Zij wordt toegekend aan de verantwoordelijke(n) van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon voor rekening van deze.

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 14. § 1. De persoon die een ambulante activiteit uitoefent voor rekening of in dienst van een persoon bedoeld in artikel 13 moet in het bezit zijn van een machtiging voorzien in Bijlage Ib van dit besluit. Deze machtiging wordt " machtiging als aangestelde A " genoemd. Zij wordt uitgereikt op naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst de " aangestelde " werkzaam is. Haar geldigheidsduur komt overeen met deze van de " machtiging als werkgever " waaraan zij verbonden is.
  § 2. Wanneer de ambulante activiteit echter uitgeoefend wordt ten huize van de consument moet de aangestelde over een machtiging beschikken voorzien in Bijlage Ic van dit besluit. Deze machtiging, " machtiging als aangestelde B " genoemd, is persoonlijk en onoverdraagbaar. Zij wordt, afhankelijk van de noden van de onderneming in ambulante activiteiten, hetzij voor een periode van onbepaalde duur hetzij voor een periode van bepaalde duur uitgereikt. In het laatste geval is zij moduleerbaar, per volledige maand, van een tot twaalf maanden. Zij is verlengbaar voor een periode van bepaalde of onbepaalde duur.
  De machtiging blijft geldig voor de duur van de activiteit van de aangestelde zolang deze aan de voorwaarden tot uitoefening van de activiteit voldoet. Zij mag noch de machtiging als werkgever, met dewelke zij verbonden is, noch desgevallend deze waarvoor ze is uitgereikt, overschrijden.

  Art. 14_VLAAMS_GEWEST.
   § 1. De persoon die een ambulante activiteit uitoefent voor rekening of in dienst van een persoon bedoeld in artikel 13 moet in het bezit zijn van een machtiging voorzien in Bijlage Ib van dit besluit. Deze machtiging wordt " machtiging als aangestelde A " genoemd. Zij wordt uitgereikt op naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst de " aangestelde " werkzaam is. Haar geldigheidsduur komt overeen met deze van de " machtiging als werkgever " waaraan zij verbonden is.
  § 2. Wanneer de ambulante activiteit echter uitgeoefend wordt ten huize van de consument moet de aangestelde over een machtiging beschikken voorzien in Bijlage Ic van dit besluit. Deze machtiging, " machtiging als aangestelde B " genoemd, is persoonlijk en onoverdraagbaar. Zij wordt, afhankelijk van de noden van de onderneming in ambulante activiteiten, hetzij voor een periode van onbepaalde duur hetzij voor een periode van bepaalde duur uitgereikt. In het laatste geval is zij moduleerbaar, per volledige maand, van een tot twaalf maanden. Zij is verlengbaar voor een periode van bepaalde of onbepaalde duur.
  De machtiging blijft geldig voor de duur van de activiteit van de aangestelde zolang deze aan de voorwaarden [1 voor het verkrijgen van de machtiging en]1 tot uitoefening van de activiteit voldoet. Zij mag noch de machtiging als werkgever, met dewelke zij verbonden is, noch desgevallend deze waarvoor ze is uitgereikt, overschrijden.

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 14/1. [1 De machtigingen ambulante activiteiten bedoeld in de artikelen 13 en 14 hebben de vorm van een kaart met ID1-formaat. Behalve de gegevens bedoeld in de bijlagen Ia, Ib en Ic, bevatten ze eveneens een QR-code die toegang verleent tot de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-03-11/09, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2013>

  Art. 15. De machtiging is slechts geldig wanneer zij van het identiteitsbewijs vergezeld is. Zij moet voorgelegd worden op elk verzoek van de personen bedoeld in artikel 11, § 1, van de wet en 44 en 45 van het besluit.

  Art. 15_VLAAMS_GEWEST.
   [1 De machtiging is alleen geldig als de volgende documenten erbij gevoegd zijn:
   1° het identiteitsbewijs van haar houder of, voor de niet-ingezeten en de buitenlandse onderdanen, een identiteitsbewijs dat dat vervangt;
   2° een bewijs waaruit blijkt dat de uitoefening van de ambulante activiteiten in kwestie behoorlijk gedekt wordt door verzekeringspolissen voor burgerlijke aansprakelijkheid en desgevallend tegen brandrisico's;
   3° het bewijs dat bij de uitoefening van een ambulante activiteit waarbij voeding wordt verkocht, voldaan wordt aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.
   De machtiging en documenten, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, worden voorgelegd op elk verzoek van de personen, vermeld in artikel 11, § 1, van de wet, en artikel 44 en 45 van dit besluit.
   De gemeente of de concessionaris zal de machtiging en de documenten, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, bij de toekenning van een standplaats en nadien periodiek en steekproefsgewijs controleren.]1

  

  Art. 16. Het verkrijgen van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten is aan volgende voorwaarden onderworpen :
  1° onverminderd de bepalingen van internationale verdragen en overeenkomsten :
  - of Belg zijn of echtgenoot van een Belg of, op voorwaarde dat zij zich met een van hen vestigen of komen vestigen :
  a) de bloedverwanten in nederdalende lijn, of die van hun echtgenoot, beneden de 21 jaar of die te hunnen laste zijn;
  b) de bloedverwanten in opgaande lijn of die van hun echtgenoot, die te hunnen laste zijn;
  c) de echtgenoot van de personen bedoeld in a en b ;
  - of onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn of op voorwaarde dat ze zich met hen vestigen of komen vestigen :
  a) zijn echtgenoot;
  b) zijn bloedverwanten in nederdalende lijn, of die van hun echtgenoot, beneden 21 jaar of die te hunnen laste zijn;
  c) zijn bloedverwanten in opgaande lijn of die van zijn echtgenoot, die te hunnen laste zijn met uitzondering van de bloedverwanten in opgaande lijn van studenten of die van hun echtgenoot;
  d) de echtgenoot van de personen bedoeld in b en c ;
  - of gemachtigd of toegelaten zijn tot onbeperkt verblijf of vestiging;
  - of erkend vluchteling in België zijn;
  2° indien de ambulante activiteit uitgeoefend wordt in een gereglementeerd gebied, voorafgaand aan deze bepalingen voldoen, tenzij een andere wettelijke of specifieke reglementaire bepaling er anders over beslist;
  3° indien de ambulante activiteit uitgeoefend wordt ten huize van de consument, van goed gedrag en zeden zijn.
  De machtiging kan enkel toegekend worden aan een persoon die niet aan deze voorwaarde voldoet dan na het akkoord van het Openbaar Ministerie betreffende de uitoefening van de geplande activiteit. In voorkomend geval wordt dit akkoord voor een proefperiode gegeven. Dit akkoord wordt door de aanvrager gevraagd.
  In geval van verlenging van een aanvraag tot machtiging, moet het getuigschrift van goed zedelijk gedrag of het document dat dit vervangt enkel afgeleverd worden wanneer het voorgaande attest dateert van meer dan een jaar terug.

  Art. 17. § 1. De aanvraag tot verkrijging van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten, wijziging van de gegevens die erop vermeld zijn en vervanging ervan, wordt door middel van het formulier weergegeven in Bijlage II van dit besluit, ingediend bij van één van de ondernemingsloketten ingesteld door de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. Ze wordt vergezeld van een bewijs van goed gedrag en zeden van de persoon voor wie de machtiging is gevraagd of van het akkoord van het Openbaar Ministerie betreffende de uitoefening van de geplande ambulante activiteit door de betrokkene.
  Na nazicht van de voorwaarden tot het uitoefenen van de gevraagde ambulante activiteit, levert het ondernemingsloket de machtiging of een document, dat de motivering in feite en in rechte bevat van de weigering tot toekenning van de machtiging, af.
  § 2. De weigering van de aflevering van de machtiging of de ongegronde afwezigheid van een beslissing binnen een termijn van tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn van drie maanden bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de wet, is vatbaar voor beroep bij de Minister.
  Wordt beschouwd als ongegronde afwezigheid van beslissing, het gebrek aan een beslissing binnen de termijn bedoeld in het vorige lid in het kader van een aanvraag van machtiging die alle nodige stukken bevat om een beslissing te kunnen nemen.
  Het beroep moet ingediend worden bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag die volgt op de kennisneming door de aanvrager van de beslissing ter weigering afgeleverd door het ondernemingsloket of bij afwezigheid van een beslissing, de dag volgend op het verstrijken van de termijn voorzien in het eerste lid.
  De Minister of de ambtenaar aan wie hij zijn bevoegdheid heeft gedelegeerd, maakt aan de aanvrager zijn beslissing bekend, bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag volgend op de ontvangst van het beroep. Hij licht daarover eveneens het ondernemingsloket in dat zich naar zijn beslissing moet richten.
  Indien de termijnen bedoeld in deze paragraaf verstrijken op een zaterdag of een zondag worden deze verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
  § 3. Indien de machtiging onderworpen is aan de moraliteitsvereiste bedoeld in artikel 16, eerste lid, 3°, en zij gericht is op de indienstneming van een " aangestelde ", kan het bewijs van goed gedrag en zeden of het document dat dit vervangt voor niet-residenten, vervangen worden door een schriftelijke verklaring op eer van de " aangestelde " die verklaart dat hij van goed gedrag en zeden is.
  Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt de machtiging toegekend op straffe van nietigheid op voorwaarde dat het bewijs van goed gedrag en zeden of het document dat dit vervangt, afgeleverd wordt binnen de dertig dagen volgend op de dag van de aflevering van de machtiging.
  § 4. Bij een aanvraag tot vervanging van een machtiging levert het ondernemingsloket aan de aanvrager een verklaring af voorzien in Bijlage III van het besluit. Dit document laat een voortzetting van de activiteit toe tot aan de verkrijging van de vervangen machtiging.
  § 5. Bij ontvangst van een machtiging als gevolg van een aanvraag tot wijziging, moet de voorgaande machtiging teruggegeven worden aan het ondernemingsloket.
  Bij stopzetting van de ambulante activiteiten of bij het einde van de geldigheidsduur van een machtiging moet deze terugbezorgd worden aan het ondernemingsloket.
  § 6. Het ondernemingsloket informeert de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie over de machtigingen die ze aflevert.

  Art. 17_VLAAMS_GEWEST.
   § 1. De aanvraag tot verkrijging van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten, wijziging van de gegevens die erop vermeld zijn en vervanging ervan, wordt door middel van het formulier weergegeven in Bijlage II van dit besluit, ingediend bij van één van de ondernemingsloketten ingesteld door de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. [1 Voor de persoon die de ambulante activiteit ten huize van de consument zal uitoefenen, wordt bij de aanvraag van een machtiging een uittreksel uit het strafregister gevoegd of het akkoord van het Openbaar Ministerie over de uitoefening van de geplande ambulante activiteit door de betrokkene.]1.
  Na nazicht van de voorwaarden tot het uitoefenen van de gevraagde ambulante activiteit, levert het ondernemingsloket de machtiging of een document, dat de motivering in feite en in rechte bevat van de weigering tot toekenning van de machtiging, af.
  § 2. De weigering van de aflevering van de machtiging of de ongegronde afwezigheid van een beslissing binnen een termijn van tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn van drie maanden bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de wet, is vatbaar voor beroep bij de Minister.
  Wordt beschouwd als ongegronde afwezigheid van beslissing, het gebrek aan een beslissing binnen de termijn bedoeld in het vorige lid in het kader van een aanvraag van machtiging die alle nodige stukken bevat om een beslissing te kunnen nemen.
  Het beroep moet ingediend worden bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag die volgt op de kennisneming door de aanvrager van de beslissing ter weigering afgeleverd door het ondernemingsloket of bij afwezigheid van een beslissing, de dag volgend op het verstrijken van de termijn voorzien in het eerste lid.
  De Minister of de ambtenaar aan wie hij zijn bevoegdheid heeft gedelegeerd, maakt aan de aanvrager zijn beslissing bekend, bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag volgend op de ontvangst van het beroep. Hij licht daarover eveneens het ondernemingsloket in dat zich naar zijn beslissing moet richten.
  Indien de termijnen bedoeld in deze paragraaf verstrijken op een zaterdag of een zondag worden deze verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
  § 3. Indien de machtiging onderworpen is aan de moraliteitsvereiste bedoeld in artikel 16, eerste lid, 3°, en zij gericht is op de indienstneming van een " aangestelde ", kan het bewijs van goed gedrag en zeden of het document dat dit vervangt voor niet-residenten, vervangen worden door een schriftelijke verklaring op eer van de " aangestelde " die verklaart dat hij van goed gedrag en zeden is.
  Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt de machtiging toegekend op straffe van nietigheid op voorwaarde dat het bewijs van goed gedrag en zeden of het document dat dit vervangt, afgeleverd wordt binnen de dertig dagen volgend op de dag van de aflevering van de machtiging.
  § 4. Bij een aanvraag tot vervanging van een machtiging levert het ondernemingsloket aan de aanvrager een verklaring af voorzien in Bijlage III van het besluit. Dit document laat een voortzetting van de activiteit toe tot aan de verkrijging van de vervangen machtiging.
  § 5. Bij ontvangst van een machtiging als gevolg van een aanvraag tot wijziging, moet de voorgaande machtiging teruggegeven worden aan het ondernemingsloket.
  Bij stopzetting van de ambulante activiteiten of bij het einde van de geldigheidsduur van een machtiging moet deze terugbezorgd worden aan het ondernemingsloket.
  § 6. Het ondernemingsloket informeert [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 over de machtigingen die ze aflevert.

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 18. Bij aanvraag van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten ontvangt het ondernemingsloket een recht waarvan het bedrag als volgt vastgelegd is :
  1° voor de " machtiging als werkgever ", bedoeld in artikel 13 : 150 euro;
  2°.voor de " machtiging als aangestelde A of B " van onbepaalde duur, bedoeld in artikel 14, § 1 en § 2 : 100 euro;
  3° voor de " machtiging als aangestelde B " van bepaalde duur, bedoeld in artikel 14, § 2 : 50 euro.
  Bij aanvraag van een wijziging of vervanging van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten ontvangt het ondernemingsloket een recht waarvan het bedrag als volgt is samengesteld :
  1° voor de " machtiging als werkgever ", bedoeld in artikel 13, en deze als " aangestelde B ", bedoeld in artikel 14, § 2 : 50 euro;
  2° voor deze als " aangestelde A ", bedoeld in artikel 14, § 1 : 100 euro.
  Deze rechten worden ontvangen tegen ontvangstbewijs door het ondernemingsloket.

  Afdeling II. - Betreffende de voorwaarden tot uitoefening van ambulante activiteiten.

  Art. 19. De uitoefening van ambulante activiteiten ten huize van de consument is niet toegelaten voor 8 uur en na 20 uur. Niettemin kan elke verkoopsactie begonnen voor 20 uur, mits akkoord van de consument, na dit uur afgesloten worden.

  Art. 20. Elke persoon die een ambulante activiteit uitoefent moet, naargelang het geval, in het bezit zijn van zijn machtiging of van een machtiging op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon waarvoor hij een ambulante activiteit uitoefent of desgevallend van het document die de machtiging vervangt, bedoeld in artikel 17, § 4.
  De machtiging dient samen met de identiteitskaart of, voor niet-residenten en buitenlandse onderdanen van een identiteitsbewijs die dit vervangt, op elk verzoek van één van de personen belast, bij wet of door dit besluit, met de controle van de ambulante activiteiten voorgelegd te worden.

  Art. 20_VLAAMS_GEWEST.
   [1 ...]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 21. § 1. Elke persoon, die een ambulante activiteit uitoefent ten huize van de consument, dient zijn machtiging aan de consument voor te leggen voorafgaand aan elk verkoopaanbod.
  § 2. Elke persoon, die een ambulante activiteit uitoefent op elke andere plaats dan ten huize van de consument, dient zich te identificeren hetzij aan de hand van een leesbaar uithangbord, zichtbaar geplaatst op het kraam of het voertuig, indien hij de activiteit hiervandaan uitoefent, hetzij door het voorleggen van zijn machtiging aan de consument voorafgaand aan elk verkoop aanbod, indien hij de activiteit op een rondtrekkende wijze uitoefent.
  Dit bord bevat de volgende vermeldingen :
  1° hetzij de naam, de voornaam van de persoon die een ambulante activiteit uitoefent als natuurlijk persoon voor eigen rekening of voor wiens rekening of in wiens dienst de activiteit wordt uitgeoefend; hetzij de naam, de voornaam van de persoon die het dagelijks bestuur binnen een rechtspersoon waarneemt of voor wiens rekening of in wiens dienst de activiteit wordt uitgeoefend;
  2° de firmanaam en/of de benaming van de onderneming;
  3° al naargelang het geval, de gemeente van haar maatschappelijke zetel of van de uitbatingszetel; en indien de onderneming niet in België gelegen is, het land en de gemeente waar deze zich bevindt;
  4° het inschrijvingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen of een identificatie die deze vervangt, indien het om een buitenlands bedrijf gaat.

  Art. 22. Voor de toepassing van de wet wordt met " tweedehandse goederen " bedoeld : goederen die niet nieuw zijn, namelijk tweedehandse voorwerpen, gesleten door het gebruik of verbleekt.

  Art. 22_VLAAMS_GEWEST.
   [1 ...]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  HOOFDSTUK V. - Betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten en het openbaar domein.

  Afdeling I. - Betreffende de organisatie van openbare markten.

  Onderafdeling I. - Algemeenheden.

  Art. 23. De standplaatsen op de openbare markten worden toegewezen hetzij per abonnement, hetzij van dag tot dag.
  Wanneer de bijdrage voor het gebruiksrecht van een standplaats van hand tot hand wordt betaald, moet er verplicht en onmiddellijk een ontvangstbewijs worden afgegeven die het geïnde bedrag vermeldt.

  Art. 23_VLAAMS_GEWEST.
   De standplaatsen op de openbare markten worden toegewezen hetzij per abonnement, hetzij van dag tot dag.
  [1 ...]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 24. § 1. Het aantal standplaatsen toegekend van dag tot dag mag niet lager zijn dan 5 % van het totale aantal standplaatsen van de markt.
  Bij de standplaatsen die per abonnement worden toegewezen, wordt voorrang gegeven aan de standwerkers tot 5 % van het totaal aantal standplaatsen op de markt.
  Wordt als standwerker beschouwd, de persoon van wie de activiteit uitsluitend bestaat in de verkoop, op verschillende markten, van producten of diensten waarvan hij de kwaliteit aanprijst en/of het gebruik uitlegt, door middel van argumenten en/of demonstraties gericht op een betere bekendheid bij het publiek en zodoende de verkoop ervan te promoten.
  § 2. Wanneer het cijfer dat resulteert na toepassing van de percentageregeling een decimaal getal is, wordt dit opgetrokken tot het hoger volgende geheel getal.

  Art. 24_VLAAMS_GEWEST.
   [1 ...]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Onderafdeling II. - Betreffende de personen aan wie de standplaatsen op de openbare markten kunnen toegewezen worden alsook zij die deze kunnen innemen.

  Art. 25. De standplaatsen op de openbare markten worden toegewezen hetzij aan de natuurlijke personen die voor eigen rekening een ambulante activiteit uitoefenen, houders van een " machtiging als werkgever ", hetzij aan rechtspersonen die dezelfde activiteit uitoefenen. De standplaatsen worden aan deze laatsten toegekend door tussenkomst van een persoon verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de vennootschap en die houder is van de " machtiging als werkgever ".
  De standplaatsen kunnen occasioneel ook toegewezen worden aan de verantwoordelijken van verkoopsacties zonder commercieel karakter, hiervoor toegelaten overeenkomstig artikel 7.

  Art. 26. § 1. De standplaatsen toegewezen aan de personen bedoeld in artikel 25, eerste lid, kunnen ingenomen worden :
  1° door de natuurlijk persoon, houder van een " machtiging als werkgever ", aan wie de standplaats is toegewezen;
  2° door de verantwoordelijke(n) van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen, houder(s) van een " machtiging als werkgever ";
  3° door de feitelijke venno(o)t(en) van de natuurlijk persoon aan wie de standplaats werd toegewezen, houders van een " machtiging als werkgever " voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening;
  4° door de echtgeno(o)t(e) en wettelijk samenwonende van de natuurlijk persoon aan wie de standplaats werd toegewezen, houder van een " machtiging als werkgever " voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening;
  5° door de standwerker, houder van een " machtiging als werkgever " aan wie het tijdelijk gebruiksrecht van de standplaats werd onderverhuurd, overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 alsook aan de standwerker, houder van een " machtiging als aangestelde A en B " voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor rekening of in dienst van de persoon aan wie de standplaats werd toegewezen of onderverhuurd.
  6° door de personen die beschikken over een " machtiging als aangestelde A " of een " machtiging als aangestelde B ", die een ambulante activiteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijk persoon of rechtspersoon bedoeld in 1° tot en met 4°;
  De personen opgesomd in het eerste lid, 2° tot 6°, kunnen de standplaatsen innemen, toegewezen of onderverhuurd aan de natuurlijk persoon of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst zij de activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats werd toegewezen of onderverhuurd.
  § 2. De personen die verkopen realiseren zonder commercieel karakter binnen het kader van de acties bedoeld in artikel 7, kunnen een standplaats innemen, toegewezen aan de verantwoordelijke van de actie. Desgevallend kunnen zij deze innemen buiten de aanwezigheid van deze.

  Art. 26_VLAAMS_GEWEST.
   § 1. De standplaatsen toegewezen aan de personen bedoeld in artikel 25, eerste lid, kunnen ingenomen worden :
  1° door de natuurlijk persoon, houder van een " machtiging als werkgever ", aan wie de standplaats is toegewezen;
  2° door de verantwoordelijke(n) van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen, houder(s) van een " machtiging als werkgever ";
  3° door de feitelijke venno(o)t(en) van de natuurlijk persoon aan wie de standplaats werd toegewezen, houders van een " machtiging als werkgever " voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening;
  4° door de echtgeno(o)t(e) en wettelijk samenwonende van de natuurlijk persoon aan wie de standplaats werd toegewezen, houder van een " machtiging als werkgever " voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening;
  5° [1 ...]1
  6° door de personen die beschikken over een " machtiging als aangestelde A " of een " machtiging als aangestelde B ", die een ambulante activiteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijk persoon of rechtspersoon bedoeld in 1° tot en met 4°;
  De personen opgesomd in het eerste lid, 2° tot 6°, kunnen de standplaatsen innemen, toegewezen of onderverhuurd aan de natuurlijk persoon of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst zij de activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats werd toegewezen of onderverhuurd.
  § 2. De personen die verkopen realiseren zonder commercieel karakter binnen het kader van de acties bedoeld in artikel 7, kunnen een standplaats innemen, toegewezen aan de verantwoordelijke van de actie. Desgevallend kunnen zij deze innemen buiten de aanwezigheid van deze.

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Onderafdeling III. - Betreffende de toewijzingsregels inzake losse standplaatsen op de openbare markten.

  Art. 27. De losse standplaatsen worden toegewezen, in voorkomend geval per specialisatie, hetzij bij chronologische volgorde van aankomst op de markt, hetzij bij loting.
  Wanneer de volgorde van aankomst op de markt tussen twee of meerdere kandidaten niet kan uitgemaakt worden, gebeurt de toekenning van de standplaats bij loting.

  Art. 27_VLAAMS_GEWEST.
   [1 § 1.]1 De losse standplaatsen [1 kunnen]1 worden toegewezen, in voorkomend geval per specialisatie, hetzij bij chronologische volgorde van aankomst op de markt, hetzij bij loting.
  Wanneer de volgorde van aankomst op de markt tussen twee of meerdere kandidaten niet kan uitgemaakt worden, gebeurt de toekenning van de standplaats bij loting.
  [1 § 2. De gemeente kan met voorafgaande inschrijvingen op de losse standplaatsen werken. Voor de voorafgaande inschrijving en de toewijzing houdt ze een openbaar register bij.
   Kandidaturen kunnen ingediend worden conform artikel 30.
   Tenzij het gemeentereglement in een afwijkende regeling voorziet, worden de aanvragen van losse standplaatsen volgens de chronologische volgorde van hun indiening toegewezen en, in voorkomend geval, op basis van de gevraagde plaats en specialisatie. Als twee of meer aanvragen gelijktijdig ingediend worden, wordt de volgorde van toewijzing bij loting bepaald. De gemeente of de concessionaris maakt de toewijzing van de standplaats bekend aan de aanvrager met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs, door overhandiging van een brief tegen ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
   In het gemeentereglement kunnen bijkomende modaliteiten worden vastgelegd.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 11, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Onderafdeling IV. - Betreffende de toewijzingsregels inzake standplaatsen per abonnement op de openbare markten.

  Art. 28. Wanneer een standplaats die per abonnement toegewezen wordt, vrijkomt, maakt de gemeente of de concessionaris de vacature bekend door publicatie van een kennisgeving.
  De modaliteiten inzake openbaarheid worden vastgelegd in het gemeentereglement.

  Art. 28_VLAAMS_GEWEST.
   Wanneer een standplaats die per abonnement toegewezen wordt, vrijkomt, [1 gaat de gemeente na of er een geschikte kandidaat is in het register, vermeld in artikel 31. Als het register geen geschikte kandidaat bevat,]1 maakt de gemeente of de concessionaris de vacature bekend door publicatie van een kennisgeving.
  De modaliteiten inzake openbaarheid worden vastgelegd in het gemeentereglement.

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 12, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 29. Met het oog op de toewijzing van de standplaatsen per abonnement, kan het gemeentereglement tussen de volgende categorieën van kandidaten, een volgorde bij voorrang bepalen alsook onderling per categorie een volgorde opstellen :
  1° personen die een uitbreiding van hun standplaats vragen;
  2° personen die een wijziging van hun standplaats vragen;
  3° personen die een standplaats vragen als gevolg van de opheffing ervan die ze op één van de markten van de gemeente innamen of aan wie de gemeente een vooropzeg heeft gegeven voorzien in artikel 8, § 2, van de wet;
  4° de externe kandidaten.
  Indien in het reglement hierover niets bepaald is, wordt de voorrang gegeven aan de kandidaten bedoeld in het eerste lid, 3°.
  De standplaatsen worden binnen elke groep, in voorkomend geval per specialisatie, toegewezen volgens chronologische volgorde van indiening van de aanvragen, zoals bepaald in artikel 31.

  Art. 30. § 1. De kandidaturen kunnen ingediend worden na een melding van vacature of op elk ander tijdstip.
  Zij worden hetzij bij brief neergelegd tegen ontvangstmelding hetzij bij ter post aangetekend schrijven tevens met ontvangstbewijs, hetzij op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs gericht aan de gemeente of de concessionaris.
  § 2. Om geldig te zijn moeten de kandidaturen ingediend worden volgens de voorschriften bedoeld in § 1, tweede lid, en in voorkomend geval binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature en de gegevens en documenten bevatten die door deze kennisgeving of gemeentereglement vereist worden.

  Art. 30_VLAAMS_GEWEST.
   [1 De gemeente bepaalt in haar gemeentelijk reglement de modaliteiten voor de indiening van kandidaturen voor een standplaats. Ze hanteert een transparant systeem met duidelijke registratie van het tijdstip van de indiening van de kandidatuur.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 13, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 31. § 1. Met het oog op de toewijzing van standplaatsen per abonnement houdt de gemeente of de concessionaris een register bij. Alle kandidaturen, worden naargelang hun ontvangst, hierin bijgehouden. Zij zijn er geklasseerd, eerst volgens categorie bepaald in artikel 29 en dan, in voorkomend geval, volgens de gevraagde standplaats en specialisatie, en tenslotte volgens datum. De datum is, naargelang het geval, deze van de overhandiging van de kandidatuur aan de gemeente of aan de concessionaris of deze van de indiening bij de post of nog deze van ontvangst op een duurzame drager.
  Wanneer twee of meerdere aanvragen behorend tot dezelfde categorie tezelfdertijd ingediend worden, wordt als volgt voorrang gegeven :
  1° voorrang wordt gegeven voor de categorieën bedoeld in artikel 29, eerste lid, 1°, 2° en 3°, aan de aanvrager die de hoogste anciënniteit op de markten van de gemeente heeft; wanneer de anciënniteiten niet kunnen vergeleken worden, wordt de voorrang bepaald bij loting;
  2° voor de externe kandidaten wordt de voorrang bepaald bij loting;
  Bij ontvangst van de kandidatuur volgt de onmiddellijke afgifte van een ontvangstbewijs door de gemeente of de concessionaris aan de kandidaat met vermelding van de datum van de volgorde van zijn kandidatuur en hem informeert over zijn recht om het register van de kandidaturen te raadplegen. De afgifte verloopt hetzij bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, hetzij bij overhandiging tegen ontvangstbewijs, hetzij op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
  § 2. De kandidaturen blijven geldig zolang ze niet werden nagekomen of ingetrokken door hun auteur.
  Om het register te actualiseren, kan de gemeente of de concessionaris de kandidaat op gezette tijden vragen om zijn kandidatuur te bevestigen. Het gemeentereglement omschrijft de modaliteiten van deze actualisering.
  § 3. Het register kan geraadpleegd worden overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.

  Art. 31_VLAAMS_GEWEST.
   § 1. Met het oog op de toewijzing van standplaatsen per abonnement houdt de gemeente of de concessionaris een register bij. Alle kandidaturen, worden naargelang hun ontvangst, hierin bijgehouden. Zij zijn er geklasseerd, eerst volgens categorie bepaald in artikel 29 en dan, in voorkomend geval, volgens de gevraagde standplaats en specialisatie, en tenslotte volgens datum. De datum is, naargelang het geval, deze van de overhandiging van de kandidatuur aan de gemeente of aan de concessionaris of deze van de indiening bij de post of nog deze van ontvangst op een duurzame drager.
  Wanneer twee of meerdere aanvragen behorend tot dezelfde categorie tezelfdertijd ingediend worden, wordt als volgt voorrang gegeven :
  1° voorrang wordt gegeven voor de categorieën bedoeld in artikel 29, eerste lid, 1°, 2° en 3°, aan de aanvrager die de hoogste anciënniteit op de markten van de gemeente heeft; wanneer de anciënniteiten niet kunnen vergeleken worden, wordt de voorrang bepaald bij loting;
  2° voor de externe kandidaten wordt de voorrang bepaald bij loting;
  Bij ontvangst van de kandidatuur volgt de onmiddellijke afgifte van een ontvangstbewijs door de gemeente of de concessionaris aan de kandidaat met vermelding van de datum van de volgorde van zijn kandidatuur en hem informeert over zijn recht om het register van de kandidaturen te raadplegen. De afgifte verloopt hetzij bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, hetzij bij overhandiging tegen ontvangstbewijs, hetzij op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
  § 2. De kandidaturen blijven geldig zolang ze niet werden nagekomen of ingetrokken door hun auteur.
  Om het register te actualiseren, kan de gemeente of de concessionaris de kandidaat op gezette tijden vragen om zijn kandidatuur te bevestigen. Het gemeentereglement omschrijft de modaliteiten van deze actualisering.
  § 3. Het register kan geraadpleegd worden overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.
  [1 § 4. Met uitzondering van de verplichting om een register bij te houden, vermeld in paragraaf 1, is dit artikel alleen van toepassing als het gemeentelijk reglement niet in een afwijkende regeling voorziet.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 14, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 32. De duur van de abonnementen wordt vastgelegd in het gemeentelijk reglement. Na verloop ervan worden zij stilzwijgend verlengd.
  De houder van een abonnement die voor eigen rekening een ambulante activiteit uitoefent of de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur van een rechtspersoon door wie het abonnement werd toegewezen kan het abonnement opschorten voor een voorziene periode van tenminste een maand, wanneer hij ongeschikt is zijn activiteit uit te oefenen, hetzij door ziekte of ongeval, op grond van een medisch attest, hetzij in geval van overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond. De opschorting gaat in de dag waarop de gemeente of de concessionaris op de hoogte gebracht worden van de ongeschiktheid en houdt op ten laatste vijf dagen na de melding van het hernemen van de activiteiten. De houder van het abonnement kan eveneens een opschorting ervan krijgen in de gevallen of volgens de wijze vermeld in het gemeentelijk reglement.
  De opschorting van het abonnement impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit het contract voortkomen.
  De persoon bedoeld in het tweede lid kan bij de vervaldag van het abonnement hiervan afstand doen mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen. Hij kan er ook afstand van doen mits eenzelfde opzegtermijn bij stopzetting, naar gelang het geval, van de ambulante activiteiten als natuurlijke persoon of als rechtspersoon voor wiens rekening hij de activiteit uitoefent. Hij kan ook, zonder vooropzeg, van het abonnement afstand doen, indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen, hetzij in geval van ziekte of ongeval op grond van een medisch attest, hetzij in geval van overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond. Tenslotte kan hij van het abonnement afstand doen in de gevallen en volgens de wijze bepaald in het gemeentelijk reglement.
  De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.
  De aanvragen van opschorting, herneming of opzegging van het abonnement worden betekend hetzij bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, hetzij bij overhandiging tegen ontvangstbewijs, hetzij op duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
  De gemeente of de concessionaris kan het abonnement schorsen of intrekken in de gevallen voorzien in het reglement. Deze beslissing wordt aan de houder van het abonnement betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.

  Art. 32_VLAAMS_GEWEST.
   De duur van de abonnementen wordt vastgelegd in het gemeentelijk reglement. Na verloop ervan worden zij stilzwijgend verlengd.
  De houder van een abonnement die voor eigen rekening een ambulante activiteit uitoefent of de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur van een rechtspersoon door wie het abonnement werd toegewezen kan het abonnement opschorten voor een voorziene periode van tenminste een maand, wanneer hij ongeschikt is zijn activiteit uit te oefenen, hetzij door ziekte of ongeval, op grond van een medisch attest, hetzij in geval van overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond. De opschorting gaat in de dag waarop de gemeente of de concessionaris op de hoogte gebracht worden van de ongeschiktheid en houdt op ten laatste vijf dagen na de melding van het hernemen van de activiteiten. De houder van het abonnement kan eveneens een opschorting ervan krijgen in de gevallen of volgens de wijze vermeld in het gemeentelijk reglement.
  De opschorting van het abonnement impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit het contract voortkomen.
  De persoon bedoeld in het tweede lid kan bij de vervaldag van het abonnement hiervan afstand doen mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen. Hij kan er ook afstand van doen mits eenzelfde opzegtermijn bij stopzetting, naar gelang het geval, van de ambulante activiteiten als natuurlijke persoon of als rechtspersoon voor wiens rekening hij de activiteit uitoefent. Hij kan ook, zonder vooropzeg, van het abonnement afstand doen, indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen, hetzij in geval van ziekte of ongeval op grond van een medisch attest, hetzij in geval van overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond. Tenslotte kan hij van het abonnement afstand doen in de gevallen en volgens de wijze bepaald in het gemeentelijk reglement.
  De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.
  De aanvragen van opschorting, herneming of opzegging van het abonnement worden betekend hetzij bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, hetzij bij overhandiging tegen ontvangstbewijs, hetzij op duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
  De gemeente of de concessionaris kan het abonnement schorsen of intrekken in de gevallen voorzien in het reglement. Deze beslissing wordt aan de houder van het abonnement betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
  [1 Met uitzondering van het eerste lid is dit artikel alleen van toepassing als het gemeentelijk reglement niet in een afwijkende regeling voorziet.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 15, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 33. De gemeente of de concessionaris maakt de toewijzing van de standplaats bekend aan de aanvrager hetzij bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of door overhandiging van een brief tegen ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.

  Art. 34. De gemeente of de concessionaris houdt een plan of een register bij waarin voor elke standplaats toegewezen per abonnement minstens vermeld staat :
  - de naam, voornaam, het adres van de persoon aan wie of door wiens tussenkomst de standplaats werd toegekend;
  - in voorkomend geval, de handelsnaam van de rechtspersoon aan wie de standplaats toegekend werd en het adres van haar maatschappelijke zetel;
  - het ondernemingsnummer;
  - de producten en/of diensten die te koop aangeboden worden;
  - in voorkomend geval, de hoedanigheid van standwerker;
  - de datum van de toewijzing van de standplaats en de duur van het gebruiksrecht;
  - indien de activiteit seizoensgebonden is, de periode van activiteit;
  - de prijs van de standplaats, behalve indien deze op een uniforme wijze vastgelegd is;
  - desgevallend, de naam en het adres van de overlater en de datum van de overdracht.
  Buiten de identiteit van de houder van de standplaats of van de persoon door wiens tussenkomst de standplaats toegekend is, de eventuele specialisatie, de hoedanigheid van standwerker en het seizoensgebonden karakter van de standplaats, mag het plan of het register verwijzen naar een bestand dat de andere inlichtingen overneemt.
  Het plan of het register en, desgevallend het bijhorend bestand, kunnen geraadpleegd worden overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.

  Art. 34_VLAAMS_GEWEST.
   De gemeente of de concessionaris houdt een plan of een register bij waarin voor elke standplaats toegewezen per abonnement minstens vermeld staat :
  - de naam, voornaam, het adres van de persoon aan wie of door wiens tussenkomst de standplaats werd toegekend;
  - in voorkomend geval, de handelsnaam van de rechtspersoon aan wie de standplaats toegekend werd en het adres van haar maatschappelijke zetel;
  - het ondernemingsnummer;
  - de producten en/of diensten die te koop aangeboden worden;
  - [1 ...]1
  - de datum van de toewijzing van de standplaats en de duur van het gebruiksrecht;
  - indien de activiteit seizoensgebonden is, de periode van activiteit;
  - de prijs van de standplaats, behalve indien deze op een uniforme wijze vastgelegd is;
  - desgevallend, de naam en het adres van de overlater en de datum van de overdracht.
  Buiten de identiteit van de houder van de standplaats of van de persoon door wiens tussenkomst de standplaats toegekend is, de eventuele specialisatie [1 ...]1 en het seizoensgebonden karakter van de standplaats, mag het plan of het register verwijzen naar een bestand dat de andere inlichtingen overneemt.
  [1 Het eerste en het tweede lid zijn alleen van toepassing als het gemeentelijk reglement niet in een afwijkende regeling voorziet.]1
  Het plan of het register en, desgevallend het bijhorend bestand, kunnen geraadpleegd worden overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten.

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Onderafdeling V. - Betreffende de onderverhuring van standplaatsen, hun overdracht alsook de opschorting van abonnementen.

  Onderafdeling V. VLAAMS_GEWEST. - [1 De overdracht van standplaatsen en de opschorting van abonnementen]1.
  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 35. § 1. De overdracht van standplaatsen is toegelaten onder de volgende voorwaarden :
  1° wanneer de houder van de standplaats(en) zijn ambulante activiteiten als natuurlijk persoon stopzet of overlijdt of wanneer de rechtspersoon haar ambulante activiteiten stopzet;
  2° en indien de overnemer(s) houder(s) zijn van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten als werkgever en de specialisatie van de overlater voortzetten op elke overgedragen standplaats behalve indien de gemeente een wijziging van specialisatie toestaat.
  De inname van de overgedragen standplaats(en) door de overnemer is pas toegelaten wanneer de gemeente of de concessionaris heeft vastgesteld dat :
  1° de overlater is overgegaan tot schrapping van zijn ambulante activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen of zijn rechthebbenden deze formaliteit hebben vervuld;
  2° de overnemer beschikt over een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten om dezelfde specialisatie(s) als de overlater of deze toegelaten door de gemeente uit te oefenen;
  3° wanneer het gemeentelijk reglement het aantal standplaatsen per onderneming beperkt, de onderneming van de overnemer dit aantal niet overschrijdt.
  § 2. In afwijking op § 1, wordt de overdracht van standplaatsen toegelaten tussen echtgenoten bij hun feitelijke scheiding, hun scheiding van tafel en bed en van goederen of bij hun echtscheiding en tussen wettelijke samenwonenden bij hun stopzetting van de wettelijke samenwoning, indien de overnemer houder is van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten als werkgever en de specialisatie van de overlater voortzet op elke overgedragen standplaats behalve indien de gemeente een wijziging van specialisatie toestaat.
  De inname van de overgedragen standplaats(en) door de overnemer is pas toegelaten :
  1° wanneer de overlater of de overnemer aan de gemeente een document voorlegt als bewijs van hun feitelijke scheiding, hun scheiding van tafel en bed en van goederen, hun echtscheiding of hun stopzetting van de wettelijke samenwoning;
  2° wanneer de gemeente of de concessionaris heeft vastgesteld dat de overnemer beschikt over een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten in de specialisatie(s) van de overlater of in deze die de gemeente toestaat;
  3° wanneer het gemeentelijk reglement het aantal standplaatsen per onderneming beperkt, de gemeente of de concessionaris onderzocht heeft of de onderneming van de overnemer dit aantal niet overschrijdt.

  Art. 35_VLAAMS_GEWEST.
   [1 De overdracht van standplaatsen met abonnement is toegelaten als de overnemer houder is van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten als werkgever en de specialisatie van de overlater voortzet op de overgedragen standplaats, behalve als de gemeente een wijziging van specialisatie toestaat.
   Binnen het eerste jaar na de overdracht kan een standplaats niet opnieuw worden overgedragen, behalve na de expliciete goedkeuring van de gemeente.
   De inname van de overgedragen standplaatsen door de overnemer is pas toegelaten als de gemeente of de concessionaris heeft vastgesteld dat:
   1° de overnemer beschikt over een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten om dezelfde specialisaties als de overlater of de specialisaties die toegelaten zijn door de gemeente, uit te oefenen;
   2° als het gemeentelijk reglement het aantal standplaatsen per onderneming beperkt, de onderneming van de overnemer dat aantal niet overschrijdt.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 18, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 36. De standwerkers, zoals omschreven in artikel 24, § 1, derde lid, die een abonnement voor een standplaats verkregen hebben, kunnen hun tijdelijk gebruiksrecht op deze standplaats onderverhuren aan andere standwerkers. Deze onderverhuring kan rechtstreeks of langs een vereniging die voor alle standwerkers zonder discriminatie openstaat om, gebeuren.
  Al naargelang, deelt de standwerker of de vereniging aan de betrokken gemeenten of concessionarissen de lijst van standwerkers mee, aan wie het tijdelijk gebruiksrecht van de standplaats werd onderverhuurd.
  De prijs van de onderverhuring mag niet hoger zijn dan het deel van de abonnementprijs voor de duur van de onderverhuring.

  Art. 36_VLAAMS_GEWEST.
   [1 ...]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 37. De abonnementen die toegekend werden voor de uitoefening van een seizoensgebonden ambulante activiteit, worden geschorst gedurende de periode van non-activiteit.
  Het contract aangaande het abonnement of het reglement bepaalt deze periodes en regelt de modaliteiten inzake inname van de standplaats tengevolge van de periode van non-activiteit.
  Wordt als seizoensgebonden ambulante activiteit beschouwd de activiteit die betrekking heeft op producten of diensten die wegens hun aard of traditie slechts gedurende een periode van het jaar verkocht worden.

  Art. 37_VLAAMS_GEWEST.
   De abonnementen die toegekend werden voor de uitoefening van een seizoensgebonden ambulante activiteit, worden geschorst gedurende de periode van non-activiteit.
  Het contract aangaande het abonnement of het reglement bepaalt deze periodes en regelt de modaliteiten inzake inname van de standplaats tengevolge van de periode van non-activiteit.
  Wordt als seizoensgebonden ambulante activiteit beschouwd de activiteit die betrekking heeft op producten of diensten die wegens hun aard of traditie slechts gedurende een periode van het jaar verkocht worden.
  [1 Dit artikel is alleen van toepassing als het gemeentelijk reglement niet in een afwijkende regeling voorziet.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 20, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Afdeling II. - Betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op het openbaar domein.

  Onderafdeling I. - Algemeenheden.

  Art. 38. De inname van een standplaats op het openbaar domein is onderworpen aan de voorafgaande machtiging van de gemeente of de concessionaris. Deze wordt toegewezen hetzij van dag tot dag, hetzij per abonnement.

  Art. 39. Wanneer de bijdrage voor het gebruiksrecht van een standplaats van hand tot hand wordt betaald, moet er verplicht en onmiddellijk een ontvangstbewijs worden afgegeven dat het geïnde bedrag vermeldt.

  Art. 39_VLAAMS_GEWEST.
   [1 ...]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 21, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Onderafdeling II. - Betreffende de personen aan wie de standplaatsen op het openbaar domein kunnen toegewezen worden alsook zij die deze kunnen innemen.

  Art. 40. De standplaatsen op het openbaar domein worden aan de personen bedoeld in artikel 25 toegewezen.

  Art. 41. De standplaatsen toegewezen aan de personen bedoeld in artikel 40 kunnen ingenomen worden door de personen bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid.
  De bepalingen van artikel 26, §§ 1, tweede lid, en 2 zijn op hen van toepassing.

  Onderafdeling III. - Betreffende de toewijzingsregels inzake de standplaatsen op het openbaar domein.

  Art. 42. § 1. Indien, overeenkomstig de bepalingen van artikel 9, § 2, van de wet, het reglement de plaatsen bepaalt die het voorwerp kunnen zijn van een ambulante activiteit, wijst de gemeente of de concessionaris de standplaatsen toe die zich op deze plaatsen situeren, overeenkomstig de bepalingen in §§ 2 en 3.
  § 2. De losse standplaatsen worden toegewezen volgens chronologische volgorde van aanvragen en, desgevallend, in functie van de gevraagde plaats en specialisatie.
  Wanneer twee of meerdere aanvragen voor standplaats(en) gelijktijdig ingediend worden, wordt de volgorde van toewijzing bij loting bepaald.
  De persoon aan wie een standplaats toegewezen is, ontvangt van de gemeente of van de concessionaris een document dat zijn identiteit, de aard van de producten of diensten die hij gemachtigd is te verkopen, de plaats, de datum en de duur van de verkoop vermeldt.
  § 3. De standplaatsen per abonnement worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 28 tot 37.
  Voor de toepassing van het eerste lid, worden in artikel 29, eerste lid, 3°, de woorden " op één van de markten van de gemeente innamen of aan wie de gemeente een vooropzeg heeft gegeven voorzien in artikel 8, § 2, van de wet " vervangen door de woorden " op het openbaar domein " en in artikel 31, § 1, tweede lid, 1°, de woorden " op de markten van de gemeente " vervangen door de woorden " op het openbaar domein van de gemeente ".

  Art. 42_VLAAMS_GEWEST.
   § 1. Indien, overeenkomstig de bepalingen van artikel 9, § 2, van de wet, het reglement de plaatsen bepaalt die het voorwerp kunnen zijn van een ambulante activiteit, wijst de gemeente of de concessionaris de standplaatsen toe die zich op deze plaatsen situeren, overeenkomstig de bepalingen in §§ 2 en 3.
  § 2. De losse standplaatsen worden toegewezen volgens chronologische volgorde van aanvragen en, desgevallend, in functie van de gevraagde plaats en specialisatie.
  Wanneer twee of meerdere aanvragen voor standplaats(en) gelijktijdig ingediend worden, wordt de volgorde van toewijzing bij loting bepaald.
  De persoon aan wie een standplaats toegewezen is, ontvangt van de gemeente of van de concessionaris een document dat zijn identiteit, de aard van de producten of diensten die hij gemachtigd is te verkopen, de plaats, de datum en de duur van de verkoop vermeldt.
  § 3. De standplaatsen per abonnement worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 28 tot 37.
  Voor de toepassing van het eerste lid, worden in artikel 29, eerste lid, 3°, de woorden " op één van de markten van de gemeente innamen of aan wie de gemeente een vooropzeg heeft gegeven voorzien in artikel 8, § 2, van de wet " vervangen door de woorden " op het openbaar domein " en in artikel 31, § 1, tweede lid, 1°, de woorden " op de markten van de gemeente " vervangen door de woorden " op het openbaar domein van de gemeente ".
  [1 § 4. Dit artikel is alleen van toepassing als het gemeentelijk reglement niet in een afwijkende regeling voorziet.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 22, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Art. 43. § 1. Indien het reglement niet de plaatsen bepaalt, die het voorwerp kunnen uitmaken van een ambulante activiteit, wijst de gemeente of de concessionaris de standplaatsen toe overeenkomstig de bepalingen van de §§ 2 en 3.
  § 2. De aanvragen van losse standplaatsen worden volgens de chronologische volgorde van hun indiening toegewezen en desgevallend in functie van de gevraagde plaats en specialisatie.
  Wanneer twee of meerdere aanvragen gelijktijdig ingediend worden, wordt de volgorde van toewijzing bij loting bepaald.
  De beslissing van de gemeente of de concessionaris om een standplaats al dan niet toe te wijzen, wordt onmiddellijk aan de aanvrager meegedeeld. Indien ze positief is, vermeldt ze de aard van de producten of de diensten die hij gemachtigd is te verkopen, de plaats, de datum en de duur van de verkoop. Indien ze negatief is, duidt ze het motief van de afwijzing van de aanvraag aan.
  § 3. De standplaatsen toegewezen per abonnement zijn dit overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 29 tot 37, met uitzondering van artikel 30, § 1, eerste lid.
  Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 29, eerste lid, 3°, worden de woorden " op één van de markten van de gemeente innamen of aan wie de gemeente een vooropzeg heeft gegeven voorzien in artikel 8, § 2, van de wet " vervangen door de woorden " op het openbaar domein ";
  2° in artikel 31, § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden " op de markten van de gemeente " vervangen door de woorden " op het openbaar domein van de gemeente ";
  3° in artikel 33 worden tussen de woorden " toewijzing " en " van de standplaats " de woorden " of de beslissing tot weigering van de toewijzing " geplaatst;
  4° in artikel 33 wordt een tweede lid opgesteld als volgt toegevoegd : " In geval van toewijzing van de standplaats vermeldt de bekendmaking de plaats(en), de dagen en de uren van verkoop alsook de aard van de toegelaten producten en diensten. In geval van weigering van de toewijzing duidt ze het motief van de afwijzing van de aanvraag aan ".

  Art. 43_VLAAMS_GEWEST.
   § 1. Indien het reglement niet de plaatsen bepaalt, die het voorwerp kunnen uitmaken van een ambulante activiteit, wijst de gemeente of de concessionaris de standplaatsen toe overeenkomstig de bepalingen van de §§ 2 en 3.
  § 2. De aanvragen van losse standplaatsen worden volgens de chronologische volgorde van hun indiening toegewezen en desgevallend in functie van de gevraagde plaats en specialisatie.
  Wanneer twee of meerdere aanvragen gelijktijdig ingediend worden, wordt de volgorde van toewijzing bij loting bepaald.
  De beslissing van de gemeente of de concessionaris om een standplaats al dan niet toe te wijzen, wordt onmiddellijk aan de aanvrager meegedeeld. Indien ze positief is, vermeldt ze de aard van de producten of de diensten die hij gemachtigd is te verkopen, de plaats, de datum en de duur van de verkoop. Indien ze negatief is, duidt ze het motief van de afwijzing van de aanvraag aan.
  § 3. De standplaatsen toegewezen per abonnement zijn dit overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 29 tot 37 [1 ...]1.
  Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 29, eerste lid, 3°, worden de woorden " op één van de markten van de gemeente innamen of aan wie de gemeente een vooropzeg heeft gegeven voorzien in artikel 8, § 2, van de wet " vervangen door de woorden " op het openbaar domein ";
  2° in artikel 31, § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden " op de markten van de gemeente " vervangen door de woorden " op het openbaar domein van de gemeente ";
  3° in artikel 33 worden tussen de woorden " toewijzing " en " van de standplaats " de woorden " of de beslissing tot weigering van de toewijzing " geplaatst;
  4° in artikel 33 wordt een tweede lid opgesteld als volgt toegevoegd : " In geval van toewijzing van de standplaats vermeldt de bekendmaking de plaats(en), de dagen en de uren van verkoop alsook de aard van de toegelaten producten en diensten. In geval van weigering van de toewijzing duidt ze het motief van de afwijzing van de aanvraag aan ".
  [1 § 4. Dit artikel is alleen van toepassing als het gemeentelijk reglement niet in een afwijkende regeling voorziet.]1

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 23, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  Afdeling III. - De personen belast met de praktische organisatie van de openbare markten en de uitoefening van ambulante activiteiten op het openbaar domein.

  Art. 44. De personen belast met de organisatie van de openbare markten en de uitoefening ambulante activiteiten op het openbaar domein, volgens de regels door de burgemeester of zijn afgevaardigde aangesteld, zijn in de uitoefening van hun opdracht bevoegd om de documenten, voorzien in de artikelen 15 en 20, welke de identiteit en de hoedanigheid van de personen die een ambulante activiteit uitoefenen op het grondgebied van de gemeente aantonen, te controleren.

  Art. 44_VLAAMS_GEWEST.
   De personen belast met de organisatie van de openbare markten en de uitoefening ambulante activiteiten op het openbaar domein, volgens de regels door de burgemeester of zijn afgevaardigde aangesteld, zijn in de uitoefening van hun opdracht bevoegd om de documenten, voorzien in [1 artikel 15]1, welke de identiteit en de hoedanigheid van de personen die een ambulante activiteit uitoefenen op het grondgebied van de gemeente aantonen, te controleren.

  ----------
  (1)<BVR 2017-04-21/13, art. 24, 006; Inwerkingtreding : 08-06-2017>
  

  HOOFDSTUK VI. - Betreffende het onderzoek en de vaststelling van overtredingen.

  Art. 45.De ambtenaren en de beambten aangesteld door de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie worden belast met het onderzoek en de vaststelling van de overtredingen van de wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  
  Art. 45. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
  [1 De ambtenaren van de Directie Economische Inspectie en de Directie Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie van Brussel Economie en Werkgelegenheid van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die aangesteld worden voor de uitvoering van inspectieopdrachten]1 worden belast met het onderzoek en de vaststelling van de overtredingen van de wet en haar uitvoeringsbesluiten.

  ----------
  (1)<BESL 2015-03-19/21, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 45_VLAAMS_GEWEST.
   [1 De ambtenaren van de dienst Inspectie van het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1 worden belast met het onderzoek en de vaststelling van de overtredingen van de wet en haar uitvoeringsbesluiten.

  ----------
  (1)<BVR 2015-12-18/42, art. 44, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  

  HOOFDSTUK VII. - Betreffende de minnelijke schikking.

  Art. 46. De processen-verbaal houdende vaststelling van de overtredingen bedoeld in artikel 13, § 1, 1° tot 5°, van de wet, opgemaakt door de ambtenaren bedoeld in artikel 11, § 1, van de wet, worden doorgestuurd naar de ambtenaren die daartoe aangewezen zijn door de Minister bevoegd voor de middenstand.

  Art. 47. De bedragen, die aan de overtreder ter betaling worden voorgesteld bij wijze van minnelijke schikking in de zin van artikel 13, § 3, van de wet, mogen niet lager zijn dan 65 euro en niet hoger dan 5.000 euro.
  In geval van samenloop van verscheidene overtredingen worden de bedragen opgeteld, waarbij 12.500 euro als maximum niet mag worden overschreden.

  Art. 48. Geen voorstel van betaling kan worden gedaan dan nadat een afschrift van het proces-verbaal waarbij de overtreding wordt vastgesteld, bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, aan de overtreder ter kennis is gebracht.

  Art. 49.Elk voorstel tot betaling wordt samen met een stortings- of overschrijvingsformulier aan de overtreder toegestuurd bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, binnen een termijn van zes maand, gerekend vanaf de datum van het proces-verbaal.
  In dit voorstel staat de termijn vermeld waarbinnen de betaling moet worden gedaan. Deze termijn is minimum vijftien dagen en maximum drie maanden.
  De betaling moet worden gedaan aan de Administratie van de belastingen op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen die de ambtenaren die daartoe door de Minister zijn aangesteld, informeert.
  
  Art. 49. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST)
  Elk voorstel tot betaling wordt samen met een stortings- of overschrijvingsformulier aan de overtreder toegestuurd bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, binnen een termijn van zes maand, gerekend vanaf de datum van het proces-verbaal.
  In dit voorstel staat de termijn vermeld waarbinnen de betaling moet worden gedaan. Deze termijn is minimum vijftien dagen en maximum drie maanden.
  [1 ...]1

  ----------
  (1)<BESL 2015-03-19/21, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 49_VLAAMS_GEWEST.
   Elk voorstel tot betaling wordt samen met een stortings- of overschrijvingsformulier aan de overtreder toegestuurd bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, binnen een termijn van zes maand, gerekend vanaf de datum van het proces-verbaal.
  In dit voorstel staat de termijn vermeld waarbinnen de betaling moet worden gedaan. Deze termijn is minimum vijftien dagen en maximum drie maanden.
  [1 ...]1

  ----------
  (1)<BVR 2015-12-18/42, art. 45, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  

  Art. 50. Indien geen voorstel tot betaling wordt gedaan binnen de termijn bepaald in artikel 49, eerste lid, wordt het proces-verbaal uiterlijk bij het verstrijken van die termijn doorgestuurd naar de Procureur des Konings.

  Art. 51. In geval van niet-betaling binnen de in het betalingsvoorstel vermelde termijn, wordt het proces-verbaal naar de procureur des Konings gestuurd.

  HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en slotbepalingen.

  Art. 52. Het koninklijk besluit van 3 april 1995 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 29 april 1996, 30 april 1999, 23 mei 2000, 20 juli 2000 en 17 november 2003, wordt opgeheven.

  Art. 53. Treden in werking op 1 oktober 2006 :
  1° de bepalingen betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten bedoeld in de artikelen 1 tot en met 24 van de wet van 4 juli 2005 tot wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd door de wet van 20 juli 2006;
  2° het huidig besluit.

  Art. 54. Onze Minister van Middenstand, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, en Onze Minister van Economie, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. BIJLAGE Ia. - Machtiging ambulante activiteiten als werkgever.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-09-2006, p. 50525).

  Art. N2. BIJLAGE Ib. - Machtiging ambulante activiteiten als aangestelde A (geldig op alle plaatsen, uitgezonderd ten huize van de consument.)
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-09-2006, p. 50527).

  Art. N3. BIJLAGE Ic. - Machtiging ambulante activiteiten als aangestelde B (geldig op alle plaatsen, met inbegrip van ten huize van de consument.)
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-09-2006, p. 50529).

  Art. N4. Bijlage II. - Aanvraag Machtiging ambulante activiteit.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-09-2006, p. 50531-50532).

  Art. N5. Bijlage III. - Attest ter Voorlopige vervanging van de machtiging van Ambulante activiteiten.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-09-2006, p. 50535).
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 24 september 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Middenstand,
Mevr. S. LARUELLE
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2005 en 20 juli 2006;
   Gelet op de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, inzonderheid op artikel 43;
   Gelet op het koninklijk besluit van 3 april 1995 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 april 1996, 30 april 1999, 23 mei 2000, 20 juli 2000 en 17 november 2003;
   Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Zelfstandigen en de KMO van 29 september 2005;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik van 30 november 2005;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 februari 2006;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 17 maart 2006;
   Gelet op het advies 40.184/1 van de Raad van State, gegeven op 27 april 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand, van Onze Minister van Justitie, van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en van Onze Minister van Economie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 21-04-2017 GEPUBL. OP 29-05-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6; 7; 13; 14; 15; 17; 20; 22; 23; 24; 26; 27; 28; 30; 31; 32; 34; 35; 36; 37; 39; 42; 43; 44)
  • BEELD
  • WET VAN 29-06-2016 GEPUBL. OP 06-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 5)
  • BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 18-12-2015 GEPUBL. OP 31-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 49)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 19-03-2015 GEPUBL. OP 18-06-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; 49)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-03-2013 GEPUBL. OP 25-03-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 14/1)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van de ambulante en kermisactiviteiten is gewijzigd door de wetten van 4 juli 2005 en 20 juli 2006.
       Het huidige besluit, tot uitvoering van deze wet, geeft een vaste vorm aan het eerste deel van deze wijziging. Het is volledig gewijd aan de uitoefening van ambulante activiteiten en hun organisatie, en in het bijzonder, deze van de rommelmarkten. Het tweede deel van de wijziging, wat een legaal kader biedt aan de kermisactiviteiten en aan de kermissen, maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk besluit.
       Het huidige besluit vormt de uitvoering van één van de doelstellingen van de regeringsverklaring. Zij neemt plaats binnen het geheel van maatregelen die de ontwikkeling van de K.M.O. 's en het scheppen van werkgelegenheid beogen.
       Ter herinnering, de wet van 4 juli 2005, die de wet van 25 juni 1993 betreffende de organisatie van de ambulante en kermisactiviteiten gewijzigd heeft, heeft zich drie belangrijke doelstellingen gesteld. De eerste, het toepassingsgebied doen overeenstemmen met de socio-economische realiteit. De tweede, de handelsonderneming verlossen van reglementaire belemmeringen die hen beteugelen in hun ontwikkeling. De derde, de beheersing van de ambulante activiteiten op haar openbaar domein teruggeven aan de gemeente en hun de middelen aanbieden om zich te voorzien van een netwerk van buurtwinkels die het aanbod van de gevestigde handel aanvult.
       De inwerkingtreding van deze drie doelstellingen vormt de grote lijnen van dit ontwerp.
       De eerste doelstelling is vertaald in Hoofdstukken II en III van het besluit. Deze reorganiseren het toepassingsgebied van de wet. Hun benaderingswijze is tegengesteld aan die van de vroegere wetgeving. Deze laatste had geopteerd voor een strikte afbakening van haar actieterrein en verbood alle activiteiten die er buiten vielen. Zij was zodoende vervreemd van de socio-economische vooruitgang en, in de loop van de tijd, was de naleving ervan steeds meer en meer problematisch. Steunend op deze ervaring staat het huidige besluit ruim open voor alle vormen van ambulante activiteiten, omkadert hen en spant zich in om zich de rechtsmiddelen te verschaffen om misbruiken te voorkomen en te bestraffen.
       Zij integreert de nieuwe vormen van diensten die zich ten huize van de consument ontwikkelen, en ruimer, al diegene die verwant zijn met de ambulante handel. Zij dekt de talrijke commerciële activiteiten die de verschillende manifestaties animeren, die de loop van het gemeentelijk leven begeleiden. Zij omkadert de verkoopsdaden zonder handelskarakter, menslievende en andere, en decentraliseert gedeeltelijk het beheer hiervan. Zij omkadert ook de rommelmarkten met behoud van het gezellige karakter ervan. Zij neemt een gehele reeks van verkoopshandelingen buiten de onderneming van de verkoper in overweging en geeft hen een lot in overeenstemming met hun specifiek karakter. Kortweg, spant zij zich in om het geheel van de structuur van ambulante activiteiten te dekken terwijl men de reglementaire inmengingen beperkt om de ontwikkeling ervan niet te belemmeren.
       De tweede doelstelling van de wet betreft eigenlijk de reorganisatie van de ambulante handel. Zij maakt het onderwerp uit van artikel 5 van Hoofdstuk II en van Hoofdstukken III en IV van het besluit. Zij streeft naar het geven aan het beroep, tegelijk, van middelen om de structurele crisis die hen al sinds een tiental jaar ondermijnt te boven te komen en van een gunstig kader voor hun natuurlijke ontwikkeling.
       Het huidige besluit legt zich toe op het opheffen van alle belemmeringen voor de ontwikkelingen van de activiteit en om het beroep te voorzien van beheersinstrumenten vergelijkbaar met die waarover de gevestigde ondernemingen beschikken : de opheffing van de zesjaarlijkse vernieuwing van de vergunningen van de ambulante activiteiten, de opheffing van de beperkingen betreffende het aantal " aangestelden ", openstelling naar alle vormen van arbeid, het invoeren van een regime van indienstneming op proef, de mogelijkheid om over te gaan tot aanwervingen van korte duur om het hoofd te bieden aan onvoorziene afwezigheden en aan pieken van activiteiten.
       Het besluit heft ook de talrijke verbodsbepalingen op die het spectrum van de ambulante handel belemmerden. Zij sluit alleen producten uit die mogelijks een gevaar kunnen teweegbrengen voor de openbare orde, openbare veiligheid, de openbare gezondheid en de bescherming van de consument.
       De derde doelstelling van de wet verleent de gemeente de organisatie van de ambulante handel op haar openbaar domein. Zij stelt zodoende een einde aan de ontwikkeling van " wilde " activiteiten in enkele gemeenten en aan het algemeen verbod van de ambulante handel in andere. Zij biedt, bij dezelfde gelegenheid, aan de gemeentelijke overheden de mogelijkheid om op een harmonieuze wijze het handelsaanbod op zijn grondgebied weer aan te trekken.
       Het besluit, in zijn Hoofdstuk V, Afdeling II, verleent haar bijdrage aan deze doelstelling door het regelen van de toewijzing van de verkoopstandplaatsen op het openbaar domein. Dit volgt grotendeels het voorbeeld van het model van de markten wat de gemeenten en de ambulante handelaars tevreden lijkt te stellen.
       De andere hoofdstukken van het besluit hernemen de vroegere bepalingen. Zij bevatten geen wijzigingen of enkel kleine aanpassingen.
       * * *
       Het ontwerp werd behalve op drie punten aan de opmerkingen van de Raad van State aangepast.
       Het eerste betreft artikel 3, § 2 van het ontwerp van het besluit. Dit artikel bepaalt de producten en de diensten die, wegens noodwendigheden, ten huize van de consument boven de limiet van 250 euro, die door de wet ingesteld werd, verkocht mogen worden. De tweede paragraaf maakt het realiseren van deze verkopen ondergeschikt aan de naleving van voorwaarden die de bescherming van de consument versterken. De Raad van State betwist de grondslag van deze voorwaarden.
       Wij kunnen deze mening niet delen. De bevoegdheid welke aan de Koning verleend wordt, past in het kader van een bepaling waarvan de voornaamste doelstelling de bescherming van de consument is. De voorwaarden waaraan de verkopen, die het voorwerp uitmaken van deze afwijking, onderworpen zijn, realiseren deze zorg van een specifieke bescherming van de consument, welke door de wetgever gewild is. De door de Raad van State gecontesteerde bepaling blijkt bijgevolg conform te zijn met de wil van de wetgever en overschrijdt het kader van algemene reglementaire bevoegdheid, welke artikel 108 van de Grondwet aan de Koning toekent, in ieder geval niet.
       Het tweede betreft de artikelen 42, § 3 en 43, § 3. Deze bepalingen regelen de toewijzing van standplaatsen met abonnement bestemd voor de uitoefening van ambulante activiteiten op het openbaar domein. Zij verwijzen naar het stelsel toegepast op de openbare markten waaraan zij enkele noodzakelijke wijzigingen inherent aan de eigenheden van het openbaar domein, aanbrengen. De Raad van State opperde de wens dat deze aangepaste bepalingen integraal zouden weergegeven worden in de paragrafen waarvan sprake. De auteurs van het ontwerp delen uiteraard de zorg van juridische zekerheid van de Raad van State maar vrezen dat deze dubbele herhaling de tekst van het besluit aanzienlijk verlengt en haar duidelijkheid schaadt. Zij hebben bijgevolg gekozen voor het behoud van de bepalingen zoals opgesteld.
       Een derde punt betreft artikel 44. Deze wees in haar oorspronkelijke vorm de personen belast met de organisatie van de uitoefening van ambulante activiteiten op gemeentelijk niveau op de markten en het openbaar domein, de marktleiders, een bevoegdheid van controle toe. Het voegde tevens een bevoegdheid tot bevel toe - welke de auteurs van het ontwerp beschouwden als inherent aan de gegeven bevoegdheid -, met sancties te voorzien in het gemeentereglement. De Raad van State oordeelde dat het dit artikel aan juridische basis ontbrak.
       De auteurs kunnen de opmerking van de Raad van State betreffende de voorgestelde bevoegdheid tot bevel, en bijgevolg ook van het daarmee verbonden sanctiestelsel, begrijpen in de mate dat deze deel uitmaakt van de organisatie van de ambulante handel en niet van haar controle. Zij kunnen deze opmerking echter niet onderschrijven wanneer deze het geheel van het artikel als niet gefundeerd beschouwd. Artikel 3 van de wet verleent aan de Koning de bevoegdheid om de modaliteiten inzake controle van de ambulante en kermisactiviteiten te bepalen en fundeert goed de aan de marktleiders toegewezen controlebevoegdheid. Bijgevolg hebben de auteurs dit gedeelte van artikel 44, dat aan de marktleiders toelaat om de machtigingen van de personen die een ambulante activiteit uitoefenen op de openbare markten of het openbaar domein van de betrokken gemeenten te controleren, behouden. Zonder deze bevoegdheid kunnen zij hun opdracht niet correct vervullen.
       COMMENTAAR BIJ DE ARTIKELEN
       HOOFDSTUK I. - Algemeenheden
       Artikel 1
       Dit artikel handelt over de gebruikte terminologie en noodzaakt niet tot commentaren.
       HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied
       Artikel 2
       Artikel 2, § 1, tweede lid, van de wet heeft aan de Koning de bevoegdheid om het toepassingsgebied van de wet uit te breiden tot de diensten. Deze bepaling is niet nieuw maar werd niet uitgevoerd. Het aanbieden van diensten buiten de vestiging van de verkoper bleef dan ook marginaal. Met de liberalisering van de energiemarkt zijn de zaken veranderd. De verkopen van elektriciteit ten huize van de consument hebben een hoge vlucht genomen. Andere operatoren, zoals deze uit de sector van de telefonie (die onder dienstverlening vallen) volgen de ingeslagen weg. Bovendien willen de energieleveranciers hun ambulante activiteit niet beperkt zien tot " de huis aan huis verkoop " en stellen de legitieme eis om ook toegang te krijgen tot de gemeentelijke markten. Ondertussen ontwikkelden zich ook andere aanbiedingen van diensten ten huize van de consument : ruitenwassen, wassen van wagens, tuinonderhoud, enz.
       De ontwikkeling van deze nieuwe commerciële praktijken is uiteraard niet zonder risico noch voor de consument, noch voor de gevestigde handel. Het is bijgevolg nodig deze te omkaderen. Deze omkadering is gerealiseerd door artikel 2. Dit breidt de wet uit tot de diensten aangeboden of verkocht op de plaatsen bedoeld in de artikelen 4, § 1, van de wet en 4 van het besluit. Van dit kader blijven evenwel uitgesloten, om reden van de controle waaraan zij onderworpen zijn, de diensten die uitgaan van beroepen waarvan de activiteiten aan regels van deontologie, goedgekeurd door de openbare machten, onderworpen zijn, zoals de beroepen van architect, landmeter, verzekeraar, enz. Onder deontologische regels moet men verstaan de regels bestemd voor de bescherming van de eer en de waardigheid van diegenen die een beroep uitoefenen en die voorvloeien uit de principes van plicht, integriteit, discretie en fijngevoeligheid die de relaties tussen deze professionals en de relaties tussen deze laatsten en hun cliënten moeten besturen.
       Dit artikel sluit eveneens uit de aanbiedingen en verkopen van diensten gerealiseerd overeenkomstig artikel 5, 8°, van de wet, ter gelegenheid van het bezoek van een handelaar ten huize van de consument op voorafgaand en uitdrukkelijk verzoek van deze laatste.
       Artikel 3
       Artikel 4, § 1, 3e lid, van de wet beperkt de verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop ten huize van de consument tot producten en diensten met een totale waarde van minder dan 250 euro per consument. Dezelfde paragraaf heeft de Koning de bevoegdheid om van deze beperking af te wijken in functie van noodwendigheden.
       Het maximumbedrag is het resultaat van een amendement van de wet. Deze maakte het voorwerp uit van lange debatten in het Parlement. De inzet was het vinden van een juist evenwicht tussen een betere bescherming van de consument, in het bijzonder de meest zwakke, de wil om personen die zich moeilijk kunnen verplaatsen of wonen in gebieden die minder goed bedeeld zijn op het niveau van de distributie een noodzakelijk commercieel aanbod niet te ontnemen en het respecteren van het principe van vrijheid van handel en industrie. Men verloochent de geest van de wetgever niet door toe te voegen dat de gestemde beperking het verder zetten van lokale of regionale traditionele verkopen, waaraan reeds generaties van handelaars en consumenten gehecht zijn en die hun nut bewezen hebben. Het verbieden van deze verkopen zou de handelaars, waarvan de prestaties zich niet lenen tot misbruik, alsook hun klanten onrechtmatig straffen.
       Het onderwerp van de debatten, de debatten zelf en de voorbeelden die deze onderbouwden, verklaren de bevoegdheid die aan de Koning werd verleend om van dit maximumbedrag af te wijken en in het bijzonder het concept "noodwendigheden " die de afwijking rechtvaardigen. In het licht van dit alles kan men stellen dat binnen dit concept opgenomen zijn de producten en diensten inzake basisbehoeften en deze gebonden aan het welzijn. Behoren tot basisbehoeften : de toelevering van gas, elektriciteit en water, de diensten inzake telefonie, de veiligheid van bezittingen en personen. Behoren tot het welzijn : toegang tot televisie en Internet. Behoren, volgens hun aard, tot de ene of de andere van deze categorieën : de artikelen en diensten die betrekking hebben op de inrichting van het huis, tuinaanleg en huishouding met inbegrip van elektrische huishoudapparatuur. Dit wil zeggen de producten en diensten waartoe elke consument vrij toegang moet kunnen hebben en in het bijzonder iedere persoon die moeilijkheden ondervindt om zich te verplaatsen of woont in gebieden die commercieel minder ontwikkeld zijn.
       Met het oog op het bereiken van deze doelstellingen, in het licht van de informatie verkregen van de controlediensten, werden specifieke limieten ontwikkeld om de veiligheid van de consumenten waarvoor deze afwijkende maatregel bestemd is te versterken, dit alles om hun toegang tot het commercieel aanbod waarop ze recht hebben te vrijwaren. Het is daarom dat de verkopen van elektrische huishoudapparatuur en de artikelen en diensten die betrekking hebben op de inrichting van het huis, tuinaanleg en huishouding geplafonneerd werd tot een maximumbedrag van 700 euro en beperkt tot de verkoop van één enkel artikel of dienst. Deze regel vormt een aanvaardbaar compromis en is conform aan het gezochte evenwicht, aangezien het de geviseerde consumenten beschermt tegen de meest gekende misbruiken, dit alles terwijl hen toegang wordt gegeven tot een breed aanbod van artikelen. Dit is tevens de zin van de specifieke bepalingen die de verkoop van water, gas en elektriciteit omkaderen, alsook de producten en diensten van telefonie en de toegang tot televisie en Internet tot een bedrag gelijk aan of hoger dan 250 euro. Deze leggen een reeks van verplichtingen op voor de verkoper : het afsluiten van een contract, geschreven en getekend door beide partijen en het overhandigen van een origineel aan de koper op het moment van de afsluiting; de bevestiging van het contract door de verkoper, per brief geadresseerd aan de koper bevattende een exemplaar van het contract getekend door de koper met vermelding van de algemene en bijzondere verkoopsvoorwaarden; de mogelijkheid voor de koper om zich een kopie van het contract te laten opsturen en dit op eenvoudige vraag; en tenslotte, de invoering van een bedenktijd van 14 dagen, met de mogelijkheid tot verzaken, die begint te lopen vanaf de bevestiging van het contract door de verkoper of van de ontvangst door de consument indien hij zelf de aanvraag heeft gedaan.
       Artikel 4.
       Dit artikel is genomen in uitvoering van artikel 4 § 1, vierde lid, van de wet die de Koning de mogelijkheid biedt om het toepassingsgebied van ambulante activiteiten uit te breiden tot andere plaatsen dan deze die in de wet zelf vastgelegd zijn. Deze bevoegdheid bestond reeds. Zij maakte het mogelijk de wetgeving te laten evolueren in functie van nieuwe socio-economische praktijken. We merken op dat de activiteiten die op deze plaatsen uitgeoefend worden onderworpen zijn aan het bezit van een machtiging tot het uitoefenen van ambulante activiteiten bedoeld in de artikelen 13 en 14 van dit besluit.
       Twee plaatsen van uitoefening die reeds in de vorige reglementering opgenomen waren, worden behouden. Enerzijds gaat het om de horecazaken waar de verkoop van bloemen toegelaten blijft en anderzijds de plaatsen waar culturele en sportieve manifestaties plaats vinden tijdens dewelke de verkoop van bepaalde producten toegelaten blijven.
       De bepalingen betreffende de verkopen tijdens sportieve en culturele manifestaties zijn van toepassing op alle manifestaties die gehouden worden in een zaal of op elke andere openbare of private plaats. De verkopen die er toegelaten zijn, dienen wel een bijkomstig karakter te behouden. Ze mogen uiteraard de aard van de manifestatie niet wijzigen. Ze moeten overeenkomen met deze die over het algemeen dergelijke manifestatie vergezellen ofwel verbonden zijn met het thema van de manifestatie. In de praktijk kunnen ze betrekking hebben op dranken, ijsjes, snoepgoed, snacks en artikelen gerelateerd aan het thema van de manifestatie zoals T-shirts met afbeelding van een sportfiguur of een artiest, platen, cassettes, video's, cd van betreffende artiest, ...enz.
       De diensten en verkopen van de " plaatsaanwijzers " in de bioscopen, theaters en andere plaatsen waar vertoningen doorgaan zijn uitgesloten van vermelde bepalingen en van deze van de wet. Deze uitsluiting, gebaseerd op artikel 5, 10°, van de wet, is gewijd aan artikel 12 § 4, van het besluit. Ze is gerechtvaardigd door de aard van de diensten en hun sedentair karakter.
       Een derde categorie van plaats van uitoefening wordt toegevoegd. Het gaat om private plaatsen waar rommelmarkten en andere verkoopsmanifestaties toegankelijk voor niet-professionele verkopers plaatsvinden. Deze uitbreiding biedt tevens aan professionelen de mogelijkheid om aan deze manifestaties deel te nemen wanneer ze plaatsvinden op een private plaats. Hun aanwezigheid is slechts toegelaten indien de manifestatie voor hen toegankelijk is.
       Twee categorieën van plaatsen van uitoefening die in het vorige besluit voorkwamen, worden in dit artikel niet hernomen. Het gaat om de plaatsen waar verkopen van kledij door het O.C.M.W. doorgaan en deze waar een handelaar overgaat tot de liquidatie van zijn stock als gevolg van een ramp, en die plaatsvinden buiten zijn vestigingen. Deze twee activiteiten zijn gezien hun specificiteit,onttrokken aan het toepassingsgebied van de wet op basis van het artikel 5, 10°, en overeenkomstig artikel 12, §§ 2 en 6, van dit besluit.
       Artikel 5
       Dit artikel is genomen in toepassing van artikel 6, § 1, van de wet die aan de Koning de mogelijkheid biedt om de verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van bepaalde producten en diensten als ambulante activiteit te verbieden wegens motieven van openbare orde, veiligheid, gezondheid en rust of bescherming van de consument.
       Zijn verboden ter bescherming van de openbare gezondheid de geneesmiddelen, drogerijen en geneeskrachtige planten alsook de bereidingen op basis hiervan, alsook ieder product die de verandering van de gezondheidstoestand beoogt, hetzij door de stoffen die het bevat, hetzij door de secundaire effecten die het kan teweegbrengen. Zijn eveneens verboden, om redenen van openbare gezondheid, de medische en orthopedische apparaten, corrigerende glazen en de monturen bestemd voor deze glazen alsook hun plaatsing, en corrigerende contactlenzen.
       Deze opsomming herneemt de verbodsbepalingen die reeds in het vorige besluit voorzien werden, maar zij actualiseert ze en probeert ze te verduidelijken. Zo zijn de termen " drogerijen ", op zijn zachts gezegd zeer vaag, en " farmaceutische producten " (zij omvat elk product dat in een apotheek verkocht wordt), om reden van onduidelijke betekenis, vervangen door de omschrijving " ieder product die de verandering van de gezondheidstoestand beoogt, hetzij door de stoffen die het bevat, hetzij door de secundaire effecten die het kan teweegbrengen ". Deze omschrijving dekt naast de medicamenten alle producten die bedoeld zijn om een effect op de gezondheid te hebben of in staat zijn te hebben. Gezien het mobiele karakter van de ambulante handel en de moeilijkheden inzake controle eigen hieraan, is het uiteindelijk niet wenselijk om de verkoop van deze producten toe te laten in het kader van deze activiteit. Zijn vooral bedoeld de producten die deel uitmaken van vermageringsregimes, de vervangingsmaaltijden en de voedingssupplementen.
       Zijn verboden uit bezorgdheid voor de bescherming van de consument : de edele metalen, edelstenen, natuur- en cultuurparels alsook alle voorwerpen die ermee vervaardigd zijn. Deze producten behoren tot de juwelen en sieraden. Hun verkoop buiten een vestiging die te goeder naam en faam bekend staat is, wegens hun kostprijs en de kans op bedrog, niet wenselijk.
       De edele metalen en de werkstukken ermee vervaardigd zijn bepaald door de wet van 11 augustus 1987 betreffende de waarborg inzake edele metalen. Het gaat om goud, zilver, platina, die respectievelijk een gehalte hebben van minstens 585, 835 en 950 duizendsten. Een definitie van edelstenen en halfedelstenen bestaat echter niet. Men moet terugvallen op de gebruikstaal : " edelstenen " : stenen gebruikt in juwelen (diamant, smaragd, robijn, saffier); en " halfedelstenen " : stenen gebruikt in sieraden (topaas, amethist, chrysoberil, enz.). Hetzelfde geldt voor de parels. Zij die door het koninklijk besluit bedoeld zijn, zijn deze verkregen door visserij of door kweek.
       De verkoop van gebruikte werkstukken in edele metalen, andere dan deze bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet van 11 augustus 1987 betreffende de waarborg inzake edele metalen, is niettemin logischerwijze toegelaten op de openbare en private markten gespecialiseerd in antiquiteiten en brokante, op de rommelmarkten bedoeld in artikel 6 van het besluit en tijdens culturele manifestaties bedoeld in artikel 4, 2°, van het besluit.
       Zijn verboden om reden van openbare veiligheid : de wapens en munitie. Het gevaar van deze voorwerpen verklaart meteen hun uitsluiting. Men kent echter een afwijking voor wapenrustingen. Deze wapens, welke omschreven zijn in het koninklijk besluit van 20 september 1991 (II) worden inderdaad niet voor hun gebruik maar voor hun historisch, folkloristisch of decoratief belang verkocht. Het blijft natuurlijk wel om wapens gaan en daarom blijft hun verkoop beperkt tot bepaalde plaatsen : openbare en private markten gespecialiseerd in antiquiteiten en brokante, de rommelmarkten bedoeld in artikel 6 en de culturele en sportieve manifestaties die in verband staan met deze wapens.
       HOOFDSTUK III. - Betreffende ambulante activiteiten die niet aan het toepassingsgebied van de wet onderworpen zijn
       Artikel 6
       Dit artikel wordt genomen in toepassing van artikel 5, § 1, van de wet. Deze regelt de occasionele verkopen van goederen die aan de verkoper toebehoren en sluit deze uit van het toepassingsgebied van de wet in de mate dat ze zich voordoen overeenkomstig de door de Koning gestelde voorwaarden.
       Deze verkopen worden doorgaans herleid tot de rommelmarkten maar, in realiteit, overstijgen zij dit kader. Zij hebben inderdaad betrekking op alle goederen, en niet enkel op voorwerpen, die aan de verkoper toebehoren. Zij kunnen individueel, bijvoorbeeld ten huize van een particulier die zich tengevolge van een erfenis ontdoet van de voorwerpen die hij dubbel heeft, verwezenlijkt worden. Zij kunnen zich ook realiseren op een collectieve wijze in het kader van manifestaties voor niet-professionele verkopers. Deze laatste kunnen verschillende vormen aannemen. Naast de rommelmarkten treft men ook andere manifestaties aan die over het algemeen verbonden zijn met lokale en regionale gebruiken. De verkoop van overtollige duiven, afkomstig uit nesten in de lente, in bepaalde streken in Vlaanderen is hiervan een voorbeeld.
       De goederen die hetzij individueel hetzij in het kader van manifestaties toegankelijk voor niet-professionele verkopers te koop kunnen aangeboden worden zijn omschreven in § 1, eerste lid. Zij moeten aan de verkoper toebehoren en niet gekocht, geproduceerd of gefabriceerd zijn met het oog op de verkoop. Het gaat met andere woorden om zoldervoorraden en overschotten. Hun verkoop dient occasioneel te blijven en het normaal beheer van een privaat vermogen niet te buiten gaan. De verkoop mag dus noch regelmatig zijn noch de vorm van een commerciële activiteit aannemen. Elke persoon die als hobby of om elke andere reden buiten dit kader wenst te treden, en meerbepaald gaat kopen, produceren of fabriceren met het oog op de verkoop, kan dit vrij beslissen maar dient de verplichtingen eigen aan een beroepsactiviteit na te leven : een inschrijving in de Kruispuntbank der Ondernemingen nemen alsook een BTW-inschrijving en aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen, ten minste in bijberoep.
       Wanneer de verkopen plaats hebben tijdens manifestaties, moeten deze door de burgemeester van de gemeente van de plaats waar ze doorgaan of zijn afgevaardigde, toegelaten worden. Deze kan beslissen ze enkel voor niet-professionele verkopers voor te behouden of, om de aantrekkingskracht van de manifestatie te verhogen, ze openstellen voor ambulante handelaars. De nieuwe bepalingen voorzien ook dat de burgemeester of zijn afgevaardigde de manifestatie kan specialiseren. Deze mogelijkheid stelt de gemeente in staat om elke exposant te weigeren die het gekozen thema niet eerbiedigt, en bijvoorbeeld, de deelnemer die nieuwe voorwerpen op een rommelmarkt verkoopt, te verwijderen.
       Een andere wijziging bestaat erin dat de professionelen ook aan deze manifestaties kunnen deelnemen als deze doorgaan op een privé terrein, behalve indien de Burgemeester of zijn afgevaardigde deze aan particulieren voorbehoudt.
       De professionelen moeten zich identificeren. Deze identificatie dient te gebeuren door middel van een bord dat zichtbaar op de ingenomen standplaats geplaatst wordt en de vermeldingen, voorzien in artikel 21, § 2 dragen. Deze is gericht op een duidelijke informatie van de consument inzake de hoedanigheid van de verkoper. Iedere persoon die niet geïdentificeerd is, wordt geacht een niet-professioneel te zijn en dient zich bijgevolg als dusdanig te gedragen. Dit bord laat dus toe om op indirecte wijze de niet-professionele verkoper verantwoordelijkheidsbesef bij te brengen. De controlediensten zullen nauwgezet over de naleving van deze verplichting waken die bovendien hun taak gemakkelijker zal maken.
       De belangrijkste kritieken geuit ten opzichte van manifestaties die openstaan voor niet-professionele verkopers hebben inderdaad betrekking op de misbruiken waartoe ze aanleiding geven en het gebrek aan controlemiddelen. Twee categorieën van misbruiken kregen vrij spel : de commerciële aard die de activiteit van sommige particulieren aanneemt en het voortzetten door professionelen van een commerciële activiteit na schrapping van de inschrijving in het handelsregister. Een nauwgezette controle van de identificatieplicht laat toe te veronderstellen dat een vroegere professionele verkoper zich zal onthouden de controlediensten te tarten als niet-professionele verkoper en dat omgekeerd een particulier zal vermijden om een stalletje vergelijkbaar met zijn professionele buur, misschien zelfs beter uitgerust dan deze laatste, op te stellen.
       Men verwacht dat een strikte toepassing van deze bepaling naast haar ontradend effect ook een didactisch effect zal hebben op de niet-professionele verkoper. Het besef dat hij de grenzen van een normaal beheer van zijn privaat vermogen niet mag overschrijden is zeker van aard om bedrieglijke gedragingen te voorkomen als, met name, het huren van een oppervlakte waarvan de afmetingen vergelijkbaar zijn met die van een professionele verkoper, het innemen van een standplaats waarvan de kostprijs niet in verhouding is met de activiteit van niet-professionele verkoper, het bezit van een abonnement, wekelijks bijvoorbeeld, de tentoonstelling van producten of voorwerpen die door de aard of het aantal doen denken aan een commerciële onderneming, het gebruik van uitrustingen zoals professioneel expositiemateriaal of een voertuig speciaal ingericht voor het vervoer van verkochte artikelen of producten of nog een afstand verwijderd van de woonplaats die moeilijk te verantwoorden is voor een particuliere verkoper. Indien ze afzonderlijk voorkomen, lijken sommige van deze gedragingen niet relevant en zouden een toevallig karakter kunnen hebben, wanneer verschillende echter samen voorkomen zijn ze duidelijk niet verenigbaar met het beheer van een privaat vermogen en dienen zij bestraft te worden.
       Artikel 7
       § 1. Dit artikel wordt genomen in toepassing van artikel 5, 1°, van de wet. Het organiseert de verkopen zonder commercieel karakter. Hun toepassingsgebied werd uitgebreid om zodoende de realiteit op het terrein te dekken en te omkaderen. Hun voorwaarden tot uitoefening zijn herzien. Hun beheer werd gedeeltelijk gedecentraliseerd naar de gemeente toe die een beslissende rol zal spelen in de omkadering van de lokale verkopen.
       Concreet dekt het nieuwe toepassingsgebied de verkoop, de te koop aanbieding en uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten met een menslievend, sociaal, cultureel, educatief, sportief doel of ter verdediging van de natuur, de dierenwereld of de ambachten en streekproducten. Zijn vooral bedoeld in deze laatste categorie, de manifestaties georganiseerd door broederschappen.
       Deze verkopen staan open voor elke operator. Zij moeten occasioneel blijven.
       Hoewel de algemene regel, wegens de risico's op misbruik en bedrog, de voorafgaande toelating blijft, is het mogelijk gebleken om het systeem te versoepelen. Bepaalde verenigingen en instellingen maken reeds het voorwerp uit van een controle vanwege de openbare machten. Dit is het geval voor de jeugdverenigingen die erkend en gesubsidieerd zijn door de terzake bevoegde overheden. Zij worden wegens het beperkte karakter van hun verkopen zowel inzake bestreken ruimte als inzake aangeboden producten en diensten, toegelaten om deze verkopen vrij te organiseren in zoverre ze binnen het voorgeschreven kader blijven. Voor de verenigingen, instellingen van openbaar nut en de instellingen erkend door de Minister van Financiën in toepassing van artikel 104, 3°, a), b) en d) tot en met 1), 4° en 4°bis, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, wordt het stelsel van toelating vervangen door een soepeler systeem van voorafgaande verklaring.
       De, aan beide categorieën van verenigingen, organismen en instellingen, verleende versoepelingen zijn nochtans voorzien van maatregelen om misbruiken tegen te gaan.
       Een tweede vereenvoudiging kon worden gerealiseerd op het niveau van het beheer van de activiteiten betreffende de verkopen zonder commercieel doel. Deze werd gedeeltelijk gedecentraliseerd door een deel van de bevoegdheden, voordien voorbehouden aan de Minister van Middenstand, over te hevelen naar de burgemeester of zijn afgevaardigde. Deze decentralisatie is enkel bedoeld voor de uitsluitend plaatselijke acties, beperkt tot het grondgebied van één enkele gemeente. Deze biedt, onder andere, het voordeel een betere beoordeling van de gegrondheid van de voorgestelde acties mogelijk te maken en het onderzoek en de behandeling van de aanvragen tot toelating en van de verklaringen te versnellen. Zij maakt tevens de controles makkelijker.
       De verkopen met een grotere omvang, die het grondgebied van een gemeente overschrijden, blijven tot de bevoegdheid van de Minister van Middenstand behoren. Teneinde elk misbruik van deze regels te vermijden, wordt voorzien dat de Minister en de burgemeesters zich wederzijds informeren over de toekenningen die zij afleveren. Deze uitwisseling van informatie laat bovendien de oprichting van een gegevensbank van de verkopen zonder handelskarakter toe, wat toelaat de impact van deze verkopen op de handel te bestuderen.
       De verkopen zonder handelskarakter hebben bovendien een aanzienlijke uitbreiding genomen in de loop van de laatste jaren wat soms heeft geleid tot bepaalde mistoestanden zowel op niveau van de omvang van de acties als op de aard van de verkochte producten. Om deze misbruiken, die de handelaars soms ernstige schade toe brengen, te vermijden, is het nodig gebleken om beveiligingen aan te brengen. Het is om deze reden dat de mogelijkheid geboden wordt om de verkopen,
       die een onredelijke concurrentie betekenen voor de gevestigde handel, te verbieden. Zijn bedoeld, de acties van een omvang dat ze handelssectoren een belangrijk deel van hun markt ontnemen en dit op dagen waarop deze sectoren een belangrijk deel van hun zakencijfer realiseren (bijvoorbeeld de bloemisten tijdens moederdag).
       Als gevolg van de uitbreiding van deze verkopen is het gamma van verkochte producten eveneens aanzienlijk uitgebreid. Meer en meer worden ook voedingswaren te koop aangeboden. Ook op dit gebied zijn misbruiken vastgesteld. De wijze waarop bepaalde voedingsmiddelen, vervoerd, bewaard en behandeld worden, kunnen wegens hun aard de gezondheid van de consumenten in gevaar brengen. Deze situatie dringt onweerlegbaar het nemen van maatregelen op. Zo zullen de verkopen van voedingswaren, die aan een reglementering onderworpen zijn en die in eerste instantie hieraan ontsnapten, hiermee in overeenstemming moeten zijn op straffe van verbod.
       Tijdens de verkoopsacties dient de verkoper herkenbaar te zijn door middel van een kenteken (badge, sticker, logo, sjaal van de scouts, enz.) die toelaat om de operatie te identificeren. Het gaat hier om de bevestiging van een praktijk die reeds goed binnen de zeden en gewoonten verankerd is.
       Na verloop van de verkopen, dient de verantwoordelijke van de actie aan de overheid die de toelating heeft afgeleverd, het bewijs van de bestemming van de verworven fondsen te leveren binnen de termijnen voorzien in het huidige besluit. De jeugdverenigingen en de verenigingen en instellingen van openbaar nut erkend door de Minister van Financiën overeenkomstig het Wetboek der Belastingen op de Inkomsten 1992, bedoeld in het tweede lid, zijn vrijgesteld van deze verplichting.
       § 2. Het stelsel van toelating werd gewijzigd in functie van de lessen uit het verleden maar eveneens van de verruiming van het gebied van de verkopen. Het stelsel van de verklaring is grotendeels daarop geïnspireerd.
       Zoals de aanvraag tot toelating, moet de verklaring de verantwoordelijke van de actie, het voorwerp ervan alsook, de plaats of plaatsen waar ze doorgaat, de verkoopperiodes en de te koop aangeboden producten en diensten aanduiden. Ze moet eveneens een idee geven van het belang van de verkochte producten en diensten om desgevallend de impact op de lokale handel te kunnen evalueren.
       De toelating zal al deze aanwijzingen hernemen. Ze kan één jaar niet te boven gaan; ze is hernieuwbaar. De verklaring kan meerdere acties vermelden die de periode van één jaar niet mogen overschrijden. Zij is eveneens hernieuwbaar.
       § 3. Om tegemoet te kunnen komen aan de dringende vragen om hulp wegens catastrofen, rampen en schades van grote omvang in ons land of buiten onze landsgrenzen, wordt een stelsel van algemene toelating ingesteld. Deze valt onder de uitsluitende bevoegdheid van de Minister van Middenstand die, langs de media om, voor een bepaalde termijn alle verkoopsacties ten gunste van de slachtoffers van deze catastrofes, goedkeurt. De toekenning van deze toelating is echter geen blancovolmacht. De verantwoordelijke van de actie is ertoe gehouden om binnen de kortst mogelijke termijn, naargelang het geval, de burgemeester, of zijn afgevaardigde, of Minister in te lichten. Deze mededeling bevat alle gegevens nodig voor een controle van de verkopen. De algemene toelating betekent ook geen vrijstelling inzake de overige bepalingen.
       § 4. Altijd rekening houdend met de lessen uit het verleden en de verruiming van het gebied van de verkopen, bevat het stelsel een aantal beveiligingen die de bevoegde overheden toelaat misbruiken te vermijden inzake het beroep doen op de publieke vrijgevigheid maar ook inzake de buitensporigheden die uit deze verkopen kunnen voortvloeien, zelfs indien ze een lofwaardige bedoeling hadden.
       Voortaan kan de toelating geweigerd en de actie verboden worden, wanneer het vermelde doel niet overeenstemt met de toegelaten doelstellingen. Dit kan ook gebeuren voor redenen van openbare orde, veiligheid, gezondheid en rust. Of nog wanneer de vooropgestelde verkopen van die aard zijn dat zij een onredelijke concurrentie voor de handel vormen.
       Tijdens de manifestatie is eveneens een stelsel van intrekking van de toelating en verbod van de actie voorzien als vastgesteld wordt dat de voorwaarden van de toelating of van de verklaring of de voorschriften van dit artikel niet worden nageleefd.
       Tenslotte, laat een sanctiestelsel toe de actie gedurende één tot drie jaar (ingeval van recidive) te verbieden, wanneer de verantwoordelijken hun verplichtingen of de wettelijke voorschriften niet naleven.
       In geval van betwisting van deze beslissingen bestaat er een mogelijkheid tot beroep. Tegen de beslissingen van de gemeenteoverheid wordt zij uitgeoefend door de toezichthoudende overheid, de bevoegde gewestminister, en desgevallend vervolgens bij de Raad van State. Wat de beslissingen van de Minister van Middenstand betreft, zij komen ook in aanmerking voor een beroep bij de Raad van State.
       Tenslotte, om de organisatoren van acties de vaak noodzakelijke sponsoring niet te ontzeggen, is het hun niet langer verboden om er de medewerking van een handelsonderneming bij te nemen. Bovendien was dit verbod niet van toepassing op de instellingen en verenigingen erkend door de Minister van Financiën. De opheffing van dit verbod doet echter niets af van de verplichting om het niet-commercieel karakter van deze verkopen te behouden.
       Artikel 8.
       Dit artikel wordt genomen in uitvoering van artikel 5, 2°, van de wet. Deze geeft aan de Koning de bevoegdheid om, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de verkopen tijdens, handels-, ambachts- en landbouwbeurzen en tentoonstellingen te onttrekken aan het toepassingsgebied van de wet.
       De beurzen, tentoonstellingen en andere soortgelijke manifestaties zoals salons kunnen omschreven worden als evenementen bedoeld om de economische activiteiten van één of meerdere bepaalde sectoren (de bouw, etenswaren, huishoudtoestellen, de sector van antiek en brokante ...) of van een geografische streek (de handel en ambacht van een bepaalde stad of streek, streekproducten) te leren kennen. Deze thema's kunnen elkaar uiteraard overlappen. Deze manifestaties kenmerken zich door hun hoofdzakelijk promotioneel doel, dit houdt in dat zij zich aandienen als versterking van de publiciteit, dat zij een aantrekkelijk uitje vormen, dat het promotioneel aspect de overhand heeft op de verkoop en dat ze uitzonderlijk en tijdelijk blijven. Zij zijn voorbehouden aan handelaars, ambachtslui, landbouwers, kwekers en producenten van de gepromote sector of streek, alsook aan de verenigingen en de instellingen die de sectorale of geografische economische belangen, die het onderwerp uitmaken van de manifestatie, verdedigen en promoten. De activiteiten nodig voor het onthaal van de bezoekers (HORECA, hostessen, sanitair, enz.) zijn hier natuurlijk ook toegelaten, alsook de aanwezigheid van verkopers die handelen binnen het kader van niet-commerciële acties indien ze over een toelating beschikken.
       Iedere deelnemer is gehouden zich op een goed zichtbare wijze te identificeren.
       De voorwaarden die de Koning heeft bepaald, zijn gericht op het behoud van de geest van deze manifestaties.
       Artikel 9.
       Dit artikel wordt genomen in uitvoering van artikel 5, 2°, van de wet. Zij onttrekt aan het toepassingsgebied van de wet de verkopen in het kader van manifestaties ter bevordering van de lokale handel of het leven in de gemeente die aan voorwaarden, bepaald in het artikel, voldoen.
       De manifestaties ter bevordering van de lokale handel, beter bekend onder de naam braderieën, kwamen reeds voor in het vorige besluit. In tegenstelling tot vroegere bepalingen, kunnen ze gehouden worden op andere plaatsen dan de openbare weg. De winkelgalerijen zijn voortaan bevoegd om hun eigen braderieën te organiseren, mits het voorafgaand akkoord, zoals voor de gewone braderijen, van de burgemeester of zijn afgevaardigde.
       De manifestaties ter bevordering van het gemeenteleven zijn een nieuw concept in deze wet. Zij moeten georganiseerd of toegelaten worden door de burgemeester of zijn afgevaardigde. Zoals hun naam aanduidt, zijn ze gericht op het ontwikkelen van de relaties tussen de burgers van dezelfde gemeente of nog een gemeente laten ontdekken door bezoekers en dit door middel van feestelijke manifestaties. Zij hebben meerbepaald betrekking op de feestelijkheden die de verbroederingen tussen gemeenten van verschillende landen begeleiden maar ook op andere vermakelijkheden die het leven in de gemeente kenmerken.
       Deze twee types van manifestaties steunen hiervoor op de lokale handel. Deze ziet zich voor de gelegenheid gewoonlijk versterkt door de aanwezigheid van ambulante handelaars maar ook van sedentaire handelaars, ambachtslui, landbouwers, kwekers en producenten die hiervoor uitgenodigd worden van over heel België en soms zelfs van buiten de landsgrenzen. De verkopen die er plaatsvinden zijn niet onderworpen aan het toepassingsgebied van de wet in zoverre de manifestatie voorbehouden is voor deze categorieën van handelaars alsook voor de verenigingen en instellingen die hun belangen verdedigen. De handelaars, de verenigingen en de instellingen van buiten de gemeente moeten voorafgaandelijk toegelaten zijn door de burgemeester of zijn afgevaardigde om hieraan deel te nemen.
       De deelnemers zijn verplicht zich gedurende de hele duur van de manifestatie te identificeren. Logischerwijze geldt deze verplichting niet voor de handelaars die voor hun winkel verkopen; het uithangbord hiervan is voldoende om hen te identificeren.
       De afgevaardigde van de burgemeester kan de organisator van de manifestatie zijn.
       De aanwezigheid van verkopers die handelen binnen het kader van niet - commerciële verkopen, is eveneens toegelaten op dergelijke manifestaties indien ze over een toelating beschikken.
       Artikel 10.
       Dit artikel werd genomen in uitvoering van artikel 5 5°, van de wet. Het onttrekt aan de wet de verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten door een handelaar voor zijn winkel op voorwaarde dat de producten of diensten van dezelfde aard zijn als deze aangeboden binnenin de vestiging. Hieronder verstaat men dat de aangeboden producten en diensten dezelfden moeten zijn die gewoonlijk aangeboden worden binnenin de winkel.
       Artikel 11.
       Dit artikel werd genomen in uitvoering van artikel 5, 9°, van de wet. Het onttrekt aan de bepalingen van de wet, de verkoop, de te koop aanbieding en de uitstalling met het oog op de verkoop van producten en diensten, door een handelaar in de lokalen van een andere handelaar tijdens de wettelijke openingsuren van deze vestigingen, voor zover dat de producten en diensten aanvullend van aard zijn met deze die verkocht worden in de onthalende vestiging. Kunnen bijvoorbeeld als complementair beschouwd worden, de verkopen en de prestaties van een specialist inzake gehoorprotheses bij een opticien of de prestaties van een manicure bij een kapper.
       De handelaar die te gast is, is verplicht zich te identificeren, om alle verwarring bij de consument te vermijden. Zijn activiteit moet bovendien een tijdelijk of periodiek karakter bewaren en bijkomstig aan de activiteit van de onthalende handelaar.
       Deze bepaling kwam reeds voor in de wet van 1986 maar werd, zonder enige motivatie, niet hernomen in deze van 1993. Deze situatie gaf aanleiding tot diverse moeilijkheden. Het huidig artikel herstelt deze leemte.
       Artikel 12.
       Dit artikel werd genomen in uitvoering van het artikel 5, 10°, van de wet, die aan de Koning de bevoegdheid geeft om bepaalde ambulante activiteiten buiten het toepassingsgebied van de wet te plaatsen. Het stelt een reeks activiteiten, verricht buiten de vestiging van de verkoper, die omwille van hun aard of hun occasioneel of uitzonderlijk karakter moeilijk verenigbaar zijn met de regels die bij ambulante activiteiten van toepassing zijn, vrij van de verplichtingen van de wet.
       § 1 sluit de verkopen, op een uitzonderlijke en tijdelijke wijze ingericht in het kader van een promotionele actie (zoals bedoeld in de commentaar van artikel 8), door een handelaar, een ambachtsman, een kweker of een producent, buiten zijn vestigingen vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen en buiten het kader van de manifestaties bedoeld in het artikel 5, 2°, van de wet (de handels-, ambachts- of landbouwbeurzen, de tentoonstellingen, de braderieën en de manifestaties die het leven in de gemeente bevorderen) uit van het toepassingsgebied van de wet. Deze bepaling is meerbepaald van toepassing op degustaties ingericht door een wijnhandelaar of door een producent in streekproducten in een zaal die hiervoor beter geschikt is dan zijn gebruikelijk verkoopspunt. De verkochte producten of diensten moeten van dezelfde aard zijn als deze die in de vestiging van de verkoper te koop worden aangeboden.
       Deze promotionele verkopen moeten vooraf bekendgemaakt worden aan de Minister van Middenstand en de keuze van een ander verkoopspunt dan de vestiging ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen moet gemotiveerd zijn. De verklaring vermeldt eveneens het aantal soortgelijke verkopen gedurende de laatste twaalf maanden. Deze vermeldingen zijn bedoeld om de aandacht van de aanvrager te vestigen op het uitzonderlijk karakter van dergelijke acties maar eveneens om het werk van de controlediensten te vereenvoudigen.
       § 2 sluit de uitverkoop van stocks, verricht door een handelaar buiten zijn gebruikelijke lokalen, als gevolg van een ramp of een andere door de Minister, die Economische Zaken tot zijn bevoegdheid heeft, toegelaten reden overeenkomstig artikel 48, § 2, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de informatie en bescherming van de consument, uit van het toepassingsgebied van de wet. Dit artikel heft de voorafgaande toelating van de Minister van Middenstand, die voorzien was in de vorige bepalingen, op. Deze verplichting vormde een dubbel gebruik met de toelating van de Minister van Economische Zaken voorzien in artikel 48, voornoemd. Deze laatste toelating blijft uiteraard van toepassing.
       § 3 sluit de verkopen van artistieke producties door hun auteur en de artistieke dienstverleningen uit van het toepassingsgebied van de wet. De verkoop in HORECA vestigingen of op de openbare weg van tekeningen door studenten van kunstscholen, de prestaties van zangers of zangersgroepen alsook de verkoop van de opnames verricht door deze, wordt hier onder meer beoogd. Tentoonstellingen in het kader van de verkoop van kunstwerken in HORECA vestigingen komen eveneens in aanmerking.
       § 4 sluit de dienstverleningen en de verkopen verricht door plaatsaanwijzers in bioscopen, theaters en andere plaatsen waar vertoningen plaats vinden, uit van het toepassingsgebied van de wet. De redenen van deze uitsluiting worden uitgelegd in de commentaar betreffende artikel 4. De verkopen van het programma en het plaatsen van de toeschouwers alsook de verkoop van de daarbij horende drank en eetwaren worden hierbij beoogd.
       §§ 5 en 6 sluiten bepaalde verkopen, verricht door openbare overheden, de instellingen erkend door deze laatsten en de personen van publiek recht uit van het toepassingsgebied van de wet. Worden hierbij beoogd de verkopen van verloren, achtergelaten of gestolen voorwerpen, waarvan de eigenaars niet gekend zijn. De verkopen georganiseerd door de O.C.M.W.'s en door liefdadigheidsinstellingen erkend door de gemeenten, hetzij ten voordele van personen die zij helpen, hetzij ten bate van hen, worden hier eveneens bedoeld.
       § 7 sluit de verkopen ten huize van een andere consument dan de koper, gekend onder de benaming " home-party ", uit van het toepassingsgebied van de wet. Deze bepaling stond reeds vermeld in het vorig besluit. Zij wordt uitgebreid tot de verkoop van diensten.
       HOOFDSTUK IV - Betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten
       Afdeling I. - Betreffende de machtiging
       tot het uitoefenen van een ambulante activiteit
       Artikel 3 van de wet onderwerpt de uitoefening van een ambulante activiteit aan een voorafgaande machtiging. Het wijst de Koning aan om de aard van deze machtiging in functie aan de rechtspositie van de persoon die ze uitoefent, te bepalen. Artikel 7 van de wet geeft de Koning de bevoegdheid om de vorm van de machtiging, haar afleveringsmodaliteiten en de rechten waaraan ze onderworpen is vast te leggen. Deze laatste worden bepaald in functie van de rechtspositie van de persoon en de duur van de activiteit.
       De principes die dit kader onderbouwen, zijn uitvoerig uitgelegd in de uiteenzetting van de motieven van de wet. Zij vergen de instelling van een regime van machtiging die een onderneming in ambulante activiteiten de middelen biedt zich volgens haar behoeften te ontwikkelen, zonder evenwel de vereisten inzake bescherming van de consument en strijd tegen het zwartwerk te verwaarlozen.
       Het besluit probeert deze doelstellingen te verzoenen. Vooreerst schrapt het besluit het systeem van de zesjaarlijkse hernieuwing van de machtigingen. Vervolgens stelt het een regime van toekenning op waarvan de voorwaarden variëren naargelang de plaats van de activiteit : strikter ten huize van de consument, minimaal voor de andere plaatsen. Het wijzigt ook het systeem van aflevering van de machtigingen. Het maakt hierbij gebruik van de Ondernemingsloketten. Het geheel van het in werking gestelde systeem komt tegemoet aan de wens van de Regering om de kandidaat-ondernemer de gelegenheid te bieden zo spoedig mogelijk zijn onderneming op te richten. Het wijzigt bovendien het regime van de machtiging als " aangestelde " door de onderneming toe te laten op een geschikt tijdstip over het nodige personeel te beschikken en dit voor de periode die nodig blijkt. Tot slot voert het nieuwe systeem een regime van proeftijd in.
       Artikel 13.
       Dit artikel voert de " machtiging als werkgever " in. Ze is vereist van iedere natuurlijke persoon die een ambulante activiteit voor eigen rekening uitoefent alsook van iedere rechtspersoon die dezelfde activiteit verricht. Voor deze laatste categorie, wordt de machtiging uitgereikt op naam van de rechtspersoon via de natuurlijke persoon of personen die de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur van de vereniging of de vennootschap waarneemt of waarnemen Deze machtiging verschilt van de voorgaande in die zin dat ze geldig is voor de volledige duur van de activiteit en dus niet meer hernieuwd moet worden.
       Artikel 14.
       Dit artikel stelt de " machtiging als aangestelde " in. Ze is vereist van ieder persoon die een ambulante activiteit uitoefent voor rekening of in dienst van een natuurlijk of rechtspersoon, bedoeld in artikel 13. De " machtiging als aangestelde " omvat twee modellen : de " machtiging als aangestelde A " die bestemd is voor de activiteit op iedere, toegelaten plaats uitgezonderd ten huize van de consument en de " machtiging als aangestelde B " die voor deze plaats voorbehouden is.
       Het eerste model wordt uitgereikt op naam van de onderneming. Deze machtiging staat ter beschikking van de houder van de " machtiging als werkgever ", deze maakt er volgens zijn behoeften gebruik van en kan de machtiging opeenvolgend aan verschillende " aangestelden " toevertrouwen. Hij moet echter over evenveel machtigingen beschikken als er tegelijkertijd personen actief zijn. Deze vereiste blijft onmisbaar bij de controle van " aangestelden " die hun activiteit buiten de aanwezigheid van " de werkgever " uitoefenen.
       Het tweede model is persoonlijk en onoverdraagbaar. Deze eigenschappen zijn het gevolg van de noodzaak om, wegens motieven van openbare veiligheid, de moraliteit van de " aangestelde " die zijn activiteit ten huize van de consument uitoefent, te controleren.
       De " machtiging als aangestelde A " is gebonden aan de " machtiging van de werkgever " en heeft dezelfde geldigheidsduur. De " machtiging als aangestelde B ", die persoonlijk is, heeft een geldigheidsduur die overeenstemt met de periode van de tewerkstelling van de " aangestelde ", zonder de duur van de " machtiging van de werkgever " waarmee zij verbonden is te kunnen overschrijden. Ze kan aldus toegekend worden hetzij voor onbepaalde hetzij voor bepaalde duur. Dit onderscheid, dat vergezeld is van een indeling van het bedrag van de rechten in functie van de duur van de machtiging, beoogt de aanwerving van vervangend of aanvullend personeel of ook " aangestelden " op leercontract en op proef aan te nemen. De machtiging voor bepaalde duur is moduleerbaar per volledige maand, van één tot twaalf maanden. Op haar vervaldatum kan ze opnieuw voor een bepaalde duur of voor een onbepaalde duur verlengd worden. Het bleek niet nodig hetzelfde regime in te voeren voor de " machtiging als aangestelde A ", gezien haar soepelheid bij gebruik en haar onderlinge verwisselbaarheid tussen de " aangestelden ".
       Deze bepalingen die gericht zijn op het verhogen van de flexibiliteit bij aanwerving door een onderneming, worden nog versterkt door de opheffing van de vorige beperkingen betreffende het aantal " aangestelden " of hun rechtspositie. De ambulante ondernemer kan dus voortaan over zoveel " aangestelden " beschikken als nodig blijkt en beroep doen op iedere bruikbare vorm van arbeid : " zelfstandig helper " zonder dat een familiale band vereist is, arbeidsovereenkomst, interim-contract, leercontract, contract als jobstudent, enz.
       Artikel 15.
       Om onnodige en arbeidsintensieve vervangingen van de machtiging te vermijden voor de houder van een persoonlijke machtiging omwille van een wijziging van gegevens vermeld op dit document, zijn deze gegevens teruggebracht tot deze die strikt noodzakelijk zijn. De personen die bevoegd zijn om de huidige wetgeving te controleren, zullen de verkoper identificeren, overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 van het besluit, door middel van zijn machtiging en zijn identiteitsgegevens. Deze regel is a fortiori van toepassing op de " aangestelde " die een machtiging draagt uitgereikt op naam van de " werkgever ".
       Artikel 16.
       Dit artikel bepaalt de voorwaarden tot verkrijging van een machtiging. Het zijn er drie.
       De eerste is de nationaliteit. Onder het vroegere regime was de toegang van de vreemdelingen tot de ambulante activiteiten voorbehouden aan de onderdanen van de Europese Unie, hun echtgenoot en hun kinderen; eveneens aan diegene die gedurende tien jaar in België hebben verbleven. Deze laatste voorwaarde sloot een groot aantal vreemdelingen, gemachtigd om duurzaam te verblijven op ons grondgebied, uit.
       Het nieuwe regime onderscheidt de activiteiten die onder een persoonlijke machtiging worden uitgeoefend (machtiging als " werkgever " of als " aangestelde B) van deze onder een " machtiging als aangestelde A ".
       Voor de verlening van de persoonlijke machtigingen houdt het nieuwe regime geen rekening meer met de duur van het verblijf, maar de aard van het recht op verblijf. Zij baseert zich op het systeem van vrijstellingen van de beroepskaart voor zelfstandige vreemdelingen. Zij staat open voor de onderdanen van de Europese Economische Ruimte en voor sommigen van hun ouders en verwanten, voor Bulgaarse en Roemeense onderdanen en diegenen van andere landen die onbeperkt of definitief verblijf hebben alsook voor de vluchtelingen erkend door België. Deze nieuwe voorwaarden zijn volkomen gelijkwaardig met de wetgeving op de beroepskaart. Zij zijn dit eveneens, maar dan op een minder volledige wijze, met deze betreffende de arbeidsvergunning. Sommige categorieën van vreemdelingen moeten immers beschikken over een dergelijke vergunning om een machtiging voor ambulante activiteiten als loontrekkende te kunnen verkrijgen. Dit betreft de onderdanen van de Staten die toegetreden zijn tot de Europese Unie in mei 2004 en dit tot de afloop van de overgangsperiode. Ook de Roemeense en Bulgaarse onderdanen zijn betrokken partij. Dit betreft eveneens de zeer specifieke groepen van vreemdelingen buiten de Europese Economische Ruimte die als titularis van een onbeperkt verblijf onderworpen blijven aan een arbeidsvergunning. Voor deze laatste is deze verplichting slechts formeel in die mate dat er geen rekening gehouden wordt met de situatie van de arbeidsmarkt bij de toekenning van de vergunning. Deze zijn opgesomd in artikel 9, 16° en 17°, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 tot uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
       De uitoefening van ambulante activiteiten onder een " machtiging als aangestelde A " is toegankelijk voor vreemdelingen, houders van een beroeps- of arbeidskaart, naargelang de uitgeoefende activiteit onder het statuut van zelfstandige of van werknemer valt.
       De tweede voorwaarde betreft de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen tot uitoefening van de voorgestelde activiteit(en). Zij maakt de toekenning van een machtiging ondergeschikt aan de vervulling van de voorwaarden eigen aan een activiteit, behalve specifieke wettelijke of reglementaire uitzondering. Het zou inderdaad nutteloos zijn om een machtiging af te leveren aan een persoon die ze niet kan gebruiken, wanneer hij niet aan de voorwaarden tot uitoefening van de activiteit kan voldoen. Eén voorwaarde is algemeens meerbepaald het bewijs van basiskennis van bedrijfsbeheer die voortkomt uit de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemersschap. Deze voorwaarde is gemeenschappelijk voor iedere handelsactiviteit. De andere voorwaarden zijn eigen aan bepaalde categorieën van personen of aan bepaalde sectoren. De belangrijkste zijn : de arbeidskaart voor bepaalde categorieën van de hierboven vermelde vreemdelingen; het bewijs van beroepsbekwaamheid in het kader van het uitoefenen van een gereglementeerd beroep overeenkomstig de hierboven vermelde wet van 10 februari 1998; het bezit van een vergunning beenhouwer-spekslager voor de verkoop van vers vlees. Deze lijst is niet volledig want de verkoop van andere specifieke producten of diensten kan tevens aan bijzondere voorwaarden onderworpen zijn.
       De derde voorwaarde betreft de moraliteit. In tegenstelling tot voorgaande bepalingen, heeft zij geen betrekking meer op het geheel van de houders van een machtiging maar uitsluitend op deze die een ambulante activiteit uitoefenen ten huize van de consument en voor wie een dergelijke controle zich nog altijd rechtvaardigt. Deze krijgt een vaste vorm in het voorleggen van een getuigschrift van goed zedelijk gedrag of een document dat dit vervangt voor de personen die niet in België wonen. Personen die dergelijk getuigschrift of document niet kunnen voorleggen, moeten het akkoord van het Openbaar Ministerie bekomen. Deze zal de wenselijkheid beoordelen om hen toe te laten de voorgestelde ambulante activiteit ten huize van de consument uit te oefenen. Wanneer dit het geval is kan hij een akkoord voor een proefperiode geven.
       De raadpleging van het Parket is niet nieuw. Ze werd reeds in het vorige regime voorzien. Ze gebeurde na tussenkomst van het Departement van Economie maar had enkel de waarde van een advies waardoor de beslissing bij de administratie bleef. Dit systeem gaf geen voldoening. Het gaf dikwijls aanleiding tot administratieve geschillen en annulering. Het is duidelijk dat de administratie noch de middelen, noch de vereiste bevoegdheid heeft om de risico's betreffende de openbare veiligheid in te schatten, die gelinkt zijn aan het gerechtelijk verleden van een kandidaat die een ambulante activiteit wenst uit te oefenen. Alleen het Openbaar Ministerie kan deze evaluatie maken.
       Een extrapolatie vanaf de gegevens van 2005 toont aan dat het aantal personen bedoeld bij deze procedure uiterst gering is en nauwelijks twintig eenheden per jaar overschrijdt. De last van een onderzoek zal lager zijn dan voorheen.
       De leeftijdsvoorwaarde voorzien in het vorige besluit werd niet meer overgenomen. Het is bijgevolg het gemeenrecht dat terzake toepasbaar is.
       Artikel 17.
       Dit artikel bepaalt de modaliteiten inzake de aanvraag en de aflevering van de machtiging. Deze zijn grondig gewijzigd ten opzichte van de vorige bepalingen. De aangebrachte verandering moet gezien worden in het licht van vereenvoudiging van de procedures en beperking van de wachttermijn bij aflevering.
       § 1. De rol die voorheen aan de gemeenten en de F.O.D. Economie, K.M.O., Middenstand en Energie werd toegewezen, valt nu te beurt aan de ondernemingsloketten. Deze ontvangen de aanvraag betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten, behandelen ze, en leveren de machtiging of de beslissing ter weigering af. Deze nieuwe procedure versnelt aanzienlijk de behandeling van de aanvragen. Deze wijziging biedt ook het voordeel dat de kandidaat-ondernemer zich in de Kruispuntbank van Ondernemingen kan inschrijven op het ogenblik dat hij zijn machtiging ontvangt.
       De centralisatie van deze stappen zal daarenboven het bewerkstelligen van de door de wetgever beoogde administratieve controle op het niveau van het ondernemingsloket toelaten, met als doel de sector van de ambulante activiteiten te saneren. Deze controle zal gebeuren bij de aanvraag van de machtiging, bij de wijziging van de activiteit en de stopzetting van deze. Deze controle geeft inderdaad de mogelijkheid aan het ondernemingsloket zich ervan te vergewissen dat bij de ontvangst van de machtiging, de houder zich daadwerkelijk in de Kruispuntbank van Ondernemingen inschrijft, bij wijziging van zijn activiteit hij zijn inschrijving wijzigt en bij schrapping van zijn activiteit, hij effectief zijn machtiging indient.
       De aan de ondernemingsloketten toevertrouwde taken, in het kader van de behandeling van de aanvragen betreffende ambulante activiteiten, zullen uiteraard het voorwerp uitmaken van een controle door de administratie. Deze zal uitgevoerd worden overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 58 tot 60 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. De controle zal verwezenlijkt worden door de ambtenaren van het Departement van Economie.
       Een andere vernieuwing bestaat erin dat de aanvragen tot verkrijgen van een machtiging voor de aangestelden voortaan ingediend worden door de ondernemer. Deze manier van handelen, die ressorteert onder bijlage II, biedt hem de mogelijkheid een beter personeelsbeleid te verwezenlijken.
       § 2. Daar de beslissingen genomen door de ondernemingsloketten niet de waarde hebben van een administratieve akte, diende een beroepsinstantie te worden gecreëerd die bevoegd is kennis te nemen van de beroepen tegen de beslissingen tot weigering van de machtiging. Dit orgaan is de Minister. Zijn beslissingen binden de ondernemingsloketten. Ze zijn vatbaar voor een beroep bij de Raad van State.
       Dit orgaan is tevens bevoegd kennis te nemen van het ongegrond uitblijven van een beslissing vanwege de loketten. Dit heeft betrekking op de aanvragen, waarvan de dossiers alle stukken bevatten nodig voor de beslissing, waarbij deze niet genomen zou zijn binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de termijn van drie maanden voorzien in artikel 3, lid 5 van de wet, tijdens dewelke de loketten gehouden zijn de aanvrager te informeren over de stand van behandeling van zijn aanvraag.
       Rekening houdend met de waarschijnlijkheid van een groot aantal beroepen, kan de Minister deze bevoegdheid delegeren aan ambtenaren van zijn administratie.
       Uit zorg voor de bescherming van de rechten van de gebruikers van ondernemingsloketten en van de transparantie bij het behandelen van aanvragen tot machtiging, moeten de ondernemingsloketten hun weigeringsbeslissingen motiveren in rechte en in feite.
       § 3. Steeds met het oog op het versnellen van de behandeling van de aanvragen maar ook met het oog op de versoepeling binnen het beheer van een onderneming voert deze paragraaf een systeem van verklaring op eer in, die de onmiddellijke aflevering van het getuigschrift van goed zedelijk gedrag of het document dat hiervoor in de plaats komt, vervangt. Deze mogelijkheid is echter alleen bruikbaar voor de aangestelden die de activiteit ten huize van de consument uitoefenen; zij is dan ook enkel op hen van toepassing. Door de ondernemer de mogelijkheid te bieden onmiddellijk de stappen tot aanwerving voor deze categorie van aangestelden te starten, laat ze hem toe een antwoord te bieden aan dringende behoeften die voortkomen uit pieken in activiteit en onvoorziene afwezigheden.
       De verklaring op eer dient binnen de dertig dagen na ontvangst van de machtiging bevestigd te worden door de aflevering van het getuigschrift. Bij gebrek aan deze bevestiging is de machtiging nietig en vormt het voorwerp van een onmiddellijke intrekking.
       § 4. Deze paragraaf bepaalt de modaliteiten inzake voortzetting van de activiteit na verlies, diefstal of vernietiging van de machtiging.
       § 5. Deze paragraaf legt de teruggave van elke machtiging op wanneer zij niet langer gebruikt wordt. Dit geldt voor de machtiging die vervangen wordt ten gevolge van een wijziging maar ook voor de machtiging die het einde van haar geldigheidsduur heeft bereikt of waarvan de houder of de onderneming zijn activiteiten heeft stopgezet of niet langer voldoet aan de voorwaarden tot uitvoering hiervan.
       Deze verplichting is gericht op het verhinderen van de voortzetting van de activiteit na schrapping van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Overigens, daar het indienen van de machtiging en de schrapping van de ambulante activiteit gelijktijdig bij het ondernemingsloket moeten gebeuren, wordt geen enkele termijn meer voorzien voor de teruggave van de machtiging; deze moet zonder uitstel gebeuren.
       § 6. Deze paragraaf voorziet dat de ondernemingsloketten het Departement Economie informeren over de machtigingen die zij afleveren. Deze informatie die langs elektronische weg zal gebeuren, zal de administratie toelaten om, via een databank betreffende de machtigingen tot het uitoefenen van ambulante activiteiten, de evolutie binnen de sector van de ambulante handel te volgen, zowel inzake het aantal ondernemingen als inzake de tewerkstelling binnen deze sector. Deze zal ook informatie geven inzake de activiteiten van niet-ingezetenen die, indien ze geen zetel in België hebben, niet opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Deze databank zal ook de taak van de dienst die belast is met de controle van de ondernemingsloketten en van de inspectiediensten vergemakkelijken.
       Artikel 18.
       Dit artikel legt de rechten, welke toegepast worden op de machtigingen, vast. Deze zijn zodanig bepaald dat ze aan twee basisdoelstellingen van de nieuwe wetgeving tegemoet komen : enerzijds de ondernemer in ambulante activiteiten methoden inzake personeelsbeheer aanbieden gelijklopend met deze in de sedentaire sector en anderzijds de werkgelegenheid bevorderen. Hiervoor wordt de kost van de " machtiging als aangestelde " veel lager gehouden dan deze van de machtiging als werkgever, evenredig met hun geldigheidsduur.
       Om elk misbruik te vermijden, worden de aanvragen tot vervanging en wijziging van een " machtiging als aangestelde A " met eenzelfde bedrag bedacht als deze toegepast bij de eerste aanvraag.
       Afdeling II. - Betreffende de voorwaarden tot uitoefening van een ambulante activiteit
       De artikels die in deze afdeling voorkomen, vallen onder de toepassing van artikel 6 §§ 1 en 2, van de wet.
       Artikel 19.
       Dit artikel, genomen in uitvoering van artikel 6 § 1, bepaalt de uren gedurende dewelke de ambulante handelaar de consument thuis kan bezoeken. Deze zijn zowel uitgebreid als uniform gemaakt. Zij houden rekening met het feit dat heden het merendeel van de families pas na vijf of zes uur 's avonds thuis zijn. Het was bijgevolg nodig om de uurregeling inzake de uitoefening van ambulante activiteit aan deze sociale veranderingen aan te passen. Voortaan zal de activiteit kunnen plaatsvinden van 8 uur tot 20 uur. Deze grenzen houden in dat de koper de klant buiten deze uren niet zal kunnen belasten. De logica wil natuurlijk dat hij, mits akkoord van de klant, na 20 uur een verkoop zal kunnen besluiten die voor dit uur reeds was aangevangen.
       Artikel 20.
       Dit artikel verplicht iedere persoon die een ambulante activiteit uitoefent in het bezit te zijn van een machtiging die hem machtigt om deze activiteit uit te oefenen en dit gedurende de volledige duur van de uitoefening van de activiteit. De verkoper is uitaard gehouden om de machtiging voor te leggen, alsook zijn identiteitsbewijs, bij elk verzoek van een persoon die belast is met de controle inzake ambulante activiteiten. Het samen voorleggen van deze twee titels was reeds voorzien in voorgaande wetgeving. Deze is heden onmisbaar geworden om de verkoper te identificeren wanneer het gaat om een " aangestelde " die over een machtiging met onbeperkte duur beschikt, die enkel op naam van de onderneming uitgegeven is. (Zie de commentaar bij artikel 15, hierboven.)
       Artikel 21.
       Dit artikel legt aan iedere persoon die een ambulante activiteit uitoefent, de verplichting op om zich te identificeren. Aan deze verplichting wordt voldaan door voorlegging van de machtiging aan het cliënteel bij ambulante activiteiten ten huize van de consument en in de andere gevallen door de plaatsing, goed zichtbaar, van een uithangbord op de verkoopsinstallatie.
       Deze identificatie vormt een essentieel instrument in de strijd tegen het zwart werk en de oneerlijke concurrentie die eruit voortkomt. Bovendien biedt zij aan de consument de waarborg dat de gekochte producten aan een handelaar toebehoren. Deze waarborg is niet te verwaarlozen daar zij voor echt verklaard dat de verkoper over een machtiging beschikt om te verkopen, dat hij de vaardigheden heeft om dit te doen en dat hij het voorwerp is van regelmatige controles. Zij maakt het voor de koper ook mogelijk om, indien hij het wenst, de verkoper later te kunnen contacteren. De naleving van de identificatie is ongetwijfeld van aard om het vertrouwen van het publiek ten opzichte van de ambulante handelaar te herstellen en zijn cliënteel aan zich te binden. De ambulante handelaar heeft er dus alle belang bij om deze verplichting na te leven.
       Artikel 22.
       Bij de toewijzing van standplaatsen op de markten, geven de gemeenten vaak een verschillende interpretatie aan het begrip " tweedehands goederen ". Dit verschil heeft tot gevolg dat bepaalde ambulante handelaars systematisch van bepaalde markten worden geweerd. Om deze situatie te vermijden, geeft dit artikel, voor de toepassing van deze wet, een definitie van de uitdrukking " tweedehands goederen ". Deze definitie grijpt terug naar de omgangstaal te weten " goederen die niet nieuw zijn, dit wil zeggen tweedehands, gesleten door het gebruik of verbleekt ".
       HOOFDSTUK V. - Betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten en het openbaar domein
       Afdeling I. - Betreffende de organisatie van openbare markten
       De bepalingen vervat in deze afdeling worden genomen in toepassing van de artikelen 8 en 10, § 1, van de wet. Ter herinnering, artikel 8, § 1, voorziet dat de organisatie van de openbare markten geregeld wordt door een reglement dat door de gemeentelijke overheid uitgevaardigd wordt. Deze verplichting geldt voor alle openbare markten, ook voor deze die in concessie gegeven werden. Het reglement bevat verplicht bepaalde gegevens :
       - de plaats, de dag en de uren van de markt;
       - het marktplan en indien de markt gespecialiseerd is, de producten of de diensten die op elke standplaats, zone van standplaatsen of de gehele oppervlakte van de markt kunnen verkocht worden;
       - de uitvoeringsmodaliteiten inzake de regels van toewijzing, inname en betaling van de standplaatsen alsook deze inzake de overdracht, de onderverhuring en de schorsing van bezetting van de standplaatsen;
       - de termijn van vooropzeg die aan de houders van standplaatsen dient gegeven te worden in geval van definitieve opheffing van de markt of van een deel van de standplaatsen -deze termijn mag, behalve in geval van dringende noodwendigheid, niet minder zijn dan een jaar.
       Het reglement kan tevens voorzien in een beperking van het aantal standplaatsen per onderneming om zo de diversiteit van het aanbod te bewaren.
       De artikelen 8 en 10, § 1, van de wet omvatten een reeks nieuwe bepalingen. Het marktplan maakt heden integraal deel uit van het reglement zelfs indien, om praktische redenen, de wet voorziet dat deze vastgelegd mag worden door het College van Burgemeester en Schepenen. De openbaarheid ervan is een noodzakelijke waarborg voor de objectieve toepassing van de toewijzingsregels van standplaatsen. Het moet door elke geïnteresseerde kunnen geraadpleegd worden.
       Het openstellen van de markt voor de verleners van diensten is ook een nieuwigheid. Zij is het resultaat van de uitvoering van artikel 2, § 1, 2de lid, van de wet, door artikel 2 van het besluit. De basisdoelstelling was de aantrekkingskracht van de markt te verhogen door in het bijzonder de ambachtslui te integreren (het woord " ambachtsman " moet begrepen worden overeenkomstig artikel 2, 5°, van de wet van 16 januari 2003 houdende oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen, dit wil zeggen de onderneming opgericht door een private persoon die in België gewoonlijk en krachtens een contract van huur van diensten hoofdzakelijk materiële prestaties levert, die niet gepaard gaan met een levering van waren of slechts met een toevallige levering van waren en die aldus vermoed wordt de hoedanigheid van ambachtsman te hebben). Ondertussen hebben ook andere dienstverleners zoals de telefoonoperatoren (zie commentaar artikel 2 van het besluit) de wens geuit om plaats te nemen op de markten. Anderen zullen ongetwijfeld volgen. Elke gemeente zal kunnen uitmaken deze mogelijkheden al dan niet te benutten. De gemeente blijft dan ook vrij over de specialisatie van haar markt te beslissen.
       Onderafdeling I. - Algemeenheden
       Deze onderafdeling volgt uit de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet.
       Artikelen 23 en 24
       Deze artikelen vaardigen de algemene regels inzake de organisatie van de markt uit. Zij blijven gelijk aan deze van het koninklijk besluit van 3 april 1995.
       Drie geringe wijzigingen dienen niettemin aangestipt te worden.
       De eerste twee betreffen de omschrijving van standwerker. De ene houdt rekening met de verruiming van de wet en laat de demonstratie van diensten toe. De andere beantwoordt aan de vraag van bepaalde gemeenten en laat de demonstratie van meerdere producten of diensten, tijdens een prestatie op een markt, toe.
       De derde heeft betrekking op de berekening van de percentages van toe te wijzen losse standplaatsen en toe te wijzen standplaatsen voor standwerkers. Deze wordt verfijnd. Indien het quotiënt een decimaal getal is, wordt dit opgetrokken tot het volgende geheel getal. Deze regel maakt het mogelijk om elke betwisting te vermijden.
       Onderafdeling II. - Betreffende de personen aan wie een standplaats kan worden toegewezen op de openbare markten en zij die deze kunnen innemen
       Deze onderafdeling betreft de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet.
       Artikel 25.
       Dit artikel bepaalt aan welke personen een standplaats op de openbare markten kan toegewezen worden.
       Deze zijn logischerwijze voorbehouden aan de ondernemingen die ambulante activiteiten uitoefenen. Daarnaast is het de gewoonte om occasioneel ook acties voor verkoop zonder commercieel karakter, toegelaten overeenkomstig artikel 7 van het besluit, te ontvangen.
       Het nieuwe regime van toekenning van de standplaatsen verschilt op één enkel punt van het vorige. De standplaatsen voor rechtspersonen worden niet meer toegekend aan de verantwoordelijke(n) belast met het dagelijks bestuur maar rechtstreeks toegewezen aan de rechtsentiteit die ze vertegenwoordigen. Deze wijziging laat aan de rechtspersoon toe zijn standplaatsen te behouden in geval een andere zaakvoerder wordt aangesteld.
       Voeg daarenboven toe dat de markt toegankelijk wordt voor verenigingen die de wederopname in de maatschappij beogen en hun begunstigden. Deze nieuwe mogelijkheid is in feite het gevolg van de omvorming van de machtiging als " aangestelde ". Deze wordt niet meer aan de tewerkgestelde persoon maar in dit geval aan de vereniging uitgereikt. Ze kan dus door deze laatste worden toevertrouwd aan een " aangestelde " voor de periode van zijn wederopname en vervolgens aan een ander gegeven worden enz. De vereniging tot reïntegratie moet, uiteraard, zelf over een machtiging als werkgever beschikken en zoveel " machtigingen als aangestelde " bezitten als het aantal personen die ze tegelijkertijd tewerkstelt.
       Artikel 26.
       Dit artikel somt de personen op die een standplaats kunnen innemen.
       In vergelijking met de vorige bepalingen vallen hier vier toevoegingen op : in de eerste plaats wordt rekening gehouden met de situatie van de wettelijk samenwonenden; op de tweede plaats worden ook de personen die ertoe gemachtigd zijn verkopen zonder commercieel karakter te verrichten, opgenomen. In derde instantie zijn de " aangestelden A " en de " aangestelden B " van de natuurlijke personen en rechtspersonen die gemachtigd zijn om een standplaats in te nemen, logischerwijze ook gemachtigd om deze in te nemen. Op de laatste plaats wordt er, om elke dubbelzinnigheid te vermijden, verduidelijkt dat de personen, bevoegd tot het innemen van een standplaats, dit mogen doen buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie de standplaats werd toegewezen of van de tussenpersoon.
       Onderafdeling III. - Betreffende de regels inzake toekenning van losse standplaatsen
       Deze onderafdeling valt onder toepassing van de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet.
       Artikel 27.
       Dit artikel betreft de toekenning van de standplaatsen van dag tot dag. Het systeem blijft hetzelfde.
       Niettemin, wordt een oplossing aangebracht voor het praktisch probleem waarmee marktleiders regelmatig geconfronteerd worden wanneer in geval van meerderde kandidaten de volgorde van aankomst op de markt niet kan vastgesteld worden. Voortaan wordt in een dergelijk geval de volgorde van de standplaatsen voor deze kandidaten na loting bepaald.
       Onderafdeling IV. - Betreffende de regels tot toekenning van standplaatsen per abonnement op de openbare markten
       De onderafdeling heeft betrekking op de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet. Zij bepaalt het regime van de toekenning van standplaatsen per abonnementen.
       Artikel 28.
       Dit artikel regelt de publicatie van de vacatures van de marktplaatsen toe te wijzen per abonnement. Deze vereiste betekent een essentiële garantie op objectiviteit bij het toewijzen van deze standplaatsen.
       De modaliteiten inzake openbaarheid zijn, zoals voorheen, vrij te bepalen door de gemeente. Zij moeten in het marktreglement worden ingeschreven. Wat ook de weerhouden modaliteiten zijn, deze moeten toelaten om de mogelijke kandidaten te bereiken.
       Ter informatie kan men als modaliteiten inzake openbaarheid vermelden, de bekendmaking aan het aankondigingenbord van de gemeente of op de markten van de gemeente.
       Zo moet, bijvoorbeeld, het bericht de specialisatie van de standplaats of het gebrek aan specialisatie, haar situering, haar afmetingen, haar eventuele technische specificaties, haar prijs, de datum waarop de standplaats vrijkomt, de duur van het abonnement, vermelden. Dit vermeldt ook de plaats en de termijn van indiening van de kandidaturen alsook de vorm waarin deze moeten ingediend worden en de gegevens die ze moeten bevatten.
       Artikel 29.
       Dit artikel bepaalt de volgorde van toewijzing van standplaatsen per abonnement. Het principe van de chronologische volgorde is behouden. Het is evenwel aangepast aan de opgedane ervaringen. Het vroegere systeem ontkende in feite een aantal situaties : de uitbreidingen en de wijzigingen van standplaats, het lot van de personen die een standplaats verloren op één van de markten van de gemeente... Het nieuwe regime poogt hiermee rekening te houden. Dit regime inspireert zich vooral op de opmerkingen geformuleerd door de gemeenten en laat hen de zorg de categorieën, welke zij als voorrang hebben beschouwd en hun voorrang te bepalen, rekening houdend met de lokale bijzonderheden. Binnen de verschillende categorieën van kandidaten worden de standplaatsen toegewezen volgens de chronologische volgorde van de aanvragen. Indien echter de standplaatsen gespecialiseerd zijn, komt de toewijzing tot stand, binnen iedere categorie, per specialisatie en binnen dezelfde specialisatie, per chronologische volgorde.
       Artikel 30.
       Dit artikel bepaalt de modaliteiten van indiening van de kandidaturen.
       Het bekrachtigt het principe van de spontane kandidatuur, ingediend buiten ieder vacaturebericht. Dit principe heeft zich reeds in de praktijk vertaald.
       Artikel 31.
       Dit artikel organiseert de afhandeling van de kandidaturen.
       § 1 bepaalt de rangorde van de kandidaturen in het register. Het vervolledigt de vroegere bepalingen door toevoeging van noodzakelijke criteria bij de behandeling van situaties niet voorzien door het vroegere besluit. Het spreekt voor zich dat het register niet meer neergeschreven moet worden, maar ook het voorwerp mag uitmaken van een geïnformatiseerde behandeling. Het ontvangstbewijs dat de datum van de inname van de volgorde van de aanvraag vermeldt en het recht op inzage van het register, vormen een waarborg voor een objectief beheer van het register.
       § 2 behandelt de duur van de kandidaturen. Deze blijven, logisch gezien, geldig zolang zij niet gehonoreerd zijn. Een nieuwe bepaling, op voorstel van verschillende gemeenten, laat hen toe hun register periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) te actualiseren en de personen die niet langer geïnteresseerd zijn in hun kandidatuur of die niet meer de titel hebben om deze op te eisen, eruit te verwijderen.
       Artikel 32.
       Dit artikel bepaalt de modaliteiten betreffende de vastlegging van de duur van het abonnement, deze van haar verlenging, van haar opschorting of betreffende de voorwaarden inzake het beëindigen ervan.
       De vroegere bepalingen stelden willekeurig een maximumduur van het abonnement vast op één jaar. Dit artikel geeft de gemeente de vrijheid om hun duur te bepalen in functie van de lokale bijzonderheden. De gemaakte keuze moet echter ingeschreven zijn in het gemeentelijk reglement.
       Het stelsel van de stilzwijgende verlenging van de abonnementen blijft behouden. De voorwaarden tot het opzeggen of het beëindigen ervan werden uitgebreid in functie van de verworven ervaring. Deze heeft eveneens de voorschriften, die de motieven van de opschorting van het abonnement bepalen, geïnspireerd.
       Het artikel voorziet dat het abonnement kan worden opgeschort in de volgende gevallen :
       1° door zijn titularis, wanneer hij ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen voor een voorziene periode van tenminste een maand, hetzij door ziekte of ongeval, op grond van een medisch attest, hetzij in geval van overmacht op een verantwoorde wijze bewezen - bijvoorbeeld in afwachting van de herstelling of van de vervanging van zijn door een ramp vernielde verkoopsuitrusting;
       2° door zijn titularis, in de andere gevallen door het gemeentelijk reglement toegelaten en volgens de haar voorziene modaliteiten - bijvoorbeeld omwille van sociale redenen.
       Het spreekt vanzelf dat de gemeente of de concessionaris over de standplaats kan beschikken gedurende de periode van opschorting, bijvoorbeeld door ze aan een " losse handelaar " toe te kennen.
       Dit artikel voorziet eveneens dat het abonnement kan worden opgezegd of worden beëindigd in de volgende gevallen :
       1° door zijn titularis, tenminste dertig dagen voor de vervaldatum van het abonnement;
       2° door zijn titularis, met eenzelfde opzeggingstermijn, bij de stopzetting van zijn activiteiten als natuurlijke persoon of bij de stopzetting van de activiteiten door zijn vennootschap;
       3° door zijn titularis, zonder vooropzeg, wanneer hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen, hetzij door ziekte of ongeval op grond van een medisch attest, hetzij ingeval van overmacht op een verantwoorde wijze bewezen - bijvoorbeeld indien het onmogelijk is zijn door een ramp vernielde verkoopsuitrusting te herstellen of vervangen;
       4° door zijn titularis, in de gevallen en volgens de voorschriften voorzien in het gemeentelijk reglement - bijvoorbeeld omwille van sociale redenen;
       5° zonder vooropzeg, door de rechthebbenden bij het overlijden van de titularis die zijn activiteit voor eigen rekening uitoefende.
       De gemeente of concessiehouder kan eveneens het abonnement beëindigen of opschorten in de gevallen voorzien in het reglement en indien de titularis niet meer voldoet aan de voorwaarden tot toewijzen van een abonnement.
       Deze regels vormen uiteraard geen obstakel voor de voorrechten van de gemeente inzake het beheer van haar openbaar domein. Zij kan, inderdaad, om objectieve redenen, de bestemming, in zijn geheel of gedeeltelijk van de ruimte waarop de markt plaatsvindt, veranderen alsook de indeling ervan wijzigen. Ter herinnering, de gemeente, is gehouden wanneer zij definitief een standplaats, toegewezen per abonnement opheft, in toepassing van het artikel 8, § 2, van de wet, gehouden aan zijn titularis een vooropzeg van tenminste één jaar te geven, uitgezonderd in geval van absolute noodzakelijkheid.
       Artikel 33.
       Dit artikel somt de modaliteiten van kennisgeving van het toewijzen van een standplaats per abonnement op.
       Artikel 34.
       Dit artikel somt de gegevens op die het plan of het register van de standplaatsen moet bevatten. Dit document, onmisbaar bij het beheer van de markt, mag natuurlijk geïnformatiseerd bijgehouden worden. Delen van de informatie mogen in een bijhorend kaartsysteem weergegeven worden.
       Het recht op inzage van het plan of van het register vormt een waarborg voor een objectief beheer van de markt.
       Onderafdeling VI. - Betreffende de onderverhuring en de overdracht van de standplaatsen, alsook de opschorting van abonnementen
       Deze afdeling betreft de uitvoering van artikel 10, § 1, van de wet.
       Artikel 35.
       Dit artikel regelt de overdracht van de standplaatsen op de markten.
       Ter herinnering, het vroegere systeem legde vier voorwaarden aan de overdracht op : de stopzetting van elke ambulante activiteit van de overlater; de overmaking van het geheel van standplaatsen aan één en dezelfde persoon; de overmaking aan een lid van de familie tot de tweede graad, die alleen het recht op de overdragen standplaats waarborgde - in de andere gevallen kon de gemeente een andere toewijzen -; en de voortzetting van de specialisatie van de overlater door de overnemer.
       Het beperkend karakter van dit regime wordt gerechtvaardigd door het onontvreemdbaar en onverjaarbaar karakter van het openbaar domein waarop de standplaatsen zich situeren. Het heeft tot doel te vermijden dat ermee een handel gedreven wordt. Het is daarom ook niet overbodig te herinneren aan het feit dat het niet de standplaatsen zijn die worden toegewezen of overgedragen maar enkel hun tijdelijk gebruiksrecht.
       Zonder afbreuk te doen aan het hierboven aangehaalde principe, is het mogelijk gebleken om het regime van de overdracht minder streng te maken en zodoende de overdracht van ondernemingen en zo ook van tewerkstelling, in het bijzonder voor starters, te begunstigen.
       De eerste wijziging betreft de voorwaarde van de stopzetting van de activiteit. Deze blijft behouden, daar zij een waarschuwing bevat tegen het in de handel brengen van de standplaatsen, maar zij is beperkt tot de activiteit voor eigen rekening en tot die als rechtspersoon. Deze wijziging biedt verschillende voordelen. Zij laat de ondernemer die zijn zelfstandige activiteit overdraagt toe om zijn overnemer te steunen en te begeleiden totdat deze zijn onderneming kan leiden. Zij laat tevens toe dat diegene, die omwille van verscheidene redenen, zijn activiteit heeft moeten stopzetten, zich kan inwerken als aangestelde in een andere onderneming van ambulante handel en deze gebruik kan laten maken van zijn ervaring. Zij laat eveneens toe dat een natuurlijk persoon die " overgaat " naar een vennootschap, zijn standplaatsen kan overdragen aan zijn vennootschap.
       De tweede wijziging betreft de persoon die over meerdere standplaatsen beschikt. Deze kan ze overlaten aan één of meerdere personen naargelang de gelegenheden die zich voordoen of volgens de financiële mogelijkheden van de overnemer. De overdrachten worden slechts effectief bij schrapping van de ambulante activiteit door de overdrager. Deze verlichting vergemakkelijkt de overdracht van de activiteit, maar is tevens een voordeel voor de jonge ondernemers die niet noodzakelijk beschikken over de nodige middelen om een zaak in zijn geheel te verwerven.
       Een derde wijziging verzwakt de verplichting om de activiteit van de overdrager door de overnemer verder te zetten. Zij laat toe dat deze laatste, mits akkoord van de gemeente, een andere specialisatie gaat uitoefenen dan diegene van zijn voorganger. Zij beantwoordt aan een vraag van diverse gemeenten, wat hen toelaat gebruik te maken van dergelijke veranderingen om de specialisaties van hun markt te reorganiseren.
       Een vierde wijziging, eveneens op vraag van de gemeenten, voert een controle in op de voorwaarden van de overdracht. Deze wordt toevertrouwd aan de gemeente. In het vroegere systeem ontdekte de gemeente de overdracht van de standplaats dikwijls pas bij aankomst van de overnemer op zijn markt. Ongetwijfeld vormden deze situaties een bron van conflicten. Voortaan zullen de zaken duidelijker zijn. De overnemer kan de overgedragen standplaats slechts innemen nadat de gemeente de voorwaarden van de overdracht heeft nagekeken op het niveau van één of meerder standplaatsen gesitueerd op zijn markt. Wanneer deze in concessie werd gegeven, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door de concessiehouder.
       Een vijfde wijziging beantwoord aan de vraag van beroepsorganisaties maar ook van de gemeenten en laat de verdeling toe tussen echtgenoten of wettelijke samenwonenden, als gevolg van hun echtscheiding of het beëindigen van hun samenwoonst, van de standplaatsen die in het bezit waren van één van hen beide.
       Deze nieuwe categorie van overdracht is onderworpen aan dezelfde regels als die van het algemeen regime, behalve de voorwaarde van stopzetting van de activiteit.
       Artikel 36.
       Dit artikel regelt de mogelijkheid van onderverhuring toegestaan aan standwerkers. Deze mogelijkheid is eigen aan hen. Zij is onafscheidelijk verbonden aan de specifieke aard van hun activiteit. De standwerkers zijn, feitelijk, geroepen om tijdens een welbepaalde periode de kwaliteit van een product of een beperkt aantal producten aan te bieden en aan te prijzen. Zij kunnen zich derhalve niet beperken tot enkele markten met het gevaar hierdoor klanten te verliezen. Voor hen is het nodig om dagelijks van markt te veranderen.
       Om redenen toegelicht in de commentaar bij artikel 35, moet de onderverhuring een uitzondering blijven. Zij mag dus niet uitgebreid worden naar andere categorieën behalve indien ze door een dringende noodzaak gerechtvaardigd wordt. Nog altijd om de redenen hierboven toegelicht, mag zij niet het voorwerp uitmaken van een handel. Haar prijs moet derhalve in verhouding zijn met de duur van de inname van de standplaats door de onderverhuurder.
       De nieuwe bepalingen hebben enkele vereenvoudigingen aan het systeem aangebracht. Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op de onderverhuring door tussenkomst van een vereniging. Zij zijn daarbij in overeenstemming met de logica. Men kan inderdaad moeilijk de discriminatie ten opzichte van deze verengingen begrijpen wanneer de onderverhuring tussen standwerkers aan geen enkele andere regel dan de evenredigheid van de prijs onderworpen is. Dus, behalve deze regel en de verplichting van de verenigingen om open te staan voor iedere standwerker, zijn al de andere afgeschaft. Deze laatste voorwaarde beoogt de monopolisering van standplaatsen door een vereniging te voorkomen.
       Artikel 37.
       Dit artikel vult een leemte in de vroegere reglementering in. Zij laat toe aan personen die een seizoensgebonden activiteit uitoefenen om een opschorting van hun abonnement te bekomen tijdens de periode van non-activiteit en geeft hen de garantie hun standplaats op het einde van deze periode terug te vinden.
       Afdeling II. - Betreffende de organisatie van ambulante activiteiten op het openbaar domein
       Deze afdeling heeft betrekking op de uitvoering van de artikels 9, § 1, 2 en 4, en 10, § 1, van de wet.
       Ter herinnering, door middel van deze artikels heeft de wetgever klaarheid willen brengen inzake de ambulante activiteiten op het openbaar domein en zo een einde te maken aan de juridische onzekerheid die hierover bestaat. Voortaan is die uitoefening georganiseerd door een gemeentelijk reglement zodat iedere deelnemer hiervan de regels kan kennen.
       Merk op dat de nieuwe bepalingen de uitoefening van ambulante activiteiten uitbreiden van de openbare weg tot het geheel van het openbaar domein. Zodoende verlenen zij een wettelijke basis aan activiteiten die er zich reeds afspeelden.
       De nieuwe bepalingen willen aan de eigen gevoeligheden en aan de middelen van elke gemeente beantwoorden. Het is om deze reden dat aan hen de keuze wordt gelaten tussen een volledige omkadering van de ambulante activiteiten en een minimaal kader. Feitelijk biedt artikel 9, § 2, van de wet hen de mogelijkheid om voorafgaand de plaatsen en de periodes van de uitoefening van de activiteiten alsook hun specialisatie te bepalen terwijl artikel 9, § 4, van de wet hen toelaat om de uitoefening geval per geval te regelen.
       Bij deze laatste mogelijkheid is de ambulante handel toegelaten op de totaliteit van het gemeentelijke openbaar domein. De uitoefening kan evenwel geweigerd worden indien de beoogde activiteit een bedreiging vormt voor het bestaande handelsaanbod. Zij kan ook geweigerd worden voor motieven van openbare orde, openbare veiligheid, openbare gezondheid, openbare rust en de bescherming van de consument.
       De nieuwe bepalingen geven aan de gemeente niet enkel de middelen om de beheersing te hebben over de ambulante activiteiten op haar grondgebied, maar zij geven haar ook de mogelijkheid om er de ambulante handel te organiseren op een zodanige manier dat zij het aanbod van de gevestigde handelaars aanvult.
       Het spreekt voor zich dat een algemeen verbod op ambulante handel op het openbaar domein ondenkbaar zal zijn. Een dergelijke houding gaat in tegen het principe van vrijheid van handel en industrie waarvan niet afgeweken mag worden dan bij wet.
       Om deze inleiding af te sluiten, lijkt het niet overbodig het toepassingsgebied van de huidige afdeling nader te omschrijven. Deze viseert op een algemene wijze alle ambulante activiteiten die op een tijdelijke sedentaire manier op het openbaar domein uitgeoefend worden. Hij dekt niet deze die gerealiseerd worden op een rondreizende manier (zoals bijvoorbeeld de ijsverkoper die de straten doorkruist). Hij dekt ook de openbare markten en de deur aan deur' (ten huize van de consument) niet die ieder hun eigen regime hebben. Tenslotte dekt hij ook de activiteiten niet die zich kunnen afspelen op het openbaar domein maar die uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van de wet in toepassing van zijn artikel 5, 2° (de handels-, ambachts - en landbouwbeurzen, de tentoonstellingen en de manifestaties ter promotie van de lokale handel of het gemeentelijk leven, zoals de braderieën, de kerstmarkten en andere soortgelijke manifestaties).
       De uitsluiting van de " rondreizende " ambulante activiteiten van de huidige afdeling verklaart zich door het feit dat zij geen specifieke problemen stellen en dat bijgevolg het niet nodig gebleken is om ze te omkaderen. Nochtans, in overeenstemming met artikel 9, § 2, van de wet, moet hun organisatie voorzien worden in het gemeentelijk reglement.
       Onderafdeling I. - Algemeenheden
       Artikelen 38 en 39.
       Wat ook het gekozen regime is door de gemeente, vooraf bepaalde standplaatsen of beslissing geval per geval, voortaan zal de uitoefening van een ambulante activiteit op het openbaar domein steeds het voorwerp uitmaken van een voorafgaande vergunning.
       Zoals op de openbare markten kan de uitoefening van de activiteit dag aan dag of per abonnement verwezenlijkt worden. Indien de betaling van de retributie voor de inname van het openbaar domein onderhands vereffend wordt, geeft dit aanleiding tot de afgifte van een ontvangstbewijs.
       Onderafdeling II. - Betreffende de personen aan wie de standplaatsen op het openbaar domein kunnen toegewezen worden alsook zij die deze kunnen innemen.
       Artikel 40 en 41.
       Deze artikels bepalen de personen die een standplaats kunnen bekomen en die ze kunnen innemen. Zij zetten de regels, toepasbaar op de openbare markten, om naar het openbaar domein.
       Onderafdeling III. - Betreffende de regels van toewijzing van de standplaatsen op het openbaar domein
       Artikel 42.
       Dit artikel legt de regels van rechtsovergang van standplaatsen op de plaatsen waar het gemeentelijk reglement de uitoefening van een ambulante activiteit toelaat, vast.
       De § 2 behandelt de toewijzing van de losse standplaatsen. Deze worden ingenomen volgens de chronologische volgorde van de aanvragen. Indien de gemeente de plaatsen of de bepaalde standplaatsen gespecialiseerd heeft, wordt de chronologische volgorde toegepast per specialiteit en, in voorkomend geval, per aangevraagde standplaats.
       Om iedere betwisting te voorkomen, wordt de persoon aan wie een standplaats wordt toegewezen in het bezit gesteld van een document die hem bevoegd verklaart om zijn activiteit uit te oefenen.
       De § 3 behandelt de toewijzing van de standplaatsen per abonnement. Rekening houdend met de overeenkomst tussen beide situaties, beperkt zij zich tot de omzetting van de regels toepasbaar op de openbare markten.
       Artikel 43.
       Dit artikel organiseert de toewijzing van de standplaatsen indien de gemeente de plaatsen waar de uitoefening van ambulante activiteiten toegelaten is, niet vooraf bepaalt. In deze context, zoals in de inleiding van deze onderafdeling aangehaald, is de ambulante handel veronderstelt toegelaten te zijn op het geheel van het gemeentelijk openbaar domein. Nochtans kan de uitoefening ervan geweigerd worden indien de beoogde activiteit een bedreiging kan vormen voor het bestaande handelsaanbod of indien zij de openbare orde, de openbare veiligheid, de openbare gezondheid, de openbare rust of nog de bescherming van de consument aantast.
       In het regime van de vooraf bepaalde standplaatsen is de rechtsovergang automatisch vanaf het moment dat de aanvrager geklasseerd is in een nuttige rangorde. Binnen de huidige context moet iedere aanvraag het voorwerp uitmaken van een voorafgaand onderzoek. Dit kan afgesloten worden door een weigering en kan desgevallend het voorwerp uitmaken van een beroep bij de toezichthoudende overheid. De beslissing moet zodoende naar behoren gemotiveerd zijn en rechtsmiddelen inzake beroep aangeven.
       Het onderzoek van de aanvragen van een standplaats om een ambulante activiteit dag aan dag uit te oefenen, moet naar gelang hun orde van indiening plaatshebben. Hun rechtsovergang komt tot stand volgens de chronologische volgorde van de verzoeken en, indien nodig, in functie van de plaats en de aangevraagde specialisatie. De beslissing van de gemeente wordt onmiddellijk aan de aanvrager meegedeeld, gunstig of ongunstig. Indien zij positief is, ontvangt de persoon een document die hem machtigt om zijn activiteit uit te oefenen.
       Het onderzoek van de aanvragen van de standplaatsen met abonnement wordt eveneens naar gelang hun volgorde van indiening uitgevoerd. Zoals in de praktijk zullen de positieve beslissingen logischerwijs leiden tot de aanduiding van de standplaatsen, de modaliteiten van rechtsovergang zijn mutatis mutandis dezelfde als die van toepassing op de openbare markten.
       Afdeling III. - Betreffende de personen belast met de praktische organisatie van de openbare markten en de uitoefening van ambulante activiteiten op het openbaar domein
       Artikel 44.
       Dit artikel betreft de personen, door de burgemeester of zijn afgevaardigde of door de concessionaris, belast met de praktische organisatie van de openbare markten en de ambulante activiteiten op het openbaar domein, algemeen bekend onder de naam " marktleiders ". Het verleent hen de bevoegdheid om de identiteit en hoedanigheid van de personen die een ambulante activiteit op de openbare markten of het openbaar domein van de gemeente uitoefenen, te controleren. Deze bevoegdheid wordt hen toegewezen overeenkomstig artikel 3 van de wet welke de Koning de bevoegdheid verleent de modaliteiten inzake controle van ambulante en kermisactiviteiten te besluiten.
       HOOFDSTUK VI. - Betreffende het onderzoek en de vaststelling van overtredingen
       Artikel 45.
       Dit artikel duidt de ambtenaren en de beambten aangesteld bij de Algemene Directie van Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan om de inbreuken op de wet en haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.
       Deze beambten en ambtenaren bezitten reeds deze bevoegdheid.
       Ter herinnering, het artikel 11, § 1, van de wet verleent dezelfde taak aan de officieren van de gerechtelijke politie en aan de leden van het operationeel kader van de federale politie en de lokale politie.
       HOOFDSTUK VII. - Betreffende de minnelijke schikking
       Artikel 46 tot 51.
       Dit artikel regelt het regime van de minnelijke schikking. Dit laat de beambten aangesteld door de Minister, toe om, op basis van een proces-verbaal opgesteld door de personen belast met de controle, aan de overtreders de betaling van een minnelijke schikking voor te stellen die de strafvordering doet vervallen.
       Het regime voorzien in het huidige besluit is gelijk aan dat van het vorige besluit.
       HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en slotbepalingen
       Artikel 52.
       Dit artikel vraagt geen enkele toelichting.
       Artikel 53.
       Dit artikel bepaalt eenzelfde datum van inwerkingtreding van de bepalingen betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten bedoeld in de artikels 1 tot 24 van de wet van 4 juli 2005 en deze van dit besluit.
       Artikel 54.
       Dit artikel vraagt geen enkele toelichting
       Wij hebben de eer te zijn,
       Sire,
       Van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren,
       De Minister van Middenstand,
       Mevr. S. LARUELLE
       De Minister van Justitie,
       Mevr. L. ONKELINX
       De Minister van Binnenlandse Zaken,
       P. DEWAEL
       De Minister van Economie,
       M. VERWILGHEN

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 5 gearchiveerde versies
    Franstalige versie