J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/05/24/2019014092/justel

Titel
24 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-08-2019 en tekstbijwerking tot 18-12-2020)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 26-08-2019 nummer :   2019014092 bladzijde : 81016       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-05-24/16
Inwerkingtreding : 02-09-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2008035441        2011201750        2014035881        2017010482        2003035905        2019040385        2019011877        2013035615        2017011585        2017031373        2016036222        2009035886        2013035757        2012036106        2019010609        2015035254        2007201784        2002035925        2002035414       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Kwaliteitsvoorwaarden
Art. 3-7
HOOFDSTUK 4. - Registratie van de dienstverlener
Art. 8-12
HOOFDSTUK 5. - De verwerking van persoonsgegevens
Art. 13-14
HOOFDSTUK 6. - De adviescommissie
Art. 15
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen
Art. 16-57
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Art. 58-61

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° assessment: de registratie volgens een gestandaardiseerde methodiek die aangeeft of een dienstverlener in overeenstemming is met de vastgestelde eisen die opgenomen zijn om een bepaald kwaliteitsbewijs te behalen. Het assessment vertrekt vanuit een zelfevaluatie van de organisatie;
  2° decreet van 29 maart 2019: het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein werk en sociale economie;
  3° departement: het Departement Werk en Sociale Economie vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  4° SERV: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
  5° standaard werk en sociale economie: de elektronische module voor de aanvraag van het goedkeuringsbewijs, bepaald in artikel 5, eerste lid, 2°, van het decreet van 29 maart 2019.

  HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied

  Art. 2.De maatregelen vermeld in artikel 3, tweede lid, van het decreet van 29 maart, hebben betrekking op:
  1° de opleidingen in het kader van de aanmoedigingspremies - deel opleiding, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 houdende hervorming van het stelsel van de aanmoedigingspremies in de privé-sector;
  2° de opleidingen in het kader van de aanmoedigingspremies - deel opleiding, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002 tot instelling van de aanmoedigingspremies in de Vlaamse private sociale profitsector;
  3° de dienstverlening die gericht is op de versterking van de talentbenadering op de arbeidsmarkt, de verhoging van de werkzaamheidsgraad en de evenredige arbeidsparticipatie, vermeld in artikel 8 van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt;
  4° de opleidingen, die georganiseerd zijn in het kader van de opleidingscheques, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers;
  5° de activiteiten op het vlak van arbeidsbemiddeling, vermeld in artikel 2, 7° van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  6° de door een externe begeleider verstrekte vormingen, vermeld in artikel 2, § 2, tweede en vierde lid, van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques;
  7° de gespecialiseerde dienstverlening aan personen met een indicatie van arbeidshandicap vermeld in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 tot vaststelling van de regels voor de erkenning en financiering door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding van de gespecialiseerde trajectbepaling- en -begeleidingsdienst, de gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdiensten en de gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsdiensten;
  8° de dienstverlening van sectorfondsen in uitvoering van de sectorconvenants, conform hoofdstuk 1 van het decreet van 13 maart 2009 betreffende de sectorconvenants in het raam van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid;
  9° de activiteiten op het vlak van competentieontwikkeling vermeld in artikel 1, eerste lid, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  10° de activiteiten op het vlak van trajectbegeleiding vermeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  11° de begeleidingen in het kader van het outplacement dat wordt ondersteund door het Sociaal Interventiefonds, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, e), van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  12° de trajectbegeleiding van kandidaat-ondernemers door activiteitencoöperaties, conform artikel 14 van het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  13° [1 ...]1
  14° de loopbaanbegeleidingen door gemandateerde ondernemingen, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding;
  15° [1 het opleidingsaanbod in de leertijd zoals georganiseerd door de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in artikel 2, 15°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding"]1;
  16° de inschakeling, opleiding en begeleiding van doelgroepwerknemers door lokale diensteneconomieondernemingen, bepaald in hoofdstuk 3 van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;
  17° de begeleiding op en naar een werkvloer in het kader van de activeringstrajecten, vermeld in artikel 23, eerste lid, 1°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten;
  18° het casemanagement werk in het kader van de activeringstrajecten, vermeld in artikel 11 en 12 van het van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten;
  19° de doorstroombegeleidingen van doelgroepwerknemers, vermeld in artikel 27 tot en met 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;
  20° de opleidingen in het kader van het zorgkrediet - deel opleiding, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet;
  21° de begeleidingen in het kader van tijdelijke werkervaring vermeld in hoofdstuk 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 betreffende de tijdelijke werkervaring;
  22° de inschakeling, opleiding en begeleiding van doelgroepwerknemers door maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen, vermeld in hoofdstuk 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
  23° de doorstroombegeleidingen van doelgroepwerknemers, vermeld artikel 68 tot en met 76 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
  24° de organisatie van het wijk-werken en de begeleiding van de werkzoekende om de doelstelling van het stelsel te verwezenlijken en de wijkwerker te ondersteunen, vermeld in de artikelen 8 en 17 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming;
  25° de herkenning en de beoordeling van de competenties om een titel van beroepsbekwaamheid te verkrijgen, vermeld in hoofdstuk 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid;
  26° de opleidingen in het kader van het Vlaams opleidingsverlof, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding;
  27° de beoordeling en certificering van competenties uit beroepskwalificaties in het kader van de erkenning van verworven competenties, vermeld in hoofdstuk 2 van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties;
  28° het aanbieden van erkende beroepskwalificerende trajecten, vermeld in hoofdstuk 2 van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader;
  29° de uitvoering van projectoproepen van het Europees Sociaal Fonds;
  30° projectuitvoeringen in het kader van Europees Fonds voor Asiel, Migratie en Integratie;
  31° de opleidingen, die georganiseerd zijn in het kader van de opleidingscheques, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers.
  ----------
  (1)<BVR 2020-11-20/11, art. 70, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2021>

  HOOFDSTUK 3. - Kwaliteitsvoorwaarden

  Art. 3. § 1. De minimale kwaliteitsvoorwaarden op het vlak van klantgerichtheid zijn:
  1° de dienstverlener beschrijft het aanbod en de voorwaarden ervan en maakt die vooraf kenbaar aan zijn klanten en derden. De afspraken over de dienstverlening tussen de dienstverlener en zijn klant worden nagekomen;
  2° de dienstverlener houdt rekening met de wensen, behoeften en noden van zijn klanten met betrekking tot zijn dienstverlening en producten. Hij peilt daarvoor periodiek naar de tevredenheid van zijn klanten. De resultaten worden aangewend voor continue verbetering.
  In het eerste lid wordt onder klanten verstaan: alle personen of organisaties die gebruik maken of willen gebruikmaken van de dienstverleningen van de dienstverlener, vermeld in artikel 2.
  De volgende voorwaarden zijn de minimale kwaliteitsvoorwaarden op het vlak van personeelsbeheer:
  1° de dienstverlener hanteert humanresourcesmethodieken voor zijn medewerkers op het vlak van rekrutering en selectie, integratie, opvolging, functionering en evaluatie van medewerkers;
  2° de dienstverlener en zijn personeel beschikken over vakgerelateerde kennis en ervaring die ze op peil houden. De dienstverlener versterkt de deskundigheid van het personeel via begeleiding, ondersteuning en vormingsinitiatieven.
  In het derde lid wordt verstaan onder:
  1° humanresourcesmethodieken: de tools of de methodieken voor personeelsinstroom, personeelsontwikkeling en evaluatie van het functioneren van de personeelsleden;
  2° personeel: de medewerkers van de dienstverlener die met een arbeidsovereenkomst werken of als uitzendkracht werken conform de wet van 24 juli 1978 betreffende tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
  De volgende voorwaarden zijn de minimale kwaliteitsvoorwaarden op het vlak van financieel beheer:
  1° de dienstverlener staat in voor de periodieke opvolging van zijn budgetplanning. De dienstverlener zorgt voor een financieel beheer met een planning die periodiek wordt opgevolgd. Hij houdt zijn rekeningen bij conform de boekhoudkundige regels. De subsidies en premies van de overheid worden doelmatig besteed;
  2° de dienstverlener volgt zijn opbrengsten, kosten, investeringen en vermogen op in functie van zijn rendabiliteit, liquiditeit en solvabiliteit.
  § 2. De minimale kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in paragraaf 1, zijn van toepassing op elke dienstverlener die een dienstverlening verricht als vermeld in artikel 3 van het decreet van 29 maart 2019.
  Bij samenwerkingsvormen krachtens aanneming of lastgeving zijn de minimale kwaliteitsvoorwaarden van toepassing op de aannemer als opdrachtgever of op de lastgever.

  Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, stellen de lijst met kwaliteitsbewijzen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van het decreet van 29 maart 2019, vast in overleg met de SERV.
  De lijst met kwaliteitsbewijzen, vermeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt op de website van het departement.

  Art. 5. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° assessor: de persoon die met een arbeidsovereenkomst bij een aangestelde assessmentorganisatie werkt;
  2° audit: het volgens een gestandaardiseerde methodiek registreren of een dienstverlener in overeenstemming is met de vastgestelde eisen die opgenomen zijn om een bepaald kwaliteitsbewijs te behalen;
  3° auditor: de persoon die met een arbeidsovereenkomst bij een aangestelde auditorganisatie werkt;
  4° audit- of assessmentorganisaties: de organisaties met rechtspersoonlijkheid die aangesteld zijn om de audit of het assessment te verrichten;
  5° positieve audit of positief assessment: een audit die of een assessment dat aangeeft dat de dienstverlener op voldoende wijze in overeenstemming is met de vastgestelde eisen die opgenomen zijn om een kwaliteitsbewijs te behalen.
  § 2. Beheerders van nog niet erkende kwaliteitsbewijzen kunnen op eigen initiatief een erkenning van een kwaliteitsbewijs als vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van het decreet van 29 maart 2019, aanvragen via het elektronisch platform dat het departement ter beschikking stelt.
  De aanvraag bevat de volgende gegevens:
  1° de naam en de contactgegevens van de organisatie en de beheerder;
  2° de geldigheidsduur van het bewijs;
  3° het model of het sjabloon van het kwaliteitsbewijs;
  4° de sectoren, het type ondernemingen of organisaties waarvoor het bewijs van toepassing is;
  5° informatie over de wijze waarop het onafhankelijke toezicht op de bewijstoekenning wordt georganiseerd;
  6° de opgave van de motivering dat het bewijs beantwoordt aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1.
  § 3. De kwaliteitsbewijzen die door de dienstverleners zijn voorgelegd, worden aanvaard als ze zijn uitgereikt naar aanleiding van een positieve audit of een positief assessment door een audit- of assessmentorganisatie die voldoet aan internationale standaardnormen inzake audit en assessment.
  In het eerste lid wordt onder de vereiste internationale standaardnormen van audit of assessment verstaan:
  1° de audit- of assessmentorganisatie toont aan dat haar auditoren en assessoren onafhankelijk en onpartijdig zijn ten aanzien van de dienstverlener en de beheerder van de erkende of de te erkennen kwaliteitsbewijzen;
  2° de audit- of assessmentorganisatie toont aan dat haar auditoren en assessoren over vakgerelateerde kennis en ervaring beschikken die ze op peil houden;
  3° de audit- of assessmentorganisatie toont de eenduidigheid van haar werkprocessen aan.
  § 4. De audit- of de assessmentorganisaties ondertekenen een verklaring op erewoord die de volgende elementen bevat:
  1° de audit- of de assessmentorganisatie voldoet aan de vereiste standaardnormen, vermeld in paragraaf 3, tweede lid;
  2° de auditoren of assessoren zijn geen dienstverlener en verrichten geen dienstverleningen.
  De lijst van audit- en assessmentorganisaties die een verklaring op erewoord hebben ondertekend, wordt bekendgemaakt op de website van het departement.

  Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, stellen de lijst van de wettelijke kwaliteitssystemen vast die ingericht zijn door overheden, vermeld in artikel 5, tweede lid, 2°, van het decreet van 29 maart 2019.
  De lijst met de aanvaarde wettelijke kwaliteitssystemen wordt gepubliceerd op de website van het departement.

  Art. 7. Om het goedkeuringsbewijs, vermeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van het decreet van 29 maart 2019, te krijgen dient de dienstverlener een elektronische aanvraag in via de standaard werk en sociale economie van het departement.
  Het goedkeuringsbewijs omvat minimaal de volgende elementen:
  1° de naam en de contactgegevens van de organisatie en de begunstigde;
  2° de geldigheidsduur.
  Om het goedkeuringsbewijs te krijgen, is de voorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, derde lid, 1°, niet van toepassing voor kleine dienstverleners.
  In het derde lid wordt verstaan onder kleine dienstverlener: een dienstverlener die minder dan vijf werknemers in dienst heeft.
  De geldigheid van het goedkeuringsbewijs loopt af na 24 maanden vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.

  HOOFDSTUK 4. - Registratie van de dienstverlener

  Art. 8. De dienstverlener dient zijn aanvraag tot registratie, vermeld in artikel 6 van het decreet van 29 maart 2019, in via het elektronische registratieplatform dat het departement ter beschikking stelt.
  De registratieaanvraag vermeldt al de volgende gegevens:
  1° de naam en contactgegevens van de dienstverlener en de beheerder;
  2° het aantal werknemers;
  3° een van de volgende wijzen waarop de dienstverlener voldoet aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 3:
  a) voorlegging van het kwaliteitsbewijs, vermeld in artikel 5, tweede lid, 1°, van het decreet van het decreet van 29 maart 2019;
  b) voorlegging van het bewijs van wettelijk kwaliteitssysteem dat ontwikkeld is door een overheid als vermeld in artikel 5, tweede lid, 2°, van het voormelde decreet;
  c) het invullen van de elektronische standaard werk en sociale economie.
  De dienstverlener krijgt een ontvangstmelding van zijn registratieaanvraag.

  Art. 9. Het departement onderzoekt en valideert de registratieaanvraag binnen maximaal veertig kalenderdagen vanaf de datum van de ontvangst van de volledige registratieaanvraag.
  Het departement brengt de registratieaanvrager op de hoogte van de beslissing tot validatie.

  Art. 10. De dienstverlener die de weigering van validering betwist, kan een gemotiveerd verzoek tot heroverweging indienen bij het departement binnen dertig kalenderdagen na de berichtgeving van de niet-validering van de registratieaanvraag.
  Het departement behandelt de heroverweging binnen maximaal twintig kalenderdagen vanaf de ontvangstdatum van het gemotiveerde verzoek tot heroverweging.
  Het departement brengt de dienstverlener schriftelijk op de hoogte van het resultaat van de heroverweging.

  Art. 11. Het departement schorst de registratie van de dienstverlener
  conform artikel 10 van het decreet van 29 maart 2019. De kennisgeving tot schorsing omvat de volgende elementen:
  1° de reden van de schorsing;
  2° de schorsingstermijn en de startdatum van de schorsing;
  3° de wijze waarop de dienstverlener de schorsing ongedaan kan maken binnen de aangegeven schorsingstermijn;
  4° de gevolgen van de schorsing.
  De dienstverlener kan binnen dertig kalenderdagen vanaf de startdatum, vermeld in het eerste lid, 2°, een verzoek indienen om de schorsing ongedaan te maken. De dienstverlener toont in het verzoek omstandig de volgende elementen aan:
  1° de schorsing is ongegrond;
  2° de dienstverlener heeft de nodige preventieve, curatieve of corrigerende maatregelen genomen met betrekking tot de schorsingsgronden.
  Het departement brengt de dienstverlener op de hoogte van zijn beslissing binnen vijftien kalenderdagen na de dag van de ontvangst van het verzoek om de schorsing ongedaan te maken.

  Art. 12. § 1. Het departement brengt de dienstverlener op de hoogte van de beslissing tot intrekking, vermeld in artikel 11 van het decreet van 29 maart 2019. De kennisgeving tot intrekking bevat:
  1° de gevolgen van de intrekking;
  2° de wijze waarop de dienstverlener de intrekking van de registratie ongedaan kan maken.
  De dienstverlener kan binnen dertig kalenderdagen vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving een verzoek indienen bij het departement om gehoord te worden door de adviescommissie.
  De dienstverlener dient een verweerdossier in bij het departement om een verzoek als vermeld in het tweede lid, in te dienen.
  Nadat de dienstverlener is gehoord, formuleert de adviescommissie een advies voor het departement.
  § 2. Het departement brengt de dienstverlener op de hoogte van de beslissing binnen vijftien kalenderdagen na de dag van de ontvangst van het advies van de adviescommissie.

  HOOFDSTUK 5. - De verwerking van persoonsgegevens

  Art. 13.Het departement treedt op als verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens, als vermeld in artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
  Het departement wisselt de nodige persoonsgegevens uit met de VDAB [1 ...]1.
  In het tweede lid wordt verstaan onder:
  1° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  2° [1 ...]1
  De persoonsgegevens worden beveiligd volgens de dataclassificatie en de richtlijnen van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, overeenkomstig artikel 3, tweede lid, 3°, van het decreet van 23 december 2016 houdende de oprichting van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid.
  ----------
  (1)<BVR 2020-11-20/11, art. 71, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2021>

  Art. 14. De persoonsgegevens die overeenkomstig dit besluit worden verwerkt, worden bewaard tot de uiterste geldigheidsdatum van de laatste registratie, verlengd met de termijn waarin de Vlaamse Regering in voorkomend geval kan terugvorderen.

  HOOFDSTUK 6. - De adviescommissie

  Art. 15. In de schoot van het departement wordt de adviescommissie opgericht.
  De adviescommissie is als volgt samengesteld:
  1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid;
  2° een ondervoorzitter als vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie;
  3° drie deskundigen of technici en drie plaatsvervangers op het vlak van het werkgelegenheidsbeleid, de sociale economie of het kwaliteitsmanagement
  4° een werkend lid en een plaatsvervangend lid die zijn voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  5° een werkend lid en een plaatsvervangend lid die zijn voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  6° een werkend lid en een plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, benoemen de commissieleden voor een periode van vier jaar.
  De volgende personen zijn bij de stemming aanwezig om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen:
  1° de voorzitter of de ondervoorzitter;
  2° minstens twee leden van de deskundigen of technici;
  3° het lid dat de SERV vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger, namens de representatieve werknemersorganisaties;
  4° het lid dat de SERV vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger, namens de representatieve werkgeversorganisaties;
  5° een lid dat het departement vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger.
  Het departement staat in voor het secretariaat van de adviescommissie.
  Het huishoudelijk reglement van de adviescommissie wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, en aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie.

  HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 16. Aan artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 houdende hervorming van het stelsel van de aanmoedigingspremies in de privé- sector wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De opleiding wordt gegeven door een dienstverlener die geregistreerd is conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 17. Aan artikel 14, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2002 tot instelling van de aanmoedigingspremies in de Vlaamse private sociale profitsector wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De opleiding wordt gegeven door een dienstverlener die geregistreerd is conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 18. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 november 2006, 4 juni 2010 en 23 juli 2010, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. De opleidingsverstrekkers zijn erkend als ze geregistreerd zijn conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 19. Aan artikel 6bis, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juli 2009, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° het bewijs van de registratie als dienstverlener, vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 20. Aan artikel 6ter, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juli 2009, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° het bewijs dat de verstrekker van de opleiding tijdens de hele duur van de opleiding geregistreerd was als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 21. In artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 tot vaststelling van de regels voor de erkenning en financiering door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding van de gespecialiseerde trajectbepaling- en -begeleidingsdienst, de gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdiensten en de gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsdiensten wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "11° geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie'.".

  Art. 22. In artikel 7, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt punt 10° vervangen door wat volgt:
  "10° geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 23. In artikel 8, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "11° geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 24. Artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 15. De raad van bestuur kan het mandaat om kosteloze arbeidsbemiddeling uit te oefenen, verlenen als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in artikel 13 van dit besluit, geregistreerd is als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 25. In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 december 2010 en 18 december 2015, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in artikel 20, moet bovendien geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 26. Artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 28. De raad van bestuur kan het mandaat om kosteloze competentieontwikkeling uit te oefenen, verlenen als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in artikel 26 van dit besluit, geregistreerd is als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 27. Artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, e), van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 7. De VDAB beslist aan welk outplacementbureau de opdracht wordt toevertrouwd. De outplacementbureaus worden aangewezen conform de regelgeving over de overheidsopdrachten en ze zijn geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 28. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012 houdende de toegewezen trajecten, innovatie, projecten en het toezicht van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
  "6° geregistreerde dienstverlener: een dienstverlener die de Vlaamse Regering registreert en die door kwalificatie aantoont dat hij voldoet aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden op het vlak van klantgerichtheid, personeels- en financieel beheer, vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende de kwaliteit op organisatieniveau van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".

  Art. 29. In hetzelfde besluit wordt de titel van afdeling 2 van hoofdstuk 2 vervangen door wat volgt:
  "Afdeling 2. De geregistreerde dienstverlener".

  Art. 30. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 9. Toegewezen trajecten worden uitsluitend toegekend aan natuurlijke personen, rechtspersonen of organisaties die aantonen dat ze door de Vlaamse Regering geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 31. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

  Art. 32. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11. Een natuurlijke persoon, rechtspersoon of organisatie kan op elk moment bij de Vlaamse Regering een aanvraag indienen om geregistreerd te worden als dienstverlener voor de toegewezen trajecten, vermeld in artikel 3.".

  Art. 33. Artikel 12, 13 en 14 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

  Art. 34. In artikel 44 van hetzelfde besluit worden punt 1° en punt 2° opgeheven.

  Art. 35. In artikel 5, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° de onderneming is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;";
  2° het vijfde lid wordt opgeheven.

  Art. 36. In artikel 6, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit, worden de woorden "het kwaliteitscertificaat" vervangen door de worden "de registratie".

  Art. 37. Artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, bij het verstrekken van diensten van algemeen belang wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 19. Om te beantwoorden aan de vereisten van integrale kwaliteitszorg, vermeld in artikel 17, § 1, tweede lid, 2°, van dit besluit, dient een centrum geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein werk en sociale economie.".

  Art. 38. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 betreffende de algemene regels inzake ondersteuning van activiteitencoöperaties wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° de activiteitencoöperatie is geregistreerd conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".

  Art. 39. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
  "5° kwaliteitsmanagementsysteem: het kwaliteitsmodel, zoals bedoeld in artikel 5 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".

  Art. 40. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art.5. De lokale diensteneconomieonderneming hanteert een kwaliteitsmanagementsysteem.".

  Art. 41. Artikel 7 en 8 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

  Art. 42. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 januari 2017, wordt de zinsnede "Als uit de opvolging van de kwalitatieve bedrijfsvoering, vermeld in artikel 5, blijkt dat de globale inschakeling van de doelgroepwerknemers in het gedrang komt door de economische of financiële resultaten van de lokale diensteneconomieonderneming" vervangen door de zinsnede "Als uit de opvolging van de bedrijfsvoering via het duurzaamheidsverslag, vermeld in artikel 6, blijkt dat de globale inschakeling van de doelgroepwerknemers in het gedrang komt,".

  Art. 43. In artikel 30, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de onderneming beschikt over het kwaliteitsmodel, zoals bedoeld in artikel 5 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".

  Art. 44. In artikel 63, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018, wordt punt 2° opgeheven.

  Art. 45. Aan artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De verstrekker van de opleidingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, moet geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  Art. 46. Aan artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 betreffende de tijdelijke werkervaring, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2. De gemandateerde partnerorganisatie of het gemandateerde OCMW, vermeld in § 1, is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein werk en sociale economie."

  Art. 47. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
  "6° kwaliteitsmanagementsysteem: het kwaliteitsmodel, zoals bedoeld in artikel 5 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".

  Art. 48. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. Het maatwerkbedrijf hanteert een kwaliteitsmanagementsysteem.".

  Art. 49. Artikel 5 en 6 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

  Art. 50. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "Als uit de opvolging van het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 3 van dit besluit, door het departement blijkt dat de globale tewerkstelling van de doelgroepwerknemers in het gedrang komt wegens welbepaalde economische of financiële resultaten van het maatwerkbedrijf," vervangen door de zinsnede "Als uit de opvolging van de bedrijfsvoering via het duurzaamheidsverslag, vermeld in artikel 4 van dit besluit, blijkt dat de globale tewerkstelling van de doelgroepwerknemers in het gedrang komt,".

  Art. 51. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 9. De maatwerkafdeling hanteert een kwaliteitsmanagementsysteem.".

  Art. 52. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

  Art. 53. In artikel 72, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de onderneming beschikt over een kwaliteitsmodel als bedoeld in artikel 5 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".

  Art. 54. In het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2017 betreffende wijk-werken wordt een artikel 21/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 21/1. De organisator is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein werk en sociale economie.

  Art. 55. In artikel 8, tweede lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid wordt punt a) vervangen door wat volgt:
  "a) geregistreerd zijn als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein werk en sociale economie;"

  Art. 56. In artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° ze wordt gegeven door een dienstverlener die geregistreerd is conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".

  Art. 57. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. De opleiding wordt gegeven door een opleidingsverstrekker die geregistreerd is conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".

  HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

  Art. 58. De dienstverleners die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit dienstverleningen verrichten of het recht hadden die dienstverlening uit te voeren, als vermeld in artikel 3 van dit besluit, voldoen uiterlijk 24 maanden na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit aan de bepalingen van het decreet van 29 maart 2019 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

  Art. 59. Dienstverleners kunnen tot 24 maanden na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit kwaliteitsbewijzen indienen waarbij artikel 5, § 3 en § 4, niet van toepassing is.

  Art. 60. Het decreet van 29 maart 2019 treedt in werking op 2 september 2019.
  Dit besluit treedt in werking op 2 september 2019.

  Art. 61. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 24 mei 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,
L. HOMANS
De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport,
Ph. MUYTERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   DE VLAAMSE REGERING,
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
   Gelet op het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, artikelen 3, tweede lid, 4, derde lid, 5, derde, vierde en vijfde lid, 6, 8, tweede lid, 10, derde lid, 11, § 1, tweede lid, en § 2, derde lid, 13, derde en vierde lid, 18 en 19;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 houdende hervorming van het stelsel van de aanmoedigingspremies in de privé-sector;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 2002 tot instelling van de aanmoedigingspremies in de Vlaamse private sociale profitsector;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidingscheques voor werknemers;
   Gelet op het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 tot vaststelling van de regels voor de erkenning en financiering door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding van de gespecialiseerde trajectbepaling- en -begeleidingsdienst, de gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdiensten en de gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsdiensten;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, e), van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012 houdende de toegewezen trajecten, innovatie, projecten en het toezicht van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, bij het verstrekken van diensten van algemeen belang;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 betreffende de algemene regels inzake ondersteuning van activiteitencoöperaties;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 betreffende de tijdelijke werkervaring;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2017 betreffende wijk-werken;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers;
   Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 4 maart 2019;
   Gelet op het advies van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 1 april 2019;
   Gelet op advies 65.892/1 van de Raad van State, gegeven op 6 mei 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 20-11-2020 GEPUBL. OP 18-12-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 13)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie