J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/05/17/2019041225/justel

Titel
17 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de uitrol van digitale meters

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 21-06-2019 nummer :   2019041225 bladzijde : 64318       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-05-17/33
Inwerkingtreding : 21-06-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2019012842        2010035890       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-38

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 1.1.1, § 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 61° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "61° /1 kleinverbruiksmeetinrichting: de meetinrichting waarmee een kleinverbruiksmeting elektriciteit wordt uitgevoerd;";
  2° er wordt een punt 61° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "61° /2 kleinverbruiksmeting elektriciteit: meting bij een elektriciteitsdistributienetgebruiker met een aansluitingsvermogen onder de 56 kVA;";
  3° in punt 74° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) geen enkele functie of activiteit uitoefent, al dan niet bezoldigd, voor een producent, een invoerder van buitenlands aardgas, een houder van een leveringsvergunning, een tussenpersoon, een aanbieder van energiediensten, een ESCO, een aggregator of een dominerende aandeelhouder, en die zo'n functie of activiteit niet heeft uitgeoefend tijdens de twaalf maanden voor zijn benoeming als bestuurder van de netbeheerder;".
  4° er wordt een punt 99° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt;
  "99° /2 tariefperiode: een weerkerende periode in de tijd waarover meetgegevens gecumuleerd worden en waarop een overeenkomstig nettarief toegepast kan worden;".

  Art. 2. In titel III, hoofdstuk I, afdeling I, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 en 30 november 2018, wordt het opschrift van onderafdeling I vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling I. De voorwaarden betreffende financiële, technische en organisatorische capaciteit".

  Art. 3. In artikel 3.1.1 van hetzelfde besluit worden de woorden "en technische" vervangen door de zinsnede ", technische en organisatorische".

  Art. 4. In artikel 3.1.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 3° en punt 5° worden de woorden "en voor de activiteiten inzake databeheer" toegevoegd;
  2° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° een lijst van de gebruikte software en een beschrijving van de manier waarop die software voldoet aan de vereisten voor informatieveiligheid.".

  Art. 5. Aan titel III, hoofdstuk I, afdeling I, onderafdeling I, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 3.1.3/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.1.3/1. De organisatorische capaciteit kan onder meer aangetoond worden door de volgende documenten:
  1° de statuten;
  2° een organogram van de organisatie;
  3° een goedgekeurd personeelsplan waarin de personeelsbehoefte wordt weergegeven en waaruit blijkt dat een optimale personeelsbezetting en -inzet worden gegarandeerd;
  4° een ondernemingsplan dat de VREG gecontroleerd heeft.".

  Art. 6. In titel III, hoofdstuk I, afdeling I, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 en 30 november 2018, wordt het opschrift van onderafdeling IV vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling IV. De voorwaarden betreffende de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de netbeheerder ten aanzien van producenten, houders van een leveringsvergunning, tussenpersonen, aanbieders van energiediensten, ESCO's, aggregatoren en aardgasinvoerders".

  Art. 7. In artikel 3.1.9 van hetzelfde besluit worden de woorden "en tussenpersonen" vervangen door de zinsnede ", tussenpersonen, aanbieders van energiediensten, ESCO's en aggregatoren".

  Art. 8. In artikel 3.1.10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "productie en levering van aardgas of elektriciteit" worden vervangen door de woorden "de productie van energie en de levering van aardgas of elektriciteit";
  2° tussen het woord "artikel" en de zinsnede "4.1.20" wordt de zinsnede "4.1.8," ingevoegd.

  Art. 9. Artikel 3.1.11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.1.11. Voor de uitoefening van zijn taken vermeld in artikel 4.1.6/1, eerste lid, en artikel 4.1.8/3, eerste lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 kan de netbeheerder of zijn werkmaatschappij een beroep doen op de statutairen die op 1 april 2019 personeelslid zijn van een opdrachthoudende vereniging met eenzelfde maatschappelijk doel als de distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij of met een maatschappelijk doel dat de ondersteuning van de distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij omvat.".

  Art. 10. In artikel 3.1.12 van hetzelfde besluit wordt tussen het woord "tussenpersoon" en het woord "of" de zinsnede ",aanbieder van energiediensten, ESCO's, aggregatoren" ingevoegd.

  Art. 11. In artikel 3.1.13 van hetzelfde besluit worden tussen het woord "tussenpersonen" en het woord "of" de zinsnede ", aanbieders van energiediensten, ESCO's, aggregatoren" ingevoegd.

  Art. 12. In artikel 3.1.14, eerste lid, van hetzelfde besluit worden tussen het woord "tussenpersoon" en het woord "of" de zinsnede ", aanbieder van energiediensten, ESCO, aggregator" ingevoegd.

  Art. 13. In artikel 3.1.16 van hetzelfde besluit worden de woorden "of een tussenpersoon" vervangen door de zinsnede "een tussenpersoon, een aanbieder van energiediensten, een ESCO of een aggregator".

  Art. 14. In artikel 3.1.17, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1°, c) worden tussen de woorden "het beheer van het distributienet" en de woorden "en elk jaar" de woorden "en de activiteiten inzake databeheer" ingevoegd;
  2° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° de functionaris voor gegevensbescherming door het bestuursorgaan van de netbeheerder tijdig wordt betrokken bij alle aangelegenheden die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens.".

  Art. 15. In artikel 3.1.18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° met behoud van de toepassing van de bepalingen van punt 1°, de beslissingen van het bestuursorgaan die betrekking hebben op de aangelegenheden, vermeld in artikel 4.1.6/1, eerste lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, de instemming van een meerderheid van de onafhankelijke bestuurders vereisen en de beslissingen van het bestuursorgaan die betrekking hebben op de aangelegenheden, vermeld in 4.1.8/3, eerste lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, de instemming van een twee derde-meerderheid.";
  2° in het tweede lid wordt het woord "toeapssing" vervangen door het woord "toepassing".

  Art. 16. In artikel 3.1.20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt tussen het woord "tussenpersoon" en het woord "of" de zinsnede ", aanbieders van energiediensten, ESCO's, aggregatoren" ingevoegd.

  Art. 17. Aan titel III, hoofdstuk I, afdeling I, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 en 30 november 2018, worden een onderafdeling V en VI, die bestaan uit artikel 3.1.20/1 en 3.1.20/2 toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Onderafdeling V. De voorwaarden betreffende capaciteit om bij de uitoefening van activiteiten inzake databeheer te voldoen aan de vereisten van de algemene verordening gegevensbescherming"
  Art. 3.1.20/1. De functionaris voor gegevensbescherming die wordt aangesteld door de netbeheerder brengt over zijn activiteiten rechtstreeks verslag uit aan de leden van het bestuursorgaan van de netbeheerder en bezorgt hen tevens alle verslagen die hij opstelt in het kader van zijn activiteiten en alle aanbevelingen die hij doet inzake de aangelegenheden die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens. De verslagen worden bewaard zolang dit nodig is voor het uitvoeren van de gegevensbeschermingseffectbeoordeling of voor het uitoefenen van de taken van de functionaris van gegevensbescherming die hem worden opgelegd in artikel 39.1 van de algemene verordening gegevensbescherming.".
  Onderafdeling VI. De voorwaarden betreffende de capaciteit om de uniforme voorwaarden voor een continu risicobeheersingssysteem na te leven
  Art. 3.1.20/2. De netbeheerder is in staat om de uniforme voorwaarden voor een continu risicobeheersingssysteem na te leven, vermeld in artikel 3.1.61.".

  Art. 18. In artikel 3.1.21, tweede lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt a) worden de woorden "technische en financiële" vervangen door de zinsnede "technische, financiële en organisatorische";
  2° in punt d) worden de woorden "en tussenpersonen" vervangen door de zinsnede ", aanbieders van energiediensten, ESCO's en aggregatoren";
  3° een punt e) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "e) beschikt over een voldoende capaciteit om bij de uitoefening van zijn activiteiten inzake databeheer te voldoen aan de vereisten van de algemene verordening gegevensbescherming;";
  4° een punt f) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "f) beschikt over een voldoende capaciteit om de uniforme voorwaarden na te leven voor een continu risicobeheersingssysteem met betrekking tot de waarschijnlijkheid en ernst van de uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.".

  Art. 19. In artikel 3.1.24, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "de voorwaarden, vermeld in artikel 3.1.1 tot en met 3.1.20 en aan de openbaredienstverplichtingen, opgelegd op grond van artikel 4.1.20, 4.1.21 en 4.1.22 van het Energiedecreet van 8 mei 2009" vervangen door de zinsnede "de voorwaarden vermeld in artikel 3.1.1 tot en met 3.1.20/2 en aan de openbaredienstverplichtingen, opgelegd op grond van artikel 4.1.8/2, 4.1.20, 4.1.21 en 4.1.22 van het Energiedecreet van 8 mei 2009".

  Art. 20. In artikel 3.1.32, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 3.1.11" vervangen door de zinsnede "artikel 4.1.6/1 en artikel 4.1.8/3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009".

  Art. 21. In titel III, hoofdstuk I, afdeling V, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011, wordt het opschrift van onderafdeling I vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling I. Tijdsafhankelijke tarieven".

  Art. 22. In titel III, hoofdstuk I, afdeling V, onderafdeling I, van hetzelfde besluit worden in artikel 3.1.33 de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "Art. 3.1.33." wordt vervangen door de zinsnede "Art. 3.1.35.";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "elektriciteitstarief op basis van een dag- en een nachtmeter te genieten en investeert daartoe in de apparatuur die nodig is voor de sturing van meetinrichtingen en voedingscircuits met het oog op de toepassing van verschillende tariefperiodes" vervangen door de woorden "meetinrichting te krijgen die het bepalen van minstens twee verschillende tariefperiodes ondersteunt en voorziet hiertoe de nodige systemen om verbruiken over de desbetreffende periodes te bepalen";
  3° in het tweede lid wordt de zinsnede "De installatie- en onderhoudskosten van een dag- en een nachtmeter" vervangen door de zinsnede "De onderhoudskosten van de meetinrichting, vermeld in het eerste lid,".

  Art. 23. In titel III, hoofdstuk I, afdeling V, onderafdeling I, van hetzelfde besluit worden in artikel 3.1.34 de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "Art. 3.1.34." wordt vervangen door de zinsnede "Art. 3.1.36.";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "omschakeling plaatsvindt van de dagmeter naar de nachtmeter, en omgekeerd" vervangen door de woorden "tariefperiodes ter ondersteuning van het tijdsafhankelijk tarief aanvangen en stoppen";
  3° in het tweede lid wordt de zinsnede "met een dag -en een nachtmeter" vervangen door de woorden "die kiest voor de toepassing van minstens twee verschillende tariefperiodes,";
  4° in het tweede lid worden de woorden "de nachtmeter" vervangen door de woorden "deze tariefperiode van de verschillende van toepassing zijnde tariefperiodes die is verbonden aan het laagste tarief".

  Art. 24. In artikel 3.1.37 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "de kosten die gepaard gaan met de installatie van een meetinstallatie met een dag- en een nachtmeter over de mogelijkheden en voordelen van een elektriciteitstarief op basis van een dag- en een nachtmeter" vervangen door de woorden "de eventuele kosten en baten die gepaard gaan met de keuze voor verschillende tariefperiodes dan wel een uniforme tariefperiode voor de aanrekening van het tijdsafhankelijke tarief".

  Art. 25. Aan titel III, hoofdstuk I, afdeling V, onderafdeling I, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 3.1.38/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.1.38/1. Als de elektriciteitsleverancier op het toegangspunt dynamische prijzen aanbiedt, informeert hij de netgebruiker op laagspanning over de al dan niet dynamische tariefperiodes en de dynamische energieprijzen die daarop van toepassing zijn, inclusief de mogelijke prijsschommelingen en de implicaties ervan.
  Op voorwaarde dat de netgebruiker een overeenkomst sluit met de leverancier voor de aanrekening van dynamische energieprijzen en op voorwaarde dat de meetinrichting het mogelijk maakt voor de netgebruiker om te kiezen voor een meetregime waarbij verbruiksgegevens per elementaire periode beschikbaar worden gesteld, stelt de distributienetbeheerder vanaf 1 januari 2021 gevalideerde verbruiksgegevens per kwartier, die de basis vormen voor de aanrekening van de dynamische energieprijzen door de leverancier, ter beschikking aan de toegangshouder voor het desbetreffende toegangspunt.".

  Art. 26. In artikel 3.1.45 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 23 februari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2 worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Bij de standaardinstelling van elke gebruikerspoort waarover de digitale meter beschikt, zijn de meetgegevens niet lokaal uitleesbaar.
  Bij de plaatsing van de digitale meter wordt aan de betrokkene duidelijk gemeld dat de gebruikerspoort niet lokaal uitleesbaar is bij plaatsing. De betrokkene kan evenwel steeds vragen dat de distributienetbeheerder gegevens kosteloos lokaal uitleesbaar instelt. Dit gebeurt bij voorkeur via het webportaal, vermeld in artikel 3.1.58. De distributienetbeheerder vermeldt evenwel steeds de verschillende mogelijke communicatiemiddelen.";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, 1°, 2° en 3° wordt het woord "databeheerder" telkens vervangen door het woord "distributienetbeheerder".

  Art. 27. In artikel 3.1.48, § 2, eerste lid, 1° en 2° van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 23 februari 2018, wordt het woord "databeheerder" telkens vervangen door het woord "distributienetbeheerder".

  Art. 28. Aan titel III, hoofdstuk I, afdeling IX, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 23 mei 2018, wordt een onderafdeling III, die bestaat uit artikel 3.1.52 tot en met 3.1.56, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling III. Plaatsing
  Art. 3.1.52. § 1. De distributienetbeheerder plaatst vanaf 1 juli 2019 een digitale meter in geval van een kleinverbruiksmeting voor elektriciteit, zodat uiterlijk op 1 januari 2034 alle kleinverbruiksmeetinrichtingen over een digitale meter beschikken.
  In geval van nieuwe budgetmeters worden de meters vervangen zoals wordt bepaald in artikel 5.3.1 of artikel 5.4.1 van dit besluit. De oude budgetmeter wordt verwijderd.
  Bestaande actieve budgetmeters en de meters die geplaatst of geactiveerd werden in het proefproject slimme meters en in het proefproject digitale budgetmeter van de distributienetbeheerders worden uiterlijk tegen 31 december 2021 vervangen door een digitale meter. De oude budgetmeter wordt verwijderd. Bij de plaatsing moet worden voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 5.3.1, § 7 of artikel 5.4.1, § 7 van dit besluit.
  Bij bestaande prosumenten worden de meters uiterlijk tegen 31 december 2022 vervangen door een digitale meter. Bij de plaatsing bij bestaande prosumenten wordt het verschil in meterstand ten opzichte van de laatste afrekeningsfactuur ten gevolge van de compensatie verbonden aan de terugdraaiende teller meegenomen naar de eerstvolgende afrekeningsfactuur. De distributienetbeheerder zorgt ervoor dat bij elke prosument een digitale meter geplaatst is op het moment dat het recht op het jaarlijks in mindering brengen van de geproduceerde elektriciteit die geïnjecteerd wordt op het distributienet van de afname, zoals vermeld in artikel 15.3.5/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, verstrijkt.
  Bij aanmelding van nieuwe decentrale productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVA, bijkomende installaties of een uitbreiding van bestaande installaties worden de digitale meters geplaatst binnen de negentig dagen na de aanmelding van de nieuwe installatie, bijkomende installatie of uitbreiding van de bestaande installatie. Onverminderd hetgeen bepaald is in het vierde lid, in fine, zal indien het een nieuwe aanmelding betreft bij bestaande prosumenten, ook hier bij de plaatsing het verschil in meterstand ten opzichte van de laatste afrekeningsfactuur ten gevolge van de compensatie verbonden aan de terugdraaiende teller meegenomen worden naar de eerstvolgende afrekeningsfactuur.
  In geval van nieuwe decentrale productie-installaties met een AC-vermogen van meer dan 10 kVA, wordt tot 1 januari 2021 bij een verplichte metervervanging tijdelijk een AMR-meter geplaatst.
  Als er een meetinrichting in gebruik is voor registratie van het verbruik aan uitsluitend nachttarief, wordt deze ook vervangen.
  De meetinrichting voor registratie van het verbruik aan uitsluitend nachttarief die niet meer in gebruik is, wordt verwijderd.
  Als de plaatsing van een digitale meter technisch onmogelijk of economisch onhaalbaar blijkt omwille van slechte of geen draadloze communicatiemogelijkheid met de meter, kan de distributienetbeheerder de plaatsing uitstellen tot wanneer aan de technische onmogelijkheid of economische onhaalbaarheid verholpen is, hetzij door een nieuwe aanbesteding van de digitale meter waarin de distributienetbeheerder deze situaties zal meenemen, hetzij door fysische ingrepen van de netgebruiker wanneer dit eerder is. In geen geval kan deze termijn langer zijn dan 1 januari 2024.
  Als de plaatsing van een digitale meter voor elektriciteit technisch onmogelijk of economisch onhaalbaar blijkt omwille van het feit dat de elektriciteitsdistributienetgebruiker over een elektriciteitsaansluiting beschikt met een nominale stroom meer dan 80 A, kan de distributienetbeheerder de plaatsing uitstellen en een AMR-meter plaatsen tot wanneer aan de technische onmogelijkheid of economische onhaalbaarheid verholpen is door een nieuwe aanbesteding van de digitale meter waarin de distributienetbeheerder deze situaties zal meenemen of door fysische ingrepen van de netgebruiker wanneer dit eerder is. In geen geval kan deze termijn langer zijn dan 1 januari 2024.
  Elke netgebruiker heeft uiterlijk op 1 januari 2023 het recht te kiezen voor de plaatsing van een digitale meter die communiceert met de distributienetbeheerder via bekabeling.
  § 2. Als er een aardgasaansluiting is, plaatst de distributienetbeheerder op het ogenblik dat hij een digitale meter bij een kleinverbruiksmeting elektriciteit plaatst, ook een digitale meter voor aardgas. Als de aardgasaansluiting aan de oorsprong ligt van het plaatsen van een digitale meter voor aardgas, vervangt hij ook de meetinrichting voor elektriciteit en plaatst daar dus een digitale meter voor elektriciteit.
  Als de plaatsing van een digitale meter voor aardgas technisch onmogelijk of economisch onhaalbaar blijkt omwille van het feit dat de distributienetgebruiker beschikt over een aardgasaansluiting van meer dan 10 m3 (n) per uur kan de distributienetbeheerder de plaatsing van de digitale meter voor aardgas uitstellen tot wanneer aan de technische onmogelijkheid of economische onhaalbaarheid verholpen is door een nieuwe aanbesteding van de digitale meter waarin de distributienetbeheerder deze situaties zal meenemen of door fysische ingrepen van de netgebruiker wanneer dit eerder is. In geen geval kan deze termijn langer zijn dan 1 januari 2024.
  § 3. Onverminderd de artikelen 5.3.4 en 5.4.5 van dit besluit, staat de distributienetbeheerder in voor de kosten van de plaatsing en indienststelling, inclusief de meterkast indien nodig, en inclusief de kosten voor de beperkte demonteringswerken en/of aanpassingswerken aan de meterlocaties indien deze noodzakelijk blijken voor de plaatsing en indienststelling, alsook voor de kosten voor de heropstart of het opnieuw afstellen van de centrale verwarmingsinstallatie als gevolg van de plaatsing van een digitale meter voor aardgas indien de ketel gekeurd is in overeenstemming met artikel 8 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater.
  In afwijking van het eerste lid, staat de netgebruiker in voor de meerkost van de meter ten opzichte van de standaard digitale meter, alsook voor de kosten voor de plaatsing en indienststelling die worden gegenereerd in het geval hij gebruik maakt van de mogelijkheid, vermeld in paragraaf 1, laatste lid.
  Art. 3.1.53. Niettegenstaande de mogelijkheid tot aanpassing na een evaluatie, vermeld in artikel 3.1.56 van dit besluit, zorgt de distributienetbeheerder ervoor dat de digitale meters evenwichtig en gespreid uitgerold worden over zijn volledige grondgebied en in de tijd. Minstens een derde van het totale aantal te plaatsen digitale meters wordt geplaatst tegen 1 januari 2024 en twee derde van het totale aantal te plaatsen digitale meters tegen 1 januari 2029. De distributienetbeheerder stelt een algemene uitrolplanning voor de komende vijf jaar en een gedetailleerde projectplanning voor het komende jaar ter beschikking op zijn website.
  De minister kan bijkomende voorwaarden bepalen om de spreiding in tijd en ruimte van de plaatsing van de digitale meter verder te detailleren.
  Op de website, vermeld in het eerste lid, wordt ook ten minste vermeld dat bij de plaatsing:
  1° de meterlocatie moet worden vrijgemaakt in overeenstemming met de technische voorschriften, inclusief de beschrijving van de wijze waarop de meterlocatie moet worden vrijgemaakt, en de vermelding dat, indien dit niet het geval is, deze door de distributienetbeheerder zal worden vrijgemaakt, en dat in dat geval de distributienetbeheerder instaat voor de kost hiervoor, zoals bepaald in het artikel 3.1.52, § 3 van dit besluit;
  2° de centrale verwarmingsketel gekeurd moet zijn in overeenstemming met artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater en enkel indien dit het geval is de distributienetbeheerder instaat voor de eventuele kost voor heropstart of het opnieuw afstellen van de ketel, zoals bepaald in artikel 3.1.52, § 3 van dit besluit.
  Art. 3.1.54. In geval van een nieuwe budgetmeter verloopt de plaatsing van de digitale meter zoals bepaald in artikel 3.1.52, § 1, tweede lid van dit besluit.
  Met uitzondering van de gevallen vermeld in het eerste lid en artikel 3.1.55 van dit besluit, brengt de distributienetbeheerder de individuele netgebruiker minstens twee maanden op voorhand schriftelijk op de hoogte van het specifieke moment dat deze zal langskomen voor het plaatsen van de digitale meter, desgevallend meters.
  De schriftelijke communicatie, vermeld in het tweedelid, vermeldt ten minste dat:
  1° de meterlocatie moet worden vrijgemaakt in overeenstemming met de technische voorschriften, inclusief de beschrijving van de wijze waarop de meterlocatie moet worden vrijgemaakt, en de vermelding dat, indien dit niet het geval is, deze door de distributienetbeheerder zal worden vrijgemaakt, en dat in dat geval de distributienetbeheerder instaat voor de kost hiervoor, zoals bepaald in artikel 3.1.52, § 3 van dit besluit;
  2° de centrale verwarmingsketel gekeurd moet zijn in overeenstemming met artikel 8 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater en enkel indien dit het geval is de distributienetbeheerder instaat voor de eventuele kost voor heropstart of het opnieuw afstellen van de ketel, zoals bepaald in artikel 3.1.52, § 3 van dit besluit.
  Art. 3.1.55. Als een netgebruiker verzoekt om een digitale meter te plaatsen, zoals vermeld in artikel 4.1.22/2, 1° en 7° van het Energiedecreet van 8 mei 2009, bezorgt de distributienetbeheerder een offerte binnen tien werkdagen nadat hij de aanvraag van de netgebruiker heeft ontvangen.
  De offerte, vermeld in het eerste lid, vermeldt ten minste dat de centrale verwarmingsketel gekeurd moet zijn in overeenstemming met artikel 8 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater en dat enkel indien dit het geval is, de distributienetbeheerder instaat voor de eventuele kost voor heropstart of het opnieuw afstellen van de ketel, zoals bepaald in het vijfde lid.
  In geval van nieuwe decentrale productie-installaties met een AC-vermogen van meer dan 10 kVA, wordt tot 1 januari 2021 bij een metervervanging op verzoek van de netgebruiker een AMR-meter geplaatst.
  In geval de plaatsing een expliciete vraag tot vervroegde plaatsing van een digitale meter voor elektriciteit of aardgas betreft, zoals vermeld in artikel 4.1.22/2, eerste lid, 7° van het Energiedecreet, wordt de digitale meter voor aardgas respectievelijk elektriciteit op hetzelfde moment geplaatst en staat de distributienetbeheerder in voor de kosten van de plaatsing en indienststelling van de meter die niet expliciet werd aangevraagd door de netgebruiker.
  Binnen dertig werkdagen na ontvangst van de goedgekeurde offerte, neemt de distributienetbeheerder de oude meetinrichting weg en plaatst hij een digitale meter.
  Indien er kosten ontstaan voor de heropstart of het opnieuw afstellen van de centrale verwarmingsinstallatie als gevolg van de plaatsing van een digitale meter voor aardgas staat de distributienetbeheerder hiervoor in, indien de ketel gekeurd is in overeenstemming met artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater.
  Art. 3.1.56. § 1.De distributienetbeheerders rapporteren jaarlijks uiterlijk op 1 februari aan de minister en de VREG over de uitrol van de digitale meters.
  De rapportering omvat minstens:
  1° een overzicht van het aantal geplaatste digitale meters per distributienetbeheerder, per jaar en per doelgroep als bepaald door of krachtens artikel 4.1.22/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009;
  2° een overzicht van het aantal digitale meters waarvan de plaatsing werd uitgesteld overeenkomstig paragraaf 1, achtste lid alsook de reden waarom;
  3° een stand van zaken over het doelbereik, de hinderpalen, de kwaliteit van de communicatie over de digitale meter met de distributienetbeheerder en de gevoerde communicatiecampagnes;
  4° suggesties voor bijkomende doelgroepen;
  5° een algemene projectplanning voor de komende vijf jaar en een gedetailleerde projectplanning voor het komende jaar;
  6° een toelichting en motivatie van de wijzigingen in de aanpak ten aanzien van de originele projectplanning.
  Bijkomend wordt het overzicht, vermeld in het tweede lid, 2°, maandelijks gerapporteerd aan de minister.
  § 2. Op basis van de jaarlijkse rapporteringen evalueert het departement Omgeving minstens tweejaarlijks de uitrol van de digitale meters. De resultaten van die evaluatie worden dat jaar voor 15 mei voorgelegd aan de minister. De minister kan op basis hiervan aan de Vlaamse Regering een voorstel tot aanpassing van de snelheid van de uitrol voorleggen of nieuwe prioritaire doelgroepen definiëren conform artikel 4.1.22/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de kosten-batenanalyse laten actualiseren.
  § 3. De minister kan nadere regels vastleggen voor de praktische uitvoering van de rapportering en evaluatie, vermeld in paragraaf 1 en 2.".

  Art. 29. Aan titel III, hoofdstuk I, afdeling IX, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 23 mei 2018, wordt een onderafdeling IV, die bestaat uit artikel 3.1.57, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling IV. Uitlezen van de digitale meter
  Art. 3.1.57. De distributienetbeheerder leest ten minste één keer per dag de actuele meterstand uit voor de afname of injectie voor de verschillende tariefperiodes op de toegangspunten die voorzien zijn van een digitale meter.
  Op verzoek van de netgebruiker leest de distributienetbeheerder vanaf 1 januari 2021 ten minste één keer per dag de geregistreerde kwartiergegevens voor elektriciteit en de geregistreerde uurgegevens voor gas uit voor de verschillende tariefperiodes van de afname en, indien van toepassing, de injectie op de toegangspunten die voorzien zijn van een digitale meter. Vanaf 1 januari 2021 kan de netgebruiker zijn geïnjecteerde elektriciteit vermarkten indien deze een meetinrichting heeft die in staat is de geïnjecteerde elektriciteit apart te meten en op voorwaarde dat de afnemer geen gebruik maakt van de regeling vermeld in artikel 15.3.5/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
  De distributienetbeheerder kan, indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van zijn taken met betrekking tot het netbeheer, vermeld in artikel 4.1.6, § 1, 1°, 2°, 5°, 8° en 11°, § 2, § 3, 2°, 3° en 4° van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de operationele veiligheid van het net, en met toepassing van artikel 4.1.4, § 2, 6° van het Energiedecreet van 8 mei 2009 juncto artikel 3.1.61 van dit besluit over de gevallen waarin en de wijze waarop een gegevensbeschermingseffectbeoordeling dient te worden uitgevoerd, de geregistreerde kwartiergegevens voor elektriciteit en de geregistreerde uurgegevens voor gas uitlezen voor de verschillende tariefperiodes van de afname en, indien van toepassing, de injectie op de toegangspunten die voorzien zijn van een digitale meter.
  In het kader van het verstrekken van de nodige gegevens aan andere netbeheerders, de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming en de beheerder van het plaatselijk vervoernet en indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun taken met betrekking tot het netbeheer, vermeld in artikel 4.1.6, § 1, 1°, 2°, 5°, 8° en 11°, § 2, § 3, 2°, 3° en 4° van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de operationele veiligheid van het net, en met toepassing van artikel 4.1.4, § 2, 6° van het Energiedecreet van 8 mei 2009 juncto artikel 3.1.61 van dit besluit over de gevallen waarin en de wijze waarop een gegevensbeschermingseffectbeoordeling dient te worden uitgevoerd, kan de distributienetbeheerder de geregistreerde kwartiergegevens voor elektriciteit en de geregistreerde uurgegevens voor gas uitlezen voor de verschillende tariefperiodes van de afname en, indien van toepassing, de injectie op de toegangspunten die voorzien zijn van een digitale meter.
  De minister kan nadere voorwaarden bepalen met betrekking tot de uitlezing en de vermarkting.
  Op de toegangspunten die voorzien zijn van een digitale meter waarvan de budgetmeterfunctionaliteit actief is zal na uitlezing minstens eenmaal per dag via het door de budgetmeterklant gekozen communicatiemiddel worden gecommuniceerd naar de budgetmeterklant wat het resterende krediet bedraagt en indien het resterende krediet voor een gemiddelde klant nog maximaal één dag zou meegaan wordt er meteen uitdrukkelijk gemeld dat het aangewezen is om extra krediet op te laden. Indien het een digitale budgetmeter voor elektriciteit betreft, wordt ook steeds gecommuniceerd of het noodkrediet is geactiveerd en desgevallend wat het restbedrag van het noodkrediet bedraagt, en desgevallend of de digitale budgetmeter voor elektriciteit in 10 ampèrefunctie werkt.".

  Art. 30. Aan titel III, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt een afdeling X, die bestaat uit artikel 3.1.58 tot en met 3.1.61 toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Afdeling X. Verwerking van gegevens
  Onderafdeling I. Recht op informatie van de netgebruiker
  Art. 3.1.58. De netgebruiker en elke andere natuurlijke persoon van wie persoonsgegevens worden verwerkt, heeft het recht om van de netbeheerder inzage te krijgen in aanvullende informatie, vermeld in het tweede lid, over de verwerking van zijn persoonsgegevens. Deze informatie wordt kosteloos ter beschikking gesteld via een persoonlijk webportaal.
  Het webportaal, vermeld in het eerste lid, geeft toegang tot:
  1° informatie over mogelijkheden en status van de gebruikerspoorten van de netgebruiker, vermeld in artikel 3.1.45, § 2;
  2° de mogelijkheid om de gebruikerspoorten kosteloos open te zetten of te sluiten;
  3° informatie over de status van het meetregime van de digitale meter;
  4° een overzicht van de partijen die toegang hebben gekregen tot de gegevens van de netgebruiker en de natuurlijke personen van wie persoonsgegevens worden verwerkt, alsook tot welke gegevens, de doeleinden van de verwerkingen en de betrokken gegevenscategorieën;
  5° de verwijzing en hyperlink naar het overzicht van gemandateerde partijen dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de VREG, zoals vermeld in artikel 3.1.59, derde lid van dit besluit;
  6° aanvullende informatie over zijn verbruiksverleden. Dat omvat de cumulatieve gegevens over de periode van ten minste drie voorafgaande jaren of over de periode sinds het tijdstip dat de netgebruiker in het toegangsregister geregistreerd staat op het toegangspunt indien deze korter is. De gegevens hebben betrekking op de termijnen waarvoor frequente factureringsinformatie is verstrekt. In geval de afnemer over een digitale meter beschikt, omvat vanaf 1 april 2020 de aanvullende informatie over zijn verbruiksverleden ook gedetailleerde gegevens over het verbruik per tariefperiode voor elke dag, week, maand en elk jaar. Die gegevens worden onverwijld ter beschikking gesteld, voor ten minste de voorgaande vierentwintig maanden of voor de periode sinds de afnemer over een digitale meter beschikt, als die korter is.
  Indien de netgebruiker zijn gebruikerspoorten wenst te openen of te sluiten, voert de distributienetbeheerder binnen 24u na ontvangst van het verzoek van de netgebruiker de nodige handelingen uit om tegemoet te komen aan het verzoek van de netgebruiker.
  Art. 3.1.59. De netgebruiker wordt voorafgaand aan de verwerkingsactiviteiten van de partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, geïnformeerd over die verwerkingsactiviteiten.
  De partijen, vermeld in het eerste lid, bieden op hun website een overzicht aan van de verwerkingsactiviteiten die ze uitvoeren met betrekking tot de technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens die worden verkregen door of krachtens het Energiedecreet van 8 mei 2009.
  De VREG stelt op zijn website een overzicht ter beschikking van de partijen aan wie de netbeheerder toegang verleent tot de gegevens van de digitale, elektronische of analoge meter, de relevante wettelijke basis, de toegangsprocedures en de toegangsvoorwaarden, de doeleinden van de verwerkingen en de betrokken gegevenscategorieën en houdt dat overzicht up-to-date.
  Onderafdeling II. Voorwaarden waaronder de netbeheerder een beroep kan doen op derden om persoonsgegevens te verwerken
  Art. 3.1.60. Als de netbeheerder voor de verwerking van relationele gegevens, technische gegevens en meetgegevens die ook persoonsgegevens zijn, die deel uitmaakt van de uitoefening van zijn taken, vermeld in artikel 4.1.8/2, eerste lid, 1° en 3°, van het Energiedecreet van 8 mei 2006, een beroep doet op een verwerker, sluit de netbeheerder, hierin bijgestaan door de functionaris voor gegevensbescherming, een schriftelijke overeenkomst met die verwerker conform artikel 28 van de algemene verordening gegevensbescherming. Die overeenkomst bepaalt:
  1° het onderwerp en de duur van de verwerking;
  2° de aard en het doel van de verwerking;
  3° de soort persoonsgegevens die worden verwerkt;
  4° de categorieën van betrokkenen;
  5° dat de verwerker garandeert om passende technische en organisatorische maatregelen te nemen conform artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming ter bescherming van de persoonsgegevens in kwestie;
  6° dat de verwerker alleen handelt op basis van schriftelijke instructies van de netbeheerder;
  7° dat de verwerker de persoonsgegevens vertrouwelijk behandelt en de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat zijn personeel gebonden is door dezelfde vertrouwelijkheidsverbintenis;
  8° dat de verwerker geen andere verwerker in dienst neemt zonder voorafgaande algemene of specifieke schriftelijke toestemming van de verwerkingsverantwoordelijke;
  9° dat de verwerker in voorkomend geval bijstand en hulp verleent aan de netbeheerder;
  10° dat de verwerker na afloop van de verwerkingsactiviteit, naargelang de keuze van de netbeheerder, alle persoonsgegevens wist of aan de netbeheerder terugbezorgt en bestaande kopieën verwijdert, tenzij verdere opslag door de verwerker wettelijk verplicht is.
  Onder de voorwaarde van het verkrijgen van de algemene toestemming van de netbeheerder, vermeld in het eerste lid, 8°, kan de verwerker op wie de netbeheerder een beroep doet, zelf een beroep doen op een verwerker. In dat geval wordt dat opgenomen in de overeenkomst tussen de netbeheerder en de verwerker op wie hij een beroep doet. De verwerker informeert de netbeheerder over de beoogde toevoegingen of wijzigingen van andere verwerkers, waarbij de netbeheerder de mogelijkheid krijgt tegen die veranderingen bezwaar te maken. In voorkomend geval sluit de verwerker ook met zijn verwerkers een schriftelijke overeenkomst conform artikel 28 van de algemene verordening gegevensbescherming.
  Telkens als de verwerker op wie de netbeheerder een beroep doet, zelf een beroep doet op een verwerker, is de specifieke toestemming van de netbeheerder vereist, vermeld in het eerste lid, 8°.
  De verwerker op wie de netbeheerder een beroep doet, verleent bijstand en hulp aan de netbeheerder als vermeld in het eerste lid, 9°, in de volgende gevallen:
  1° bij het beantwoorden van een verzoek van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen op grond van de algemene verordening gegevensbescherming;
  2° bij het melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokken toezichthoudende autoriteit of de betrokkene;
  3° bij het uitvoeren van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling en de eventuele voorafgaande raadpleging van de gegevensbeschermingsautoriteit;
  4° bij het uitvoeren van een audit of een inspectie door de netbeheerder of door een persoon die daarvoor gemachtigd is door de netbeheerder.
  Onderafdeling III. Risicobeheersingssysteem
  Art. 3.1.61. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder pseudonimiseren: het toepassen van pseudonimisering als vermeld in artikel 4, 5), van de algemene verordening gegevensbescherming.
  De partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, voeren voorafgaand aan de toegang tot de persoonsgegevens, vermeld in artikel 4.1.22/5 van het voormelde decreet, een gegevensbeschermingseffectbeoordeling uit om het effect van de beoogde verwerkingsactiviteiten op de bescherming van de persoonsgegevens en het vaststellen van de beveiligingseisen te beoordelen.
  Na het uitvoeren van de voorafgaande gegevensbeschermingseffectbeoordeling, vermeld in het eerste lid, voeren de partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12 van het voormelde decreet, een continue risico-opvolging uit, waarbij enerzijds de risico's die tijdens de voorafgaande gegevensbeschermingseffectbeoordeling geïdentificeerd zijn, opnieuw worden geanalyseerd, en anderzijds de nieuwe risico's worden geanalyseerd.
  Minstens om de twee jaar en met behoud van de toepassing van artikel 35 van de algemene verordening gegevensbescherming wordt een gegevensbeschermingseffectbeoordeling uitgevoerd. Daarnaast wordt een bijkomende gegevensbeschermingseffectbeoordeling uitgevoerd in de volgende gevallen:
  1° bij beduidende veranderingen in de toepassing van de digitale meters, zoals veranderingen in gebruik van de persoonsgegevens die verder gaan dan de initieel vooropgestelde doeleinden;
  2° bij de verwerking van nieuwe categorieën van persoonsgegevens;
  3° na een onverwachte inbreuk op persoonsgegevens met verregaande gevolgen, waarbij het risico op de inbreuk niet voorzien was in de gegevensbeschermingseffectbeoordeling die eraan voorafgegaan is;
  4° bij beduidende veranderingen in de technische organisatie van de digitale meters en de verwerkingsactiviteit;
  5° bij beduidende veranderingen in het meetregime van de digitale meters.
  § 2. De gegevensbeschermingseffectbeoordeling, vermeld in paragraaf 1, wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team met kennis en ervaring in:
  1° IT-architectuur en systeemkunde;
  2° informatieveiligheid;
  3° regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;
  4° recht;
  5° projectmanagement.
  Het multidisciplinair team wordt voorafgaandelijk en tijdens het uitvoeren van de gegevensbeschermingseffectbeoordeling geadviseerd door de functionaris voor gegevensbescherming.
  De functionaris voor gegevensbescherming die is aangesteld door de netbeheerder maakt van zijn advies, vermeld in het tweede lid, een schriftelijk verslag op. Na het uitvoeren van de gegevensbeschermingseffectbeoordeling kijkt de functionaris voor gegevensbescherming die is aangesteld door de netbeheerder toe op de uitvoering ervan. Hij neemt zijn bevindingen op in een schriftelijk verslag.
  § 3. De netbeheerder zorgt ervoor dat de gegevens verzameld uit de digitale, elektronische of analoge meters overeenkomstig artikel 4.1.8/2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, worden bewaard in een afzonderlijke databank, in de zin van artikel I.13, 6° Wetboek Economisch Recht, die op geen enkele wijze gelinkt wordt met andere databanken, bestanden en/of gegevens van de netbeheerder, tenzij dit noodzakelijk zou zijn ingevolge de uitvoering van zijn taken voortvloeiend uit het Energiedecreet van 8 mei 2009, dit besluit of ter nakoming van enige andere wettelijke verplichting.
  De gegevens in de databank, vermeld in het eerste lid, zijn alleen toegankelijk voor de partijen opgesomd in artikel 4.1.22/5 van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
  De partijen die overeenkomstig artikel 4.1.22/5 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 toegang hebben tot de gegevens die door de netbeheerder overeenkomstig artikel 4.1.8/2 van hetzelfde decreet worden af- en uitgelezen, zorgen ervoor dat deze gegevens enkel verwerkt worden om de taken vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met 4.1.22/12 van het voormelde decreet uit te voeren of om te voldoen aan enige andere wettelijke verplichting. Deze gegevens worden niet gecombineerd met andere gegevens die de partij reeds verwerkt, tenzij dit vereist is om voormelde taken uit te voeren of te voldoen aan enige andere wettelijke verplichting.
  De netbeheerder stelt op zijn website een lijst ter beschikking van de situaties waarin wettelijk bepaald is dat databanken mogen worden gecombineerd.
  De gegevens worden beveiligd met passende technische en organisatorische maatregelen om de informatieveiligheid te garanderen. De persoonsgegevens die de partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, verwerken, worden zo veel mogelijk gepseudonimiseerd en versleuteld.
  § 4. De aanwerving van een functionaris voor gegevensbescherming, als dat vereist is conform artikel 37 algemene verordening gegevensbescherming, verloopt transparant. De aanwervings- en selectieprocedure wordt op voorhand bekendgemaakt door degene die een functionaris voor gegevensbescherming aanwerft.
  § 5. De partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, werken een interne procedure uit om een inbreuk op persoonsgegevens te identificeren, te evalueren en te melden aan de gegevensbeschermingsautoriteit en, in voorkomend geval, de betrokkenen.
  De partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12, wijzen een contactpersoon aan, maken via hun website bekend aan de betrokkenen wie die contactpersoon is, en installeren een procedure waardoor de betrokkenen de rechten die hun op grond van de algemene verordening gegevensbescherming worden toegekend, op eenvoudige wijze kunnen uitoefenen. Deze contactpersoon kan de functionaris voor gegevensbescherming zijn.
  De partijen, vermeld in het tweede lid, wijzen ook een contactpersoon aan die functioneert als aanspreekpunt voor de gegevensbeschermingsautoriteit.
  De functionaris voor gegevensbescherming die is aangesteld door de netbeheerder fungeert voor de netbeheerder als contactpersoon ten aanzien van de betrokkenen aangaande vragen en klachten van de betrokkenen in verband met de bescherming van persoonsgegevens. De netbeheerder maakt via zijn website de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming bekend.
  De functionaris voor gegevensbescherming is tevens het aanspreekpunt voor de gegevensbeschermingsautoriteit binnen de netbeheerder.
  § 6. De partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, nemen de nodige organisatorische maatregelen om op continue basis de vertrouwelijkheid, integriteit, beschikbaarheid en veerkracht van de verwerkingssystemen en -diensten te garanderen en om bij een fysiek of technisch incident de beschikbaarheid en toegang tot de databank te herstellen.
  Op gepaste tijdstippen voeren de partijen, vermeld in het eerste lid, testen, beoordelingen en evaluaties uit van de doeltreffendheid en gepastheid van de technische en organisatorische maatregelen die ze hebben genomen. Het personeelsplan wordt geëvalueerd om te kunnen beoordelen of de personeelsbezetting op het vlak van IT optimaal is.
  De netbeheerder voert deze testen, beoordelingen en evaluaties vermeld in het tweede lid in ieder geval minstens twee keer per jaar uit.
  De partijen, vermeld in het eerste lid, documenteren jaarlijks uitvoerig en gedetailleerd in een centraal bestand de technische en organisatorische maatregelen die ze nemen.
  Op basis van de uitgevoerde beoordelingen en evaluaties, vermeld in het tweede lid, worden de bestaande IT-infrastructuur en het organisatorische beleid voor de verwerkingsactiviteiten aangepast.".

  Art. 31. In artikel 3.2.18, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt tussen het woord "alle" en het woord "afnemers" de zinsnede "niet-huishoudelijke" ingevoegd;
  2° er wordt een punt 1/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1/1° bezorgt aan alle huishoudelijke afnemers van elektriciteit, aangesloten op het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, op basis van het werkelijke verbruik jaarlijks, of op uitdrukkelijk verzoek van de afnemer meer dan eens per jaar, een totale afrekeningsfactuur voor de verkoop en het vervoer van elektriciteit, op voorwaarde dat de leverancier over de nodige meetgegevens beschikt. Indien de afnemer het contract opzegt, wordt op het einde van het contract en na ontvangst van de nodige meetgegevens van de netbeheerder een slotfactuur opgemaakt;";
  3° in punt 2° wordt tussen het woord "alle" en het woord "afnemers" de zinsnede "niet-huishoudelijke" ingevoegd;
  4° er wordt een punt 2/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2/1° bezorgt aan alle huishoudelijke afnemers van aardgas, aangesloten op het aardgasdistributienet, op basis van het werkelijke verbruik jaarlijks, of op uitdrukkelijk verzoek van de afnemer meer dan eens per jaar, een totale afrekeningsfactuur voor de verkoop en het vervoer van aardgas, op voorwaarde dat de leverancier over de nodige meetgegevens beschikt. Indien de afnemer het contract opzegt, wordt op het einde van het contract en na ontvangst van de nodige meetgegevens van de distributienetbeheerder een slotfactuur opgemaakt;";
  5° in punt 10° worden tussen de woorden "De informatie wordt" en de woorden "op een overzichtelijke en gemakkelijk begrijpbare manier" de woorden "bij voorkeur elektronisch" ingevoegd;
  6° er wordt een punt 10/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° /1 zorgt ervoor dat aan afnemers met digitale meters maandelijks nauwkeurige verbruiksinformatie die op het werkelijke verbruik gebaseerd is beschikbaar wordt gesteld. De leverancier mag geen extra kosten aanrekenen om die informatie te verstrekken. De informatie wordt bij voorkeur elektronisch op een overzichtelijke en gemakkelijk begrijpbare manier beschikbaar gesteld via een door de afnemer gekozen communicatiekanaal. De leverancier vermeldt de mogelijkheid op zijn website;".

  Art. 32. In artikel 5.3.1, § 7, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 1° wordt de zinsnede ", met inbegrip van een gedetailleerde beschrijving van de oplaadmogelijkheden" toegevoegd;
  2° in punt 2° worden tussen het woord "telefoonnummer" en het woord "voor" de woorden "en website" ingevoegd;
  3° in punt 4° worden de woorden "de gegevens die van de budgetmeter voor aardgas kunnen worden afgelezen" vervangen door de zinsnede "de toegang tot de gegevens met betrekking tot zijn verbruik, het noodkrediet en de inschakeling van de 10 ampèrefunctie";
  4° er wordt een punt 9° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "9° in geval van een budgetmeter in de vorm van een digitale meter in budgetmetermodus, de aanmeldingsgegevens voor het online webportaal.";
  5° er wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "Bij de plaatsing van een budgetmeter in de vorm van een digitale meter in budgetmetermodus of de inschakeling van deze modus wordt de budgetmeterklant geïnformeerd over de concrete werking van de budgetmeter en de keuze tussen de verschillende communicatiemogelijkheden, zoals vermeld in paragraaf 3, tweede lid.".

  Art. 33. In artikel 5.4.1, § 7, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 1° wordt de zinsnede ", met inbegrip van een gedetailleerde beschrijving van de oplaadmogelijkheden" toegevoegd;
  2° in punt 2° worden tussen het woord "telefoonnummer" en het woord "voor" de woorden "en website" ingevoegd;
  3° in punt 4° worden de woorden "de gegevens die van de budgetmeter voor aardgas kunnen worden afgelezen" vervangen door de woorden "de toegang tot de gegevens met betrekking tot zijn verbruik en het noodkrediet";
  4° er wordt een punt 7° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "7° in geval van een budgetmeter in de vorm van een digitale meter in budgetmetermodus, de aanmeldingsgegevens voor het online webportaal.";
  5° er wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "Bij de plaatsing van een budgetmeter in de vorm van een digitale meter in budgetmetermodus of inschakeling van deze modus wordt de budgetmeterklant geïnformeerd over de concrete werking van de budgetmeter en de keuze tussen de verschillende communicatiemogelijkheden, zoals vermeld in paragraaf 3, tweede lid.".

  Art. 34. Aan titel VII van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2019, wordt een hoofdstuk XIII, dat bestaat uit artikel 7.13.1, toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk XIII. Het in mindering brengen van de elektrische productie van de afname en de minimale terugleververgoeding voor elektriciteit die opgewekt is uit hernieuwbare energiebronnen en WKK door decentrale productie-installaties met een nominaal vermogen van maximaal 10 kVA
  Art. 7.13.1. De indienstname van de installatie, vermeld in artikel 4.1.30/1 en artikel 15.3.5/12, eerste lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, is de datum van het eerste AREI-keuringsverslag. Als een bijkomende installatie wordt geplaatst of de bestaande installatie wordt uitgebreid, dan geldt de datum van het eerste AREI-keuringsverslag van het oorspronkelijke deel.
  In geval de netbeheerder energiefraude, zoals vermeld in artikel 1.1.3, 40° /1, c) van het Energiedecreet van 8 mei 2009, objectief vaststelt, bepaalt de netbeheerder, in afwijking van het eerste lid, de datum van indienstname.
  Bij elke meteropname met het oog op een afrekeningsfactuur wordt de elektrische productie van een installatie vermeld in artikel 15.3.5/12 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, die geïnjecteerd wordt op het distributienet, per tariefperiode in mindering gebracht van de afname.".

  Art. 35. Aan titel XII, Hoofdstuk III, Afdeling III, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2019, wordt een nieuw artikel toegevoegd dat luidt als volgt:
  "Art. 12.3.18. In afwijking van artikel 3.1.54, tweede lid, gebeurt de schriftelijke kennisgeving aan de individuele netgebruiker, vermeld in artikel 3.1.54, tweede en derde lid, voor de plaatsing en indienstelling van de digitale meter, desgevallend meters, die plaatsvindt van 1 juli 2019 tot en met 31 augustus 2019 minstens één maand op voorhand."

  Art. 36. Artikel 3 tot en met artikel 30, artikel 32, artikel 33, artikel 35, artikel 39 tot en met artikel 41 en artikel 44 van het decreet van 26 april 2019 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet, treden in werking .

  Art. 37. Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 38. De Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 17 mei 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie,
L. PEETERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   DE VLAAMSE REGERING,
   Gelet op verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreffende de hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
   Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 4.1.4, § 1 tot en met 3, artikel 4.1.6/1, vierde lid, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019, artikel 4.1.8, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011 en 26 april 2019,artikel 4.1.8/2, 4.1.8/3, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019, artikel 4.1.20, artikel 4.1.22, eerste lid, 4°, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, artikel 4.1.22/2, artikel 4.1.22/3, artikel 4.1.22/5, artikel 4.1.22/13, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019, artikel 4.1.29, ingevoegd bij het decreet van 27 november 2015 en gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, artikel 4.1.30/1, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019, artikel 4.3.2, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011 en artikel 15.3.5/12, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019;
   Gelet op het decreet van 26 april 2019 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet, artikel 46;
   Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 april 2018;
   Gelet op de beslissing van de Minaraad van 27 augustus 2018 om geen advies uit te brengen;
   Gelet op het advies van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt, gegeven op 31 augustus 2018;
   Gelet op advies 76/2018 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 5 september 2018;
   Gelet op de beslissing van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen van 10 september 2018 om geen advies uit te brengen;
   Gelet op advies nr.65/861 van de Raad van State, gegeven op 6 mei 2019, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie