J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/ordonnantie/2019/04/25/2019012116/justel

Titel
25 APRIL 2019. - Ordonnantie houdende diverse betalingen betreffende Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag

Bron :
GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE
Publicatie : 09-05-2019 nummer :   2019012116 bladzijde : 44827       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-04-25/13
Inwerkingtreding : 01-01-2019
Opheffing : 31-12-2020 38    ***    31-12-2020 47-51

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Overname van de bevoegdheden van federale organen
Art. 3-4
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen van de wetgeving uitgevaardigd door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Afdeling 1. - Wijzigingen van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag
Art. 5-20
Afdeling 2. - Wijzigingen van de ordonnantie betreffende de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, gecoördineerd op 19 februari 2009
Art. 21-31
Afdeling 3. - Wijzigingen van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen
Art. 32
Afdeling 4. - Wijzigingen van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen
Art. 33-39
HOOFDSTUK 4. - Diverse bepalingen
Afdeling 1. - Diverse bepalingen met betrekking tot de overname van de bevoegdheden Gezondheid en Bijstand aan Personen
Art. 40-46
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de gezinsbijslag ingevolge de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie
Art. 47-51
HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 52-53

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.

  Art. 2. Voor de toepassing van deze ordonnantie dient te worden verstaan onder:
  1° Verenigd College : het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de zin van artikel 60, vierde lid, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen ;
  2° Iriscare: de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag in de zin van artikel 2, § 1, van de ordonnantie van 23 maart 2017;
  3° Adviesraad: de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg in de zin van artikel 2 van de ordonnantie betreffende de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, gecoördineerd op 19 februari 2009;
  4° ordonnantie van 23 maart 2017: de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;
  5° wet van 14 juli 1994: de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  6° koninklijk besluit van 3 juli 1996: het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  7° opdrachten van Iriscare: opdrachten inzake gezondheid en bijstand aan personen uitgeoefend voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, I, 1° tot 6° en 8°, en II, 1°, 4° en 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen die tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoren en werden toegewezen aan Iriscare via artikel 4 van de ordonnantie van 23 maart 2017;
  8° federale organen: de organen en actoren van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en de Commissie tot regeling der prijzen van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, die opdrachten van Iriscare uitoefenen vóór de inwerkingtreding van de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de zesde Staatshervorming.

  HOOFDSTUK 2. - Overname van de bevoegdheden van federale organen

  Art. 3. Voor de opdrachten van Iriscare moet in de federale wets- en reglementsbepalingen respectievelijk het volgende worden gelezen:
  1° "het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" in de plaats van "de Koning", "de Ministerraad" en "de bevoegde overheid";
  2° "het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" in de plaats van "de minister van Volksgezondheid", "de minister van Sociale Zaken", "de minister van Begroting" en "de minister van Economische Zaken";
  3° "Iriscare" in de plaats van "het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" in de zin van artikel 10 van de wet van 14 juli 1994;
  4° "Iriscare" in de plaats van de betrokken diensten van "het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" in de zin van de wet van 14 juli 1994;
  5° "Iriscare" in de plaats van de federale overheidsdiensten Sociale Zekerheid, Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en Economie, KMO, Middenstand en Energie;
  6° "Iriscare" in de plaats van "de Prijzendienst van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie";
  7° "het Algemeen Beheerscomité" in de zin van de artikelen 11 en 12, van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "het Algemeen Beheerscomité" in de zin van artikel 11 van de wet van 14 juli 1994 en "de Algemene raad van de verzekering voor geneeskundige verzorging" in de zin van artikel 16, 1°, 3°, 4° en 12°, van de wet van 14 juli 1994;
  8° "de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen", in de zin van artikel 22 van de ordonnantie van 23 maart 2017, in de plaats van "de Algemene raad van de verzekering voor geneeskundige verzorging" in de zin van artikel 16 van de wet van 14 juli 1994;
  9° "de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen", in de zin van artikel 22 van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging" in de zin van artikel 21 van de wet van 14 juli 1994;
  10° "de Dienst begroting, financiën en monitoring" in de zin van artikel 36, § 1, van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "de Commissie voor begrotingscontrole" in de zin van artikel 17 van de wet van 14 juli 1994;
  11° "de technische commissies" in de zin van artikel 23 van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "de overeenkomsten- en akkoordencommissies" in de zin van artikel 26 van de wet van 14 juli 1994 en in de plaats van "de Technische raad voor rolstoelen" in de zin van artikel 51ter van het koninklijk besluit van 3 juli 1996.
  Meer in het bijzonder moet het volgende worden gelezen:
  a) "de Commissie "Opvang van afhankelijkheid"" in de zin van artikel 24 van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "de commissie Overeenkomsten met de rust- en verzorgingstehuizen, de rustoorden voor bejaarden en de centra voor dagverzorging" in de zin van artikel 12 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996;
  b) "de Commissie "Geestelijke gezondheidszorg"" in de zin van artikel 25 van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "de commissie Overeenkomsten met psychiatrische verzorgingstehuizen" in de zin van artikel 13 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 en in de plaats van "de commissie Overeenkomsten met de vertegenwoordigers van initiatieven van beschut wonen ten behoeve van psychiatrische patiënten" in de zin van artikel 15 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996;
  c) "de Commissie "Preventie en eerstelijnszorg"", in de zin van artikel 26 van de ordonnantie van 23 maart 2017, of "het Multidisciplinair College" in de zin van artikel 27/1 van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "het College van geneesheren-directeurs" in de zin van artikel 23 van de wet van 14 juli 1994 en in de plaats van "het Nationaal college van adviserend artsen" in de zin van artikel 153 van diezelfde wet, afhankelijk van de opdrachten;
  d) "de Commissie "Personen met een handicap"" in de zin van artikel 27 van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "de commissie Overeenkomsten bandagisten-verzekeringsinstellingen" in de zin van artikel 22 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 en in de plaats van de "Technische raad voor rolstoelen" in de zin van artikel 51ter van het koninklijk besluit van 3 juli 1996;
  12° "de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen" in de zin van artikel 22 van de ordonnantie van 23 maart 2017 in de plaats van "de Commissie tot regeling der prijzen" in de zin van artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 juni 1969 houdende oprichting van een Commissie tot regeling der prijzen.

  Art. 4. De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen in de zin van artikel 22 van de ordonnantie van 23 maart 2017 vervult de rol van de federale organen die niet worden vermeld bij artikel 3 van deze ordonnantie.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen van de wetgeving uitgevaardigd door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

  Afdeling 1. - Wijzigingen van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag

  Art. 5. In artikel 3, van de ordonnantie van 23 maart 2017 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 3° worden de woorden "de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen die bewijzen dat ze actief zijn op het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad" vervangen door de woorden "de Brusselse verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen";
  b) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 7° en 8°, luidende:
  "7° Dossiers met een individuele draagwijdte: dossiers met betrekking tot diensten en instellingen die momenteel voor advies worden voorgelegd aan de afdelingen, instellingen en diensten voor bejaarden, instellingen en diensten voor personen met handicap, instellingen en diensten voor het gezin van de Adviesraad, vooral de dossiers voor erkenning, specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie, voor voorlopige werkingsvergunning of sluiting van de rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen voor bejaarden of andere soorten huisvesting of dienstverlening voor bejaarden, voor erkenning of voorlopige werkingsvergunning of sluiting van de instellingen per categorie van handicap of van de diensten voor opneming in gezinnen en van de diensten voor hulpverlening bij activiteiten in het dagelijkse leven in privéwoningen, voor erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp;
  8° Andere professionele krachten inzake gezondheid: professionele krachten van de gezondheidszorg en de bijstand aan personen, betrokken bij de opdrachten van de Dienst zoals vermeld in artikel 4, die de technieken van de apothekers-assistentie, audiologie, bandage, orthese en prothese, ergotherapie, logopedie, orthoptie, podologie, kinesitherapie, psychologie en verpleegkunde hanteren.".

  Art. 6. In de Nederlandse tekst van artikel 9, § 11, tweede lid, van dezelfde ordonnantie, wordt het woord "organisatie" vervangen door het woord "groep".

  Art. 7. In de Franse tekst van het hoofdstuk IV, afdeling 5, van dezelfde ordonnantie wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen als volgt:
  "Le Conseil de gestion de la santé et de l'aide aux personnes".

  Art. 8. Artikel 21, § 2, van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De Beheerraad mag voor het onderzoek van specifieke kwesties een beroep doen op deskundigen.".

  Art. 9. In artikel 22 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "en te ondertekenen";
  b) de bepaling onder 3° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "3° /1 de voorstellen van beslissing en de adviezen meegedeeld door de technische commissies goed te keuren;";
  c) in de bepaling onder 6° worden de woorden "voor te stellen en" ingevoegd na de woorden "de uitvoering van de programmatie";
  d) de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt:
  "9° het prijsbeleid voor te bereiden en uit te voeren voor wat de instellingen voor bejaarden betreft. De Beheerraad kan de uitvoering ervan delegeren aan de leidend ambtenaar van de Dienst;".

  Art. 10. In artikel 23 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "benoemt de leden van die commissies, op dubbele lijsten die door de belanghebbende organisaties worden voorgedragen" vervangen door de woorden "wijst, op voordracht van de Beheerraad, de verenigingen en organisaties aan om de commissies samen te stellen en legt hun aantal en de vertegenwoordigingsregels vast";
  2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin:
  "Het Verenigd College benoemt de leden van het Multidisciplinair College op voordracht van de Beheerraad.";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. Onverminderd de artikelen 24, §§ 3 en 4, en 27, §§ 3 en 4, verenigen die commissies een gelijk aantal mandaten ingevuld door de verzekeringsinstellingen en representatieve organisaties van zorgberoepen of inrichtingen, diensten of instellingen.
  De technische commissies mogen voor het onderzoek van specifieke kwesties deskundigen raadplegen.".

  Art. 11. In artikel 24 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende streepjes:
  "- elke andere voorziening voor bejaarde personen, die tot de bevoegdheden van de Dienst behoort, krachtens artikel 4, § 1;
  - de revalidatieverstrekkingen in de materies die deze Commissie aanbelangen.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door:
  " § 2. Ze bestaat uit:
  1° representatieve organisaties van de rust- en verzorgingstehuizen, de rustoorden voor bejaarden, de centra voor dagverzorging, de diensten voor thuiszorg en representatieve organisaties van andere zorgverstrekkers, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen;
  2° verzekeringsinstellingen, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen.".

  Art. 12. Hetzelfde artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 en 4, luidende:
  " § 3. Om de bevoegdheid inzake dossiers met een individuele draagwijdte met betrekking tot instellingen en diensten voor het onthaal en de opvang van bejaarden, zoals bedoeld in § 1, eerste lid, uit te oefenen, zetelt de Commissie in een aangepaste samenstelling.
  In dat geval bestaat de Commissie, naast representatieve organisaties van de sector en verzekeringsinstellingen, vermeld in § 2, uit:
  1° vakbonden van het personeel van de betrokken instellingen en diensten, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen;
  2° verenigingen die de personen met een zorg- of bijstandsbehoefte vertegenwoordigen in de aangelegenheden bedoeld in artikel 24, § 1, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen.
  Het Verenigd College wijst, op voordracht van de Beheerraad, die organisaties en verenigingen aan.
  § 4. Om de bevoegdheid inzake dossiers met een individuele draagwijdte met betrekking tot de instellingen en diensten van thuiszorg, zoals bedoeld in § 1, eerste lid, uit te oefenen, zetelt de Commissie in een aangepaste samenstelling.
  In dat geval bestaat de Commissie, naast representatieve organisaties van de sector en verzekeringsinstellingen, vermeld in § 2, uit:
  1° vakbonden van het personeel van de betrokken instellingen en diensten, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen;
  2° verenigingen die de personen met een zorg- of bijstandsbehoefte vertegenwoordigen in de aangelegenheden bedoeld in artikel 24, § 1, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen.
  Het Verenigd College wijst, op voordracht van de Beheerraad, die organisaties en verenigingen aan.".

  Art. 13. In artikel 25 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
  "4° de revalidatieverstrekkingen in de materies die deze Commissie aanbelangen.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door:
  " § 2. Ze bestaat uit:
  1° representatieve organisaties van de zorginstellingen en actoren van de geestelijke gezondheidszorg en in voorkomend geval andere zorgverstrekkers, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen;
  2° verzekeringsinstellingen, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen.".

  Art. 14. In artikel 26 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
  "6° de prestaties van revalidatie van de in deze Commissie betrokken sectoren.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door:
  " § 2. Ze bestaat uit:
  1° representatieve organisaties van de instellingen voor gezondheidsbevordering, en -bescherming en ziektepreventie, eerstelijnszorgverstrekkers, hulpverleningsdiensten en diensten voor thuisverzorging, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen;
  2° verzekeringsinstellingen, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen.".

  Art. 15. In artikel 27 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de woorden "en de revalidatieverstrekkingen in de materies die deze Commissie aanbelangen";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door:
  " § 2. Ze bestaat uit:
  1° representatieve organisaties van de zorgverstrekkers uit de betrokken sector, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen;
  2° verzekeringsinstellingen, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen.";
  3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 en 4, luidende:
  " § 3. Voor de uitoefening van de bevoegdheid inzake dossiers met individuele draagwijdte met betrekking tot instellingen en diensten voor personen met een handicap, zetelt de Commissie in een aangepaste samenstelling.
  In dat geval bestaat de Commissie, naast representatieve organisaties van de sector en verzekeringsinstellingen, vermeld in § 2, uit:
  1° vakbonden van het personeel van de betrokken instellingen, die hun vertegenwoordigers zullen aanwijzen;
  2° verenigingen die personen met een handicap vertegenwoordigen, die hun vertegenwoordigers en/of de vertegenwoordigers van de gebruikers zullen aanwijzen voor aangelegenheden vermeld in artikel 27, § 1.
  Het Verenigd College wijst, op voordracht van de Beheerraad, die organisaties en verenigingen aan.
  § 4. In de uitoefening van haar bevoegdheden opgesomd in het vijfde lid zetelt de Commissie in uitgebreide samenstelling.
  In dat geval bestaat ze uit:
  1° verzekeringsinstellingen;
  2° vertegenwoordigers van specifieke beroepen actief in de opdrachten van de Dienst zoals vermeld in artikel 4.
  Het Algemeen Beheerscomité bepaalt welke de specifieke beroepen zijn.
  Het Verenigd College wijst hen aan, op voordracht van de Beheerraad.
  De uitgebreide Commissie is met name bevoegd voor:
  1° de nomenclatuur van de mobiliteitshulpmiddelen;
  2° de lijst van producten;
  3° de individuele dossiers met betrekking tot de rolstoelen met individuele maatuitvoering.
  Het Verenigd College legt de regels van vertrouwelijkheid vast inzake de behandeling van de individuele dossiers waarvan de uitgebreide Commissie de verwerkingsverantwoordelijke is.
  De adviezen van de uitgebreide Commissie worden overgemaakt aan de paritair samengestelde Commissie "Personen met een handicap".".

  Art. 16. In hoofdstuk IV, afdeling 5, van dezelfde ordonnantie wordt een onderafdeling 3 ingevoegd die een artikel 27/1 bevat, luidende:
  "Onderafdeling 3 - Het Multidisciplinair College
  Art. 27/1. § 1. Bij de Dienst wordt een Multidisciplinair College ingesteld, dat met name, binnen de opdrachten van de Dienst zoals vermeld in artikel 4, bevoegd is voor:
  1° het verstrekken van adviezen betreffende de vaststelling en het toezicht op de naleving van de normen van goede medische praktijk in het kader van de begroting van de opdrachten van de Dienst, zoals vermeld in artikel 4;
  2° de individuele dossiers met betrekking tot de rolstoelen met individuele maatuitvoering;
  3° de opvolging van de beslissingen en de controle van de al dan niet erkende instellingen waarvoor de Dienst bevoegd is, bedoeld in artikel 34, 7°, 11°, 12° en 18°, van de wet van 14 juli 1994, zoals opgenomen in artikel 120 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996;
  4° elke andere kwestie van medische aard met betrekking tot de opdrachten van de Dienst, zoals vermeld in artikel 4.
  § 2. Het bestaat uit vaste en plaatsvervangende leden, met name:
  1° dokters in de geneeskunde en andere professionele krachten inzake gezondheid, voorgedragen door de verzekeringsinstellingen;
  2° dokters in de geneeskunde en andere professionele krachten inzake gezondheid die deel uitmaken van het personeel van de Dienst.
  § 3. Het Verenigd College kan de opdrachten en samenstelling van het Multidisciplinair College verduidelijken en de lijst van andere professionele krachten inzake gezondheid uitbreiden.
  Het bepaalt de vertrouwelijkheidsregels voor de behandeling van de individuele dossiers waarvan het Multidisciplinair College de verwerkingsverantwoordelijke is.
  § 4. Het Multidisciplinair College legt zijn adviezen voor aan de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen.
  § 5. Het Multidisciplinair College vaardigt zijn huishoudelijk reglement uit op basis van het model dat door de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen wordt vastgelegd.".

  Art. 17. In artikel 29, § 1, tweede lid, van dezelfde ordonnantie worden de woorden "van de dienst Betaling" vervangen door de woorden "van de Directie uitbetaling kinderbijslag".

  Art. 18. In artikel 35 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "Dienst begrotingscontrole, audit en monitoring" worden vervangen door de woorden "dienst begroting, financiën en monitoring";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "algemeen comité" vervangen door de woorden "Algemeen Beheerscomité".

  Art. 19. In artikel 36 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "Dienst begrotingscontrole, audit en monitoring" worden vervangen door de woorden "Dienst begroting, financiën en monitoring";
  2° in paragraaf 1, punt 1°, wordt het woord "audit" vervangen door het woord "monitoring";
  3° in paragraaf 1, punt 2°, worden de woorden "algemeen comité" vervangen door de woorden "Algemeen Beheerscomité".

  Art. 20. In dezelfde ordonnantie wordt een artikel 42/1 ingevoegd:
  "Art. 42/1. Zolang de verschillende technische commissies en het Multidisciplinair College niet effectief instaan voor de opdrachten die aan hen worden toegewezen bij deze ordonnantie, is de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen gelast om hun opdrachten uit te voeren.".

  Afdeling 2. - Wijzigingen van de ordonnantie betreffende de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, gecoördineerd op 19 februari 2009

  Art. 21. Artikel 2 van de ordonnantie betreffende de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, gecoördineerd op 19 februari 2009, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De Adviesraad brengt advies uit over de materies die vallen onder de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met uitzondering van de aangelegenheden inzake de opdrachten die door of in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag aan de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag werden toevertrouwd.".

  Art. 22. Artikel 3 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt:
  "Art. 3. Op verzoek van de Verenigde Vergadering, heeft elke commissie, elke afdeling of elk bureau bedoeld bij deze ordonnantie tot opdracht advies uit te brengen over ontwerpen of voorstellen van ordonnantie die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een aangelegenheid die onder hun adviesopdrachten vallen, met uitzondering van de aangelegenheden inzake de opdrachten die door of in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag aan de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag werden toevertrouwd.".

  Art. 23. Artikel 5 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende:
  "3° elke aangelegenheid die niet onder de bevoegdheid van een afdeling valt;
  4° dossiers waarvoor het Verenigd College op gemotiveerde wijze de hoogdringende behandeling vraagt.".

  Art. 24. Artikel 10 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt:
  "Art. 10. De commissie voor welzijnszorg bestaat uit een bureau en twee afdelingen:
  1° de afdeling instellingen en diensten voor sociale dienstverlening;
  2° de afdeling armoedebestrijding en bestrijding dakloosheid.".

  Art. 25. Artikel 11 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende:
  "3° elke aangelegenheid die niet onder de bevoegdheid van een afdeling valt;
  4° dossiers waarvoor het Verenigd College op gemotiveerde wijze de hoogdringende behandeling vraagt.".

  Art. 26. De artikelen 12, 13 en 14 van dezelfde ordonnantie worden opgeheven.

  Art. 27. Artikel 15 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt:
  "Art. 15. De afdeling instellingen en diensten voor sociale dienstverlening heeft als opdracht advies uit te brengen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van het Verenigd College, onder meer over:
  1° de erkenning, de verlenging of de intrekking van de erkenning en de vaststelling van de betoelaging:
  - van de centra voor algemeen welzijnswerk zoals voorzien in de ordonnantie van 7 november 2002 betreffende de centra en diensten voor bijstand aan personen;
  - voor de privé diensten van schuldbemiddeling zoals voorzien in de ordonnantie van 7 november 1996 betreffende de erkenning van instellingen voor schuldbemiddeling;
  2° de voorwaarden van tegemoetkoming in de kosten voor onderhoud en behandeling van de personen lijdend aan sociale ziekten;
  3° de verbeteringen die kunnen worden verwezenlijkt in de aangelegenheden die de opvang en de ambulante begeleiding van personen, de kwaliteit van de sociale diensten, het beleid inzake de schuldbemiddeling en het beleid inzake de jeugdhulpverlening betreffen.".

  Art. 28. In dezelfde ordonnantie wordt er een artikel 15/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 15/1. De afdeling armoedebestrijding en bestrijding dakloosheid heeft als opdracht advies uit te brengen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van het Verenigd College, onder meer over:
  1° de erkenning, de verlenging of de intrekking van de erkenning en de vaststelling van de betoelaging van de centra en diensten voor daklozen en slecht gelogeerden zoals voorzien in de ordonnantie van 14 juni 2018 betreffende de noodhulp aan en de inschakeling van daklozen;
  2° de verbeteringen die in de sector van het beleid inzake armoedebestrijding en bestrijding dakloosheid kunnen worden verwezenlijkt.".

  Art. 29. In artikel 18 van dezelfde ordonnantie wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 30. Artikel 22 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "Wanneer de hoogdringendheid wordt ingeroepen, beschikt de afdeling of het bureau over een termijn van 15 dagen om zijn advies uit te brengen. Bij gebrek aan een advies binnen de gestelde termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
  Aan de leden van de Adviesraad en de deelnemers van de vergaderingen kan een vergoeding worden toegekend voor de vergaderingen waaraan zij deelnemen op de wijze bepaald door het Verenigd College.
  De vergaderingen kunnen op voorstel van de voorzitter van de afdeling of van het bureau elektronisch verlopen. Het huishoudelijk reglement kan hiervoor de modaliteiten bepalen. Voor elektronische vergaderingen kan geen vergoeding worden toegekend.".

  Art. 31. In dezelfde ordonnantie wordt een artikel 24 ingevoegd, luidende:
  "Art. 24. Tot aan de aanpassing van het uitvoeringsbesluit van deze ordonnantie en de inwerkingtreding van de benoeming van de leden van de afdeling armoedebestrijding en bestrijding dakloosheid, zoals bedoeld in artikel 15/1, behandelt de afdeling instellingen en diensten voor sociale dienstverlening, zoals bedoeld in artikel 15, eveneens de aangelegenheden die aan de afdeling armoedebestrijding en bestrijding dakloosheid zijn toebedeeld.".

  Afdeling 3. - Wijzigingen van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen

  Art. 32. In artikel 2 van de ordonnantie van 24 april 2008 betreffende de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "of de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag";
  b) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
  "5° afdeling: de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen, in de zin van artikel 22 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;".

  Afdeling 4. - Wijzigingen van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen

  Art. 33. In artikel 2 van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 9° worden de woorden "of door Iriscare" ingevoegd tussen de woorden "Verenigd College" en het woord "om";
  b) de bepaling onder 10° wordt aangevuld door de woorden "of door Iriscare".

  Art. 34. In artikel 3, § 1, tweede lid, van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden "en, op voorstel van de Beheerraad, de nadere regels van de tegemoetkomingen vastleggen";
  2° in de tweede zin wordt het woord "eveneens" gevoegd tussen het woord "kunnen" en de woorden "de nadere regels".

  Art. 35. In artikel 16 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en onder voorbehoud van de toepassing van de verordeningen van de Europese Unie betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels," ingevoegd tussen de woorden "eerste lid," en het woord "worden";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.

  Art. 36. Artikel 17, § 2, achtste lid, van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met de volgende zin: "Het Verenigd College kan bepalen dat daarbij een beroep wordt gedaan op een door haar aangeduide externe dienstverlener.".

  Art. 37. In artikel 27 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid worden de woorden "voor het jaar 2019" vervangen door de woorden "voor de jaren 2019 en 2020";
  2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "In afwijking van artikel 16, eerste lid, geldt de vereiste om zich werkelijk in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te bevinden, niet voor de Brusselse verzekerde die recht heeft op een tegemoetkoming voor hulp bij tabaksontwenning, gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze ordonnantie. Het Verenigd College kan deze periode éénmalig verlengen met een nieuwe periode van drie jaar.
  In afwijking van artikel 3, § 2, verstrekken de Brusselse verzekeringsinstellingen, gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze ordonnantie, de voordelen en diensten die voortvloeien uit de opdrachten vermeld in artikel 10, voor wat de palliatieve zorg betreft, aan iedere persoon met een zorgbehoefte, hierna de begunstigde genaamd, ongeacht zijn woonplaats, die gebruik maakt van een erkende zorginstelling, op voorwaarde dat de begunstigde zich werkelijk in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bevindt. Alle andere bepalingen van deze ordonnantie die van toepassing zijn op de Brusselse verzekerden, zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing op de begunstigde. Het Verenigd College kan de periode van drie jaar éénmalig verlengen met een nieuwe periode van drie jaar.".

  Art. 38. In dezelfde ordonnantie wordt een artikel 32/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 32/1. Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.
  Wanneer een Brusselse verzekeringsinstelling voor de toepassing van dit artikel de volledige of gedeeltelijke medewerking van een Britse instelling vereist, onder andere wat betreft de uitwisseling van informatie, neemt deze Brusselse verzekeringsinstelling alle redelijke maatregelen om de bijstand van die instelling of de nodige informatie te verkrijgen.
  Indien de Brusselse verzekeringsinstelling aan het einde van de procedure vaststelt dat het onmogelijk is de nodige medewerking te verkrijgen, stelt zij de betrokkene hiervan onmiddellijk in kennis en verzoekt zij hem de relevante informatie of relevante elementen waarover hij beschikt, te verstrekken.
  Een Brusselse verzekeringsinstelling is niet verplicht dit artikel toe te passen indien zij, nadat zij aan de in het tweede en derde lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan, niet in staat is de medewerking te bekomen of informatie te verkrijgen die nodig is voor de uitvoering ervan. Hetzelfde geldt indien de betrokkene niet binnen een redelijke termijn de nodige informatie verstrekt of onvolledige informatie verstrekt.
  Het Verenigd College bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met uitzondering van dit lid, dat in werking treedt de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Dit artikel treedt buiten werking op 31 december 2020.
  Het Verenigd College kan evenwel voorzien in een vroegere datum waarop deze afdeling ophoudt van kracht te zijn.
  Om te waarborgen dat de continuďteit van de toepassing van de verordeningen betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels volledig wederkerig is met de toepassing ervan door het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, kan het Verenigd College de daartoe noodzakelijke maatregelen nemen door de in deze ordonnantie omschreven personele werkingssfeer en/of materiële werkingssfeer aan te passen.
  De besluiten die genomen worden ter uitvoering van het zevende en achtste lid houden op uitwerking te hebben op het einde van de zesde maand na de datum van inwerkingtreding indien ze bij het verstrijken van die termijn niet bij ordonnantie zijn bekrachtigd.".

  Art. 39. In artikel 33, eerste lid, van dezelfde ordonnantie worden de woorden "en in artikel 32/1," gevoegd tussen de woorden "derde en vierde lid," en het woord "heeft".

  HOOFDSTUK 4. - Diverse bepalingen

  Afdeling 1. - Diverse bepalingen met betrekking tot de overname van de bevoegdheden Gezondheid en Bijstand aan Personen

  Art. 40. De leden van de afdelingen van de instellingen en diensten voor het onthaal en de opvang van bejaarden, de instellingen en diensten voor personen met een handicap en de instellingen en diensten voor het gezin van de Adviesraad die, krachtens andere wets- en reglementsbepalingen, zetelen bij andere instanties worden vervangen door leden van de overeenstemmende technische commissies van Iriscare.
  Het Verenigd College wijst de leden van de technische commissies aan die zetelen in die instanties.

  Art. 41. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft, wordt het derde lid aangevuld met de woorden "behalve als de overeenkomst waarvan sprake een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur betreft of een vervangingsovereenkomst en als de aanwerving gebeurt in het kader van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.".

  Art. 42. Voor opdrachten van Iriscare mag de facturatie elektronisch verlopen.
  Voor opdrachten van Iriscare mag de gegevensinvoer via informaticatoepassingen die hiervoor werden gecreëerd verlopen.

  Art. 43. Wat betreft het prijsbeleid van de instellingen voor bejaarden wordt het koninklijk besluit van 3 juni 1969 houdende oprichting van een Commissie tot regeling der prijzen opgeheven.

  Art. 44. Wat betreft het prijsbeleid van de instellingen voor bejaarden wordt het koninklijk besluit van 13 augustus 1971 betreffende de modaliteiten voor de raadpleging van de Commissie tot Regeling der Prijzen opgeheven.

  Art. 45. Wat betreft het prijsbeleid van de instellingen voor bejaarden wordt het koninklijk besluit van 20 mei 2009 houdende diverse wijzigingen betreffende de werking van de Commissie tot regeling der prijzen en van de Prijzencommissie voor de Farmaceutische Specialiteiten opgeheven.

  Art. 46. Artikel 55 van de programmawet van 20 juli 2006 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Vanaf 2020 wordt een bedrag van 322.687,72 euro overgedragen van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag naar het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, ten gunste van zowel de werknemers met een arbeidsovereenkomst bij een werkgever van de private sector als bij een werkgever van de publieke sector. De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van de Dienst bepaalt de herverdeling van dit bedrag onder de twee sectoren naargelang de door het Verenigd College bepaalde nadere regels. Deze overdrachten vinden elk jaar in juni plaats. Vanaf 2021 worden deze bedragen elk jaar aangepast aan de evolutie van het rekenkundige gemiddelde van de gezondheidsindex van juni en aan de indexcijfers van de drie voorafgaande maanden tussen 30 juni van het voorlaatste jaar en 30 juni van het jaar dat voorafging. De verhouding die deze evolutie uitdrukt, wordt tot op vier cijfers na de komma afgerond, naar boven als het vijfde cijfer ten minste vijf is en naar beneden voor de andere gevallen. De bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag rekent dit bedrag aan op de begroting van de tak "gezondheid en bijstand aan personen".".

  Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de gezinsbijslag ingevolge de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie

  Art. 47. Deze afdeling is van toepassing op de in artikel 2 van de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en op de in artikel 1 van de verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 1408/71 en verordening (EEG) nr. 574/72 tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen bedoelde personen, rekening houdend met het feit dat, voor de toepassing van deze afdeling, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland wordt gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 48. Voor de toepassing van de in artikel 49 opgesomde verordeningen betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de Europese Unie op de gezinsbijslagregelgeving, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 49. Onverminderd het recht van de Europese Unie, en rekening houdend met artikel 50, blijft de gezinsbijslagregelgeving van toepassing overeenkomstig de bepalingen en beginselen van de volgende verordeningen betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de Europese Unie:
  1° de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels;
  2° de verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels;
  3° de verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 1408/71 en verordening (EEG) nr. 574/72 tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen;
  4° de verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen;
  5° de verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen;
  6° de verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie.

  Art. 50. Wanneer een kinderbijslaginstelling voor de toepassing van deze ordonnantie de volledige of gedeeltelijke medewerking van een Britse instelling vereist, onder andere wat betreft de uitwisseling van informatie, neemt deze kinderbijslaginstelling alle redelijke maatregelen om de bijstand van die instelling of de nodige informatie te verkrijgen.
  Indien de kinderbijslaginstelling aan het einde van de procedure vaststelt dat het onmogelijk is de nodige medewerking te verkrijgen, stelt zij de betrokkene hiervan onmiddellijk in kennis en verzoekt zij hem de relevante informatie of relevante elementen waarover hij beschikt, te verstrekken.
  Een kinderbijslaginstelling is niet verplicht artikel 49 toe te passen indien zij, nadat zij aan de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan, niet in staat is de medewerking te bekomen of informatie te verkrijgen die nodig is voor de uitvoering ervan. Hetzelfde geldt indien de betrokkene niet binnen een redelijke termijn de nodige informatie verstrekt of onvolledige informatie verstrekt.

  Art. 51. Het Verenigd College bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze afdeling, met uitzondering van dit artikel, dat in werking treedt de dag waarop deze afdeling in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Deze afdeling treedt buiten werking op 31 december 2020.
  Het Verenigd College kan evenwel voorzien in een vroegere datum waarop deze afdeling ophoudt van kracht te zijn.
  Om te waarborgen dat de continuďteit van de toepassing van de verordeningen betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels volledig wederkerig is met de toepassing ervan door het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, kan het Verenigd College de daartoe noodzakelijke maatregelen nemen door de in artikel 47 omschreven personele werkingssfeer en de in artikel 48 omschreven materiële werkingssfeer aan te passen.
  De besluiten die genomen worden ter uitvoering van het derde en vierde lid houden op uitwerking te hebben op het einde van de zesde maand na de datum van inwerkingtreding indien ze bij het verstrijken van die termijn niet bij ordonnantie zijn bekrachtigd.

  HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 52. De overeenkomsten bedoeld in artikel 22, 3°, van de ordonnantie van 23 maart 2017, blijven van toepassing, zolang Iriscare ze niet gewijzigd of vervangen heeft.
  Hiertoe moet "de Dienst" gelezen worden in de zin van artikel 2 van de voormelde ordonnantie van 23 maart 2017, als "het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" in de zin van artikel 10 van de wet van 14 juli 1994.

  Art. 53. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 51, eerste lid, heeft deze ordonnantie uitwerking met ingang van 1 januari 2019.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 25 april 2019.
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe Betrekkingen,
D. GOSUIN
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring,
P. SMET
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring,
C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Verenigde Vergadering heeft aangenomen en Wij, Verenigd College, bekrachtigen hetgeen volgt:

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Documenten van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : Gewone zitting 2018-2019 B-157/1 Ontwerp van ordonnantie B-157/2 Verslag Integraal verslag : Bespreking en aanneming: vergadering van vrijdag 5 april 2019

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie