J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2019/03/23/2019011850/justel

Titel
23 MAART 2019. - Wet betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 19-04-2019 nummer :   2019011850 bladzijde : 39497       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-03-23/18
Inwerkingtreding : 01-01-2020

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 2-3
HOOFDSTUK 3. - Organisatie van de diensten bevoegd voor het beheer van de gerechtskosten
Art. 4
HOOFDSTUK 4. - De procedure van toekenning, verificatie en betaling van de gerechtskosten
Art. 5-11
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
Art. 12-16
HOOFDSTUK 6. - Opheffingsbepaling
Art. 17
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
Art. 18

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Definities

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder :
  1° opdrachtgever : een persoon bedoeld in artikel 3, § 1, tweede lid, die een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid, geeft aan een prestatieverlener, waardoor bepaalde gerechtskosten ontstaan;
  2° prestatieverlener : natuurlijke persoon of rechtspersoon, met inbegrip van de deskundige bedoeld in de bepaling onder 3° en de vertaler of tolk bedoeld in de bepaling onder 4°, die door de opdrachtgever wordt gevorderd voor een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid. Als prestatieverlener wordt ook beschouwd de persoon die omwille van zijn bijzondere kennis of kunde of omwille van zijn onmiddellijke beschikbaarheid uitzonderlijk wordt gevorderd en niet voldoet aan de voorwaarden voor opname in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen of het nationaal register voor beėdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;
  3° deskundige : persoon die is opgenomen in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen bedoeld in de artikelen 991ter tot 991undecies van het Gerechtelijk Wetboek, en die door de opdrachtgever persoonlijk wordt gevorderd voor een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid;
  4° vertaler of tolk : beėdigd vertaler of tolk die is opgenomen in het nationaal register voor beėdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken bedoeld in de artikelen 20 tot 27 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beėdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, en die door de opdrachtgever wordt gevorderd voor een opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid;
  5° kostenstaat : document, dat indien mogelijk digitaal door de prestatieverlener opgesteld en gedateerd wordt, met aanduiding van het bedrag verschuldigd voor de uitvoering van zijn opdracht met inbegrip van de hiertoe eventueel gemaakte kosten en verplaatsingsvergoedingen, evenals het tarief dat als grondslag dient voor de kostenstaat en de berekening ervan, de opgave van zijn hoedanigheid, zijn prestatieverlenersgegevens, de identiteit van de opdrachtgever en het notitienummer van de zaak.

  Art. 3. § 1. Gerechtskosten in strafzaken zijn de kosten die door de Federale Overheidsdienst Justitie hetzij worden betaald, hetzij worden voorgeschoten met het oog op de terugvordering ervan bij een of meer veroordeelden, schuldig verklaarde of burgerrechtelijk aansprakelijke partijen of in het ongelijk gestelde burgerlijke partijen.
  Deze gerechtskosten ontstaan door de aanstelling van prestatieverleners op vraag van een met het onderzoek van een strafdossier belaste magistraat, of een bevoegd lid van een politie- of inspectiedienst, belast met het onderzoek van een strafdossier dat naderhand wordt overgenomen door een magistraat.
  De aanstelling van prestatieverleners beoogt één of meerdere van de volgende doelen :
  1° zoeken naar de waarheid;
  2° inschatten van de elementen van het dossier die de persoonlijke kennis van de opdrachtgever overstijgen wegens onder andere hun technische aard;
  3° onderzoeken en overzichtelijk maken van een complex dossier;
  4° vertalen van het dossier of delen ervan vanuit of naar een taal bruikbaar voor de procedure, of verstaanbaar voor de partij die geniet van rechtsbijstand;
  5° onderzoeken naar de fysieke en/of mentale toestand van de bij de zaak betrokken levende en overleden personen;
  6° elk nuttig specialistisch onderzoek van roerende en onroerende, materiėle en immateriėle zaken en van documenten;
  7° de analyse of synthese van fiscale, sociale, boekhoudkundige, economische, juridische of wetenschappelijke dossiers;
  8° uitvoeren van nodige of nuttige technische handelingen met het oog op een efficiėnte behandeling van het dossier;
  9° verlenen van dringende materiėle en humane bijstand aan het slachtoffer, zoals het reinigen van de plaats van het misdrijf of het herstel van de schade veroorzaakt aan de woning van het slachtoffer, om de secundaire victimisering te vermijden;
  10° vergoeden van materiėle schade ontstaan bij de uitvoering van wettige politieopdrachten;
  11° herstellen in hun oorspronkelijke toestand van goederen die door het voorbereiden of plegen van een misdrijf werden beschadigd of in waarde verminderd zijn;
  12° mits toelating van de minister bevoegd voor Justitie, verwerven van welbepaalde gespecialiseerde materialen of hulpmiddelen waarover de onderzoekers en de organisaties waartoe ze behoren niet beschikken en die onontbeerlijk zijn voor het welslagen van een bepaald onderzoek.
  De Koning bepaalt de kosten die niet als gerechtskosten mogen worden beschouwd.
  Om de doelen bedoeld in paragraaf 1, derde lid, te bereiken, mag gebruik worden gemaakt van de beschikbare wetenschappelijke technieken en alle andere middelen waarvan de betrouwbaarheid is aangetoond.
  § 2. Met gerechtskosten in strafzaken gelijkgestelde kosten worden bedoeld, de kosten veroorzaakt door :
  1° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1, in het kader van elke rechtspleging waarin magistraten van het openbaar ministerie ambtshalve optreden;
  2° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1, in het kader van elke rechtspleging met toepassing van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten;
  3° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1, in het kader van elke rechtspleging met toepassing van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;
  4° vorderingen zoals bedoeld in paragraaf 1 bij elke rechtspleging die gepaard gaat met rechtsbijstand;
  5° daarmee gelijkgestelde uitgaven, in het kader van andere gerechtelijke procedures waarvoor bijzondere wetten voorzien in de gelijkstelling van de erdoor veroorzaakte kosten met gerechtskosten in strafzaken.
  De in het eerste lid, 5°, bedoelde gelijkstelling moet betrekking hebben op kosten waarvan het doel overeenstemt met minstens één van de gevallen opgesomd in paragraaf 1, derde lid, 1° tot 12°.

  HOOFDSTUK 3. - Organisatie van de diensten bevoegd voor het beheer van de gerechtskosten

  Art. 4. § 1. Binnen de Federale Overheidsdienst Justitie heeft het centraal bureau gerechtskosten als opdracht :
  1° de uitwerking, opvolging en evaluatie van de regelgeving inzake gerechtskosten in strafzaken, met inbegrip van de onderhandelingen over tariefbesluiten voor specifieke beroepsgroepen;
  2° het geven van richtlijnen namens de minister bevoegd voor Justitie met het oog op de eenvormige toepassing en interpretatie van de regelgeving door de arrondissementele bureaus gerechtskosten;
  3° de betaling van de gerechtskosten die voortkomen uit de opdrachten uitgevoerd door de telecomoperatoren in het kader van het afluisteren van communicatie;
  4° het toezicht op de werking van de arrondissementele bureaus gerechtskosten, zoals bepaald in paragraaf 2;
  5° eventuele andere door de Koning toegewezen taken.
  § 2. Op het niveau van de hoofdzetel van de rechtbank van eerste aanleg wordt een arrondissementeel bureau gerechtskosten opgericht, bestaande uit een taxatiebureau en een vereffeningsbureau.
  Het arrondissementeel bureau gerechtskosten is bevoegd voor alle kostenstaten opgesteld naar aanleiding van opdrachten gegeven door een magistraat of een bevoegd lid van een politie- of inspectiedienst bedoeld in artikel 3, paragraaf 1, bevoegd in het betrokken arrondissement, met uitzondering van hetgeen is toegewezen aan het centraal bureau gerechtskosten bij de Federale Overheidsdienst Justitie.
  Het tweede lid is niet van toepassing op de kostenstaten van tolken, die ongeacht de plaats waar de opdrachten hen werden gegeven, worden ingediend bij het arrondissementeel bureau gerechtskosten, bevoegd voor hun woonplaats, en desgevallend, hun taalrol.
  Het model van de in het tweede en derde lid bedoelde kostenstaten wordt, in voorkomend geval volgens het type prestatieverlener, bepaald door de minister bevoegd voor Justitie.
  § 3. De taxatiebureaus bedoeld in paragraaf 2 hebben de volgende opdrachten :
  1° de ontvangst, registratie en verificatie van de kostenstaten;
  2° de voorlegging van de kostenstaten aan de opdrachtgever met het oog op de goedkeuring van de geleverde prestatie;
  3° de taxatie van de kostenstaten;
  4° de doorzending van de kostenstaten aan het vereffeningsbureau.
  De taxatiebureaus staan onder de leiding van een lid van de griffie met ten minste de graad van griffier.
  § 4. De vereffeningsbureaus bedoeld in paragraaf 2 hebben de volgende opdrachten :
  1° de verificatie van de kostenstaten voor wat betreft de overeenkomst tussen hetgeen werd geleverd, hetgeen werd gevraagd en hetgeen op de kostenstaat is vermeld;
  2° de betaling van de kostenstaten;
  3° het opstellen van verslagen voor wat betreft de opdrachten bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°.
  De vereffeningsbureaus behoren tot de Federale Overheidsdienst Justitie, Stafdienst Begroting en Beheerscontrole en staan onder de leiding van een financieel deskundige.
  § 5. De Koning bepaalt de respectievelijke bevoegdheden van het centraal bureau gerechtskosten, de taxatie- en vereffeningsbureaus, evenals de wijze waarop deze worden ingericht en de toewijzing van hun personeel.

  HOOFDSTUK 4. - De procedure van toekenning, verificatie en betaling van de gerechtskosten

  Art. 5. De opdrachtgever die een beroep wil doen op een prestatieverlener, stelt een vordering op en bezorgt ze hem digitaal, als dit technisch mogelijk is voor hem. Daarin omschrijft hij op nauwkeurige wijze zijn opdracht, legt de draagwijdte ervan vast en bepaalt de termijn waarbinnen de opdracht moet worden voltooid. Hij doet dit op de wijze bepaald door de Koning.
  Bij vertraging in de uitvoering van de opdracht, bij slechte uitvoering of bij facturering boven het tarief, zoals bepaald in de tariefbesluiten, welke de aard van de opdracht ook moge zijn, kan de opdrachtgever een gemotiveerd voorstel doen aan het taxatiebureau om de kostenstaat te verminderen.

  Art. 6. § 1. De prestatieverlener stelt voor elke gevorderde prestatie een kostenstaat op. De tolk stelt een maandelijkse kostenstaat op die alle prestaties inzake strafzaken van die maand omvat. Die kostenstaten worden ingediend bij het bevoegde taxatiebureau.
  Het taxatiebureau kan, na verificatie of in het geval van artikel 5, tweede lid, de kostenstaat weigeren of verminderen bij een gemotiveerde beslissing.
  § 2. In de gevallen voorzien in paragraaf 1, tweede lid, wordt de prestatieverlener van de beslissing in kennis gesteld, indien mogelijk digitaal. Indien de prestatieverlener de verbetering van de kostenstaat aanvaardt, wordt de verbeterde kostenstaat overgemaakt aan het vereffeningsbureau.
  § 3. Als de prestatieverlener niet akkoord gaat met de weigering of de verbetering van zijn kostenstaat, of met een andere beslissing van het taxatiebureau in zoverre het gaat om het toegepaste tarief, de berekening van de vergoeding en haar eventuele supplementen, kan hij binnen dertig dagen tegen deze beslissing in beroep gaan met een gemotiveerd verzoekschrift gericht aan de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de Federale Overheidsdienst Justitie of zijn gedelegeerde. Die neemt een gemotiveerde beslissing binnen twee maanden na ontvangst van het verzoekschrift, na de prestatieverlener te hebben gehoord. Het beroep schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing van het taxatiebureau. Het gedeelte van het betrokken bedrag van de vergoeding dat niet wordt betwist, wordt evenwel betaald. Het beroep wordt onmiddellijk afgewezen als er sprake is van het herhaald betwisten van beslissingen met de vaststelling dat er in verband met dezelfde kostenstaat al een uitspraak is geweest. Beslissingen van de directeur-generaal of zijn gedelegeerde zijn alleen vatbaar voor het gewone bestuursrechtelijk vernietigingsberoep bij de Raad van State. Dit geldt eveneens voor beslissingen van het taxatiebureau, die worden betwist omwille van andere redenen dan het toegepaste tarief, de berekening van de vergoeding en haar eventuele supplementen.
  § 4. De Koning regelt deze procedure, de kennisgeving van de beslissingen en hun gevolgen.

  Art. 7. De Koning regelt de procedure van toekenning, verificatie en betaling van de gerechtskosten. Hij voorziet in een algemeen toepasselijke, digitale procedure, een noodprocedure die mag worden gevolgd in geval de digitale procedure onbeschikbaar of onuitvoerbaar is, een bijzondere procedure voor de telecomoperatoren, en een uitzondering voor de maandelijkse kostenstaten van de tolken, die kan worden uitgebreid naar andere beroepen.
  De gemaakte gerechtskosten worden teruggevorderd van de in de strafzaak veroordeelde, schuldig verklaarde of burgerrechtelijk aansprakelijke betrokken partijen of in het ongelijk gestelde burgerlijke partijen, door tussenkomst van de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiėn. De terugvordering is eveneens mogelijk in geval van een niet-ontvankelijke vordering.

  Art. 8. De registratie en behandeling van de kostenstaten, de verificaties, de betalingen, de archivering en alle andere handelingen waaruit gerechtskosten voortkomen, de vergoeding ervan en het verwerken van de gegevens ter zake voor statistische en beleidsmatige doeleinden verlopen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat en haar uitvoeringsbesluiten.

  Art. 9. De tarieven van de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en van de verplaatsingsvergoeding worden geļndexeerd volgens de nadere regels bepaald door de Koning.

  Art. 10. Als een opdrachtgever vaststelt dat een deskundige zonder wettige reden weigert gevolg te geven aan de opdracht waarvoor hij werd gevorderd, is de procedure beschreven in artikel 991septies van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.
  Als een opdrachtgever vaststelt dat een vertaler of een tolk zonder wettige reden weigert gevolg te geven aan de opdracht waarvoor hij werd gevorderd, laat hij zijn griffier de minister bevoegd voor Justitie of zijn gedelegeerde hiervan op de hoogte brengen met het oog op de toepassing van artikel 24 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beėdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken.
  Wanneer de opdrachtgever vaststelt dat een prestatieverlener die niet is geregistreerd in een nationaal register zonder wettige reden weigert gevolg te geven aan de opdracht waarvoor hij werd gevorderd, dan brengt de betrokken griffier de procureur des Konings op de hoogte, die de naam van de prestatieverlener schrapt uit de lijst van personen die zich op het niveau van het arrondissement kandidaat hebben gesteld voor het uitvoeren van taken op verzoek van de gerechtelijke overheden.

  Art. 11. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijsten van de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en hun tarifering, tariefbesluiten genaamd.
  De besluiten die genomen worden met toepassing van het eerste lid worden bij wet bekrachtigd binnen vierentwintig maanden volgend op de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Bij gebrek aan bekrachtiging binnen deze termijn, houden deze besluiten op uitwerking te hebben.
  De minister bevoegd voor Justitie maakt na elke indexatie van de tarieven overzichtslijsten daarvan, schalen genaamd, bekend in het Belgisch Staatsblad.

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 12. Artikel 21bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij de wet van 27 december 2012 en vervangen bij de wet van 18 maart 2018, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "De uitgiften en de afschriften van de onderzoeks- en procedurestukken van de opgeheven militaire gerechten en parketten met betrekking tot dossiers waarin definitief werd gevonnist of waarover door de krijgsauditeur of de auditeur-generaal per 31 december 2003 hebben beslist, kunnen slechts afgeleverd worden met uitdrukkelijke toelating van de magistraat of één van de magistraten van het openbaar ministerie die daartoe uitdrukkelijk een opdracht kregen van het College van procureurs-generaal.
  De griffie van het hof van beroep te Brussel is belast met de aflevering van de uitgiften en de afschriften bedoeld in het vierde lid.
  De kosten van alle uitgiften en afschriften komen ten laste van de personen die ze aanvragen, behoudens bij toepassing van de artikelen 28quinquies, § 2, en 57, § 2."

  Art. 13. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 196/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 196/1. De griffier overhandigt aan het openbaar ministerie een uittreksel uit elk vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan en een veroordeling tot een vrijheidsstraf inhoudt.
  Wanneer een zelfde vonnis of arrest verscheidene personen tot een vrijheidsstraf heeft veroordeeld en die voor sommigen onder hen definitief is geworden, wordt voor de betrokken personen een uittreksel aan het openbaar ministerie bezorgd.
  Wanneer verscheidene personen, die door een zelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld, hun straf in verschillende strafinrichtingen moeten ondergaan, kan het openbaar ministerie zich voor elke inrichting een uittreksel doen afleveren.
  Binnen drie dagen stuurt de griffier, langs elektronische weg of bij gewone brief, aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiėn belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen een uittreksel uit elk vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan en een pecuniaire veroordeling inhoudt, als bedoeld in het achtste lid.
  Daarenboven stuurt de griffier, langs elektronische weg of bij gewone brief, een kopie van elk veroordelend vonnis dat de bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 197bis inhoudt, evenals een kopie van het uittreksel ervan, aan het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.
  Binnen dezelfde termijn stuurt de griffier aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiėn belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, verantwoordelijk voor de werking van de gegevensbank penale boeten, verbeurdverklaringen en gerechtskosten in strafzaken, langs elektronische weg of bij gewone brief, de elementen die vervat zijn in elk uittreksel, en die noodzakelijk zijn voor de verwerking van de gegevens betreffende de pecuniaire veroordelingen, als bedoeld in het achtste lid.
  Wanneer een zelfde vonnis of arrest verscheidene personen veroordeeld heeft tot pecuniaire veroordelingen, als bedoeld in het achtste lid, en die veroordelingen voor de enen definitief zijn geworden zonder het voor de anderen te zijn, wordt met betrekking tot het definitief geworden gedeelte van het vonnis of arrest gehandeld zoals bepaald in het vierde tot het zesde lid.
  Onder een pecuniaire veroordeling wordt elke veroordeling verstaan tot een geldboete, tot een verbeurdverklaring van een geldsom die een terugvorderbare schuldvordering inhoudt op het vermogen van de veroordeelde, tot de gerechtskosten of een bijdrage."

  Art. 14. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 196/2 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 196/2. In uitvoerbare vorm worden alleen de arresten, vonnissen en beschikkingen verzonden die de partijen, het openbaar ministerie of de bevoegde ontvanger van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiėn belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen in die vorm aanvragen."

  Art. 15. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 648 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 648. In alle gevallen waarin processtukken worden verzonden, voegt de griffier daarbij een inventaris van deze processtukken."

  Art. 16. In artikel 990 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin : "In strafzaken en de daarmee gelijkgestelde zaken, wordt dit verzoek gericht aan het arrondissementeel taxatiebureau."

  HOOFDSTUK 6. - Opheffingsbepaling

  Art. 17. In de Programmawet (II) van 27 december 2006 worden de artikelen 2, 3, gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, en de artikelen 4, 5 en 6, gewijzigd bij de wetten van 8 juni 2008 en 25 december 2017, opgeheven.

  HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding

  Art. 18. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2020.
  De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 23 maart 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van Volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken. - 54 3412 (2018/2019) Integraal verslag : 8 maart 2019.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie