J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/02/03/2019010833/justel

Titel
3 FEBRUARI 2019. - Koninklijk besluit ter uitvoering van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens, houdende de verplichtingen opgelegd aan de busvervoerders

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 12-02-2019 nummer :   2019010833 bladzijde : 13023   BEELD
Dossiernummer : 2019-02-03/06

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Verplichtingen van de busvervoerders
Art. 2-5
HOOFDSTUK 3. - Modaliteiten van doorgifte van de passagiersgegevens
Art. 6-9
HOOFDSTUK 4. - Diverse bepalingen
Art. 10-11

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder:
  1° "de wet": de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens;
  2° "busvervoerders": ondernemingen die het vervoer over de weg zoals bedoeld in artikel 4, 4° van de wet verrichten;
  3° "push-methode": de methode waarop de busvervoerders de passagiersgegevens doorgeven aan de PIE;
  4° "identiteitsdocumenten": documenten uitgevaardigd door een officiële instantie, op basis waarvan de identiteit van de passagiers kan vastgesteld worden, zijnde nationale identiteitskaarten, internationaal erkende paspoorten of rechtsgeldige vervangende documenten;
  5° "reisdocumenten": documenten die de passagier een titel verschaffen voor het vervoer zoals bedoeld in artikel 4, 4° van de wet;
  6° "document "Implementatierichtlijnen"": document uitgevaardigd door de PIE dat de busvervoerders informatie verschaft betreffende de uitvoering van de verplichtingen opgelegd in de wet en huidig koninklijk besluit.

  HOOFDSTUK 2. - Verplichtingen van de busvervoerders

  Art. 2. § 1. De busvervoerders sturen alle in artikel 9, § 1 van de wet opgesomde passagiersgegevens, waarover zij beschikken, door naar de PIE.
  § 2. De busvervoerders sturen de in § 1 opgesomde passagiersgegevens, waarover zij beschikken, via de push-methode door naar de PIE op volgende tijdstippen:
  1° 48 uur vóór de geplande vertrektijd van de bus; en
  2° onmiddellijk na het afsluiten van de bus, dat wil zeggen wanneer de passagiers aan boord zijn gegaan van de bus die klaar staat voor vertrek en er geen passagiers meer aan of van boord kunnen gaan.
  § 3. Indien toegang tot passagiersgegevens noodzakelijk is om te kunnen reageren op een specifieke en concrete dreiging die verband houdt met terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit, worden door de busvervoerders, per geval, en op verzoek van de PIE, passagiersgegevens verstrekt op andere dan de in paragraaf 2 vermelde tijdstippen.

  Art. 3. In het kader van de doorgifte van de passagiersgegevens zoals bedoeld in artikel 2, § 2, controleren de busvervoerders, in uitvoering van artikel 7, § 1 van de wet, op het moment dat de passagiers aan boord gaan van de bus, of de identiteit van elke passagier, zoals vermeld op diens identiteitsdocument overeenstemt met diens persoonsgegevens, zoals vermeld op het reisdocument.

  Art. 4. Indien de busvervoerders vaststellen dat de passagiersgegevens, bedoeld in artikel 9, § 1, 18° van de wet, waarover zij beschikken, niet actueel, niet juist of niet volledig zijn, nemen zij de noodzakelijke maatregelen teneinde deze gegevens uiterlijk op het ogenblik van de doorgifte bedoeld in artikel 2, § 2, 2°, te corrigeren.

  Art. 5. § 1. De verplichtingen voorzien in de artikelen 2 en 4, ter uitvoering van artikel 7 van de wet, nemen aanvang op de datum vermeld in de notificatiebrief vanwege de Ministers van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en Mobiliteit. Deze notificatiebrief zal begeleid worden door het document "Implementatierichtlijnen".
  § 2. De verplichting voorzien in artikel 3, ter uitvoering van artikel 7 van de wet, neemt aanvang op de datum vermeld in de notificatiebrief vanwege de Ministers van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en Mobiliteit. Deze notificatiebrief zal ter goedkeuring aan de Ministerraad voorgelegd worden en zal begeleid worden door het document "Implementatierichtlijnen".

  HOOFDSTUK 3. - Modaliteiten van doorgifte van de passagiersgegevens

  Art. 6. § 1. Indien de passagiersgegevens verstuurd tijdens de doorgifte, bedoeld in artikel 2, § 2, 2°, identiek zijn aan de passagiersgegevens, verstuurd tijdens de doorgifte bedoeld in artikel 2, § 2, 1°, kunnen de busvervoerders hetzij alle passagiersgegevens opnieuw doorgeven, hetzij zich beperken tot het versturen van een boodschap die het identieke karakter van de passagiersgegevens bevestigt.
  § 2. Indien de passagiersgegevens verstuurd tijdens de doorgifte, bedoeld in artikel 2, § 2, 2°, niet identiek zijn aan de passagiersgegevens, verstuurd tijdens de doorgifte bedoeld in artikel 2, § 2, 1°, kunnen de busvervoerders hetzij alle passagiersgegevens opnieuw doorgeven, hetzij de doorgifte, bedoeld in artikel 2, § 2, 2° beperken tot de wijzigingen van de doorgifte, bedoeld in artikel 2, § 2, 1°.

  Art. 7. De busvervoerder verstuurt de passagiersgegevens naar de PIE via elektronische weg door gebruik te maken van bilateraal overeen te komen elektronische middelen die voldoende waarborgen bieden wat de technische beveiligingsmaatregelen betreft. Deze elektronische middelen worden overeengekomen na advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de PIE en van de betrokken busvervoerder, en dit overeenkomstig artikel 22 van de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Het akkoord betreffende de elektronische middelen wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit.

  Art. 8. De busvervoerder staat in voor de technische organisatie van het doorzenden van de passagiersgegevens.

  Art. 9. In geval van een technische storing maken de busvervoerders gebruik van andere passende middelen die een passend niveau van gegevensbeveiliging garanderen om de passagiersgegevens door te sturen na overleg hierover met de PIE.

  HOOFDSTUK 4. - Diverse bepalingen

  Art. 10. De wet treedt ten aanzien van de busvervoerders in werking op dezelfde dag als huidig koninklijk besluit.

  Art. 11. De minister bevoegd voor Veiligheid en Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Mobiliteit zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   3 februari 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
J. JAMBON
De Minister van Mobiliteit,
Fr. BELLOT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens, de artikelen 3, § 2, 7, § 3 en 54;
   Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 22 juni 2018;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 6 juli 2018;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
   Gelet op het advies 64.078/2/V van de Raad van State gegeven op 10 september 2018, met toepassing van artikel 84 § 1, lid 1, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Gelet op het advies 85/2018 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 26 september 2018;
   Gelet op het advies 001/VCI-BTA/2018 van het Comité I, gegeven op 26 september 2018;
   Gelet op het advies COC-DPA-A n° 005/2018 van het Controleorgaan op de politionele informatie, gegeven op 1 oktober 2018;
   Gelet op het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit koninklijk besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse omdat het bepalingen inzake nationale veiligheid en van openbare orde betreft;
   Op de voordracht van de Vice-eersteminister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en de Minister van Mobiliteit en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het ontwerp van besluit waarvan wij de eer hebben het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen wordt genomen krachtens de artikelen 3, § 2, 7, § 3 en 54 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van de passagiersgegevens.
   Huidig besluit heeft als doel om, in uitvoering van de wet van 25 december 2016 verplichtingen uit te werken ten aanzien van de busvervoerders. In voorbereiding van het besluit hebben diverse consultaties plaatsgevonden met de Belgische overkoepelende organisatie van de bussector (FBAA), alsook met afzonderlijke bus vervoerders.
   In het eerste hoofdstuk zijn een aantal definities opgenomen van begrippen die in huidig koninklijk besluit aan bod komen. Wat betreft de definitie van identiteitsdocumenten kan opgemerkt worden dat dit identiteitsdocumenten betreft die in de diverse landen worden aanvaard en die uitgevaardigd worden door de overheden van deze landen.
   Het tweede hoofdstuk behandelt de verplichtingen opgelegd aan de busvervoerders. Zo wordt beschreven welke gegevens doorgegeven moeten worden, in de mate dat de busvervoerders hierover beschikken.
   Tevens worden de tijdstippen waarop de passagiersgegevens, waarover de busvervoerders op die tijdstippen beschikken, via de pushmethode doorgegeven worden aan de aan de PIE. Dit verhindert op geen enkele manier de lastminuteboekingen of lastminutewijzigingen.
   In paragraaf vier van artikel 2 van huidig koninklijk besluit wordt melding gemaakt van een toegang tot de passagiersgegevens ingeval dit noodzakelijk zou zijn om te reageren op een specifieke en concrete dreiging die verband houdt met terroristische misdrijven of ernstige criminaliteit. Zowel het Comité I als het COC hebben aangegeven in hun adviezen enerzijds dat deze terminologie te vaag is en ruimte laat voor interpretatie en anderzijds dat verwezen dient te worden naar de doelstellingen die voorkomen in artikel 8 van de PNR-wet. Deze opmerkingen van het Comité I en het COC kunnen niet gevolgd worden daar de gehanteerde terminologie in paragraaf 4 degene is die afkomstig is uit de PNR Richtlijn en alzo werd omgezet in het Koninklijk Besluit van 18 juli 2017 ter uitvoering van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van de passagiersgegevens, houdende de verplichtingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen.
   Vervolgens is uitvoering gegeven aan de verplichting, opgenomen in artikel 7, § 1 van de wet, om de overeenstemming tussen de identiteit en de reisdocumenten van de passagier na te gaan: de conformiteitscheck. De conformiteitscheck, beschreven in artikel 4 van huidig koninklijk besluit is erop gericht om na te gaan of de persoon die over het reisdocument beschikt voor een bepaald vervoer effectief de persoon is die aan boord van de bus gaat. Dit zal gedaan worden door de naam en voornaam, indien vermeld, op het reisdocument te vergelijken met de naam en voornaam op het identiteitsdocument. Het laten doorsturen van passagiersgegevens en het verwerken hiervan heeft geen zin als er geen zekerheid bestaat of de passagiers al dan niet aan boord gaan van de bus. Het uitvoeren van de conformiteitscheck draagt bij aan de accuraatheid van de gegevens. Bovendien heeft de conformiteitscheck een zeer groot `safety' voordeel zodanig dat de vervoerders weten wie er aan boord is hetgeen bijvoorbeeld in geval van een crash of ongeval van belang is. Dit gegeven werd als dusdanig ook erkend door de operatoren.
   Indien de busvervoerders tenslotte vaststellen dat de passagiersgegevens, zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 18° van de wet, waarover zij beschikken, niet juist, niet volledig of niet actueel zijn, nemen zij ten laatste naar aanleiding van de laatste doorgifte de noodzakelijke maatregelen teneinde deze te verbeteren. Met de passagiersgegevens zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 18° van de wet worden de gegevens bedoeld die in artikel 9, § 2 van de wet zijn opgesomd, met name de check-in en de boarding gegevens, waarover de busvervoerders beschikken. De gegevens zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 18° viseren eveneens de gelijkaardige velden die zijn opgenomen in dezelfde paragraaf (zoals de naam en voornaam in artikel 9, § 1, 4° van de wet).
   Het besluit hanteert het systeem van de dubbele notificatie waarbij de busvervoerders een eerste notificatiebrief, ondertekend door de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en door de Minister van Mobiliteit en begeleid door een document `Implementatie Richtlijnen', zullen ontvangen. De busvervoerders zullen vervolgens een tweede notificatiebrief ontvangen voor het uitvoeren van de conformiteitscheck. Ook deze notificatiebrief zal ondertekend worden door de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en door de Minister van Mobiliteit en zal worden begeleid door een document `Implementatie Richtlijnen'. Deze tweede notificatiebrief zal ter goedkeuring aan de Ministerraad voorgelegd worden.
   Het derde hoofdstuk bevat de modaliteiten van doorgifte van de passagiersgegevens, zoals de mogelijkheid tot het versturen van de delta (zoals beschreven in artikel 6), de middelen om de gegevens op elektronische wijze te versturen alsook de beveiliging van de gegevens. In artikel 7 wordt bepaald dat de elektronische middelen waarmee de busvervoerder de passagiersgegevens naar de PIE verstuurt bilateraal overeengekomen worden tussen de PIE en de betrokken vervoerder, dit overeenkomstig artikel 22 van de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, na advies van de betrokken functionarissen voor gegevensbescherming. Overeenkomstig artikel 22 moet de beslissing om alsnog door te gaan met de doorgifte van de passagiersgegevens via de overeengekomen elektronische middelen tegen advies van de functionaris(sen) voor gegevensbescherming in, met redenen omkleed worden. In deze motivering dienen eveneens de redenen gegeven te worden voor het niet volgen van het advies. Het akkoord betreffende de elektronische middelen zal ter beschikking gehouden worden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit.
   Het laatste hoofdstuk verduidelijkt de inwerkingtreding van de wet ten aanzien van de busvervoerders.
   Advies van de Raad van State

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie