J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/12/21/2018015743/justel

Titel
21 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen, wat betreft de bepaling van de risicosectoren bedoeld in artikel 137, 6° van de programmawet (I) van 27 december 2006 in het kader van de voorafgaande melding voor gedetacheerde zelfstandigen

Bron :
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 31-12-2018 nummer :   2018015743 bladzijde : 106704       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-12-21/16
Inwerkingtreding : 01-01-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. - In artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 2007, worden de bepalingen onder 5°, 6° en 7° opgeheven.

  Art. 2. Artikel 3 van voornoemd koninklijk besluit van 20 maart 2007, opgeheven bij koninklijk besluit van 20 december 2013, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 3. De risicosectoren als bedoeld in artikel 137, 6° van de programmawet (I) van 27 december 2006, zijn:
  1° bouwactiviteiten: de werkzaamheden vermeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze activiteit ook binnen het toepassingsgebied van één van de volgende bepalingen valt:
  a) artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 mei 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking;
  b) artikel 1 van het koninklijk besluit van 4 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf en tot vaststelling van het aantal leden ervan;
  c) artikel 1, § 1, 1), van het koninklijk besluit van 5 juli 1978 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van sommige paritaire comités en tot vaststelling van het aantal leden ervan;
  d) artikel 1, 1), van het koninklijk besluit van 13 maart 1985 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine-en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan.
  2° de activiteiten in de vleessector: de werken of diensten uitgevoerd in een slachthuis, uitsnijderij of een bedrijf voor vleesbereidingen en/of bereidingen van vleesproducten en die te dien einde een erkenning moeten bekomen van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen, en die betrekking hebben op:
  a) Wat de uitsnijderijen betreft:
  a.1) Ontvangst grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal;
  a.2) Primaire opslag;
  a.3) Productie;
  a.4) Finale opslag;
  a.5) Verpakken en etiketteren van het eindproduct;
  a.6) Opslag (gekoeld)en distributie (logistiek).
  b) Wat de vleesbereidingen en vleesproducten betreft:
  b.1) Ontvangst grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal;
  b.2) Primaire opslag;
  b.3) Grondstofvoorbereiding;
  b.4) Productie van (verse) vleesbereidingen;
  b.5) Productie van vleesproducten;
  b.6) Finale opslag;
  b.7) Verpakken en etiketteren van het eindproduct;
  b.8) Opslag(gekoeld) en distributie(logistiek).
  c) Wat het slachten van hoefdieren, gevogelte en konijnen betreft:
  c.1) Ontvangst levende dieren, slachtingsaangifte, lossen en ante mortem-keuring;
  c.2) Primaire opslag, wassen en ontsmetting van veewagens en kisten;
  c.3) Slachtproces (onreine deel);
  c.4) Afwerking van het slachtproces (reine deel);
  c.5) Enkel bij gevogelte of konijnen, verpakken en etiketteren van het eindproduct;
  c.6) Opslag (gekoeld) en distributie (logistiek);
  De activiteiten zoals in 2° vermeld onder a) tot en met c) worden niet beoogd indien deze activiteiten worden uitgevoerd in een inrichting die een erkenning 1.1.3 (Slachting op landbouwbedrijven) moet verkrijgen, zoals voorzien in bijlage 2 van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.
  3° schoonmaakactiviteiten: de werken of diensten vermeld in artikel 1, § 1, vijfde lid van het koninklijk besluit van 9 februari 1971 tot oprichting van sommige paritaire comités en tot vaststelling van hun benaming en bevoegdheid.

  Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019:

  Art. 4. De minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor Sociale Zaken, de minister bevoegd voor Zelfstandigen en de minister bevoegd voor de Bestrijding van de sociale fraude zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 21 december 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK
De Minister van Zelfstandigen,
D. DUCARME
De Minister voor Bestrijding van de sociale fraude,
Ph. DE BACKER

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de programmawet (I) van 27 december 2006, artikel 137, 6°, opgeheven bij de wet van 11 november 2013 en hersteld bij de wet van 16 november 2015 en artikel 138, derde lid, gewijzigd bij de wet van 11 november 2013;
   Gelet op het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen;
   Overwegende het koninklijk besluit van 29 december 2017 tot bepaling van de procedure voor vaststelling van de risicosectoren bedoeld in artikel 137,, 6° van de programmawet (I) van 27 december 2006 wat het raadplegen van de betrokken sociale partners betreft;
   Gelet op de regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Gelet op de objectivering van de risicosectoren door de sociale inlichtingen- en opsporingsdienst op 28 maart 2018;
   Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen, gegeven op 24 mei 2018;
   Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O., gegeven op 19 juni 2018;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 oktober 2018;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 16 oktober 2018;
   Gelet op het adviesaanvraag van de Nationale Arbeidsraad, op 20 april 2018 en de brief van de Nationale Arbeidsraad die hierover op 14 november 2018 ontvangen werd;
   Gelet op het advies 64.622/1 van de Raad van State, gegeven op 7 december, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Werk, van de Minister van Sociale Zaken, van de Minister van Zelfstandigen en van de Minister voor de Bestrijding van sociale fraude en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij ter ondertekening aan Uwe Majesteit voorleggen strekt ertoe om de risicosectoren te bepalen voor de voorafgaande melding voor gedetacheerde zelfstandigen (de zogenaamde `Limosa'-melding) bedoeld in artikel 137, 6° van de programmawet (I) van 27 december
   De betreffende wijzigingen beogen tegemoet te komen aan de vereisten van de Europese Commissie inzake de uitvoering door België van het arrest C-577/10 van 19 december 2012 van het Hof van Justitie.
   Hiertoe werd de algemene `Limosa'-meldingsplicht voor zelfstandigen omgevormd tot een meldingsplicht voor welbepaalde limitatief opgesomde risicosectoren.
   In toepassing van artikel 137, 6° van de programmawet (I) van 27 december 2006, zoals gewijzigd bij wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, wordt onder "risicosectoren" verstaan: de "sectoren die vastgesteld worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad waarvoor het risico geobjectiveerd werd door de sociale inlichtingen- en opsporingsdienst als bedoeld in artikel 6 van het Sociaal Strafwetboek en die voor advies voorgelegd zijn aan de betrokken sociale partners, ieder wat zijn bevoegdheid betreft, binnen een termijn van vier maanden na de vraag om advies, overeenkomstig de procedure als bepaald door de Koning."
   Laatstgenoemde bepaling machtigt U om de risicosectoren voor de voorafgaande melding voor gedetacheerde zelfstandigen vast te stellen.
   Artikelsgewijze bespreking
   Art. 1.
   Artikel 1 wijzigt de uitsluitingen van bepaalde categorieën van gedetacheerde zelfstandigen uit het toepassingsgebied van de `Limosa'-meldingsplicht, bepaald bij het artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen. Bepaalde uitsluitingen zijn zonder voorwerp omdat de voorafgaande melding voor gedetacheerde zelfstandigen zich beperkt tot bepaalde risicosectoren. Meer bepaald, worden de uitsluitingen opgeheven voor: de zelfstandige sportlui (5° ), zelfstandige artiesten (6° ) en zelfstandigen tewerkgesteld in de sector van het internationaal vervoer van personen en goederen, tenzij deze zelfstandigen cabotageactiviteiten op het Belgisch grondgebied verrichten (7° ). De overige uitsluitingen werden behouden, mede gelet op het evolutief karakter van de lijst van de risicosectoren, die in de toekomst aangepast kan worden aan de realiteit op het terrein.
   Art. 2.
   In dit artikel worden de risicosectoren opgesomd waarvoor gedetacheerde zelfstandigen onderworpen blijven aan de verplichting tot voorafgaande melding, de zogenaamde `Limosa-melding.'
   Art. 3.
   Dit artikel regelt de inwerkingtreding van dit besluit.
   Art. 4.
   Dit artikel wijst de ministers aan die belast zijn met de uitvoering van het besluit.
   Wij hebben de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars,
   De Minister van Werk,
   K. PEETERS
   De Minister van Sociale Zaken,
   M. DE BLOCK
   De Minister van Zelfstandigen,
   D. DUCARME
   De Minister voor Bestrijding van de sociale fraude,
   Ph. DE BACKER
   
   Raad van State, afdeling Wetgeving
   Advies 64.622/1 van 7 december 2018 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006, wat betreft de bepaling van de risicosectoren bedoeld in artikel 137, eerste lid, 6° van de programmawet (I) van 27 december 2006 in het kader van de voorafgaande melding voor gedetacheerde zelfstandigen en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 47, 2), van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken' Op 7 november 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister Zelfstandigen verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006, wat betreft de bepaling van de risicosectoren bedoeld in artikel 137, eerste lid, 6° van de programmawet (I) van 27 december 2006 in het kader van de voorafgaande melding voor gedetacheerde zelfstandigen en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 47, 2), van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken'.
   Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 29 november 2018. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Wouter PAS, staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en Wim GEURTS, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Wendy DEPESTER, auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wilfried VAN VAERENBERGH, staatsraad.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 7 december 2018.
   *
   1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
   *
   STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
   2. Hoofdstuk VIII van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 voorziet met ingang van 1 april 2007 in een regeling inzake een voorafgaande meldingsplicht voor buitenlandse gedetacheerde werknemers en zelfstandigen. De nadere uitvoering van die regeling is opgenomen in het koninklijk besluit van 20 maart 2007 `tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen'.
   In zijn arrest C-577/10 van 19 december 2012 was het Europees Hof van Justitie (EHJ) van oordeel dat de opgelegde voorafgaande meldingsplicht voor zelfstandigen een discriminatoire beperking van het vrij verrichten van diensten vormde omdat deze meldingsplicht enkel van toepassing was op in een andere lidstaat dan België gevestigde zelfstandigen. Om aan het arrest van het EHJ tegemoet te komen, werden in 2013 en 2014 verschillende wijzigingen aangebracht aan de programmawet (I) van 27 december 2006 en aan het koninklijk besluit van 20 maart 2007, welke door de Europese Commissie evenwel niet als voldoende worden geacht in het licht van voormeld arrest.
   Om alsnog een ingebrekestelling door de Europese Commissie te vermijden werd bij artikel 47 van de wet van 16 november 2015 `houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken' een bepaling ingevoegd in de programmawet (I) van 27 december 2006 (artikel 137, 6° ), waarbij de aangifteplicht voor buitenlandse zelfstandigen wordt beperkt tot gedetacheerde zelfstandigen die werkzaam zijn in een aantal limitatief opgesomde risicosectoren.
   Artikel 137, 6°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 stelt dat voor de toepassing van Hoofdstuk VIII van Titel IV van voormelde wet en zijn uitvoeringsbesluiten onder het begrip "risicosectoren" moet worden begrepen "sectoren die vastgesteld worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad waarvoor het risico geobjectiveerd werd door de sociale inlichtingen- en opsporingsdienst als bedoeld in artikel 6 van het Sociaal Strafwetboek en die voor advies voorgelegd zijn aan de betrokken sociale partners, ieder wat zijn bevoegdheid betreft, binnen een termijn van vier maanden na de vraag om advies, overeenkomstig de procedure als bepaald door de Koning". Deze bepaling treedt in werking op 1 januari 2019.
   Ter uitvoering van voormeld artikel 137, 6°, van de programmawet (I) van 27 december 2006, werd het koninklijk besluit van 10 december 2017 `tot bepaling van de procedure voor vaststelling van de risicosectoren bedoeld in artikel 137, 6°, van de programmawet (I) van 27 december 2006, wat het raadplegen van de betrokken sociale partners betreft' genomen.
   Het thans om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt er hoofdzakelijk toe artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 vanaf 1 januari 2019 te herstellen, teneinde daarin de risicosectoren als bedoeld in artikel 137, 6°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 op te sommen, namelijk de bouwactiviteiten, de activiteiten in de vleessector en de schoonmaakactiviteiten. Volgens de gemachtigde werden deze risicosectoren vastgesteld in nauw overleg met de Europese Commissie, hetgeen zou moeten blijken uit een schrijven van de Europese Commissie van 28 februari 2018, waarin de Europese Commissie zich akkoord verklaart met de onderbrenging van voormelde drie sectoren onder het begrip "risicosectoren".
   3. Rechtsgrond voor het ontwerp wordt geboden door de artikelen 137, 6° (artikel 2 van het ontwerp), en 138, derde lid (artikel 1 van het ontwerp), van de programmawet (I) van 27 december 2006.
   ONDERZOEK VAN DE TEKST
   Opschrift
   4. In het opschrift van het ontworpen besluit dient het opschrift van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 te worden vervolledigd door toevoeging van de woorden "tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen",(1) dient te worden verwezen naar "artikel 137, 6° " (niet: artikel 137, eerste lid, 6° ), (2) en moeten de woorden "en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van artikel 47, 2), van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken" worden weggelaten aangezien het ontwerp geen bepaling in dat verband bevat.
   Aanhef
   5. Rekening houdend met hetgeen hiervoor is opgemerkt over de rechtsgrond voor het ontwerp, schrijve men in het eerste lid van de aanhef "..., artikel 137, 6°, opgeheven bij de wet van 11 november 2013 en hersteld bij de wet van 16 november 2015 en artikel 138, derde lid, gewijzigd bij de wet van 11 november 2013;".
   6. Om de hiervoor aan het einde van de opmerking sub 4 vermelde reden dient de verwijzing naar artikel 48, tweede lid, van de wet van 16 november 2015, in het tweede lid van de aanhef, te worden weggelaten.
   7. De verplicht te vervullen vormvereisten dienen chronologisch (te beginnen met de oudste) te worden opgenomen in de aanhef van het ontwerp.
   Artikel 2
   8. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 dient het woord "vallen" te worden vervangen door het woord "valt".
   DE GRIFFIER DE VOORZITTER
   Wim GEURTS Marnix VAN DAMME
   Nota's
   (1) Deze opmerking geldt ook voor het huidige derde lid van de aanhef en voor de inleidende zin van artikel 1 van het ontwerp.
   (2) Deze opmerking geldt ook voor het huidige vierde lid van de aanhef en voor de inleidende zin van het ontworpen artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 december 2007.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie