J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/06/01/2018040177/justel

Titel
1 JUNI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, wat betreft de invoering van de gecombineerde procedure, en tot opheffing van het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een "Europese blauwe kaart" Zie wijziging(en)

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 09-07-2018 nummer :   2018040177 bladzijde : 54836       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-06-01/06
Inwerkingtreding : 24-12-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
Art. 1-15
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Art. 16-24

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers

  Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 mei 2009, van 13 maart 2011 en van 17 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
  "4° gewestminister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid;";
  2° in punt 18° wordt de zinsnede "bij artikel 1, 3° " vervangen door de zinsnede "bij artikel 1, 15° ";
  3° in punt 19° worden tussen de woorden "het bestuur" en de woorden "dat belast" de woorden "van de federale overheid" ingevoegd;
  4° er worden een punt 20° tot en met 23° toegevoegd, die luiden als volgt :
  "20° dienst Economische Migratie : de dienst Economische Migratie van het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  21° gecombineerde vergunning : een verblijfstitel die een vermelding bevat over de toegang tot de arbeidsmarkt en die een onderdaan van een derde land in staat stelt om wettelijk op het Belgische grondgebied te verblijven om er te werken;
  22° samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 : het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten;
  23° gecombineerde procedure : de procedure, vermeld in hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.".

  Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 mei 2009, van 13 maart 2011 en van 17 juli 2012, en de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 en van 26 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 34° opgeheven;
  2° in het derde en zevende lid wordt het woord "Minister" vervangen door het woord "gewestminister".

  Art. 3. In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012 en het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, wordt de zinsnede ", bij artikel 2, eerste lid, 34° " opgeheven.

  Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 4° opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  "4° het hoogopgeleide personeel, vermeld in afdeling 1bis;";
  2° het vijfde lid wordt opgeheven.

  Art. 5. Aan artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Voor de toepassing van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 wordt het geneeskundig getuigschrift, vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, 5°, van de wet van 15 december 1980, gelijkgesteld met een geneeskundig getuigschrift als vermeld in het eerste tot en met het vierde lid.".

  Art. 6. In artikel 15, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 9, 9° en 10° " vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 9, eerste lid, 4°, 9°, 10° en 20° ".

  Art. 7. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, wordt het opschrift van afdeling 1bis vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 1bis. De toelating tot arbeid in het kader van de Europese blauwe kaart".

  Art. 8. Artikel 15/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 december 2013 en het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 15/1. § 1. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan.
  § 2. De toelating tot arbeid in het kader van de Europese blauwe kaart wordt toegekend als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de werkgever heeft met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst gesloten van onbepaalde duur of voor minstens één jaar;
  2° de buitenlandse werknemer krijgt een bruto jaarloon van 49.995 euro of meer, berekend en aangepast conform artikel 37/1;
  3° de werknemer toont hogere beroepskwalificaties aan en is in het bezit van een diploma, uitgereikt door een onderwijsinstituut dat erkend is als hogere onderwijsinstelling door de Staat waarin het instituut is gevestigd.
  In het eerste lid wordt verstaan onder diploma van het hoger onderwijs : alle diploma's, getuigschriften of andere opleidingstitels die uitgereikt zijn door een overheid, waarbij het succesvol beëindigen van een postsecundair programma voor hogere studies wordt aangetoond. Dat is een geheel van lessen, verstrekt door een onderwijsinstituut dat erkend is als hoger onderwijsinstelling door de staat waarin het instituut is gevestigd, op voorwaarde dat de studies die nodig zijn om het diploma van hoger onderwijs te behalen, minstens drie jaar hebben geduurd.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan de bevoegde overheid in de volgende gevallen een vraag afwijzen :
  1° om een ethische rekrutering te verzekeren in de sectoren met een tekort aan gekwalificeerde werknemers in het land van oorsprong;
  2° als de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber eerder gesanctioneerd werd omdat hij zich niet schikte naar de bepalingen tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of omdat hij werknemers heeft tewerkgesteld die geen toelating tot verblijf en tewerkstelling hadden.".

  Art. 9. Artikel 15/2 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 15/2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, 4°, kan de Vlaamse Regering de gevallen bepalen waarin een onderzoek van de arbeidsmarkt noodzakelijk is.".

  Art. 10. Artikel 15/3 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012, wordt opgeheven.

  Art. 11. In artikel 15/4 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden "door een voorlopige arbeidsvergunning of" opgeheven;
  2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° veronderstelt elke wijziging van werkgever, alsook elke betekenisvolle wijziging van de arbeidsvoorwaarden, vermeld in artikel 15/1, § 2, die gevolgen heeft voor de geldigheid van de Europese blauwe kaart, een nieuwe aanvraag van toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de Europese blauwe kaart te verkrijgen;";
  3° in punt 3° worden de woorden "de toekenning door de bevoegde overheid van een nieuwe voorlopige arbeidsvergunning aan de werkgever" vervangen door de woorden "een nieuwe aanvraag van toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de Europese blauwe kaart te verkrijgen".

  Art. 12. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 17 en 18, vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 3. Procedure voor de toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de gecombineerde vergunning, de Europese blauwe kaart of een andere verblijfstitel te verkrijgen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen.
  Art. 17. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
  Art. 17/1. § 1. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 gelden met behoud van de toepassing van :
  1° hoofdstuk II en III, hoofdstuk IV, afdeling 1, 1bis en 2, hoofdstuk V, hoofdstuk VI, afdeling 1 en 3, hoofdstuk VII, met uitzondering van artikel 31, tweede lid, en hoofdstuk VIII tot en met XI van dit besluit;
  2° het koninklijk besluit van 7 oktober 2009 houdende bijzondere bepalingen met betrekking tot de tewerkstelling van sommige categorieën van buitenlandse werknemers.
  § 2. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 zijn niet van toepassing op aanvragen op basis van artikel 2, eerste lid, 14°, van dit besluit.
  Art. 18. Voor de tewerkstelling van een werknemer, onderdaan van een derde land, vraagt de werkgever conform de bepalingen van deze afdeling een toelating tot arbeid aan bij de dienst Economische Migratie. De werkgever treedt daarbij op als vertegenwoordiger van de werknemer. De ondertekening van de arbeidsovereenkomst door de werknemer geldt als aanwijzing door de werknemer van de werkgever als zijn vertegenwoordiger.
  De aanvraag wordt ingediend met een formulier waarvoor de dienst Economische Migratie een model ter beschikking stelt. Dat aanvraagformulier vermeldt :
  1° de persoonlijke gegevens en het e-mailadres van de werkgever of diens mandataris en van de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de onderdaan van een derde land als die in het buitenland verblijft op het ogenblik waarop de werkgever de aanvraag indient;
  2° de persoonlijke gegevens van de werknemer;
  3° de gegevens en de details aangaande de tewerkstelling van de werknemer in het Vlaamse Gewest.
  De werkgever vult de aanvraag naar behoren in, en ondertekent het gedateerde formulier.
  De ondertekening kan verricht worden via elke elektronische weg die aan de voorwaarden van artikel 1322, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek voldoet.
  Art. 18/1. De aanvraag door tussenkomst van de werkgever wordt ingediend door een natuurlijke persoon die daarvoor over de vereiste rechtsbekwaamheid beschikt. Dat kan de werkgever zelf zijn, of een natuurlijke persoon die op regelmatige wijze in België verblijft en die in naam en voor rekening van de werkgever handelt. Als de werkgever in het buitenland gevestigd is, kan alleen de natuurlijke persoon voor hem optreden.
  Art. 18/2. De werkgever of, in voorkomend geval, de werknemer, voegt de documenten, vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, van de wet van 15 december 1980, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit.
  Art. 18/3. De werkgever voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van zijn identiteitsbewijs of dat van zijn volmachthouder;
  2° een fotokopie van de persoonsgegevens van het geldige paspoort van de werknemer en, als de betrokkene in België verblijft, een fotokopie van het document dat zijn verblijf dekt;
  3° in geval van detachering, een kopie van het document, afgeleverd door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een verklaring van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat de voorwaarden om onderworpen te zijn aan het Belgische stelsel voor werknemers, niet vervuld zijn.
  In geval van hernieuwing worden de volgende stukken bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, gevoegd :
  1° een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de toelating tot arbeid die verstrijkt;
  2° een fotokopie van de individuele rekening na een volledig kalenderjaar waarin de betrokkene heeft gewerkt;
  3° als de aanvraag een detachering betreft binnen het toepassingsgebied van Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006, het bewijs van inschrijving in het Limosakadaster.
  Art. 18/4. Voor stagiairs als vermeld in artikel 9, eerste lid, 5°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de naar behoren ingevulde stageovereenkomst, vermeld in artikel 22, 3°, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° als de stage wordt betaald met een beurs, het bewijs van de toekenning van die beurs aan de betrokkene;
  3° het opleidingsprogramma, vermeld in artikel 22, 4° ;
  4° een fotokopie van het diploma of getuigschrift van de studie in het verlengde waarvan de stage plaatsvindt, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  5° het curriculum vitae van de stagiair;
  6° de verbintenis, ondertekend door de stagiair, om tijdens de stageperiode geen andere betrekking in België te bekleden dan die waarvoor de toelating wordt verleend.
  Art. 18/5. Voor hooggeschoold personeel of personen die een leidinggevende functie bekleden als vermeld in artikel 9, eerste lid, 6° en 7°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever die in het buitenland is gevestigd, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° in geval van detachering een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de detachering;
  3° voor hooggeschoold personeel een fotokopie van de diploma's van het hoger onderwijs die de betrokkene heeft behaald, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan.
  Art. 18/6. Voor navorsers of gasthoogleraren als vermeld in artikel 9, eerste lid, 8°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° voor de navorsers het voltijdse programma van wetenschappelijk onderzoek, met vermelding van de begin- en einddatum, alsook van de bezoldiging of de subsidie die ten minste overeenstemt met het barema van assistent van de universiteiten, instellingen van hoger onderwijs of erkende wetenschappelijke instellingen;
  2° voor een gesubsidieerde navorser het bewijs van de toekenning van de subsidie;
  3° een fotokopie van het universitaire diploma van de betrokkene, namelijk het bewijs dat hij houder is van een doctoraat op proefschrift of van een academische titel die als gelijkwaardig wordt beoordeeld, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  4° voor een gasthoogleraar, tenzij het bewijs wordt geleverd dat zijn uitzendende instelling hem gedurende zijn verblijf verder bezoldigt, het bewijs dat hem een bezoldiging wordt toegekend die overeenstemt met het barema van het onderwijspersoneel in de universiteit of in de instelling van hoger onderwijs.
  Art. 18/7. Voor gespecialiseerde technici als vermeld in artikel 9, eerste lid, 9°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de leveringsovereenkomst waaruit blijkt dat de installatie die de gespecialiseerde technicus komt monteren, die hij in gang komt zetten of die hij komt herstellen, vervaardigd of geleverd is door zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is;
  2° een nota met vermelding van de sector en het activiteitengebied van de werkgever die in het buitenland gevestigd is en die zijn werknemer detacheert;
  3° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de technicus en zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is, waarbij een fotokopie gevoegd is van de dienstopdracht of de opdrachtbrief, ondertekend door de werkgever, met een beschrijving van de duur van de detachering, alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden voor de duur van de detachering, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan.
  Art. 18/8. Voor werknemers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 10°, die gedetacheerd worden om een opleiding te volgen gedurende hoogstens zes maanden in de nasleep van een met een Belgische onderneming gesloten verkoopcontract, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever die in het buitenland gevestigd is, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° een fotokopie van de opleidingsovereenkomst die bij het verkoopcontract gevoegd is, met bepaling van de duur van de opleiding, alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de opleiding;
  3° een fotokopie van het verkoopcontract tussen de Belgische onderneming en de werkgever die in het buitenland gevestigd is.
  Art. 18/9. Voor beroepssportlui of trainers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 11°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst van betaalde sportbeoefenaar conform artikel 2 tot en met 9 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een verklaring op erewoord, waarbij de werkgever zich ertoe verbindt het bedrag van de bezoldiging, vermeld in artikel 9, eerste lid, 11°, van dit besluit, te eerbiedigen.
  Art. 18/10. Voor werknemers die een verantwoordelijkheidsfunctie uitoefenen in een buitenlandse luchtvaartmaatschappij met een uitbatingszetel in België of in een toeristische dienst van hun land als vermeld in artikel 9, eerste lid, 12° en 13°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° in geval van detachering een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de detachering.
  Art. 18/11. Voor schouwspelartiesten als vermeld in artikel 9, eerste lid, 15°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst voor schouwspelartiest met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een brief met uitleg van de werkgever over de aard van de artistieke activiteiten in het kader van de toegang tot arbeid.
  Art. 18/12. Voor werknemers die worden gedetacheerd om een opleiding te volgen in een Belgische zetel van de multinationale groep waartoe hun onderneming behoort als vermeld in artikel 9, eerste lid, 18° en 19°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever die in het buitenland gevestigd is, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° het bewijs dat de Belgische zetel waar de opleiding plaatsvindt, deel uitmaakt van de multinationale groep waartoe de onderneming van de werknemer behoort;
  3° een fotokopie van de opleidingsovereenkomst, met vermelding van de duur van de opleiding, alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de opleiding.
  Art. 18/13. Voor werknemers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 20°, van dit besluit, die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben, en voor wie de toegang tot arbeid een beroep betreft waarvoor de bevoegde overheid erkend heeft dat er een tekort aan arbeidskrachten is, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° bij een eerste aanvraag de fotokopie van de verblijfskaart van langdurig ingezeten onderdaan die de betrokkene verkregen heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie, waarin de passende vermelding "langdurig ingezetene-EG" uitdrukkelijk is opgenomen;
  2° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/14. Voor werknemers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 4°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een fotokopie van het diploma van de werknemer, dat bevestigt dat hij geslaagd is voor een postsecundaire cyclus van minstens drie jaar hogere studies aan een instituut dat erkend is als instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin het instituut is gevestigd als vermeld in artikel 15/1, § 2, van dit besluit. Het diploma is naar het Frans of Nederlands vertaald, en het afschrift is door de bevoegde diplomatieke of consulaire post gelegaliseerd.
  Art. 18/15. Voor de werknemers, vermeld in artikel 2, eerste lid, 6°, voegt de werkgever bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, het bewijs dat het om een erkende eredienst gaat, en dat de betrokkene bedienaar van de eredienst is. Het bewijs wordt geleverd met een afschrift van de aanstellingsakte van de FOD Justitie of van een bewijs van aanstelling door de Belgische verantwoordelijke van de erkende eredienst. De duur van de opdracht en de bestaansmiddelen worden vermeld.
  Art. 18/16. Voor het personeel dat de graven van buitenlandse militairen onderhoudt, vermeld in artikel 2, eerste lid, 7°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° elk document dat aantoont dat de werknemer wordt tewerkgesteld door een officiële instantie die belast is met het onderhoud van militaire begraafplaatsen, om het onderhoud van de graven van buitenlandse militairen te verzekeren;
  2° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/17. Voor de zeelieden, vermeld in artikel 2, eerste lid, 8°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° het bewijs van inschrijving op de Poollijst;
  2° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aan boord van zeeschepen, conform artikel 29 tot en met 39 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen, gedagtekend en ondertekend door de zeeman en de werkgever, de reder, zijn gemachtigde of de kapitein.
  Art. 18/18. Voor de journalisten die in België verblijven en die uitsluitend verbonden zijn aan dagbladen die in het buitenland uitgegeven worden of aan persagentschappen, radio- of televisiestations die in het buitenland gevestigd zijn, vermeld in artikel 2, eerste lid, 15°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, een afschrift van de voorlopige of definitieve perskaart van de journalist, afgeleverd door de bevoegde Belgische diensten.
  Art. 18/19. Voor werknemers als vermeld in artikel 2, eerste lid, 20°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in de artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst, conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een afschrift van het internationale akkoord ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt;
  3° het bewijs dat het internationale akkoord ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt, bekrachtigd is door een gewestelijke of gemeenschapsoverheid in het kader van haar respectieve bevoegdheden.
  Art. 18/20. Voor de stagiairs, vermeld in artikel 2, eerste lid, 21°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de stageovereenkomst, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de duur van de stage en de hoogte van de vergoeding;
  2° bij een stagiair die tewerkgesteld wordt in het kader van een programma dat goedgekeurd is door een internationale instelling van publiek recht die in België gevestigd is en waarvan het statuut geregeld wordt door een in werking getreden verdrag, het bewijs van goedkeuring van het programma door de internationale instelling;
  3° bij een wederkerig uitwisselingsprogramma het bewijs van de wederkerigheid.
  Art. 18/21. Voor de postdoctorale onderdanen van een derde land, vermeld in artikel 2, eerste lid, 25°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° het bewijs dat de postdoctorandus houder is van een doctorsgraad of over uitzonderlijke wetenschappelijke kwaliteiten beschikt die geattesteerd zijn door de gastuniversiteit;
  2° het bewijs dat de postdoctorandus een tegemoetkoming voor wetenschappelijk onderzoek krijgt, met vermelding van het bedrag van de tegemoetkoming;
  3° het bewijs dat de postdoctorandus fundamenteel wetenschappelijk onderzoek volbrengt in de gastuniversiteit, met vermelding van de duur van het onderzoek.
  Art. 18/22. Voor de onderzoekers, vermeld in artikel 2, eerste lid, 26°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, een fotokopie van de gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/23. Voor de kaderleden en het leidinggevende personeel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 33°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de Belgische hoofdzetel, conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de jaarlijkse bezoldiging;
  2° een attest van een bedrijfsrevisor, opgenomen in de lijst van het Belgisch Instituut van de Bedrijfsrevisoren, dat bevestigt dat de werkgever voldoet aan de wettelijke voorwaarden om als hoofdkwartier te worden aangewezen.
  Art. 18/24. Voor alle andere werknemers dan de werknemers, vermeld in artikel 18/4 tot en met 18/23, of artikel 18/25 en 18/26, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, een fotokopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage I, die dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/25. § 1. Voor de tewerkstelling, vermeld in artikel 16, vraagt de werknemer, onderdaan van een derde land, bij de dienst Economische Migratie toelating tot arbeid voor onbepaalde tijd en voor alle beroepen die in loondienst uitgeoefend worden, conform de bepalingen van deze afdeling.
  De aanvraag wordt ingediend met een formulier waarvoor de dienst Economische Migratie een model ter beschikking stelt. Dat aanvraagformulier vermeldt :
  1° de persoonlijke gegevens van de werknemer;
  2° de gegevens aangaande de voorgaande perioden van tewerkstelling in België.
  De onderdaan van een derde land vult de aanvraag naar behoren in en ondertekent het gedateerde formulier.
  De ondertekening kan verricht worden via elke elektronische weg die aan de voorwaarden van artikel 1322, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek voldoet.
  § 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in paragraaf 1 :
  1° een fotokopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B als vermeld in artikel 3, 2°, van dit besluit, of van zijn verblijfstitels met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen;
  2° een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
  3° een fotokopie van de lopende arbeidsovereenkomst of, bij het ontbreken daarvan, om het even welk ander document, aan de hand waarvan de onderdaan van een derde land aantoont dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt, overeenkomstig artikel 61/25-6, § 1, 2°, van de wet van 15 december 1980.
  Art. 18/26. § 1. Voor zijn tewerkstelling vraagt de buitenlandse onderdaan die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft verkregen, vermeld in artikel 2, eerste lid, 35°, een toelating tot arbeid in de vorm van een vrijstelling bij de dienst Economische Migratie, conform de bepalingen van afdeling 3 van hoofdstuk IV van dit besluit.
  De aanvraag wordt ingediend met een formulier waarvoor de dienst Economische Migratie een model ter beschikking stelt. Dat aanvraagformulier vermeldt :
  1° de persoonlijke gegevens van de werknemer;
  2° de gegevens aangaande de voorgaande perioden van tewerkstelling in België.
  De onderdaan van een derde land vult de aanvraag naar behoren in en ondertekent het gedateerde formulier.
  De ondertekening kan verricht worden via elke elektronische weg die aan de voorwaarden van artikel 1322, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek voldoet.
  § 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in paragraaf 1 :
  1° een fotokopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B, vermeld in artikel 3, 2°, van dit besluit, of van zijn verblijfstitels met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen;
  2° een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
  3° een fotokopie van een lopende arbeidsovereenkomst of, bij het ontbreken daarvan, om het even welk ander document, aan de hand waarvan de onderdaan van een derde land aantoont dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt, overeenkomstig artikel 61/25-6, § 1, 2°, van de wet van 15 december 1980.
  Art. 18/27. De dienst Economische Migratie beslist binnen tien dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag, vermeld in artikel 18, 18/25 of 18/26, of de aanvraag volledig is, en stelt de aanvrager in kennis van het volledige karakter van de aanvraag.
  Een onvolledige aanvraag kan aangevuld worden overeenkomstig artikel 19, § 2, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.
  De werkgever of de werknemer, vermeld in artikel 18/25 of 18/26, wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van onontvankelijkheid.
  Art. 18/28. § 1. De beslissing om de toegang tot arbeid te weigeren, wordt door de dienst Economische Migratie met een aangetekende brief betekend aan de werkgever en aan de werknemer die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 van de wet. De beslissing wordt aan de werknemer betekend op de woonplaats, vastgesteld conform artikel 61/25-4 van de wet van 15 december 1980.
  De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, vermeld in artikel 9 van de wet, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
  § 2. Zolang het beroep bij de gewestminister hangende is, wordt elke aanvraag die na het beroep wordt ingesteld met toepassing van de volgende bepalingen, niet ontvankelijk verklaard :
  1° artikel 18 : het betreft een arbeidsbetrekking voor dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is, betreft een aanvraag die ingediend is conform artikel 18;
  2° artikel 18/25 : de aanvraag is ingediend door dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is, betreft een aanvraag die ingediend is conform artikel 18/25;
  3° artikel 18/26 : de aanvraag is ingediend door dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is, betreft een aanvraag die ingediend is conform artikel 18/26.
  § 3. De beslissing van de gewestminister in beroep om de toegang tot arbeid te weigeren, wordt door de dienst Economische Migratie met een aangetekende brief betekend aan de beroepsindiener.
  De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
  Art. 18/29. Uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de geldigheid dient de werkgever de aanvraag tot hernieuwing of wijziging van de toelating tot arbeid in bij de dienst Economische Migratie, conform artikel 18 tot en met 18/3, en, naargelang het geval, artikel 18/4 tot en met 18/24.
  In afwijking van het eerste lid worden de documenten, vermeld in artikel 18/4 tot en met 18/24, die ongewijzigd zijn gebleven sinds ze bezorgd zijn aan de dienst Economische Migratie, niet bij de aanvraag tot hernieuwing gevoegd.".

  Art. 13. In artikel 37/1, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt de zinsnede "eerste lid, b)," vervangen door de zinsnede " § 2, eerste lid, 2° ".

  Art. 14. In artikel 37/2 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt de zinsnede "artikel 15/1" vervangen door de zinsnede "artikel 15/1, § 2, eerste lid, 2° ".

  Art. 15. In artikel 38, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord "Minister" vervangen door het woord "gewestminister" en worden de woorden "Adviesraad voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers" vervangen door de woorden "Adviescommissie voor Economische Migratie".

  HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen

  Art. 16. Het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een "Europese blauwe kaart" wordt opgeheven.

  Art. 17. De arbeidskaarten A die toegekend zijn met toepassing van de bepalingen die van kracht zijn vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig.

  Art. 18. De aanvragen van een arbeidskaart A die ingediend zijn vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren vóór die datum.

  Art. 19. De arbeidsvergunningen en arbeidskaarten B die toegekend zijn met toepassing van de bepalingen die van kracht waren vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.

  Art. 20. De aanvragen van een arbeidsvergunning en een arbeidskaart B die worden ingediend vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren vóór die datum.
  De aldus toegekende arbeidsvergunning en arbeidskaart B blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.

  Art. 21. In de gevallen, vermeld in artikel 19 en 20, kan de toelating tot arbeid voor de werknemer en de machtiging tot tewerkstelling voor de werkgever alleen opnieuw worden gegeven met eerbiediging van de procedure voor de aanvraag tot hernieuwing, vermeld in artikel 18/29 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

  Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, benoemt het lid en het plaatsvervangende lid van het samenwerkingsgerecht, vermeld in artikel 44 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.

  Art. 23. Dit besluit treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 24-12-2018 door NO 2018-02-02/14, art. 45)

  Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 1 juni 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport,
Ph. MUYTERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   DE VLAAMSE REGERING,
   Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten, artikel 18, § 2, artikel 24, § 1, artikel 44, derde lid;
   Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, artikel 8, § 1 en § 2, artikel 10, vierde lid, en artikel 19, derde lid;
   Gelet op het decreet van 23 maart 2018 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
   Gelet op het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een "Europese blauwe kaart";
   Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 28 februari 2018;
   Gelet op het advies van de SERV en de Adviescommissie voor Economische Migratie, gegeven op 30 maart 2018;
   Gelet op advies nr. 63.348/1 van de Raad van State, gegeven op 22 mei 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
-------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
originele versie
  • SAMENWERKINGSAKKOORD (NATIONAAL) VAN 02-02-2018 GEPUBL. OP 24-12-2018

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel
    Franstalige versie