J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/04/26/2018011866/justel

Titel
26 APRIL 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het Koninklijk besluit van 27 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 30-04-2018 nummer :   2018011866 bladzijde : 37148       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-04-26/03
Inwerkingtreding : 01-05-2018

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2017011328       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het Koninklijk besluit van 23 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtreding, toepassing en uitvoering
Art. 2-3
BIJLAGEN.
Art. N1-N27

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het Koninklijk besluit van 23 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit

  Artikel 1. In het koninklijk besluit van 23 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "artikel 5/3, paragraaf 1, eerste lid van de faillissementswet" worden vervangen door de woorden "artikel XX.18, § 1 van het Wetboek van economisch recht";
  2° in artikel 1, 1° worden de woorden "1, 2 en 3" vervangen door de woorden "1 tot 14";
  3° in artikel 1, 2° worden de woorden "4, 5 en 6" vervangen door de woorden "15 tot 27";
  4° de bijlagen 1 tot 6 worden vervangen door de bijlagen 1 tot 27 gevoegd bij dit besluit.

  HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtreding, toepassing en uitvoering

  Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2018.

  Art. 3. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37155 )

  Art. N2. Bijlage 2.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37156 )

  Art. N3. Bijlage 3.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37157 )

  Art. N4. Bijlage 4.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37158 )

  Art. N5. Bijlage 5.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37159 )

  Art. N6. Bijlage 6.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37160 )

  Art. N7. Bijlage 7.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37161 )

  Art. N8. Bijlage 8.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37162 )

  Art. N9. Bijlage 9.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37163 )

  Art. N10. Bijlage 10.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37164 )

  Art. N11. Bijlage 11.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37165 )

  Art. N12. Bijlage 12.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37166 )

  Art. N13. Bijlage 13.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37167 )

  Art. N14. Bijlage 14.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37168 )

  Art. N15. Bijlage 15.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37169 )

  Art. N16. Bijlage 16.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37170 )

  Art. N17. Bijlage 17.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37171 )

  Art. N18. Bijlage 18.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37172 )

  Art. N19. Bijlage 19.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37173 )

  Art. N20. Bijlage 20.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37174 )

  Art. N21. Bijlage 21.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37175 )

  Art. N22. Bijlage 22.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37176 )

  Art. N23. Bijlage 23.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37177 )

  Art. N24. Bijlage 24.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37178 )

  Art. N25. Bijlage 25.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37179 )

  Art. N26. Bijlage 26.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37180 )

  Art. N27. Bijlage 27.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 30-04-2018, p. 37181 )
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 26 april 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XX.18 ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017;
   Gelet op de advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 11 maart 2018;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 28 maart 2018;
   Gelet op het advies 63.272/2 van de Raad van State, gegeven op 25 april 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Justitie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het voorliggend ontwerp beoogt het Koninklijk besluit van 27 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit te wijzigen, teneinde :
   1° de bijlagen waarnaar wordt verwezen in de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit beter te doen aansluiten bij de nieuwe rechtsgrond ervan (boek XX van het Wetboek van economisch recht);
   2° het toepassingsgebied van de definities in artikel 1 aan te passen in het licht van de procedures waarvoor boek XX gebruik van het register oplegt.
   Artikel 1, het enige artikel van het hoofdstuk 1 met als opschrift "Toegang tot het register", is een uitwerking van het artikel 5/3 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 (opgeheven). In boek XX van het WER wordt de overeenkomstige rechtsgrond overgenomen door artikel XX.18, § 1, tweede lid.
   De bijlagen hernemen in schematische vorm de bepalingen die in de wet voorkomen, en hebben dan ook geen andere functie dan te illustreren van wat een leesrecht en schrijfrecht - zijnde de twee van de handelingen die worden verstaan onder "toegang" - inhouden.
   Dat de wettelijke voorgeschreven handelingen überhaupt werden hernomen in zulk een tabelvorm, ligt in het verlengde van een eerdere opmerking van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in haar advies nr. 35/2016 op het wetsvoorstel dat het Centraal Register Solvabiliteit invoerde :
   "16. In dit opzicht en teneinde de aard van de betrokken gegevens te verduidelijken, verzoekt de Commissie de wetgever te verwijzen naar de relevante bepalingen van de faillissementswet van 8 augustus 1997 (hierna, de faillissementswet). Zo zal het onder meer relevant zijn te verwijzen naar de lijst met de krachtens artikel 39 van het aangepaste wetsontwerp in het faillissementsdossier opgenomen gegevens, alsook naar elke andere bepaling die voorziet in de invoeging van bijkomende gegevens (zoals bijvoorbeeld artikel 43 van het aangepaste wetsontwerp, betreffende de beschrijving van de curatoren aangaande, in voorkomend geval, het ontoereikend actief om de kosten van het faillissement te dekken)."
   Het ontworpen besluit beperkt zich echter tot het aanpassen van verwijzingen in de definitie van artikel 1, gelet op de inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke basis, en geeft geen nieuwe invulling aan "de nadere regels van toegang tot het register" (art. XX.16, § 3, 2° juncto XX.18, § 1, tweede lid WER), "de vorm en de nadere regels van de opname van gegevens in het register" (art. XX.16, § 3, 1° WER) of "de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, en de gegevens van het register" (art. XX.16, § 3, 3° WER). In tegenstelling tot de stelling van de Raad van State is aldus geen voorafgaand advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vereist.
   Een bijkomend advies, door de Raad van State opgeworpen als een formaliteit waaraan moet worden voldaan, is aldus niet vereist.
   De door de Koning vastgelegde nadere regels - voorzien in artikelen 3 tot 7 van het besluit - werden onderworpen aan advies van de Commissie (nr. 66/2016).
   Het ontworpen besluit werd aangepast aan het advies van de Raad van State voor wat betreft de algemene en bijzondere opmerkingen inzake de bijlagen, met uitzondering van de bijzondere opmerkingen nrs. 1 en 2 bij bijlagen 13 en 14 die wijzen op het ontbreken in de tabel van het vonnis voorzien in artikel XX.90 en XX.91. Het betreffende vonnis wordt echter vermeld in de tabel onder artikel XX.88.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Justitie,
   K. GEENS
   
   Raad van State
   afdeling Wetgeving
   advies 63.272/2
   van 24 april 2018
   over
   een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit'
   Op 3 april 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit'.
   Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 24 april 2018 . De kamer was samengesteld uit Jacques Jaumotte, voorzitter van de Raad van State, Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux, staatsraad, en Béatrice Drapier, griffier .
   Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jacques Jaumotte .
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 24 april 2018.
   *
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Rechtsgrond
   1. In tegenstelling tot wat wordt vermeld in het eerste lid van de aanhef, verleent artikel XX.9 van het Wetboek van economisch recht geen enkele machtiging aan de Koning. Dat artikel kan derhalve geen rechtsgrond opleveren voor het ontwerpbesluit.
   2. Twee andere bepalingen van het Wetboek van economisch recht kunnen worden ingeroepen als rechtsgrond voor het besluit waarvan de wijziging wordt beoogd:
   - enerzijds artikel XX.16, § 3, eerste lid, dat luidt als volgt:
   "De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer:
   1° de vorm en de nadere regels van de opname van gegevens in het register;
   2° de nadere regels inzake de toegang tot het register;
   3° de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, en de gegevens van het register."
   - anderzijds artikel XX.18, § 1, dat luidt als volgt:
   "In de vervulling van hun wettelijke opdracht hebben de magistraten met inbegrip van de leden van het openbaar ministerie, de griffiers, de parketsecretarissen, de rechters-commissarissen en de gedelegeerd rechters, de insolventiefunctionarissen, de schuldenaren en gefailleerden bedoeld in dit boek, alsook de schuldeisers en derden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, in beginsel toegang tot de voor hen relevante in artikel XX.15 bedoelde gegevens, onverminderd de regels die voortvloeien uit de bescherming van het beroeps- en zakengeheim en van het geheim van de beraadslaging.
   De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels van toegang tot het register, mede in acht genomen de bijzondere aard van bepaalde gegevens die beschermd moeten worden op grond van het beroepsgeheim of het zakengeheim.
   Elke belanghebbende derde kan, geheel of gedeeltelijk, toegang vragen tot het dossier aan de rechter-commissaris of de gedelegeerde rechter. De voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de kamer, de rechter-commissaris of de gedelegeerde rechter kunnen ook beslissen, geval per geval, dat bepaalde gegevens wegens hun vertrouwelijke aard, slechts beperkt toegankelijk zijn. Zij delen hun beslissing mede aan de beheerder van het register.
   De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de levenssfeer, andere categorieën van personen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt."
   Naar die laatste bepaling wordt ook verwezen in de aanhef van het ontwerpbesluit.
   Gelet op de concrete strekking van dat ontwerpbesluit kunnen de twee voormelde machtigingen, inderdaad als volgt worden uitgelegd: de machtiging waarin artikel XX.16, § 3, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht voorziet, handelt over de algemene organisatie van het register, met inbegrip van de nadere regels voor de toegang tot dat register, terwijl de machtiging waarin artikel XX.18, § 1, van het Wetboek van economisch recht voorziet, er meer bepaald toe strekt nader te bepalen welke personen een actieve (schrijfrecht) of passieve (inzagerecht) toegang tot dat register hebben.
   Aangezien het ontwerpbesluit enkel aanpassingen aanbrengt in de bijlagen van het koninklijk besluit van 27 (lees: 23) maart 2017 `houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit' met betrekking tot de identificatie van die personen, kan ervan worden uitgegaan dat artikel XX.18, § 1, van het Wetboek van economisch recht wel degelijk de daartoe noodzakelijke machtiging inhoudt.
   Dat neemt niet weg dat voor de tenuitvoerlegging van die laatste machtiging het voorafgaande advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vereist is.
   Er moet derhalve op toegezien worden dat dit vormvereiste naar behoren wordt vervuld.
   Bijlagen
   Voorafgaande opmerkingen
   1. Gelet op de termijn die hem is toegemeten, heeft de Raad van State in dit advies niet nagegaan of de verwijzingen naar de artikelen van boek XX van het Wetboek van economisch recht volledig zijn in het licht van wat is bepaald in artikel XX.15, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht dat luidt als volgt:
   "Het Centraal [(R)egister Solvabiliteit] bevat alle gegevens en stukken waarvan de opgave wordt bepaald in dit boek."
   Voorts stemmen de verschillende gegevens in de tabel niet altijd overeen met de inhoud van de genoemde bepalingen van het Wetboek van economisch recht, zoals blijkt uit de voorbeelden die hierna worden gegeven.
   Gelet op de technische inslag van de materie en op het feit dat de gevraagde termijn voor dit advies is verkort, heeft de Raad van State niet kunnen nagaan of elk van de vermeldingen met betrekking tot de mogelijkheden om de vermelde stukken te raadplegen ("ja" of "nee" of "nvt") telkens gerechtvaardigd zijn.
   De steller van het ontwerp moet zich ervan vergewissen dat, gelet op de nagestreefde doelstellingen, de toegangen tot het Centraal Register Solvabiliteit kunnen worden gerechtvaardigd in het licht van het recht op eerbiediging van het privéleven, inzonderheid wanneer een inzagerecht wordt verleend aan derden.
   2. De vraag rijst waarom in de bijlagen 1 tot 4 het begrip "belanghebbende" wordt gebruikt, terwijl in de bijlagen 6, 8, 10, 12 en 14 het begrip "derde" wordt gebruikt.
   3. Er moet worden nagegaan of de vermeldingen in de bijlagen taalkundig correct zijn.
   Zo kan bijvoorbeeld worden vastgesteld dat in de Franse tekst van de tabellen van de bijlagen 11 en 12, de uitdrukkingen of woorden "2de lid", "5de lid", "laatste lid", en "overnemer" worden gebruikt.
   4. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst van de bijlagen dient nagegaan te worden.
   Zo bijvoorbeeld:
   - stemt, in de dertiende en laatste rij van bijlage 1, het woord "beschikking" overeen met het woord "autorisation", terwijl dat woord eveneens overeenstemt met het woord "machtiging", in de vijfde en de zevende rij van diezelfde bijlage; dezelfde moeilijkheid doet zich voor in de veertiende en laatste rij van bijlage 2 en in de vierde rij van bijlage 16;
   - in de bijlagen 18 en 19 dient, in de tweede kolom van de tweede, zevende en tiende rij van de Franse tekst van de tabel, het woord "décision" vervangen te worden door het woord "ordonnance".
   5. De gemachtigde van de minister is het ermee eens dat, ter wille van de overeenstemming met artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 23 maart 2017, in de Franse tekst van de bijlagen 15 tot 27 de woorden "droit de rédaction" moeten worden vervangen door de woorden "droit d'écriture".
   Bijzondere opmerkingen
   Bijlage 1
   1. De tabelrijen zouden zodanig moeten worden geordend dat de artikelen die in de eerste kolom vermeld zijn, er in oplopende volgorde in worden weergegeven.
   Dezelfde opmerking geldt voor de tabel van de bijlagen 4, 15 en 16.
   2. Met betrekking tot de vierde tabelrij ("art. XX.120 - verzoekschrift") rijst de vraag waarom de schuldeisers het verzoekschrift van de curator, dat erop gericht is van de rechter-commissaris uitstel of afstel van de verkoop te verkrijgen, zoals bepaald in artikel XX.120, § 1, vierde lid, eerste zin, van het Wetboek van economisch recht, niet mogen raadplegen. Diezelfde bepaling voorziet weliswaar in de oproeping van de hypothecaire of bevoorrechte schuldeisers in die procedure, maar dan rijst de vraag waarom de andere schuldeisers dan het verzoekschrift niet mogen raadplegen.
   Een gelijkaardige vraag rijst voor de zesde tabelrij ("art. XX.121 - verzoekschrift").
   3. In de zevende tabelrij ("art. XX.121 - machtiging"), derde kolom, dient het woord "rechter-commissaris" te worden vervangen door het woord "magistraten" dat, naar het zich laat aanzien, de gangbare formulering is wanneer de maatregel door de rechtbank [wordt genomen].
   Dezelfde opmerking geldt voor de zevende tabelrij van bijlage 15.
   4. De tabel bevat geen rij die gewijd is aan de aanvaarding, door de curator ad hoc, van zijn opdracht, in welke aanvaarding artikel XX.127, derde lid, van het Wetboek van economisch recht voorziet.
   Dezelfde opmerking geldt voor de tabel van bijlage 15.
   5. De vermelding "neen" in de negende kolom ("schuldeiser") van de tabel, van de dertiende en laatste rij ("art. XX.131, § 2 - beschikking") heeft geen zin, aangezien artikel XX.131, § 2, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht, waarover het hier lijkt te gaan, inzonderheid bepaalt dat "de schuldeisers die een schuldvordering hebben aangegeven, toegang op afstand [hebben] tot het faillissementsdossier overeenkomstig artikel XX.18" van het Wetboek.
   6. Onder de tabel, in de tekst die begint met een asterisk en die voorafgaat aan de noten, dient in de Franse tekst, in fine, "pour sa propre demande" te worden geschreven.
   Bijlage 2
   1. In de eerste rij ("art. XX.132") is het niet duidelijk waarmee het in de tweede kolom vermelde "proces-verbaal" overeenstemt. In artikel XX.132 van het Wetboek van economisch recht is er immers geen sprake van een dergelijk stuk, tenzij met "proces-verbaal" wordt verwezen naar de akte waarbij de curatoren hun opdracht aanvaarden.
   Dezelfde opmerking geldt voor de veertiende tabelrij van bijlage 15.
   2. In de tweede rij ("art. XX.134 verklaring") is het niet duidelijk waarmee de in de tweede kolom vermelde "verklaring" overeenstemt, aangezien er in artikel XX.134 van het Wetboek van economisch recht geen sprake is van een dergelijk stuk.
   Dezelfde opmerking geldt voor de vijftiende tabelrij van bijlage 15.
   3. In artikel XX.140 van het Wetboek van economisch recht is er sprake van een machtiging die wordt verleend door de rechtbank, en niet door de rechter-commissaris.
   In de derde kolom van de negende rij ("art. XX.140 machtiging") dient bijgevolg "magistraten" te worden geschreven in plaats van "rechter-commissaris."
   Dezelfde opmerking geldt voor de tweeëntwintigste tabelrij van bijlage 15.
   Bijlage 3
   1. In artikel XX.143 van het Wetboek van economisch recht, waarop de eerste tabelrij ("art. XX.143 - verzoekschrift") van bijlage 3 handelt, wordt in de derde kolom ("opsteller"), de "curator" vermeld, terwijl het luidens artikel XX.143, tweede lid, van het wetboek "(...) de "gefailleerde natuurlijke persoon" is die "de rechter-commissaris kan verzoeken zelf de aan hem gerichte brievenpost te mogen openen."
   2. Aangezien het begrip "lijst" niet als dusdanig voorkomt in artikel XX.145 van het Wetboek van economisch recht, moet dat begrip dat in de vijfde tabelrij ("art. XX.145 - lijst") is vermeld, nader worden bepaald.
   Die opmerking geldt mutatis mutandis ook voor de achtste rij ("art. XX.151 - lijst") van dezelfde tabel en voor de negende en de twaalfde tabelrijen van bijlage 16.
   Bijlage 4
   In artikel XX.167, derde lid, van het Wetboek van economisch recht is er sprake van een "bericht" dat "in het register wordt neergelegd door toedoen van de griffier" nadat de rechter-commissaris de in het faillissement ingeschreven schuldeisers heeft opgeroepen voor een vergadering van schuldeisers.
   Het laat zich dan ook aanzien dat in de twaalfde rij ("art. XX.167 - proces-verbaal") de woorden "proces-verbaal" en "rechter-commissaris" respectievelijk moeten worden vervangen door "bericht" en "griffier".
   Dezelfde opmerking geldt voor de achtste tabelrij van bijlage 16.
   Bijlage 5
   In de Franse versie van de tabel, dient in de tweede kolom van de tweede rij het woord "décision" vervangen te worden door het woord "ordonnance". Dezelfde opmerking geldt voor de zevende en de tiende rijen van dezelfde versie.
   Bijlage 6
   Het begrip "bevoegd orgaan" (kolomhoofd 6) zou moeten worden toegelicht in een verklarende tekst onderaan de tabel.
   Dezelfde opmerking geldt voor de tabellen van de bijlagen 8, 10, 12 en 14.
   Bijlagen 7 en 8
   Terwijl in de rijen 11 en 13 het woord "vonnis" wordt ontleend aan artikel XX.51, §§ 2 en 3, van het Wetboek, wordt in geen enkele rij gerefereerd aan de vonnissen tot "handlichting" van de beslagen, waarvan sprake is in paragraaf 1 van dezelfde bepaling.
   Dezelfde opmerking geldt voor de tabellen van de bijlagen 20 en 21.
   Bijlagen 9 en 10
   In de zesde tabelrij ("XX.62 WER - verzoekschrift beëindiging") van de bijlagen 9 en 10 worden niet alle gedinginleidende akten vermeld waarin is voorzien bij artikel XX.62, § 2, van het Wetboek van economisch recht dat, naast het verzoekschrift dat uitgaat van de "schuldenaar", voorziet in de mogelijkheid van een "dagvaarding van het openbaar ministerie of van iedere belanghebbende."
   Dezelfde opmerking geldt voor rij 6 van de tabellen van de bijlagen 22 en 23.
   Bijlagen 11 en 12
   1. In de derde kolom van de negende lijn ("XX.86 § 5 WER") dient in de Franse versie "tribunal du travail", en niet "tribunal de travail" te worden geschreven.
   2. In de eerste kolom van de vijfde en de zesde rij, moet in de Nederlandse versie "zesde lid" in plaats van "laatste lid" te worden geschreven en dient in de Franse versie "alinéa 6" in plaats van "laatste lid" te worden geschreven.
   Bijlagen 13 en 14
   1. In de eerste tabelrij ("XX.90 WER") wordt melding gemaakt van de "publicatie en mededeling aan schuldeisers" van het vonnis waarin artikel XX.90 van het Wetboek voorziet. Van het vonnis zelf is echter geen sprake in de tabel.
   2. Het vonnis waarin artikel XX.91, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht voorziet, wordt niet in de tabel vermeld.
   Bijlage 15
   Tussen de twaalfde en de dertiende rij ontbreekt een rij die, net als de dertiende en laatste rij van bijlage 1, gewijd is aan artikel XX.131, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
   De griffier
   Béatrice Drapier
   De voorzitter van de Raad van State
   Jacques Jaumotte

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie