J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2018/02/23/2018031156/justel

Titel
23 FEBRUARI 2018. - Wet houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen

Bron :
BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Publicatie : 01-06-2018 nummer :   2018031156 bladzijde : 45591       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-02-23/36
Inwerkingtreding : 01-06-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. Artikel 13, 1°, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen wordt aangevuld met de bepalingen onder c) en d), luidende :
  "c) de ambtenaar, houder van een veiligheidsmachtiging, die in een openbaar bestuur, een instelling van openbaar nut of een autonoom overheidsbedrijf, door de minister wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels in het kader van een veiligheidsadvies of veiligheidsattest, of het personeelslid, houder van een veiligheidsmachtiging, dat door de leiding van de rechtspersoon wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels in het kader van een veiligheidsadvies of veiligheidsattest;
  d) de magistraat van het openbaar ministerie, houder van een veiligheidsmachtiging, die door de minister van Justitie wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels op voordracht van :
  - de federaal procureur wat het federaal parket betreft;
  - de betrokken procureur-generaal wat de parketten, arbeidsauditoraten, parket-generaal en auditoraat-generaal van zijn ressort betreft;
  - de voorzitter van het College van procureurs-generaal wat de steundienst van het openbaar ministerie betreft."

  Art. 3. In dezelfde wet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 13/1. De personen bedoeld in artikel 13, 1°, worden in het bijzonder belast met :
  a) enerzijds het toepassen en het controleren van het beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de geclassificeerde informatie of anderzijds de opvolging van de veiligheidsattesten of veiligheidsadviezen;
  b) de nazorg, in het bijzonder voor de melding van elementen in verband met personen die een veiligheidsadvies, veiligheidsattest, of een veiligheidsmachtiging hebben ontvangen, en die kunnen leiden tot een herziening van dit veiligheidsadvies, veiligheidsattest, of van deze veiligheidsmachtiging.
  De Koning kan aan de veiligheidsofficieren andere opdrachten toevertrouwen respectievelijk inzake de veiligheidsmachtigingen en de bescherming van wat werd geclassificeerd conform artikel 3, § 1 en inzake de veiligheidsadviezen of de veiligheidsattesten.
  De veiligheidsofficier oefent zijn taken volledig onafhankelijk uit. Hij brengt verslag aan de leidinggevende ambtenaar van de openbare besturen, van de instellingen van openbaar nut of van de autonome overheidsbedrijven, of aan de respectievelijke korpschef van het openbaar ministerie bedoeld in artikel 13, d), of aan de verantwoordelijke van een privaatrechtelijke rechtspersoon. Hij informeert de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, wanneer het voorzien is."

  Art. 4. In artikel 15bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2015, wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De Koning bepaalt de nadere regels van inning van de retributies, de nadere regels van overmaking van deze retributies aan de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie `Nationale Veiligheidsoverheid' en die betreffende de boekhouding."

  Art. 5. Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid luidende :
  "De Koning kan het elektronisch indienen van de instemming bedoeld in artikel 16, §§ 1 en 2, verplicht stellen."

  Art. 6. Artikel 22quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 mei 2005 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 22quinquies. § 1. De uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating kan enkel onderworpen worden aan de in artikel 22sexies bedoelde veiligheidsverificatie, indien deze door een niet geëigend gebruik schade kan toebrengen aan de belangen bedoeld in artikel 12, eerste lid. In dit geval is de procedure die gevolgd moet worden, opgenomen in paragraaf 2 en volgende.
  § 2. Op vraag van de bevoegde administratieve overheid of op eigen initiatief voeren zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen die deel uitmaken van een betrokken activiteitensector, bedoeld in § 7, een risicoanalyse binnen de eigen rechtspersoon uit. Deze risicoanalyse evalueert of de uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating, door een niet geëigend gebruik schade kan toebrengen aan één van de belangen vermeld in artikel 12, eerste lid. Deze risicoanalyse wordt overgezonden aan de bevoegde administratieve overheid bedoeld in § 7.
  § 3. Op basis van de risicoanalyse bedoeld in § 2, en op basis van een specifieke dreigingsanalyse die de bevoegde administratieve overheid aanvraagt aan de bevoegde diensten in functie van de aard van de dreiging, stelt de bevoegde administratieve overheid een impactanalyse op. Deze impactanalyse beoogt het in kaart brengen van de schade die kan worden toegebracht aan de belangen vermeld in artikel 12, eerste lid. Op basis van deze elementen doet zij een voorstel om de uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating te onderwerpen aan een veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22sexies voor de activiteitensector die haar aanbelangt, door een aanvraagdossier over te zenden aan de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid.
  § 4. De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid beoordeelt het aan haar voorgelegde aanvraagdossier bedoeld in § 3 met betrekking tot de vormelijke ontvankelijkheid, en onderzoekt de geldigheid van de vraag die haar werd gesteld in het licht van de belangen bedoeld in artikel 12, eerste lid, en geeft vervolgens al dan niet haar goedkeuring hieraan.
  De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid zendt haar beslissing over aan de bevoegde administratieve overheid die het desbetreffende aanvraagdossier voorlegde, die op haar beurt de beslissing meedeelt aan de desbetreffende activiteitensector zoals bedoeld in § 7.
  De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid kan bijkomende informatie opvragen alvorens haar beslissing te nemen.
  § 5. Elke bevoegde administratieve overheid die conform § 7 door de Koning is aangeduid voor de activiteitensector die haar aanbelangt, bekomt, op haar vraag, de documenten voor het uitvoeren van de risico- en impactanalyse van de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid. De publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen die onder een activiteitensector vallen waarvoor de administratieve overheid werd aangewezen, bekomen op hun vraag deze documenten eveneens van de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid.
  § 6. De bevoegde administratieve overheid en de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersoon die een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, een toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating, heeft die onderhevig is aan de veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22sexies, beschikt over tenminste één veiligheidsofficier bedoeld in artikel 13, 1°, a), b), c) of d).
  § 7. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, de activiteitensectoren die onder de toepassing van dit artikel vallen en de bevoegde administratieve overheden voor elk van deze sectoren."

  Art. 7. In dezelfde wet wordt een artikel 22quinquies/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 22quinquies/1. § 1. De publiek- en privaatrechtelijke rechtspersoon brengt de betrokkene op de hoogte van het feit dat hij onder de toepassing valt van de goedgekeurde aanvraag bedoeld in artikel 22quinquies, § 4, en van de verplichting tot het ondergaan van de in artikel 22sexies, bedoelde veiligheidsverificatie.
  Nadat de betrokkene op de hoogte is gebracht, vraagt de veiligheidsofficier bedoeld in artikel 22quinquies, § 6, voorafgaandelijk aan de veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22sexies, de instemming van de betrokkene, en zendt het individuele verificatieverzoek en de instemming over aan de veiligheidsofficier van de bevoegde administratieve overheid, opdat hij deze centraliseert en de conformiteit ervan nakijkt, vooraleer deze te bezorgen aan de in artikel 15, eerste lid, bedoelde overheid.
  § 2. De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, zendt haar met redenen omkleed veiligheidsadvies over aan de administratieve overheid die erom verzocht. De administratieve overheid brengt de veiligheidsofficier van de werkgever, op de hoogte van het veiligheidsadvies.
  Indien er een negatief veiligheidsadvies verleend wordt, deelt de administratieve overheid die erom verzocht, dit gemotiveerd veiligheidsadvies eveneens mee, overeenkomstig artikel 22, vijfde lid, via een aangetekende zending, aan de betrokken persoon.
  § 3. Indien binnen de voorgeschreven termijn geen advies werd verleend, stelt de bevoegde administratieve overheid die het veiligheidsadvies vroeg, de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, in gebreke om een veiligheidsadvies te verlenen binnen de termijn die zij bepaalt, en die minstens de voorgeschreven termijn omvat. Indien bij het verstrijken van deze termijn geen veiligheidsadvies werd verleend, wordt het geacht positief te zijn.
  § 4. Het in § 2, eerste lid, bedoelde veiligheidsadvies, wordt toegekend met een geldigheidsduur van hoogstens vijf jaar.
  § 5. De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan later op eigen initiatief een nieuw veiligheidsadvies uitbrengen op basis van gegevens en inlichtingen bedoeld in artikel 22sexies. Zij deelt dit advies mee aan de bevoegde administratieve overheid die, in het geval van een negatief veiligheidsadvies, dit met redenen omkleed veiligheidsadvies, overeenkomstig artikel 22, vijfde lid, via een aangetekende zending, aan de betrokken persoon en, aan de veiligheidsofficier van de werkgever van de betrokken persoon overzendt.
  § 6. De betrokken persoon kan op iedere moment, via zijn veiligheidsofficier, aan de bevoegde administratieve overheid schriftelijk te kennen geven dat hij niet, of niet langer, het voorwerp wil uitmaken van een veiligheidsverificatie. De bevoegde administratieve overheid brengt dit ter kennis van de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid.
  § 7. De Koning bepaalt de in §§ 1 tot 3, 5 en 6 bedoelde termijnen evenals de andere toepassingsmodaliteiten van deze bepalingen.".

  Art. 8. In artikel 22sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 mei 2005, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
  " § 1. De veiligheidsverificatie bestaat uit de consultatie en de evaluatie van :
  1° de gegevens bedoeld in artikel 19, tweede lid, 1° ;
  2° de inlichtingen verzameld in het kader van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, overgezonden door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
  3° de gegevens en informatie uit de internationale politionele databanken voortvloeiend uit verdragen die België binden, overgezonden door de politiediensten;
  4° de gegevens en informatie bedoeld in artikelen 44/1 en 44/2 van de wet op het politieambt die worden overgezonden door de politiediensten, met toelating van de bevoegde gerechtelijke overheden voor de gegevens van gerechtelijke politie. Voor deze laatsten brengen de gerechtelijke overheden, op vraag van de politionele diensten, hen op de hoogte van de status van een opsporingsonderzoek of van een gerechtelijk onderzoek;
  5° andere gegevens en informatie.
  Het toereikend, ter zake en niet overmatig karakter van de gegevens en informatie bedoeld in het eerste lid, 3°, 4° en 5°, evenals de lijst ervan worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  Wanneer de persoon voor wie de veiligheidsverificatie vereist is in het buitenland woont, er op doorreis is of er verblijft, of er gewoond heeft, er op doorreis is geweest of er verbleven heeft, kunnen de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, en de diensten bedoeld in het eerste lid, de informatie bedoeld in het eerste lid opvragen bij de bevoegde diensten van het betrokken land.
  Wanneer de gouverneur krachtens de wapenwet van 8 juni 2006 een vergunning of gelijkaardig document verleent, of wanneer de minister van Binnenlandse Zaken bevoegd is krachtens artikel 93 van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, bestaat de veiligheidsverificatie daarenboven uit de evaluatie van de door het openbaar ministerie overgezonden gerechtelijke informatie en van de door de bevoegde diensten die afhangen van de minister van Binnenlandse Zaken, overgezonden informatie betreffende de betrokkene.
  Indien zij het nuttig acht voor de analyse van een dossier kan de in artikel 22ter bedoelde overheid, binnen de limieten van het eerste lid, mededeling eisen van aanvullende informatie.
  Deze gegevens vormen samen het verificatiedossier.
  Behalve in het geval dat de veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22bis en in artikel 22quinquies, § 1, eerste lid voor hun vereist is, kan de persoon jonger dan 18 jaar niet aan een veiligheidsverificatie onderworpen worden.".

  Art. 9. Artikel 22septies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2015, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 22septies. De werkgever van de natuurlijke persoon voor wie een veiligheidsattest of een veiligheidsadvies gevraagd wordt is een retributie verschuldigd.
  Geen retributie is verschuldigd voor de veiligheidsattesten uitgereikt door de overheden bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°.
  Zijn vrijgesteld van de retributie bedoeld in het eerste lid :
  1° de federale overheidsdiensten;
  2° de programmatorische overheidsdiensten;
  3° het ministerie van Defensie;
  4° de geïntegreerde Politie;
  5° het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
  6° het Interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën.
  Deze retributie is verschuldigd aan de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie `Nationale Veiligheidsoverheid', of desgevallend aan de overheid bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 4°.
  De aflevering van het veiligheidsattest of veiligheidsadvies kan enkel plaatsvinden na betaling van de retributie.
  De Koning bepaalt het bedrag van de te innen retributie voor de veiligheidsattesten en de veiligheidsadviezen. De Koning bepaalt eveneens de verdeelsleutel van deze retributie onder de overheden bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 1°, 2°, 3° en 5°.
  De Koning bepaalt de nadere regels van inning van de retributies, de modaliteiten van overmaking van deze retributies aan de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie `Nationale Veiligheidsoverheid' en die bettreffende de boekhouding.
  In afwijking van het zesde lid bepaalt de Koning het bedrag van de te innen retributie voor de veiligheidsattesten uitgereikt door de overheid bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 4°. De Koning bepaalt eveneens de verdeelsleutel van deze retributie onder de overheden bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 2 tot 5°.
  In afwijking van het zevende lid, bepaalt de Koning de nadere regels van inning van de retributies, de nadere regels van overmaking van deze retributies aan de overheid bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 4°, en die bettreffende de boekhouding."

  Art. 10. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 23 februari 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
Ch. MICHEL
De Minister van Justitie,
K. GEENS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. JAMBON
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D. REYNDERS
De Minister van Defensie,
S. VANDEPUT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van Volksvertegenwoordigers : (www.dekamer.be) Stukken : 54-2767 (2017/2018). Integraal verslag : 18 januari 2018.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie