J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgilex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2018/02/18/2018011046/justel

Titel
18 FEBRUARI 2018. - Wet houdende diverse bepalingen met betrekking tot de sociale bijdragen van de zelfstandigen

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 02-03-2018 nummer :   2018011046 bladzijde : 18230       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-02-18/06
Inwerkingtreding : 01-04-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen
Art. 2-4
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van diverse wetten
Art. 5-6
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding
Art. 7-8

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen

  Art. 2. In artikel 11, 3, zesde lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1 punt a) wordt vervangen als volgt:
  "a) voor alle zelfstandigen die deel uitmaken van de bijdragecategorie bedoeld in artikel 12, 1: ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 14.664,60 euro verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden; ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 10.369,44 euro verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden; ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 7.332,30 euro verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden; ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 5.819,65 euro verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden; ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 4.619,06 euro verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden; ofwel een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 3.666,15 euro verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragejaar dit laatste bedrag niet zal overschrijden.";
  2 het lid wordt aangevuld met een punt g), luidende als volgt:
  "g) voor de zelfstandigen die deel uitmaken van de bijdragecategorie bedoeld in artikel 12, 1bis:
  ofwel een bijdrage te betalen zoals bepaald onder a), ofwel voor de eerste vier kalenderkwartalen onderwerping een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 1.893,22 EUR verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragenjaar waarin n of meerdere van deze eerste vier kalenderkwartalen gelegen zijn dit laatste bedrag niet zal overschrijden, ofwel voor de eerste vier kalenderkwartalen van onderwerping een bijdrage te betalen gelijk aan deze die op basis van een inkomen van 2.444,10 EUR verschuldigd is, indien ze aannemelijk maken dat hun inkomen van het bijdragenjaar waarin n of meerdere van deze eerste vier kalenderkwartalen gelegen zijn dit laatste bedrag niet zal overschrijden.".

  Art. 3. In artikel 12 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, wordt 1bis, opgeheven bij de wet van 21 december 2007, hersteld als volgt:
  " 1bis. In afwijking van 1, tweede lid, worden, voor de berekening van de onder 1, eerste lid, 1 bedoelde bijdragen, de beroepsinkomsten van onderworpenen die vallen onder de in het volgende lid omschreven zelfstandigen, geacht volgend bedrag te bereiken wanneer deze inkomsten dat bedrag niet bereiken:
  - 1.893,22 EUR voor de eerste vier kalenderkwartalen onderwerping.
  De in het eerste lid vastgestelde bijdrageberekening geldt voor de eerste vier opeenvolgende kalenderkwartalen van onderwerping als zelfstandige in hoofdberoep van zelfstandigen die tijdens de twintig kalenderkwartalen vr aanvang of herneming van hun zelfstandige activiteit op geen enkel ogenblik onderworpen waren noch als zelfstandige in hoofdberoep noch als zelfstandige gelijkgesteld met de in artikel 12, 2, eerste lid, bedoelde zelfstandigen krachtens het vierde lid van voornoemde paragraaf. Onder zelfstandige in hoofdberoep dient te worden verstaan de onderworpene die gewoonlijk en hoofdzakelijk een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent en daarbij deel uitmaakt van een categorie bijdrageplichtigen bedoeld in artikel 12, 1, 1bis of 1ter.
  De overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bijdragen zijn verschuldigd zelfs zo geen winsten werden verwezenlijkt voor het in artikel 11, 2 bedoelde bijdragejaar.
  De onderworpene die, voor een bepaald kwartaal, een in toepassing van deze paragraaf verminderde bijdrage betaalt, wordt geacht, voor dat kwartaal, een bijdrage betaald te hebben die minstens gelijk is aan de bijdrage bedoeld in 1, tweede lid.".

  Art. 4. In artikel 13bis, 2, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, wordt tussen 1 en 2 een 1 bis ingevoegd, luidend als volgt:
  "1 bis wanneer hij behoort tot de groep bijdrageplichtigen bedoeld in artikel 12, 1bis: bijdragen, berekend als volgt:
  20,50 pct. op een inkomen van 3.666,15 EUR;".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van diverse wetten

  Art. 5. In artikel 42 van de programmawet (I) van 24 december 2002, laatst gewijzigd door de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3, eerste streepje, wordt vervangen als volgt:
  "- de verzekeringsplichtige zelfstandige bedoeld in artikel 12, 1 of 1bis, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;";
  b) de bepaling onder 3, derde streepje, wordt vervangen als volgt:
  "- de verzekeringsplichtige zelfstandige bedoeld in artikel 13bis, 2, 1 of 1 bis, van hetzelfde besluit;";
  c) de bepaling onder 5 wordt vervangen als volgt:
  "5 helper: de verzekeringsplichtige helper die de voor een hoofdberoep voorziene bijdragen verschuldigd is overeenkomstig artikelen 12, 1 of 1bis, of 13bis, 2, 1 of 1 bis, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;".

  Art. 6. In artikel 5, 1, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen wordt de bepaling onder 2 vervangen als volgt:
  "2 voor de in 1 bedoelde periode, de in de artikelen 12, 1, 1bis of 1ter, of 13bis, 2, 1, 1 bis of 2, van het koninklijk besluit nr. 38 bedoelde bijdragen verschuldigd zijn;".

  HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding

  Art. 7. Deze wet treedt in werking op 1 april 2018 met uitzondering van de bepaling in artikel 2, 1 die uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2018 en van toepassing is voor de berekening van de sociale bijdragen verschuldigd voor de kwartalen vanaf het eerste kwartaal 2018.

  Art. 8. Deze wet is ook van toepassing op zelfstandigen in hoofdberoep die hun activiteit zijn begonnen na 30 juni 2017 en vr 1 april 2018, voor de berekening van de sociale bijdragen verschuldigd voor de kalenderkwartalen vanaf het tweede kwartaal 2018.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 februari 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK
De Minister van Zelfstandigen,
D. DUCARME
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 2880. Integraal Verslag : 25 januari 2018.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie