J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/12/17/2017206836/justel

Titel
17 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 28-12-2017 nummer :   2017206836 bladzijde : 115767       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-12-17/16
Inwerkingtreding : 01-01-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 januari 1991 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de eerste zin van het enig lid dat § 1 wordt, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Aan de toepassing van de wet worden onttrokken de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulanciers, voor zover de vergoeding die zij voor hun activiteiten als vrijwillige brandweerlieden en/of als vrijwillige ambulanciers ontvangen, het bedrag van (785,95 EUR) per kwartaal niet overschrijdt, evenals de organisatie uit hoofde van de tewerkstelling van die personen. Worden eveneens aan de toepassing van de wet onttrokken de vrijwilligers van de civiele bescherming en de FOD Binnenlandse Zaken uit hoofde van de tewerkstelling van die personen, voor zover de vergoeding die zij voor hun activiteiten ontvangen, het bedrag van (785,95 EUR) per kwartaal niet overschrijdt."
  2° de tweede zin van het enig lid wordt § 2.
  3° Er wordt een § 3 ingevoegd, luidende:
  " § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
  1° vrijwillige brandweerlieden: de brandweerlieden zoals bedoeld bij artikel 103, eerste lid, 2° en tweede lid van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid;
  2° vrijwillige ambulanciers: de vrijwillige ambulanciers zoals bedoeld bij artikel 103, eerste lid, 4° en tweede lid van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid evenals de vrijwillige hulpverleners-ambulanciers die in het bezit zijn van het brevet bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers;
  3° de organisatie: de hulpverleningszone of de ambulancediensten erkend krachtens artikel 3bis van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening;
  4° vrijwilligers van de civiele bescherming: de personeelsleden van de civiele bescherming zoals bedoeld in artikel 19 van het koninklijk besluit van 11 maart 1954 houdende statuut van het korps burgerlijke bescherming."
  4° Er wordt een § 4 ingevoegd, luidende:
  "De uitzonderlijke prestaties zoals bedoeld in kolom 1 en punt 6 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 juni 2014 tot bepaling van de opdrachten en taken van civiele veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de civiele bescherming en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen, verricht door de vrijwillige brandweerlieden, alsook de uitzonderlijke prestaties zoals bedoeld in kolom 2 en de punten 5 en 6 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 juni 2014 verricht door de vrijwilligers van de civiele bescherming, en de prestaties van dringende geneeskundige hulpverlening in de zin van artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, verricht door de vrijwillige ambulanciers, de vrijwillige brandweerlieden, of de vrijwilligers van de civiele bescherming, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van voormeld maximumbedrag. Voor deze prestaties zijn de vrijwillige brandweerlieden, de vrijwilligers van de civiele bescherming en de vrijwillige ambulanciers altijd onttrokken aan de toepassing van de wet, evenals de organisatie of de FOD Binnenlandse Zaken uit hoofde van de tewerkstelling van die personen."

  Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.

  Art. 3. De minister bevoegd voor Werk, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem/haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 17 december 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. Peeters
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. Jambon
De Minister van Sociale Zaken,
M. De Block

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 2, § 1, 4°;
   Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders,
   Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op 24 oktober 2017;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 8 februari 2017 en 13 maart 2017;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 5 april 2017;
   Gelet op de regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Gelet op advies 61.440/1 van de Raad van State, gegeven op 18 mei 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Werk, van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de Minister van Sociale Zaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij ter ondertekening aan Uwe Majesteit voorleggen, heeft tot doel wijzigingen aan te brengen in het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat betreft de vrijwillige brandweerlieden, de vrijwillige ambulanciers en de vrijwilligers van de civiele bescherming.
   Artikelsgewijze bespreking
   Art. 1
   Tot nu had artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders enkel betrekking op de vrijwillige brandweerlieden: onder het vermeld maximumbedrag geïndexeerd overeenkomstig de in dit artikel bepaalde methode zijn ze niet onderworpen aan de wet van 27 juni 1969 en dus niet aan de sociale zekerheid voor werknemers.
   In artikel 1, 1° van het ontwerp van koninklijk besluit dat wij U voorleggen, wordt het toepassingsgebied van artikel 17quater uitgebreid tot de vrijwillige ambulanciers en de vrijwilligers van de civiele bescherming.
   Ter verduidelijking van een praktijk ontstaan uit ministeriële instructies herneemt dit artikel ook het onderscheid tussen uitzonderlijke en regelmatige prestaties: de uitzonderlijke prestaties en van dringende geneeskundige hulpverlening worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het maximumbedrag. De vrijwillige brandweerlieden, vrijwillige ambulanciers en de vrijwilligers van de civiele bescherming zijn niet onderworpen wegens deze prestaties en geen enkele socialezekerheidsbijdrage is dus verschuldigd.
   Voor de vrijwillige brandweerlieden staat de lijst van de uitzonderlijke prestaties in kolom 1 en punt 6 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 juni 2014 tot bepaling van de opdrachten en taken van civiele veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de civiele bescherming en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen.
   De dringende geneeskundige hulpverlening wordt in deze bijlage niet vermeld, maar maakt ook deel uit van de dringende opdrachten van de vrijwillige brandweerlieden.
   Voor de vrijwilligers van de civiele bescherming staat de lijst van de uitzonderlijke prestaties in kolom 2 en punten 5 en 6 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 juni 2014 tot bepaling van de opdrachten en taken van civiele veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de civiele bescherming en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen.
   De dringende geneeskundige hulpverlening wordt in deze bijlage niet vermeld, maar maakt ook deel uit van de dringende opdrachten van de vrijwilligers van de civiele bescherming.
   Voor de vrijwillige ambulanciers gaat het over de prestaties van dringende geneeskundige hulpverlening in de zin van artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, namelijk het onmiddellijk verstrekken van aangepaste hulp aan alle personen van wie de gezondheidstoestand ten gevolge van een ongeval, een plotse aandoening of een plotse verwikkeling van een ziekte een dringende tussenkomst vereist na een oproep via het eenvormig oproepstelsel waardoor de hulpverlening, het vervoer en de opvang in een aangepaste ziekenhuisdienst worden verzekerd.
   Art. 2
   Dit artikel regelt de inwerkingtreding.
   Art. 3
   Dit artikel behoeft geen toelichting.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Werk,
   K. PEETERS
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   J. JAMBON
   De Minister van Sociale Zaken,
   M. DE BLOCK
   
   Raad van State
   afdeling Wetgeving
   Advies 61.440/1 van 18 mei 2017 over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders
   Op 2 mei 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders'.
   Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 16 mei 2017. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Wouter PAS, staatsraden, en Wim GEURTS, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Wendy DEPESTER, auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 18 mei 2017.1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders'
   Aanhef
   1. Het is niet nodig om in de aanhef melding te maken van de artikelen die het voorwerp zijn van de ontworpen wijzigingen. Men schrappe derhalve de woorden ", artikel 17quater" aan het einde van het tweede lid van de aanhef.
   2. In het derde lid van de aanhef wordt verwezen naar het advies van de Nationale Arbeidsraad. De gemachtigde deelde in dat verband mee dat dit advies weliswaar werd gevraagd, maar nog niet werd ontvangen.
   Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst ten gevolge van het vervullen van het voornoemde vormvereiste nog wijzigingen zou ondergaan, moeten de aldus gewijzigde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, nog om advies aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd.
   Artikel 1
   3. In de inleidende zin van artikel 1 van het ontwerp vervange men de zinsnede ", laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2001," door de woorden ", ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 januari 1991 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2001,".
   4. In het ontworpen artikel 17quater, § 3, 1°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (artikel 1, 3°, van het ontwerp), moet worden verwezen naar "artikel 103, eerste lid, 2°, en tweede lid," van de betrokken wet van 15 mei 2007, in plaats van naar "artikel 103, 2°" van die wet; in het ontworpen artikel 17quater, § 3, 2°, van het voornoemde koninklijk besluit (artikel 1, 3°, van het ontwerp), dient de verwijzing naar "artikel 103, 4°" van de wet van 15 mei 2007 te worden vervangen door een verwijzing naar "artikel 103, eerste lid, 4°, en tweede lid," van dezelfde wet.
   5. In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 17quater, § 3, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (artikel 1, 3°, van het ontwerp), moet melding worden gemaakt van het correcte opschrift van de wet van 15 mei 2007 'betreffende de civiele veiligheid' (niet: civiele bescherming).
   6. In het ontworpen artikel 17quater, § 4, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (artikel 1, 4°, van het ontwerp), dienen de woorden "zoals bedoeld in het eerste lid" te worden weggelaten. De ontworpen paragraaf bestaat immers uit slechts één enkel lid.
   7. Ter wille van de leesbaarheid van het ontworpen artikel 17quater, § 4, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (artikel 1, 4°, van het ontwerp), late men de herhaling van het volledige opschrift van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 weg en schrijve men "en de punten 5 en 6 van de bijlage bij het voornoemde koninklijk besluit van 10 juni 2014, verricht door...".
   Artikel 2
   8. Overeenkomstig hetgeen vanuit legistiek oogpunt gebruikelijk is, passe men de redactie van artikel 2 van het ontwerp aan als volgt:
   "Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2017."
   DE GRIFFIER
   W. GEURTS
   DE VOORZITTER
   M. VAN DAMME

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie