J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/09/03/2017204337/justel

Titel
3 SEPTEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheids-reglementering, tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 december 2011 tot opheffing van het koninklijk besluit van 30 juli 1994 betreffende het halftijds brugpensioen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 maart 2003 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, q, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de onthaalouders, houdende de aanpassing van sommige bedragen in het kader van het gebruik van de welvaartsenveloppe 2017-2018

Bron :
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 13-09-2017 nummer :   2017204337 bladzijde : 83571       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-09-03/06
Inwerkingtreding : 01-09-2017

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2003200527        2011206467       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-11

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. - Artikel 111, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 juli 2015, wordt vervangen door de volgende bepalingen, luidende :
  " Het gemiddeld dagloon van de werknemer wordt in aanmerking genomen ten belope van één van de navermelde grensbedragen :
  1° grensbedrag A, gelijk aan 63,9090 euro per dag;
  2° grensbedrag B, gelijk aan 68,3902 euro per dag;
  3° grensbedrag C, gelijk aan 73,3787 euro per dag;
  4° grensbedrag AX, gelijk aan 63,1202 euro per dag; dit grensbedrag geldt voor de berekening van de uitkering van de werknemer die jeugd- of seniorvakantie geniet;
  5° grensbedrag AY, gelijk aan 62,5183 euro per dag; dit grensbedrag geldt voor de berekening van de uitkering van de alleenwonende werknemer tijdens de tweede vergoedingsperiode indien hij geen anciënniteitstoeslag geniet;
  6° grensbedrag AZ, gelijk aan 61,6983 euro per dag; dit grensbedrag geldt voor de berekening van de uitkering van de werkloze die het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag of de aanvullende vergoeding van ontslagen bejaarde grensarbeiders geniet. ".

  Art. 2. - In artikel 114 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 juli 2012 en laatst gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2015 en 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°) in § 1, derde lid, wordt de formule "basisbedrag - [n (basisbedrag - forfaitbedrag)/5)]" vervangen door de formule "basisbedrag - [n (basisbedrag - verlaagd forfaitbedrag)/5)]";
  2°) in § 1, vierde lid, wordt het 3° vervangen door de volgende bepaling :
  "3° het verlaagd forfaitbedrag is gelijk aan het bedrag bedoeld in artikel 115, § 3;";
  3°) in § 3, 3°, wordt het bedrag van "14,97 euro" vervangen door het bedrag van "15,12 euro";
  4°) § 4, eerste lid, 1°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "1° de werkloosheidsuitkering bedoeld in § 3, 3° verhoogd tot 20,35 euro;";
  5°) § 4, eerste lid, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "2° de werkloosheidsuitkering die betrekking heeft op een deelfase 2.1 tot 2.4 van de tweede vergoedingsperiode verhoogd tot 20,35 euro, indien het overeenkomstig § 1 berekende bedrag lager zou zijn.";
  6°) § 5 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 5. In afwijking van de voorgaande paragrafen bedraagt het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de werknemer die geniet van de vrijstelling voorzien in artikel 90 :
  1° in geval van palliatieve zorg 8,03 euro;
  2° in de andere gevallen 8,03 euro gedurende de eerste vierentwintig maanden van de vrijstelling en 6,52 euro vanaf de vijfentwintigste maand van vrijstelling.".

  Art. 3. - Artikel 115 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 juli 2015, wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  " § 1. Het minimum dagbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt, voor de werknemer niet bedoeld in artikel 114, § 5, gedurende de eerste en de tweede vergoedingsperiode, bedoeld in artikel 114, vastgesteld op :
  1° 34,92 euro voor de werknemer met gezinslast;
  2° 28,91 euro voor de alleenwonende werknemer.
  § 2. Het minimum dagbedrag van de werkloosheidsuitkering voor de samenwonende werknemer niet bedoeld in artikel 114, § 5, wordt :
  1° gedurende de eerste vergoedingsperiode en gedurende de fase 1 en de fase 2.0 van de tweede vergoedingsperiode, bedoeld in artikel 114, vastgesteld op 21,46 euro;
  2° gedurende de deelfases 2.1 tot 2.4 van de tweede vergoedingsperiode, bedoeld in artikel 114, vastgesteld op :
  a) het bedrag dat vastgesteld wordt voor de betreffende fase door de toepassing van de formule bedoeld in artikel 114, § 1, derde lid, op een basisbedrag van 21,46 euro, waarbij het verlaagd forfaitbedrag vervangen wordt door het bedrag bedoeld in artikel 114, § 3, 3°;
  b) in het geval bedoeld in artikel 114, § 4, op 20,35 euro.
  § 3. Het verlaagd forfaitbedrag bedoeld in artikel 114, § 1, derde en vierde lid, bedraagt :
  1° 33,74 euro voor de werknemer met gezinslast;
  2° 28,34 euro voor de alleenwonende werknemer;
  3° 19,66 euro voor de samenwonende werknemer bedoeld in artikel 114, § 4;
  4° 14,97 euro voor de samenwonende werknemer niet bedoeld in artikel 114, § 4.".

  Art. 4. - In artikel 124 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°) het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 124. Het dagbedrag van de overbruggingsuitkering en van de inschakelingsuitkering wordt vastgesteld :
  1° voor de werknemer met gezinslast op 34,02 euro;
  2° voor de alleenwonende werknemer op:
  a) 9,53 euro, indien hij minder dan 18 jaar is;
  b) 14,97 euro, indien hij 18 tot minder dan 21 jaar is;
  c) 25,01 euro, indien hij 21 jaar is of ouder. In voorkomend geval wordt het overeenkomstig artikel 113 geïndexeerde bedrag verhoogd tot het dagbedrag van het leefloon bedoeld in de artikelen 14, § 1 en 50 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, voor de alleenstaande persoon. Dit dagbedrag wordt bekomen door deling van het geïndexeerde jaarbedrag door 312, afgerond tot de hogere of lagere cent, naargelang de derde decimaal 5 bereikt of niet;
  3° voor de samenwonende werknemer :
  a) 8,01 euro indien hij minder dan 18 jaar is;
  b) 12,78 euro indien hij 18 jaar is of meer.";
  2°) in het tweede lid worden de bedragen van "8,39 euro" en "13,48 euro" respectievelijk vervangen door de bedragen van "8,68 euro" en "13,95 euro";
  3°) in het laatste lid wordt het bedrag van "34,15 euro" vervangen door het bedrag van "35,35 euro".

  Art. 5. - Artikel 125 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2015, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 125. In afwijking van artikel 124 bedraagt het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de werknemer die geniet van de vrijstelling voorzien in artikel 90 :
  1° in geval van palliatieve zorg 8,03 euro;
  2° in de andere gevallen 8,03 euro gedurende de eerste vierentwintig maanden van de vrijstelling en 6,52 euro vanaf de vijfentwintigste maand van vrijstelling.".

  Art. 6. - In artikel 127 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juli 2012, 22 januari 2013 en 20 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°) § 1, 3°, wordt opgeheven;
  2°) § 1, 6°, wordt opgeheven;
  3°) § 1, 7°, b), wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "b) het verlaagd forfaitbedrag bedoeld in artikel 115, § 3, met inbegrip van de anciënniteitstoeslag bedoeld in 8°;":
  4°) § 1, 8°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "8° voor de werknemer wiens dagbedrag overeenstemt met het bedrag voorzien in artikel 114, § 3, op 2,84 euro, in voorkomend geval, voor de werknemer met gezinslast, beperkt tot het verschil tussen het in punt 7°, a) bedoelde basisbedrag en het forfaitbedrag bedoeld in artikel 115, § 1, 1°.";
  5°) § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. Het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, verhoogd met de anciënniteitstoeslag wordt vastgesteld :
  1° voor de werknemer met gezinslast, bedoeld in § 1, 1°, op 36,60 euro;
  2° voor de alleenwonende werknemer bedoeld in § 1, 2°, op 33,17 euro;
  3° voor de samenwonende werknemer bedoeld in § 1, 4°, op 29,73 euro;
  4° voor de samenwonende werknemer bedoeld in § 1, 5°, op 27,05 euro.".

  Art. 7. - In artikel 131ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2013, worden tussen het derde en het vierde lid het volgende lid ingevoegd :
  "Het minimum dagbedrag van de uitkering bedoeld in de vorige leden wordt vastgesteld op 29,04 euro. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de spilindex 103,14, geldend op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100), volgens de regels bepaald in artikel 113.".

  Art. 8. - In de artikelen 3, tweede lid, en 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 december 2011 tot opheffing van het koninklijk besluit van 30 juli 1994 betreffende het halftijds brugpensioen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2015, wordt het bedrag van "11,99 euro" vervangen door het bedrag van "12,17 euro".

  Art. 9. - In artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 26 maart 2003 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, q, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de onthaalouders, vervangen bij het koninklijk besluit van 11 januari 2009 en gewijzigd bij het koninklijke besluit van 20 juli 2015, wordt het bedrag van "23,63 euro" vervangen door het bedrag van "23,98 euro".

  Art. 10. - Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2017.
  De loonschijf, bepaald krachtens artikel 119, 2°, van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991, waarin de werknemer werd ingeschaald ter gelegenheid van een uitkeringsaanvraag vóór 1 september 2017, blijft evenwel van toepassing tot op de dag voorafgaand aan deze waarop de berekeningsbasis van de uitkering herzien wordt in toepassing van artikel 118 van hetzelfde besluit.
  Het vorige lid is evenwel niet toepasselijk op de werknemer wiens uitkering beperkt werd tot het grensbedrag bedoeld in artikel 111, tweede lid, 6° van hetzelfde besluit, aangezien hij werd ingeschaald in de loonschijf corresponderend met dit grensbedrag.

  Art. 11. - De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 3 september 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 7, § 1, derde lid, i, vervangen bij de wet van 14 februari 1961 en q, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002, § 1septies, tweede en derde lid, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014 en § 1octies, derde en vierde lid, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014;
   Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
   Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 2003 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, q, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de onthaalouders;
   Gelet op het koninklijk besluit van 28 december 2011 tot opheffing van het koninklijk besluit van 30 juli 1994 betreffende het halftijds brugpensioen;
   Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 4 mei 2017;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 mei 2017;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 14 juli 2017;
   Gelet op advies 61.951/1/V van de Raad van State, gegeven op 14 augustus 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Werk,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie