J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2017/05/25/2017203326/justel

Titel
25 MEI 2017. - Wet met betrekking tot de financiering van het asbestfonds

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 21-06-2017 nummer :   2017203326 bladzijde : 66691       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-05-25/04
Inwerkingtreding : 01-01-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Opdracht en werking van het asbestfonds
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Hervorming 2015-2016 van de financiëring van het asbestfonds
Art. 3
HOOFDSTUK 4. - Overgangshervorming 2017-2019 van de financiëring van het asbestfonds
Art. 4
HOOFDSTUK 5. - Structurele hervorming van de financiëring van het asbestfonds vanaf 2020
Art. 5
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen en inwerkingtreding
Art. 6-7

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Opdracht en werking van het asbestfonds

  Art. 2. Artikel 113 van de programmawet (I) van 27 december 2006 wordt aangevuld met vier leden, luidende :
  "Het Asbestfonds kan eveneens, op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, preventieprojecten en projecten van academisch onderzoek financieren die verband houden met de asbestproblematiek binnen de grenzen bedoeld in artikel 116, eerste lid, 1°.
  Een forfaitair bedrag van maximum 650 000 euro, voorafgenomen op de inkomsten bedoeld in artikel 116, eerste lid, 1°, 2° en 3°, kan jaarlijks besteed worden aan deze projecten, op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Het bedrag voorafgenomen op de inkomsten bedoeld in artikel 116, eerste lid, 3°, is gelijk aan 5 % van het forfaitair bedrag bedoeld in het vierde lid en mag jaarlijks 50 000 euro niet overschrijden. Dit bedrag wordt tot en met 2025 gefinancierd met de financieringsoverschotten die voortkomen uit de reserve van het Asbestfonds dat tot stand werd gebracht door het globaal financieel beheer van het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
  Op 1 januari 2019 wordt het forfaitair bedrag van 650 000 euro bedoeld in het vierde lid, gekoppeld aan het spilindexcijfer van kracht tijdens de maand december 2018.
  Vanaf 2020 wordt het jaarlijks op 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.".

  HOOFDSTUK 3. - Hervorming 2015-2016 van de financiëring van het asbestfonds

  Art. 3. Artikel 116, 1°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 december 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Desalniettemin is voor de jaren 2015-2016 het in het eerste lid, 1°, bedoelde bedrag niet verschuldigd.".

  HOOFDSTUK 4. - Overgangshervorming 2017-2019 van de financiëring van het asbestfonds

  Art. 4. Artikel 116 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007, 22 december 2008, 23 december 2009 en 21 december 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 116. De inkomsten van het Asbestfonds bestaan uit :
  1° de opbrengst van de bijdragen ten laste van de werkgevers die geheel of gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de werkgevers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij en de werkgevers van studenten bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  Het bedrag van de bijdrage wordt vastgesteld op 0,01 % van de lonen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. De bijdrage is ieder jaar verschuldigd voor het eerste en het tweede trimester.
  De bijdrage wordt door de werkgever betaald aan de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de socialezekerheidsbijdragen voor de werknemers.
  De opbrengst van de bijdrage wordt door de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, gestort aan het Asbestfonds.
  De bepalingen van de algemene regeling van de sociale zekerheid voor werknemers, met name wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de bevoegde rechter ingeval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, zijn van toepassing.
  Onverminderd de toepassing van de andere burgerlijke sancties en de strafbepalingen, is de werkgever ten aanzien van wie wordt vastgesteld dat hij één of meerdere valse aangiften heeft gedaan om de betaling van de bijdrage of een deel ervan te ontduiken, een forfaitaire vergoeding verschuldigd waarvan het bedrag gelijk is aan het dubbel van de ontdoken bijdragen, en waarvan de opbrengst door de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, wordt gestort aan het Asbestfonds;
  2° een dotatie van de Federale Staat die, samen met de bijdrage bedoeld in de bepaling onder 1°, toelaat de uitgaven van het Asbestfonds te dekken, met uitzondering van het forfaitair bedrag bedoeld in de bepaling onder 3°, dat wordt voorafgenomen op de reserve tot stand gebracht op 1 januari 2017 in het Asbestfonds door de zelfstandigen, voor de preventieprojecten en de projecten van academisch onderzoek die verband houden met de asbestproblematiek.
  Deze dotatie wordt ingeschreven op de begroting van de FOD Sociale Zekerheid. De dotatie wordt gestort per trimestriële schijf, ten laatste op het einde van de eerste maand van het trimester, aan het Asbestfonds;
  3° een financiering via het sociaal statuut van de zelfstandigen voor de tussenkomst van het Asbestfonds ten gunste van de zelfstandigen die slachtoffers zijn van asbestose, die door de Koning kan worden vastgesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  4° schenkingen en legaten;
  5° de teruggevorderde bedragen verkregen ingevolge een subrogatierecht dat het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris) uitoefent overeenkomstig de bepalingen van artikel 125, § 3.
  Indien bij de voorbereiding van de begrotingen 2017, 2018 en 2019 blijkt dat de dotatie berekend overeenkomstig het eerste lid, 2°, een bedrag van 10 miljoen euro overschrijdt, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, het bedrag en de periodiciteit van de betaling van de bijdrage bedoeld in het eerste lid, 1°, wijzigen.".

  HOOFDSTUK 5. - Structurele hervorming van de financiëring van het asbestfonds vanaf 2020

  Art. 5. Artikel 116 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007, 22 december 2008, 23 december 2009 en 21 december 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 116. De inkomsten van het Asbestfonds bestaan uit :
  1° de opbrengst van de bijdragen ten laste van de werkgevers die geheel of gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de werkgevers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij en de werkgevers van de studenten bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  Het bedrag van de bijdrage wordt vastgesteld op 0,01 % van de lonen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. De Koning bepaalt jaarlijks, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, ten laatste in december van het jaar dat voorafgaat, op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, op basis van de begrotingsvooruitzichten, het aantal trimesters waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Bij gebrek aan een besluit genomen binnen de voormelde termijn, is de bijdrage verschuldigd voor het eerste en het tweede trimester.
  De bijdrage wordt door de werkgever betaald aan de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de sociale zekerheidsbijdragen voor de werknemers.
  De opbrengst van de bijdrage wordt door de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, gestort aan het Asbestfonds.
  De bepalingen van de algemene regeling van de sociale zekerheid voor werknemers, met name wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de bevoegde rechter ingeval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, zijn van toepassing.
  Onverminderd de toepassing van de andere burgerlijke sancties en de strafbepalingen, is de werkgever ten aanzien van wie wordt vastgesteld dat hij één of meerdere valse aangiften heeft gedaan om de betaling van de bijdrage of een deel ervan te ontduiken, een forfaitaire vergoeding verschuldigd waarvan het bedrag gelijk is aan het dubbel van de ontdoken bijdragen, en waarvan de opbrengst door de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, wordt gestort aan het Asbestfonds;
  2° een dotatie van de Federale Staat die, samen met de bijdrage bedoeld in de bepaling onder 1°, toelaat de uitgaven van het Asbestfonds te dekken, met uitzondering, tot en met 2025, van het forfaitair bedrag bedoeld in de bepaling onder 3°, dat wordt voorafgenomen van de reserve tot stand gebracht op 1 januari 2017 in het Asbestfonds door de zelfstandigen, voor de preventieprojecten en de projecten van academisch onderzoek die verband houden met de asbestproblematiek.
  Deze dotatie wordt ingeschreven op de begroting van de FOD Sociale Zekerheid. De dotatie wordt gestort per trimestriële schijf, ten laatste op het einde van de eerste maand van het trimester, aan het Asbestfonds.
  De te hoge financiering of het tekort aan financiering bij het afsluiten van de rekeningen van het Asbestfonds zal deel uitmaken van een regularisatie: in geval van een tekort aan financiering zal de dotatie van het volgende jaar worden verhoogd met het overeenkomstige bedrag; in geval van te hoge financiering zal het Asbestfonds dit terugstorten aan de Staat;
  3° een financiering via het sociaal statuut van de zelfstandigen voor de tussenkomst van het Asbestfonds ten gunste van de zelfstandigen die slachtoffers zijn van asbestose, dat door de Koning kan worden vastgesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  4° schenkingen en legaten;
  5° de teruggevorderde bedragen verkregen ingevolge een subrogatierecht dat het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris) uitoefent overeenkomstig de bepalingen van artikel 125, § 3.".

  HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen en inwerkingtreding

  Art. 6. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 mei 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers wordt opgeheven.

  Art. 7. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017, met uitzondering van hoofdstuk 3, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2015, en van hoofdstuk 5, dat in werking treedt op 1 januari 2020.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 mei 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale zaken,
M. DE BLOCK
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 54-2369

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie