J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
20 JANUARI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B en het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieėn C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 22-02-2017 nummer :   2017010777 bladzijde : 28909   BEELD
Dossiernummer : 2017-01-20/22
Inwerkingtreding : 04-03-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs
Art. 2-7
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B
Art. 8
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieėn C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
Art. 9
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Art. 10-11
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2015/653/EU van de Commissie van 24 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs

  Art. 2. In artikel 32, § 3, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 oktober 2008, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het theoretisch examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die onder de beėdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.
  Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een door het examencentrum aangewezen beėdigd doventolk. Onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wordt de tolk door de kandidaat vergoed. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven".

  Art. 3. In artikel 39 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt paragraaf 8 vervangen door wat volgt:
  " § 8. Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het praktische examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die door hem onder de beėdigde vertalers wordt gekozen. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.
  Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich laten bijstaan door een door hem gekozen beėdigd doventolk. Onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wordt de tolk door de kandidaat vergoed. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.".

  Art. 4. In artikel 63 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden de volgende wijzingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Voor de examens worden de volgende retributies betaald:
  1° theoretisch examen: 15 euro;
  2° praktisch examen:
  a) categorie AM:10 euro;
  b) categorieėn B+E en B met code 96:
  1) volledig praktisch examen: 36 euro;
  2) praktische proef alleen op de openbare weg: 31 euro;
  c) categorie G:
  1) praktisch examen, afgelegd in het examencentrum:
  i) volledig praktisch examen: 45 euro;
  ii) praktisch examen alleen op de openbare weg: 37,50 euro;
  2) praktisch examen, afgelegd in een rijschool, landbouwschool of landbouwopleidingscentrum:
  i) volledig praktisch examen: 65 euro;
  ii) praktisch examen alleen op de openbare weg: 57,50 euro;
  d) categorie B: praktisch examen: 39 euro;
  e) categorieėn A1, A2 en A:
  1) praktisch proef alleen op een terrein buiten het verkeer: 14 euro;
  2) praktisch proef alleen op de openbare weg: 31 euro;
  3) volledig praktisch examen: 36 euro;
  3° aanvullende retributie:
  a) categorie A1, A2 en A als het centrum zorgt voor het voertuig dat volgt: 19 euro;
  b) categorie A1, A2 of A als de examinator een voertuig van categorie A1, A2 of A gebruikt: 19 euro;
  c) het theoretisch examen, vermeld in artikel 32, § 3: een toeslag van 50 euro;
  4° retributiebijslag voor het praktisch examen, vermeld in paragraaf 2:
  a) categorie AM: 7,50 euro;
  b) andere categorieėn: 25 euro;
  5° afgifte door de examencentra van een duplicaat van elk document, voorgeschreven door dit besluit: 7,50 euro.
  In de bedragen, vermeld in het eerste lid, is de belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen.
  De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 werd bereikt.
  De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het op 31 december van het voorgaande jaar bereikte indexcijfer van de gezondheidsindex en worden tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.
  De retributies, vermeld in het eerste lid, worden vóór het examen geļnd.";
  2° in paragraaf 2 wordt tussen de zinsnede "bepaald in § 1" en de woorden "moet betaald worden" de zinsnede ", eerste lid, 4°, " ingevoegd.

  Art. 5. In bijlage 4 bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt, onder het opschrift `B wijze van beoordeling', het onderdeel "II. Categorieėn A1, A2, A, B, C1, C, D1 en D:
  Maximum aantal punten : 50.
  Minimum vereist om te slagen : 41." vervangen door wat volgt:
  "II. 1° Categorieėn A1, A2, A, C1, C, D1 en D:
  a) maximum aantal punten: 50;
  b) minimum vereist om te slagen: 41.
  2° Categorie B:
  a) maximum aantal punten: 50;
  b) minimum vereist om te slagen: 41.
  De kandidaat is niet geslaagd als hij ten minste twee verkeerde antwoorden geeft op vragen die betrekking hebben op de overtredingen van de derde of vierde graad, vermeld in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, of die betrekking hebben op het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid, bepaald in de reglementen die zijn uitgevaardigd op grond van de wet.".

  Art. 6. In bijlage 5 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004 en het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in onderdeel III.B. wordt punt 17 vervangen door wat volgt:
  "17. Zelfstandig rijden alleen voor categorie B.";
  2° aan onderdeel III.B. wordt een punt 18 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "18. Categorie B: de volgende manoeuvres worden uitgevoerd:
  1. voorafgaande controles:
  a) verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
  b) afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
  c) nakijken of de portieren goed gesloten zijn;
  d) banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel: steekproefsgewijze controle;
  e) de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;
  2. twee van volgende drie door lottrekking gekozen manoeuvres:
  a) keren in een smalle straat;
  b) in rechte lijn achteruitrijden;
  c) parkeren: door loting één van volgende parkeermanoeuvres uit te voeren:
  1) evenwijdig ten opzichte van de weg rechts parkeren tussen twee voertuigen;
  2) evenwijdig ten opzichte van de weg links parkeren tussen twee voertuigen;
  3) loodrecht ten opzichte van de weg vooruit in een vak parkeren;
  4) loodrecht ten opzichte van de weg achteruit in een vak parkeren.
  De manoeuvres, vermeld in III.B, 18, 1, en de parkeermanoeuvres, vermeld in III.B, 18, 2, c), 3) en 4), worden uitgevoerd op een openbare plaats. De manoeuvres, vermeld in III.B, 18, 2, a) en b) en de parkeermanoeuvres, vermeld in III.B, 18, 2, c), 1) en 2), worden uitgevoerd op de openbare weg.";
  3° in onderdeel III wordt een punt C toegevoegd, dat luidt als volgt:
  C. Proef gevaarherkenningstest (alleen voor categorie B): computertest in het examencentrum.";
  4° onderdeel VI.B wordt vervangen door wat volgt:
  "B. Proef op de openbare weg.
  B.1. De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld, uitgezonderd voor categorieėn A1, A2, A en B:
  1° bediening van het voertuig;
  2° plaats op de openbare weg;
  3° bochten;
  4° kruisen en inhalen;
  5° richtingsverandering;
  6° voorrang;
  7° verkeerslichten en bevelen;
  8° snelheid en verkeersinzicht;
  9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers;
  10° defensief rijden.
  De rubrieken, vermeld in punt 1° tot en met 10°, worden beoordeeld met "goed", "voorbehoud", "onvoldoende" of "slecht". De kandidaat wordt uitgesteld als:
  1° een rubriek beoordeeld wordt met "slecht";
  2° twee rubrieken beoordeeld worden met "onvoldoende";
  3° een rubriek beoordeeld wordt met "onvoldoende" en twee met "voorbehoud";
  4° vier rubrieken beoordeeld worden met "voorbehoud";
  5° rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.
  B.2. De proef wordt volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld voor de categorieėn A1, A2 en A:
  1° rubrieken:
  1. wegrijden;
  2. rechte wegen;
  3. bochten;
  4. kruispunten;
  5. veranderen richting en rijstrook;
  6. invoegen en uitvoegen;
  7. inhalen en kruisen;
  8. speciale verkeerssituaties;
  9. stoppen, parkeren, opnieuw invoegen;
  2° beoordelingsaspecten:
  A. bediening van het voertuig
  B. toepassen verkeersregels
  C. plaats op de weg
  D. kijktechniek
  E. aangepaste snelheid
  F. defensief rijden
  G. sociaal rijgedrag.
  De rubrieken, vermeld in punt 1°, worden beoordeeld op basis van de beoordelingsaspecten. De elementen die verkregen worden door de rubrieken en de beoordelingsaspecten te combineren, worden beoordeeld met "goed", "voldoende te verbeteren" of "slecht". De kandidaat wordt uitgesteld als:
  1° een element beoordeeld wordt met "slecht";
  2° rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de kandidaat of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.
  B.3 De proef openbare weg en de proef gevaarherkenningstest wordt voor de categorie B volgens de volgende rubrieken en beoordelingsaspecten beoordeeld:
  1° bediening van het voertuig;
  2° plaats op de openbare weg;
  3° bochten;
  4° kruisen en inhalen;
  5° richtingsverandering;
  6° voorrang;
  7° verkeerslichten en bevelen;
  8° snelheid en verkeersinzicht;
  9° gedrag ten overstaan van andere weggebruikers;
  10° defensief rijden;
  11° zelfstandig rijden;
  12° manoeuvres;
  13° gevaarherkenningstest.
  De rubrieken, vermeld in punt 1° tot en met 13°, worden beoordeeld met "goed", "voorbehoud", "onvoldoende" of "slecht". De kandidaat wordt uitgesteld als:
  1° een rubriek beoordeeld wordt met "slecht";
  2° twee rubrieken beoordeeld worden met "onvoldoende";
  3° een rubriek beoordeeld wordt met "onvoldoende" en twee met "voorbehoud";
  4° vier rubrieken beoordeeld worden met "voorbehoud";
  5° rijfouten of gevaarlijk rijgedrag de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.".

  Art. 7. In bijlage 6 bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, wordt punt XII vervangen door punt XII, opgenomen in de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B

  Art. 8. In artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 2013, wordt het tweede lid opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieėn C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E

  Art. 9. In artikel 27 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieėn C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, gewijzigd bij het koninklijke besluit van 10 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het theoretisch examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die onder de beėdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven."
  2° in paragraaf 1 wordt een tweede lid ingevoegd dat als volgt luidt:
  "Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich voor het theoretisch examen laten bijstaan door een door het examencentrum aangewezen beėdigd doventolk. Onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wordt de tolk door de kandidaat vergoed. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het praktische examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die door hem onder de beėdigde vertalers wordt gekozen. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.
  Kandidaten met een gehoorhandicap, namelijk dove of slechthorende kandidaten, kunnen zich voor het praktisch examen laten bijstaan door een door hem aangewezen beėdigd doventolk. Onverminderd de eventuele toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 houdende de vaststelling van overkoepelende regels voor het centraal tolkenbureau voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wordt de tolk door de kandidaat vergoed. De tolk mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven.".

  HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

  Art. 10. De artikelen 2, 3, 7 en 9 treden in werking op 1 maart 2017 en de artikelen 4 tot 6 treden in werking op 1 juni 2017.

  Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N. Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B en het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieėn C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
  XII. Rijgeschiktheidsattest afgeleverd door de geneesheer van het centrum, vermeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, aan de kandidaat voor het rijbewijs van groep 1
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 22-02-2017, p. 28914 )
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 20 januari 2017.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,
B. WEYTS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   DE VLAAMSE REGERING,
   Gelet op de wet betreffende de politie van het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, het laatst gewijzigd bij de wet van 28 april 2010, artikel 21, tweede lid, vervangen bij de wet van 9 juli 1976, artikel 23, § 1, 2°, 3°, gewijzigd bij de wet van 9 juli 1976, en 4°, vervangen bij de wet van 18 juli 1990 en artikel 27, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   Gelet op het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B;
   Gelet op het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieėn C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiėn, gegeven op 23 juni 2016;
   Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 15 juli 2016;
   Gelet op advies 59.890/VR van de Raad van State, gegeven op 30 september 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie