J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/12/12/2016011499/justel

Titel
12 DECEMBER 2016. - Wet tot wijziging van het wetboek van economisch recht, wat de bevoegdheid van de commissie voor boekhoudkundige normen betreft

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 20-12-2016 nummer :   2016011499 bladzijde : 87491       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-12-12/04
Inwerkingtreding : 30-12-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-5

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. Artikel III.93 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 17 juli 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. III.93. § 1. De Koning stelt een Commissie voor Boekhoudkundige Normen in; deze heeft tot taak :
  1° de regering en het Parlement op hun verzoek of uit eigen beweging van advies te dienen;
  2° door middel van adviezen en aanbevelingen bij te dragen tot de ontwikkeling van de leer van het boekhouden en de beginselen te bepalen van een regelmatige boekhouding.
  § 2. De Koning stelt in de schoot van de Commissie voor Boekhoudkundige normen een afzonderlijk College in dat tot taak heeft door middel van een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht vragen te beantwoorden betreffende de toepassing van de wettelijke bepalingen van het Belgisch Boekhoudrecht die onder de bevoegdheid van de Commissie vallen en waarvoor het op formele wijze wordt gevat.".

  Art. 3. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel III.93/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. III.93/1. § 1. Onder Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt verstaan het antwoord waarbij het College overeenkomstig de van kracht zijnde bepalingen vaststelt hoe de wet in hoofde van de aanvrager wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting die op jaarrekeningrechtelijk vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
  § 2. De aanvraag om een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt schriftelijk gericht aan het College. Zij moet gemotiveerd zijn en ondertekend zijn door een persoon die daartoe gemachtigd is door de aanvrager.
  Zij moet bevatten :
  - de identiteit van de aanvrager en, in voorkomend geval, die van de betrokken partijen en derden;
  - de beschrijving van de activiteiten van de aanvrager;
  - de volledige beschrijving van de bijzondere situatie of verrichting;
  - de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop het antwoord moet slaan.
  De aanvraag bevat, in voorkomend geval, een volledige kopie van de aanvragen die voor hetzelfde onderwerp werden ingediend bij een overheid, en van de beslissingen met betrekking tot deze aanvragen.
  Zolang het College geen antwoord heeft gegeven, moet de aanvraag worden aangevuld met elk nieuw element dat betrekking heeft op de voorgenomen situatie of verrichting.
  § 3. De Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt meegedeeld aan de aanvrager binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop het dossier alle nodige elementen bevat om een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht af te leveren. Het College en de aanvrager kunnen in onderlinge overeenstemming deze termijn wijzigen.
  Ten laatste binnen vijftien werkdagen vanaf het ogenblik dat de aanvraag volledig is, licht het College de aanvrager in over de overeenkomstig het vorige lid vastgestelde antwoordtermijn.
  § 4. Een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan niet worden gegeven wanneer:
  1° de aanvraag betrekking heeft op situaties of verrichtingen die identiek zijn aan die welke op jaarrekeningrechtelijk vlak reeds gevolgen hebben ten name van de aanvrager of op jaarrekeningrechtelijk vlak het voorwerp uitmaken van een administratief beroep of gerechtelijke handeling tussen de Belgische Staat en de aanvrager of aanhangig zijn gemaakt bij de rechterlijke macht;
  2° het treffen van een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht niet aangewezen is of zonder uitwerking is op grond van de in de aanvraag aangevoerde wettelijke of reglementaire bepalingen;
  3° de aanvraag voornamelijk fiscaalrechtelijke gevolgen ressorteert, tenzij in casu de primauteit van het boekhoudrecht reeds werd erkend of tenzij de aanvrager ermee instemt dat een overleg plaatsvindt met de bevoegde belastingautoriteit of er mee instemt dat met betrekking tot de voorliggende verrichting of situatie een aanvraag om voorafgaande beslissing in fiscale zaken zal worden ingediend die een overleg met de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken bij de Federale Overheidsdienst Financiën, opgericht bij koninklijk besluit van 13 augustus 2004, tot gevolg heeft.
  Een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan bovendien niet worden gegeven wanneer :
  1° bij het indienen van de aanvraag, essentiële elementen van de beschreven verrichting of situatie betrekking hebben op een vluchtland dat niet samenwerkt met de OESO;
  2° de beschreven verrichting of situatie geen economische substantie heeft in België.
  § 5. De Koning bepaalt wie de leden van het College dient voor te dragen, gekozen uit de leden van de Commissie waarbij minstens één lid tevens deel uitmaakt van het College dat overeenkomstig artikel 26 van de wet van 24 december 2002 belast is met de leiding van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken bij de Federale Overheidsdienst Financiën, benoemt de leden van het College, bepaalt de werkingsmodaliteiten van het College, bepaalt de in paragraaf 4, eerste lid, 2°, bedoelde materies en bepalingen, stelt nadere regels op met betrekking tot de termijn waarvoor een individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan worden gegeven en duidt aan wanneer een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht ophoudt te bestaan.
  § 6. De Individuele Beslissingen inzake Boekhoudrecht worden op anonieme wijze gepubliceerd op de website van de Commissie.
  § 7. De minister van Economie zendt elk jaar een verslag over de toepassing van artikel III.93, § 2, van het Wetboek van economisch recht naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.
  De identiteit van de aanvragers, de leden van het College en de leden van het wetenschappelijk secretariaat wordt niet in het verslag vermeld.
  Het verslag wordt door de Kamer van volksvertegenwoordigers openbaar gemaakt.".

  Art. 4. In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel III.93/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. III.93/2. § 1. De werkingskosten van de Commissie voor boekhoudkundige normen met inbegrip van deze van het voormelde College worden gedragen door de in artikel I.5, 1°, bedoelde ondernemingen die hun jaarrekening of hun geconsolideerde jaarrekening openbaar moeten maken door neerlegging bij de Nationale Bank van België. De Koning bepaalt het bedrag van deze bijdrage, die echter niet hoger mag zijn dan 3,72 euro geïndexeerd volgens dezelfde regels als deze die werden vastgesteld voor de indexering van de wedden en lonen in de overheidsdiensten. De Nationale Bank van België int deze bijdrage samen met de kosten voor de openbaarmaking van de jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening en maakt haar over aan de Commissie.
  § 2. Op de voorzitter na moeten de leden van de Commissie en van het College telkens voor de helft bestaan uit natuurlijke personen behorend tot de Nederlandse taalrol en voor de helft uit natuurlijke personen van de Franstalige taalrol.
  § 3. Elk lid van de Commissie, elk lid van het College en de medewerkers van de Commissie zijn, buiten het uitoefenen van hun opdracht, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan zij wegens de uitvoering van hun opdracht kennis hebben. Voor wat betreft de dossiers Individuele Beslissingen inzake Boekhoudrecht oefenen de leden van het College en de medewerkers van de Commissie hun opdracht uit wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, daaronder begrepen de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtsmachten, en van de Gemeenschappen en de Gewesten en de openbare instellingen of inrichtingen, inlichtingen verstrekken welke voor die diensten, instellingen of inrichtingen nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen.".

  Art. 5. Aan de mandaten van de leden van de Commissie, die bij de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, wordt van rechtswege een einde gesteld.
  De leden van de Commissie oefenen hun mandaat verder uit tot in hun vervanging voorzien is.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 december 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
K. PEETERS
De Minister van Justitie,
K. GEENS
De Minister van Financiën,
J. VAN OVERTVELDT
De Minister van K.M.O.'s,
W. BORSUS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 2090 Integraal Verslag : 24 november 2016.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie