J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
21 JULI 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 09-09-2016 nummer :   2016014241 bladzijde : 60978   BEELD
Dossiernummer : 2016-07-21/34
Inwerkingtreding : 01-10-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-34

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 2.15.2, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "twee of meer wielen" worden vervangen door de woorden "één of meer wielen";
  2° de woorden "dat naar bouw en motorvermogen, op een horizontale weg, niet sneller kan rijden dan 18 km per uur" worden vervangen door de woorden "met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 18 km per uur".

  Art. 2. In het hetzelfde besluit wordt een artikel 2.15.3 ingevoegd, luidende :
  "2.15.3. "Gemotoriseerd rijwiel", elk twee-, drie- of vierwielig voertuig met pedalen, uitgerust met een hulpaandrijving met als hoofddoel trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht wordt onderbroken bij een voertuigsnelheid van maximum 25 km per uur, met uitsluiting van de rijwielen bedoeld in artikel 2.15.1, tweede lid.
  De cilinderinhoud van een motor met inwendige verbranding bedraagt ten hoogste 50 cm3 en het netto-maximumvermogen 1 kW. Voor een elektrische motor bedraagt het nominaal continu maximumvermogen ten hoogste 1 kW.
  Het niet bereden gemotoriseerd rijwiel wordt niet als een voertuig beschouwd.".

  Art. 3. Artikel 2.17 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 juli 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  "2.17. "Bromfiets" :
  1) ofwel een "bromfiets klasse A", dit wil zeggen elk twee- of driewielig voertuig uitgerust met een motor met inwendige verbranding waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm3 bedraagt met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW, of met een elektrische motor met een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4kW en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 25 km per uur, met uitsluiting van de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen;
  2) ofwel een "bromfiets klasse B", dit wil zeggen :
  a) elk tweewielig voertuig, met uitsluiting van de bromfietsen klasse A en van de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur en met de volgende kenmerken :
  - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een motor met inwendige verbranding betreft, of
  - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft;
  b) elk drie- of vierwielig voertuig, met uitsluiting van de bromfietsen klasse A, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur en met de volgende kenmerken :
  - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een motor met elektrische ontsteking betreft, of
  - een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een motor met compressieontsteking betreft, of
  - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft.
  Voor vierwielige bromfietsen met een gesloten bestuurders- en passagiersruimte die maximaal van drie zijden toegankelijk is, bedraagt het netto-maximumvermogen of het nominaal continu maximumvermogen ten hoogste 6 kW.
  3) ofwel een "speed pedelec", dit wil zeggen elk tweewielig voertuig met pedalen, met uitsluiting van de gemotoriseerde rijwielen, met een hulpaandrijving met als hoofddoel trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht wordt onderbroken bij een voertuigsnelheid van maximum 45 km per uur, en met de volgende kenmerken :
  - een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een motor met inwendige verbranding betreft, of
  - een nominaal continu maximumvermogen van ten hoogste 4 kW indien het een elektrische motor betreft.
  De maximale lege massa van de driewielige bromfietsen is beperkt tot 270 kg; deze van de vierwielige bromfietsen tot 425 kg; voor de elektrische voertuigen geldt die massa evenwel zonder de batterijen.
  Drie- en vierwielige bromfietsen zijn uitgerust met maximaal twee zitplaatsen, inclusief de bestuurderszitplaats.
  De driewielige bromfiets met twee wielen die op dezelfde as zijn gemonteerd en waarvan de afstand tussen de middens van de contactvlakken van deze wielen met de grond kleiner is dan 0,46 m, wordt beschouwd als bromfiets met twee wielen.
  De niet-bereden tweewielige bromfiets wordt niet als voertuig beschouwd.
  Bevestiging van een aanhangwagen aan een bromfiets brengt geen wijziging in de classificatie van dit voertuig.
  De voertuigen bestuurd door personen met een handicap, uitgerust met een motor die niet toelaat zich sneller dan stapvoets voort te bewegen, worden niet als bromfiets beschouwd.".

  Art. 4. In artikel 2.20, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 juli 1997, worden de woorden "400 kg of 550 kg" vervangen door de woorden "450 kg of 600 kg".

  Art. 5. In artikel 2.34 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 1998, worden de woorden "en ruiters" vervangen door de woorden ", ruiters en bestuurders van speed pedelecs" en worden de woorden "of een deel van de openbare weg" ingevoegd tussen de woorden "een openbare weg" en de woorden "waarvan het begin".

  Art. 6. In artikel 2.46 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "een ziekenwagen" worden vervangen door de woorden "een rolstoel";
  2° de woorden ", een gemotoriseerd rijwiel " worden ingevoegd tussen de woorden "een fiets" en de woorden "of een tweewielige bromfiets ".

  Art. 7. In het hetzelfde besluit wordt een artikel 2.64 ingevoegd, luidende :
  "2.64. "Spitsstrook", deel van de openbare weg afgebakend door de wegmarkering bedoeld in artikel 72.7.".

  Art. 8. Artikel 7bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 februari 2003, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7bis. Gebruikers van een voorbewegingstoestel.
  De gebruikers van voortbewegingstoestellen waarmee niet sneller dan stapvoets wordt gereden, worden gelijkgesteld met voetgangers.
  De gebruikers van voortbewegingstoestellen waarmee sneller dan stapvoets wordt gereden, worden gelijkgesteld met fietsers.
  De voorschriften die de andere weggebruikers moeten naleven ten opzichte van respectievelijk voetgangers en fietsers, gelden eveneens ten opzichte van gebruikers van voortbewegingstoestellen.".

  Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een artikel 7ter ingevoegd, luidende :
  "Art. 7ter. Bestuurders van een gemotoriseerd rijwiel.
  De bestuurders van tweewielige gemotoriseerde rijwielen worden gelijkgesteld met fietsers.
  De bestuurders van drie- of vierwielige gemotoriseerde rijwielen worden gelijkgesteld met de bestuurders van drie-of vierwielige rijwielen.
  De voorschriften die de andere weggebruikers moeten naleven ten opzichte van respectievelijk fietsers en bestuurders van drie- of vierwielige rijwielen, gelden eveneens ten opzichte van bestuurders van gemotoriseerde rijwielen.".

  Art. 10. Artikel 8.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1987, 18 september 1991, 23 maart 1998, 14 mei 2002, 10 juli 2006, 1 september 2006, 13 februari 2007, 4 mei 2007, 28 november 2008, 16 juli 2009, 10 september 2009, 28 april 2011, 15 november 2013 en 29 januari 2014, wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
  "6° 16 jaar voor de bestuurders van gemotoriseerde rijwielen.".

  Art. 11. In artikel 9.1.2, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden "en speed pedelecs" ingevoegd tussen de woorden "klasse B" en de woorden "in dezelfde omstandigheden";
  b) in het tweede lid worden de woorden "en speed pedelecs" ingevoegd tussen de woorden "klasse B" en de woorden "in dezelfde omstandigheden";
  c) het derde lid wordt opgeheven.

  Art. 12. In artikel 9.5 van hetzelfde besluit, worden in de bepaling onder 3° de woorden "in artikel 63.2" vervangen door de woorden "in artikel 62bis".

  Art. 13. Artikel 18.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 september 1991, wordt aangevuld met de woorden, behalve indien deze voertuigen en slepen gebruikt worden in het kader van proefprojecten die er op gericht zijn deze voertuigen en slepen op korte afstand van elkaar te laten rijden".

  Art. 14. In artikel 21.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juni 1978, wordt de bepaling onder 3° opgeheven.

  Art. 15. In artikel 22quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 1998, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 april 2003 en 13 februari 2007 en gewijzigd bij de wet van 29 januari 2014, worden in het opschrift de woorden "en ruiters" vervangen door de woorden ", ruiters en bestuurders van speed pedelecs".

  Art. 16. In artikel 22octies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 februari 2007 en gewijzigd bij de wet van 29 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het opschrift worden de woorden "en ruiters" vervangen door de woorden ", ruiters en bestuurders van speed pedelecs";
  2° in artikel 22octies 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder c) hersteld als volgt :
  "c) gespannen op voorwaarde dat het symbool van een landbouwvoertuig is afgebeeld op de verkeersborden;";
  b) in het laatste lid worden de woorden "en ruiters" vervangen door de woorden ", ruiters en bestuurders van speed pedelecs";
  3° in artikel 22octies 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden "en ruiters" vervangen door de woorden ", ruiters en bestuurders van speed pedelecs";
  b) in het tweede lid worden de woorden "en ruiters" vervangen door de woorden ", bestuurders van niet gemotoriseerde drie- en vierwielers, ruiters en gespannen".

  Art. 17. In het hetzelfde besluit wordt een artikel 22decies ingevoegd, luidende :
  "Art. 22decies. Verkeer op spitsstroken.
  Het gebruik van spitsstroken wordt geregeld door de verkeerslichten bedoeld in artikel 62bis.
  Indien deze verkeerslichten buiten werking zijn is het verkeer op de spitsstrook niet toegelaten behalve :
  1° in de gevallen bedoeld in artikel 9.7;
  2° om de autosnelweg op te rijden of te verlaten;
  3° om van richting te veranderen.".

  Art. 18. In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 16 juli 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 juni 2000, 14 mei 2002, 18 december 2002, 4 april 2003 en 22 augustus 2006 worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De bestuurders en passagiers van speed pedelecs hebben de keuze tussen een bromfietshelm of een fietshelm.";
  2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De fietshelm, gedragen door bestuurders en passagiers van speed pedelecs, moet bescherming bieden aan de slapen en het achterhoofd.".

  Art. 19. In artikel 42.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 1990, 9 oktober 1998, 4 april 2003 en vervangen bij het koninklijk besluit van 13 februari 2007 worden de woorden " een fiets " vervangen door de woorden " een rijwiel, een gemotoriseerd rijwiel ".

  Art. 20. In artikel 42.2.2, laatste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", een tweewielig gemotoriseerd rijwiel" ingevoegd tussen de woorden "een fiets" en de woorden "of een tweewielige bromfiets".

  Art. 21. In artikel 44.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 december 2002, 14 mei 2002 en 9 mei 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden ", een gemotoriseerd rijwiel," ingevoegd tussen de woorden "Een fiets" en de woorden ", een bromfiets";
  2° in het tweede lid worden de woorden "aan fietsen" vervangen door de woorden "aan rijwielen of gemotoriseerde rijwielen";
  3° in het vierde lid worden de woorden " De fietser " vervangen door de woorden " Een rijwiel of een gemotoriseerd rijwiel ".

  Art. 22. Artikel 62bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 september 1991, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 62bis. Verkeerslichten boven de rijstroken of andere delen van de openbare weg.
  Verkeerslichten die boven de rijstroken of delen van de openbare weg geplaatst zijn hebben de volgende betekenis :
  1° het rode licht dat de vorm heeft van een kruis, betekent verboden richting op de rijstrook of het deel van de openbare weg, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 9.7;
  2° het groene licht dat de vorm heeft van een naar onder gerichte pijl betekent toegelaten richting op de rijstrook of het deel van de openbare weg;
  3° het oranje licht, eventueel knipperend, dat de vorm heeft van een schuin naar onder gerichte pijl betekent verboden richting, behalve om de rijstrook of het deel van de openbare weg te verlaten in de richting die door de pijl wordt aangegeven, en in de gevallen bedoeld in artikel 9.7.".

  Art. 23. Artikel 63.2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

  Art. 24. Artikel 65.2, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 20 juli 1990 en 18 december 2002 wordt aangevuld met de volgende onderborden :
  
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-09-2016, p. 60983-60984)

  Art. 25. In artikel 65.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 september 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift wordt aangevuld met de woorden "en signalisatie van toepassing op delen van de openbare weg";
  2° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "of een ander deel van de openbare weg" worden ingevoegd tussen de woorden "boven een rijstrook" en de woorden ", of wanneer";
  b) het wordt aangevuld met de woorden "of voor het betrokken gedeelte van de openbare weg".

  Art. 26. In artikel 68.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "Het verkeersbord C1 in combinatie met een onderbord van het model M.11 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het verbod evenmin geldt voor de bestuurders van speed pedelecs.
  Het verkeersbord C1 in combinatie met een onderbord van het model M.12 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het verbod evenmin geldt voor de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A en speed pedelecs.";
  2° in de bepaling onder 2° worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "en speed pedelecs";
  b) het wordt aangevuld met een lid luidende :
  "Het verkeersbord C3 of C31 in combinatie met een onderbord van het model M.11 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het verbod evenmin geldt voor de bestuurders van speed pedelecs.
  Het verkeersbord C3 of C31 in combinatie met een onderbord van het model M.12 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het verbod evenmin geldt voor de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A en speed pedelecs.".

  Art. 27. In artikel 69.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "Het verkeersbord D1 in combinatie met een onderbord van het model M.11 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het gebod evenmin geldt voor de bestuurders van speed pedelecs.
  Het verkeersbord D1 in combinatie met een onderbord van het model M.12 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het gebod evenmin geldt voor de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A en speed pedelecs.";
  2° het wordt aangevuld met de bepalingen onder 4°, 5°, 6° en 7°, luidende :
  "4° Het verkeersbord D7 in combinatie met een onderbord van het model M.13 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het fietspad moet gevolgd worden door de bestuurders van speed pedelecs.
  5° Het verkeersbord D7 in combinatie met een onderbord van het model M.14 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het fietspad moet gevolgd worden door de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B en speed pedelecs.
  6° Het verkeersbord D7 in combinatie met een onderbord van het model M.15 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het fietspad niet mag gevolgd worden door de bestuurders van speed pedelecs.
  7° Het verkeersbord D7 in combinatie met een onderbord van het model M.16 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat het fietspad niet mag gevolgd worden door de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B en speed pedelecs.".

  Art. 28. Artikel 70.2.1, 3° van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 1978, 1 juni 1984, 20 juli 1990, 18 september 1991, 9 oktober 1998, 28 december 2006, 9 januari 2007 en 29 januari 2014, wordt aangevuld met de bepalingen i) en j) luidende :
  "i) Het onderbord M19 bedoeld in artikel 65.2, duidt aan dat het parkeren voorbehouden is voor speed pedelecs.
  j) Het onderbord M20 bedoeld in artikel 65.2 duidt aan dat het parkeren voorbehouden is voor fietsen en speed pedelecs.".

  Art. 29. In artikel 71.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 1978, 8 april 1983, 17 september 1988, 20 juli 1990, 1 februari 1991, 18 september 1991, 16 juli 1997, 9 oktober 1998, 17 oktober 2001, 4 april 2003, 20 juni 2006, 26 april 2007, 4 december 2012, 29 januari 2014, de wet van 10 juli 2013 en het koninklijk besluit van 21 juli 2014, worden worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de legende van het verkeersbord F15 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder het eerste streepje worden de woorden "of opwaarts" ingevoegd tussen het woord "neerwaarts" en het woord "gerichte";
  b) in de bepaling onder het tweede streepje worden de woorden "of neerwaarts" ingevoegd tussen het woord "opwaarts" en het woord "gerichte";
  2° De verkeersborden F99a, F101a, F99c en F101c worden vervangen als volgt :
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-09-2016, p. 60986 )
  Weg of deel van de openbare weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-09-2016, p. 60986 )
  Einde van de weg of van het deel van de openbare weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-09-2016, p. 60986 )
  Weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs.
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-09-2016, p. 60986 )
  Einde van de weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs.";
  3° In de legende van de verkeersborden F99b en F101b worden de woorden "of deel van de openbare weg" ingevoegd tussen het woord "weg" en het woord "voorbehouden" en worden de woorden "en ruiters" vervangen door de woorden ", ruiters en bestuurders van speed pedelecs".

  Art. 30. In artikel 71.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1990, worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, luidende :
  "Het verkeersbord F19 in combinatie met een onderbord van het model M.17 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat bestuurders van speed pedelecs eveneens in de twee richtingen mogen rijden.
  Het verkeersbord F19 in combinatie met een onderbord van het model M.18 bedoeld in artikel 65.2, betekent dat bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A en speed pedelecs eveneens in de twee richtingen mogen rijden.".

  Art. 31. In hetzelfde besluit wordt een artikel 72.7 ingevoegd, luidende :
  "72.7. Een onderbroken streep met kortere tussenafstanden en langere trekken dan de rijstrookmarkering bedoeld in artikel 72.3, bakent een spitsstrook af.".
  
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-09-2016, p. 60987 )

  Art. 32. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 17 maart 2005, 13 februari 2007, 23 december 2008, 28 april 2011 en 15 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 3°, derde lid, worden de woorden "en de gemotoriseerde rijwielen bedoeld in artikel 2.15.3" ingevoegd tussen de woorden "in artikel 2.15.2, 2° " en de woorden ", van het koninklijk besluit";
  b) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  "4° "bromfiets", twee- of driewielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;";
  c) de bepaling onder 6° /1 wordt vervangen als volgt :
  "6° /1 "lichte vierwieler", vierwielige motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur als omschreven in bijlage I van verordening nr. 168/2013 van het Europees parlement en de raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;".

  Art. 33. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 34. De minister bevoegd voor het Wegverkeer is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 21 juli 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Mobiliteit,
F. BELLOT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, eerste lid;
   Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
   Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, op 27 oktober 2015, met toepassing van artikel 5, lid 1, van richtlijn 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;
   Gelet op advies 59.195/4 van de Raad van State, gegeven op 27 april 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende de Verordening nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers;
   Op de voordracht van de Minister van Mobiliteit,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie