J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2016/07/08/2016036317/justel

Titel
8 JULI 2016. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 22-08-2016 nummer :   2016036317 bladzijde : 52734       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-07-08/06
Inwerkingtreding : 01-09-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Kanselarij en Bestuur
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Art. 3-4
HOOFDSTUK 4. - Werk en Sociale Economie
Afdeling 1. - Opheffen van de overstappremie
Art. 5-6
Afdeling 2. - Invoeren van de afgevlakte/geblokkeerde gezondheidsindex in het decreet Sociale Werkplaatsen
Art. 7
HOOFDSTUK 5. - Mobiliteit en Openbare Werken
Art. 8-11
HOOFDSTUK 6. - Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed
Art. 12
HOOFDSTUK 7. - Onderwijs en Vorming
Afdeling 1. - Investeringsmiddelen hogescholen - aanpassing bedragen naar aanleiding van overdracht
Art. 13
Afdeling 2. - Sociale toelage hogeronderwijsinstellingen - aanpassing regelgeving
Art. 14-18
Afdeling 3. - Verdeling middelen hogere taalvereiste NT2 voor schooljaar 2016-2017
Art. 19
Afdeling 4. - Begrotingsfonds Departement Onderwijs en Vorming - verbreding van de projectenscope
Art. 20
Afdeling 5. - Fonds Dienstverlening AHOVOKS
Art. 21-22
Afdeling 6. - Aanpassing timing indiening begroting
Art. 23-24
Afdeling 7. - Aanpassing timing indiening jaarrekeningen
Art. 25
HOOFDSTUK 8. - Financiën en Begroting
Afdeling 1. - Het Fonds ter valorisatie van de GIMV-participatie wordt opgeheven
Art. 26
Afdeling 2. - Het Fonds voor het Beheer, Uitrusting, Geschiktmaking, Onderhoud van gronden wordt opgeheven
Art. 27
Afdeling 3. - Onroerende voorheffing
Art. 28
HOOFDSTUK 9. - Leefmilieu, Natuur en Energie
Afdeling 1. - Wijziging van artikel 14 van het Energiedecreet van 8 mei 2009
Art. 29-30
Afdeling 2. - Wijziging van titel XIV van het Energiedecreet van 8 mei 2009
Art. 31
Afdeling 3. - Klimaatprijs voor duurzame klimaatprojecten die een bijdrage leveren aan het behalen van de lokale en Vlaamse milieu- en klimaatdoelstellingen
Art. 32
Afdeling 4. - De Prijs Rudi Verheyen voor wetenschappelijk werk met een bijzondere verdienste voor het Vlaamse milieu- en natuurbeleid
Art. 33
Afdeling 5. - Wijziging van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - Milieuheffingen
Art. 34-35
HOOFDSTUK 10. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Afdeling 1. - Aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers
Art. 36
Afdeling 2. - Gewezen DAC-statuut in woonzorgcentra
Art. 37
HOOFDSTUK 11. - Inwerkingtreding
Art. 38

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemeen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

  HOOFDSTUK 2. - Kanselarij en Bestuur

  Art. 2. In artikel 79 van het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012 en 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. De DAB ICT wordt als interne ICT-dienstverlener belast met het aanbieden van diensten inzake informatie- en communicatietechnologie ter ondersteuning van de entiteiten van de Vlaamse overheid en van de lokale en provinciale besturen.";
  2° paragraaf 2bis, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008 en gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012 en 18 december 2015, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 3. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media

  Art. 3. In titel 3, hoofdstuk 4, van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid wordt afdeling 2, dat bestaat uit artikel 20 en 21, vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 2. - Ondersteuning van het integraal lokaal cultuurbeleid

  Art. 20. De Vlaamse Regering subsidieert een organisatie die als doel heeft gemeenten te ondersteunen bij de digitale uitdagingen van hun cultuurbeleid, met klemtoon op openbare bibliotheken, cultuur- en gemeenschapscentra en aandacht voor sectoroverschrijdende verbindingen.

  Art. 21. De organisatie, vermeld in artikel 20, voert volgende strategische doelstellingen uit :
  1° uitzetten van stimuleringstrajecten om het lokaal cultuurbeleid te sensibiliseren rond de digitale uitdagingen;
  2° concrete proefprojecten uitvoeren in samenwerking met lokale besturen en lokale cultuurprofessionals om oplossingen voor de digitale uitdagingen van het lokaal cultuurbeleid te zoeken;
  3° succesvolle proefprojecten op te schalen tot bovenlokale diensten waarop gemeenten kunnen intekenen;
  4° bovenlokale diensten kwalitatief te beheren in een consortiummodel met deelnemende gemeenten.
  Voor de uitvoering van de opdrachten kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe, waarvan ze het bedrag bepaalt. De subsidie wordt toegekend ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten en omvat gelijktijdig de subsidiëring van een kern van personeelsleden, de jaarlijkse toekenning van een basistoelage voor de werking en een subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten.
  De Vlaamse Regering sluit een vijfjarige overeenkomst af met de organisatie waarin de strategische doelstellingen worden geconcretiseerd in operationele doelstellingen en de jaarlijkse subsidie voor personeel en werking wordt toegekend. Na een positieve evaluatie van de uitvoering van de overeenkomst in de loop van het laatste jaar sluit de Vlaamse Regering een nieuwe vijfjarige overeenkomst.
  De wijze waarop de organisatie uitvoering zal geven aan de doelstellingen uit de overeenkomst wordt beschreven in een vijfjarig meerjarenplan dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de minister bevoegd voor Cultuur.
  De Vlaamse Regering kan de datum waarop deze overeenkomst in werking treedt bepalen en kan een afwijkende looptijd voorzien voor de eerste keer dat deze overeenkomst wordt gesloten.".

  Art. 4. In titel 3, hoofdstuk 4, van hetzelfde decreet wordt afdeling 4, dat bestaat uit de artikelen 31 tot en met 33, opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Werk en Sociale Economie

  Afdeling 1. - Opheffen van de overstappremie

  Art. 5. § 1. In artikel 7 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de programmawet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, derde lid, wordt punt zc opgeheven;
  2° paragraaf 4ter wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4ter. Het toezicht en de controle op de uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, i), m) en p), van deze besluitwet, en de uitvoeringsbesluiten van de voormelde bepalingen, verlopen conform het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht.".

  Art. 6. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 maart 2016, wordt punt 48° opgeheven.

  Afdeling 2. - Invoeren van de afgevlakte/geblokkeerde gezondheidsindex in het decreet Sociale Werkplaatsen

  Art. 7. Aan artikel 89 van afdeling 2 `Toepassing afgevlakte gezondheidsindex' van het decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 wordt een punt 78° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "78° artikel 12, § 3, van het decreet van 14 juli 1998 inzake sociale werkplaatsen.".

  HOOFDSTUK 5. - Mobiliteit en Openbare Werken

  Art. 8. De instelling belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen stort in het fonds, bedoeld in artikel 42, § 1, van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015 een financiële bijdrage voor de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren. De bijdrage bedraagt 0,25 euro per prestatie die voortvloeit uit de door de Vlaamse Regering aan de instelling toevertrouwde opdrachten.

  Art. 9. De regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instelling belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen gebeurt door het totaal van de door haar in rekening te brengen kosten en vergoedingen vast te stellen.
  Indien het jaarlijks totaal van de netto-ontvangsten van de instelling belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen, hoger is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, stort de instelling het overschot aan het fonds, bedoeld in artikel 42, § 1, van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015. Onder netto-ontvangsten worden de geïnde vergoedingen begrepen na aftrek van de btw, de bijdragen die de instelling verschuldigd is ter financiering van de uitgaven voor de werking, de subsidies en de investeringen ten bate van de verkeersveiligheid en de in artikel 8 van dit decreet bedoelde bijdragen.
  Indien het totaal lager is dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt het negatief saldo gedekt door het fonds, bedoeld in artikel 42, § 1, van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015.
  Deze regularisatie gebeurt per boekjaar.
  De kosten en de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald door de Vlaamse Regering.

  Art. 10. In artikel 42 van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 3 worden een punt 3° en 4° toegevoegd, die luiden als volgt :
  "3° de bijdrage en overschotten bedoeld in artikel 8 en 9 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016;
  4° de middelen voortvloeiend uit de activa van het Fonds voor Voorziening en van Openbaar Nut voor de Inspectie van Automobielen, afgekort FIA, vereniging zonder winstoogmerk, opgericht op 7 juli 1970.";
  2° aan paragraaf 4 worden na de woorden "ten bate van verkeersveiligheid" de woorden "met inbegrip van de regeling van de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren" toegevoegd.

  Art. 11. In artikel 1, § 1, tweede lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, worden de woorden "op de regularisatie van hun exploitatievoorwaarden teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren en" geschrapt.

  HOOFDSTUK 6. - Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed

  Art. 12. In artikel 16 van het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "Stichting Vlaams Erfgoed" vervangen door de woorden "vzw Herita";
  2° in het tweede lid worden tussen de woorden "wordt gemachtigd'' en de woorden "het bedrag'' de woorden "de voorwaarden en'' ingevoegd.

  HOOFDSTUK 7. - Onderwijs en Vorming

  Afdeling 1. - Investeringsmiddelen hogescholen - aanpassing bedragen naar aanleiding van overdracht

  Art. 13. In artikel III.46, § 1, tweede lid, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden in de tabel de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° bij UC Limburg wordt het bedrag ``1.091.071'' vervangen door het bedrag ``932.962'';
  2° bij LUCA School of Arts wordt het bedrag ``1.240.061'' vervangen door het bedrag ``1.398.170''.

  Afdeling 2. - Sociale toelage hogeronderwijsinstellingen - aanpassing regelgeving

  Art. 14. Artikel III.67 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. III.67. § 1. De sociale toelage voor de hogescholen en de universiteiten bedraagt in totaal respectievelijk 24.455.616,52 euro en 22.142.976,89 euro op prijsniveau 2015. Het bedrag van de sociale toelage voor de universiteiten wordt vanaf 2016 verhoogd met 1.000.000 euro.
  Die bedragen worden binnen de perken van de jaarlijkse begrotingskredieten jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de volgende formule :
  I = 0,50 x (L1/L0) + 0,50 x (Cl/CO), waarbij
  1° I : de indexformule;
  2° L1/L0 : de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het betreffende begrotingsjaar n en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van begrotingsjaar n-1;
  3° Cl/CO : de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het betreffende begrotingsjaar n en de index van de consumptieprijzen op het einde van begrotingsjaar n-1.
  § 2. De bedragen voor de sociale toelage, berekend overeenkomstig dit artikel, worden vanaf het begrotingsjaar 2016 met 2 % verminderd.".

  Art. 15. In artikel III.68 van dezelfde codex wordt het laatste lid vervangen door wat volgt :
  "De opgenomen studiepunten, vermeld in dit artikel, zijn de studiepunten berekend overeenkomstig artikel III.7 van deze codex, met behoud van artikel III.30, § 1.".

  Art. 16. Artikel III.70 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. III.70. § 1. Het bedrag van de totale sociale toelage voor de universiteiten, vermeld in artikel III.67, wordt onder de universiteiten verdeeld op basis van het aandeel van elke universiteit in het totale aantal opgenomen studiepunten van alle universiteiten.
  De sociale toelage die een universiteit ontvangt in het begrotingsjaar t kan echter niet lager zijn dan 98 % van de sociale toelage die haar in het begrotingsjaar t-1 is toegekend.
  Daarbij wordt de volgende berekeningswijze gehanteerd :
  1° stap 1 : voor iedere universiteit wordt het bedrag berekend op basis van haar aandeel in het aantal opgenomen studiepunten;
  2° stap 2 : voor iedere universiteit wordt in het begrotingsjaar t 98 % van het bedrag dat de universiteit als sociale toelage ontvangen heeft in begrotingsjaar t-1, als referentiepunt vastgeklikt;
  3° stap 3 : als voor een universiteit het bedrag berekend in stap 1 kleiner is dan het bedrag berekend in stap 2, dan ontvangt die universiteit als sociale toelage het bedrag dat als referentiepunt is vastgeklikt overeenkomstig stap 2;
  4° stap 4 : als voor een universiteit het bedrag berekend in stap 1 groter is dan het bedrag berekend in stap 2, dan ontvangt die universiteit als sociale toelage het bedrag berekend in stap 2, vermeerderd met het procentueel aandeel van de instelling in het positieve verschil tussen de som van de bedragen, berekend conform stap 1 en de som van de bedragen, berekend conform stap 2.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor het begrotingsjaar 2016 het bijkomende bedrag van 1.000.000 euro, vermeld in artikel III.67, § 1, niet meegenomen in de berekeningen. Dit bedrag van 1.000.000 euro wordt in het begrotingsjaar 2016 verdeeld op basis van het aandeel van elke universiteit in het totale aantal opgenomen studiepunten van alle universiteiten.
  De universiteiten hebben in het begrotingsjaar 2015 de volgende bedragen ontvangen als sociale toelage, uitgedrukt in euro :
  Universiteit Gent : . . . . . 6.536.766,28
  Universiteit Hasselt : . . . . . 1.024.879,72
  Universiteit Antwerpen : . . . . . 2.988.564,34
  Katholieke Universiteit Leuven : . . . . . 8.319.535,83
  Vrije Universiteit Brussel : . . . . . 2.157.495,12.
  Deze bedragen gelden als basis voor de berekeningen, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. De opgenomen studiepunten, vermeld in dit artikel, zijn de studiepunten, berekend overeenkomstig artikel III.7 van deze codex, met behoud van artikel III.30, § 1.".

  Art. 17. Artikel III.71 van dezelfde codex wordt opgeheven.

  Art. 18. Artikel III.71/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, wordt opgeheven.

  Afdeling 3. - Verdeling middelen hogere taalvereiste NT2 voor schooljaar 2016-2017

  Art. 19. In artikel 196quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt tussen de zinsnede "schooljaar 2015-2016" en het woord "worden" de zinsnede "en schooljaar 2016-2017" ingevoegd;
  2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt tussen de zinsnede "schooljaar 2015-2016" en het woord "wordt" de zinsnede "tot en met het schooljaar 2016-2017" ingevoegd.

  Afdeling 4. - Begrotingsfonds Departement Onderwijs en Vorming - verbreding van de projectenscope

  Art. 20. In artikel 41 van het decreet van 20 december 2013 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2014, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3 wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  "3° projectsubsidies, verkregen door Vlaamse, Europese en/of (inter)nationale (co)financiering van projecten.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Het fonds wordt aangewend ter financiering van :
  1° de specifieke werkingskosten in verband met Onderwijscommunicatie, Klasse, Klascement en met inbegrip van projecten met Vlaamse, Europese of (inter)nationale (co)financiering;
  2° alle personeels- en werkingskosten die voortvloeien uit projecten met Vlaamse, Europese en/of (inter)nationale (co)financiering.".

  Afdeling 5. - Fonds Dienstverlening AHOVOKS

  Art. 21. In het decreet van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 worden in hoofdstuk 2 `Onderwijs' de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de titel van afdeling 7 worden de woorden "Fonds Dienstverlening AKOV" vervangen door de woorden "Begrotingsfonds Dienstverlening AHOVOKS";
  2° aan artikel 26, § 1, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid draagt het begrotingsfonds met ingang van 1 juli 2015 de naam "Begrotingsfonds Dienstverlening AHOVOKS".".

  Art. 22. Artikel 69 van het decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 wordt opgeheven.

  Afdeling 6. - Aanpassing timing indiening begroting

  Art. 23. In artikel IV.13 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2014, wordt in het eerste lid de datum "15 september" vervangen door de datum "10 september".

  Art. 24. In artikel IV.21 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2014, wordt in het eerste lid de datum "15 september" vervangen door de datum "10 september".

  Afdeling 7. - Aanpassing timing indiening jaarrekeningen

  Art. 25. Paragraaf 1 van artikel IV.83 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het instellingsbestuur dient elk jaar bij de Vlaamse Regering een jaarrekening in waarin het rekenschap aflegt over het financiële beheer van de instelling.
  Voor de indiening van de jaarrekeningen geldt het volgende tijdsschema :
  1° een prefiguratie van de jaarrekening die betrekking heeft op het lopende begrotingsjaar t, opgemaakt volgens het ESR-schema, wordt ingediend bij de Vlaamse Regering vóór 15 november van het begrotingsjaar t;
  2° een update van de prefiguratie van de jaarrekening die betrekking heeft op het begrotingsjaar t, opgemaakt volgens het ESR-schema, wordt ingediend bij de Vlaamse Regering vóór 15 februari van het begrotingsjaar t+1;
  3° een prefiguratie van de jaarrekening die betrekking heeft op het begrotingsjaar t, opgemaakt volgens het ESR-schema en voorgelegd aan de bedrijfsrevisor, wordt ingediend bij de Vlaamse Regering vóór 30 maart van het begrotingsjaar t+1;
  4° de definitieve jaarrekening die betrekking heeft op het begrotingsjaar t en opgemaakt conform de voorschriften van de Vlaamse Regering, vermeld in paragraaf 2 van dit artikel, wordt ingediend bij de Vlaamse Regering vóór 15 april van het begrotingsjaar t+1.
  Onder ESR-schema wordt begrepen het schema van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie, in navolging van de verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap.
  De definitieve jaarrekening gaat vergezeld van een door het instellingsbestuur opgesteld jaarverslag ten aanzien van alle voorzieningen van de instelling. De jaarrekening en het jaarverslag zijn openbare documenten.".

  HOOFDSTUK 8. - Financiën en Begroting

  Afdeling 1. - Het Fonds ter valorisatie van de GIMV-participatie wordt opgeheven

  Art. 26. Het Fonds ter valorisatie van de GIMV-participatie opgericht bij artikel 38 van het decreet van 24 juni 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2005 wordt opgeheven. Het beschikbare saldo op basisallocatie 1CC023 van het begrotingsartikel CB0-1CEB4AB-PA wordt gedesaffecteerd naar de algemene middelen.

  Afdeling 2. - Het Fonds voor het Beheer, Uitrusting, Geschiktmaking, Onderhoud van gronden wordt opgeheven

  Art. 27. Artikel 5, § 2, van het decreet van 24 juni 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2005 wordt opgeheven. Het beschikbare saldo op basisallocatie 1CC027 van het begrotingsartikel CB0-1CEB4AB-WT wordt gedesaffecteerd naar de algemene middelen.

  Afdeling 3. - Onroerende voorheffing

  Art. 28. Artikel 3.2.1.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 3.2.1.0.2. Aanslagen inzake de onroerende voorheffing die betrekking hebben op onroerende goederen die samen een kadastraal inkomen hebben van minder dan 15 euro, worden niet in een kohier opgenomen.
  Een aanslag heeft betrekking op de onroerende goederen die gelegen zijn in eenzelfde gemeente en waarvan de zakelijke rechten van een belastingplichtige of groep van belastingplichtigen voor elk van die onroerende goederen identiek zijn.".

  HOOFDSTUK 9. - Leefmilieu, Natuur en Energie

  Afdeling 1. - Wijziging van artikel 14 van het Energiedecreet van 8 mei 2009

  Art. 29. Aan artikel 14.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, vervangen door het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd door het decreet van 18 december 2015, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Na de toepassing van die coëfficiënt worden de bedragen afgerond op de hogere eurocent.".

  Art. 30. In artikel 14.2.2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, vervangen door het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd door de decreten van 3 juli 2015 en 18 december 2015, wordt het woord "trimester" telkens vervangen door het woord "maand".

  Afdeling 2. - Wijziging van titel XIV van het Energiedecreet van 8 mei 2009

  Art. 31. Aan titel XIV, hoofdstuk I, van het Energiedecreet van 8 mei 2009 wordt een artikel 14.1.4 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 14.1.4. Internationale organisaties en Europese instellingen die op basis van een zetelakkoord of een verdrag in België van belastingen op hun officieel gebruik zijn vrijgesteld, en die in de loop van het heffingsjaar volgens het toegangsregister titularis waren van een afnamepunt als vermeld in artikel 14.1.1, worden vrijgesteld van de heffing, vermeld in deze titel.
  De organisaties en instellingen, vermeld in het eerste lid, kunnen bij de toegangshouder van het afnamepunt de terugbetaling vragen van de bij hen, conform artikel 14.2.2, § 1, door de toegangshouder van het afnamepunt geïnde bedragen. Indien die toegangshouder dat bedrag op basis van de procedure, vermeld in artikel 14.2.2, § 2, al ten gunste van het Energiefonds heeft doorgestort, dan wordt het verschil door hem in mindering gebracht van het bedrag van de heffing dat de toegangshouder op de volgende vervaldatum moet storten.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de procedure voor de teruggave of verrekening, vermeld in het tweede lid.".

  Afdeling 3. - Klimaatprijs voor duurzame klimaatprojecten die een bijdrage leveren aan het behalen van de lokale en Vlaamse milieu- en klimaatdoelstellingen

  Art. 32. In het decreet van 18 december 2015 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie wordt een artikel 170/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 170/1. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de Klimaatprijs uit te reiken. De Klimaatprijs is een jaarlijkse prijs voor duurzame klimaatprojecten die een bijdrage leveren aan het behalen van de lokale en Vlaamse milieu- en klimaatdoelstellingen.".

  Afdeling 4. - De Prijs Rudi Verheyen voor wetenschappelijk werk met een bijzondere verdienste voor het Vlaamse milieu- en natuurbeleid

  Art. 33. In het decreet van 18 december 2015 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie wordt een artikel 170/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 170/2. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de Prijs Rudi Verheyen uit te reiken. De Prijs Rudi Verheyen is een jaarlijkse prijs voor wetenschappelijk werk met een bijzondere verdienste voor het Vlaamse milieu- en natuurbeleid.".

  Afdeling 5. - Wijziging van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - Milieuheffingen

  Art. 34. In artikel 46 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1, 3°, wordt de zin "Vanaf 1 juli 2016 geldt een tarief van 100 euro per ton;" toegevoegd;
  2° aan paragraaf 1, 5°, wordt de zin "Vanaf 1 juli 2016 geldt een tarief van 55 euro per ton;" toegevoegd;
  3° aan paragraaf 1, 6°, wordt een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "c) vanaf 1 juli 2016 : 15 euro per ton voor het storten van niet-brandbare, niet-recycleerbare slibresidu's afkomstig van PST-installaties op een daarvoor vergunde stortplaats;";
  4° aan paragraaf 1, 9°, worden de volgende zinnen toegevoegd :
  "Vanaf 1 juli 2016 geldt een tarief van 30 euro per ton. Ook in geval van export naar een ander gewest of lidstaat geldt het tarief slechts voor niet-brandbare afvalstoffen waarvoor wordt aangetoond dat de immobilisatie noodzakelijk is om te voldoen aan de in het Vlaamse Gewest geldende voorwaarden voor het storten van de betreffende afvalstoffen;";
  5° aan paragraaf 1, 11°, worden de volgende zinnen toegevoegd :
  "Vanaf 1 juli 2016 tot en met 2019 geldt dit tarief ook voor niet-recycleerbare residu's van selectief ingezameld gipsafval, afkomstig van bedrijven die selectief ingezameld gipsafval verwerken tot grondstof voor de productie van nieuwe gipsproducten. Dit tarief geldt voor een hoeveelheid die voor 2016 15 % en voor 2017, 2018 en 2019 10 % bedraagt van de hoeveelheid selectief ingezameld gipsafval dat bij betreffende bedrijven wordt aangevoerd;";
  6° aan paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Vanaf 1 juli 2016 geldt een tarief van 100 * K euro per ton;";
  7° aan paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Vanaf 1 juli 2016 geldt een tarief van 55 * K euro per ton.";
  8° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de punten 6°, 7° en 8° vervangen door wat volgt :
  "6° in het heffingsjaar 2016 voor een te storten hoeveelheid die maximaal 60 % bedraagt van de hoeveelheid materialen, waarvan maximaal 3 % metalen, die gewonnen werd in de PST-installatie en die voor nuttige toepassing werd afgevoerd;
  7° in de heffingsjaren 2017, 2018 en 2019 voor een te storten hoeveelheid die maximaal 50 % bedraagt van de hoeveelheid materialen, waarvan maximaal 3 % metalen, die gewonnen werd in de PST-installatie en die voor nuttige toepassing werd afgevoerd;
  8° in het heffingsjaar 2020 voor een te storten hoeveelheid die maximaal 40 % bedraagt van de hoeveelheid materialen, waarvan maximaal 3 % metalen, die gewonnen werd in de PST-installatie en die voor nuttige toepassing werd afgevoerd;";
  9° aan paragraaf 2, vijfde lid, worden de punten 9° tot en met 11° toegevoegd, die luiden als volgt :
  "9° in het heffingsjaar 2021 voor een te storten hoeveelheid die maximaal 30 % bedraagt van de hoeveelheid materialen, waarvan maximaal 3 % metalen, die gewonnen werd in de PST-installatie en die voor nuttige toepassing werd afgevoerd;
  10° in het heffingsjaar 2022 voor een te storten hoeveelheid die maximaal 20 % bedraagt van de hoeveelheid materialen, waarvan maximaal 3 % metalen, die gewonnen werd in de PST-installatie en die voor nuttige toepassing werd afgevoerd;
  11° in het heffingsjaar 2023 voor een te storten hoeveelheid die maximaal 10 % bedraagt van de hoeveelheid materialen, waarvan maximaal 3 % metalen, die gewonnen werd in de PST-installatie en die voor nuttige toepassing werd afgevoerd.";
  10° in paragraaf 2 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Voor de berekening van de te storten hoeveelheid, vermeld in het vijfde lid, 6° tot en met 11° :
  a) wordt de hoeveelheid kunststoffen die gewonnen werd voor de aanmaak van nieuwe kunststoffen vermenigvuldigd met een factor 2;
  b) wordt de hoeveelheid non-ferro kleiner dan 5 mm, kabeltjes en printplaten die gewonnen werd voor afvoer naar en verwerking in een daartoe vergund bedrijf met het oog op de recuperatie van non-ferrometalen en edele metalen vermenigvuldigd met een factor 20. De hoeveelheid non-ferro kleiner dan 5 mm, kabeltjes en printplaten wordt niet meegerekend in de 3 % metalen, vermeld in punt 6° tot 11° hierboven.";
  11° in paragraaf 3 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° vanaf 1 juli 2016 voor het storten van asbesthoudende afvalstoffen met een gehalte aan asbest of gelijkaardige keramische vezels van meer dan 10.000 mg/kg, bepaald als gewogen gemiddelde concentratie, op een daartoe vergunde stortplaats. De gewogen gemiddelde concentratie is gelijk aan de som van de concentratie hechtgebonden asbest en 10 maal de concentratie niet-hechtgebonden asbest (cf. Compendium voor monsterneming en analyse CMA/2/II/C2 en 3).
  Het tarief van 0 euro per ton geldt tevens voor met asbest (of gelijkaardige keramische vezels) verontreinigde gronden en puin met een asbestgehalte groter dan 1.000 mg/kg (0,1 %), bepaald als totale asbestconcentratie, en kleiner dan of gelijk aan 10.000 mg/kg, bepaald als gewogen gemiddelde concentratie, die overeenkomstig het advies van OVAM niet kunnen gereinigd worden via de beste beschikbare technieken;";
  12° aan paragraaf 3 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "6° vanaf 1 juli 2016 voor het verbranden of meeverbranden in een daartoe vergunde inrichting van de hierna vermelde afvalstoffen geproduceerd in een ander land dan België en die worden overgebracht onder toepassing van de bepalingen van de Verordening (EG) Nr 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen :
  a) gevaarlijke afvalstoffen;
  b) ongevaarlijke slibs, behorende tot de hoofdstukken 04, 05, 06, 07, 08, 12, 16 en 19 van de lijst, bedoeld in artikel 35.
  Het nultarief geldt zowel voor de ingevoerde gevaarlijke afvalstoffen en ongevaarlijke slibs die rechtstreeks naar de verbrandings- of meeverbrandingseenheid worden overgebracht als voor de afvalstoffen en slibs die na een nuttige voorbehandeling in een daartoe vergunde inrichting, al of niet samen met Vlaamse afvalstoffen, worden verbrand of meeverbrand.
  Onverminderd de bepalingen hierboven geldt het nultarief slechts voor die hoeveelheden die overeenkomstig de goedkeuring van OVAM aan de gestelde voorwaarden voldoen en volledig traceerbaar zijn.";
  13° aan paragraaf 5 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Vanaf het begrotingsjaar 2017 gebeurt de jaarlijkse indexering op basis van het indexcijfer van de maand november van het voorgaande jaar, een eerste keer op 1 januari 2017 op basis van het indexcijfer van november 2016, basis 2006.".

  Art. 35. Voor de toepassing van artikel 46, § 5, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen zijn de bedragen zoals gewijzigd door het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016 gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van december 2015, basis 1996.

  HOOFDSTUK 10. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

  Afdeling 1. - Aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers

  Art. 36. In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, vervangen bij het decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011, 21 december 2012, 19 december 2014 en 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "en voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid," vervangen door de zinsnede ", voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, en voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers,";
  2° er wordt een paragraaf 2/4 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Agentschap Zorg en Gezondheid voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.";
  3° er wordt een paragraaf 3/4 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het Agentschap Zorg en Gezondheid besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.".

  Afdeling 2. - Gewezen DAC-statuut in woonzorgcentra

  Art. 37. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om voor woonzorgcentra die worden gesubsidieerd voor de loonkost van de personeelsleden in een gewezen DAC-statuut een regeling vast te leggen die in de mogelijkheid voorziet om de subsidie voor de werknemers die na 31 december 2002 in dienst zijn gekomen uit te laten doven.

  HOOFDSTUK 11. - Inwerkingtreding

  Art. 38. Dit decreet treedt in werking 10 dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
  1° de artikelen 29 en 30, die in werking treden op 1 augustus 2016;
  2° artikel 19, dat in werking treedt op 1 september 2016;
  3° de artikelen 13 en 25, die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2015;
  4° artikel 7, dat uitwerking heeft vanaf 27 april 2015;
  5° de artikelen 21 en 22, die uitwerking hebben vanaf 1 juli 2015;
  6° de artikelen 2, 14, 15, 16, 17, 18, 23 en 24, die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2016;
  7° de artikelen 3, 4, 10, 1°, voor zover het een punt 4° invoegt in artikel 42 van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, 34 en 35, die uitwerking hebben vanaf 1 juli 2016;
  8° de artikelen 8, 9, 10, 1°, voor zover het een punt 3° invoegt in artikel 42 van het decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, en 2°, en artikel 11, die uitwerking hebben vanaf 31 december 2016;
  9° artikel 28, dat uitwerking heeft vanaf aanslagjaar 2016.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 8 juli 2016.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Onderwijs,
H. CREVITS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie,
B. TOMMELEIN
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,
L. HOMANS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,
B. WEYTS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport,
Ph. MUYTERS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
J. SCHAUVLIEGE
De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel,
S. GATZ

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2015-2016. Documenten. - Ontwerp van decreet, 764 - Nr. 1. - Amendementen, 764 - Nr. 2 en 3. - Verslagen, 764 - Nr. 4 t.e.m. 12. - Tekst aangenomen door de commissies, 764 - Nr. 13. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 764 - Nr. 14. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 29 juni 2016.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie