J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2016/06/03/2016036021/justel

Titel
3 JUNI 2016. - Decreet betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest Zie wijziging(en)

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 23-06-2016 nummer :   2016036021 bladzijde : 37943       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-06-03/02
Inwerkingtreding : 01-03-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
Art. 4-5
HOOFDSTUK 3. - Vergoedbare schade
Art. 6-8
HOOFDSTUK 4. - Rechthebbenden
Art. 9
HOOFDSTUK 5. - Vergoedingsprocedure
Afdeling 1. - Indiening van de aanvraag
Art. 10-11
Afdeling 2. - Onderzoek van de aanvraag
Art. 12
Afdeling 3. - Raming van de schade en berekening van de vergoeding
Art. 13-14
Afdeling 4. - Herzieningsprocedure
Art. 15-16
Afdeling 5. - Beroepsprocedure
Art. 17-19
Afdeling 6. - Administratieve, fiscale en gerechtelijke bepalingen
Art. 20-22
HOOFDSTUK 6. - Rechten van derden
Art. 23-24
HOOFDSTUK 7. - Schade aan goederen, verzekerd tegen natuurrampen
Art. 25-26
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen
Art. 27-28
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Art. 29-30

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° algemene ramp: een natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter dat belangrijke schade heeft veroorzaakt en als dusdanig erkend is door de Vlaamse Regering, met uitzondering van natuurverschijnselen die alleen schade hebben veroorzaakt aan gronden, teelten of oogsten, of aan voor de landbouw nuttige dieren;
  2° beveiligde zending: één van de volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  3° tegemoetkoming: de tegemoetkoming, vermeld in artikel 4, eerste lid;
  4° Vlaamse overheid: de Vlaamse administratie en de overige instellingen, bedoeld in artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
  5° wet van 13 maart 2016: de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.

  Art. 3. De Vlaamse Regering kan andere betekeningswijzen toestaan waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.

  HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied

  Art. 4. Alleen materiële en zekere schade aan lichamelijke roerende of onroerende goederen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die het rechtstreekse gevolg is van een algemene ramp, geeft recht op een tegemoetkoming.
  Schade waarvan het herstel door internationale overeenkomsten wordt geregeld, is uitgesloten van de toepassing van dit decreet.
  Dit decreet verhindert niet dat een schadelijder naast de tegemoetkoming een schadevergoeding van de Vlaamse overheid of van een andere openbare instelling of instelling van openbaar nut vordert op grond van het gemene recht. De schadelijder deelt elk in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest daarover binnen tien dagen na de betekening van de uitspraak mee aan de Vlaamse Regering.

  Art. 5. De Vlaamse Regering stelt de wetenschappelijke criteria voor de erkenning van de algemene rampen vast, op basis van de terugkeerperiode van de ramp of de door haar te bepalen wetenschappelijke schaal.
  De Vlaamse Regering stelt ook de financiële criteria vast voor de erkenning van de algemene rampen. Als de bepaalde financiële drempel wordt overschreden, moet niet voldaan worden aan de wetenschappelijke criteria.
  De Vlaamse Regering erkent, op basis van de erkenningscriteria, het bestaan van een ramp en de geografische uitgestrektheid ervan.

  HOOFDSTUK 3. - Vergoedbare schade

  Art. 6. Alleen de volgende schade kan vergoed worden:
  1° schade aan de volgende private goederen:
  a) constructies;
  b) verplaatsbare constructies die voor bewoning gebruikt worden;
  c) roerende goederen voor dagelijks of huiselijk gebruik;
  d) andere lichamelijke, onroerende of roerende goederen die aangewend worden voor of product zijn van één van de volgende zaken:
  i. de beroepsmatige uitbating van een nijverheids-, ambachts-, handels-, tuin- of landbouwonderneming en bosaanplantingen;
  ii. de uitoefening van elk ander beroep;
  iii. de activiteit van een openbare instelling, een instelling van openbaar nut of van een vereniging zonder winstoogmerk;
  2° schade aan alle roerende en onroerende goederen die tot het openbaar domein behoren, met uitzondering van de goederen van de Vlaamse overheid.
  In het eerste lid wordt verstaan onder constructie: een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting of een verharding die al dan niet bestaat uit duurzame materialen, die in de grond ingebouwd is, aan de grond bevestigd is of op de grond steunt voor de stabiliteit en die bestemd is om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds.

  Art. 7. In uitzondering van artikel 6 wordt niet vergoed:
  1° schade aan schepen en boten als vermeld in artikel 1 en 271 van boek II van het Wetboek van Koophandel;
  2° schade aan goederen of delen van goederen met een luxekarakter;
  3° louter esthetische schade aan goederen;
  4° schade aan goederen die veroorzaakt is door de schuld, nalatigheid of onvoorzichtigheid van de schadelijder of een derde;
  5° schade aan private goederen die verzekerbaar zijn met toepassing van artikel 123 tot en met 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen en artikel 1 tot en met 15 van het koninklijk besluit van 24 december 1992 betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige risico's betreft of verzekerbaar zijn tegen dezelfde risico's op basis van buitenlands recht, met uitzondering van:
  a) de niet-binnengehaalde oogsten, de levende veestapel buiten het gebouw, de bodem en de teelten, wat de risico's brand, bliksem, ontploffing, storm, ijs- en sneeuwdruk, overstroming, het overlopen of opstuwen van openbare riolen, aardverschuiving of grondverzakking en aardbeving betreft;
  b) de levende veestapel buiten het gebouw, wat het risico hagelschade betreft;
  c) de goederen die niet verzekerd zijn door de financiële toestand van de houder van het verzekeringsbelang. De schadelijder bewijst met een attest van het bevoegde Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn dat hij op de dag van de algemene ramp een leefloon of een gelijkwaardige financiële hulp ontving of daarvoor in aanmerking kwam.

  Art. 8. Personen die door bedrog een grotere tegemoetkoming proberen te krijgen, verliezen het recht op een tegemoetkoming volledig of gedeeltelijk. De Vlaamse Regering spreekt de vervallenverklaring uit.
  Een afschrift van de beslissing van de Vlaamse Regering over een volledige of gedeeltelijke vervallenverklaring wordt met een beveiligde zending naar de schadelijder gestuurd.

  HOOFDSTUK 4. - Rechthebbenden

  Art. 9. Een persoon heeft recht op de tegemoetkoming als hij op het ogenblik van de schade op het getroffen goed een van de volgende titels heeft:
  1° eigenaar;
  2° titularis van een recht van erfpacht of opstal;
  3° huurder of koper van een goed volgens een contract van huurkoop of een contract van verkoop op afbetaling;
  4° uitbater van het geteisterde goed, wat schade aan teelten of oogsten betreft.
  Bij samenloop van meerdere titels heeft de persoon, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, voorrang op de persoon, vermeld in het eerste lid, 1°, bij het toekennen van de tegemoetkoming.

  HOOFDSTUK 5. - Vergoedingsprocedure

  Afdeling 1. - Indiening van de aanvraag

  Art. 10. § 1. De schadelijder of een gemachtigde dient de aanvraag tot tegemoetkoming in bij de Vlaamse Regering.
  Als de getroffen goederen tot een onverdeeldheid behoren, kan een van de eigenaars in onverdeeldheid de aanvraag indienen namens de mede-eigenaars, die daarvoor volmacht gegeven hebben.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de aanvraag moet worden ingediend.

  Art. 11. De aanvraag wordt ingediend voor het einde van de derde maand die volgt op de maand waarin het erkenningsbesluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
  Bij overmacht of goede trouw kunnen aanvragen ingediend worden voor het einde van de derde maand die volgt op de maand waarin niet langer sprake is van de overmacht of de goede trouw, en binnen een termijn van een jaar na de erkenning als algemene ramp.

  Afdeling 2. - Onderzoek van de aanvraag

  Art. 12. § 1. De Vlaamse Regering oordeelt over de ontvankelijkheid van de aanvraag. Hiertoe gaat ze na:
  1° of de aanvraag binnen de termijn van artikel 11 werd ingediend;
  2° of de aanvraag volledig is;
  3° of de aanvraag werd ingediend door iemand die recht heeft op de tegemoetkoming volgens artikel 9.
  § 2. De Vlaamse Regering onderzoekt de aanvraag.
  Schadelijders zijn verplicht alle nuttige stukken voor inzage ter beschikking te houden of op aanvraag toe te sturen.
  De schade wordt, al dan niet met plaatsbezoek, tegensprekelijk vastgesteld tussen de deskundige die door de Vlaamse Regering wordt aangewezen, en de schadelijder of zijn gevolmachtigde.
  Een afschrift van het schadeverslag wordt met een beveiligde zending naar de schadelijder gestuurd.
  De schadelijder deelt binnen een maand na ontvangst van het verslag de Vlaamse Regering zijn schriftelijke goedkeuring mee. Als de schadelijder zijn goedkeuring niet binnen die termijn heeft meegedeeld, wordt het verslag geacht goedgekeurd te zijn door de schadelijder.
  § 3. De Vlaamse Regering stuurt de schadelijder met een beveiligde zending een afschrift van de beslissing over de aanvraag en, zo nodig, over het uit te betalen bedrag.
  § 4. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de procedure vast.

  Afdeling 3. - Raming van de schade en berekening van de vergoeding

  Art. 13. § 1. De schade wordt geraamd op basis van de normale kosten, op de dag van de algemene ramp, om de getroffen goederen te herstellen of te vervangen, met inbegrip van de overeenstemmende belastingen en rekening houdend met de herbruikbare delen of elementen, en de waarde van de wrakken of het schroot.
  De waardevermindering van het goed of sommige van zijn elementen, door materiële of economische slijtage voor de ramp, wordt afgetrokken van de kosten.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt hoe de schade geschat moet worden en hoe de tegemoetkoming berekend moet worden.

  Art. 14. De schadelijder kan in elk geval geen hogere vergoeding ontvangen dan wat nodig is voor het weer samenstellen van de vernielde of beschadigde goederen onder redelijke voorwaarden.

  Afdeling 4. - Herzieningsprocedure

  Art. 15. Als geen beroep is ingesteld conform artikel 17, kan de Vlaamse Regering of haar gemachtigde de beslissing over de vergoeding herzien in de volgende gevallen:
  1° als de beslissing werd genomen op basis van valse, onjuiste of onvolledige stukken of verklaringen;
  2° als de schadelijder met toepassing van artikel 7, 4°, geen of maar gedeeltelijk recht had op een vergoeding.
  Als geen beroep is ingesteld conform artikel 17 kan de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, ambtshalve of op verzoek van de schadelijder, materiële vergissingen rechtzetten.
  De herzieningen conform het eerste en het tweede lid vinden plaats uiterlijk drie maanden na de vaststelling van de feiten die aanleiding geven tot de herziening. Die feiten kunnen maximaal tot twee jaar na het nemen van de beslissing vastgesteld worden.

  Art. 16. De schadelijder dient het verzoek tot rechtzetting als vermeld in artikel 15, tweede lid, binnen een maand na ontvangst van de beslissing, vermeld in artikel 12, § 2, in.
  De schadelijder motiveert het verzoek en stuurt het met een beveiligde zending naar de Vlaamse Regering.

  Afdeling 5. - Beroepsprocedure

  Art. 17. Voor schade aan de private goederen, vermeld in artikel 6, eerste lid, 1°, kan beroep worden ingesteld bij het hof van beroep tegen:
  1° de beslissing tot volledige of gedeeltelijke vervallenverklaring van het recht op een tegemoetkoming bedoeld in artikel 8;
  2° de beslissing over de aanvraag bedoeld in artikel 12;
  3° de beslissingen tot herziening van de Vlaamse Regering bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid.
  Het beroep wordt ingesteld bij het hof van beroep van het ambtsgebied waar de schade zich heeft voorgedaan. Een persoon die in meer dan één provincie schade heeft geleden, stelt beroep in bij het hof van beroep van één van de ambtsgebieden waar de schade zich heeft voorgedaan.

  Art. 18. Het beroep biedt aan beide partijen de mogelijkheid alle punten van de bestreden beslissing opnieuw ter sprake te brengen.

  Art. 19. Het beroep heeft schorsende werking ten aanzien van de aangevochten elementen.

  Afdeling 6. - Administratieve, fiscale en gerechtelijke bepalingen

  Art. 20. De Vlaamse Regering kan bij het onderzoeken van de aanvragen een beroep doen op deskundigen buiten de administratie.
  De Vlaamse Regering bepaalt hoe de deskundigen ingeschakeld kunnen worden, wat hun verplichtingen zijn en wat de vergoedingsschalen zijn.

  Art. 21. Elke verzekeraar die erkend is of van de erkenning ontslagen is met toepassing van de wet van 13 maart 2016, moet bij een algemene ramp aan elke schadelijder die dat vraagt, kosteloos binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag, een afschrift bezorgen van de verzekeringscontracten die de getroffen goederen dekken en van elk voorstel tot betaling aan de schadelijder.

  Art. 22. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de terugvordering van de ten onrechte betaalde sommen vast.

  HOOFDSTUK 6. - Rechten van derden

  Art. 23. Elke afstand of indeplaatsstelling met betrekking tot rechten die uit dit decreet voortvloeien, is nietig, behalve in de volgende gevallen:
  1° als er overdracht is tussen echtgenoten, wettelijk samenwonenden of tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn, tot en met de vierde graad. De ontbinding van het huwelijk of het beëindigen van het wettelijk samenwonen verhindert de toepassing van deze bepaling niet;
  2° als de afstand van het goed plaatsvond vóór de schade of het gevolg is van de lichting van een keuze van aankoop die dateert van vóór de schade. Bij gebrek aan vaste datum oordeelt de Vlaamse Regering over de juiste datum;
  3° als het om inbrengen in vennootschap gaat;
  4° als de overdracht het gevolg is van de omvorming of van de ontbinding van een rechtspersoon of van de samensmelting van verscheidene rechtspersonen;
  5° als het recht op tegemoetkoming afgestaan of toegekend wordt door een akte van verdeling of door een gelijkwaardige akte.
  Iedere andere openbare instelling of instelling van openbaar nut dan het Vlaamse Gewest, die aan de schadelijder een renteloze lening heeft verstrekt voor het herstel of het weer samenstellen van de getroffen goederen, kan, met een onherroepelijke opdracht van de schadelijder, de tegemoetkoming in ontvangst nemen ten bedrage van de toegestane lening. Het beschikkend gedeelte van de beslissing, vermeld in artikel 12, § 2, moet die opdracht van betaling vermelden.

  Art. 24. Elk verzet, elke afstand en elke opheffing van gerechtelijk beslag die betrekking hebben op de verleende of te verlenen tegemoetkoming, alsook elke andere kennisgeving van feiten die de betaling van de tegemoetkoming kunnen stuiten, worden aan de Vlaamse Regering meegedeeld.

  HOOFDSTUK 7. - Schade aan goederen, verzekerd tegen natuurrampen

  Art. 25. Dit hoofdstuk is van toepassing voor de gevallen waar de volgende twee cumulatieve voorwaarden zich voordoen:
  1° de goederen worden op het ogenblik van het schadegeval verzekerd door een verzekeringsovereenkomst conform artikel 123 tot en met 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
  2° een natuurramp als vermeld in artikel 124 van de voormelde wet doet zich voor.

  Art. 26. § 1. De Vlaamse Regering betaalt in een van de volgende gevallen een financiële tegemoetkoming die het gedeelte van de vergoeding dekt dat de verzekeraar niet aan de schadelijders betaalt:
  1° de verzekeraar beperkt met toepassing van artikel 130, § 2, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen het totaal van de vergoedingen die hij moet betalen;
  2° de verzekeraar komt de verplichting tot vergoeding niet na om een van de volgende redenen:
  a) de verzekeraar maakt het voorwerp uit van een afstand of intrekking van toelating in België of van een verbod van activiteit in België met toepassing van artikel 569, § 1, eerste en tweede lid, 570, 573, 580, § 1, en 598, § 1, eerste lid, en § 2, van de wet van 13 maart 2016;
  b) de verzekeraar werd failliet verklaard.
  § 2. De verzekeraar, bedoeld in paragraaf 1, 1°, dient bij de Vlaamse Regering een gemotiveerd dossier in om het bedrag van de vergoedingen te verkrijgen waarop haar verzekerden recht hebben.
  Zodra de verzekeraar het bedrag, vermeld in het eerste lid, heeft ontvangen, keert ze het binnen dertig dagen uit aan de rechthebbenden van de verzekeringsovereenkomsten.
  § 3. In het geval van paragraaf 1, 2°, dient de rechthebbende van de verzekeringsovereenkomst een gemotiveerd dossier in bij de Vlaamse Regering, die de vergoedingen uitbetaalt aan deze rechthebbende.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedure, de berekeningswijze van de bedragen en de voorwaarden van de uitbetaling.

  HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 27. In artikel 603, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 juli 1976, wordt het woord "provinciegouverneurs" vervangen door de woorden "de Vlaamse Regering".

  Art. 28. De wet van 12 juli 1976 wordt opgeheven wat de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest betreft.

  HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen

  Art. 29. De schadelijke feiten die zich hebben voorgedaan vóór de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, worden afgehandeld conform de bepalingen die van kracht waren vóór de inwerkingtreding van dit decreet.

  Art. 30. Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-03-2017 door BVR 2016-12-23/72, art. 36)

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 3 juni 2016.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
---------------------------------------------------OPGEHEVEN DOOR---------------------------------------------------
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 05-04-2019 GEPUBL. OP 23-04-2019
  • ---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
    originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 21-12-2018 GEPUBL. OP 28-12-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 9)
  • -------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
    originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 23-12-2016 GEPUBL. OP 13-02-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 1-30)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2015-2016. Stukken. - Ontwerp van decreet, 695 - Nr. 1. - Amendementen, 695 - Nr. 2. - Verslag, 695 - Nr. 3.- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 695 - Nr. 4. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 18 mei 2016.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten
    Franstalige versie