J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/05/16/2016202603/justel

Titel
16 MEI 2016. - Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 23-05-2016 nummer :   2016202603 bladzijde : 32823       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-05-16/01
Inwerkingtreding : 02-06-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart
Art. 2-6
HOOFDSTUK 3. - Arbeidsongevallen
Art. 7
HOOFDSTUK 4. - Overdracht opdrachten CDVU
Art. 8-9
HOOFDSTUK 5. - Competitiviteit
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht
Art. 10-11
Afdeling 2. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 24 december 2002
Onderafdeling 1. - Periode 2016-2017
Art. 12-14
Onderafdeling 2. - Periode 2018-2020
Art. 15-17
HOOFDSTUK 6. - RIZIV
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
Art. 18-19
Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
Art. 20-23
Afdeling 3. - Wijziging van de programmawet van 10 augustus 2015
Art. 24-25
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van artikel 38, § 3sexies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers
Art. 26-27
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de voorwaarden om beroep te kunnen doen op het stelsel van economische werkloosheid voor bedienden
Art. 28-29

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart

  Art. 2. In artikel 1, categorie D, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2015, wordt de zin "-Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart;" opgeheven.

  Art. 3. Artikel 8 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, hersteld bij de wet van 21 december 2013, wordt opgeheven.

  Art. 4. De middelen van de administratieve reserve van de Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart, afdeling maatschappelijke zekerheid, worden overgedragen aan de RSZ - Globaal beheer.

  Art. 5. § 1. Met ingang van 1 januari 2016 tot 30 juni 2016 beperken de taken van de Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart, afdeling maatschappelijke zekerheid zich tot :
  - het verzamelen, verwerken en doorsturen naar de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van gegevens met betrekking tot het laatste kwartaal waarvoor zij de verantwoordelijkheid draagt, met name het vierde kwartaal 2015;
  - het uitvoeren van correcties en aanvullingen aan de aangiften tot en met het vierde kwartaal 2015.
  § 2. Met ingang van 1 januari 2016 tot 30 september 2016 zal de Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart, afdeling maatschappelijke zekerheid ook de volgende taken uitvoeren :
  - het afsluiten van het boekjaar 2015 en het gedeeltelijk boekjaar 2016;
  - het opstellen van het jaarverslag;
  - het administratief beheer betreffende transacties van 2016;
  - de liquidatieverrichtingen van de instelling.
  § 3. De kosten voor de afhandeling van de haar opgelegde verrichtingen voor de periode tussen 1 januari 2016 en 30 september 2016 worden integraal gedragen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

  Art. 6. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016, met uitzondering van de artikelen 2 en 4, die in werking treden op 30 september 2016.

  HOOFDSTUK 3. - Arbeidsongevallen

  Art. 7. In artikel 46, § 1, eerste lid, 7°, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, vervangen bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, wordt de bepaling onder d) opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Overdracht opdrachten CDVU

  Art. 8. In artikel 42, derde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2015 worden de woorden "de centrale dienst der vaste uitgaven, ingesteld bij het koninklijk besluit van 13 maart 1952 tot inrichting van de centrale dienst der vaste uitgaven en tot wijziging van het koninklijk besluit d.d. 10 december 1868 houdende algemeen reglement op de Rijkscomptabiliteit" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie, voor wat betreft haar opdrachten bepaald in artikel 2, § 1, 5° en 6°, van het koninklijk besluit van 11 mei 2001 houdende de oprichting van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie".

  Art. 9. Artikel 8 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.

  HOOFDSTUK 5. - Competitiviteit

  Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht

  Art. 10. In artikel 19 van de wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "of categorie 3" ingevoegd tussen de woorden "categorie 1" en de woorden ", zoals bepaald";
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "Voor categorie 1" vervangen door de woorden "Voor de categorieën 1 en 3".

  Art. 11. Artikel 25 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Afdeling 2. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 24 december 2002

  Onderafdeling 1. - Periode 2016-2017

  Art. 12. In artikel 330, eerste lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015, wordt de definitie van 'Categorie 3' vervangen als volgt :
  " Categorie 3 : de tewerkstellingen in de hoedanigheid van werknemer bij een werkgever van de beschutte werkplaatsen behorende tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen. Binnen deze categorie kan de Koning verschillende berekeningsregels voorzien voor de berekening van de vermindering naargelang voor de werknemer de loonmatigingsbijdrage al dan niet verschuldigd is. Voor deze categorie is de bijdrage voorzien in artikel 38, § 3, eerste lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981, beperkt tot 22,65 % met ingang van 1 april 2016 ".

  Art. 13. Artikel 331, vierde lid, van de dezelfde wet, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " In de periode van 1 april 2016 tot 31 december 2017 bedraagt F 438,00 EUR voor een werknemer waarvoor de loonmatigingsbijdrage verschuldigd is, behorend tot categorie 3 en 420,00 EUR voor een werknemer waarvoor de loonmatigingsbijdrage niet verschuldigd is, behorend tot categorie 3. "

  Art. 14. Deze onderafdeling heeft uitwerking met ingang van 1 april 2016.

  Onderafdeling 2. - Periode 2018-2020

  Art. 15. In artikel 330, eerste lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij artikel 12, wordt de definitie van "Categorie" 3 aangevuld met de volgende zin :
  " Voor deze categorie is de bijdrage bedoeld in artikel 38, § 3, eerste lid, 1°, van de wet van 29 juni 1981, beperkt tot 19,88 % met ingang van 1 januari 2018. "

  Art. 16. In artikel 331 van dezelfde wet, gewijzigd bij artikel 13, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden "Bij een kwartaalloon hoger dan een bepaalde loongrens S1 wordt" vervangen door de woorden "Voor categorie 2 wordt bij een kwartaalloon hoger dan een bepaalde loongrens S1";
  2° het tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "Met ingang van 1 januari 2018 bedraagt F 0,00 EUR voor een werknemer van categorie 1.";
  3° het vierde lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  " Met ingang van 1 januari 2018 is F gelijk aan 0,00 EUR voor een werknemer waarvoor de loonmatigingsbijdrage verschuldigd is, die behoort tot categorie 3. Van 1 januari 2018 tot 31 december 2018 bedraagt F 260,00 EUR voor een werknemer waarvoor de loonmatigingsbijdrage niet verschuldigd is, behorende tot categorie 3. Met ingang van 1 januari 2019 bedraagt F 375,00 EUR voor een werknemer waarvoor de loonmatigingsbijdrage niet verschuldigd is, behorende tot categorie 3. "

  Art. 17. Deze onderafdeling treedt in werking op 1 januari 2018.

  HOOFDSTUK 6. - RIZIV

  Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

  Art. 18. In artikel 86 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, 1°, a), laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " a) de werknemers die vallen onder de verplichte uitkeringsverzekering, krachtens de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, met inbegrip van de werknemers die een vergoeding genieten die verschuldigd is naar aanleiding van :
  i. de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
  ii. de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor personeelsafgevaardigden;
  iii. de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor syndicale afgevaardigden;
  iv. de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in gemeenschappelijk akkoord;
  v. de uitwinning van de handelsvertegenwoordiger bedoeld bij artikel 101 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  vi. een overeenkomst gesloten hetzij bij het begin of tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, hetzij binnen een termijn van twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst op grond waarvan de werknemer zich ertoe verbindt om geen personeel of zelfstandige medecontractanten af te werven van de vroegere werkgever, hetzij in eigen naam en voor eigen rekening, hetzij in naam en voor rekening van één of meerdere derden, en/of zich ertoe verbindt om geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen als dewelke hij uitoefende bij zijn vroegere werkgever, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden van een concurrerende werkgever;
  evenals de werknemers die een ontslagcompensatievergoeding bedoeld in artikel 7, § 1, derde lid, zf), van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders genieten, tijdens de tijdvakken die gedekt zijn door die vergoedingen. ";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende :
  " 4° bij het aflopen van de maximale periode die aanleiding heeft gegeven tot de betaling van een overgangsuitkering bepaald in de pensioenwetgeving, de personen die arbeidsongeschikt zijn geworden of zich in een tijdvak van moederschapsbescherming bevinden, uiterlijk de eerste werkdag na afloop van dit door de overgangsuitkering gedekte tijdvak. "

  Art. 19. Artikel 18, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2013.
  Artikel 18, 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.

  Afdeling 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels

  Art. 20. Artikel 24 van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wordt opgeheven.

  Art. 21. Artikel 34 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 5 november 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 34. Onder "omgezet moederschapsverlof" wordt verstaan de afwezigheid van de werknemer op het werk, zonder behoud van loon, ingevolge de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens de omzetting van de moederschapsrust in verlof bij overlijden of hospitalisatie van de moeder, met toepassing van artikel 39, zevende lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971. "

  Art. 22. Artikel 34bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 5 november 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 34bis. Onder "vaderschapsverlof of geboorteverlof" wordt verstaan de periode van tien dagen waarin de werknemer het recht heeft om van het werk afwezig te zijn ter gelegenheid van de geboorte van een kind, in uitvoering van artikel 30, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. "

  Art. 23. In artikel 34ter van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 5 november 2002 en vervangen bij de programmawet 27 december 2004, worden de woorden "en artikel 25sexies van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomsten wegens dienst op binnenschepen" opgeheven.

  Afdeling 3. - Wijziging van de programmawet van 10 augustus 2015

  Art. 24. Artikel 22 van de programmawet van 10 augustus 2015 wordt vervangen als volgt :
  " Art. 22. Artikel 21 treedt in werking op 1 januari 2016. "

  Art. 25. Artikel 24 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2015.

  HOOFDSTUK 7. - Wijziging van artikel 38, § 3sexies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers

  Art. 26. In artikel 38, § 3sexies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "jaarlijkse bijdrage" vervangen door de woorden "kwartaalbijdrage";
  2° hetzelfde lid wordt aangevuld met de woorden ", tijdens een periode van vier kwartalen, namelijk de drie kwartalen die het lopende kwartaal en dit laatste (T-3, T-2, T-1 en T) voorafgaan. Het eerste kwartaal waarin de betrokken kwartaalbijdrage verschuldigd kan zijn, is het eerste kwartaal 2017.";
  3° in het vijfde lid worden de woorden "in de loop van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van de mededeling van de jaarlijkse bijdrage" vervangen door de woorden "in de loop van het kwartaal waarin de kwartaalbijdrage en de bijdrage voor de drie voorafgaande kwartalen meegedeeld wordt";
  4° het zesde lid wordt vervangen als volgt :
  " Het bedrag van de bijdrage wordt als volgt berekend :
  Voor de som S = D0 + D1 + D2 + D3 is de verschuldigde kwartaalbijdrage gelijk aan D0 x Y, waarbij :
  D0 = het aantal dagen tijdelijke werkloosheid zoals omschreven in het eerste lid, per handarbeider of leerling opgenomen in de kwartaalaangifte van het kwartaal T;
  D1 = het aantal dagen tijdelijke werkloosheid zoals omschreven in het eerste lid, per handarbeider of leerling opgenomen in de kwartaalaangifte van het kwartaal T-1;
  D2 = het aantal dagen tijdelijke werkloosheid zoals omschreven in het eerste lid, per handarbeider of leerling opgenomen in de kwartaalaangifte van het kwartaal T-2;
  D3 = het aantal dagen tijdelijke werkloosheid zoals omschreven in het eerste lid, per handarbeider of leerling opgenomen in de kwartaalaangifte van het kwartaal T-3;
  Y = 0, als S kleiner of gelijk is aan 110;
  Y = 20, als S groter is dan 110 en kleiner of gelijk aan 130;
  Y = 40, als S groter is dan 130 en kleiner of gelijk aan 150;
  Y = 60, als S groter is dan 150 en kleiner of gelijk aan 170;
  Y = 80, als S groter is dan 170 en kleiner of gelijk aan 200;
  Y = 100, als S groter is dan 200. ";
  5° In het veertiende lid worden de woorden "de jaarlijks te vorderen bijdrage te halveren in het jaar van de erkenning en eventueel in het volgende jaar." vervangen door de woorden "de kwartaalbijdrage beoogd in het vijfde lid of de jaarlijkse bijdrage beoogd in het achtste lid, te halveren in het jaar van de erkenning waarin het kwartaal van de verschuldigde bijdrage zich situeert en eventueel in het er op volgende jaar.";
  6° in het vijftiende lid worden de woorden "van de jaarlijkse bijdrage voorzien voor" vervangen door de woorden "van de kwartaalbijdrage, beoogd in het vijfde lid, of van de jaarlijkse bijdrage, beoogd in het achtste lid, voorzien voor";
  7° het achttiende lid wordt opgeheven.

  Art. 27. Artikel 26 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2016.

  HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de voorwaarden om beroep te kunnen doen op het stelsel van economische werkloosheid voor bedienden

  Art. 28. In artikel 77/1, § 4, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ingevoegd bij de wet van 12 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "van het jaar 2008" vervangen door de woorden "van het kalenderjaar 2008 of van een van de twee kalenderjaren die de aanvraag voorafgaat";
  b) in de bepaling onder 3° worden de woorden "van het jaar 2008" vervangen door de woorden "van het kalenderjaar 2008 of van een van de twee kalenderjaren die de aanvraag voorafgaat";
  c) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
  " 4° de onderneming die door de minister van Werk wordt erkend als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden die op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben. "

  Art. 29. Het koninklijk besluit van 13 december 2015 tot wijziging van het referentiejaar dat wordt gebruikt om aan te tonen dat de onderneming in moeilijkheden is in de zin van artikel 77/1, § 4, 1° en 3°, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt opgeheven.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   "[Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met s lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 16 mei 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
De Minister van Sociale Zaken
M. DE BLOCK
Met s Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS] (Errata, zie B.St. 26-05-2016, p. 33303

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   "[FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:"] (Errata, zie B.St. 26-05-2016, p. 33303)
Erratum Tekst Begin

originele versie
2016022228
PUBLICATIE :
2016-05-26
bladzijde : 33303

Errata



Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   [Kamer van volksvertegenwoordigers - (www.dekamer.be) - Stukken : 54 1722 - Integraal Verslag : 28 april 2016.] (Errata, zie B.St. 26-05-2016, p. 33303]

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Erratum Franstalige versie