J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2015/11/27/2015036535/justel

Titel
27 NOVEMBER 2015. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-12-2015 en tekstbijwerking tot 29-12-2017)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 10-12-2015 nummer :   2015036535 bladzijde : 73116       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2015-11-27/05
Inwerkingtreding : 10-12-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het decreet Intergemeentelijke Samenwerking
Art. 2-3
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009
Art. 4-45
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 46
HOOFDSTUK 5. - Opheffings- en slotbepalingen
Art. 47-51

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het decreet Intergemeentelijke Samenwerking

  Art. 2. Aan artikel 34 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Binnen de opdrachthoudende verenigingen, die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 werden aangewezen als distributienetbeheerder is evenwel uittreding ten gevolge van een gebiedsuitwisseling mogelijk mits de gemeente en de betrokken opdrachthoudende verenigingen daarmee instemmen en afspraken hebben over de modaliteiten tot uitvoering ervan.".

  Art. 3. Aan artikel 35 van hetzelfde decreet wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van voormelde bepalingen van dit artikel kan de Vlaamse Regering op verzoek van de algemene vergadering van de opdrachthoudende verenigingen, die overeenkomstig artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 werden aangewezen als distributienetbeheerder en die daartoe in de loop van het jaar 2014 of 2015 op verzoek van drie vierden van het aantal gemeenten en met een meerderheid van drie vierden van de stemmen, op basis van een omstandig verslag dat de noodzaak van het verzoek aantoont, eenmalig en bij gemotiveerd besluit instemmen dat de einddatum van de statutaire duur verschoven wordt naar 9 november 2019.".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009

  Art. 4. In artikel 1.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 13° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "13° /3 beheerder van een gesloten distributienet: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die exploitant is van een gesloten distributienet;";
  2° er wordt een punt 18° /1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "18° /1/1 biogas: gas uit de anaerobe vergisting van organisch-biologische stoffen;";
  3° er wordt een punt 22° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "22° /1 Btot: de totale bandingcoëfficiënt, dat is de verhouding tussen het aantal toegekende, voor de certificatenverplichting aanvaardbare groenestroomcertificaten over een periode van twaalf maanden tot en met juli van het jaar n-2 en de totale bruto productie van groene stroom in het Vlaamse Gewest over dezelfde periode. De bruto productie van groene stroom voor de periode van twaalf maanden tot en met juli van jaar n-2 wordt berekend aan de hand van de gerapporteerde maandproductie van de productie-installaties. Voor productie-installaties waarvoor geen maandelijkse gegevens beschikbaar zijn, wordt voor de berekening van Btot de productie op basis van het jaar n-3 gebruikt;";
  4° punt 39° wordt vervangen door wat volgt:
  "39° energiedeskundige: de natuurlijke persoon, die onderworpen is aan het sociaal statuut van zelfstandige en die het energieprestatiecertificaat opstelt of energieadvies verstrekt, of de rechtspersoon binnen wiens organisatie het energieprestatiecertificaat opgesteld wordt of energieadvies verstrekt wordt door een zaakvoerder, bestuurder of bezoldigde werknemer;";
  5° er wordt een punt 74° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "74° /1 klantengroep: iedere groep van distributienetgebruikers die elektriciteit, aardgas of biogas injecteren en/of afnemen van het distributienet en die zich kenmerkt door het type netwerk waarop de netgebruiker is aangesloten, het type aansluiting waarover die netgebruiker beschikt, de automatische compensatie van afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit, het jaarverbruik, of door het feit of die netgebruiker al dan niet elektriciteit of biogas injecteert op het netwerk waarop die netgebruiker is aangesloten, met dien verstande dat één netgebruiker volgens zijn toegangspunten tot verschillende klantengroepen kan behoren;";
  6° punt 76° wordt vervangen door wat volgt:
  "76° kwalitatieve warmte-krachtinstallatie: warmte-krachtinstallatie waarvan het productieproces voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden die opgelegd zijn overeenkomstig artikel 7.1.2, § 4;";
  7° punt 77° wordt vervangen door wat volgt:
  "77° kwalitatieve warmte-krachtkoppeling: warmte-krachtkoppeling die voldoet aan de kwaliteitsvereisten, opgelegd overeenkomstig artikel 7.1.2, § 4;";
  8° er wordt een punt 92° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "92° /3 noodgroep: generatoren die uitsluitend tot bedoeling hebben om kritische belasting te voeden bij netuitval, en die verder enkel netgekoppeld worden om te testen of om een aanzienlijk of systematisch onevenwicht in de Belgische regelzone op te vangen zoals onder de tertiaire reserve omschreven in het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe;";
  9° er wordt een punt 115° /1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "115° /1/1 tariefdrager: objectieve, meetbare eenheid waarvoor er een distributienettarief bestaat;".

  Art. 5. In artikel 3.1.3, eerste lid, 1°, a), van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "V," opgeheven.

  Art. 6. Aan artikel 3.1.4, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011 en 14 maart 2014, wordt aan punt 12° de volgende zinsnede toegevoegd:
  ", overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;".

  Art. 7. In de plaats van artikel 4.1.22/1 van hetzelfde decreet, vernietigd door het Grondwettelijk Hof bij arrest nr. 89/2012 van 12 juli 2012, komt een nieuw artikel 4.1.22/1, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.22/1. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij brengen de evenwichtsverantwoordelijken onmiddellijk op de hoogte van de onderbreking of van de beperking van de afname en injectie van de productie-eenheden, aangesloten op hun net en de modaliteiten hiervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.".

  Art. 8. Aan titel IV, hoofdstuk I, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014, wordt een afdeling XII toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling XII. - Tarieven voor de aansluiting op en het gebruik van het distributienet".

  Art. 9. Aan afdeling XII van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 8, wordt een onderafdeling I toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling I. - Toepassingsgebied".

  Art. 10. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt aan onderafdeling I, toegevoegd bij artikel 9, een artikel 4.1.29 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.29. De aansluiting op en het gebruik van het distributienet voor de afname en/of injectie van elektriciteit, aardgas of biogas, met inbegrip van de meetdiensten en, in voorkomend geval, de ondersteunende diensten en de openbaredienstverplichtingen, maken het voorwerp uit van gereguleerde tarieven.".

  Art. 11. Aan afdeling XII van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 8, wordt een onderafdeling II toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling II. - Algemene bepalingen".

  Art. 12. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt aan onderafdeling II, toegevoegd bij artikel 11, een artikel 4.1.30 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.30. § 1. De VREG stelt een tariefmethodologie op en oefent zijn tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de distributienetbeheerders in staat stelt de noodzakelijke investeringen in hun distributienetten uit te voeren.
  § 2. De VREG oefent zijn tariefbevoegdheid uit, rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals gedefinieerd op Europees, federaal en gewestelijk niveau.
  § 3. De VREG motiveert volledig en op omstandige wijze zijn tariefbeslissingen, zowel op het vlak van de tariefmethodologieën als op het vlak van de tarieven. Indien een beslissing op economische of technische overwegingen steunt, maakt de motivering melding van alle elementen die de beslissing rechtvaardigen. Indien deze beslissingen op een vergelijking steunen, omvat de motivering alle gegevens die in aanmerking werden genomen om deze vergelijking te maken.
  § 4. De tarieven die van toepassing zijn, kunnen niet met terugwerkende kracht worden aangepast, zonder echter afbreuk te doen aan de verrekening van de saldi, of de compensatiemaatregelen na voorlopige tarieven.".

  Art. 13. Aan afdeling XII van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 8, wordt een onderafdeling III toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling III. - Procedure voor het opstellen van de tariefmethodologie".

  Art. 14. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt aan onderafdeling III, toegevoegd bij artikel 13, een artikel 4.1.31 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.31. § 1. Na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerders, werkt de VREG het ontwerp van tariefmethodologie uit die deze distributienetbeheerders moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
  De overlegprocedure, vermeld in het eerste lid, komt tot stand met akkoord van en in samenspraak met de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord tussen de VREG en de distributienetbeheerders over de overlegprocedure, wordt het overleg ten minste gehouden als volgt:
  1° de VREG stuurt de oproeping voor de overlegvergadering naar de distributienetbeheerders. De VREG maakt die oproeping minstens acht kalenderdagen vóór de vergadering in kwestie op zijn website bekend alsook de documentatie met betrekking tot de agendapunten van die overlegvergadering. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de overlegvergadering, alsook de agendapunten;
  2° na de overlegvergadering stelt de VREG een ontwerp van proces-verbaal op van de overlegvergadering waarin de argumenten van de verschillende partijen worden opgenomen, alsook de vastgestelde punten waarover wel of geen overeenstemming bestaat. De VREG zendt dat verslag ter goedkeuring over aan de aanwezige partijen binnen acht kalenderdagen na de overlegvergadering.
  § 2. De VREG organiseert een openbare raadpleging over het ontwerp van tariefmethodologie. Tijdens die raadpleging krijgen alle belanghebbenden gedurende minstens vijfenveertig kalenderdagen de tijd om hun opmerkingen aan de VREG te bezorgen. Na afloop van die periode publiceert de VREG daarover binnen vijfenveertig kalenderdagen een gemotiveerd consultatieverslag.
  § 3. Na het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 1 en 2, stelt de VREG de tariefmethodologie vast. Onverminderd de toepassing van de algemene boekhoudkundige normen en regels, preciseert die tariefmethodologie onder andere:
  1° de definitie van de kostencategorieën;
  2° de algemene tariefstructuur, tariefdragers en de klantengroepen.
  § 4. Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders, het gemotiveerd consultatieverslag, en alle documenten die nuttig worden geacht voor de motivering van de beslissing van de VREG over de tariefmethodologie.".

  Art. 15. Aan afdeling XII van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 8, wordt een onderafdeling IV toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling IV. - Richtsnoeren voor het opstellen van de tariefmethodologie".

  Art. 16. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt aan onderafdeling IV, toegevoegd bij artikel 15, een artikel 4.1.32 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.32. § 1. De VREG stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van de volgende richtsnoeren:
  1° de tariefmethodologie is volledig en transparant, zodat het voor de distributienetbeheerders mogelijk is om hun tariefvoorstellen op basis van de tariefmethodologie op te stellen. Ze bevat de elementen die verplicht zijn in het tariefvoorstel. Ze definieert rapporteringsmodellen die de distributienetbeheerders moeten gebruiken;
  2° onverminderd de mogelijkheid om conform artikel 4.1.33, § 4, de tariefmethodologie tussentijds te herzien, stelt de tariefmethodologie het aantal jaren vast van de reguleringsperiode die aanvangt op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de VREG de tariefmethodologie heeft vastgesteld;
  3° de criteria voor de verwerping van kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
  4° de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel;
  5° de tarieven zijn een afspiegeling van de werkelijk gemaakte kosten, voor zover deze overeenkomen met die van een efficiënte en structureel vergelijkbare distributienetbeheerder;
  6° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de netgebruikers worden gedragen;
  7° de verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat de distributienetbeheerder beheert;
  8° in geval van fusie of wijzigingen van distributienetbeheerders kunnen tot het einde van de op het moment van die fusie of van die wijzigingen lopende evenals de daaropvolgende reguleringsperiode in elke geografische zone verschillende tarieven verder worden toegepast;
  9° de vergoeding van in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de distributienetbeheerder toelaten om de noodzakelijke investeringen te doen voor de uitoefening van zijn opdrachten en maakt een toegang tot kapitaal mogelijk;
  10° de kosten voor de openbaredienstverplichtingen die worden opgelegd door of krachtens het decreet, en die niet worden gefinancierd door belastingen, taksen, subsidies, bijdragen en heffingen, worden op een transparante en niet-discriminerende wijze verrekend in de tarieven na controle door de VREG;
  11° de tariefmethodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten, die bestaan uit de lasten voor het niet-gekapitaliseerde aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde distributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een distributienetbeheerder, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
  12° de tariefmethodologie bepaalt de wijze van vaststelling van de positieve of negatieve saldi van de kosten, vermeld in 10° en 11°, en andere kosten of inkomsten die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven;
  13° de productiviteitsinspanningen die aan de distributienetbeheerders worden opgelegd mogen op korte en op lange termijn noch de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering in het gedrang brengen;
  14° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegestaan;
  15° de tariefmethodologie moedigt de distributienetbeheerders aan om hun efficiëntie te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de uitvoering van hun investeringsplannen;
  16° de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en het rationeel gebruik van de infrastructuren;
  17° de tarieven zijn een realistische weergave van de kostenvoordelen die kunnen voortvloeien uit de aansluiting op en het gebruik van het distributienet door installaties die gebruikmaken van hernieuwbare-energiebronnen en gedistribueerde opwekking;
  18° de tarieven weerspiegelen de kostenbesparingen in distributienetten die worden behaald vanuit maatregelen die passen binnen het vraagzijdebeheer en kunnen een dynamische prijsstelling voor afnemers ondersteunen;
  19° de tarieven bevatten geen prikkels die de algehele efficiëntie, inclusief de energie-efficiëntie, aantasten van de productie, de distributie en de levering van elektriciteit of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren. De tarieven geven wel prikkels voor de deelname van vraagzijdemiddelen aan het aanbod op georganiseerde elektriciteitsmarkten en voor de levering van ondersteunende diensten;
  20° de tarieven beletten netbeheerders of energiedetailhandelaren niet systeemdiensten beschikbaar te stellen voor vraagresponsmaatregelen, vraagzijdebeheer en gedistribueerde opwekking op georganiseerde elektriciteitsmarkten, met name:
  a) verschuiven van de belasting van piekperioden naar dalperioden omdat de eindafnemer rekening houdt met de beschikbaarheid van hernieuwbare energie, energie uit warmte-krachtkoppeling en verspreide opwekking;
  b) energiebesparing vanuit de vraagrespons van verspreide verbruikers door aggregatoren;
  c) vermindering van de vraag resulterend uit energie-efficiëntiemaatregelen die door aanbieders van energiediensten met inbegrip van bedrijven die energiediensten leveren, zijn genomen;
  d) de aansluiting op en verdeling van opwekkingsbronnen op lagere spanningsniveaus;
  e) de aansluiting van opwekkingsbronnen vanuit een locatie dichterbij het verbruik;
  f) energieopslag;
  21° bij de invoering van een capaciteitstarief houden de tarieven rekening met regionaal objectiveerbare verschillen.
  § 2. De VREG kan de kosten van de distributienetbeheerders controleren en in voorkomend geval verwerpen, in het licht van de toepasselijke wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen, en van de beoordelingscriteria, vermeld in paragraaf 1, 3°. ".

  Art. 17. Aan afdeling XII van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 8, wordt een onderafdeling V toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling V. - Procedure voor het indienen en goedkeuren van de tariefvoorstellen".

  Art. 18. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt aan onderafdeling V, toegevoegd bij artikel 17, een artikel 4.1.33 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.33. § 1. De distributienetbeheerders stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie en dienen die in bij de VREG, met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen.
  § 2. De VREG onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring ervan en deelt zijn gemotiveerde beslissing mee aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen.
  § 3. De VREG stelt de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen op met akkoord van en in samenspraak met de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt:
  1° de distributienetbeheerder dient binnen dertig kalenderdagen op voorstel van de VREG zijn tariefvoorstel in voor het volgende jaar in de vorm van het rapporteringsmodel dat de VREG vaststelt overeenkomstig artikel 4.1.32, § 1, 1° ;
  2° de distributienetbeheerder bezorgt het tariefvoorstel in één exemplaar met een aangetekende brief aan de VREG of geeft het af tegen ontvangstbewijs. De distributienetbeheerder bezorgt tegelijk een elektronische versie van het tariefvoorstel dat de VREG kan bewerken;
  3° binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het tariefvoorstel bevestigt de VREG aan de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, alsook per e-mail, dat het dossier volledig is of bezorgt de distributienetbeheerder een lijst van aanvullende inlichtingen of vragen die de distributienetbeheerder moet verstrekken of beantwoorden. Binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de voormelde lijst, verstrekt de distributienetbeheerder de gevraagde aanvullende inlichtingen, antwoorden en, in voorkomend geval, een aangepast tariefvoorstel met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, en tegelijk op elektronische wijze aan de VREG. De onder dit punt vermelde procedure tot bekomen van bijkomende inlichtingen kan herhaald worden indien de VREG dit nuttig acht;
  4° binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het tariefvoorstel, vermeld in punt 2°, of, in voorkomend geval, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de laatste antwoorden en de laatste aanvullende inlichtingen en, in voorkomend geval, een aangepast tariefvoorstel, van de distributienetbeheerder, vermeld in punt 3°, brengt de VREG de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, en tegelijk op elektronische wijze op de hoogte van zijn ontwerp van beslissing over het tariefvoorstel in kwestie. Ingeval de VREG in zijn ontwerp beslist tot weigering van het tariefvoorstel geeft de VREG op gemotiveerde wijze aan welke punten de distributienetbeheerder moet aanpassen overeenkomstig de tariefmethodologie om een beslissing tot goedkeuring van de VREG te verkrijgen;
  5° als de VREG een ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel aan de distributienetbeheerder bezorgt, kan de distributienetbeheerder binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van dat ontwerp van beslissing zijn bezwaren daarover meedelen aan de VREG. Die bezwaren worden afgegeven tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief verzonden aan de VREG, en tegelijk op elektronische wijze. De distributienetbeheerder kan binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, zijn aangepaste tariefvoorstel in één exemplaar met een aangetekende brief of door afgifte met ontvangstbewijs aan de VREG bezorgen. De distributienetbeheerder bezorgt tegelijk een elektronische kopie aan de VREG. Binnen vijftien kalenderdagen nadat de VREG het ontwerp van de beslissing over het tariefvoorstel of, in voorkomend geval, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de bezwaren en in voorkomend geval het aangepaste tariefvoorstel, heeft verzonden, brengt de VREG de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, alsook elektronisch, op de hoogte van zijn beslissing tot goedkeuring of weigering van het in voorkomend geval aangepaste tariefvoorstel;
  6° als de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen, vermeld in de punten 1° tot 5°, of als de VREG een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel of tot weigering van het aangepaste tariefvoorstel, zijn voorlopige tarieven die de VREG oplegt, van kracht, tot de distributienetbeheerder zijn verplichtingen, vermeld in de punten 1° tot 5°, alsnog is nagekomen, tot alle rechtsmiddelen van de distributienetbeheerder of van de VREG zijn uitgeput, of tot over de twistpunten tussen de VREG en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. De VREG is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen als de definitieve tarieven afwijken van de voorlopige tarieven.
  § 4. Onverminderd de mogelijkheid van de VREG om de tariefmethodologie of de tarieven gedurende de reguleringsperiode te allen tijde en in afwijking van de termijnen uit de procedure, vermeld in paragraaf 3, op eigen initiatief te wijzigen, kan een distributienetbeheerder, voor zover dat strikt noodzakelijk wordt geacht, binnen de reguleringsperiode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tarieven voor de komende jaren van die tariefmethode ter goedkeuring voorleggen aan de VREG. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven houdt rekening met de tariefmethodologie, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de VREG behandeld overeenkomstig de geldende procedure, vermeld in paragraaf 3.
  § 5. Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of van commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen, de ontwerpen van tarifaire beslissingen en, in voorkomend geval, de goedgekeurde tariefvoorstellen die de distributienetbeheerders hebben ingediend.
  De VREG publiceert de tarieven en hun motivering binnen drie werkdagen na hun goedkeuring op zijn website. De VREG houdt rekening met een redelijke implementatietermijn voor de leveranciers.
  § 6. De distributienetbeheerders delen zo spoedig mogelijk aan hun toegangshouders de tarieven mee die ze moeten toepassen en stellen ze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Ze publiceren die tarieven ook zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing ervan preciseert.".

  Art. 19. Aan afdeling XII van hetzelfde decreet, toegevoegd bij artikel 8, wordt een onderafdeling VI toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling VI. - Beroepsprocedure tegen beslissingen van de VREG met betrekking tot de tarieven".

  Art. 20. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt aan onderafdeling VI, toegevoegd bij artikel 19, een artikel 4.1.34 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.1.34. Tegen de beslissingen die de VREG met toepassing van titel IV, hoofdstuk I, afdeling XII, heeft genomen, kan door iedere persoon die een belang aantoont, beroep aangetekend worden voor het Hof van Beroep te Brussel, dat zetelt zoals in kort geding.
  Het Hof van Beroep kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief oordelen dat de rechtsgevolgen van de geheel of gedeeltelijk vernietigde beslissing geheel of gedeeltelijk in stand blijven of voorlopig in stand blijven voor een termijn die het bepaalt. Deze maatregel kan evenwel enkel worden bevolen om uitzonderlijke redenen die een aantasting van het legaliteitsbeginsel rechtvaardigen, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing en na een tegensprekelijk debat. Deze beslissing moet ook rekening houden met de belangen van derden.".

  Art. 21. In artikel 4.2.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De VREG stelt, na voorafgaandelijk stakeholdersoverleg, een ontwerp van technisch reglement op voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet, het aardgasdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. Dit ontwerp van reglement wordt vervolgens ter consultatie aan de marktpartijen voorgelegd.";
  2° in paragraaf 2 worden in punt 2° na de woorden "met inbegrip van" en voor het woord "aggregatoren" de woorden "exploitanten van noodgroepen," ingevoegd;
  3° in paragraaf 3 wordt het woord "nodige" vervangen door het woord "gevraagde";
  4° aan paragraaf 3 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De technische reglementen treden pas in werking na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.".

  Art. 22. Aan titel IV, hoofdstuk VI, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014, wordt een artikel 4.6.10 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.6.10. Iedere beheerder van een gesloten distributienet past voor de aansluiting, het gebruik en de ondersteunende diensten die van toepassing zijn op dat net, tarieven toe die in overeenstemming zijn met de volgende richtsnoeren:
  1° de tarieven zijn niet-discriminerend, gebaseerd op de kosten en een redelijke winstmarge;
  2° de tarieven zijn transparant voor de gebruiker van een gesloten distributienet;
  3° het tarief dat de beheerder van een gesloten distributienet op de gebruikers van dat net toepast, omvat de kosten voor aansluiting, gebruik en ondersteunende diensten, alsook in voorkomend geval, de kosten die verband houden met de extra lasten die het gesloten distributienet moet dragen om het transmissie- of distributienet of het plaatselijk vervoersnet voor elektriciteit waarop hij aangesloten is te gebruiken;
  4° de beheerder van het gesloten distributienet kiest de afschrijvingstermijnen en de winstmarges gekozen binnen de marges tussen de waarden die hij toepast in zijn belangrijkste bedrijfssector en de marges die in de distributienetten worden toegepast;
  5° de tarieven zijn, wat de aansluiting, de versterking ervan en de vernieuwing van de uitrusting van het net betreft, afhankelijk van de mate van socialisering of individualisering van de investeringen die eigen zijn aan de locatie, rekening houdend met het aantal gebruikers van het gesloten distributienet.".

  Art. 23. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt titel V, die bestaat uit artikel 5.1.1, opgeheven.

  Art. 24. In artikel 7.1.1, § 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vijfde lid worden de woorden "zoals bepaald in artikel 7.1.10, § 2" opgeheven;
  2° het zevende, achtste en negende lid worden opgeheven.

  Art. 25. In artikel 6.1.1, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "behalve voor de gratis hoeveelheid elektriciteit, vermeld in artikel 5.1.1" opgeheven.

  Art. 26. In artikel 7.1.4/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012 en gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, derde lid, wordt de zin "Die berekening wordt uitgevoerd voor projecten met startdatum tijdens de volgende drie kalenderjaren." opgeheven;
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 4, vierde lid, wordt het woord "bandingfactor" vervangen door het woord "bandingfactoren".

  Art. 27. Aan artikel 7.1.6, § 2, van hetzelfde decreet wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Vanaf het jaar 2015 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de kosten van de verplichting, vermeld in paragraaf 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1.".

  Art. 28. Aan artikel 7.1.7, § 2, van hetzelfde decreet wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Vanaf het jaar 2015 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de kosten van de verplichting, vermeld in paragraaf 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1.".

  Art. 29. In artikel 7.1.10 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011, 28 juni 2012 en 28 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, tweede lid, worden in de formule de woorden "x Btot" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de zinnen "Btot gelijk is aan de totale bandingcoëfficiënt: de verhouding tussen het aantal toegekende, voor de certificatenverplichting aanvaardbare groenestroomcertificaten over een periode van 12 maanden tot en met juli van jaar n-2 en de totale bruto productie van groene stroom in het Vlaamse Gewest over dezelfde periode. De bruto productie van groene stroom voor de periode van 12 maanden tot en met juli van jaar n-2 wordt berekend aan de hand van de gerapporteerde maandproductie van de productie-installaties. Voor productie-installaties waarvoor geen maandelijkse gegevens beschikbaar zijn, wordt voor de berekening van Btot de productie op basis van jaar n-3 gebruikt." opgeheven;
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de punten 5° tot en met 9° vervangen door de punten 5° en 6°, die luiden als volgt:
  "5° 0,23 in 2017;
  6° 0,205 in 2018 en daarna;";
  4° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van paragraaf 2 wordt Ev vanaf 31 maart 2017 verminderd met de volgende hoeveelheden:
  1° voor de afname tussen 1000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. Die vermindering geldt alleen voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391, code 52100 of code 52241;
  2° voor de afname tussen 20.000 MWh en 100.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
  3° voor de afname tussen 100.000 MWh en 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
  4° voor de afname boven 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 98% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
  5° de hoeveelheid elektriciteit waarvoor grote verbruikers of gegroepeerde verbruikers met een totaal verbruik van meer dan 5 GWh in naam van de certificaatplichtige groenestroomcertificaten hebben ingediend.";
  5° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven;
  6° aan paragraaf 3 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het derde en vierde lid wordt het geheel van afnemers die instaan voor het verzorgen van openbaar vervoer niet als één afnamepunt beschouwd.";
  7° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3/1. Het op ondernemingsniveau verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie ontstane kosten wordt beperkt tot 4% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming. Voor bedrijven met een elektriciteitsintensiteit van ten minste 20% wordt dit beperkt tot 0,5% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming.
  De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedures, alsmede de modaliteiten en voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het verkrijgen van deze vermindering.".

  Art. 30. In artikel 7.1.11, § 2/1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011, 28 juni 2012 en 28 juni 2013, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van paragraaf 2 wordt Ev vanaf 31 maart 2017 verminderd met de volgende hoeveelheden:
  1° voor de afname tussen 1000 MWh en 5000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241;
  2° voor de afname tussen 5000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241;
  3° voor de afname tussen 20.000 MWh en 100.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 50% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
  4° voor de afname tussen 100.000 MWh en 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
  5° voor de afname boven 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 85% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was.".

  Art. 31. In artikel 8.7.2, § 1, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 32. Aan artikel 11.1.14, § 2, vierde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 november 2011, 28 juni 2013, 14 maart 2014 en 25 april 2014, worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.".

  Art. 33. In artikel 11.2.2 van hetzelfde decreet worden de woorden "eigenaar van een gebouw" telkens vervangen door de woorden "de personen".

  Art. 34. Aan artikel 11.2.3, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 november 2011, 28 juni 2013 en 14 maart 2014, worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.".

  Art. 35. Aan titel XII, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 12.2.3 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 12.2.3. De Vlaamse Regering kan verplichtingen opleggen aan de overheidsdiensten en instellingen, die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken en die derhalve vaak door het grote publiek bezocht worden, om het Vlaams Energieagentschap accurate, volledige en consistente mededeling te doen betreffende de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in artikel 11.2.1, § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de rapporteringstermijn en -wijze van de te verstrekken gegevens.".

  Art. 36. Artikel 13.1.1 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 13.1.1. § 1. Tenzij dit decreet in een specifieke toezichthouder voorziet, worden de ambtenaren die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en om de niet-naleving hiervan vast te stellen in een verslag van vaststelling, aangeduid door de Vlaamse Regering.
  § 2. De Vlaamse Regering wijst de bepalingen van dit decreet aan waarvoor de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, bevoegd zijn.
  § 3. Bij het uitvoeren van hun toezichtstaak kunnen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde ambtenaren toegang tot de terreinen en de gebouwen. De ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, kunnen bijstand vorderen van de politie bij de uitoefening van hun toezichtstaak. Ze kunnen eveneens monsters nemen en vaststellingen doen met audiovisuele middelen.
  Tot de gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
  1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen;
  2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de politierechter.".

  Art. 37. In artikel 13.1.2, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "V," opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden "de bewoonde lokalen" vervangen door "gebouwen".

  Art. 38. In artikel 13.1.4 van hetzelfde decreet worden de woorden "de bewoonde lokalen" vervangen door het woord "gebouwen".

  Art. 39. In artikel 13.1.5 van hetzelfde decreet worden de woorden "de bewoonde lokalen" vervangen door het woord "gebouwen".

  Art. 40. In artikel 13.4.2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "artikel 12.2.1" en de woorden "opgelegde eisen" de woorden "en artikel 12.2.3" ingevoegd;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "artikel 12.2.1, tweede lid" vervangen door de woorden "artikel 12.2.1 en artikel 12.2.3".

  Art. 41. In artikel 13.4.4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2013, wordt paragraaf 4 opgeheven.

  Art. 42. In artikel 13.4.9, § 2, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid opgeheven.

  Art. 43. In artikel 13.4.10 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 november 2011 en 14 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het bedrag "500 euro" vervangen door het bedrag "250 euro";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede ", afhankelijk van het type gebouw, het beschermde volume of de bruikbare vloeroppervlakte" opgeheven;
  3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen de zinsnede "de eigenaar of gebruiker van het gebouw" en de zin "De kosten voor de opmaak van het energieprestatiecertificaat vallen volledig ten laste van de energiedeskundige." de zin "Indien het gebouw wordt verhuurd, dan bezorgt de eigenaar tevens een kopie van het nieuwe energieprestatiecertificaat aan de huurder." ingevoegd;
  4° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "een administratieve geldboete op van 500 euro" vervangen door de woorden "de energiedeskundige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de vastgelegde termijn wordt overschreden";
  5° in paragraaf 2 wordt de zinsnede ", afhankelijk van het type gebouw, het beschermde volume of de bruikbare vloeroppervlakte" opgeheven;
  6° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede ", afhankelijk van het type gebouw, het beschermde volume of de bruikbare vloeroppervlakte" opgeheven;
  7° in paragraaf 3/1, eerste lid, wordt het bedrag "500 euro" vervangen door het bedrag "250 euro";
  8° in paragraaf 3/1, eerste lid, wordt de zinsnede ", afhankelijk van het type gebouw, het beschermde volume of de bruikbare vloeroppervlakte" opgeheven;
  9° een paragraaf 3/2 wordt ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3/2. Indien blijkt dat de instrumenterende ambtenaar of een derde de hem op grond van artikel 11.2.2, § 3, opgelegde verplichtingen niet heeft nageleefd, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren opgeroepen, dan kan het Vlaams Energieagentschap hem een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 250 euro en niet hoger dan 5000 euro.";
  10° paragraaf 4, eerste lid, wordt opgeheven.

  Art. 44. In artikel 14.2.2, § 3, tweede lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, wordt de datum "30 maart" vervangen door de datum "1 juli".

  Art. 45. In hoofdstuk III van titel XV van hetzelfde decreet worden een artikel 15.3.5/7 en 15.3.5/8 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 15.3.5/7. Netgebruikers, aangesloten op het distributienet, die tussen 1 januari 2015 en 1 oktober 2015 getroffen werden door een langdurige stroomonderbreking, vermeld in artikel 4.1.11/5, kunnen in afwijking van artikel 4.1.11/5, § 3, op straffe van onontvankelijkheid, nog een aanvraag tot schadevergoeding indienen gedurende dertig kalenderdagen volgende op de inwerkingtreding van dit artikel. De door de Vlaamse Regering op grond van artikel 4.1.11/5, § 4, derde lid, vastgestelde voorwaarden en procedures zijn van overeenkomstige toepassing.
  "Art. 15.3.5/8. Afnemers waarvan de gratis hoeveelheid elektriciteit nog niet werd toegekend voor het leveringsjaar 2015 en de afnemers waarvan de gratis hoeveelheid elektriciteit niet correct is toegekend op hun afrekeningsfactuur hebben nog steeds recht op de toekenning van de gratis hoeveelheid elektriciteit. Dit recht houdt op te bestaan indien de afnemer niet binnen een termijn van twee jaar na de afrekeningsfactuur waarop de gratis hoeveelheid elektriciteit normaal gezien moest toegekend worden, aan zijn leverancier kenbaar heeft gemaakt dat de toegekende gratis hoeveelheid elektriciteit op deze afrekeningsfactuur niet correct of niet toegekend is. In afwijking van artikel 6.1.1, tweede lid, zijn de kosten voor de levering van deze gratis elektriciteit ten laste van alle afnemers.
  De VREG ziet toe op de correcte naleving van deze overgangsbepaling.".

  HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek

  Art. 46. Aan artikel 605quater van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 juli 2005, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° artikel 4.1.34 van het Energiedecreet van 8 mei 2009.".

  HOOFDSTUK 5. - Opheffings- en slotbepalingen

  Art. 47. In de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 15/5ter, het laatst gewijzigd bij de wet van 26 december 2013;
  2° artikel 15/5quater en 15/5quinquies, § 2, het laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, in de mate dat deze artikelen de gasdistributie betreffen;
  3° artikel 15/9bis, § 3, ingevoegd bij de wet van 8 januari 2012, in de mate dat dit artikel gesloten distributienetten betreft.

  Art. 48. In de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 12bis, het laatst gewijzigd bij de wet van 26 december 2013;
  2° artikel 12ter, het laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, in de mate dat dit artikel de elektriciteitsdistributie betreft;
  3° artikel 12quater, § 2, het laatst gewijzigd bij de wet van 25 augustus 2012, in de mate dat dit artikel de elektriciteitsdistributie betreft;
  4° artikel 18bis, § 3, het laatst gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, in de mate dat dit artikel gesloten distributienetten betreft.

  Art. 49.
  <Ingetrokken bij DVR 2017-12-22/08, art. 63, 002; Inwerkingtreding : 10-12-2015>

  Art. 50. In artikel 108, laatste streepje, van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 worden de woorden "en buiten werking treedt op 31 december 2015" opgeheven.

  Art. 51. Dit decreet treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, behoudens:
  1° artikel 4, 4°, dat in werking treedt op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum;
  2° artikel 5, 23, 24, 2°, 25 en 37, 1°, die in werking treden op 1 januari 2016;
  3° artikel 29, 1°, 4°, 5°, 6° en 7°, en artikel 30, die voor het eerst van toepassing zijn voor de inleveringsronde die eindigt op 31 maart 2017.
  In afwijking van het eerste lid, 3°, blijven de artikelen 7.1.10, § 2, tweede lid, en § 3, eerste en derde lid, en 7.1.11, § 2/1, eerste lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, in de lezing voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 29, 1°, 4°, 5°, 6° en 7°, en artikel 30, van toepassing op de inleveringsronde die eindigt op 31 maart 2016.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding van art. 4, 4° vastgesteld op een onbepaalde datum en uiterlijk op 1 juli 2017 door BVR 2016-07-15/40, art. 48)

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 27 november 2015.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie,
A. TURTELBOOM
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,
L. HOMANS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 22-12-2017 GEPUBL. OP 29-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 49)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2014-2015. Document. - Ontwerp van decreet : 461 - Nr. 1 Zitting 2015-2016. Documenten. - Amendementen, 461 - Nr. 2 en 3. - In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen, 461 - Nr. 4. - Amendementen, 461 - Nr. 5. - Verslag, 461 - Nr. 6. - Amendementen, 461 - Nr. 7. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 461 - Nr. 8. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 18 november 2015.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie