J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2015/09/27/2015204532/justel

Titel
27 SEPTEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat betreft het statuut van de kunstenaars, en van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie "Kunstenaars"

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID.WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 07-10-2015 nummer :   2015204532 bladzijde : 63148       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2015-09-27/11
Inwerkingtreding : 01-07-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-8

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 17sexies, § 3, derde lid, 1°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden "en een overzicht van zijn prestaties";
  2° de tweede zin wordt vervangen als volgt :
  " De minister bevoegd voor Sociale Zaken kan bij ministerieel besluit het model, de drager, de modaliteiten van bijhouden en bewaren, de inlichtingen die op het prestatieoverzicht moeten worden vermeld en de termijn waarbinnen die inlichtingen erop vermeld moeten zijn, vastleggen. ";
  3° de derde zin wordt opgeheven.

  Art. 2. In artikel 17sexies, § 7, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "en/of het prestatieoverzicht" worden ingevoegd tussen de woorden "bij het ontbreken van de kaart" en het woord "of";
  2° in de Franse versie van de tekst worden de woorden "cette dernière" vervangen door de woorden "ce dernier".

  Art. 3. In artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie "Kunstenaars" wordt een nieuw lid ingevoegd tussen het derde en het vierde lid, luidende :
  " De leden bedoeld in het tweede lid hebben een beraadslagende stem en de leden bedoeld in het derde lid hebben een raadgevende stem ".

  Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Aan de effectieve of plaatsvervangende voorzitter van de Commissie wordt per zitting die zij bijwonen een presentiegeld van 150 euro toegekend.
  Het presentiegeld is slechts verschuldigd indien de duur van de zitting ten minste drie uur bedraagt.
  Het bedrag van 150 euro wordt aan spilindexcijfer 119,62 (basis 2004) gekoppeld en varieert zoals bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  Deze presentiegelden worden ten laste genomen door de begroting van de Federale Overheidsdienst "Sociale Zekerheid".
  § 2. De effectieve voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter hebben recht op terugbetaling van hun reiskosten, onder de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
  Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de voorzitters gelijkgesteld met ambtenaren van niveau A.
  De verplaatsingskosten worden ten laste genomen door de begroting van de Federale Overheidsdienst "Sociale Zekerheid" ".

  Art. 5. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " De administrateurs-generaal van de Rijksdienst voor sociale zekerheid, van het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen en van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening wijzen onder de ambtenaren van hun instelling elk één personeelslid aan belast met de voorbereiding van de werkzaamheden van de Commissie.
  De FOD Sociale Zekerheid is belast met het secretariaat van de Commissie en de voorbereiding van haar werkzaamheden. "

  Art. 6. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " De Commissie beraadslaagt slechts geldig indien de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter en een lid van elke instelling bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° tot 3°, en minstens één van de drie leden aangewezen door de interprofessionele vakorganisaties, één van de drie vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en één van de drie vertegenwoordigers van de artistieke sector aanwezig zijn.
  Wat de telling van de stemmen betreft, hebben de leden bedoeld bij artikel 1, § 1, tweede lid, 1° tot 3° elk drie stemmen.
  De leden bedoeld bij artikel 1, § 1, tweede lid, 4° tot 6° beschikken elk over één stem.
  De Voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter hebben enkel een adviserende stem.
  Bij staking van stemmen wordt de beslissing als negatief beschouwd. "

  Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2015.

  Art. 8. De minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor de Zelfstandigen, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 27 september 2015.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel,
K. PEETERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. M. DE BLOCK
Minister van Middenstand, Zelfstandigen, K.M.O.'s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie,
W. BORSUS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 1bis, § 3, 2e lid;
   Gelet op de programmawet van 24 december 2002, artikel 172, § 3, laatst gewijzigd bij de wet van 1 juli 2015 houdende diverse sociale bepalingen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 17sexies, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 maart 2014;
   Gelet op het koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie "Kunstenaars";
   Gelet op het koninklijk besluit van 17 juli 2014 tot uitvoering en tot bepaling van de inwerkingsdatum van artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 tot aanvulling van het sociaal statuut der kunstenaars en tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van het visum kunstenaar en van de kunstenaarskaart;
   Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op 24 juni 2015;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 mei 2015;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 4 juni 2015;
   Gelet op de regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Overwegende dat de instellingen van sociale zekerheid die in de commissie zetelen zich er moeten van vergewissen dat de beweerde prestaties effectief als artiest geleverd worden en er geen sprake is van misbruik en dat indien nodig zij de bevoegde sociale inspectiediensten zullen inschakelen;
   Gelet op de hoogdringendheid,
   Overwegende dat de bevoegdheden van de Commissie Kunstenaars uitgebreid zijn bij de programmawet (I) van 26 december 2013;
   Dat deze voortaan bevoegd is om de kunstenaarskaart bedoeld bij artikel 17sexies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 en het kunstenaarsvisum bedoeld bij artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969 uit te reiken;
   Dat de middelen die nodig zijn voor de werking van de nieuw samengestelde Commissie met ruimere bevoegdheden vanaf 1 juli 2015 kunnen worden vrijgemaakt;
   Dat de Commissie momenteel een achterstand heeft van duizenden dossiers;
   Dat het wettelijk statuut van de kunstenaars onduidelijk is aangezien de regelgeving bepaalt dat zij moeten beschikken over een kunstenaarskaart om gebruik te maken van de kleinevergoedingsregeling en over een kunstenaarsvisum om gebruik te maken van de zogenaamde regeling 1bis, terwijl de Commissie deze nog steeds niet kan uitreiken;
   Dat, gezien deze rechtsonzekerheid voor de kunstenaars, de situatie zo snel mogelijk moet verduidelijkt worden en de teksten zo spoedig mogelijk moeten gepubliceerd worden zodat de Commissie aan het werk kan gaan;
   Gelet op advies 57691/1 van de Raad van State, gegeven op 19 juni 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Werk, van de Minister van Sociale Zaken en van de Minister van Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie