J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2015/07/02/2015203254/justel

Titel
2 JULI 2015. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wat betreft de overgangsregeling die van toepassing is op de onderdanen van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie en wat betreft de toegang tot de arbeidsmarkt voor de onderdanen van derde landen die langdurig in een andere lidstaat verblijven

Bron :
WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 15-07-2015 nummer :   2015203254 bladzijde : 46083       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2015-07-02/26
Inwerkingtreding : 01-07-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 november 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het eerste lid wordt aangevuld met een punt 35°, luidend als volgt :
  "35° de buitenlandse onderdanen die de verblijfsstatus van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen krachtens een wetgeving of regelgeving tot omzetting van de Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, voor zover zij met een arbeidskaart model B gedurende een ononderbroken periode van twaalf maanden werden tewerkgesteld.";
  b) er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidend als volgt :
  "Wat punt 35° betreft, worden met arbeidsperiodes gelijkgesteld de periodes van algehele arbeidsongeschiktheid als gevolg van een beroepsziekte, een arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar en van het werk, die zich voordeden op een moment dat de betrokkene werd tewerkgesteld. ".

  Art. 2. Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008 en bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 5. In afwijking van artikel 4, § 2, van de wet, mag de vergunning worden toegekend aan de werkgever voor de tewerkstelling van onderdanen bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 34°, en in artikel 9, die België zijn binnengekomen om er tewerkgesteld te worden vooraleer de werkgever de arbeidsvergunning heeft bekomen. ".

  Art. 3. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 november 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, wordt punt 20° vervangen als volgt :
  "20° de buitenlandse onderdanen die de verblijfsstatus van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen op basis van de Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen voor zover deze arbeidsvergunning betrekking heeft op beroepen waarvoor de bevoegde overheid erkend heeft dat er zich een tekort aan arbeidskrachten voordoet.";
  b) het wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt :
  "Wat punt 20° betreft, wordt de arbeidsvergunning door de bevoegde overheid afgeleverd binnen vijf werkdagen wanneer de voorwaarden voor de toekenning ervan worden vervuld".

  Art. 4. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008, worden de woorden "en artikel 38septies" geschrapt.

  Art. 5. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008, worden de woorden "en artikel 38septies" geschrapt.

  Art. 6. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt punt 2° vervangen als volgt :
  "2° van personen bedoeld in artikel 9, 9°, 10° en 20°. ".

  Art. 7. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :
  1° artikel 38ter, voor het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2013;
  2° artikel 38quater, voor het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2006;
  3° artikel 38quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 april 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 april 2006;
  4° artikel 38sexies, voor het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 juni 2013;
  5° artikel 38septies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008;
  6° artikel 38octies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008;

  Art. 8. Het koninklijk besluit betreffende de modaliteiten van indiening van de aanvragen en aflevering van de arbeidsvergunningen en arbeidskaarten bepaald in artikel 38quater, § 3, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, wordt opgeheven.

  Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking op 1 juli 2015.

  Art. 10. De Minister van Tewerkstelling is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 2 juli 2015.
De Minister-President,
P. MAGNETTE
De Minister van Tewerkstelling en Vorming,
Mevr. E. TILLIEUX

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Regering,
   Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, de artikelen 4, § 2, 7 en 8, § 1;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 mei 2015;
   Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 11 juni 2015;
   Gelet op het rapport van 23 juli 2015 opgesteld overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
   Overwegende dat het koninklijk besluit van 9 juni 1999 zoals gewijzigd bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 juni 2013 een overgangsperiode voorziet inzake de toegang tot de arbeidsmarkt van toepassing op de Kroatische werknemers ten gevolge van de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie op 1 juli 2013 overeenkomstig artikel 18 (Bijlage 5) van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van de Republiek Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie;
   Overwegende dat gedurende twee jaar strengere maatregelen werden genomen met als doel om de toegang tot de Belgische arbeidsmarkt voor Kroatische onderdanen, en hun beperkt gezin, in te perken, door voor hen een verplichting in te voeren tot het verkrijgen van een arbeidsvergunning en een arbeidskaart model B vóór elke tewerkstelling door een Belgische werkgever;
   Overwegende dat deze periode van twee jaar momenteel beëindigd is en dat de lidstaten aan de Europese Commissie moeten laten weten of ze deze strengere maatregelen al dan niet blijven toepassen, en dat bij gebrek aan een kennisgeving betreffende de voortzetting van de overgangsbepalingen, het beginsel van vrij verkeer van de Kroatische werknemers vanaf 1 juli 2015 van toepassing zal zijn;
   Overwegende dat de Waalse arbeidsmarkt niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een ontregeling zoals gevreesd kon worden op het ogenblik van de toetreding van Kroatië;
   Dat het behoud van de overgangsbepalingen na 30 juni 2015 op economisch vlak geenszins gerechtvaardigd is, de strengere maatregelen zullen niet worden verlengd en de artikelen 38ter, 38quater en 38quinquies van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 zullen na 30 juni 2015 buiten werking treden, zoals bepaald in artikel 38sexies;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd als volgt :
   Overwegende dat het einde van de overgangsmaatregelen voor de Kroatische onderdanen door de toepassing van artikel 38octies van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 een gevolg heeft op de legale toestand van de onderdanen van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en met de status van langdurig ingezeten onderdanen in een andere lidstaat van de Europese Unie die onder de toepassing valt van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen;
   Dat, overeenkomstig artikel 38octies, artikel 38septies van hetzelfde besluit immers zou ophouden van kracht te zijn op hetzelfde ogenblik als de artikelen 38ter, 38quater en 38quinquies betreffende de overgangsbepalingen voor de Kroatische onderdanen;
   Overwegende dat voornoemde Richtlijn tot doel heeft om de integratie van de onderdanen van derde landen die langdurig in de Europese landen verblijven, te vergemakkelijken door de status van langdurig ingezeten onderdaan onder bepaalde voorwaarden toe te kennen;
   Overwegende dat voornoemde Richtlijn in artikel 14 een recht voorziet om in een andere lidstaat te verblijven met de mogelijkheid, als de langdurig ingezetene een economische activiteit als werknemer of als zelfstandige wil uitoefenen, om de situatie van de arbeidsmarkt te bezien vóór de toekenning van een arbeidskaart aan de ingezetene;
   Overwegende dat artikel 38septies van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 bepaalt dat in afwijking van artikel 8, er voor de toekenning van de arbeidskaart geen rekening gehouden wordt met de toestand van de arbeidsmarkt wanneer het gaat om onderdanen van een land dat geen lidstaat is van de Europese Economische Ruimte die de status van langdurig ingezeten onderdaan verworven hebben in een andere lidstaat van de Europese Unie, op basis van de bovenvermelde Richtlijn, en voor zover deze arbeidsvergunning betrekking heeft op beroepen waarvoor de bevoegde overheid, voor de toepassing van de wet, erkend heeft dat er zich een tekort aan arbeidskrachten voordoet;
   Overwegende dat het koninklijk besluit van 23 december 2008 een punt 20° heeft ingevoegd in artikel 9 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 en dat dit punt bepaalt dat dit artikel pas van kracht zou zijn wanneer de artikelen 38ter, 38quater en 38quinquies van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 zouden ophouden van kracht te zijn;
   Dat dit artikel 9, punt 20°, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 bepaalt dat er geen rekening wordt gehouden met de toestand van de gewestelijke arbeidsmarkt voor de onderdanen van een Staat die geen deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte, en die de verblijfsstatus van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen op basis van de bovenvermelde Richtlijn;
   Overwegende dat het feit dat er geen rekening wordt gehouden met de toestand van de arbeidsmarkt zoals bedoeld in artikel 9, punt 20°, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999, een belangrijke ontregeling van de arbeidsmarkt zou kunnen teweegbrengen;
   Dat, rekening houdend met de ernst van de economische crisis in de landen van Zuid-Europa, een automatische toegang tot de Waalse gewestelijke markt voor de langdurig ingezeten onderdanen immers een massale economische migratie naar de andere Europese staten zou kunnen veroorzaken;
   Overwegende dat om, enerzijds, dit risico te beperken door een noodzakelijke bepaalde controle te houden wat betreft de toegang tot de arbeidsmarkt voor de onderdanen van derde landen en anderzijds, de wil tot integratie naleven zoals bedoeld in de bovenvermelde Richtlijn, artikel 9, punt 20° van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 moet worden gewijzigd om voor de langdurig ingezeten onderdanen het stelsel vermeld in artikel 38septies te behouden dat in zijn eerste lid een afwijking van artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 (onderzoek van de arbeidsmarkt) voorziet voor de langdurig ingezeten onderdanen van wie de tewerkstelling beroepen betreft waarvoor er zich een tekort aan arbeidskrachten voordoet;
   Overwegende dat artikel 21, tweede lid, van de bovenvermelde Richtlijn de beperkingen betreffende de toegang tot de activiteiten als werknemer van de langdurig ingezeten onderdanen die onder haar toepassingsgebied vallen, tot een periode van ten hoogste twaalf maanden beperkt.
   Dat met inachtneming van dit tweede lid, dit besluit voorziet om een punt 35° in te voegen in artikel 2, eerste lid, van het bovenvermelde koninklijk besluit van 9 juni 1999 om een vrijstelling van arbeidskaart toe te kennen aan de buitenlandse onderdanen die de verblijfsstatus van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen krachtens een wetgeving of regelgeving tot omzetting van de bovenvermelde Richtlijn, voor zover zij met een arbeidskaart model B gedurende een ononderbroken periode van twaalf maanden werden tewerkgesteld;
   Overwegende dat het absoluut noodzakelijk is dat dit besluit uitwerking heeft op 1 juli 2015 om elke verwarring te vermijden in verband met de belangrijke, opeenvolgende en naderende veranderingen van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 wat betreft de langdurig ingezeten onderdanen en toestanden van juridische onzekerheid in verband met de regeling die op deze ingezetenen van toepassing is, te veroorzaken;
   Overwegende dat de regeling voorgesteld door dit besluit voor de langdurig ingezeten onderdanen de regeling die momenteel van toepassing is en dit, tot 30 juni 2015, nabootst en een regeling voorziet die gunstiger is dan de regeling bedoeld in het huidig artikel 9, punt 20°, daar zij een vrijstelling van de arbeidskaart na een ononderbroken periode van twaalf maanden met een arbeidskaart B voorziet;
   Overwegende dat dit besluit zo spoedig mogelijk moet worden aangenomen om na 30 juni 2015 zowel de rechtszekerheid als de perfecte informatie te garanderen van de buitenlandse onderdanen die de verblijfsstatus van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen, en dit, krachtens een wetgeving of regelgeving tot omzetting van de bovenvermelde Richtlijn;
   Overwegende dat het hier om deze verscheidene redenen gaat om een spoedgeval die de Waalse Regering vrijstelt van het advies aan te vragen van de Adviesraad voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de bovenvermelde wet van 30 april 1999;
   Gelet op het advies nr. 57.706/2 van de Raad van State, gegeven op 22 juni 2015 overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 3° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Tewerkstelling;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie