J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/12/19/2014011635/justel

Titel
19 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot opheffing van de artikelen 1 tot 6, 10, eerste lid, en 11, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE.FINANCIEN
Publicatie : 30-12-2014 nummer :   2014011635 bladzijde : 106636       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-12-19/14
Inwerkingtreding : 01-01-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Opheffing van de artikelen 1 tot 6, 10, eerste lid, en 11, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen
Art. 3-8
HOOFDSTUK III. - Overgangsbepaling, inwerkingtreding en tenuitvoerlegging
Art. 9-11

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Opheffing van de artikelen 1 tot 6, 10, eerste lid, en 11, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten

  Artikel 1. In het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, worden opgeheven :
  1° Hoofdstuk I - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, bevattende de artikelen 1 tot 6;
  2° artikel 10, eerste lid;
  3° artikel 11, 1° en 2°.

  Art. 2. In artikel 11, enig lid, van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
  "3° de artikelen 7, 8, 9 en 10, tweede lid, van dit besluit".

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen

  Art. 3. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 november 2006 en bij het koninklijk besluit van 17 juli 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 2°, a), worden de woorden "het met goed gevolg afgewerkt hebben van een gespecialiseerde cursus in verzekeringen of herverzekeringen" vervangen door de woorden "het slagen in een erkend examen als bedoeld in artikel 270, § 4, eerste lid, 2°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen";
  2° in de bepaling onder 8° worden de woorden "de in artikel 11, § 4, van de wet bedoelde voldoende basisopleiding met succes gevolgd hebben" vervangen door de woorden "over de vereiste basiskennis beschikken als bedoeld in artikel 270, § 6, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen".

  Art. 4. In artikel 5bis, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 november 2006, wordt de laatste zin geschrapt.

  Art. 5. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 november 2006, worden de woorden "de in artikel 11, § 4 van de wet bedoelde voldoende basisopleiding met succes gevolgd hebben" vervangen door de woorden "over de vereiste basiskennis beschikken als bedoeld in artikel 270, § 6, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen".

  Art. 6. In artikel 12, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 26 november 2006, worden de woorden "de in artikel 11, § 4, van de wet bedoelde basisopleiding met succes gevolgd hebben" vervangen door de woorden "over de vereiste basiskennis beschikken als bedoeld in artikel 270, § 6, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen".

  Art. 7. In artikel 25, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 26 november 2006, worden de woorden "die met succes een door de FSMA erkende gespecialiseerde cursus in herverzekeringen gevolgd hebben" vervangen door de woorden "die met succes een door de FSMA erkend examen in herverzekeringen afgelegd hebben".

  Art. 8. In artikel 26, § 2, 3°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 november 2006 worden de woorden "die met succes een door de FSMA erkende cursus in verzekeringen gevolgd hebben" vervangen door de woorden "die zijn geslaagd in een door de FSMA erkend examen in verzekeringen".

  HOOFDSTUK III. - Overgangsbepaling, inwerkingtreding en tenuitvoerlegging

  Art. 9. Het vereiste te slagen in een door de FSMA erkend examen, als bedoeld in artikel 270, § 4, eerste lid, 2°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen is niet van toepassing op personen die op 1 januari 2015 reeds met vrucht een gespecialiseerde cursus in verzekeringen hadden afgelegd, of die zich reeds voor een dergelijke cursus hadden ingeschreven, georganiseerd conform artikel 11, § 3, eerste lid, 2°, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, zoals dit van kracht was vóór de opheffing ervan bij artikel 347 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, of conform artikel 270, § 4, eerste lid, 2°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen zoals dit van kracht was vóór zijn vervanging door artikel 345, 1°, van dezelfde wet. De personen die zich reeds hadden ingeschreven voor een gespecialiseerde cursus in verzekeringen voorafgaand aan de opheffing van voornoemd artikel 11, § 3, eerste lid, 2°, of voorafgaand aan de vervanging van voornoemd artikel 270, § 4, eerste lid, 2°, door artikel 345, 1°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, moeten deze cursus met vrucht gevolgd hebben vóór 1 januari 2018.

  Art. 10. Op 1 januari 2015 treden in werking:
  1° de artikelen 344 tot 346 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
  2° dit besluit, met uitzondering van artikel 1, 1° dat in werking treedt op 31 december 2014.

  Art. 11. De minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Financiën, en de minister bevoegd voor de Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 19 december 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
Kris PEETERS
De Minister van Financiën,
Johan VAN OVERTVELDT
De Minister van Middenstand,
Willy BORSUS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de Grondwet, artikel 108;
   Gelet op de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, artikel 270, § 4, eerste lid, 2°, gewijzigd bij artikel 345, 1°, van dezelfde wet en § 6, gewijzigd bij artikel 345, 3°, van dezelfde wet, en artikel 353, § 2;
   Gelet op het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
   Gelet op het advies van de Commissie voor Verzekeringen, gegeven op 12 januari 2010;
   Gelet op het voorstel en het advies van de CBFA, gegeven op 6 november 2008;
   Gelet op advies 56.806/1 van de Raad van State, gegeven op 10 december 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, de Minister van Financiën en de Minister van Middenstand,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Met het koninklijk besluit van 21 juli 2014(1) werd, met ingang op 1 januari 2015, een examensysteem ingevoerd in de sector van de verzekeringsbemiddeling en in de sector van de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten om het bezit van de vereiste beroepskennis te bewijzen.
   Meer bepaald werd de verplichting om met vrucht een door de FSMA erkende gespecialiseerde cursus te volgen, vervangen door de verplichting om te slagen in een examen dat door de FSMA is erkend. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van deze hervorming wordt verwezen naar het verslag aan de Koning bij dat koninklijk besluit.
   Deze doelstelling moest worden bereikt door, enerzijds, bepaalde artikelen van de wet van 27 maart 1995, die in zo'n examensysteem hadden voorzien maar die nog niet in voege waren getreden, in werking te laten treden, en, anderzijds, door bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, en van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, te wijzigen.
   De bepalingen van de wet van 27 maart 1995 werden intussen echter integraal verplaatst, zonder inhoudelijke wijziging, naar de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen en artikel 347 van deze laatste wet heeft de wet van 27 maart 1995 opgeheven. Deze opheffingsbepaling is in werking getreden op 1 november 2014, dus ruim vóór de door het koninklijk besluit van 21 juli 2014 voorziene inwerkingtreding van de betrokken bepalingen van de wet van 27 maart 1995 (1 januari 2015). Bijgevolg zal de rechtsgrond voor hoofdstuk I, bevattende de artikelen 1 tot 6, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 worden opgeheven vooraleer in werking te treden.
   Anderzijds bevatten de artikelen 344 tot 346 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen quasi-identieke bepalingen als de wet van 27 maart 1995 met betrekking tot de overgang naar een examensysteem. Net zoals dat het geval was in de wet van 27 maart 1995, treden de artikelen 344 tot 346 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, overeenkomstig artikel 353, § 2, van dezelfde wet, in werking op een door de Koning te bepalen datum.
   Gelet op het verlies van rechtsgrond voor de artikelen 1 tot 6, 10, eerste lid, en 11, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 heft het voorliggend ontwerp vooreerst deze artikelen op. Dit is het voorwerp van artikel 1.
   Vervolgens hernemen de artikelen 3 tot 8 van het voorliggend ontwerp de bepalingen van artikel 1 tot 6 van het koninklijk besluit van 21 juli 2014, met als enige verschil dat als rechtsgrond voor deze wijzigingsbepalingen ten opzichte van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 beroep wordt gedaan op artikel 270, § 4, eerste lid, 2°, gewijzigd bij artikel 345, 1°, en § 6, gewijzigd bij artikel 345, 3°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
   Artikel 9 herneemt, op dezelfde wijze, artikel 10, eerste lid, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014.
   Voor de toelichting bij de inhoud van deze artikelen wordt verwezen naar het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 21 juli 2014. Inhoudelijk gaat het immers om identieke wijzigingsbepalingen. Alleen de rechtsgrond waarop deze bepalingen steunen, wordt gewijzigd.
   Artikel 10 herneemt de datum van inwerkingtreding van artikel 11 van het koninklijk besluit van 21 juli 2014. Artikel 10, 1°, bepaalt de datum van inwerkingtreding van de artikelen 344 tot 346 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Deze datum is 1 januari 2015.
   Artikel 11 van de ontwerptekst behoeft geen bijzondere toelichting.
   De bepalingen van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 in verband met de sector van de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten hoeven geen wijziging te ondergaan, vermits er geen wetswijziging is geweest in de wetgeving die deze sector reglementeert. Deze blijven dus onverminderd van kracht.
   Er werd volledig rekening gehouden met alle bemerkingen van de Raad van State.
   In het bijzonder werd, als gevolg van de opheffing van de in artikel 1 van de ontwerptekst opgesomde bepalingen van het koninklijk besluit van 21 juli 2014, overeenkomstig het advies van de Raad van State, in artikel 2 van de ontwerptekst een wijzigingsbepaling ingevoerd waarbij artikel 11, 3°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 zodanig wordt aangepast dat enkel deze bepalingen van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 in verband met de sector van de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten in werking treden krachtens dit artikel 11, 3°.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
   Kris PEETERS
   De Minister van Financiën,
   Johan VAN OVERTVELDT
   De Minister van Middenstand,
   Willy BORSUS
   Nota
   (1) Koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, B.S., 14 augustus 2014, 2de ed.
   
   Raad van State
   afdeling Wetgeving
   Advies 56.806/1 van 10 december 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot opheffing van de artikelen 1 tot 6, 10, eerste lid, en 11, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten'
   Op 17 november 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot opheffing van de artikelen 1 tot 6, 10, eerste lid, en 11, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten'.
   Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 4 december 2014. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Wouter Pas, staatsraden, Michel Tison, assessor, en Greet Verberckmoes, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Paul Depuydt, eerste auditeur-afdelingshoofd.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix Van Damme, kamervoorzitter.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 10 december 2014.
   STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
   1. Artikel 11, § 3, eerste lid, 2°, en § 4, van de wet van 27 maart 1995 `betreffende de verzekerings- en de herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen' werd gewijzigd bij de wetten van 31 juli 2009(1) en 29 december 2010(2). Als gevolg van die wijziging werd de op de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen rustende verplichting om met vrucht een door de FSMA(3) erkende gespecialiseerde cursus in verzekeringen te volgen, vervangen door de verplichting om te slagen voor een door de FSMA erkend examen.
   Als gevolg van de voornoemde wijzigingen in artikel 11, § 3, eerste lid, 2° en § 4, van de wet van 27 maart 1995 dienden de verwijzingen naar die bepalingen in het koninklijk besluit van 25 maart 1996(4) te worden aangepast. Die aanpassing is, met uitwerking vanaf 1 januari 2015, gebeurd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2014(5).
   De wet van 27 maart 1995 is met ingang van 1 november 2014 opgeheven door artikel 347 van de wet van 4 april 2014 `betreffende de verzekeringen' en de bepalingen ervan werden in de laatstgenoemde wet overgenomen.(6)
   Met het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit beogen de stellers ervan de zo-even vermelde aanpassingen van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 over te doen, rekening houdend met het gegeven dat de wet van 27 maart 1995 is opgeheven en dat de bepalingen ervan, inclusief die met betrekking tot de verplichting om te slagen voor een door de FSMA erkend examen, nu zijn vervat in de wet van 4 april 2014.
   2. De ontworpen regeling kan worden geacht rechtsgrond te vinden in artikel 108 van de Grondwet, dat aan de Koning de algemene bevoegdheid tot het uitvoeren van de wet verleent, gelezen in samenhang met de artikelen 270, § 4, eerste lid, 2°, en § 6, van de wet van 4 april 2014.
   Voor het in werking stellen van de artikelen 344 tot 346 van de wet van 4 april 2014 (artikel 9, 1°, van het ontwerp) dient als rechtsgrond tevens beroep te worden gedaan op artikel 353, § 2, van dezelfde wet, dat de Koning opdraagt te bepalen "wanneer de artikelen 344, 345 en 346 in werking treden".
   ONDERZOEK VAN DE TEKST
   Aanhef
   3. In het tweede lid van de aanhef van het ontwerp moet ook nog melding worden gemaakt van artikel 353, § 2, van de wet van 4 april 2014, dat rechtsgrond biedt voor artikel 9, 1°, van het ontwerp.
   4. Onmiddellijk na het lid van de aanhef waarin wordt gerefereerd aan de bepalingen van de wet van 4 april 2014 die het ontwerp tot rechtsgrond strekken, moeten twee leden worden toegevoegd waarin wordt verwezen naar respectievelijk de koninklijke besluiten van 25 maart 1996 en 21 juli 2014 die de ontworpen regeling beoogt te wijzigen.(7)
   5. Uit de aan de Raad van State meegedeelde documenten blijkt dat het voorstel en het advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen dateren van 6 november 2008 en niet van 4 november 2008, zoals in de aanhef van het ontwerp wordt vermeld. Het is derhalve van de eerstgenoemde datum dat melding moet worden gemaakt in de aanhef.
   Artikel 1
   6. Als gevolg van de opheffing van de in artikel 1 van het ontwerp opgesomde bepalingen van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 zou artikel 11, 3°, van dat koninklijk besluit moeten worden vervangen als volgt:
   "3° de artikelen 7, 8, 9 en 10, tweede lid, van dit besluit".
   Het ontwerp dient daartoe met een wijzigingsbepaling te worden aangevuld die in hoofdstuk I van het ontwerp onmiddellijk na artikel 1 als een afzonderlijk artikel kan worden ingevoegd.
   Artikel 2
   7. In de inleidende zin van artikel 2 van het ontwerp moet ook melding worden gemaakt van het wijzigende koninklijk besluit van 17 juli 2014.
   Artikel 9
   8. De stellers opteren er in artikel 1, 1°, van het ontwerp voor om de in die bepaling opgesomde artikelen van het koninklijk besluit van 21 juli 2014 op te heffen. Deze laatste artikelen zijn wijzigingsbepalingen die pas op 1 januari 2015 in werking treden. Het wordt vanuit wetgevingstechnisch oogpunt aanbevolen om in dat geval de opheffing in werking te laten treden uiterlijk de dag vóór de dag van inwerkingtreding van de wijzigingsbepalingen die worden opgeheven.(8) Indien op deze suggestie wordt ingegaan, dient in artikel 9 van het ontwerp te worden geëxpliciteerd dat artikel 1, 1°, van het besluit op 31 december 2014 in werking treedt.
   
   De griffier,
   Greet Verberckmoes
   De voorzitter,
   Marnix Van Damme
   
   ----------
   
   (1) Wet van 31 juli 2009 `tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten'.
   (2) Wet van 29 december 2010 `houdende diverse bepalingen (I)'.
   (3) Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.
   (4) Koninklijk besluit van 25 maart 1996 `tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen'.
   (5) Koninklijk besluit van 21 juli 2014 `tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 maart 1996 tot uitvoering van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 juli 2006 tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten'.
   (6) Wat specifiek de verplichting betreft om te slagen voor een door de FSMA erkend examen, zie de artikelen 270 en 270bis van de wet van 4 april 2014, zoals gewijzigd, respectievelijk ingevoegd door de artikelen 345 en 346 van dezelfde wet.
   (7) Beginselen van de wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbevelingen 29 en 30, en formules F 3-3, te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be).
   (8) Ibid., aanbeveling 131, a).
   

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie