J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/06/03/2014011342/justel

Titel
3 JUNI 2014. - Wet houdende wijziging van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, wat de omzetting in het interne recht betreft van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 27-06-2014 nummer :   2014011342 bladzijde : 48232       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-06-03/03
Inwerkingtreding : 07-07-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Grondslag van de wet
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Voorwerp van de wet
Art. 2
HOOFDSTUK III. - Definities
Art. 3
HOOFDSTUK IV. - Nationale Beleidsmaatregelen
Art. 4
HOOFDSTUK V. - Deskundigheid en bekwaamheid
Art. 5
HOOFDSTUK VI. - Nationaal Programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval
Art. 6
HOOFDSTUK VII. - Financiering
Art. 7
HOOFDSTUK VIII. - Rapportering
Art. 8
HOOFDSTUK IX. - Overgangsbepaling met betrekking tot de kwalificatie van radioactief afval
Art. 9

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Grondslag van de wet

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK II. - Voorwerp van de wet

  Art. 2. Het doel van deze wet is de omzetting van de Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.

  HOOFDSTUK III. - Definities

  Art. 3. Er wordt een vijfde paragraaf ingevoegd in artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, luidend als volgt :
  " § 5. In de zin van dit artikel, dient te worden verstaan onder :
  1° Sluiting : de beëindiging van alle operaties een zekere tijd nadat verbruikte splijtstof of radioactief afval in een bergingsinstallatie is geplaatst, met inbegrip van de uiteindelijke bouwkundige werken of andere werkzaamheden die vereist zijn om de installatie voor de lange termijn te beveiligen;
  2° Bevoegde regelgevende autoriteit : het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, opgericht bij artikel 2 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
  3° Berging : de plaatsing van verbruikte splijtstof of radioactief afval in een installatie zonder de bedoeling die splijtstof of dat afval terug te halen, maar zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om, in voorkomend geval, over te gaan tot recuperatie van afval, in overeenstemming met de modaliteiten gedefinieerd in de Nationale Beleidsmaatregelen bedoeld in § 6 en § 7 van dit artikel;
  4° Bergingsinstallatie : elke installatie die de berging van radioactief afval als voornaamste doel heeft;
  5° Vergunning : elk wettelijk document voor het uitvoeren van om het even welke activiteit in verband met het beheer van verbruikte splijtstof of radioactief afval, het ontwerp, de bouw, de inwerkingstelling, de bedrijfsvoering, de ontmanteling of de sluiting van een installatie voor het beheer van verbruikte splijtstof of een installatie voor het beheer van radioactief afval;
  6° Vergunninghouder : een natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning werd verleend;
  7° Radioactief afval : een radioactieve stof in gasvormige, vloeibare of vaste staat waarvoor de Staat of een natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens beslissing is aanvaard door de goedkeuring van een Nationale Beleidsmaatregel met betrekking tot deze stof zoals bedoeld in § 6 en § 7 van dit artikel, geen verder gebruik meer voorziet of overweegt en die door de bevoegde regelgevende autoriteit als radioactief afval wordt beschouwd, of indien deze stof dient te worden beschouwd als radioactief afval op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling;
  8° Beheer van radioactief afval : alle activiteiten die met name te maken hebben met het hanteren, het transport, de voorbehandeling, de behandeling, het conditioneren, de opslag of de berging van het radioactieve afval;
  9° Installatie voor het beheer van radioactief afval : elke installatie die het beheer van radioactief afval als voornaamste doel heeft;
  10° Opwerking : een proces of procedé dat tot doel heeft radioactieve isotopen te onttrekken aan verbruikte splijtstof met het oog op verder gebruik;
  11° Verbruikte splijtstof : de kernsplijtstof die bestraald is in een reactorkern en permanent eruit is verwijderd; verbruikte splijtstof kan worden beschouwd hetzij als een bruikbare bron die kan worden hergebruikt of opgewerkt, hetzij als radioactief afval dat bestemd is voor berging;
  12° Beheer van verbruikte splijtstof : alle activiteiten die met name te maken hebben met het hanteren, het transport, de opslag, de opwerking of de berging van verbruikte splijtstof;
  13° Installatie voor het beheer van verbruikte splijtstof : elke installatie die het beheer van verbruikte splijtstof als voornaamste doel heeft;
  14° Opslag : het onderbrengen van verbruikte splijtstof of radioactief afval in een installatie met de bedoeling die splijtstof of dat afval terug te halen."

  HOOFDSTUK IV. - Nationale Beleidsmaatregelen

  Art. 4. Aan artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 worden twee nieuwe paragrafen 6 en 7 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 6. De Koning stelt bij besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Instelling en na advies van de bevoegde regelgevende autoriteit, Nationale Beleidsmaatregelen vast en houdt deze in stand met betrekking tot het beheer van radioactief afval en van verbruikte splijtstof, in functie van de fysische, chemische en radiologische eigenschappen van het afval en van de verbruikte splijtstof, gebaseerd ten minste op de volgende algemene uitgangspunten :
  1° de productie van radioactief afval wordt beperkt tot een zo laag als redelijkerwijze haalbaar niveau, wat de activiteit en het volume betreft, door middel van gepaste ontwerpmaatregelen en praktijken inzake bedrijfsvoering en ontmanteling, met inbegrip van opwerking en hergebruik van stoffen;
  2° er wordt rekening gehouden met de onderlinge afhankelijkheid van alle stappen in de productie en het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
  3° verbruikte splijtstof en radioactief afval worden op een veilige manier beheerd, waarbij de veiligheid op lange termijn van een bergingsinstallatie onder meer op veiligheidsmaatregelen berust die op lange termijn passief moeten kunnen worden;
  4° de maatregelen worden ten uitvoer gelegd volgens een graduele aanpak;
  5° de kosten voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval zijn ten laste van diegenen die deze stoffen hebben geproduceerd;
  6° in alle stadia van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval wordt een met bewijskrachtige gegevens onderbouwd en gedocumenteerd besluitvormingsproces gevolgd.
  De in het eerste lid bedoelde Nationale Beleidsmaatregelen worden beschouwd als plannen of programma's in de zin van de wet van 13 februari 2006 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu.
  De Nationale Beleidsmaatregelen met betrekking tot het beheer van radioactief afval en van als afval beschouwde verbruikte splijtstof omvatten modaliteiten van omkeerbaarheid, terugneembaarheid en monitoring voor een te bepalen periode als elementen voor het ontwerp en de exploitatie van elke bergingsinstallatie. Deze modaliteiten worden opgesteld rekening houdend met de noodzaak de veiligheid van de bergingsinstallatie te verzekeren.
  De Nationale Beleidsmaatregelen omvatten de locatiekeuze van de bergingsinstallaties op voorstel van de Instelling die de bevoegde regelgevende autoriteit raadpleegt.
  De Nationale Beleidsmaatregelen omvatten de modaliteiten van opvolging van deze beleidsmaatregelen, in voorkomend geval door een onafhankelijk multidisciplinair orgaan.
  Op voorstel van de houders van de verbruikte splijtstof en na raadpleging van de Instelling en van de bevoegde regelgevende autoriteit, omvatten de Nationale Beleidsmaatregelen de aanvaarde hypotheses voor het verder gebruik van de verschillende types van verbruikte splijtstof.
  Op basis van vaststellingen na de sluiting van de site via de monitoring op vlak van de veiligheid, kan de Koning bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheden de nucleaire veiligheid en beveiliging behoort, de heropening van de bergingsinstallatie, en in voorkomend geval, de terugname van het radioactieve afval of de verbruikte splijtstof opleggen.
  De werkzaamheden voor de heropening van de bergingsinstallatie en, in voorkomend geval, de terugname van het radioactieve afval of de verbruikte splijtstof dienen het voorwerp te zijn van een vergunning verleend op basis van de wet van 15 april 1994 houdende de bescherming van de bevolking en het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren.
  § 7. Indien radioactief afval of verbruikte splijtstof wordt overgebracht naar een ander land met het oog op verwerking of opwerking, blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de veilige en verantwoorde berging van deze stoffen, ook voor al het als bijproduct gegenereerde afval, bij de Staat berusten, als land van waaruit de radioactieve stoffen zijn verzonden.
  Het op het Belgisch grondgebied geproduceerde radioactief afval wordt er geborgen, tenzij op het moment van overbrenging, rekening houdend met de door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 16, paragraaf 2, van Richtlijn 2006/117/Euratom opgestelde criteria, zoals omgezet bij koninklijk besluit van 24 maart 2009 tot regeling van de invoer, de doorvoer en de uitvoer van radioactieve stoffen, tussen de Staat en een ander land een overeenkomst van kracht is om een bergingsinstallatie in dat land te gebruiken.
  Vóór de overbrenging naar dat andere land, stelt de Staat de Commissie op de hoogte van de inhoud van een dergelijke overeenkomst en neemt hij redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat :
  a) het land van bestemming een overeenkomst over het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval heeft gesloten met de Euratom-Gemeenschap, of partij is bij het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van verbruikte splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval ("het Gezamenlijk Verdrag");
  b) het land van bestemming over programma's inzake beheer en berging van radioactief afval beschikt waarvan de doelstellingen, van hoog veiligheidsniveau, gelijkwaardig zijn aan de doelstellingen die vastgesteld zijn door de Richtlijn 2011/70/Euratom, zoals omgezet in deze wet;
  c) de bergingsinstallatie in het land van bestemming vergund is het over te brengen radioactief afval te ontvangen, operationeel is vóór de overbrenging en beheerd wordt overeenkomstig de voorschriften van het programma van het land van bestemming inzake beheer en berging van radioactief afval.
  De bepaling van het vorige lid is niet van toepassing op :
  a) de terugbrenging van afgedankte ingekapselde bronnen naar een leverancier of fabrikant;
  b) de overbrenging van verbruikte splijtstof uit onderzoeksreactoren naar een land waar splijtstoffen van onderzoeksreactoren worden geleverd of vervaardigd, rekening houdend met de toepasselijke internationale overeenkomsten."

  HOOFDSTUK V. - Deskundigheid en bekwaamheid

  Art. 5. Aan artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 wordt een nieuwe paragraaf 10 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 10. Elke natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een vergunning of gehouden is tot bepaalde verplichtingen krachtens dit artikel, moet voor zijn personeel regelingen voorzien voor opleiding en training, alsmede activiteiten van onderzoek en ontwikkeling ondernemen om te voldoen aan het Nationale Programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, teneinde de nodige deskundigheid en bekwaamheid te verwerven, in stand te houden en verder te ontwikkelen. De Koning bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van deze paragraaf."

  HOOFDSTUK VI. - Nationaal Programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval

  Art. 6. Aan artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 wordt een nieuwe paragraaf 8 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 8. Er wordt een Comité van het Nationale Programma opgericht belast met het opstellen van het Nationale Programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Dit Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Federale Overheidsdienst belast met Energie, de Instelling en de in de eerste paragraaf van dit artikel bedoelde vennootschap, die allen handelen in het kader van hun bevoegdheden en opdrachten. Het Comité wordt voorgezeten door de Federale Overheidsdienst belast met Energie. Het secretariaat van het Comité wordt verzorgd door de Instelling. Het Comité kan zich laten bijstaan door deskundigen en de verschillende producenten van radioactief afval en van verbruikte splijtstof raadplegen.
  De ministers die bevoegd zijn voor Energie en Economie maken, bij ministerieel besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voordracht van het Comité van het Nationale Programma en na raadpleging van de bevoegde regelgevende autoriteit, een Nationaal Programma op voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Dit programma maakt met name de balans op van de bestaande beheermethodes van verbruikte splijtstof en radioactief afval, brengt de te voorzien behoeften in kaart inzake opslag- of bergingsinstallaties, verduidelijkt de noodzakelijke capaciteit van deze installaties en de duur van de opslag en bepaalt de te bereiken doelstellingen voor het radioactieve afval dat nog niet het voorwerp uitmaakt van een definitieve beheermethode. Het Nationale Programma structureert de uitvoering van de onderzoeken en studies betreffende het beheer van de verbruikte splijtstof en van het radioactieve afval door mijlpalen vast te leggen voor de implementatie van nieuwe beheervormen, de oprichting van installaties of de wijziging van de bestaande installaties om te beantwoorden aan de hierboven gedefinieerde behoeftes en doelstellingen.
  Het Nationale Programma wordt regelmatig bijgewerkt en telkens als een Nationale Beleidsmaatregel wordt aangenomen of gewijzigd.
  De samenhang van het Nationale Programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval moet worden nagestreefd, alsook de technische en economische optimalisatie ervan.
  Het Nationale Programma bevat tevens :
  a) de globale doelstellingen die worden nagestreefd door de Nationale Beleidsmaatregelen bedoeld in paragraaf 6 van dit artikel ten aanzien van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;
  b) de belangrijke mijlpalen en duidelijke tijdsbestekken voor het bereiken van deze mijlpalen in het licht van de globale doelstellingen die worden nagestreefd door het Nationale Programma;
  c) een inventaris van alle verbruikte splijtstof en radioactief afval en ramingen van toekomstige hoeveelheden, met inbegrip van die welke voortkomen uit ontmanteling. In deze inventaris staan duidelijk de locatie en de hoeveelheid radioactief afval en verbruikte splijtstof vermeld, volgens de juiste indeling van radioactieve afvalstoffen en verbruikte splijtstof;
  d) concepten, plannen en technische oplossingen voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, van productie tot berging;
  e) concepten of plannen voor de periode na de sluiting van een bergingsinstallatie, met inbegrip van de periode waarin passende controles worden aangehouden, alsook de in te zetten middelen om de kennis over deze installatie op lange termijn te behouden;
  f) onderzoeks-, ontwikkelings- en demonstratieactiviteiten die nodig zijn om oplossingen voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval toe te passen;
  g) de verantwoordelijkheden voor de uitvoering van het Nationale Programma en de essentiële prestatie-indicatoren bestemd voor toezicht op de vooruitgang van de uitvoering;
  h) een raming van de kosten van het Nationale Programma en de basis en de gebruikte hypothesen voor deze raming, met inbegrip van een kalender;
  i) de van kracht zijnde financieringsmechanisme(n);
  j) het transparantiebeleid of -proces;
  k) in voorkomend geval, de met een ander land gesloten overeenkomst(en) betreffende het beheer van verbruikte splijtstof of radioactief afval, inclusief het gebruik van bergingsinstallaties;
  l) de identificatie van de bijkomende vereisten die voortvloeien uit de onderlinge afhankelijkheid van de verschillende beheerstadia voor elk type van radioactief afval en verbruikte splijtstof vanaf hun productie tot hun berging, teneinde de afstemming en de globale samenhang ervan te verzekeren;
  m) de gegevens betreffende elke voorziene of overwogen wijziging van de installaties en/of van de praktijken die van aard zijn om een impact te hebben op het beheer van het radioactieve afval en van de verbruikte splijtstof;
  n) de gegevens betreffende de historische situaties en de voorbije of bestaande beroepsactiviteiten die stoffen hebben opgeleverd of opleveren die mogelijkerwijze van aard zijn om gekwalificeerd te worden als radioactief afval, evenals de basisbeginselen van de beheermethodes die voor dit radioactief afval worden overwogen in de hypothese dat het beheer ervan niet kan verzekerd worden op grond van bestaande beheermethodes.
  Het Comité van het Nationale Programma kan bij de uitbaters van nucleaire installaties en bij de houders van radioactief afval of, bij ontstentenis, bij hun eigenaars, onder hun verantwoordelijkheid, op eenvoudig verzoek en zonder kosten, alle inlichtingen opvragen die nuttig zijn voor het opstellen van het Nationale Programma en in het bijzonder de informatie die betrekking heeft op het beheer van verbruikte splijtstof of van radioactief afval vóór hun overdracht aan de Instelling.
  Het Nationale Programma wordt uiterlijk op 23 augustus 2015 aan de Europese Commissie ter kennis gebracht op initiatief van de ministers die bevoegd zijn voor Economie en Energie. De verdere belangrijke wijzigingen ervan worden aan de Commissie ter kennis gebracht binnen de maand na hun goedkeuring. In geval van een verzoek tot inlichtingen of verduidelijking van de Commissie, worden deze alsook de verdere herzieningen verstrekt binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de ontvangst van dit verzoek."

  HOOFDSTUK VII. - Financiering

  Art. 7. In paragraaf 2, 11°, lid 2 van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 wordt de volgende zin toegevoegd : "De kosten voor het opmaken van het Nationale Programma hebben betrekking op het opmaken en het bijhouden van de inventaris en zijn gedekt door de opbrengst van de bijdragen waarvan sprake in dit lid.".

  HOOFDSTUK VIII. - Rapportering

  Art. 8. Aan artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 wordt een nieuwe paragraaf 9 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 9. 1. Een verslag over de uitvoering van de Richtlijn 2011/70/Euratom, waarbij gebruik wordt gemaakt van de evaluaties en van de verslagen die opgemaakt werden in het kader van het Gezamenlijk Verdrag, wordt voor de eerste maal uiterlijk op 23 augustus 2015, en vervolgens om de drie jaar, ter kennis gebracht van de Europese Commissie door de ministers die bevoegd zijn voor Economie en Energie. De Instelling coördineert de opmaak en de kennisgeving van het verslag aan de Commissie.
  2. Op gezette tijden, en ten minste om de tien jaar, worden op initiatief van de bevoegde ministers zelfevaluaties georganiseerd van het Nationale Kader, van de bevoegde regelgevende autoriteit, evenals van het Nationale Programma en haar uitvoering.
  3. Op gezette tijden, en ten minste om de tien jaar, wordt op initiatief van de bevoegde ministers een internationale collegiale toetsing georganiseerd van het Nationale Kader, van de bevoegde regelgevende autoriteit en/of van het Nationale Programma teneinde te waarborgen dat bij het veilige beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval veiligheidsnormen van een hoog niveau worden bereikt.
  4. De resultaten van de collegiale toetsing worden aan de Commissie en de andere lidstaten bekendgemaakt en aan het publiek ter beschikking gesteld, voor zover dit niet in strijd is met de beveiliging en het vertrouwelijk karakter van de informatie."

  HOOFDSTUK IX. - Overgangsbepaling met betrekking tot de kwalificatie van radioactief afval

  Art. 9. Aan artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980 wordt een nieuwe paragraaf 11 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 11. De aanvaarding zoals voorzien in § 5, 7°, is niet vereist voor de verbruikte splijtstof en de radioactieve stoffen waarvan het voorziene of overwogen verder gebruik nog niet het voorwerp is geweest van een Nationale Beleidsmaatregel. Dit artikel doet geen afbreuk aan de wettelijke en reglementaire bepalingen waarnaar § 5, 7°, verwijst.".

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 juni 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE
De minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
De staatssecretaris voor Energie,
M. WATHELET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3477 - 2013/2014 Integraal Verslag : 22 april 2014. Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2868 - 2013/2014.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie