J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/03/26/2014000252/justel

Titel
26 MAART 2014. - Wet houdende optimalisatiemaatregelen voor de politiediensten

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN.JUSTITIE
Publicatie : 31-03-2014 nummer :   2014000252 bladzijde : 27784       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-03-26/03
Inwerkingtreding : 01-04-2014

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2007000560        2002000334        1992000606        1998021488       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Algemene bepaling
Art. 1
TITEL II. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geďntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
Art. 2-35
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 2007 op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
Art. 36-37
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet op het politieambt
Art. 38-42
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten
Art. 43-44
TITEL III. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 45-47

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  TITEL II. - Wijzigingsbepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geďntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus

  Art. 2. In artikel 6, eerste lid, 8°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geďntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, worden de woorden "adviesraad van burgemeesters" vervangen door de woorden "raad van burgemeesters".

  Art. 3. Het opschrift van hoofdstuk III van titel I van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
  "Hoofdstuk III. - De raad van burgemeesters".

  Art. 4. In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "adviesraad" wordt telkens vervangen door het woord "raad";
  2° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Hij kan ook aanbevelingen uitbrengen, op eigen initiatief of op vraag van de minister van Binnenlandse Zaken, betreffende alle aangelegenheden inzake de reglementering of wetgeving met betrekking tot de lokale politie.".

  Art. 5. In titel I van dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV ingevoegd dat de artikelen 8bis tot 8quater bevat, luidende :
  "Hoofdstuk IV. - Het directiecomité van de federale politie en het coördinatiecomité van de geďntegreerde politie".

  Art. 6. In hoofdstuk IV, ingevoegd bij artikel 5, wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 8bis. § 1. Binnen de federale politie wordt een directiecomité opgericht dat is samengesteld uit :
  1° de commissaris-generaal;
  2° de directeur-generaal bestuurlijke politie;
  3° de directeur-generaal gerechtelijke politie;
  4° de directeur-generaal van het middelenbeheer en de informatie, belast met het beheer van het personeel, de logistiek, de ICT, de informatie, alsook met de financiën.
  Het directiecomité wordt geleid door de commissaris-generaal die ook het secretariaat organiseert.
  De commissaris-generaal en de directeurs-generaal kunnen enkel overeenkomstig artikel 120, derde en vierde lid, worden vervangen binnen het directiecomité.
  § 2. Het directiecomité is belast met het nemen van beslissingen of het verstrekken van met redenen omklede adviezen aangaande onder meer :
  1° de politionele strategie;
  2° het ontwerp van nationaal veiligheidsplan;
  3° het ontwerp van kadernota integrale veiligheid;
  4° de strategie van de federale politie inzake het personeel, de logistiek, de ICT, de financiën en de informatie;
  5° het budgettair en investeringsbeleid.
  § 3. Het directiecomité beslist in principe bij consensus. Bij gebrek aan consensus, beslist de commissaris-generaal en brengt hij de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie indien het zijn bevoegdheid betreft, hiervan op de hoogte.
  Het directiecomité werkt een huishoudelijk reglement uit dat de andere nadere regels van zijn werking bepaalt. Dit reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie.".

  Art. 7. In hetzelfde hoofdstuk IV wordt een artikel 8ter ingevoegd, luidende :
  "Art. 8ter. § 1. Er wordt een coördinatiecomité van de geďntegreerde politie opgericht dat is samengesteld uit :
  1° de leden van het directiecomité van de federale politie;
  2° de voorzitter en de vice-voorzitters van de Vaste Commissie van de lokale politie of hun afgevaardigden.
  De vergaderingen van het coördinatiecomité van de geďntegreerde politie worden afwisselend voorgezeten door de commissaris-generaal of, in geval van afwezigheid, door zijn vertegenwoordiger en door de voorzitter van de Vaste Commissie van de lokale politie, of in geval van afwezigheid of verhindering door één van de vice-voorzitters.
  Overeenkomstig de in het huishoudelijk reglement bepaalde nadere regels, kunnen de leden van het coördinatiecomité van de geďntegreerde politie zich, ten raadgevende titel, laten bijstaan door specialisten van de geďntegreerde politie of door deskundigen.
  § 2. Het coördinatiecomité van de geďntegreerde politie is, hetzij op eigen initiatief hetzij op vraag van de minister van Binnenlandse Zaken of van de minister van Justitie of van beiden, onder meer belast met het verstrekken van aanbevelingen en het verlenen van met redenen omklede adviezen aan hen inzake het gezamenlijke politiebeleid of inzake de strategie van de geďntegreerde politie aangaande het personeel, de logistiek, de ICT, het budget en de informatie.
  Het coördinatiecomité kan vergaderen met de raad van burgemeesters over aangelegenheden die tot hun respectieve bevoegdheden behoren.
  § 3. Het coördinatiecomité van de geďntegreerde politie werkt een huishoudelijk reglement uit dat de andere nadere regels van zijn werking bepaalt. Dit reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie.".

  Art. 8. In hetzelfde hoofdstuk IV wordt een artikel 8quater ingevoegd, luidende :
  "Art. 8quater. § 1. Er wordt een overlegplatform ingericht tussen de geďntegreerde politie en de gerechtelijke overheden, "het overlegplatform Justipol" genoemd.
  Het overlegplatform Justipol is samengesteld uit :
  1° de leden van het college van procureurs-generaal;
  2° de federale procureur;
  3° de voorzitter van de Raad van procureurs des Konings;
  4° de leden van het directiecomité van de federale politie;
  5° de voorzitter en de vice-voorzitters van de Vaste Commissie van de lokale politie of hun afgevaardigden.
  Het overlegplatform Justipol wordt voorgezeten door de voorzitter van het college van procureurs-generaal of, in geval van afwezigheid of verhindering, door een procureur-generaal aangewezen door het college.
  § 2. Het overlegplatform Justipol is onder meer belast met het versterken van de gezamenlijke strategie en de samenwerkingsmodaliteiten tussen de gerechtelijke overheden en de geďntegreerde politie, onverminderd artikel 143quater van het Gerechtelijk Wetboek. Het formuleert ook, hetzij op eigen initiatief, hetzij op vraag van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, aanbevelingen betreffende aangelegenheden van gemeenschappelijk belang die behoren tot de bevoegdheden van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken.
  § 3. Het overlegplatform Justipol vergadert ten minste één maal per semester.".

  Art. 9. In artikel 35 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "of zijn afgevaardigde" opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De zonale veiligheidsraad vergadert ten minste één maal per jaar.".

  Art. 10. In artikel 59 van dezelfde wet wordt het woord "hulpagenten" vervangen door het woord "agenten".

  Art. 11. In artikel 61 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid wordt het woord "adviesraad" vervangen door het woord "raad";
  2° in het vijfde lid worden de woorden "de operationele leiding" vervangen door de woorden "de operationele leiding en coördinatie".

  Art. 12. Artikel 92 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Aan het nationaal veiligheidsplan wordt een meerjarenraming toegevoegd van de middelen en investeringen die door de federale politie als onmisbaar worden beschouwd, en dit voor de duur van het plan, om de in het tweede lid, 1°, bedoelde doelstellingen te verwezenlijken, en die bestemd is voor de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken.".

  Art. 13. Artikel 93 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juni 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 93. § 1. De federale politie bestaat uit :
  1° het commissariaat-generaal;
  2° een transversale algemene directie belast met het personeel, de logistiek, de ICT, de informatie, alsook met de financiën, de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie genoemd;
  3° twee operationele algemene directies, zijnde de algemene directie bestuurlijke politie en de algemene directie gerechtelijke politie.
  § 2. Het commissariaat-generaal en de algemene directies bestaan uit centrale en gedeconcentreerde directies en diensten. De gedeconcentreerde directies en diensten zijn :
  1° de gedeconcentreerde coördinatie- en steundirecties;
  2° de gedeconcentreerde gerechtelijke directies, met inbegrip van de afdelingen van de gerechtelijke politie welke, in voorkomend geval, worden vastgelegd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad in geval van een duidelijk aangetoonde operationele behoefte;
  3° de communicatie- en informatiedienst van het arrondissement, samengesteld uit het arrondissementele informatiekruispunt en het communicatie- en informatiecentrum.
  Per arrondissement en in het ambtsgebied van het parket Halle-Vilvoorde, worden de in het eerste lid bedoelde directies en diensten op gecoördineerde en geďntegreerde wijze georganiseerd.
  § 3. Voor het overige, onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 100bis tot 102, bepaalt de Koning de organisatie in directies en diensten van het commissariaat-generaal en de algemene directies.
  § 4. Alle algemene directies, directies en diensten van de federale politie ressorteren onder de commissaris-generaal.".

  Art. 14. In artikel 95 van dezelfde wet worden de woorden "worden uitgewerkt door de algemene directie gerechtelijke politie" vervangen door de woorden "worden gezamenlijk uitgewerkt door de algemene directie gerechtelijke politie en de algemene directie bestuurlijke politie".

  Art. 15. In artikel 96 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 april 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "worden, voor een éénmaal hernieuwbaar mandaat, gedetacheerd" vervangen door de woorden "kunnen, voor een éénmaal hernieuwbaar mandaat, worden gedetacheerd";
  2° in het derde en het vierde lid wordt het woord "adviesraad" telkens vervangen door het woord "raad".

  Art. 16. Artikel 98 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 98. § 1. Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, leggen de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie gezamenlijk de algemene principes vast inzake de organisatie, de werking en het algemeen beheer van de federale politie die onder hun gezag staat om inzonderheid een gelijkwaardige minimale dienstverlening aan de bevolking te verzekeren.
  § 2. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bepalen gezamenlijk de bevoegdheden van de commissaris-generaal, de bestuurlijke directeurs-coördinator en de gerechtelijke directeurs, alsook de bevoegdheden van de directeurs-generaal die over bevoegdheden zullen beschikken inzake de interne organisatie van hun algemene directie en het beheer ervan inzake personeel, werking en investeringen.
  De handtekening van de minister van Binnenlandse Zaken en die van de minister van Justitie zijn inzonderheid vereist voor de organieke koninklijke besluiten betreffende de federale politie en voor de beleidsnota met betrekking tot de federale politie in het raam van het ontwerp van algemene uitgavenbegroting.
  Behoudens andere wettelijke en reglementaire bepalingen, waakt de minister van Binnenlandse Zaken over het dagelijks beheer van de federale politie, dat is toegewezen aan de commissaris-generaal. Wanneer de afhandeling van die dossiers de algemene directie van de gerechtelijke politie, de gedeconcentreerde gerechtelijke directies of het informatiebeheer rechtstreeks beďnvloedt, betrekt hij daar de minister van Justitie bij, volgens de regels die zij daartoe samen bepalen.".

  Art. 17. Artikel 100bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juni 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 100bis. § 1. De commissaris-generaal waakt over de doelmatige en doeltreffende werking van de federale politie en de toepassing van de beginselen van specialiteit en subsidiariteit.
  Hij draagt bij tot een optimale geďntegreerde werking van de twee politiecomponenten, in het bijzonder door toe te zien op de uitvoering van de steunopdrachten door zijn eigen directies en diensten en door de algemene directies. Daartoe waakt de commissaris-generaal over het beheer van de relaties en van het overleg en de coördinatie met de lokale politie.
  In dat raam verzekert de commissaris-generaal onder meer de volgende opdrachten :
  1° de uitwerking, na advies van de betrokken directeurs-generaal, van :
  - algemene richtlijnen inzake de operationele politionele strategie;
  - specifieke en algemene richtlijnen inzake de vergaring en de exploitatie van de operationele en niet-operationele politionele informatie en het organisatiebeleid van de federale politie betreffende het personeel, de logistiek, de ICT, de financiën en het budgettair en investeringsbeleid, alsmede de opvolging en de evaluatie van die richtlijnen;
  2° de internationale politiesamenwerking;
  3° de communicatie van de federale politie.
  § 2. De algemene directie van het middelenbeheer en de informatie is belast met de opdrachten van vergaring en exploitatie van de operationele en niet-operationele politionele informatie en met de niet-operationele managementopdrachten ten behoeve van de federale politie en met bepaalde niet-operationele steunopdrachten ten bate van de lokale overheden en politie.
  De directeur-generaal van het middelenbeheer en de informatie draagt bij tot een optimale geďntegreerde werking en neemt het beheer van zijn algemene directie en het beheer van de human ressources, de informatie, de ICT, de materiële en financiële middelen waar, ten bate van de overheden en diensten van de geďntegreerde politie, binnen de richtlijnen inzake het organisatiebeleid bedoeld in § 1, derde lid, 1°, en verzekert daarvan de opvolging en de coördinatie met het gedeconcentreerde niveau.".

  Art. 18. Artikel 101 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juni 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 101. De algemene directie bestuurlijke politie is belast met gespecialiseerde en bovenlokale opdrachten van bestuurlijke politie en, in dat raam, met steunopdrachten aan de politieoverheden en aan de diensten van de geďntegreerde politie. De directeur-generaal bestuurlijke politie draagt bij tot een optimale geďntegreerde werking, in het bijzonder door toe te zien op de uitvoering van de steunopdrachten door zijn eigen directies en diensten.
  In dat raam verzekert de algemene directie bestuurlijke politie onder meer de volgende opdrachten :
  1° de exploitatie van de politionele informatie die noodzakelijk is voor de opdrachten van de geďntegreerde politie;
  2° de leiding en de operationele coördinatie van de opdrachten van bestuurlijke politie van zijn directies en diensten;
  3° de gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie en de ondersteuning van de politieopdrachten;
  4° de organisatie van de federale interventiereserve ten bate van alle politiediensten;
  5° de steun in het raam van de gedeconcentreerde opdrachten van bestuurlijke politie van de bestuurlijke directeurs-coördinator, onder meer door de terbeschikkingstelling van personeel, in het raam van een gehypothekeerde capaciteit, en middelen overeenkomstig de door de minister van Binnenlandse Zaken uitgevaardigde richtlijnen."

  Art. 19. Artikel 102 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juni 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 102. De algemene directie gerechtelijke politie is belast met gespecialiseerde en bovenlokale opdrachten van gerechtelijke politie en, in dat raam, met steunopdrachten aan de politieoverheden en aan de diensten van de geďntegreerde politie. De directeur-generaal gerechtelijke politie draagt bij tot een optimale geďntegreerde werking, in het bijzonder door toe te zien op de uitvoering van de steunopdrachten door zijn eigen directies en diensten.
  In dat raam verzekert de algemene directie gerechtelijke politie onder meer de volgende opdrachten :
  1° de exploitatie van de politionele informatie die noodzakelijk is voor de opdrachten van de geďntegreerde politie;
  2° de leiding en de operationele coördinatie van de opdrachten van gerechtelijke politie van de centrale diensten van de federale politie;
  3° de operationele coördinatie, de controle en de ondersteuning van de gedeconcentreerde gerechtelijke directies;
  4° de gespecialiseerde opdrachten van gerechtelijke politie en de ondersteuning van de politieopdrachten met inbegrip van de onderzoeksopdrachten in het raam van de aangelegenheden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  5° de technische en wetenschappelijke politie, onverminderd de bevoegdheden van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie;
  6° de organisatie van speciale eenheden ten bate van alle politiediensten.".

  Art. 20. Artikel 102bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juni 2006, wordt opgeheven.

  Art. 21. Artikel 103 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 103. § 1. De bestuurlijke directeur-coördinator leidt en organiseert de gedeconcentreerde coördinatie- en steundirectie en waakt er met name over alle maatregelen te nemen ter voorbereiding van het beheren, op bovenlokaal niveau van crisisgebeurtenissen, crisissituaties, van ramp, onheil of schadegeval. Hij staat in voor het beheer van de communicatie- en informatiedienst van het arrondissement bedoeld in artikel 93, § 2, 3°.
  § 2. De bestuurlijke directeur-coördinator verzekert een regelmatig overleg met de gouverneur en onderhoudt regelmatig dienstbetrekkingen met de arrondissementscommissaris. De bestuurlijke directeur-coördinator verzekert ook een overleg, en dit op zijn verzoek, met elke korpschef of burgemeester van zijn arrondissement.
  § 3. Voor de uitvoering van zijn opdrachten handelt de bestuurlijke directeur-coördinator conform de bevelen, onderrichtingen en richtlijnen van de commissaris-generaal en van de directeurs-generaal naargelang van hun respectieve bevoegdheden.
  § 4. Hij stemt zijn activiteiten af op die van de gerechtelijke directeur.
  § 5. De bestuurlijke directeur-coördinator geeft gevolg aan elke steunaanvraag uitgaande van de directeur-generaal bestuurlijke politie, en dit bij voorrang op de uitvoering van iedere andere opdracht van bestuurlijke politie. In dat raam verzekert hij een gewaarborgde voorafname voor de door de directeur-generaal bestuurlijke politie bepaalde opdrachten.
  § 6. De bestuurlijke directeur-coördinator staat onder het gezag van de commissaris-generaal.".

  Art. 22. Artikel 104 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 104. § 1. De bestuurlijke directeur-coördinator wordt onder meer belast met de volgende opdrachten :
  1° de uitvoering van het nationaal veiligheidsplan binnen zijn ambtsgebied, voor de aspecten die tot zijn bevoegdheidsdomein behoren, rekening houdend met de lokale prioriteiten en in overleg met de partners;
  2° het administratief beheer van het personeel, de logistiek, de ICT en de financiën van de federale politie voor de diensten die onder hem ressorteren en voor de gedeconcentreerde gerechtelijke directies binnen zijn ambtsgebied;
  3° de functie "aanspreekpunt" van de entiteiten van eerste lijn van de algemene directie bestuurlijke politie binnen zijn ambtsgebied;
  4° het deelnemen aan het rechercheoverleg, het provinciaal overleg en de zonale veiligheidsraad;
  5° de coördinatie, op vraag van de bevoegde overheden van bestuurlijke politie, van de ondersteuning door het federaal niveau inzake bovenlokale opdrachten van bestuurlijke politie, alsook van de opdrachten die zowel een component van bestuurlijke politie als van gerechtelijke politie bevatten;
  6° de coördinatie en de leiding van de politieoperaties overeenkomstig de artikelen 7/1 tot 7/3 van de wet op het politieambt, met uitzondering van de in artikel 102 bedoelde gespecialiseerde opdrachten van gerechtelijke politie;
  7° het beantwoorden van de aanvragen tot operationele, administratieve of technische ondersteuning van de lokale politie, alsook inzake het beheer en de exploitatie van de politionele informatie, met uitzondering van de ondersteuning inzake de in artikel 102 bedoelde gespecialiseerde opdrachten van gerechtelijke politie;
  8° de verantwoordelijkheid over het dagelijks logistiek en administratief beheer van de communicatie- en informatiedienst van het arrondissement, evenals het functioneel gezag op de informatie van bestuurlijke politie;
  9° in het raam van zijn wettelijke bevoegdheden, het beheer van de relaties met de lokale politie en dit onder meer door minstens één keer per jaar alle burgemeesters en de korpschefs van zijn territoriaal ambtsgebied uit te nodigen.
  Op vraag van een politiezone, kan een protocolakkoord worden afgesloten tussen de zone en de bestuurlijke directeur-coördinator om de nadere regels en verbintenissen inzake steunverlening nader te bepalen.
  § 2. De bestuurlijke directeur-coördinator geeft gevolg aan de operationele en niet-operationele steunaanvragen ten behoeve van de gerechtelijke directeur, die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de aan zijn diensten toevertrouwde opdrachten, in het bijzonder wat betreft :
  1° het administratief beheer van het personeel, de logistiek, de ICT en de financiën;
  2° het beheer en de exploitatie van de politionele informatie.
  Indien hij geen gevolg geeft aan die aanvragen, beslist de commissaris-generaal.".

  Art. 23. In dezelfde wet wordt een artikel 104bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 104bis. In uitvoering van artikel 103, § 1, vervult de communicatie- en informatiedienst van het arrondissement, in het ambtsgebied waarvoor hij bevoegd is, een ondersteunende rol bij de verwerking en het beheer van informatie.
  De communicatie- en informatiedienst van het arrondissement vervult zijn opdrachten ten behoeve van zowel de federale politie als de lokale politie, en bijgevolg dragen de federale politie en de lokale politie daadwerkelijk bij tot de samenstelling en de werking ervan.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de regels betreffende de samenstelling en de nadere werkingsregels van de communicatie- en informatiediensten.".

  Art. 24. Artikel 105 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2006, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 105. § 1. De gedeconcentreerde gerechtelijke directie voert de gespecialiseerde opdrachten van gerechtelijke politie uit die haar overeenkomstig artikel 5, tweede en derde lid, van de wet op het politieambt zijn toevertrouwd. Zij staat onder leiding van de directeur van de gedeconcentreerde gerechtelijke directie, gerechtelijke directeur genoemd.
  § 2. De gerechtelijke directeur staat in voor de leiding, de organisatie en de verdeling van de taken binnen zijn directie en coördineert de uitvoering van die opdrachten door de leden van zijn directie.
  § 3. Hij oefent het functioneel gezag uit over de gerechtelijke informatie.
  § 4. Onverminderd § 7, tweede lid, en artikel 99, tweede lid, handelt hij voor de uitvoering van zijn opdrachten, binnen de richtlijnen van de commissaris-generaal, overeenkomstig de bevelen en onderrichtingen van de directeur-generaal gerechtelijke politie en, voor wat de gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie betreft, van de directeur-generaal bestuurlijke politie.
  § 5. Hij stemt zijn activiteiten af op die van de bestuurlijke directeur-coördinator.
  § 6. Om de coördinatie van de opdrachten van gerechtelijke politie te verzekeren tussen de lokale politie en de gedeconcentreerde gerechtelijke directie, onderhoudt de gerechtelijke directeur regelmatig dienstrelaties met de verantwoordelijken van de lokale politie en neemt hij deel aan het rechercheoverleg en het provinciaal overleg. Hij ontmoet de korpschefs en de burgemeesters binnen zijn ambtsgebied minstens één keer per jaar.
  Om de coördinatie van de opdrachten van gerechtelijke politie te verzekeren, overlegt de gerechtelijke directeur regelmatig met de procureur des Konings van zijn ambtsgebied.
  § 7. De gerechtelijke directeur verzekert de ondersteuning van de opsporingsdiensten van de lokale polities.
  Op vraag van een politiezone, kan een protocolakkoord worden afgesloten tussen de zone en de gerechtelijke directeur om de regels en engagementen inzake gerechtelijke steunverlening nader te bepalen.
  In bijkomende orde oefenen de gedeconcentreerde gerechtelijke directies ook gespecialiseerde opdrachten van bestuurlijke politie uit.
  § 8. De gerechtelijke directeur staat onder het gezag van de directeur-generaal gerechtelijke politie.
  § 9. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de territoriale ambtsgebieden van de gedeconcentreerde gerechtelijke directies onderverdelen in twee of meerdere afdelingen van gerechtelijke politie, indien de operationele noodzaak het vereist.
  § 10. Onverminderd de bevoegdheden van de procureurs des Konings, worden de beslissingen van de federale procureur genomen in de in artikel 144ter, § 1, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde aangelegenheden, op vordering van laatstgenoemde, uitgevoerd door de gedeconcentreerde gerechtelijke directies van Antwerpen, Brussel, Charleroi/Bergen, Oost-Vlaanderen en Luik. Een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kan de nadere regels van coördinatie, leiding en inzet van effectieven bepalen.
  § 11. Inzake georganiseerde economische en financiële criminaliteit, fiscale en sociale fraude en ICT-criminaliteit, worden opsporingseenheden gecreëerd binnen de gedeconcentreerde gerechtelijke directies van Antwerpen, Brussel, Charleroi/Bergen, Oost-Vlaanderen en Luik, belast met gespecialiseerde onderzoeken. Zij worden in het bijzonder belast om deel uit te maken van gemengde multidisciplinaire onderzoeksteams. Een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kan de nadere regels van coördinatie, leiding en inzet van effectieven bepalen.".

  Art. 25. Artikel 105bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2002, wordt opgeheven.

  Art. 26. Artikel 108bis, ingevoegd bij de wet van 20 juni 2006 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 108bis. De hogere officieren worden door de Koning benoemd. De benoeming van de hogere officieren die zijn aangewezen bij een gedeconcentreerde gerechtelijke directie geschiedt na met redenen omkleed advies van de territoriaal bevoegde procureur-generaal bij het Hof van beroep.
  De andere officieren worden door de minister benoemd.
  De personeelsleden van het administratief en logistiek kader van niveau A worden door de minister benoemd of door de commissaris-generaal aangeworven.
  De andere personeelsleden worden benoemd of aangeworven door de commissaris-generaal of zijn afgevaardigde.".

  Art. 27. In artikel 119 van dezelfde wet wordt het woord "hulpagenten" vervangen door het woord "agenten".

  Art. 28. In artikel 122, tweede lid, van dezelfde wet wordt het woord "hulpagenten" vervangen door het woord "agenten".

  Art. 29. Artikel 128 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "In afwijking van het eerste lid, kan de minister, na overleg in het hoog overlegcomité, eenmaal een specifieke mobiliteit "IN" organiseren, in de periode die niet verder kan gaan dan achttien maanden vanaf 1 mei 2014, beperkt tot de personeelsleden van de federale politie indien die mobiliteit plaatsvindt in het raam van een optimalisatieplan of structurele reorganisatie binnen de federale politie.
  Indien de mobiliteit plaatsvindt in het raam van een samensmelting van twee of meerdere politiezones, kan de minister, in afwijking van het eerste lid en na overleg in de verenigde betrokken overlegcomités, eenmaal een specifieke mobiliteit "IN" organiseren, in de periode die niet verder kan gaan dan twaalf maanden na publicatie van het koninklijk besluit tot bepaling van het territoriale ambtsgebied van de nieuwe politiezone, beperkt tot de personeelsleden van de betrokken politiezones.".

  Art. 30. In artikel 133 van dezelfde wet wordt het woord "hulpagenten" vervangen door het woord "agenten".

  Art. 31. In artikel 139 van dezelfde wet wordt het woord "hulpagenten" telkens vervangen door het woord "agenten".

  Art. 32. In artikel 142bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het artikel, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het 1° worden de woorden "ingerichte politiescholen" vervangen door de woorden "ingerichte politieschool";
  b) in het 2° wordt het woord "hulpagenten" telkens vervangen door het woord "agenten";
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. De minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie, voor de materies die tot zijn bevoegdheid behoren, controleren de kwaliteit van de politieopleidingen. De minister van Binnenlandse Zaken kan beslissen om de subsidies toegekend aan de erkende politiescholen die de opleidingsstandaarden niet respecteren, te verminderen. De Koning bepaalt de nadere regels van die vermindering.".

  Art. 33. In artikel 142quinquies, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2001, wordt het woord "hulpagenten" vervangen door het woord "agenten".

  Art. 34. In artikel 149quinquies, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, wordt het woord "adviesraad" vervangen door het woord "raad".

  Art. 35. In artikel 149octies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "het door elke werkgever gekozen model van decentrale werking van de loonmotor" vervangen door de woorden "het model van decentrale werking van de loonmotor van het SSGPI";
  2° in het tweede lid, 1°, worden de woorden "De algemene directie van de ondersteuning en het beheer van de federale politie" vervangen door de woorden "De commissaris-generaal of zijn afgevaardigde".

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 2007 op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten

  Art. 36. In de wet van 15 mei 2007 op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 5/1. Een protocolakkoord wordt afgesloten tussen de Algemene Inspectie en het Comité P en ter goedkeuring voorgelegd aan de ministers van Binnenlandse zaken en van Justitie en aan de parlementaire begeleidingscommissie van het Comité P. Dit protocolakkoord heeft als doel de synergie tussen beide diensten te optimaliseren, de efficiëntie ervan te verhogen en de nadere samenwerkingsmodaliteiten te bepalen.".

  Art. 37. In artikel 9 van dezelfde wet worden de woorden "begroting van de federale politie en van de geďntegreerde werking" vervangen door de woorden "begroting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet op het politieambt

  Art. 38. In artikel 44/3 van de wet op het politieambt, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, derde lid, worden de woorden "en het commissariaat-generaal, elke directeur-generaal" ingevoegd tussen de woorden "Elke politiezone" en de woorden "en elke directie van de federale politie";
  2° in § 1, vierde lid, worden de woorden ", algemene directies en het commissariaat-generaal" ingevoegd tussen de woorden "verschillende directies" en de woorden "van de federale politie";
  3° in § 1, vijfde lid, 3°, worden de woorden ", zijn directeur-generaal of de commissaris-generaal" ingevoegd tussen de woorden "zijn directeur" en de woorden "worden toevertrouwd";
  4° in § 1, zevende lid, worden de woorden ", aan de directeur-generaal of aan de commissaris-generaal" ingevoegd tussen de woorden "aan de directeur" en de woorden "indien hij tot de federale politie behoort".

  Art. 39. In artikel 44/4, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de woorden "de commissaris-generaal, de directeurs-generaal en" ingevoegd tussen de woorden "lokale politie en" en de woorden "de directeurs voor de federale politie".

  Art. 40. In artikel 44/11, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "van het commissariaat-generaal" vervangen door de woorden "van de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.

  Art. 41. In artikel 44/11/2, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "van het commissariaat-generaal" vervangen door de woorden "van de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie";
  2° het derde lid wordt opgeheven.

  Art. 42. In artikel 44/11/3, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de woorden "en de commissaris-generaal, de directeurs-generaal" ingevoegd tussen de woorden "lokale politie" en de woorden "en de directeurs voor de federale politie".

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten

  Art. 43. In artikel 66 van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, vervangen bij de wet van 20 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het 6° opgeheven;
  2° het vijfde lid wordt opgeheven.

  Art. 44. In artikel 67, 3°, van dezelfde wet worden de woorden ", het mandaat van directeur van de federale politie" opgeheven.

  TITEL III. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 45. Een evaluatie van de werking van de federale politie, en in het bijzonder van de doeltreffendheid van de organisatie van de gedeconcentreerde directies van bestuurlijke en gerechtelijke politie zal door de federale politieraad worden uitgevoerd tijdens het tweede semester van 2018.

  Art. 46. § 1. Tot 1 juni 2014 zijn het ambtsgebied en de zetel van de gedeconcentreerde directies en diensten van de federale politie bedoeld in artikel 93, § 1, tweede lid, 1° tot 3°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geďntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, die van de gerechtelijke arrondissementen op datum van 31 maart 2014, met uitzondering van die van het gerechtelijk arrondissement Brussel.
  § 2. In de arrondissementen Brugge, Kortrijk, Veurne, Ieper, Gent, Dendermonde, Oudenaarde, Antwerpen, Turnhout, Mechelen, Hasselt, Tongeren, Luik, Verviers, Hoei, Namen, Dinant, Marche, Neufchâteau, Aarlen, Bergen, Doornik en Charleroi, blijven de gerechtelijke directeurs en de bestuurlijke directeurs-coördinator welke op 31 maart 2014 in functie zijn, hun mandaat bijgevolg uitoefenen tot 1 juni 2014.
  § 3. De gerechtelijke directeurs en de bestuurlijke directeurs-coördinator, aangewezen als hoofd van de arrondissementen bedoeld in de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het gerechtelijk wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, nemen hun functie op op 1 juni 2014.
  § 4. De gerechtelijke directeurs en bestuurlijke directeurs-coördinator van de arrondissementen Brussel, Leuven, Waals Brabant en Eupen, de gerechtelijke directeur van het arrondissement Charleroi alsook de gerechtelijke directeurs en de bestuurlijke directeurs-coördinator bedoeld in § 3, zijn belast met de voorbereiding, in overleg met de commissaris-generaal en de directeurs-generaal, van het arrondissementele reorganisatieplan, waaronder het project inzake politionele, organisationele en operationele strategie.

  Art. 47. De bepalingen van deze wet treden in werking op 1 april 2014, met uitzondering van de artikelen 5 tot 8, 13, 17, 20 tot 25, 32, 1°, a, 40, 41, 43 en 44 die in werking treden op 1 oktober 2014 en van artikel 37 dat in werking treedt op 1 januari 2015.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 26 maart 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3375 - 2013/2014. Integraal verslag : 13 maart 2014. Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2745 - 2013/2014.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie