J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/01/05/2014000015/justel

Titel
5 JANUARI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 17-01-2014 nummer :   2014000015 bladzijde : 3706       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-01-05/02
Inwerkingtreding : 27-01-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-7

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister wordt aangevuld met volgende leden, luidende :
  " De beperkingen op de afgifte aan derden van uittreksels en getuigschriften uit de registers gelden niet wanneer ze bestemd zijn voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden en voor zover de registers meer dan 120 jaar geleden afgesloten zijn. In afwijking van artikel 4 kan het aldus bekomen uittreksel of getuigschrift ook de afstamming in opgaande lijn vermelden.
  De afgifte aan derden van uittreksels en getuigschriften uit de registers die minder dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden, is toegelaten met schriftelijke toestemming van de betrokken persoon. De toestemming vermeldt de doeleinden.
  Indien de betrokken persoon overleden is of niet meer gezond van geest is, dient deze toestemming te worden gegeven door diens langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner. Voor minderjarigen wordt de toestemming gegeven door de ouders of voogd.
  Indien de betrokken persoon overleden is en geen langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner heeft nagelaten of deze laatste niet meer gezond van geest is, dient de toestemming te worden gegeven door ten minste ťťn van de afstammelingen in de eerste graad van de desbetreffende persoon.
  Zijn er geen afstammelingen in de eerste graad, of zijn deze niet gezond van geest of overleden, dan komt het aan het College van Burgemeester en Schepenen toe om te beslissen of de uittreksels of getuigschriften worden afgeleverd.
  Voormelde toestemming moet voorgelegd worden door de aanvrager. De toestemming kan eveneens de machtiging inhouden om de afstamming in opgaande lijn te vermelden.
  Indien de aanvrager het adres niet kent van de persoon die de toestemming dient te geven, kan een brief gericht worden aan de persoon waarvan de toestemming vereist is bij de aanvraag gericht om deze te verkrijgen. De gemeente zendt dan deze brief door aan de bestemmeling, die vervolgens zelf beslist al dan niet in te gaan op het verzoek van de aanvrager. Het adres van de bestemmeling wordt door de gemeente niet medegedeeld aan de aanvrager.
  Uittreksels en getuigschriften kunnen door de gemeenten afgeleverd worden tegen kostprijs. "

  Art. 2. In hetzelfde besluit worden de artikelen 5bis en 5ter ingevoegd, luidende als volgt :
  " Art. 5bis. De raadpleging door derden van de registers, die meer dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, is toegelaten voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden, ongeacht het gaat om papieren registers of registers, die met het oog op een duurzame bewaring, op een andere informatiedrager zijn overgezet.
  De wijze waarop de raadpleging gebeurt wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Schepenen.
  Art. 5ter. De gemeenten kunnen de registers, met het oog op een duurzame bewaring, op een andere informatiedrager overzetten.
  De gemeenten kunnen de reproducties van de registers, die meer dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, tegen kostprijs aan derden ter beschikking stellen wanneer deze bestemd zijn voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden.
  Deze derden mogen de verkregen reproducties evenwel niet verder verspreiden. "

  Art. 3. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bepaling onder e) luidende :
  e) aan onderzoekers die uitdrukkelijk doen blijken van een duidelijk historisch of ander wetenschappelijk belang. In dat geval mag de lijst ook de afstamming in opgaande lijn vermelden, dit in afwijking van hetgeen is bepaald in het eerste lid.

  Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 10bis ingevoegd luidende als volgt :
  " Art. 10bis. Het verzoek tot het bekomen van informatie uit de registers die minder dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, dit met het oog op genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden, hetzij door middel van uittreksels of getuigschriften, hetzij door middel van personenlijsten, dient te worden gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen aan de hand van een gemotiveerd verzoekschrift.
  Dit verzoekschrift omvat tevens de verbintenis van de verzoeker dat de verkregen gegevens enkel gebruikt zullen worden voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden met vermelding van de eventuele publicaties waarvoor deze gegevens zullen worden aangewend.
  Het College van Burgemeester en Schepenen, kan, alvorens de gevraagde informatie uit de bevolkingsregisters te bezorgen, aan de aanvrager alle bijkomende inlichtingen vragen ter staving van de gegrondheid van de aanvraag. "

  Art. 5. Tussen artikel 10 en artikel 10bis van hetzelfde besluit worden de woorden " Hoofdstuk V - Diverse bepalingen " ingevoegd.

  Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidende als volgt :
  " Art. 12bis. De in artikel 10 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen bedoelde consulent inzake informatieveiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer die door de gemeente werd aangewezen, is belast met het toezicht op de raadplegingen van de bevolkingsregisters van de gemeente.
  Onder toezicht van voormelde veiligheidsconsulent wordt een logging bijgehouden van de raadplegingen van de bevolkingsregisters. "

  Art. 7. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 5 januari 2014.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. J. MILQUET

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, artikel 2, derde lid;
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister;
   Gelet op het advies nr. 14/2012 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, gegeven op 2 mei 2012;
   Overwegende het advies van de Inspectie van FinanciŽn, gegeven op 11 januari 2013;
   Gelet op het advies nr. 54.077/2 van de Raad van State, gegeven op 23 oktober 2013;
   Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2014000170
PUBLICATIE :
2014-02-28
bladzijde : 17421

Addendum



Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   In uitvoering van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen kwam het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister tot stand.
   Het onderhavig ontwerp van koninklijk besluit schept een nieuwe gebruiksmogelijkheid, namelijk het bekomen van informatie uit de bevolkingsregisters (hetzij door middel van uittreksels of getuigschriften, hetzij door middel van personenlijsten, hetzij door middel van raadpleging) voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden. Er bestaat vanwege onderzoekers uit verschillende disciplines een steeds dringender vraag naar raadpleging van deze registers om de sociale processen, economische veranderingen en demografische transities te bestuderen.
   Vooreerst dient men op te merken dat er twee vormen van bevolkingsregisters bestaan :
   - de " papieren bevolkingsregisters " : deze werden gehouden tot 1992;
   Deze werden afgesloten na iedere tienjaarlijkse volkstelling.
   - de " digitale bevolkingsregisters " : vanaf 1992.
   Deze worden continu bijgehouden vanaf 1992. Dit betekent dat vanaf deze datum de registers niet meer om de 10 jaar worden afgesloten maar permanent worden bijgewerkt. De termijn van 120 jaar wordt bepaald op het moment van de aanvraag tot het bekomen van de informaties uit de registers.
   Bovendien wordt de mogelijkheid gecreŽerd om de gegevens uit deze registers op een digitale informatiedrager over te zetten : de op papier gehouden registers kunnen immers verloren gaan of beschadigd geraken, hetzij door een incident, hetzij door slechte bewaaromstandigheden of door nodeloze manipulatie. Onderzoekers kunnen voortaan gebruik maken van de digitale kopie. Het ingevoegde artikel 5ter moet de gemeenten ertoe aansporen om de digitalisering te laten uitvoeren volgens de geldende standaarden en " best practices " die de bruikbaarheid van de digitale bestanden op lange termijn waarborgen.
   Bij digitalisering houdt men best rekening met volgende aanbevelingen. Het volledige digitaliseringsproject dient gedocumenteerd te worden vanaf de start van het project, en omvat de logistiek, de materiŽle behandeling van de documenten, over de digitalisering tot de opslag van de digitale bestanden. De digitalisering dient te voldoen aan de minimale technische kwaliteitseisen en de keuze van het opslagformaat dient in overeenstemming te zijn met de eisen van de langetermijnbewaring.
   Tijdens de digitalisering dienen technische, administratieve en beschrijvende metadata te worden opgeslagen. Regelmatige kwaliteitscontrole is noodzakelijk tijdens het volledige project. Na het voltooien van het digitaliseringsproject dient een procedure voor regelmatige controle van het digitaal archief te worden gedefinieerd.
   De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft reeds op 30 april 1997 een advies uitgebracht over de toegankelijkheid van de bevolkingsregisters voor genealogen.
   De Commissie heeft geoordeeld dat de raadpleging van de bevolkingsregisters door genealogen toegestaan moet worden, op voorwaarde dat de waarachtigheid van het genealogisch onderzoek aangetoond wordt. Bovendien kan de raadpleging van de registers aan bepaalde modaliteiten onderworpen worden (1).
   Het onderhavig ontwerp van koninklijk besluit voorziet in deze modaliteiten.
   Aangezien er geruime tijd versteken is sinds het voormeld advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, werd het ontwerp opnieuw aan de voornoemde Commissie voorgelegd.
   De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft haar advies nr. 14/2012 uitgebracht op 2 mei 2012.
   De Commissie maakt een voorafgaandelijke opmerking over de archiefwet van 24 juni 1955 en haar toepassingsveld op de bevolkingsregisters.
   De Commissie vraagt een uitklaring welke regelgeving van toepassing is op de bevolkingsregisters, die worden overgebracht naar het Rijksarchief : onderhavig koninklijk besluit van 16 juli 1992 of de archiefwet.
   De archiefwet heeft betrekking op de documenten van bepaalde overheidsinstanties. Ze bepaalt dat archiefdocumenten van meer dan dertig jaar oud naar het Rijksarchief worden overgebracht.
   De termijn werd, door een wetswijziging van 6 mei 2009, ingekort van 100 tot 30 jaar om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van historici en burgers om onderzoek te verrichten naar de recente geschiedenis of de genealogie.
   Het gaat om de volgende documenten :
   - deze bewaard door de rechtbanken;
   - deze bewaard door de Raad van State;
   - de Rijksbesturen;
   - de provincies en de openbare instellingen die aan hun controle of administratief toezicht onderworpen zijn.
   Wat betreft de gemeenten bepaalt de wet dat archiefdocumenten die meer dan dertig jaar oud zijn, bewaard worden door de gemeenten en de openbare instellingen die aan hun controle of administratief toezicht onderworpen zijn, naar het Rijksarchief kunnen worden overgebracht (cf. artikel 1, 2e lid van de wet van 24 juni 1955). Deze documenten blijven evenwel eigendom van de gemeente.
   Hun eventuele openbaarheid blijft bijgevolg onderworpen aan de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en haar uitvoeringsbesluiten.
   Het onderhavig koninklijk besluit van 16 juli 1992 is dus van toepassing op de bevolkingsregisters, die worden overgebracht naar het Rijksarchief.
   Hierbij kan trouwens opgemerkt worden dat de gemeenten steeds eigenaar blijven van hun bevolkingsregisters, zelfs als deze toevertrouwd zijn aan het Rijksarchief.
   De Raad van State bracht zijn advies uit op 23 oktober 2013. De suggesties van de Raad werden nageleefd.
   Bespreking van de artikelen
   Artikel 1
   Artikel 3 van het huidige koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister bepaalt thans in welke gevallen een persoon of een instelling een uittreksel of een getuigschrift dat aan de hand van die registers is opgemaakt kan verkrijgen.
   Het onderhavige artikel voegt hieraan de mogelijkheid toe om uittreksels en getuigschriften te bekomen voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke redenen. De bemerking van de privacycommissie en de Inspectie van FinanciŽn dat dit een loutere stijlformule zou zijn, wordt ondervangen door het laatste lid van artikel 4 van het ontwerp, volgens hetwelk het College van Burgemeester en Schepenen aan de aanvrager alle bijkomende inlichtingen mag vragen ter staving van de aanvraag.
   De afgifte is vrij indien het gaat om gegevens uit bevolkingsregisters die meer dan 120 jaar geleden afgesloten zijn. Ook de afstamming in opgaande lijn mag indien gevraagd, vermeld worden : zonder dat is immers geen genealogisch onderzoek mogelijk.
   In de praktijk is de kans uiterst miniem dat de uittreksels of getuigschriften betrekking zouden hebben op nog in leven zijnde personen : de registers werden afgesloten na elke tienjaarlijkse volkstelling. Het gaat aldus om personen die meer dan 120 jaar geleden geboren werden.
   Voor de afgifte van uittreksels en getuigschriften met gegevens uit bevolkingsregisters die minder dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, gelden er strengere regels. Hier speelt namelijk meer de bescherming van de privacy, waarbij de toestemming van de betrokken persoon of diens verwanten voor het vrijgeven van de gevraagde personengegevens vereist is. Hierbij dient te worden benadrukt dat het aan de aanvrager zelf, en dus niet aan de gemeente, toekomt om aan deze toestemming te geraken.
   Om alle betwistingen te vermijden werd een rangorde ingevoerd van de personen die hun toestemming kunnen geven :
   - De eerste is natuurlijk de persoon zelf, indien deze nog in leven is en gezond van geest. Hij is immers zelf meester over zijn gegevens.
   - Indien de betrokken persoon is overleden of niet meer gezond van geest (bijvoorbeeld bij dementie) dient deze toestemming te worden gegeven door diens langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner.
   - Indien ook deze laatste niet meer in leven is of niet meer in staat zou zijn om zijn/haar wil te uiten, dient deze toestemming te worden gegeven door ten minste ťťn van de afstammelingen in de eerste graad van de desbetreffende persoon. Dit betekent dus dat niet alle afstammelingen in de eerste graad (in casu : de kinderen) hun toestemming moeten geven. Indien alle afstammelingen hun toestemming zouden moeten geven zou dit het werk van de onderzoekers ernstig bemoeilijken. In dit artikel is de terminologie uit artikel 901 van het Burgerlijk Wetboek gebruikt voor het onvermogen om zijn toestemming te verlenen, weer te geven. Artikel 901 van het Burgerlijk Wetboek handelt over de bekwaamheid om een schenking onder de levenden te kunnen doen of een testament te kunnen maken : hiervoor " moet men gezond van geest zijn. ".
   Bij gebrek aan afstammelingen in de eerste graad die hun toestemming kunnen verlenen, kan de toestemming gegeven worden door het College van Burgemeester en Schepenen. Voor deze mogelijkheid werd geopteerd om discussies binnen families te vermijden. Het College van Burgemeester en Schepenen is immers verantwoordelijk voor het houden van de bevolkingsregisters.
   Voormelde toestemming dient te worden voorgelegd door de aanvrager. De toestemming kan eveneens de machtiging inhouden om de afstamming in opgaande lijn te vermelden.
   De gemeente mag deze uittreksels en getuigschriften afleveren tegen kostprijs. Dit lijkt billijk, omdat zij immers haar personeel moet inzetten voor de opzoeking en aflevering van het document. Ook investeringskosten (bijvoorbeeld voor de digitalisering) mogen worden aangerekend.
   Omwille van de bescherming van de privacy van de betrokken persoon, zijn langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner en zijn afstammelingen, werd een systeem uitgewerkt waarbij diens adres niet aan de aanvrager wordt medegedeeld. De aanvrager kan bij zijn aanvraag een brief toevoegen gericht aan de betrokkene. Deze brief wordt dan door de gemeente doorgezonden aan de bestemmeling, die vervolgens zelf beslist al dan niet in te gaan op het verzoek van de aanvrager. In geen geval mag de gemeente het adres van de bestemmeling rechtstreeks meedelen aan de aanvrager.
   Artikel 2
   Artikel 2 betreft de raadpleging van de bevolkingsregisters. Registers die meer dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, kunnen vrij geraadpleegd worden als het gaat om genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden. De wijze waarop deze kunnen worden geraadpleegd, wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Schepenen. Het gaat om praktische zaken zoals openingsuren, aanvraagtermijn, enz. Dit kan de gemeente uiteraard alleen regelen voor archieven die ze zelf nog in haar bezit heeft.
   Tevens wordt voorzien in de mogelijkheid om deze registers te digitaliseren, wat bijdraagt tot hun duurzame bewaring. Ook is het mogelijk om de reproductie van deze registers die meer dan 120 jaar geleden afgesloten zijn ter beschikking te stellen aan derden tegen kostprijs, voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden. Deze derden mogen de registers niet verspreiden. Er dient vermeden te worden dat deze lijsten als dusdanig op het internet zouden terecht komen.
   Wat betreft de personen die deze registers kunnen raadplegen, zal het in de praktijk uiteraard altijd gaan om een fysiek persoon.
   Dit neemt niet weg dat deze persoon dit mogelijk kan doen als lid van een heemkundige kring, partner in een vennootschap gespecialiseerd in stamboomonderzoek, enz.
   Artikel 3
   Artikel 3, 2į maakt het mogelijk lijsten te verstrekken aan onderzoekers die uitdrukkelijk doen blijken van een duidelijk historisch belang of ander wetenschappelijk belang. In voorkomend geval mag de lijst ook de afstamming in opgaande lijn vermelden.
   Artikel 4
   Artikel 4 bepaalt aan welke vereisten het verzoek om informatie uit de bevolkingsregisters te bekomen dient te beantwoorden :
   - voor bevolkingsregisters die minder dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, dient dit te gebeuren bij gemotiveerd verzoekschrift met de verklaring dat de gegevens enkel gebruikt zullen worden voor genealogische, historische of andere wetenschappelijke doeleinden met vermelding van de eventuele publicaties waarvoor deze gegevens zullen worden aangewend. Dit geldt zowel voor aanvragen van uittreksels en getuigschriften, als voor aanvragen van personenlijsten.
   - voor bevolkingsregisters die meer dan 120 jaar geleden afgesloten zijn, is geen verklaring nodig. Dit wordt immers opgevangen door de " leeszaaladministratie " in de gemeentelijke archieven (waarbij wordt geregistreerd wie welk document heeft geraadpleegd).
   Indien de betrokken persoon, zijn langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner of ťťn van zijn afstammelingen in de eerste graad de toestemming heeft verleend voor het afleveren van een uittreksel, getuigschrift of personenlijst, kan het College van Burgemeester en Schepenen zich hier niet meer tegen verzetten.
   Artikel 5
   Artikel 5 behoeft geen commentaar.
   Artikel 6
   Overeenkomstig artikel 10 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, dient de gemeente (al dan niet onder haar personeel) een consulent inzake informatieveiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan te wijzen. Deze veiligheidsconsulent wordt inzonderheid ook belast met het toezicht op de raadplegingen van bevolkingsregisters van de gemeente. Onder toezicht van de veiligheidsconsulent wordt een logging bijgehouden van de raadplegingen van de bevolkingsregisters. Deze logging vormt bij eventuele betwistingen een hulpmiddel voor de gemeenten.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Mevr. J. MILQUET
   
   ----------
   
   (1) Advies nr. 11/97 van 30 april 1997.
   
   Advies 54.077/2 van 23 oktober 2013 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State, over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister. (Ingevoegd door Addendum, B. St. 28-02-2014,p. 17421)
   Op 5 september 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 25 oktober 2013 (Bij e-mail van 16 september 2013) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister'.
   Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 23 oktober 2013.
   De kamer was samengesteld uit Yves Kreins, kamervoorzitter, Pierre Vandernoot en Martine Baguet, staatsraden, Christian Behrendt en Jacques Englebert, assessoren, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Laurence Vancrayebeck, auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 23 oktober 2013.
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, ß 1, eerste lid, 1, van de gecoŲrdineerde wetten op de Raad van State, zoals het vervangen is bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, ß 3, van de voormelde gecoŲrdineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Onderzoek van het ontwerp
   Aanhef
   1. Alleen artikel 2, derde lid, van de wet van 19 juli 1991, betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen' verleent rechtsgrond aan het ontworpen besluit. Aangezien de artikelen 22 en 32 van de Grondwet, de artikelen 126 tot 132 van de 'archiefwet' van 24 juni 1955 en artikel 126 van de Nieuwe Gemeentewet geen rechtsgrond voor het ontworpen besluit opleveren, moeten ze uit de aanhef weggelaten worden.
   Het eerste tot en met het derde lid moeten dus vervallen.
   2. Aangezien het ontworpen besluit geen begrotingsweerslag heeft, hoeft het advies van de inspecteur van FinanciŽn niet vermeld te worden of moet het in de vorm van een overweging vermeld worden.
   Dispositief
   Artikel 1
   1. Artikel 1 van het ontwerp vult artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 'betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister' aan teneinde, onder de daarin bepaalde voorwaarden, aan derden uittreksels of getuigschriften uit de registers (1) te kunnen afgeven voor genealogisch of historisch onderzoek of voor andere wetenschappelijke doeleinden.
   Er wordt een onderscheid gemaakt naargelang de registers meer of minder dan 110 jaar geleden afgesloten zijn : alleen in dit laatste geval behoeft het afgeven van het document een voorafgaande toestemming, ofwel van de betrokken persoon, ofwel, inzonderheid in geval van overlijden, van een lid van zijn familie, ofwel van de gemeente, op de wijze bepaald in de ontworpen bepaling.
   Het ontwerp van koninklijk besluit wilde aanvankelijk een onderscheid maken voor de registers die meer dan honderd jaar geleden werden afgesloten. Het werd op dat punt aangepast naar aanleiding van advies nr. 14/2012 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waarin ze het volgende opgemerkt heeft :
   "8. Het recht op privacy is een persoonlijkheidsrecht waarvan de verwerking van persoonsgegevens en de daarvoor uitgewerkte bescherming in de WVP, een onderdeel is. Alleen levende personen kunnen zich op een persoonlijkheidsrecht beroepen. De WVP viseert bijgevolg in beginsel slechts levende personen. Dit betekent dat voor zover alle personen vermeld in de registers die meer dan 100 jaar geleden werden afgesloten, overleden zijn, deze bepaling vanuit WVP-perspectief geen aanleiding zou geven tot commentaar. De overgrote meerderheid van de personen vermeld in die registers zal inderdaad overleden zijn. Er zijn evenwel een niet te verwaarlozen aantal Belgen die 100 jaar en ouder zijn (2). Als de trend van de voorbije 20 jaar zich doorzet, zal hun aantal de komende jaren nog toenemen. Dit betekent dat de registers die 100 jaar geleden werden afgesloten - weliswaar ten belope van een zeer bescheiden percentage - nog informatie bevatten over levende personen, waarop de WVP van toepassing is.
   9. Dit betekent dus dat minstens op een deel van deze registers, namelijk deze die tussen de 100 en 110 jaar geleden werden afgesloten - dezelfde procedure moet worden toegepast als deze die in het ontwerp is voorzien voor registers die minder dan 100 jaar geleden werden afgesloten, namelijk het bekomen van een uittreksel of getuigschrift afhankelijk stellen van de schriftelijke toestemming van de betrokkene. Het feit dat de kans klein is dat een uittreksel wordt gevraagd m.b.t. tot een persoon die nog in leven is, vormt geen doorslaggevende reden op basis waarvan de ongelijke behandeling inzake de verwerking van de gegevens van personen van 100 jaar en meer kan worden gerechtvaardigd.
   10. Door de grens boven dewelke er geen beperking wordt opgelegd m.b.t. de uittreksels op te trekken tot registers die meer dan 110 jaar geleden werden afgesloten, stelt dit probleem zich niet ".
   Daaromtrent preciseert het verslag aan de Koning het volgende :
   "In de praktijk is de kans uiterst miniem dat de uittreksels of getuigschriften betrekking zouden hebben op nog in leven zijnde personen : de registers werden afgesloten na elke tienjaarlijkse volkstelling. Het gaat aldus om personen die meer dan 110 jaar geleden geboren werden".
   Daaraan doet niet af dat dat geval zich zou kunnen voordoen hoewel het erg zeldzaam is (3). Om elk probleem te voorkomen, moet ofwel een hogere drempel vastgesteld worden, ofwel aan de nog in leven zijnde persoon de mogelijkheid geboden worden om zich te verzetten tegen het afgeven van een uittreksel of een certificaat dat op hem betrekking heeft.
   Dezelfde opmerking geldt voor het raadplegen van de registers, waarin artikel 2 van het ontwerp (ontworpen artikel 5bis) voorziet.
   2. Het ontworpen zevende lid bepaalt wie zijn toestemming moet geven wanneer de betrokken persoon overleden is "of niet meer in staat is zijn wil te uiten".
   Het ontworpen negende lid bepaalt op zijn beurt wie zijn toestemming moet geven wanneer er geen afstammelingen in de eerste graad zijn of wanneer deze overleden zijn "of niet gezond" zijn.
   De vraag is of het gebruik van twee verschillende uitdrukkingen erop wijst dat er een andere strekking aan gegeven moet worden, in welk geval de Raad van State niet inziet wat dit onderscheid zou kunnen verantwoorden.
   Om elk probleem te voorkomen, is het beter in de twee ontworpen leden dezelfde uitdrukkingen te gebruiken.
   Artikel 2
   1. De vraag rijst waarom, in het licht van het gelijkheidsbeginsel, het raadplegen van de registers die meer dan 110 jaar geleden afgesloten zijn, niet gekoppeld wordt aan een welbepaald doel zijdens de derde die ze raadpleegt, in tegenstelling tot het afgeven van uittreksels of certificaten en het ter beschikking stellen van reproducties van gedigitaliseerde registers.
   2. Wat het toepassingsveld van het ontworpen besluit betreft, preciseert het verslag aan de Koning terecht dat het voormelde koninklijk besluit van 16 juli 1992 van toepassing is op de bevolkingsregisters die naar het Rijksarchief overgebracht zijn.
   Het ontworpen artikel 5bis, tweede lid, bepaalt dat de nadere regels inzake de raadpleging worden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft in haar advies nr. 14/2012 vraagtekens geplaatst bij het toepassen van die regels voor het raadplegen van de registers die voor bewaring naar een archiefinstelling van de overheid overgebracht zijn. Het verslag aan de Koning verschaft geen antwoord op die vraag.
   Het lijkt echter moeilijk denkbaar om het raadplegen van de gemeentearchieven die naar het Rijksarchief overgebracht zijn, afhankelijk van de betrokken gemeente, aan andere regels te onderwerpen. Op een vraag om uitleg daaromtrent heeft de gemachtigde van de minister het volgende geantwoord :
   "[...] de tekst werd aangepast en bepaalt nu de wijze van de raadpleging. Het gaat om praktische zaken zoals openingsuren, aanvraagtermijn, enz. Dit kan de gemeente uiteraard alleen regelen om archieven die ze zelf nog in haar bezit heeft".
   Die precisering zou in het verslag aan de Koning opgenomen moeten worden.
   Artikel 3
   Artikel 3, 1 van het ontwerp vult artikel 7, eerste lid, a), van het voormelde koninklijk besluit van 16 juli 1992 aan opdat het college van burgemeester en schepenen niet alleen de gegrondheid van een aanvraag om een lijst te verkrijgen van personen die in een register ingeschreven zijn, maar ook over de "doeleinden" ervan onderzoekt.
   De Raad van State ziet het belang van die precisering niet in, aangezien bij het onderzoek van de gegrondheid van een aanvraag reeds de doeleinden ervan kunnen worden onderzocht.
   Le greffier,
   A.-C. Van Geersdaele.
   De voorzitter,
   Y. Kreins.
   _______
   Nota's
   (1). Het gaat om het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister (zie artikel 1 van het voormelde koninklijk besluit van 16 juli 1992).
   (2). Begin 2010 telde BelgiŽ 1.559 inwoners van 100 jaar en ouder.
   Hun aantal verdrievoudigde de voorbije twintig jaar (http ://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/bevolking/structuur/ leeftijdgeslacht /honderdjarigen/.
   (3). Er bestaan "supercentenarians", dat wil zeggen mensen die meer dan 110 jaar oud zijn ("La doyenne des Belges reconnue officiellement super-centenaire", Le Soir, 7 november 2012).
   

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Erratum Franstalige versie