J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 33 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/12/21/2014A15009/justel

Titel
21 DECEMBER 2013. - Consulair Wetboek
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-01-2014 en tekstbijwerking tot 22-08-2019)

Bron : BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Publicatie : 21-01-2014 nummer :   2014A15009 bladzijde : 4987       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-12-21/52
Inwerkingtreding : onbepaald

Inhoudstafel Tekst Begin
Hoofdstuk 1. - Definities
Art. 1
Hoofdstuk 2. - De consulaire posten
Art. 2-4, 4/1, 5-6
Hoofdstuk 3. - De burgerlijke stand
Art. 7-15, 15/1, 16-17
Hoofdstuk 4. - Het notariaat
Art. 18-25
Hoofdstuk 5. - De registers en repertoria
Art. 26-30
Hoofdstuk 6. - De nationaliteit
Art. 31-32
Hoofdstuk 7. - De legalisatie en het onderzoek van vreemde documenten
Art. 33-34
Hoofdstuk 8. - De consulaire bevolkingsregisters
Art. 35-39, 39/1, 39/2, 39/3, 39/4, 40-41
Hoofdstuk 9. - De consulaire rechten
Art. 42-49
Hoofdstuk 10. - De paspoorten
Art. 50-65, 65/1, 65/2, 65/3, 65/4, 66-67
Hoofdstuk 11. - De consulaire attesten
Art. 68-71
Hoofdstuk 12. - De geboorte en het overlijden aan boord van schepen en vliegtuigen
Art. 72-74
Hoofdstuk 13. [1 - De consulaire bijstand aan de Belgen en aan de niet-vertegenwoordigde burgers van de Europese Unie]1
Art. 75-92

Tekst Inhoudstafel Begin
Hoofdstuk 1. - Definities

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit Wetboek en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder :
  1° Consulaire post : elk consulaat-generaal, consulaat, vice-consulaat of consulair agentschap;
  2° Consulair ressort : het ambtsgebied dat aan een consulaire post is toegekend ter uitoefening van de consulaire werkzaamheden;
  3° Consulaire beroepspost : de consulaire post met aan het hoofd een consulaire beroepsambtenaar;
  4° Consulair posthoofd : de persoon die is aangewezen om in die hoedanigheid op te treden;
  5° Ereconsulaire post : de consulaire post met aan het hoofd een consulaire ere-ambtenaar die niet bezoldigd wordt uit de Staatsbegroting;
  6° Consulaire ambtenaar : iedere persoon, inclusief het hoofd van een consulaire post, aan wie in die hoedanigheid de uitoefening van consulaire werkzaamheden is opgedragen;
  7° Consulair agentschap : elk consulair kantoor dat deel uitmaakt van een bestaande consulaire post gevestigd buiten de zetel van deze consulaire post;
  8° Consulaire werkzaamheden : de in dit Wetboek of andere wetten bedoelde werkzaamheden evenals alle consulaire werkzaamheden die door het internationale recht worden bepaald;
  9° Woonplaats : de plaats waar een natuurlijke persoon volgens de consulaire bevolkingsregisters zijn hoofdverblijf heeft;
  10° Gewone verblijfplaats : de plaats waar een natuurlijke persoon zich hoofdzakelijk en legaal heeft gevestigd, zelfs bij afwezigheid van registratie. Om deze plaats te bepalen, wordt rekening gehouden met omstandigheden van persoonlijke of professionele aard die duurzame banden met deze plaats aantonen of wijzen op de wil om dergelijke banden te scheppen;
  11° De minister : de minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken;
  12° Consulaire rechten : de rechten die de consulaire posten zijn gemachtigd te heffen bij de afgifte van bepaalde akten of documenten;
  13° Belgisch paspoort : een reisdocument dat enkel wordt afgegeven aan Belgen, in de vorm van een boekje waarvan de inhoud en de vorm door internationale afspraken worden bepaald;
  14° Belgisch reisdocument : een reisdocument dat in bijzondere omstandigheden wordt afgegeven aan Belgen en niet-Belgen. Dit document kan een andere vorm dan die van een boekje aannemen;
  15° [1 Consulaire bevolkingsregisters: de bevolkingsregisters die in een consulaire post worden gehouden, inbegrepen in elektronische vorm;]1
  [2 16° de consulaire bijstand: de in artikel 5, e) van het Verdrag van Wenen van 24 april 1963 inzake consulair verkeer bedoelde consulaire werkzaamheden voor wat betreft de natuurlijke personen.]2
  [3 Het gebruik van het woord "Belg" in deze wet is gemeenslachtig.]3
  ----------
  (1)<W 2018-05-09/06, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  (2)<W 2018-05-09/06, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  (3)<W 2018-05-09/06, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Hoofdstuk 2. - De consulaire posten

  Art. 2. De Koning kan consulaire posten vestigen in buitenlandse steden.
  Hij bepaalt de zetel en de klasse en stelt het consulair ressort vast van de consulaire post.
  Hij kan beslissen de zetel van de consulaire post te vestigen binnen de gebouwen van een Belgische diplomatieke zending of een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van lidstaten van de Europese Unie.
  Indien er in een bepaald land geen Belgische consulaire post gevestigd is of de bevoegde consulaire post wegens uitzonderlijke omstandigheden niet in staat is normaal te werken, kan de minister een consulaire post, gelegen in een naburig land, aanduiden die bevoegd is, eventueel tijdelijk, om de consulaire bevoegdheden in dat bepaald land uit te oefenen.
  De consulaire bevoegdheden worden uitgeoefend in overeenstemming met het internationale recht.

  Art. 3. De Koning benoemt het consulaire posthoofd. Hij kan niet-Belgen benoemen tot het hoofd van een ereconsulaire post.
  De andere consulaire ambtenaren en het hoofd van het consulaire agentschap worden benoemd respectievelijk aangesteld door de minister.
  Alvorens hun taak op te nemen leggen de consulaire ambtenaren in de handen van het consulaire posthoofd volgende eed af : " Ik zweer de mij toevertrouwde consulaire taken gewetensvol en in overeenstemming met de Belgische en internationale regelgeving uit te voeren. ".

  Art. 4. Het consulaire posthoofd oefent de consulaire werkzaamheden uit. Tenzij anders in dit Wetboek bepaald, wordt hij, bij afwezigheid of verhindering, van rechtswege vervangen door de aan deze post toegevoegde consulaire ambtenaar van de hoogste klasse.
  Het hoofd van een consulair agentschap staat onder het gezag van het consulaire posthoofd waarvan hij afhangt en oefent de consulaire werkzaamheden niet uit. Hij heeft uit eigen hoofde geen enkele van de in dit Wetboek genoemde bevoegdheden.
  Onverminderd de bevoegdheden van hoven en rechtbanken of parketten, oefent de minister het hiërarchische gezag uit over alle consulaire werkzaamheden, met inbegrip van deze inzake burgerlijke stand en notariaat. Voor de uitoefening van de bevoegdheden inzake notariaat en burgerlijke stand vallen de consulaire ambtenaren onder de toepassing van de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen. Ze genieten in dezelfde mate van de rechtsbijstand als de leden van de federale openbare diensten.
  De Koning regelt de vervanging van het hoofd van een ereconsulaire post.

  Art. 4/1. [1 De diplomatieke zendingen, uitgezonderd de permanente vertegenwoordigingen, en de consulaire beroepsposten zijn bevoegd voor de toepassing van de coördinatie en samenwerking voorzien in de richtlijn (EU) 2015/637 van de Raad van 20 april 2015 betreffende de coördinatie- en samenwerkingsmaatregelen ter vergemakkelijking van de consulaire bescherming van niet-vertegenwoordigde burgers van de Unie in derde landen en tot intrekking van Besluit 95/553/EG.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 5. De Koning bepaalt de wijze waarop de consulaire werkzaamheden worden uitgeoefend. Hij bepaalt tevens de interne organisatie van de consulaire post. De Koning kan de uitvoering ervan delegeren aan de minister.

  Art. 6. De consulaire ambtenaren die bij dit Wetboek bevoegd worden verklaard inzake burgerlijke stand of notariaat, dienen hun medewerking te weigeren indien de wetten van de verblijfstaat zich daartegen verzetten en de akte bestemd is voor gebruik in de verblijfstaat.

  Hoofdstuk 3. - De burgerlijke stand

  Art. 7.De bevoegdheden inzake burgerlijke stand betreffen uitsluitend :
  1° de akten van geboorte en overlijden van Belgen mits de geboorte of het overlijden gebeurde binnen het consulair ressort evenals de akten van aangifte van een levenloos kind waarvan één van de ouders Belg is;
  2° [3 de akten van erkenning van een kind mits de erkennende ouder Belg is en zijn woonplaats heeft binnen het consulair ressort;]3
  3° de gezamenlijke verklaring bepaald in artikel 316bis van het Burgerlijk Wetboek mits de geboorte van het kind door het hoofd van de consulaire beroepspost geacteerd wordt;
  4° de akten betreffende de naam van erkende kinderen, bedoeld in [2 de artikelen 335, 335ter en 335quater]2 van het Burgerlijk Wetboek, mits het kind Belg is en zijn gewone verblijfplaats binnen het consulair ressort heeft;
  [4 5° de verbetering van akten als voorzien in artikel 33 van het Burgerlijk Wetboek;
   De consulaire ambtenaren kunnen hun medewerking weigeren indien ze door een moeilijkheid van juridische of feitelijke aard daartoe worden verhinderd.]4
  ----------
  (1)<W 2014-12-18/01, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 90, 005; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (3)<W 2017-09-19/06, art. 18, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  (4)<W 2018-06-18/03, art. 87, 008; Inwerkingtreding : 31-03-2019>

  Art. 8. Het hoofd van een consulaire beroepspost maakt de in artikel 7 bedoelde akten van de burgerlijke stand op.
  De bevoegdheid, andere dan deze bedoeld in artikel 7, 2°, 3° en 4°, wordt enkel uitgeoefend door de hoofden van een consulaire beroepspost waarvan het consulair ressort buiten de Europese Unie is gelegen.

  Art. 9. Het hoofd van een ereconsulaire post kan de in artikel 7 bedoelde bevoegdheden alleen uitoefenen indien hij daartoe door de minister gemachtigd wordt. Die machtiging kan enkel worden verleend aan de hoofden van een ereconsulaire post waarvan het consulair ressort buiten de Europese Unie is gelegen.

  Art. 10.[1 § 1. De in artikel 7 bedoelde bevoegdheden worden uitgeoefend mits het naleven van :
   1° de in België van kracht zijnde wetgeving op het gebied van de burgerlijke stand;
   2° het internationale recht dat België bindt.
   § 2. De Koning bepaalt de vorm en er in opgenomen gegevens van de uittreksels en afschriften die door het hoofd van de consulaire post afgegeven worden.
   § 3. De consulaire akten die uitsluitend wegens de plaats van opmaak in het buitenland niet voldoen aan alle door het Belgische recht voorgeschreven vormvereisten, zijn niettemin rechtsgeldig.]1
  ----------
  (1)<W 2018-06-18/03, art. 88, 008; Inwerkingtreding : 31-03-2019>

  Art. 11. Indien nodig kunnen de krachtens dit Wetboek bevoegde consulaire ambtenaren zich tijdens de uitoefening van hun ambt laten bijstaan door een tolk of beëdigde vertaler. De kosten die daaraan verbonden zijn, worden gedragen door de partijen bij de akte.
  De tolken en de beëdigde vertalers zijn exclusief aansprakelijk voor de schade of de nadelige gevolgen die door hun optreden aan de partijen zouden worden berokkend.

  Art. 12. De personen die in overeenstemming met de internationale akkoorden die België binden het statuut van vluchteling of staatloze verwerven en die in België hun gewone verblijfplaats hebben, worden gelijkgesteld met Belgen voor de toepassing van dit hoofdstuk.
  In het raam van de uitoefening van de consulaire bescherming voor derde landen, kan de Koning bepalen dat de bevoegdheden inzake burgerlijke stand ook kunnen worden uitgeoefend voor de onderdanen van die landen waarvoor de bescherming wordt uitgeoefend.
  In het raam van de uitoefening van consulaire dienstverlening door derde landen, bepaalt de Koning onder welke voorwaarden akten van de burgerlijke stand opgemaakt door de consulaire overheden van deze derde landen voor Belgen, in België worden erkend.

  Art. 13. De akten van geboorte dienen te worden opgemaakt binnen dertig dagen na de bevalling.
  De geboorte wordt aangegeven door de vader, de moeder, door beide ouders of, wanneer deze er zich van onthouden de aangifte te doen, door de artsen, de persoon die de leiding uitoefent van de instelling waar de geboorte plaatsvond, of door de vroedvrouwen of andere personen die bij de bevalling aanwezig waren.

  Art. 14. De akten van overlijden dienen te worden opgemaakt binnen dertig dagen na de vaststelling van de dood door een arts.
  De akte van overlijden wordt opgemaakt op aangifte van een bloedverwant, aanverwant of een kennis van de overledene.
  Bij de aangifte wordt een attest voorgelegd van de arts of de persoon die de leiding uitoefent van het ziekenhuis of de instelling waar het overlijden plaatsvond of werd vastgesteld.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van de overledene in België of, bij ontstentenis, deze van de laatste woonplaats in België of, bij ontstentenis, deze van de stad Brussel, maakt ambtshalve de overlijdensakte op van de Belg die in het buitenland overleed buiten het ressort van elk Belgisch consulaat. Deze akte wordt binnen dertig dagen opgemaakt nadat de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis kreeg van het overlijden.

  Art. 15.Wanneer de aangifte van de geboorte of het overlijden gebeurt na verloop van de bij artikel 13 of 14 vastgestelde termijnen, wordt door de consulaire ambtenaar van deze laattijdige aangifte een proces-verbaal in drievoud opgemaakt.
  Eén exemplaar wordt overhandigd aan de aangever en één exemplaar wordt aan de procureur des Konings bij het parket te Brussel toegezonden. Het derde exemplaar wordt bewaard in de archieven van de post.
  [2 De belanghebbende moet bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel een verzoekschrift indienen om, op grond van het proces-verbaal van laattijdige aangifte, een vonnis te bekomen houdende vaststelling van de geboorte of het overlijden. Indien hij geen verzoekschrift heeft ingediend binnen een maand na de datum van het proces-verbaal van laattijdige aangifte, dient de procureur des Konings ambtshalve het verzoek tot vaststelling van de geboorte of het overlijden in bij deze rechtbank.
   Op basis van het vonnis maakt de consulaire ambtenaar alsnog de geboorte- of overlijdensakte op.]2
  Indien het proces-verbaal in het Duits werd opgemaakt, zijn de procureur des Konings bij het parket te Eupen en de [1 familierechtbank]1 te Eupen bevoegd.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 91, 005; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (2)<W 2018-06-18/03, art. 89, 008; Inwerkingtreding : 31-03-2019>

  Art. 15/1. [1 Bij de aangifte van de erkenning van een kind moet de in het buitenland wonende erkenner woonplaats kiezen in België voor de briefwisseling en betekeningen.
   Voor de toepassing van artikel 330/2 van het Burgerlijk Wetboek door het hoofd van de consulaire beroepspost is de bevoegde procureur des Konings deze van het gerechtelijk arrondissement van de door de verzoeker gekozen woonplaats.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-09-19/06, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 16.[1 De Nederlandstalige familierechtbank te Brussel of de Franstalige familierechtbank te Brussel, naargelang het geval,]1 is bevoegd voor de verbetering en vernietiging van de akten van de burgerlijke stand die door consulaire ambtenaren werden opgemaakt.
  Indien de akte in het Duits werd opgemaakt, is de [1 familierechtbank]1 te Eupen bevoegd.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 92, 005; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 17.De kennisgevingsplicht bedoeld in [1 artikel 49]1 van het Burgerlijk Wetboek, vervalt indien de akte werd opgemaakt door een consulaire ambtenaar.
  ----------
  (1)<W 2018-06-18/03, art. 90, 008; Inwerkingtreding : 31-03-2019>

  Hoofdstuk 4. - Het notariaat

  Art. 18. De notariële bevoegdheden betreffen uitsluitend :
  1° de akten en contracten die betrekking hebben op in België gelegen goederen of te behandelen zaken;
  2° de huwelijkscontracten en de akten die verband houden met een wijziging van het huwelijkvermogenstelsel, voor zover ten minste één van de partijen Belg is;
  3° alle akten die uiterste wilsbeschikkingen bevatten en de akten en processen-verbaal die daar op betrekking hebben, voor zover de erflater Belg is;
  4° alle akten houdende toestemming tot adoptie of volle adoptie, welke ook de nationaliteit is van diegene die de toestemming geeft, mits de persoon die de toestemming nodig heeft, Belg is;
  5° de afgifte van eensluidende afschriften van en uittreksels uit de in minuut verleden akten die op de consulaire post worden bewaard.
  De consulaire ambtenaren kunnen de partijen verzoeken een door een Belgische notaris opgesteld model van de te verlijden akte voor te leggen.

  Art. 19. Het hoofd van een consulaire beroepspost waarvan het consulair ressort buiten de Europese Unie is gelegen, is bevoegd tot het verlijden van de in artikel 18 bedoelde notariële akten.

  Art. 20. Het hoofd van een ereconsulaire post kan de in artikel 18 bedoelde bevoegdheden alleen uitoefenen indien hij daartoe door de minister wordt gemachtigd. Deze machtiging kan enkel worden verleend aan de hoofden van een ereconsulaire post waarvan het consulair ressort buiten de Europese Unie is gelegen.

  Art. 21. De in artikel 18 bedoelde bevoegdheden worden uitgeoefend met als voorwaarden :
  1° binnen het consulair ressort van de consulaire post en ten behoeve van Belgen en niet-Belgen die in het consulair ressort hun gewone verblijfplaats hebben;
  2° overeenkomstig de in België van kracht zijnde wetgeving op het gebied van notariaat;
  3° het naleven van het internationale recht dat België bindt.
  De akten die uitsluitend wegens de plaats van opmaak in het buitenland niet voldoen aan alle door het Belgische recht voorgeschreven vormvereisten, zijn niettemin rechtsgeldig.

  Art. 22. Indien nodig kunnen de krachtens dit Wetboek bevoegde consulaire ambtenaren zich tijdens de uitoefening van hun ambt laten bijstaan door een tolk of beëdigde vertaler. De kosten die daaraan verbonden zijn, worden gedragen door de partijen bij de akte.
  De tolken en de beëdigde vertalers zijn exclusief aansprakelijk voor de schade of nadelige gevolgen die door hun optreden aan de partijen zouden worden berokkend.

  Art. 23. De consulaire ambtenaren die bij dit Wetboek inzake notariaat bevoegd worden verklaard, kunnen hun medewerking weigeren indien ze door een moeilijkheid van juridische of feitelijke aard daartoe worden verhinderd.

  Art. 24. De personen die in overeenstemming met de internationale akkoorden die België binden het statuut van vluchteling of staatloze verwerven en die in België hun gewone verblijfplaats hebben, worden gelijkgesteld met Belgen voor de toepassing van dit hoofdstuk.
  In het raam van de uitoefening van de consulaire bescherming voor derde landen, kan de Koning bepalen dat de bevoegdheden inzake notariaat ook kunnen worden uitgeoefend voor de onderdanen van die landen waarvoor de bescherming wordt uitgeoefend.
  In het raam van de uitoefening van consulaire dienstverlening door derde landen, bepaalt de Koning onder welke voorwaarden notariële akten opgemaakt door de consulaire overheden van deze derde landen voor Belgen, in België erkend.

  Art. 25. De honoraria en vergoedingen die bepaald zijn in de Belgische wetgeving en de besluiten betreffende de tarieven en de inning van de honoraria van notarissen worden geïnd ten voordele van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer bedoeld in artikel 14 van de programmawet van 27 december 2005.
  Een ereconsul die de notariële bevoegdheid uitoefent, heeft recht op het geheel der honoraria.

  Hoofdstuk 5. - De registers en repertoria

  Art. 26. Voor elk kalenderjaar houdt de consulaire post een register van de burgerlijke stand in tweevoud bij. Aan het einde van ieder jaar worden de registers afgesloten. Eén exemplaar wordt onmiddellijk in de archieven van de post neergelegd. Het tweede exemplaar wordt aan de minister gezonden die het in het archief van het departement Buitenlandse Zaken neerlegt. De minister of de ambtenaar die hij daartoe aanwijst, kan eensluidende afschriften of uittreksels uit deze neergelegde registers afgeven. De uittreksels uit de akten van de burgerlijke stand kunnen, in overeenstemming met de in België van kracht zijnde internationale akkoorden, op een meertalig formulier worden afgegeven.

  Art. 27. De registers van de burgerlijke stand worden ook op elektronische wijze bijgehouden. Dit elektronische register is volledig conform met de in artikel 26 bedoelde registers. De op basis van dit register afgegeven afschriften en uittreksels hebben dezelfde rechtskracht als deze afgegeven op basis van de in artikel 26 bedoelde registers.

  Art. 28. De door de bevoegde consulaire ambtenaren afgegeven afschriften en uittreksels van de akten van de burgerlijke stand die in België worden gebruikt, zijn vrijgesteld van elke vorm van legalisatie. De akten van de burgerlijke stand die door Belgische ambtenaren van de burgerlijke stand of Belgische overheden worden afgegeven, zijn vrijgesteld van elke vorm van legalisatie bij voorlegging ervan aan een Belgische consulaire post.

  Art. 29. Met het oog op het samenstellen van een notarieel repertorium worden de notariële akten niet in hun geheel maar in de vorm van een beknopte samenvatting opgeschreven op losse bladen.
  Deze samenvattingen worden in chronologische volgorde, volgens de datum van ondertekening der akten, op onverbreekbare wijze aaneengehecht en ingebonden in de vorm van een repertorium.
  Voor elk kalenderjaar houdt de consulaire post een notarieel repertorium in tweevoud bij. Aan het einde van ieder jaar worden de repertoria afgesloten. Eén exemplaar wordt onmiddellijk in de archieven van de post neergelegd. Het tweede exemplaar wordt aan de minister gezonden die het neerlegt in het archief van het departement Buitenlandse Zaken.
  De notariële repertoria worden ook op elektronische wijze bijgehouden. Dit elektronische repertorium is volledig conform met het in het tweede lid bedoelde repertorium.
  De minuten van de notariële akten worden in de archieven van de consulaire post bewaard.

  Art. 30. De door de bevoegde consulaire ambtenaren verleden notariële akten die in België worden gebruikt, zijn vrijgesteld van elke vorm van legalisatie.

  Hoofdstuk 6. - De nationaliteit

  Art. 31. Het hoofd van een consulaire beroepspost is bevoegd om :
  1° akten op te maken en overschrijvingen betreffende de Belgische nationaliteit te verrichten overeenkomstig het Wetboek van de Belgische nationaliteit;
  2° nationaliteitsattesten af te geven onder de door de Koning bepaalde voorwaarden.

  Art. 32. De in artikel 31 bedoelde bevoegdheden worden uitgeoefend met als voorwaarden :
  1° binnen het consulair ressort van de consulaire post en ten behoeve van Belgen die hun woonplaats hebben in dit consulair ressort;
  2° ten behoeve van niet-Belgen die in het consulair ressort hun hoofdverblijfplaats hebben;
  3° overeenkomstig de in België van kracht zijnde wetgeving op het gebied van nationaliteit;
  4° het naleven van het internationale recht dat België bindt.
  De akten die uitsluitend wegens de plaats van opmaak in het buitenland niet voldoen aan alle door het Belgische recht voorgeschreven vormvereisten, zijn niettemin rechtsgeldig.

  Hoofdstuk 7. - De legalisatie en het onderzoek van vreemde documenten

  Art. 33.[1 Het hoofd van een consulaire beroepspost kan buitenlandse rechterlijke beslissingen of authentieke akten legaliseren in overeenstemming met artikel 30 van het Wetboek van internationaal privaatrecht.]1
  Het hoofd van een ereconsulaire post kan deze bevoegdheid alleen uitoefenen indien hij daartoe door de minister wordt gemachtigd.
  Het aanbrengen van de legalisatieformule geeft aanleiding tot het heffen van een consulair recht zoals bepaald bij de artikelen 44 en 45 van dat Wetboek.
  De Koning stelt de nadere regels vast aangaande de wijze waarop de legalisatie wordt uitgevoerd.
  ----------
  (1)<W 2019-07-03/15, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 34.In geval van ernstige twijfel betreffende de echtheid van een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte of indien er ernstige twijfels bestaan omtrent de inhoudelijke authenticiteit van een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte, kan elke Belgische overheid waaraan het document wordt voorgelegd een onderzoek vragen naar de echtheid, conformiteit aan de lokale wetgeving of inhoudelijke authenticiteit van het document.
  Het onderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van de consulaire beroepspost in wiens consulair ressort de akte werd opgesteld.
  Het onderzoek gebeurt door één van de volgende entiteiten :
  1° de consulaire beroepspost zelf;
  2° via de diensten van een consulaire beroepspost van een lidstaat van de Europese Unie;
  3° via een daartoe door de consulaire beroepspost aangestelde persoon die de nodige expertise bezit.
  Hierbij kunnen zowel de bevoegde lokale overheden, de bevoegde centrale overheden als de personen die bij de in de akte beschreven gebeurtenis aanwezig waren, worden ondervraagd.
  [1 ...]1 Kosten van het onderzoek vallen ten laste van de persoon of de personen op wie het document betrekking heeft of ten laste van diegene die het document voorlegt indien het onderzoek uitwijst dat het document vals is, niet conform aan de lokale wetgeving of inhoudelijk niet authentiek is.
  Het resultaat van het onderzoek wordt op de akte vermeld. [1 De Koning bepaalt de samenstelling en maximumbedragen van de kosten van het onderzoek alsook de nadere regels met betrekking tot de betaling en terugbetaling van deze kosten.]1
  ----------
  (1)<W 2019-07-03/15, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Hoofdstuk 8. - De consulaire bevolkingsregisters

  Art. 35. Iedere consulaire beroepspost houdt een consulaire bevolkingsregister. De minister wijst de ereconsulaire posten aan waarin dergelijk register wordt bijgehouden.
  De Belgen die in het consulair ressort van de consulaire post hun gewone verblijfplaats vestigen en niet opgenomen zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente kunnen in dat register worden ingeschreven.
  Kunnen tevens worden ingeschreven, ten informatieve titel, de niet-Belgen die deel uitmaken van het gezin van een Belg die in een consulaire bevolkingsregister van een consulaire beroepspost wordt ingeschreven en die in het consulair ressort van deze post verblijven.
  Enkel aan Belgen die in de consulaire bevolkingsregisters ingeschreven zijn, wordt administratieve bijstand verleend. De administratieve bijstand aan Belgen die niet in deze registers ingeschreven zijn, is beperkt tot de afgifte van noodreisdocumenten indien de voorwaarden van afgifte daarvan vervuld zijn.

  Art. 36. Naast de gegevens waarvan de wet uitdrukkelijk bepaalt dat ze geregistreerd moeten worden, vermelden de consulaire bevolkingsregisters de gegevens betreffende de identificatie en de lokalisatie van de ingeschrevenen en de gegevens die noodzakelijk zijn voor de verbinding met de bestanden van de centrale administratie. De Koning bepaalt de aard van deze gegevens.
  De regels betreffende de mededeling van die gegevens aan derden zijn deze die van kracht zijn voor het meedelen van de gegevens vervat in de bevolkingsregisters van België.
  De gegevens die noodzakelijk zijn voor de evacuatie van Belgen in noodgevallen mogen worden meegedeeld aan de consulaire beroepsposten van de Europese Unie die instaan voor de consulaire bescherming van de Belgische onderdanen.
  De Koning bepaalt de wijze waarop de gegevens worden bijgehouden.

  Art. 37. De wijziging van de gewone verblijfplaats van een Belg in het buitenland wordt vastgesteld door een aangifte bij de consulaire post in de vorm bepaald door de Koning en in overeenstemming met de door de minister bepaalde regels.

  Art. 38. Bij moeilijkheden of betwistingen in verband met de gewone verblijfplaats in het buitenland bepaalt de minister, of de ambtenaar die hij daartoe aanwijst, zo nodig na onderzoek, de plaats ervan.
  Indien er betwisting bestaat over de vaststelling of de gewone verblijfplaats in het buitenland of in België ligt, bepaalt de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken, de plaats ervan overeenkomstig artikel 8 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen.

  Art. 39.Aan iedere Belg die de leeftijd van twaalf jaar bereikte en die in de consulaire bevolkingsregisters van een Belgische consulaire post is ingeschreven, wordt een identiteitskaart afgegeven.
  De door de consulaire post afgegeven identiteitskaart draagt identieke kenmerken als deze bedoeld in voormelde wet van 19 juli 1991.
  De door de consulaire post afgegeven identiteitskaart blijft geldig voor de op de kaart vermelde duur bij vertrek van de betrokken Belg naar België mits deze zich binnen de in de geldende regelgeving bepaalde periode in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente laat inschrijven.
  De door de consulaire post afgegeven identiteitskaart blijft geldig voor de op de kaart vermelde duur bij inschrijving in een andere consulaire post.
  De door een Belgische gemeente afgegeven identiteitskaart blijft geldig voor de op de kaart vermelde duur bij vertrek van de betrokken Belg naar het buitenland mits deze zich uit de bevolkingsregisters van de Belgische gemeente laat uitschrijven en zich laat inschrijven in de consulaire bevolkingsregisters van zijn hoofdverblijfplaats.
  [1 ...]1
  Aan kinderen jonger dan twaalf jaar en die in de consulaire bevolkingsregisters van een Belgische post ingeschreven zijn, kan een identiteitsdocument afgegeven worden. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud ervan.
  ----------
  (1)<W 2019-07-03/15, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 39/1. [1 Met het oog op de goede uitvoering van de acties van het gerecht en in het bijzonder om te vermijden dat de personen die er het voorwerp van zijn, proberen zich eraan te onttrekken, en opdat de minister de administratieve handelingen zou kunnen stellen bedoeld in de artikelen 39/2 en 39/3 en om de gegevensverwerkingen te verrichten bedoeld in hoofdstuk 7/1 van de wet van 10 februari 2015 met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor Belgische paspoorten en reisdocumenten, melden het openbaar ministerie en de politiediensten hem op eigen initiatief, in de gevallen bepaald in de richtlijnen van het College van procureurs-generaal, de identiteit van de Belgen die het voorwerp zijn van een strafonderzoek naar een wanbedrijf bedoeld in de artikelen 198, 199 of 199bis, 1°, van het Strafwetboek of van één van de volgende vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregelen:
   a) een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel met verbod om het grondgebied te verlaten;
   b) een aanhoudingsbevel;
   c) een Europees aanhoudingsbevel;
   d) een internationaal aanhoudingsbevel;
   e) een nationale of internationale signalering ter fine van arrestatie.
   De bevoegde Belgische organen, diensten en organismen melden op eigen initiatief aan de minister de identiteit van de Belgen die klaarblijkelijk een aanzienlijk risico of een aanzienlijke bedreiging vormen voor de openbare orde of de openbare veiligheid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-07-03/15, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 39/2. [1 § 1. In afwijking van artikel 39, eerste lid, wordt de afgifte van een Belgische identiteitskaart geweigerd:
   1° indien de aanvrager het voorwerp is van een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel in de gevallen bedoeld in artikel 39/1;
   2° indien de aanvrager het voorwerp is van een strafonderzoek naar een wanbedrijf bedoeld in de artikelen 198, 199 of 199bis, 1°, van het Strafwetboek, in de gevallen bedoeld in artikel 39/1;
   3° indien de aanvrager onjuiste gegevens meedeelde met betrekking tot zijn nationaliteit of zijn identiteit.
   § 2. In afwijking van artikel 39, eerste lid, kan de afgifte van een Belgische identiteitskaart geweigerd worden door de minister op gemotiveerd advies van een daartoe bevoegd orgaan, een bevoegde dienst of een bevoegd organisme, indien de aanvrager klaarblijkelijk een aanzienlijk risico of een aanzienlijke bedreiging vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid.
   § 3. De minister of de bevoegde ambtenaar van de Directie Reis- & Identiteitsdocumenten van de FOD Buitenlandse Zaken kan voorafgaandelijk aan de afgifte van een Belgische identiteitskaart op elk ogenblik aan elk daartoe bevoegd orgaan, elke bevoegde dienst of elk bevoegd organisme vragen een onderzoek in te stellen. In afwachting van de uitkomst van dat onderzoek wordt de afgifte van de identiteitskaart opgeschort.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-07-03/15, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 39/3. [1 Belgische identiteitskaarten worden ingetrokken of ongeldig verklaard onder de voorwaarden bedoeld in artikel 39/2, § 1.
   Belgische identiteitskaarten kunnen ook ingetrokken of ongeldig verklaard worden onder de voorwaarden bedoeld in artikel 39/2, § 2.
   In dat laatste geval kan de minister of de bevoegde ambtenaar van de Directie Reis- & Identiteitsdocumenten van de FOD Buitenlandse Zaken voorafgaandelijk aan de intrekking of ongeldigverklaring van een Belgische identiteitskaart steeds aan het daartoe bevoegde orgaan, de bevoegde dienst of het bevoegde organisme vragen om hem bijkomende informatie te bezorgen die de beslissing tot intrekking of ongeldigverklaring kan verduidelijken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-07-03/15, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 39/4. [1 De weigering van afgifte, van een Belgische identiteitskaart wordt opgeheven:
   1° in de gevallen bedoeld in artikel 39/2, § 1, 1°, zodra de vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel een einde neemt;
   2° in het geval bedoeld in artikel 39/2, § 1, 2°, na een beslissing tot seponering van het openbaar ministerie, een buitenvervolgingstelling of een eindbeslissing, door het onderzoeksgerecht zetelend als vonnisgerecht, of een vonnis of arrest in kracht van gewijsde ten aanzien van de betrokkene;
   3° in het geval bedoeld in artikel 39/2, § 1, 3°, zodra de nationaliteit en de identiteit van de aanvrager wettelijk vaststaan;
   4° in het geval bedoeld in artikel 39/2, § 2, zodra het daartoe bevoegde orgaan, de bevoegde dienst of het bevoegde organisme besluit dat de aanvrager klaarblijkelijk niet langer een aanzienlijk risico of een aanzienlijke bedreiging vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid.
   Het openbaar ministerie meldt op eigen initiatief aan de minister de identiteit van de Belgen die vallen onder de categorieën bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°. De bevoegde Belgische organen, diensten en organismen melden op eigen initiatief aan de minister de identiteit van de Belgen die vallen onder de categorie bedoeld in de bepaling onder 4°.
   In het geval bedoeld in de bepaling onder 1° kan de minister evenwel, indien de aanvrager betrokken was bij feiten die beantwoorden aan de criteria zoals bedoeld in het artikel 6, § 1, 1° of 1° /1, van het koninklijk besluit van 21 juli 2016 betreffende de gemeenschappelijke gegevensbank Terrorist Fighters, het bevoegde orgaan, de bevoegde dienst of het bevoegde organisme bedoeld in het artikel 39/2, § 2, consulteren om na te gaan of de weigering van afgifte van een Belgische identiteitskaart niet behouden moet worden op basis van het artikel 39/2, § 2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-07-03/15, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 40. De minister bepaalt het bedrag van de kosten van aanmaak en van het afgifterecht verbonden aan de uitreiking van de identiteitskaart en het identiteitsdocument voor kinderen jonger dan twaalf jaar.

  Art. 41. De Koning kan bepalen dat de regels van dit hoofdstuk ook van toepassing zijn op onderdanen van de Europese Unie waarvoor Belgische consulaire beroepsposten de consulaire dienstverlening uitoefenen in uitvoering van het internationale recht dat België bindt.

  Hoofdstuk 9. - De consulaire rechten

  Art. 42. De consulaire rechten zijn in bijlage 1 vastgesteld.
  Het bedrag van de kanselarijrechten die geheven worden op de door de minister of door de administratieve autoriteiten die hij daartoe aanwijst, in België afgegeven akten, wordt in bijlage 2 vastgesteld.

  Art. 43. Kosteloosheid wordt van rechtswege verleend in geval van bewezen onvermogen.
  Voor de door een vreemdeling overgelegde akten wordt kosteloosheid wegens onvermogen slechts verleend indien de akten door de autoriteiten van zijn land kosteloos werden afgegeven of gelegaliseerd.
  Kosteloosheid wordt eveneens van rechtswege verleend :
  1° voor akten en documenten van openbaar of administratief belang;
  2° voor akten aangevraagd door officiële agenten van derde landen in hun officiële hoedanigheid, voor hun persoonlijk gebruik of voor dat van hun gevolg, onder voorbehoud van wederkerigheid;
  3° voor akten en documenten die betrekking hebben op sociale zekerheid, in het bijzonder pensioenen;
  4° voor visa, geldig voor één of meerdere reizen, aangebracht in het paspoort van niet-Belgen die niet de nationaliteit van één der lidstaten van de Europese Unie bezitten, wanneer het gaat om :
  a) de echtgeno(o)t(e) of de kinderen die de leeftijd van achttien jaar niet bereikt hebben van een onderdaan van één der genoemde lidstaten;
  b) enig ander familielid van diezelfde onderdaan of van zijn echtgeno(o)t(e), dat wettelijk ten laste is of bij hem (of haar) inwoont.
  De Koning bepaalt welke andere akten kosteloos kunnen zijn.
  Kosteloosheid of vermindering van de consulaire rechten vastgesteld in bijlage 1, wordt verleend op grond van regelingen welke de Koning daartoe, onder voorbehoud van wederkerigheid, met derde landen mocht sluiten.

  Art. 44. De consulaire rechten worden geïnd hetzij in de gangbare munt van de plaats van inning, hetzij in een andere munt indien de omstandigheden dat vereisen, tegen de wisselkoersen die de minister of de ambtenaar die hij daartoe aanwijst, bepaalt.

  Art. 45. De consulaire rechten die krachtens bijlage 1 worden geïnd, worden volledig aan de Schatkist overgemaakt indien ze geïnd worden door ambtenaren die ten laste van de Staatsbegroting worden betaald.

  Art. 46. De rechten die door het hoofd van een ereconsulaire post worden geïnd, komen hem toe, met een maximum dat door de Koning bepaald wordt.
  Het overschot komt aan de Schatkist toe.
  Ingeval een titularis in de loop van een dienstjaar vervangen wordt, wordt het deel van de bedragen dat aan iedere betrokken ambtenaar toevalt, berekend rekening houdend met dit maximum en naar rato van de duur van de ambtsuitoefening van de belanghebbenden.

  Art. 47. De consulaire ambtenaren zijn ontheven van elke borgstelling als onderpand voor de overmaking aan de Schatkist van de sommen welke haar op de krachtens dit Wetboek verrichte inningen toekomen.

  Art. 48. De wijze van inning van de consulaire rechten, de overmaking van de fondsen, de boekhouding en de nadere regels in verband met de toepassing van dit Wetboek worden door de minister bepaald.

  Art. 49. Wanneer de omstandigheden het vereisen, kan de Koning bijlage 1 en 2 wijzigen of aanvullen.
  Wanneer de lokale omstandigheden de afgifte van akten vergen die niet in bijlage 1 en 2 worden bepaald, stelt de Koning het bedrag van de consulaire rechten vast.

  Hoofdstuk 10. - De paspoorten

  Art. 50. Iedere Belg die zijn identiteit en nationaliteit bewijst, heeft het recht het Rijk binnen te komen of er terug te keren, zelfs zonder Belgische identiteitskaart, paspoort of reisdocument.
  In geval van twijfel over de identiteit of de nationaliteit legt de betrokkene de nodige bewijsstukken voor die de identiteit of de nationaliteit bevestigen.

  Art. 51. De minister geeft de Belgische paspoorten en reisdocumenten af.

  Art. 52. Een Belgisch paspoort of reisdocument is een persoonlijk document en wordt enkel rechtsgeldig gebruikt door de houder ervan.

  Art. 53.Een Belgisch paspoort of reisdocument bevat volgende gegevens :
  1° de identiteit van de houder : zijn naam en voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en geslacht;
  2° de nationaliteit of het statuut van erkende vluchteling of staatloze;
  3° de uitreikende overheid en de geldigheidsduur;
  4° de foto van de houder, waarbij het gelaat volledig onbedekt is;
  5° de handtekening van de houder;
  6° twee vingerafdrukken van de houder tenzij hij daarvan vrijgesteld is;
  7° het paspoortnummer;
  8° de ISO-code van het land van afgifte;
  9° het serienummer van de chip;
  10° de letter " P " voor het type document overeenkomstig de IBLO aanbevelingen;
  [1 11° de in artikel 374/1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde vermelding.]1
  Indien de houder niet kan tekenen, wordt dit op het Belgische paspoort of reisdocument aangegeven met de melding " vrijgesteld ".
  ----------
  (1)<W 2014-05-22/38, art. 6, 002; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 54. De minister kan beslissen op Belgische paspoorten en reisdocumenten, bijkomende bepaalde gegevens op een machinaal leesbare wijze aan te brengen en biometrische gegevens op te nemen, enkel wanneer die vereist zijn voor een betere en efficiëntere automatische identiteitsvaststelling. Deze biometrische gegevens worden onder elektronische vorm op het Belgische paspoort of reisdocument vermeld. De houder van het paspoort of reisdocument heeft via de door de minister vastgestelde procedure het recht om te weten wat er op elektronische wijze in zijn paspoort of reisdocument wordt vermeld.

  Art. 55. Een Belgisch paspoort of reisdocument is eigendom van de Belgische Staat en wordt slechts op aanvraag en tijdens de geldigheidsduur ervan ter beschikking gesteld van de houder.
  Tenzij de minister anders bepaalt, beschikt een persoon op elke moment slechts over één geldig Belgisch paspoort of reisdocument.
  Het Belgische paspoort of reisdocument verliest zijn geldigheid wanneer :
  1° de geldigheidsduur is verstreken,
  2° het beschadigd is,
  3° de foto niet meer op de houder lijkt,
  4° de houder de Belgische nationaliteit of zijn door België toegekend statuut van vluchteling of staatloze of zijn recht op een Belgisch reisdocument bedoeld in artikel 57, eerste lid, 3°, c), heeft verloren.
  Na het verstrijken van de geldigheidsduur legt de houder van het Belgische paspoort of reisdocument het voor ongeldigmaking aan de bevoegde overheid voor.

  Art. 56. De wijze waarop de informatie betreffende de afgegeven Belgische paspoorten en reisdocumenten evenals de biometrische gegevens die er in voorkomen, opgenomen en bijgehouden worden en aan andere overheden ter beschikking mogen worden gesteld, wordt bij wet geregeld.

  Art. 57. De minister geeft de volgende Belgische paspoorten en reisdocumenten af :
  1° het Belgische gewone paspoort dat enkel aan Belgen wordt afgegeven, geldig voor alle landen en met een geldigheidsduur van maximaal tien jaar; de Koning bepaalt de effectieve geldigheidsduur ervan;
  2° het Belgische diplomatieke of dienstpaspoort, afgegeven aan Belgen in functie bij de Belgische federale, overheid of een gemeenschaps- of gewestelijke overheid van hetzij de wetgevende, de uitvoerende of rechterlijke macht, met een geldigheid van maximaal tien jaar; de Koning bepaalt de effectieve geldigheidsduur ervan;
  3° de reisdocumenten voor de niet-Belgen, die in België genieten van het recht op een verblijf van onbepaalde duur, met een geldigheidsduur van twee jaar voor :
  a) door België erkende vluchtelingen;
  b) door België erkende staatlozen;
  c) de niet-Belgen die niet door België als staatloze of vluchteling zijn erkend en voor wie geen buitenlandse nationale overheid of internationale organisatie bestaat, die erkend, bevoegd of in staat is om paspoorten of reisdocumenten af te geven;
  4° de noodreisdocumenten voor Belgen, in België gevestigde en erkende vluchtelingen en staatlozen, met een geldigheidsduur van maximaal één jaar.
  De minister stelt de nadere regels vast aangaande de hoedanigheid die de personen of hun gezinsleden bedoeld in het eerste lid, 2°, moeten bezitten om de aanvraag tot afgifte van een dergelijk paspoort op geldige wijze in te dienen;
  De minister stelt de nadere regels vast aangaande de afgifte van de noodreisdocumenten bedoeld in het eerste lid, 4°.

  Art. 58. De minister machtigt de volgende besturen om Belgische paspoorten en reisdocumenten af te geven :
  1° in België : de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, het ministerie van Defensie en de gedecentraliseerde overheden die de minister aanduidt;
  2° in het buitenland : de Belgische consulaire beroepsposten.
  De afgifte van het Belgische gewone paspoort gebeurt door de in het eerste lid, 1° of 2°, bedoelde overheid bevoegd voor de woonplaats van de aanvrager. De minister bepaalt in welke omstandigheden het paspoort kan worden afgegeven door een andere overheid.
  Het Belgische diplomatieke paspoort en het Belgische dienstpaspoort worden enkel afgegeven door de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking of de territoriaal bevoegde Belgische consulaire beroepspost. Het dienstpaspoort bestemd voor militairen met zending in het buitenland, wordt door het ministerie van Defensie afgegeven.
  Het noodreisdocument wordt in België afgegeven door de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, of in het buitenland door de consulaire beroepsposten of, onder de verantwoordelijkheid van de territoriaal bevoegde consulaire beroepspost, door de Belgische ereconsulaire posten aangewezen door de minister.

  Art. 59. Elke aanvraag voor een Belgisch paspoort of reisdocument is ontvankelijk wanneer de aanvrager zijn identiteit en Belgische nationaliteit of het in artikel 57, eerste lid, 3°, bedoelde statuut bewijst.

  Art. 60. De aanvraag van een niet-Belg voor een Belgisch reisdocument is slechts ontvankelijk als hij aan volgende voorwaarden voldoet :
  1° hij bewijst zijn identiteit en nationaliteit of statuut;
  2° hij geniet in België van het recht op verblijf van onbepaalde duur;
  3° hij bewijst geen nationaal paspoort of reisdocument te kunnen verkrijgen;
  4° hij is niet het voorwerp van een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel;
  5° hij is niet het voorwerp van wettelijk bepaalde maatregelen die de bewegingsvrijheid beperken met het oog op de bescherming van de nationale of openbare veiligheid, de handhaving van de openbare orde, de voorkoming van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of van de rechten en vrijheden van anderen.

  Art. 61. De aanvraag voor een Belgisch paspoort of reisdocument voor minderjarigen is slechts ontvankelijk indien deze wordt ingediend door de persoon, personen of instanties die het ouderlijke gezag uitoefenen.

  Art. 62.[1 Met het oog op de goede uitvoering van de acties van het gerecht en in het bijzonder om te vermijden dat de personen die er het voorwerp van zijn, proberen zich eraan te onttrekken, en opdat de minister de administratieve handelingen zou kunnen stellen als bedoeld in de artikelen 63 en 65 en om de gegevensverwerkingen te verrichten als bedoeld in hoofdstuk 7/1 van de wet van 10 februari 2015 met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor Belgische paspoorten en reisdocumenten, melden het openbaar ministerie en de politiediensten hem op eigen initiatief, in de gevallen bepaald in de richtlijnen van het College van procureurs-generaal, de identiteit van de Belgen en erkende staatlozen en vluchtelingen die het voorwerp zijn van een strafonderzoek naar een wanbedrijf bedoeld in de artikelen 198, 199 of 199bis, 1°, van het Strafwetboek of van één van de volgende vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregelen:
   a) een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel met verbod om het grondgebied te verlaten;
   b) een aanhoudingsbevel;
   c) een Europees aanhoudingsbevel;
   d) een internationaal aanhoudingsbevel;
   e) een nationale of internationale signalering ter fine van arrestatie.
   De bevoegde Belgische organen, diensten en organismen melden op eigen initiatief aan de minister de identiteit van de Belgen en erkende staatlozen en vluchtelingen die klaarblijkelijk een aanzienlijk risico of een aanzienlijke bedreiging vormen voor de openbare orde of de openbare veiligheid.]1
  ----------
  (1)<W 2019-07-03/15, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 63.[1 § 1. De afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument wordt geweigerd:
   1° indien de aanvrager het voorwerp is van een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel in de gevallen bedoeld in artikel 62;
   2° indien de aanvrager het voorwerp is van een strafonderzoek naar een wanbedrijf bedoeld in de artikelen 198, 199 of 199bis, 1°, van het Strafwetboek, in de gevallen bedoeld in artikel 62;
   3° indien de aanvrager onjuiste gegevens meedeelde met betrekking tot zijn nationaliteit of zijn identiteit;
   4° aan een minderjarig niet-ontvoogd kind, indien een ouder die er het ouderlijk gezag over uitoefent, overeenkomstig artikel 374/1 van het Burgerlijk Wetboek gevraagd heeft om geconsulteerd te worden bij de aanvraag van een Belgisch paspoort of reisdocument voor het kind en die ouder zijn toestemming voor de afgifte ervan weigert.
   § 2. De afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument kan geweigerd worden door de minister op gemotiveerd advies van een daartoe bevoegd orgaan, bevoegde dienst of bevoegd organisme indien de aanvrager klaarblijkelijk een aanzienlijk risico of een aanzienlijke bedreiging vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid.
   § 3. De minister of de bevoegde ambtenaar van de Directie Reis- & Identiteitsdocumenten van de FOD Buitenlandse Zaken kan voorafgaandelijk aan de afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument op elk ogenblik aan elk daartoe bevoegd orgaan, elke bevoegde dienst of elk bevoegd organisme vragen een onderzoek in te stellen. In afwachting van de uitkomst van het onderzoek wordt de afgifte van het paspoort of reisdocument opgeschort.]1
  ----------
  (1)<W 2019-07-03/15, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 64.
  <Opgeheven bij W 2015-08-10/10, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 24-08-2015>

  Art. 65.[1 Belgische paspoorten en reisdocumenten worden ingetrokken of ongeldig verklaard onder de voorwaarden bedoeld in artikel 63, § 1, 1° tot 3°. In het geval bedoeld in artikel 63, § 1, 4°, wordt het paspoort of reisdocument ingetrokken of ongeldig verklaard, voor zover de familierechtbank een dergelijke maatregel oplegt.
   Belgische paspoorten en reisdocumenten kunnen ook ingetrokken of ongeldig verklaard worden onder de voorwaarden bedoeld in artikel 63, § 2.
   In dat laatste geval kan de minister of de bevoegde ambtenaar van de Directie Reis- & Identiteitsdocumenten van de FOD Buitenlandse Zaken voorafgaandelijk aan de intrekking of ongeldigverklaring van een Belgisch paspoort of reisdocument steeds aan het daartoe bevoegde orgaan, de bevoegde dienst of het bevoegde organisme vragen om hem bijkomende informatie te bezorgen die de beslissing tot intrekking of ongeldigverklaring kan verduidelijken.]1
  ----------
  (1)<W 2019-07-03/15, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 65/1.[1 De weigering van afgifte, van een Belgisch paspoort of reisdocument wordt opgeheven:
   1° in de gevallen bedoeld in artikel 63, § 1, 1°, zodra de vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel een einde neemt;
   2° in het geval bedoeld in artikel 63, § 1, 2°, na een beslissing tot seponering van het openbaar ministerie, een buitenvervolgingstelling of een eindbeslissing, door het onderzoeksgerecht zetelend als vonnisgerecht, of een vonnis of arrest in kracht van gewijsde ten aanzien van de betrokkene;
   3° in het geval bedoeld in artikel 63, § 1, 3°, zodra de nationaliteit en de identiteit van de aanvrager wettelijk vaststaan;
   4° in het geval bedoeld in artikel 63, § 1, 4°, zodra, overeenkomstig artikel 374/1 van het Burgerlijk Wetboek, ofwel de beide ouders of de ouder die alleen het ouderlijk gezag over het minderjarig niet-ontvoogd kind uitoefent, respectievelijk hun toestemming geven of zijn toestemming geeft voor de afgifte van het paspoort of reisdocument aan het kind, ofwel de bevoegde rechter daarvoor de toelating geeft;
   5° in het geval bedoeld in artikel 63, § 2, zodra het daartoe bevoegde orgaan, de bevoegde dienst of het bevoegde organisme concludeert dat de aanvrager klaarblijkelijk niet langer een aanzienlijk risico of een aanzienlijke bedreiging vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid.
   Het openbaar ministerie meldt op eigen initiatief aan de minister de identiteit van de Belgen die vallen onder de categorieën bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2°. De griffier van de familierechtbank meldt op eigen initiatief aan de minister de identiteit van de minderjarige Belgen die vallen onder de categorie bedoeld in de bepaling onder 4°, voor zover het gaat om een beslissing van de familierechtbank. De bevoegde Belgische organen, diensten en organismen melden op eigen initiatief aan de minister de identiteit van de Belgen die vallen onder de categorie bedoeld in de bepaling onder 5°.
   In het geval bedoeld in de bepaling onder 1° kan de minister evenwel, indien de aanvrager betrokken was bij feiten die beantwoorden aan de criteria zoals bedoeld in het artikel 6, § 1, 1° of 1° /1, van het koninklijk besluit van 21 juli 2016 betreffende de gemeenschappelijke gegevensbank Terrorist Fighters, het bevoegde orgaan, de bevoegde dienst of het bevoegde organisme bedoeld in het artikel 63, § 2, consulteren om na te gaan of de weigering van afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument niet behouden moet worden op basis van het artikel 63, § 2.]1
  ----------
  (1)<W 2019-07-03/15, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 65/2. [1 De initiële beslissing tot weigering van de afgifte, tot intrekking of ongeldigverklaring van een identiteitskaart door de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken, overeenkomstig artikel 6, § 10, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, leidt automatisch tot de beslissing tot weigering van de afgifte, tot intrekking of ongeldigverklaring van het Belgische paspoort of reisdocument van de betrokken persoon door de minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken.
   De beslissing tot weigering van de afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument wordt opgeheven, zodra de in het eerste lid bedoelde initiële beslissing tot weigering van de afgifte, tot intrekking of ongeldigverklaring van de identiteitskaart opgeheven wordt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2015-08-10/10, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 05-01-2016 (KB 2015-12-16/27, art. 1)>

  Art. 65/3. [1 In de gevallen bedoeld in de artikelen 39/2, 63 en 65/2 kan evenwel, met voorafgaand akkoord van de bevoegde Belgische organen, diensten en organismen, een noodreisdocument afgegeven worden met een beperkte territoriale geldigheid en duur.
   In de gevallen bedoeld in de artikelen 39/2, §§ 1 en 2, en 39/3, eerste en tweede lid, wordt de geweigerde, ingetrokken of ongeldig verklaarde identiteitskaart vervangen door een noodreisdocument dat territoriaal beperkt is.
   Hij die van een dergelijk noodreisdocument gebruik maakt buiten de daarin voorziene beperkte territoriale geldigheid en duur, wordt gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 2 jaar en met een geldboete van 26 euro tot 1 000 euro of met één van die straffen alleen. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op dit misdrijf.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-07-03/15, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 65/4. [1 De beslissing tot het seinen van het identiteitsdocument voor een minderjarig niet-ontvoogd kind onder de twaalf jaar of een identiteitskaart voor een minderjarig niet-ontvoogd kind boven de twaalf jaar door de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken, overeenkomstig artikel 6, § 11, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, leidt automatisch tot de beslissing tot weigering van de afgifte, tot intrekking of ongeldigverklaring van het Belgische paspoort of reisdocument van de betrokken minderjarige door de minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken.
   De beslissing tot weigering van de afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument wordt opgeheven, zodra de in het eerste lid bedoelde beslissing tot het seinen van het identiteitsdocument voor een minderjarig niet-ontvoogd kind onder de twaalf jaar of een identiteitskaart voor een minderjarig niet-ontvoogd kind boven de twaalf jaar opgeheven wordt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-07-03/15, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 66. De afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument geeft aanleiding tot de heffing van een in hoofdstuk 9 bedoeld consulair recht.
  Kosteloosheid kan worden toegekend onder de voorwaarden bepaald in hoofdstuk 9.

  Art. 67. De technische specificaties van de Belgische paspoorten en reisdocumenten zijn geheim.

  Hoofdstuk 11. - De consulaire attesten

  Art. 68. Het hoofd van een consulaire beroepspost geeft consulaire attesten af. De minister bepaalt de voorwaarden waaronder deze attesten worden afgegeven.

  Art. 69. Het hoofd van een consulaire beroepspost geeft aan Belgen die een huwelijk willen aangaan in het ambtsgebied van zijn consulair ressort, op hun verzoek, een attest af van geen huwelijksbeletsel waaruit blijkt dat er naar Belgisch recht geen wettelijk bezwaar bestaat tegen het huwelijk, indien de buitenlandse overheid de voorlegging van dit attest eist.

  Art. 70. Het attest wordt slechts uitgereikt indien na onderzoek blijkt dat de verzoeker naar Belgisch recht voldoet aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan.
  Bij de aanvraag van het attest moet de in het buitenland wonende verzoeker woonplaats kiezen in België voor de briefwisseling en betekeningen.
  Het hoofd van de consulaire beroepspost zendt, indien niet wordt voldaan aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk aan te gaan of bij ernstige twijfel over het voldoen aan de vereiste hoedanigheden en voorwaarden, de aanvraag van het attest aan de bevoegde procureur des Konings en geeft de verzoeker hiervan kennis.

  Art. 71.De procureur des Konings kan zich binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag van het attest, waarvan de consulaire beroepspost de ontvangst betekent bij de indiening van de aanvraag, verzetten tegen de uitreiking ervan. Hij kan deze termijn met een periode van maximum twee maanden verlengen. Hij brengt desgevallend zijn gemotiveerd verzet onverwijld ter kennis van de belanghebbende partijen, de consulaire beroepspost bij welke het attest werd aangevraagd, de dienst Vreemdelingenzaken en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats in België van de verzoeker.
  De opheffing van het verzet kan binnen de maand van de kennisgeving van het verzet worden gevraagd voor de [1 familierechtbank]1 van het ambtsgebied van de procureur des Konings die zich heeft verzet tegen de uitreiking van het attest. De rechter doet uitspraak op korte termijn.
  Indien de procureur des Konings binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen verzet heeft aangetekend, gaat het hoofd van de consulaire beroepspost onverwijld over tot de uitreiking van het attest.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 93, 005; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Hoofdstuk 12. - De geboorte en het overlijden aan boord van schepen en vliegtuigen

  Art. 72. Wanneer de eerstvolgende aanlegplaats van een schip gelegen is in een derde land, wordt het voor echt verklaarde afschrift van de akte van geboorte of de akte van overlijden opgemaakt in overeenstemming met de artikelen 59 of 86 van het Burgerlijk Wetboek door de commandant bezorgd aan de consulaire beroepspost in wiens consulair ressort de haven zich bevindt.
  Indien het gaat om een akte van geboorte, zendt de consulaire ambtenaar een voor echt verklaard afschrift van de akte naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats in België van één van de ouders. Indien geen van beide ouders een woonplaats in België heeft, wordt een voor echt verklaard afschrift van de akte bezorgd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Brussel.
  Indien het gaat om een akte van overlijden, zendt de consulaire ambtenaar een voor echt verklaard afschrift van de akte naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats in België van de overledene. Indien de overledene geen woonplaats in België heeft, wordt een voor echt verklaard afschrift van de akte bezorgd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Brussel.

  Art. 73. Wanneer de eerste landingsplaats in het buitenland gelegen is, wordt het voor echt verklaarde afschrift van de akte van geboorte of de akte van overlijden opgemaakt in overeenstemming met de artikelen 7 of 7bis van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der Luchtvaart door de gezagvoerder van het Belgisch luchtvaartuig bezorgd aan de consulaire beroepspost in wiens consulair ressort de luchthaven zich bevindt.
  Indien het gaat om een akte van geboorte, zendt de consulaire ambtenaar een voor echt verklaard afschrift van de akte naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats in België van één van de ouders. Indien geen van beide ouders een woonplaats in België heeft, wordt een voor echt verklaard afschrift van de akte bezorgd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Brussel.
  Indien het gaat om een akte van overlijden, zendt de consulaire ambtenaar een voor echt verklaard afschrift van de akte naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats in België van de overledene. Indien de overledene geen woonplaats in België heeft, wordt een voor echt verklaard afschrift van de akte bezorgd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Brussel.

  Art. 74. Wanneer de eerste landingsplaats in het buitenland gelegen is, worden de twee voor echt verklaarde afschriften van het verslag opgemaakt in overeenstemming met artikel 7quater van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, door de gezagvoerder van het Belgisch luchtvaartuig bezorgd aan de consulaire beroepspost in wiens consulair ressort de luchthaven zich bevindt.
  De consulaire ambtenaar zendt een voor echt verklaard afschrift van dit verslag aan de gerechtelijke overheid bevoegd voor de landingsplaats.
  Hij zendt een tweede voor echt verklaard afschrift van dit verslag aan het parket van de procureur des Konings te Brussel indien het gaat om een Belg of naar de bevoegde vreemde consulaire overheid indien het gaat om een niet-Belg.
  

  Hoofdstuk 13. [1 - De consulaire bijstand aan de Belgen en aan de niet-vertegenwoordigde burgers van de Europese Unie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 75. [1 De consulaire bijstand is uitsluitend voorbehouden voor Belgen en voor de niet-vertegenwoordigde burgers van de Unie in derde landen die worden gelijkgesteld met de Belgen voor wat betreft het verlenen van bijstand. Het is in die zin dat, op artikel 92 na, in de volgende artikels "Belg" hierna moet worden gelezen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 76. [1 De consulaire bijstand wordt gegeven door de diplomatieke zendingen, uitgezonderd de permanente vertegenwoordigingen, en de consulaire beroepsposten binnen hun ambtsgebied respectievelijk consulair ressort.
   Zij kan binnen hun consulair ressort gegeven worden door de ereconsulaire posten onder de verantwoordelijkheid van de territoriaal bevoegde post.
   In dit hoofdstuk wordt onder post verstaan: een diplomatieke zending, uitgezonderd permanente vertegenwoordigingen, of een consulaire beroepspost.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 77. [1 De posthoofden houden rekening met de persoonlijke veiligheid van de leden van hun personeel bij de organisatie en de uitvoering van de consulaire bijstand.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 78. [1 De consulaire bijstand heeft betrekking op de volgende omstandigheden:
   1° / een overlijden van een Belg;
   2° / een ernstig ongeval overkomen aan een Belg;
   3° / een ernstig misdrijf waarvan een Belg slachtoffer is;
   4° / een onrustwekkende verdwijning van een Belg
   5° / een aanhouding of hechtenis van een Belg;
   6° / een extreme noodtoestand waarin een Belg zich bevindt;
   7° / een zware consulaire crisis;
   8° / een internationale kinderontvoering wanneer het kind en/of één van de ouders Belg is.
   De Koning bepaalt de praktische nadere regels inzake het verschaffen van consulaire bijstand in deze verschillende situaties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 79. [1 Kunnen geen aanspraak maken op de consulaire bijstand de Belgen die ook de nationaliteit bezitten van de staat waar de consulaire bijstand gevraagd wordt, wanneer de instemming van de lokale autoriteiten vereist is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 11, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 80. [1 Het behoort de posten in geen enkel geval toe om zich in de plaats te stellen van een Belg of zijn naasten bij de beslissingen inzake medische behandelingen en de keuze van artsen of verzorgingsinstellingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 81. [1 De Koning bepaalt de categorieën van personen die kunnen gedefinieerd worden als zijnde "naasten" in de zin van dit wetboek alsook de gepaste wijze waarop de posten en het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met deze naasten communiceren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 82. [1 Behalve in noodgevallen, kan de consulaire bijstand enkel aan een Belg gegeven worden nadat hij bewezen heeft alle andere hulpmogelijkheden waarvan hij zou kunnen genieten door tussenkomst van derden uit te hebben geput.
   Onder derden wordt hier verstaan: werkgever, verzekeringen, ziekenfonds, tour operators, transportbedrijven en naasten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 14, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 83. [1 Kunnen geen aanspraak maken op de consulaire bijstand in de omstandigheden zoals beschreven in artikel 78, de Belgen die:
   1° zich begeven hebben naar een gebied waarvoor het reisadvies van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking alle reizen afraadt;
   2° zich begeven hebben naar een gebied waar een gewapend conflict woedt;
   3° geen gevolg hebben gegeven aan de oproep van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking om het gebied waar zij verblijven te verlaten;
   4° buitensporige risico's nemen zonder zich overeenkomstig te verzekeren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 15, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 84. [1 Boven het bedrag bepaald door de Koning en met uitzondering van de kosten gedragen in het kader van artikel 92, zijn de kosten van de consulaire bijstand terugbetaalbare voorschotten.
   De Koning bepaalt de nadere regels van de terugbetaling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 16, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 85. [1 Wanneer de post kennis heeft van het overlijden van een Belg en bevestiging gekregen heeft vanwege de officiële overheden, rapporteert hij deze informatie zo snel mogelijk aan het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die de naasten ervan inlicht.
   De post en het hoofdbestuur informeren, op hun vraag, de naasten van de overleden Belg over de nadere regels van de uitvaart ter plaatse of van de repatriëring van het stoffelijk overschot naar België.
   Wanneer er geen naasten zijn of deze niet binnen een redelijke termijn kunnen geïdentificeerd worden, neemt de post als een goede huisvader de nodige schikkingen om ter plaatse een eenvoudige en waardige uitvaart van de overledene te verzekeren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 17, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 86. [1 Wanneer de post kennis heeft van een ernstig ongeval overkomen aan een Belg, rapporteert hij deze informatie zo snel mogelijk aan het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die, behoudens bezwaar van de betrokken Belg, de naasten informeert.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 87. [1 Wanneer de post kennis heeft van een ernstig misdrijf waarvan een Belg het slachtoffer werd, rapporteert hij deze informatie aan het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die, behoudens bezwaar van het slachtoffer, de naasten inlicht.
   De post verzekert er zich van dat de lokale overheden de zaak in behandeling genomen hebben.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 19, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 88. [1 Wanneer de post kennis heeft van de onrustwekkende verdwijning van een Belg, rapporteert hij deze informatie aan het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die de naasten en de bevoegde Belgische overheden inlicht.
   De post verzekert er zich van dat de lokale overheden de zaak in behandeling genomen hebben en dringt er bij hen op aan de gepaste maatregelen te nemen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 20, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 89. [1 Wanneer de post kennis heeft van de aanhouding of de hechtenis van een Belg rapporteert hij deze informatie zo snel mogelijk aan het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die de naasten inlicht op verzoek van de betrokken Belg.
   Wanneer de aangehouden of in hechtenis genomen Belg onbekwaam is, informeert de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ambtshalve de naasten.
   De federale overheidsdienst Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking meldt de aanhouding of de hechtenis aan de Belgische gerechtelijke overheden wanneer de feiten de openbare veiligheid van België aanbelangen.
   De Koning bepaalt in welke andere gevallen de aanhouding en de hechtenis gemeld wordt aan de Belgische gerechtelijke autoriteiten.
   De post ziet erop toe dat de rechten van verdediging van de aangehouden of in hechtenis genomen Belg geëerbiedigd worden en dat de omstandigheden waarin hij aangehouden of in hechtenis genomen is, beantwoorden aan de internationale normen ter zake en aan de rechten van de mens.
   De post geeft geen juridisch advies aan de aangehouden of in hechtenis genomen Belg.
   De post kan de Belg en zijn naasten de volgende inlichtingen geven:
   1° / de bestaande verdragen tussen België en de Staat waar de aanhouding of hechtenis plaats gevonden heeft;
   2° / een lijst van advocaten.
   Wanneer de hechtenis plaats vindt in een land buiten de Europese Unie en indien de betrokken Belg dat wenst, bezoekt de post hem volgens de nadere regele bepaald door de Koning.
   Wanneer de aanhouding of de hechtenis van een Belg door een buitenlandse overheid verricht is op verzoek van de Belgische gerechtelijke autoriteiten of wanneer de aangehouden of in hechtenis genomen Belg het voorwerp uitmaakt van een aanhoudingsmandaat in België, kan de post zich onthouden van de consulaire bijstand.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 21, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 90. [1 Wanneer de post kennis heeft van de extreme noodtoestand waarin een Belg zich bevindt, rapporteert hij deze informatie zo snel mogelijk aan het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
   De federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking licht, op verzoek van de betrokken Belg, de naasten in.
   De post helpt de betrokken Belg bij het zoeken van bijstand of bescherming door de lokale overheid of door lokale liefdadigheidsorganisaties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 22, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 91. [1 De post maakt en actualiseert regelmatig een vertrouwelijk crisisdossier waarvan de samenstelling bepaald wordt door de Koning.
   Wanneer een zware consulaire crisis uitbreekt, rapporteert de post deze informatie zo snel mogelijk aan het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die op hun verzoek en op de meest geschikte wijze de naasten van een Belg die in het getroffen gebied verblijft informeert.
   In geval van evacuatie stelt de minister de lijst van categorieën van begunstigden op.
   Naargelang van de omvang en de intensiteit van de crisis beslist de minister over de opening van het Crisiscentrum van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 23, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 92.[1 Wanneer de post kennis heeft van een geval van internationale kinderontvoering waarbij het kind en/of één van de ouders Belg is, informeert hij zo snel mogelijk het hoofdbestuur van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
   De federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking informeert de ouders die daarom vragen over de bilaterale en multilaterale verdragen inzake internationale kinderontvoering.
   Wanneer geen enkel bilateraal of multilateraal verdrag van toepassing is op het geval van internationale kinderontvoering, kan de post bijstand geven aan de ouders in de volgende domeinen:
   1° / internationale familiale bemiddeling;
   2° / facilitering van de contacten tussen ouders en kinderen.
   De Koning bepaalt de nadere regels van de tussenkomst in deze twee domeinen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/06, art. 24, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 03-07-2019 GEPUBL. OP 22-08-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 33; 34; 39; 39/1; 39/2; 39/3; 39/4; 62-65/1; 65/3; 65/4)
  • originele versie
  • WET VAN 18-06-2018 GEPUBL. OP 02-07-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 10; 15; 17)
  • originele versie
  • WET VAN 09-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4/1; 75; 76; 77; 78; 79; 80; 81; 82; 83; 84; 85; 86; 87; 88; 89; 90; 91; 92)
  • originele versie
  • WET VAN 19-09-2017 GEPUBL. OP 04-10-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 15/1)
  • originele versie
  • WET VAN 06-07-2017 GEPUBL. OP 24-07-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 15; 16; 71)
  • originele versie
  • WET VAN 10-08-2015 GEPUBL. OP 24-08-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 64; 65; 65/1; 65/2 )
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-2014 GEPUBL. OP 23-12-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • WET VAN 22-05-2014 GEPUBL. OP 23-07-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 53) Inwerkingtreding nader te bepalen

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 33 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie