J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Errata Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/12/21/2013011649/justel

Titel
21 DECEMBER 2013. - Wet houdende invoeging van boek VI "Marktpraktijken en consumentenbescherming" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VI, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek VI, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht Zie wijziging(en)

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 30-12-2013 nummer :   2013011649 bladzijde : 103506       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-12-21/23
Inwerkingtreding : 31-05-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Het Wetboek van economisch recht
Art. 2-6
HOOFDSTUK III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Art. 7-9
HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen
Art. 10
HOOFDSTUK V. - Bevoegdheidstoewijzing
Art. 11-13
HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding
Art. 14
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK II. - Het Wetboek van economisch recht

  Art. 2. In boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd, luidende:
  "Hoofdstuk 4. Definities eigen aan boek VI
  Art. I. 8. Voor de toepassing van boek VI gelden de volgende definities:
  1° homogene diensten: alle diensten waarvan de eigenschappen en de modaliteiten identiek of gelijkaardig zijn, ongeacht onder meer het ogenblik, de plaats van de uitvoering, de dienstverstrekker of de persoon voor wie ze bestemd zijn;
  2° etikettering: de vermeldingen, aanwijzingen, gebruiksaanwijzingen, merken, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op een goed of op een homogene dienst en die voorkomen op het goed zelf of op enig verpakkingsmiddel, document, bordje, etiket, band of label dat bij dit goed of bij deze dienst is gevoegd of daarop betrekking heeft;
  3° op de markt brengen: de invoer met het oog op de verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, de tekoopaanbieding, de verkoop, het huuraanbod van goederen en diensten, de verhuring van goederen en diensten, de afstand onder bezwarende titel of gratis, als deze verrichtingen worden gedaan door een onderneming;
  4° geregistreerde benaming:
  a) voor de landbouwproducten en de levensmiddelen:
  de beschermde benaming van oorsprong of de beschermde herkomstaanduiding of elke gelijkwaardige benaming, waarop de landbouwproducten en de levensmiddelen zich kunnen beroepen bij toepassing van de bepalingen van de Europese Unie die de regels met betrekking tot hun bescherming bepalen;
  b) voor de andere producten:
  - de beschermde benaming van oorsprong waarop de producten afkomstig uit een bepaalde streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven, en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschiedt, wanneer deze erkend werd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke regelgeving;
  - de beschermde geografische aanduiding waarop de producten afkomstig uit een streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven, en waarvan de productie en/of de verwerking en/of de bereiding in het geografische gebied geschieden, wanneer deze erkend werd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke regelgeving;
  5° los verkochte goederen: goederen die niet vooraf worden verpakt en die door of in tegenwoordigheid van de consument worden gemeten of gewogen;
  6° per stuk verkochte goederen: goederen die niet kunnen worden gefractioneerd zonder hun aard of eigenschappen te wijzigen;
  7° geconditioneerde goederen: goederen die een fractionering, weging, telling of meting ondergaan hebben, zelfs tijdens het fabricageproces, al dan niet gevolgd door een verpakking, en met het doel die verrichting overbodig te maken bij de tekoopaanbieding;
  8° voorverpakte goederen: de geconditioneerde goederen die verpakt zijn alvorens te koop te worden aangeboden ongeacht de aard van de verpakking, die het goed geheel of slechts ten dele bedekt, maar op zo'n wijze dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat de verpakking wordt geopend of gewijzigd.
  Daaronder vallen:
  a) voorverpakte goederen in vooraf bepaalde hoeveelheden: zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
  b) voorverpakte goederen in variabele hoeveelheden: zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid niet overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
  9° meeteenheid: de eenheid als bedoeld in boek VIII;
  10° vulbedrijf: de persoon die de goederen werkelijk voorverpakt met het oog op de tekoopaanbieding ervan;
  11° conditioneerder: de persoon die de goederen conditioneert met het oog op de tekoopaanbieding ervan;
  12° nominale hoeveelheid: het op een voorverpakking aangegeven gewicht of volume dat overeenstemt met de nettohoeveelheid die deze voorverpakking wordt geacht te bevatten;
  13° reclame: iedere mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel heeft de verkoop van producten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen;
  14° vergelijkende reclame: elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd.
  15° overeenkomst op afstand: iedere overeenkomst die tussen de onderneming en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument en waarbij, tot op en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer technieken voor communicatie op afstand;
  16° techniek voor communicatie op afstand: ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van onderneming en consument, kan worden gebruikt voor de sluiting van de overeenkomst tussen deze partijen;
  17° communicatietechniek-exploitant: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, wiens beroepsactiviteit erin bestaat één of meer technieken voor communicatie op afstand aan de ondernemingen ter beschikking te stellen;
  18° financiėle dienst: iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen;
  19° duurzame gegevensdrager: ieder hulpmiddel dat de consument of de onderneming in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
  20° aanbieder: iedere onderneming die optreedt als de contractuele verrichter van diensten op grond van overeenkomsten op afstand;
  21° gezamenlijk aanbod: het aanbod waarbij de al dan niet kosteloze verkrijging van goederen of diensten gebonden is aan de verkrijging van andere goederen of diensten;
  22° onrechtmatig beding: elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen een onderneming en een consument die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen ten nadele van de consument;
  23° handelspraktijk: iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciėle communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een onderneming, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product;
  24° het economische gedrag van consumenten wezenlijk verstoren: een handelspraktijk gebruiken om het vermogen van de consument om een geļnformeerd besluit te nemen merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een transactie besluit waartoe hij anders niet had besloten;
  25° professionele toewijding: het normale niveau van bijzondere vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een onderneming in haar activiteitsdomein ten aanzien van de consument mag worden verwacht, overeenkomstig de eerlijke handelsgebruiken;
  26° uitnodiging tot aankoop: een commerciėle boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen;
  27° ongepaste beļnvloeding: het uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de consument om, zelfs zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, druk uit te oefenen op een wijze die het vermogen van de consument om een geļnformeerd besluit te nemen, aanzienlijk beperkt;
  28° besluit over een transactie: elk door een consument genomen besluit over de vraag of, en, zo ja, hoe en op welke voorwaarden hij een product koopt, geheel of gedeeltelijk betaalt, behoudt of van de hand doet, of een contractueel recht uitoefent in verband met het product, ongeacht of de consument wel of niet tot handelen overgaat;
  29° collectieve consumentenovereenkomst: een akkoord dat afgesloten wordt binnen de Raad voor het Verbruik tussen de consumentenorganisaties en de beroepsorganisaties, en die de relaties regelt tussen ondernemingen en consumenten wat betreft goederen of diensten of categorieėn van goederen of diensten;
  30° volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen: goederen die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument;
  31° buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst: iedere overeenkomst tussen de onderneming en de consument:
  a) die wordt gesloten in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument op een andere plaats dan de verkoopruimten van de onderneming; of
  b) waarvoor een aanbod werd gedaan door de consument onder dezelfde omstandigheden als bedoeld onder a); of
  c) die gesloten wordt in de verkoopruimten van de onderneming of met behulp van een techniek voor communicatie op afstand, onmiddellijk nadat de consument persoonlijk en individueel is aangesproken op een plaats die niet de verkoopruimte van de onderneming is, in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument; of
  d) die gesloten wordt tijdens een excursie die door de onderneming is georganiseerd met als doel of effect de promotie en de verkoop van goederen of diensten aan de consument.
  32° verkoopruimten:
  a) iedere onverplaatsbare ruimte voor detailhandel waar de onderneming op permanente basis zijn activiteiten uitvoert; of
  b) iedere verplaatsbare ruimte voor detailhandel waar de onderneming gewoonlijk zijn activiteiten uitvoert;
  33° verkoopsovereenkomst: iedere overeenkomst waarbij de onderneming de eigendom van goederen aan de consument overdraagt of zich ertoe verbindt deze over te dragen en de consument de prijs daarvan betaalt of zich ertoe verbindt de prijs daarvan te betalen, met inbegrip van elke overeenkomst die zowel goederen als diensten betreft;
  34° dienstenovereenkomst: iedere andere overeenkomst dan een verkoopovereenkomst, waarbij de onderneming de consument een dienst levert of zich ertoe verbindt een dienst te leveren en de consument de prijs daarvan betaalt of zich ertoe verbindt de prijs daarvan te betalen;
  35° digitale inhoud: gegevens die in digitale vorm geproduceerd en geleverd worden;
  36° openbare veiling: een verkoopmethode waarbij goederen of diensten door de onderneming worden aangeboden aan consumenten die persoonlijk aanwezig zijn of de mogelijkheid krijgen om persoonlijk aanwezig te zijn op de veiling, door middel van een transparante competitieve biedprocedure, onder leiding van een ministeriėle ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen, en waarbij de winnende bieder verplicht is de goederen of diensten af te nemen;
  37° commerciėle garantie: iedere verbintenis van de onderneming of een producent om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op conformiteit, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of de goederen op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer die niet voldoen aan de specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit,
  die vermeld zijn in de garantieverklaring of in de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst;
  38° aanvullende overeenkomst: een overeenkomst waarbij een consument goederen of diensten verwerft in verband met een overeenkomst, en deze goederen of diensten door de onderneming worden geleverd of door een derde partij op basis van een afspraak tussen die derde partij en de onderneming;

  Art. 3.In hetzelfde Wetboek wordt een boek VI ingevoegd, luidende:
  "Boek VI. Marktpraktijken en consumentenbescherming
  TITEL 1. - Algemene principes
  Art. VI. 1. § 1. Dit boek beoogt voornamelijk de regeling van de marktpraktijken en de bescherming van de consument, onverminderd de bijzondere regels die hieromtrent zijn vastgesteld in bepaalde sectoren.
  Het zet de bepalingen om van:
  1. Richtlijn 76/211/EEG van de Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde produkten in voorverpakkingen;
  2. Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten;
  3. Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten;
  4. Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie(richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie);
  5. Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiėle diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad;
  6. Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;
  7. Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming ("verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming");
  8. Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad ("Richtlijn oneerlijke handelspraktijken");
  9. Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame (gecodificeerde versie);
  10. Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  § 2. Voor de aangelegenheden die worden bedoeld door dit boek kan de Koning, op voordracht van de ministers bevoegd voor Economie, Consumentenzaken en Financiėn, voor een of meerdere categorieėn van financiėle diensten bijzondere regels vaststellen of afwijken van de toepassing van sommige bepalingen van dit boek.
  Vooraleer een besluit voor te stellen met toepassing van het eerste lid, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten (FSMA) en bepaalt hij de redelijke termijn binnen dewelke het advies moet worden gegeven. Na deze termijn is het advies niet meer vereist.
  TITEL 2. - Informatie van de markt
  HOOFDSTUK 1. - Algemene verplichting tot informatie van de consument
  Art. VI. 2. Vooraleer een consument wordt gebonden door een andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, of door een overeenkomst bedoeld in artikel VI. 66, verstrekt de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context:
  1° de voornaamste kenmerken van het product, op een wijze die is aangepast aan het gebruikte communicatiemiddel en aan het betrokken product;
  2° de identiteit van de onderneming, onder meer haar ondernemingsnummer, haar handelsnaam, het geografische adres waar zij gevestigd is en haar telefoonnummer;
  3° de totale prijs van het product, met inbegrip van alle belastingen, en alle diensten die door de consument verplicht moeten worden bijbetaald, of, als door de aard van het product de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend, en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings-, of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, in ieder geval het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn;
  4° desgevallend, de wijze van betaling, levering, uitvoering, de termijn waarbinnen de onderneming zich verbindt het product te leveren en het beleid van de onderneming inzake klachtenbehandeling;
  5° naast een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen, desgevallend het bestaan en de voorwaarden van diensten na verkoop en commerciėle garanties;
  6° desgevallend, de duur van de overeenkomst, of, wanneer de overeenkomst van onbepaalde duur is of automatisch verlengd wordt, de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst;
  7° desgevallend, de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door de consument uitgedrukte behoefte aan informatie en met het door de consument meegedeelde of redelijkerwijze voorzienbare gebruik;
  8° desgevallend, de functionaliteit van digitale inhoud, met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;
  9° desgevallend, de relevante interoperabiliteit van digitale inhoud met hardware en software en andere diensten waarvan de onderneming op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn.
  HOOFDSTUK 2. - Prijsaanduiding
  Art. VI. 3. § 1. Behalve bij openbare verkoop, duidt elke onderneming die aan de consument goederen te koop aanbiedt, de prijs hiervan schriftelijk en ondubbelzinnig aan.
  Indien de goederen te koop uitgestald zijn, is de prijs bovendien leesbaar en goed zichtbaar aangeduid.
  § 2. Elke onderneming die aan de consument homogene diensten aanbiedt, duidt de prijs hiervan schriftelijk, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aan.
  Art. VI. 4. De aangeduide prijs is de door de consument totaal te betalen prijs, waaronder is begrepen: de belasting over de toegevoegde waarde, alle overige taksen en de kosten van alle diensten die door de consument verplicht moeten worden bijbetaald.
  Art. VI. 5. De prijzen voor consumenten zijn minstens in euro vermeld.
  Art. VI. 6. Elke reclame voor consumenten die gewag maakt van een prijs, vermeldt die overeenkomstig de voorschriften van de artikelen VI. 4 en VI. 5, alsmede van de met toepassing van artikel VI. 7, 1° vastgestelde bepalingen.
  Art. VI. 7. Voor de producten of categorieėn van producten die Hij aanwijst, kan de Koning:
  1° bijzondere regels stellen inzake de prijsaanduiding;
  2° vrijstellen van de verplichting de prijs goed zichtbaar aan te duiden in geval van uitstalling voor verkoop;
  3° voor de diensten of de categorieėn van diensten andere dan homogene diensten bepalen in welke gevallen en volgens welke regels een voorafgaand bestek aan de consument moet worden afgeleverd, voor zover deze hierom verzoekt en de onderneming bereid is de dienst te verlenen.
  HOOFDSTUK 3. - Benaming, samenstelling en etikettering van goederen en diensten
  Art. VI. 8. De vermeldingen die het voorwerp zijn van de etikettering en die dwingend voorgeschreven zijn door dit boek, zijn uitvoeringsbesluiten of de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 februari 1960 waarbij aan de Koning de toelating verleend wordt om het gebruik van de benamingen waaronder koopwaren in de handel gebracht worden, te regelen, van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken en van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, alsook de gebruiksaanwijzingen en de garantiebewijzen, zijn minstens gesteld in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de goederen of diensten, onder bezwarende titel of gratis, aan de consument worden aangeboden.
  Als de etikettering dwingend is voorgeschreven, is ze goed zichtbaar en leesbaar, opgemaakt in de vorm en met de inhoud bepaald door de toepasselijke reglementering, en duidelijk onderscheiden van de reclame.
  Art. VI. 9. § 1. De Koning kan, onverminderd de bevoegdheid die Hem is verleend op het gebied van de volksgezondheid, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument:
  1° voor de goederen of categorieėn van goederen die Hij aanwijst, de etikettering voorschrijven en de vermeldingen en andere elementen ervan vaststellen;
  2° de voorwaarden van menging, samenstelling, presentatie, kwaliteit en veiligheid vastleggen, waaraan de goederen moeten voldoen om al dan niet onder een bepaalde benaming op de markt te mogen worden gebracht;
  3° verbieden dat goederen onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;
  4° het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor goederen die op de markt worden gebracht;
  5° opleggen dat aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;
  6° verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht.
  § 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van de voorgaande paragraaf voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.
  Art. VI. 10. Mits naleving van de vormen bepaald in artikel VI. 9, § 2, kan de Koning, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument, voor diensten of categorieėn van diensten:
  1° vaststellen welke beschrijving van, en welke algemene vermeldingen over de diensten aan de consument moeten worden meegedeeld en op welke wijze;
  2° verbieden dat diensten onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;
  3° het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor diensten die op de markt worden gebracht;
  4° opleggen dat aan de benamingen waaronder diensten op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;
  5° verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benaming waaronder diensten op de markt worden gebracht.
  Wanneer ter uitvoering van dit artikel te treffen maatregelen betrekking hebben op de financiėle diensten, worden die maatregelen gezamenlijk voorgesteld door de minister en de minister van Financiėn.
  HOOFDSTUK 4. - Aanduiding van de hoeveelheid
  Art. VI. 11. § 1. Elk geconditioneerd goed bestemd voor de verkoop vermeldt op de verpakking, of bij ontstentenis ervan, op het goed zelf, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig, de nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid.
  § 2. Voor de goederen geconditioneerd in hoeveelheden van meer dan 10 kg of 10 l en bestemd voor de groothandel wordt de nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aangebracht, ofwel op de verpakking, of bij ontstentenis ervan, op het goed zelf, ofwel op de factuur, de verzendingsnota of enig ander document dat bij de levering wordt afgegeven of verstuurd.
  § 3. Voor de goederen die geleverd worden per vrachteenheid van meer dan 10 kg of 10 l wordt de nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid aangebracht op een weeg- of meetdocument, dat bij de levering aan de koper wordt overhandigd.
  Art. VI. 12. De verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden, rust op het vulbedrijf of op de conditioneerder, al naar gelang van het geval.
  Indien de goederen worden ingevoerd, rust de verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden op de invoerder.
  De verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden, rust evenwel op degene die de conditionering of de voorverpakking heeft laten uitvoeren, wanneer hij, al naar gelang van het geval, het vulbedrijf, de conditioneerder of de invoerder schriftelijk van dit voornemen op de hoogte heeft gebracht.
  Art. VI. 13. Indien de nominale hoeveelheid niet vermeld is overeenkomstig de bepalingen van artikel VI. 11, § 1, mag de onderneming de goederen slechts te koop aanbieden aan de consument nadat zij de hoeveelheid uitgedrukt in meeteenheden, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig heeft aangeduid op de verpakking of, bij ontstentenis ervan, op het goed zelf of op een bordje geplaatst dichtbij het goed.
  De hoeveelheid moet niet vermeld worden voor de los verkochte goederen.
  Art. VI. 14. De aanduidingen van de meetinstrumenten waarmee de hoeveelheid van de los verkochte goederen wordt bepaald, moeten voor de gemiddelde consument goed leesbaar en goed zichtbaar zijn.
  Art. VI. 15. Elke reclame voor consumenten betreffende voorverpakte goederen in vooraf bepaalde hoeveelheden die gewag maakt van een prijs, vermeldt de nominale hoeveelheden van de inhoud van de verpakking, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
  Art. VI. 16. Voor de goederen of categorieėn van goederen die Hij aanwijst, kan de Koning:
  1° bijzondere regels stellen inzake de aanduiding van de hoeveelheid;
  2° vrijstellen van de door de artikelen VI. 11 tot VI. 13, opgelegde verplichtingen;
  3° vrijstellen van het aanduiden van de nominale hoeveelheid in een meeteenheid en een andere verkoopeenheid voorschrijven;
  4° de toelaatbare afwijkingen van de aangeduide nominale hoeveelheid ten opzichte van de werkelijke hoeveelheid vaststellen, alsook de wijze van controle op deze afwijkingen;
  5° de nominale hoeveelheden vastleggen voor de inhoud en/of de recipiėnten van goederen die bestemd zijn om op de markt te worden gebracht;
  6° de aanduiding van het aantal stuks voorschrijven dat een voorverpakking bevat en de toelaatbare afwijkingen vaststellen van het aangeduide aantal ten opzichte van het werkelijke aantal, alsook de wijze van controle op deze afwijkingen.
  HOOFDSTUK 5. - Vergelijkende reclame
  Art. VI. 17. § 1. Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat ze:
  1° niet misleidend is in de zin van de artikelen VI. 97 tot VI. 100 en het artikel VI. 105, 1° ;
  2° goederen of diensten vergelijkt die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd;
  3° op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, met elkaar vergelijkt;
  4° er niet toe leidt dat onder ondernemingen de adverteerder met een concurrent, of de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de adverteerder met die van een concurrent worden verward;
  5° niet de goede naam schaadt van en zich niet kleinerend uitlaat over de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent;
  6° voor goederen met een benaming van oorsprong in elk geval betrekking heeft op goederen met dezelfde benaming;
  7° geen oneerlijk voordeel oplevert ten gevolge van de bekendheid van een merk, handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent dan wel van de oorsprongsbenamingen van concurrerende goederen;
  8° goederen of diensten niet voorstelt als een imitatie of namaak van goederen of diensten met een beschermd handelsmerk of beschermde handelsnaam.
  § 2. Verboden is elke vergelijkende reclame die de voorwaarden gesteld in paragraaf 1 niet naleeft.
  HOOFDSTUK 6. - Promoties inzake prijzen
  Afdeling 1. - Verwijzing naar de eigen, voorheen toegepaste prijs
  Art. VI. 18. Een onderneming mag ten aanzien van de consument slechts overgaan tot de aankondiging van een prijsvermindering ten opzichte van de prijs die zij voorheen toepaste voor hetzelfde product, wanneer de nieuwe prijs lager is dan de referentieprijs, zijnde de laagste prijs die zij heeft toegepast in de loop van de maand voorafgaand aan de eerste dag waarvoor de nieuwe prijs wordt aangekondigd. De onderneming draagt de bewijslast dat aan die voorwaarde is voldaan.
  Indien de onderneming meerdere verkooppunten uitbaat of verkooptechnieken gebruikt, is de referentieprijs de laagste prijs die zij in de in het eerste lid bedoelde periode heeft toegepast in het verkooppunt of via de verkooptechniek waarvoor de aankondiging wordt gedaan.
  Bij vermelding van de nieuwe prijs vermeldt de aankondiging ook de referentieprijs, of wordt informatie gegeven die het de gemiddelde consument mogelijk maakt die referentieprijs onmiddellijk en gemakkelijk te berekenen.
  Ingeval de onderneming een eenvormig kortingspercentage toepast op producten of op categorieėn van producten, mag zij alleen de referentieprijs vermelden. De aankondiging moet vermelden of de prijsvermindering al dan niet werd toegepast.
  Art. VI. 19. Behalve bij uitverkoop mag de prijsvermindering slechts worden aangekondigd voor een periode van ten hoogste één maand. Behalve voor de goederen bedoeld in artikel VI. 117, § 1, 2°, mag de periode waarvoor de prijsvermindering wordt aangekondigd niet korter zijn dan een volle verkoopdag.
  De datum vanaf welke de verminderde prijs wordt toegepast, blijft aangeduid gedurende de ganse periode waarvoor hij als een verminderde prijs wordt aangekondigd.
  Art. VI. 20. De Koning kan, voor de goederen en diensten of categorieėn van goederen en diensten die Hij aanwijst, bijzondere regels stellen inzake de verwijzing naar de eigen, voorheen toegepaste prijzen.
  Art. VI. 21. De Koning wijst de goederen, de diensten of de categorieėn van goederen of diensten aan waarvoor de aankondigingen bedoeld in artikel VI. 18, eerste lid, verboden zijn en bepaalt de voorwaarden en de toepassingsperioden van dat verbod.
  Alvorens een besluit ter uitvoering van het voorgaande lid voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.
  Afdeling 2. - Uitverkopen
  Art. VI. 22. Het gebruik van de benaming "Uitverkoop", "Liquidation" of "Ausverkauf" of enige andere gelijkwaardige benaming voor de tekoopaanbieding of verkoop van goederen is slechts toegelaten in een van de volgende gevallen en mits aan de andere voorwaarden van deze afdeling is voldaan:
  1° de verkoop heeft plaats ter uitvoering van een rechterlijke beslissing;
  2° de erfgenamen of rechtverkrijgenden van een overleden persoon die een onderneming uitbaatte, bieden hun verworven voorraad uit die onderneming geheel of gedeeltelijk te koop aan;
  3° een onderneming neemt de handel van een andere onderneming over en biedt de overgedragen voorraad geheel of gedeeltelijk te koop aan;
  4° een onderneming die haar activiteit stopzet, biedt haar gehele voorraad te koop aan en heeft tijdens de drie voorafgaande jaren geen gelijkaardige goederen om dezelfde reden uitverkocht;
  5° een onderneming voert in de lokalen waar zij de goederen gewoonlijk te koop aanbiedt aan de consument, verbouwingen of opknapbeurten uit die meer dan 20 werkdagen duren, mits die werken de verkoop onmogelijk maken en de onderneming tijdens de drie voorafgaande jaren geen gelijkaardige goederen om dezelfde reden uitverkocht heeft;
  6° een onderneming brengt de inrichting waar zij de goederen gewoonlijk aan de consument te koop aanbiedt, over naar een andere plaats, of zij sluit haar inrichting, mits zij vóór de aanvang van de uitverkoop de inrichting reeds minstens een jaar zal hebben uitgebaat;
  7° een ramp bracht ernstige schade toe aan de gehele of een belangrijk gedeelte van de voorraad goederen van de onderneming;
  8° door overmacht wordt de activiteit van de onderneming aanzienlijk gehinderd;
  9° de natuurlijke persoon die een onderneming uitbaat verzaakt aan elke beroepsactiviteit omwille van opruststelling op voorwaarde evenwel dat hij in de loop van het vorige jaar geen uitverkoop heeft gehouden op grond van de in het 4° bedoelde reden of van de in het 6° bedoelde sluiting van de inrichting.
  Art. VI. 23. § 1. De duur van de uitverkoop is beperkt tot vijf maanden voor de gevallen bedoeld in artikel VI. 22, 1° tot 8°, en tot twaalf maanden in het geval bedoeld in artikel VI. 22, 9°. Onderbrekingen van de uitverkoop tijdens deze termijnen hebben geen schorsende werking.
  Elke aankondiging of andere reclame betreffende een uitverkoop vermeldt verplicht de aanvangsdatum van de uitverkoop.
  § 2. Behalve in de gevallen bedoeld in artikel VI. 22, 1° en 7°, vindt elke uitverkoop plaats in de verkooppunten waar, of via de verkooptechnieken waarmee, hetzij de onderneming zelf, hetzij de overleden persoon of overdragende onderneming dezelfde goederen placht te koop te stellen.
  De onderneming die meent zich onmogelijk te kunnen schikken naar het eerste lid, kan bij de minister of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, bij een ter post aangetekende brief een afwijking aanvragen. Zij omschrijft hierbij nader de aangevoerde redenen en de plaats waar zij de uitverkoop wenst te houden. Binnen tien werkdagen wordt over dit verzoek beslist. Indien er binnen deze termijn geen met redenen omklede afwijzing wordt meegedeeld, wordt de afwijking geacht te zijn toegestaan.
  § 3. In uitverkoop mogen slechts goederen te koop aangeboden of verkocht worden die voor het begin van de uitverkoop deel uitmaken van de voorraad van de onderneming.
  In uitverkoop mogen nochtans eveneens te koop aangeboden of verkocht worden, de goederen die op het ogenblik van de gerechtelijke beslissing bedoeld in artikel VI. 22, 1°, of op het ogenblik van het overlijden van de persoon die een onderneming uitbaatte bedoeld in artikel VI. 22, 2°, of op het ogenblik van de ramp bedoeld in artikel VI. 22, 7°, of op het ogenblik van de hinder bedoeld in artikel VI. 22, 8°, het voorwerp zijn geweest van een bestelling die, gelet op haar omvang en datum, als normaal kan worden beschouwd.
  Indien de onderneming verscheidene verkoopsinrichtingen uitbaat, mogen, zonder de toestemming van de minister of van de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, geen goederen worden overgebracht van een inrichting naar de plaats waar de uitverkoop plaatsvindt.
  De toestemming wordt aangevraagd bij een ter post aangetekende brief met vermelding van de omstandigheden die het verzoek rechtvaardigen. Over dit verzoek wordt binnen tien werkdagen beslist. Bij ontstentenis van een met redenen omklede afwijzing binnen deze termijn, wordt verondersteld dat het toegestaan is de goederen over te brengen.
  § 4. Behalve in het geval bedoeld in artikel VI. 22, 1°, moet elk goed dat in uitverkoop aangeboden wordt een prijsvermindering ondergaan ten opzichte van de referentieprijs, zijnde de laagste prijs die in de loop van de maand die de eerste dag van de uitverkoop voorafgaat voor hetzelfde goed gevraagd werd, hetzij door de onderneming zelf, hetzij door de overledene of de overdragende onderneming.
  Bij vermelding van de prijs waartegen het goed wordt uitverkocht wordt ook de referentieprijs vermeld of wordt informatie gegeven die het de gemiddelde consument mogelijk maakt die referentieprijs onmiddellijk en gemakkelijk te berekenen.
  Ingeval de onderneming een eenvormig kortingspercentage toepast op goederen of op categorieėn van goederen, mag zij alleen de referentieprijs vermelden. De aankondiging moet vermelden of de prijsvermindering al dan niet werd toegepast.
  § 5. De persoon die overgaat tot een uitverkoop zoals bedoeld in deze afdeling draagt de bewijslast dat is voldaan aan alle voorwaarden gesteld voor een dergelijke uitverkoop.
  Art. VI. 24. De Koning kan bijzondere modaliteiten van bekendmaking bepalen voorafgaand aan de aanvang van de uitverkoop.
  Afdeling 3. - Opruimingen of solden
  Art. VI. 25. § 1. Teneinde eerlijke marktpraktijken te verzekeren tussen ondernemingen zijn tekoopaanbiedingen en verkopen onder de benaming "opruimingen", "solden", "soldes", "Schlussverkauf" of onder enige gelijkaardige benaming, enkel toegelaten voor de tekoopaanbieding en de verkoop van goederen aan verminderde prijs tijdens de volgende periodes:
  1° van 3 januari tot en met 31 januari; wanneer 3 januari op een zondag valt, vangt de periode aan op 2 januari;
  2° van 1 juli tot en met 31 juli; wanneer 1 juli op een zondag valt, vangt de periode aan op 30 juni.
  § 2. De Koning kan de periode bedoeld in paragraaf 1 wijzigen, zonder dat ze evenwel langer mag zijn dan een maand.
  § 3. De Koning kan nadere regels vaststellen voor de tekoopaanbieding en de verkoop van goederen onder de benamingen bedoeld in paragraaf 1.
  Art. VI. 26. § 1. Enkel goederen die de onderneming bij aanvang van de in artikel VI. 25 bedoelde periodes in bezit heeft en die zij voorheen minstens gedurende dertig dagen te koop heeft aangeboden, mogen onder de in artikel VI. 25, § 1, bedoelde benamingen worden aangeboden.
  § 2. Wanneer goederen te koop worden aangeboden onder de benamingen bedoeld in artikel VI. 25, § 1, dienen zij een prijsvermindering te ondergaan ten opzichte van hun referentieprijs.
  Deze referentieprijs is:
  1° de laagste prijs waaraan het goed te koop werd aangeboden tijdens de maand die de aanvang van de periodes bedoeld in artikel VI. 25, voorafgaat, indien het goed gedurende gans die maand te koop was aangeboden in hetzelfde verkooppunt of via dezelfde verkooptechniek;
  2° in alle andere gevallen de laagste prijs die de onderneming eerder heeft toegepast in een verkooppunt of via een verkooptechniek.
  § 3. De aanduiding van de prijsvermindering gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel VI. 18.
  Art. VI. 27. Het is de onderneming toegelaten reclame te maken voor tekoopaanbiedingen en verkopen onder de benamingen bedoeld in artikel VI. 25, § 1, vóór de aanvang van de periodes bedoeld in artikel VI. 25, op voorwaarde dat deze reclame de aanvangsdatum ervan vermeldt.
  Art. VI. 28. De onderneming die tekoopaanbiedingen of verkopen doet onder de benamingen bedoeld in artikel VI. 25, § 1, draagt de bewijslast dat is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor dergelijke tekoopaanbiedingen en verkopen.
  Art. VI. 29. § 1. Voor de sectoren van de kleding, de lederwaren en de schoenen is het verboden prijsverminderingen aan te kondigen die uitwerking hebben tijdens de sperperiode.
  Het verbod bedoeld in het eerste lid houdt tevens het verbod in om titels te verspreiden die recht geven op een prijsvermindering tijdens de sperperiode.
  § 2. De sperperiode is de periode van een maand die het begin van de periodes bedoeld in art. VI. 25 voorafgaat.
  § 3. De Koning kan goederen of categorieėn van goederen aanduiden waarvoor het verbod bedoeld in paragraaf 1 niet van toepassing is.
  § 4. Het verbod bedoeld in paragraaf 1 geldt niet voor de tekoopaanbieding en de verkoop tijdens handelsmanifestaties die tijdens de sperperiode doorgaan, op voorwaarde dat deze handelsmanifestaties worden georganiseerd door de plaatselijke verenigingen van ondernemingen of met hun medewerking en dat ze hoogstens vier dagen duren per sperperiode.
  De Koning kan nadere voorwaarden bepalen waaronder deze handelsmanifestaties mogen plaatsvinden.
  § 5. De sperperiode bedoeld in paragraaf 1 is niet van toepassing op uitverkopen verricht overeenkomstig de artikelen VI. 22 tot VI. 24.
  Art. VI. 30. De minister raadpleegt de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO vooraleer een besluit voor te stellen in toepassing van de artikelen VI. 25 en VI. 29. Hij bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies wordt gegeven. Eenmaal deze termijn verstreken, is het advies niet meer vereist.
  Afdeling 4. - Titels die recht geven op terugbetaling of prijsvermindering
  Art. VI. 31. Titels die door een onderneming worden aangeboden bij de aanschaf van een goed of een dienst en die recht geven op een latere terugbetaling van de prijs of een deel daarvan, vermelden de volgende gegevens:
  1° de naam, het adres en, desgevallend, de vennootschapsvorm en het ondernemingsnummer van de uitgever;
  2° het bedrag dat wordt terugbetaald;
  3° de eventuele uiterste geldigheidsduur ervan, tenzij deze onbeperkt is;
  4° de nadere regels en voorwaarden voor de terugbetaling, met inbegrip van de stappen die de houder van de titel moet ondernemen om terugbetaling te bekomen en de termijn waarbinnen zal worden terugbetaald, tenzij deze informatie in een afzonderlijk document tegelijkertijd met de titel wordt medegedeeld.
  Art. VI. 32. § 1. Elke onderneming waaraan een titel wordt aangeboden die door haarzelf of een andere onderneming gratis werd verspreid en die de houder ervan bij de aankoop van één of meerdere goederen en/of diensten de mogelijkheid biedt onmiddellijk een korting op de prijs te krijgen, is verplicht deze aan te nemen, voor zover aan de voorwaarden van het aanbod is voldaan.
  In geval de titel werd uitgegeven door een andere onderneming dan die waaraan hij wordt aangeboden, geldt de verplichting van het eerste lid evenwel slechts wanneer de titel de gegevens vermeldt die zijn opgesomd in paragraaf 2.
  § 2. De gegevens bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zijn:
  1° de naam, het adres en, desgevallend, de vennootschapsvorm en het ondernemingsnummer van de uitgever;
  2° het bedrag van de korting;
  3° bij de verwerving van welke goederen of diensten de titel gebruikt kan worden;
  4° de verkooppunten waar de titel gebruikt kan worden, tenzij hij kan worden gebruikt in alle verkooppunten waar de goederen of diensten te koop worden aangeboden;
  5° de geldigheidsduur van de titel, tenzij deze onbeperkt is.
  Art. VI. 33. Eenieder die de in deze afdeling bedoelde titels uitgeeft, wordt, onder de voorwaarden van de uitgifte ervan, schuldenaar van de schuldvordering die deze titels vertegenwoordigen.
  Voor zover de uitgever van de titels bedoeld in artikel VI. 32, niet de onderneming is waar de titel werd aangeboden, is de uitgever verplicht hem binnen een redelijke termijn terug te betalen aan de onderneming waar de titel werd aangeboden.
  HOOFDSTUK 7. - Diverse bepalingen
  Art. VI. 34. Onverminderd de toepassing van artikel VI. 97, 1° en 2°, indien buiten de verkoopinrichting van de onderneming een in de tijd begrensde reclame voor één of meerdere goederen wordt aangekondigd met vermelding van de prijs ervan, is de onderneming die niet meer over de betrokken goederen beschikt, verplicht aan de consument, voor elk goed van meer dan 25 euro en waarvan de voorraad uitgeput is, een titel af te geven die recht geeft op de aankoop van dat goed, en wel binnen een redelijke termijn en volgens de bewoordingen van het aanbod.
  De in het eerste lid bepaalde verplichting geldt evenwel niet wanneer de onderneming:
  a) niet meer onder dezelfde voorwaarden een nieuwe voorraad van de betrokken goederen kan aanleggen; of
  b) de betrokken goederen na uitputting van haar voorraad niet langer wenst te koop aan te bieden en zij dat ook duidelijk maakt in de reclame; of
  c) het aantal voorradige goederen voor elk van de verkoopinrichtingen waarvoor de reclame werd gemaakt, in de desbetreffende reclame heeft vermeld.
  De Koning kan het bedrag vermeld in het eerste lid aanpassen.
  Art. VI. 35. § 1. Onverminderd de bevoegdheden die Hem krachtens een andere wetsbepaling zijn toegekend, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, voor de goederen of diensten of de categorieėn van goederen of diensten die Hij bepaalt:
  1° de reclame verbieden of beperken, teneinde een betere bescherming van de veiligheid van de consument en van het leefmilieu te waarborgen;
  2° de minimale vermeldingen van de reclame vaststellen, teneinde een betere voorlichting van de consument te verzekeren.
  § 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van paragraaf 1 voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O., en bepaalt hij de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.
  Art. VI. 36. § 1. De Commissie voor Milieu-etikettering en milieureclame is belast met het uitbrengen van adviezen en aanbevelingen in verband met reclame en etikettering, die betrekking hebben op de gevolgen voor het leefmilieu, alsmede inzake de opstelling van een milieureclamecode.
  § 2. Na advies van de Commissie en op gezamenlijk initiatief van de minister en van de minister bevoegd voor het leefmilieu, kan de Koning een milieureclamecode opleggen.
  § 3. De Koning bepaalt de samenstelling van de Commissie. Deze moet onder haar leden ten minste twee vertegenwoordigers tellen van verenigingen ter bescherming van het leefmilieu.
  TITEL 3. - Overeenkomsten met consumenten
  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
  Art. VI. 37. § 1. Indien alle of bepaalde bedingen van een overeenkomst tussen een onderneming en een consument schriftelijk zijn, moeten ze op duidelijke en begrijpelijke wijze zijn opgesteld.
  § 2. In geval van twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor de consument gunstigste interpretatie. Deze interpretatieregel is niet van toepassing in het kader van de vordering tot staking bedoeld in boek XVII.
  Een overeenkomst tussen een onderneming en een consument kan onder meer worden geļnterpreteerd aan de hand van de handelspraktijken die er rechtstreeks verband mee houden.
  Art. VI. 38. Wanneer een overeenkomst met een consument werd gesloten ingevolge een oneerlijke handelspraktijk bedoeld in artikel VI. 100, 12°, 16° en 17°, en artikel VI. 103, 1°, 2° en 8°, kan de consument de terugbetaling van de betaalde bedragen eisen binnen een redelijke termijn vanaf het ogenblik waarop hij kennis had of hoorde te hebben van het bestaan ervan, zonder teruggave van het reeds geleverde product.
  Wanneer een overeenkomst met een consument werd gesloten ingevolge een oneerlijke handelspraktijk bedoeld in de artikelen VI. 93 tot VI. 95, VI. 100, 1° tot 11°, 13° tot 15°, 18° tot 23°, en artikel VI. 103, 3° tot 7°, kan de rechter, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, de terugbetaling aan de consument van de door hem betaalde bedragen bevelen, zonder teruggave van het reeds geleverde product.
  In geval van niet-gevraagde levering aan de consument in de zin van artikel VI. 103, 6°, is de consument in elk geval vrijgesteld van betaling van de prijs en van elke andere tegenprestatie. Het feit dat hij niet reageert op de levering betekent niet dat hij ermee instemt.
  Art. VI. 39. Onverminderd bijzondere reglementeringen die het uitdrukkelijk toelaten, is het aan elke onderneming verboden de consument een wisselbrief ter ondertekening voor te leggen om deze laatste de betaling van zijn verplichtingen te laten beloven of waarborgen.
  Art. VI. 40. Het is een onderneming verboden telefoonoproepen aan te rekenen waarbij de consument, naast de prijs voor de oproep, ook betaalt voor de inhoud, wanneer het oproepen betreft over de uitvoering van een reeds gesloten overeenkomst.
  Art. VI. 41. Voordat de consument gebonden is door een overeenkomst of een aanbod, vraagt de onderneming de uitdrukkelijke toestemming van de consument voor elke extra betaling boven de vergoeding die is overeengekomen voor de contractuele hoofdverbintenis van de onderneming. Wanneer de onderneming niet de uitdrukkelijke toestemming van de consument heeft verkregen, maar deze toestemming heeft afgeleid door het gebruik van standaardopties die de consument moet afwijzen om extra betaling te vermijden, heeft de consument recht op terugbetaling van deze betaalde bedragen.
  Art. VI. 42. Voor het gebruik van een bepaald betaalmiddel is het de onderneming verboden om consumenten (...) vergoedingen aan te rekenen die de kosten voor de onderneming als gevolg van het gebruik van dit middel overschrijden. <Erratum, B. St 16-02-2015, p. 12629>
  Art.VI. 43. § 1. Tenzij de partijen een ander tijdstip voor de levering zijn overeengekomen, levert de onderneming de goederen door het fysieke bezit van of de controle over de goederen onverwijld, doch in ieder geval niet later dan 30 dagen na de sluiting van de overeenkomst over te dragen aan de consument.
  § 2. Indien de onderneming niet voldaan heeft aan zijn verplichting om de goederen op het met de consument overeengekomen tijdstip of binnen de in paragraaf 1 bedoelde termijnen te leveren, verzoekt de consument hem de levering te verrichten binnen een aanvullende termijn die gezien de omstandigheden passend is. Indien de onderneming de goederen niet binnen de aanvullende termijn levert, heeft de consument het recht de overeenkomst te beėindigen.
  Het eerste lid van deze paragraaf is niet van toepassing op verkoopovereenkomsten waarbij de onderneming heeft geweigerd de goederen te leveren, of waarbij de levering binnen de overeengekomen levertermijn essentieel is, alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst in aanmerking genomen, dan wel waarbij de consument de onderneming vóór de sluiting van de overeenkomst ervan in kennis stelt dat levering uiterlijk op of op een bepaalde datum essentieel is. In deze gevallen, als de onderneming de goederen niet op het met de consument overeengekomen tijdstip of binnen de in paragraaf 1 bepaalde termijn levert, heeft de consument het recht de overeenkomst onverwijld te beėindigen.
  § 3. Bij beėindiging van de overeenkomst vergoedt de onderneming onverwijld alle uit hoofde van de overeenkomst betaalde bedragen.
  § 4. Dit artikel is van toepassing onverminderd de gemeenrechtelijke sancties.
  Art. VI. 44. Voor overeenkomsten waarbij de onderneming de goederen opstuurt naar de consument, gaat het risico van verlies of beschadiging van de goederen over op de consument zodra hij of een door hem aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in bezit heeft gekregen. Het risico gaat echter over op de consument bij levering aan de vervoerder, als deze van de consument de opdracht heeft gekregen de goederen te vervoeren en deze keuze niet door de onderneming was geboden, onverminderd de rechten van de consument ten aanzien van de vervoerder.
  HOOFDSTUK 2. - Overeenkomsten op afstand
  Afdeling 1. - Overeenkomsten op afstand die geen betrekking hebben op financiėle diensten
  Art. VI. 45. § 1. Voordat de consument door een overeenkomst op afstand daartoe gebonden is, verstrekt de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie:
  1° de voornaamste kenmerken van de goederen en de diensten voor zover aangepast is aan de gebruikte drager en de goederen of diensten;
  2° de identiteit van de onderneming, onder meer haar ondernemingsnummer, haar handelsnaam;
  3° het geografisch adres waar de onderneming gevestigd is, het telefoonnummer, fax en e-mailadres van de onderneming, indien beschikbaar, zodat de consument snel contact met de onderneming kan opnemen en er efficiėnt mee kan communiceren alsmede, desgevallend, het geografische adres en de identiteit van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt;
  4° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig punt 3° verstrekte adres, het geografische adres van de bedrijfsvestiging van de onderneming, en desgevallend dat van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt, waaraan de consument eventuele klachten kan richten;
  5° de totale prijs van de goederen of diensten, met inbegrip van alle belastingen, of, als door de aard van het goed of de dienst de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend, en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings- of portokosten en eventuele andere kosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn. In het geval van een overeenkomst van onbepaalde duur of een overeenkomst die een abonnement inhoudt, omvat de totale prijs de totale kosten per factureringsperiode. Indien voor dergelijke overeenkomsten een vast tarief van toepassing is, omvat de totale prijs ook de totale maandelijkse kosten. Indien de totale kosten niet redelijkerwijze vooraf kunnen worden berekend, wordt de manier waarop de prijs moet worden berekend, meegedeeld;
  6° de kosten voor het gebruik van technieken voor communicatie op afstand voor het sluiten van de overeenkomst wanneer deze kosten op een andere grondslag dan het basistarief worden berekend;
  7° de wijze van betaling, levering, uitvoering, de termijn waarbinnen de onderneming zich verbindt het goed te leveren of de diensten te verlenen en, desgevallend, het beleid van de onderneming inzake klachtenbehandeling;
  8° wanneer een herroepingsrecht bestaat, de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van dat recht overeenkomstig artikel VI. 49, § 1, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen als bijlage 2 bij dit boek;
  9° desgevallend, het feit dat de consument de kosten van het terugzenden van de goederen zal moeten dragen in geval van herroeping en, indien de goederen door hun aard niet per gewone post kunnen worden teruggezonden, de kosten van het terugzenden van de goederen;
  10° ingeval de consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig artikel VI. 46, § 8, heeft gedaan, dat de consument gebonden is de onderneming zijn redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig artikel VI. 51, § 3;
  11° indien er niet voorzien is in een herroepingsrecht overeenkomstig artikel VI. 53, de informatie dat de consument geen herroepingsrecht heeft of, desgevallend, de omstandigheden waarin de consument zijn herroepingsrecht verliest;
  12° een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen;
  13° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van bijstand aan de consument na verkoop, diensten na verkoop en commerciėle garanties;
  14° desgevallend, het bestaan van relevante gedragscodes en hoe kopieėn daarvan verkrijgbaar zijn;
  15° de duur van de overeenkomst, desgevallend, of, wanneer de overeenkomst van onbepaalde duur is of automatisch verlengd wordt, de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst;
  16° desgevallend, de minimumduur van de verplichtingen van de consument uit hoofde van de overeenkomst;
  17° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van waarborgsommen of andere financiėle garanties die de consument op verzoek van de onderneming moet betalen of bieden;
  18° desgevallend, de functionaliteit van digitale inhoud met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;
  19° desgevallend, de relevante interoperabiliteit van digitale inhoud met hardware en software waarvan de onderneming op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn;
  20° desgevallend, de mogelijkheid van toegang tot buitengerechtelijke klachten- en geschillenbeslechtingsprocedures waaraan de onderneming is onderworpen, en de wijze waarop daar toegang toe is.
  § 2. Bij een openbare veiling, kan de in paragraaf 1, onder 2°, 3° en 4°, bedoelde informatie vervangen worden door de overeenkomstige gegevens van de ministeriėle ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen.
  § 3. De in paragraaf 1, 8°, 9° en 10°, bedoelde informatie kan worden verstrekt door middel van de modelinstructies voor herroeping vermeld in bijlage 1 bij dit boek. De onderneming die deze instructies correct ingevuld aan de consument heeft verstrekt, heeft voldaan aan de informatievoorschriften vastgelegd in paragraaf 1, 8°, 9° en 10°.
  § 4. De in paragraaf 1 bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst op afstand en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
  § 5. Indien de onderneming niet voldaan heeft aan de informatievoorschriften betreffende extra lasten en andere kosten zoals bedoeld in paragraaf 1, 5°, of betreffende de kosten van het terugzenden van de goederen zoals bedoeld in paragraaf 1, 9°, draagt de consument deze lasten of kosten niet.
  § 6. De bewijslast voor de naleving van de in dit artikel neergelegde informatievoorschriften ligt bij de onderneming.
  Art. VI. 46. § 1. De onderneming verstrekt de in artikel VI. 45, § 1, genoemde informatie aan de consument of stelt deze beschikbaar, op een wijze die passend is voor de gebruikte techniek voor communicatie op afstand, in een duidelijke en begrijpelijke taal. Voor zover deze informatie op een duurzame gegevensdrager wordt verstrekt, is zij in leesbare vorm.
  § 2. Indien een overeenkomst op afstand die op elektronische wijze wordt gesloten een betalingsverplichting voor de consument inhoudt, wijst de onderneming de consument op duidelijke en in het oog springende manier en onmiddellijk voordat de consument zijn bestelling plaatst, op de in artikel VI. 45, § 1, 1°, 5°, 15° en 16°, genoemde informatie.
  De onderneming ziet erop toe dat de consument bij het plaatsen van zijn bestelling, uitdrukkelijk erkent dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Indien het plaatsen van een bestelling inhoudt dat een knop of een soortgelijke functie moet worden aangeklikt, wordt de knop of soortgelijke functie op een goed leesbare wijze aangemerkt met alleen de woorden "bestelling met betalingsverplichting" of een overeenkomstige ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een verplichting inhoudt om de onderneming te betalen. Indien aan de bepalingen van dit lid niet is voldaan is de consument niet door de overeenkomst of de bestelling gebonden.
  § 3. Op de websites waarop handel wordt gedreven wordt uiterlijk aan het begin van het bestelproces duidelijk en leesbaar aangegeven of er beperkingen gelden voor de levering en welke betaalmiddelen worden aanvaard.
  § 4. Wanneer de overeenkomst gesloten wordt met behulp van een techniek voor communicatie op afstand die beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, verstrekt de onderneming, via die specifieke techniek voordat de overeenkomst gesloten wordt, ten minste de precontractuele informatie betreffende de voornaamste kenmerken van de goederen of de diensten, de identiteit van de onderneming, de totale prijs, het herroepingsrecht, de duur van de overeenkomst en, in geval van overeenkomsten voor onbepaalde tijd, de voorwaarden om de overeenkomst op te zeggen, zoals bedoeld in artikel VI. 45, § 1, 1°, 2°, 5°, 8° en 15°. De overige in artikel VI. 45, § 1, bedoelde informatie wordt door de onderneming verstrekt, overeenkomstig paragraaf 1 van dit artikel.
  § 5. Onverminderd paragraaf 4 maakt de onderneming, indien zij de consument opbelt met het oogmerk een overeenkomst op afstand te sluiten, aan het begin van het gesprek met de consument, haar identiteit, en desgevallend, de identiteit van de persoon namens wie zij opbelt, alsmede het commerciėle doel van de oproep kenbaar.
  § 6. De Koning kan, voor de sectoren van de professionele activiteit of voor de categorieėn van producten die Hij aanwijst, bepalen dat wanneer een overeenkomst per telefoon wordt gesloten, de onderneming het aanbod moet bevestigen aan de consument, die alleen gebonden is nadat hij het aanbod heeft getekend of zijn schriftelijke instemming heeft gestuurd. Dergelijke bevestiging kan, desgevallend, worden gedaan op een duurzame gegevensdrager.
  § 7. De onderneming verstrekt de consument op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de gesloten overeenkomst binnen een redelijke periode na sluiting van de overeenkomst en uiterlijk bij de levering van de goederen of voordat de uitvoering van de dienst begint.
  Deze bevestiging omvat:
  a) alle in artikel VI. 45, § 1, bedoelde informatie, tenzij de onderneming die informatie al vóór de sluiting van de overeenkomst op afstand op een duurzame gegevensdrager aan de consument heeft verstrekt, en
  b) desgevallend, de bevestiging van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming en de erkenning van de consument overeenkomstig artikel VI. 53, 13°.
  § 8. Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel VI. 47, § 2, bepaalde herroepingstermijn, eist de onderneming dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt.
  Art. VI. 47. § 1. Onverminderd artikel VI. 53 beschikt de consument over een termijn van 14 dagen om de overeenkomst op afstand zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die welke in artikel VI. 50, § 2, en artikel VI. 51 zijn vermeld.
  § 2. Onverminderd artikel VI. 48, verstrijkt de in paragraaf 1 bedoelde herroepingstermijn 14 dagen na:
  1° voor dienstenovereenkomsten, de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten;
  2° voor verkoopovereenkomsten, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in bezit neemt of:
  a) indien de consument in dezelfde bestelling meerdere goederen heeft besteld die afzonderlijk worden geleverd, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het laatste goed fysiek in bezit neemt;
  b) indien de levering van een goed bestaat uit verschillende zendingen of onderdelen, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de laatste zending of het laatste onderdeel fysiek in bezit neemt;
  c) voor overeenkomsten betreffende regelmatige levering van goederen gedurende een bepaalde periode, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het eerste goed fysiek in bezit neemt.
  3° wat betreft overeenkomsten voor de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, van stadsverwarming, de dag van de sluiting van de overeenkomst.
  Art. VI. 48. Indien de onderneming de consument niet de ingevolge artikel VI. 45, § 1, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke, overeenkomstig artikel VI. 47, § 2, vastgestelde herroepingstermijn.
  Indien de onderneming de in het eerste lid van dit artikel bedoelde informatie aan de consument heeft verstrekt binnen twaalf maanden na de in artikel VI. 47, § 2, bedoelde dag, verstrijkt de herroepingstermijn 14 dagen na de dag waarop de consument die informatie heeft ontvangen.
  Art. VI. 49. § 1. Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de consument de onderneming op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de consument:
  1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of
  2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
  § 2. De consument heeft zijn herroepingsrecht binnen de in artikel VI. 47, § 2 en artikel VI. 48, bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien de consument de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
  § 3. De onderneming kan, naast de in paragraaf 1 bedoelde mogelijkheden, de consument de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de onderneming elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de onderneming de consument onverwijld op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
  § 4. De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig dit artikel ligt bij de consument.
  Art. VI. 50. § 1. De onderneming vergoedt alle van de consument ontvangen betalingen, inclusief, desgevallend, de leveringskosten, onverwijld en in elk geval binnen14 dagen na de dag waarop ze wordt geļnformeerd van de beslissing van de consument om de overeenkomst overeenkomstig artikel VI. 49 te herroepen.
  De onderneming verricht de terugbetaling als bedoeld in het eerste lid onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de consument tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de consument uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de consument als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 wordt van de onderneming niet verlangd de bijkomende kosten terug te betalen, als de consument uitdrukkelijk voor een andere wijze van levering dan de door de onderneming aangeboden goedkoopste standaardlevering heeft gekozen.
  § 3. Behoudens wanneer de onderneming heeft aangeboden de goederen zelf af te halen, mag de onderneming, voor wat betreft verkoopovereenkomsten, wachten met de terugbetaling totdat zij alle goederen heeft teruggekregen, of totdat de consument heeft aangetoond dat hij de goederen heeft teruggezonden, naar gelang welk tijdstip eerst valt.
  Art. VI. 51. § 1. Onverwijld en in elk geval binnen 14 dagen na de dag waarop hij zijn beslissing om de overeenkomst te herroepen overeenkomstig artikel VI. 49 aan de onderneming heeft meegedeeld, zendt de consument de goederen terug of overhandigt die aan de onderneming of aan een persoon die door de onderneming gemachtigd is om de goederen in ontvangst te nemen, tenzij de onderneming aangeboden heeft de goederen zelf af te halen. De termijn is in acht genomen wanneer de consument de goederen terugstuurt voordat de termijn van 14 dagen is verstreken.
  De consument draagt alleen de directe kosten van het terugzenden van de goederen, tenzij de onderneming ermee instemt deze kosten te dragen of de onderneming heeft nagelaten de consument mee te delen dat deze laatste de kosten moet dragen.
  § 2. De consument is alleen aansprakelijk voor de waardevermindering van de goederen die het gevolg is van het behandelen van de goederen dat verder gaat dan nodig was om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen. De consument is in geen geval aansprakelijk voor waardevermindering van de goederen wanneer de onderneming heeft nagelaten om overeenkomstig artikel VI. 45, § 1, 8°, informatie over het herroepingsrecht te verstrekken.
  § 3. Indien een consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig artikel VI. 46, § 8, heeft gedaan, betaalt de consument de onderneming een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat de consument de onderneming ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitoefening van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de consument aan de onderneming moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
  § 4. De consument draagt geen enkele kost voor:
  1° de uitvoering van diensten, of de levering van water, gas of elektriciteit, wanneer deze niet in beperkte volumes of in een bepaalde hoeveelheid gereed voor verkoop zijn gemaakt, of van stadsverwarming, die geheel of ten dele, tijdens de herroepingstermijn zijn verleend, indien
  a) de onderneming heeft nagelaten de informatie overeenkomstig artikel VI. 45, § 1, 8° of 10° te verstrekken, of
  b) de consument er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de dienst te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig artikel VI. 46, § 8; of
  2° de volledige of gedeeltelijke levering van digitale inhoud die niet op een materiėle drager is geleverd, indien:
  a) de consument er van te voren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen vóór het einde van de in artikel VI. 47 bedoelde periode van 14 dagen; of
  b) de consument niet heeft erkend zijn recht op herroeping te verliezen bij het verlenen van zijn toestemming, of
  c) de onderneming heeft nagelaten bevestiging te verstrekken overeenkomstig artikel VI. 46, § 7.
  § 5. Tenzij anders bepaald in artikel VI. 50, § 2, en in dit artikel, kan de consument in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
  Art. VI. 52. § 1. De uitoefening van het herroepingsrecht beėindigt de verplichting voor de partijen om:
  1° de overeenkomst op afstand uit te voeren, of
  2° een overeenkomst op afstand te sluiten, in het geval de consument een aanbod heeft gedaan.
  § 2. Onverminderd artikel. 24, eerste en tweede lid, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet stelt de uitoefening door de consument van zijn herroepingsrecht voor een overeenkomst op afstand overeenkomstig de artikelen VI. 47 tot en met VI. 52, § 1, automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de consument, behoudens de kosten bedoeld in artikel VI. 50, § 2, en artikel VI. 51.
  Art. VI. 53. De consument kan het herroepingsrecht waarin artikel VI. 47 voorziet niet uitoefenen voor:
  1° dienstenovereenkomsten na volledige uitvoering van de dienst als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de onderneming de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd;
  2° de levering of verstrekking van goederen of diensten waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiėle markt waarop de onderneming geen invloed heeft en die zich binnen de herroepingstermijn kunnen voordoen;
  3° de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn;
  4° de levering van goederen die snel bederven of met een beperkte houdbaarheid;
  5° de levering van verzegelde goederen die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiėne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken;
  6° de levering van goederen die na levering door hun aard onherroepelijk vermengd zijn met andere producten;
  7° de levering van alcoholische dranken waarvan de prijs is overeengekomen bij de sluiting van de verkoopovereenkomst, maar waarvan de levering slechts kan plaatsvinden na 30 dagen, en waarvan de werkelijke waarde afhankelijk is van schommelingen van de markt waarop de onderneming geen invloed heeft;
  8° overeenkomsten waarbij de consument de onderneming specifiek verzocht heeft hem te bezoeken om daar dringende herstellingen of onderhoud te verrichten; wanneer echter de onderneming bij een dergelijk bezoek aanvullende diensten verleent waar de consument niet expliciet om heeft gevraagd, of andere goederen levert dan vervangstukken die noodzakelijk gebruikt worden om het onderhoud of de herstellingen uit te voeren, is het herroepingsrecht op die aanvullende diensten of goederen van toepassing;
  9° de levering van verzegelde audio- en verzegelde video-opnamen en verzegelde computerprogrammatuur waarvan de verzegeling na levering is verbroken;
  10° de levering van kranten, tijdschriften of magazines, met uitzondering van overeenkomsten voor een abonnement op dergelijke publicaties;
  11° overeenkomsten die zijn gesloten tijdens een openbare veiling;
  12° de terbeschikkingstelling van accommodatie anders dan voor woondoeleinden, goederenvervoer, autoverhuurdiensten, catering en diensten met betrekking tot vrijetijdsbesteding, indien in de overeenkomsten een bepaalde datum of periode van uitvoering is voorzien;
  13° de levering van digitale inhoud die niet op een materiėle drager is geleverd, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht daarmee verliest;
  14° de overeenkomsten voor diensten voor weddenschappen en loterijen.
  Afdeling 2. - Overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiėle diensten
  Art. VI. 54. Voor de overeenkomsten betreffende financiėle diensten die een initieel akkoord over diensten omvatten, gevolgd door opeenvolgende verrichtingen of een reeks in de tijd gespreide aparte verrichtingen van dezelfde aard, is deze afdeling enkel van toepassing op het initiėle akkoord.
  Ingeval een initieel akkoord ontbreekt, maar de opeenvolgende verrichtingen of een reeks in de tijd gespreide aparte verrichtingen van dezelfde aard tussen dezelfde overeenkomstsluitende partijen worden uitgevoerd, zijn de artikelen VI. 55 en VI. 56 uitsluitend van toepassing wanneer de eerste verrichting wordt uitgevoerd. Indien er evenwel langer dan één jaar geen verrichting van dezelfde aard wordt uitgevoerd, wordt de uitvoering van de volgende verrichting geacht de uitvoering van de eerste van een nieuwe reeks verrichtingen te zijn waarop de artikelen VI. 55 en VI. 56 van toepassing zijn.
  Art. VI. 55. § 1. Te gelegener tijd, voordat de consument gebonden is door een overeenkomst of door een aanbod, dient hij ondubbelzinnig, op heldere en begrijpelijke wijze en door elk middel dat aangepast is aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand te worden ingelicht over minstens de volgende elementen:
  1° de aanbieder
  a) de identiteit van de aanbieder, met inbegrip van zijn ondernemingsnummer, zijn hoofdactiviteit, zijn geografisch adres, alsmede enig ander geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen tussen consument en aanbieder;
  b) ingeval de aanbieder vertegenwoordigd wordt in de lidstaat waar de consument woont, de identiteit van deze vertegenwoordiger, en het geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen tussen de consument en de vertegenwoordiger;
  c) indien de consument te maken heeft met een andere onderneming dan de aanbieder, de identiteit van die onderneming, de hoedanigheid waarin zij tegenover de consument optreedt en het geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen tussen de consument en deze onderneming;
  d) wanneer de activiteit van de aanbieder en/of de andere onderneming waarmee de consument te maken heeft, onderworpen is aan een vergunningsstelsel, de coördinaten van de bevoegde toezichthoudende autoriteit;
  2° de financiėle dienst
  a) een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiėle dienst;
  b) de totale prijs die de consument aan de onderneming moet betalen voor de financiėle dienst, met inbegrip van alle daarmee samenhangende vergoedingen, kosten en uitgaven, alsmede alle belastingen en taksen die via de onderneming moeten worden betaald, of, wanneer de exacte prijs niet kan worden aangegeven, de grondslag voor de berekening van de prijs, zodat de consument deze kan nagaan;
  c) desgevallend, de vermelding dat de financiėle dienst betrekking heeft op instrumenten die bijzondere risico's met zich meebrengen ingevolge hun specifieke kenmerken of de uit te voeren verrichtingen, of waarvan de prijs afhangt van schommelingen op de financiėle markten waarop de aanbieder geen invloed heeft, alsmede de vermelding dat in het verleden behaalde resultaten geen enkele waarborg kunnen geven met betrekking tot het toekomstig rendement;
  d) de vermelding van het eventuele bestaan van andere taksen, belastingen en/of kosten die niet via de onderneming worden betaald of door haar worden opgelegd;
  e) elke beperking van de geldigheidsduur van de verstrekte informatie;
  f) de wijze van betaling en uitvoering;
  g) elke specifieke extra kost voor de consument betreffende het gebruik van de techniek voor communicatie op afstand, wanneer deze bijkomende kost wordt aangerekend;
  3° de overeenkomst op afstand
  a) het al dan niet bestaan van het in artikel VI. 58 bedoelde herroepingsrecht, en, waar dat recht bestaat, de duur van en de wijze van de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen op grond van artikel VI. 59, § 1, alsook de gevolgen van het niet uitoefenen van dat recht;
  b) de minimumduur van de op afstand te sluiten overeenkomst bij permanente of periodieke verrichting van financiėle diensten;
  c) de informatie over het eventuele recht van de partijen om de overeenkomst vroegtijdig of eenzijdig op te zeggen op grond van de bepalingen van de overeenkomst op afstand, met inbegrip van de opzegvergoedingen die de overeenkomst eventueel oplegt;
  d) de praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, met aanduiding van onder andere het adres waarnaar de kennisgeving moet worden gezonden;
  e) de wetgeving of wetgevingen die door de onderneming worden gebruikt als grondslag voor de totstandkoming van de betrekkingen met de consument vóór de sluiting van de overeenkomst;
  f) elke contractuele bepaling inzake het op de overeenkomst toepasselijke recht en/of inzake de bevoegde rechter;
  g) de taal of talen waarin de contractvoorwaarden en de in dit artikel bedoelde voorafgaande informatie worden verstrekt, en voorts de taal of talen waarin de onderneming, met instemming van de consument, toezegt te zullen communiceren gedurende de looptijd van de overeenkomst;
  4° de rechtsmiddelen;
  a) het bestaan of de afwezigheid van buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures toegankelijk voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand, en indien deze bestaan, de wijze waarop men er gebruik van kan maken;
  b) het bestaan van garantiefondsen of andere compensatieregelingen die niet vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en onder de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor depostio's en financiėle instrumenten.
  Het commerciėle oogmerk van die informatie moet duidelijk vast te stellen zijn.
  § 2. Informatie over contractuele verplichtingen, die in de precontractuele fase aan de consument wordt meegedeeld, dient in overeenstemming te zijn met de contractuele verplichtingen die in geval van het sluiten van de overeenkomst op afstand zouden gelden op grond van het toepasselijk geachte recht.
  Art. VI. 56. In geval van communicatie per spraaktelefonie moeten de identiteit van de onderneming en het commerciėle oogmerk van de oproep aan het begin van elk gesprek met de consument expliciet duidelijk worden gemaakt.
  Mits de consument hiermee uitdrukkelijk toestemt, hoeft alleen de volgende informatie te worden verstrekt:
  a) de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die in contact staat met de consument en zijn band met de aanbieder;
  b) een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiėle dienst;
  c) de totale prijs die de consument aan de onderneming moet betalen voor de financiėle dienst, met inbegrip van alle daarmee samenhangende vergoedingen, kosten en uitgaven, alsmede alle belastingen en taksen die via de onderneming moeten worden betaald, of, wanneer de exacte prijs niet kan worden aangegeven, de grondslag voor de berekening van de prijs, zodat de consument deze kan nagaan;
  d) de vermelding van het eventuele bestaan van andere taksen, belastingen en/of kosten die niet via de onderneming worden betaald of door haar worden opgelegd;
  e) het al dan niet bestaan van het herroepingsrecht waarin artikel VI. 58 voorziet en, waar dat recht bestaat, de duur en de wijze van de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen op grond van artikel VI. 59, § 1, alsook de gevolgen van het niet uitoefenen van dat recht.
  De onderneming deelt de consument mee dat op verzoek andere informatie beschikbaar is, en stelt hem in kennis van de aard van die informatie. De onderneming verstrekt in elk geval de volledige informatie wanneer ze voldoet aan haar verplichtingen krachtens artikel VI. 57.
  Art. VI. 57. § 1. Te gelegener tijd voordat de consument gebonden is door een overeenkomst op afstand of door een aanbod, stelt de onderneming de consument in kennis van alle contractvoorwaarden en van de in artikel VI. 55, § 1, bedoelde informatie, op papier of op een andere voor de consument beschikbare en toegankelijke duurzame gegevensdrager.
  § 2. De onderneming voldoet onmiddellijk na de sluiting van de overeenkomst aan de verplichting waartoe ze gehouden is krachtens paragraaf 1, wanneer de overeenkomst op afstand op verzoek van de consument is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee de contractvoorwaarden en de informatie niet overeenkomstig paragraaf 1 kunnen worden verstrekt.
  § 3. Gedurende de contractuele relatie heeft de consument, wanneer hij het vraagt, te allen tijde het recht om de contractvoorwaarden op papier te verkrijgen. Voorts heeft de consument het recht om van de gebruikte techniek voor communicatie op afstand te veranderen, tenzij dat niet te verenigen is met de gesloten overeenkomst of de aard van de verstrekte financiėle dienst.
  Art. VI. 58 § 1. De consument beschikt over een termijn van minstens 14 kalenderdagen om de overeenkomst op afstand met betrekking tot een financiėle dienst te herroepen. Hij kan dit recht uitoefenen zonder betaling van een boete en zonder opgave van enige reden.
  Voor de uitoefening van dit recht gaat de termijn in :
  - hetzij op de dag waarop de overeenkomst op afstand wordt gesloten;
  - hetzij op de dag waarop de consument de in artikel VI. 57, § 1 of § 2, bedoelde contractsvoorwaarden en informatie ontvangt, indien deze dag valt na die welke is bedoeld in het eerste streepje.
  De kennisgeving wordt als tijdig aangemerkt indien zij schriftelijk of op een voor de ontvanger beschikbare en toegankelijke duurzame gegevensdrager is verzonden vóór het verstrijken van de termijn.
  § 2. Het herroepingsrecht is niet van toepassing op :
  1° financiėle diensten waarvan de prijs afhankelijk is van schommelingen op de financiėle markt waarop de aanbieder geen vat heeft, en die zich tijdens de herroepingstermijn kunnen voordoen.
  Dit geldt onder meer voor diensten in verband met :
  - wisselverrichtingen;
  - geldmarktinstrumenten;
  - effecten;
  - rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
  - financiėle termijncontracten ("futures"), met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten;
  - rentetermijncontracten ("FRA's");
  - rente- of valutaswaps en swaps betreffende aan aandelen of een aandelenindex gekoppelde cashflows ("equity swaps");
  - opties ter verkrijging of vervreemding van in dit punt bedoelde instrumenten, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten, inzonderheid valuta- en renteopties;
  2° overeenkomsten die op uitdrukkelijk verzoek van de consument door beide partijen volledig zijn uitgevoerd voordat de consument van zijn herroepingsrecht gebruik maakt;
  3° de hypothecaire kredietovereenkomsten onderworpen aan de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet.
  § 3. Indien aan een overeenkomst op afstand voor een bepaalde financiėle dienst een andere overeenkomst is gehecht betreffende financiėle diensten die worden geleverd door een aanbieder of door een derde op grond van een overeenkomst tussen de derde en de onderneming, wordt die bijkomende overeenkomst zonder boete ontbonden indien de consument zijn herroepingsrecht bedoeld in paragraaf 1 uitoefent.
  Art. VI. 59. § 1. Gedurende de herroepingstermijn mag met de uitvoering van de overeenkomst pas na toestemming van de consument een begin worden gemaakt.
  Oefent de consument het in artikel VI. 58, § 1, bedoelde herroepingsrecht uit, dan is hij enkel gehouden tot de onverwijlde betaling van de door de aanbieder krachtens de overeenkomst op afstand effectief verleende financiėle dienst.
  Het te betalen bedrag mag :
  - niet hoger zijn dan een bedrag evenredig aan de verhouding tussen de reeds geleverde dienst en het geheel van de prestaties waarin de overeenkomst op afstand voorziet;
  - in geen geval zo hoog zijn dat het als een boete kan worden opgevat.
  § 2. De aanbieder kan van de consument slechts betaling op grond van paragraaf 1 eisen indien hij kan aantonen dat de consument overeenkomstig artikel VI. 55, § 1, 3°, a, naar behoren geļnformeerd was over het te betalen bedrag. Hij mag deze betaling in geen geval eisen wanneer hij, zonder dat de consument daarom vooraf heeft verzocht, vóór het verstrijken van de in artikel VI. 58, § 1, bedoelde herroepingstermijn, met de uitvoering van de overeenkomst begonnen is.
  § 3. De aanbieder is ertoe gehouden de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen alle bedragen terug te betalen die hij krachtens de overeenkomst op afstand van hem ontvangen heeft, met uitzondering van het in paragraaf 1 bedoelde bedrag. Deze termijn gaat in op de dag waarop de aanbieder de kennisgeving van de herroeping ontvangt.
  § 4. De consument geeft de aanbieder onverwijld, en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen, alle bedragen en/of zaken terug die hij van de aanbieder heeft ontvangen. Deze termijn gaat in op de dag waarop de consument de kennisgeving van zijn herroeping verzendt.
  Art. VI. 60. § 1. De aanbieder is jegens de consument aansprakelijk voor het naleven van de verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen VI. 55 tot VI. 57.
  § 2. Bij niet-naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen VI. 55, § 1, 2° en 3°, VI. 56 en VI. 57, kan de consument de overeenkomst via een met redenen omkleed en ter post aangetekend schrijven binnen een redelijke termijn vanaf het ogenblik waarop hij kennis had of hoorde te hebben van de niet-nageleefde verplichting, zonder kosten en zonder boete opzeggen.
  Art. VI. 61. De verzending van goederen en van titels die diensten vertegenwoordigen, gebeurt steeds op risico van degene die met de consument heeft gecontracteerd.
  Afdeling 3. - Aan dit hoofdstuk gemene bepalingen
  Art. VI. 62. Het komt aan de onderneming toe het bewijs te leveren dat ze heeft voldaan aan de verplichtingen inzake de informatie aan de consument, de naleving van de termijnen, de toestemming van de consument met het sluiten van de overeenkomst en, desgevallend, met de uitvoering ervan gedurende de herroepingstermijn.
  Art. VI. 63. De bedingen en voorwaarden, of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken de bewijslast voor de naleving van alle of een deel van de in deze afdeling bedoelde verplichtingen die rusten op de onderneming en, in het geval van overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiėle diensten, op de aanbieder, op de consument te leggen, zijn verboden en nietig.
  Elk beding waarbij de consument verzaakt aan het voordeel van de rechten die hem door deze afdeling worden toegekend, wordt voor niet geschreven gehouden.
  Elk beding dat de wet van een staat die geen lid is van de Europese Unie op de overeenkomst toepasselijk verklaart, is verboden en nietig voor wat de in deze afdeling geregelde aangelegenheden betreft, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie van toepassing zou zijn en die wet de consumenten in de genoemde aangelegenheden een hogere bescherming zou bieden.
  HOOFDSTUK 3. - Buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten
  Art. VI. 64. § 1. Voordat de consument door een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, daartoe gebonden is, verstrekt de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie :
  1° de voornaamste kenmerken van de goederen en de diensten voor zover aangepast is aan de gebruikte drager en de goederen of diensten;
  2° de identiteit van de onderneming, onder meer haar ondernemingsnummer, haar handelsnaam;
  3° het geografisch adres waar de onderneming gevestigd is, het telefoonnummer, fax en e-mailadres van de onderneming, indien beschikbaar, zodat de consument snel contact met de onderneming kan opnemen en er efficiėnt mee kan communiceren alsmede, indien van toepassing, het geografisch adres en de identiteit van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt;
  4° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig punt 3° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de onderneming, en desgevallend dat van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt, waaraan de consument eventuele klachten kan richten;
  5° de totale prijs van de goederen of diensten, met inbegrip van alle belastingen, of, als door de aard van het goed of de dienst de prijs redelijkerwijze niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings- of portokosten en eventuele andere kosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn. In het [geval van een overeenkomst van onbepaalde duur of een overeenkomst die een abonnement inhoudt], omvat de totale prijs de totale kosten per factureringsperiode. Indien voor dergelijke overeenkomsten een vast tarief van toepassing is, omvat de totale prijs ook de totale maandelijkse kosten. Indien de totale kosten niet redelijkerwijze vooraf kunnen worden berekend, wordt de manier waarop de prijs moet worden berekend, meegedeeld; <Erratum, B.St. 18-03-2014,p. 22131>
  6° de wijze van betaling, levering, uitvoering, de termijn waarbinnen de onderneming zich verbindt het goed te leveren of de diensten te verlenen, en desgevallend, het beleid van de onderneming inzake klachtenbehandeling;
  7° wanneer een herroepingsrecht bestaat, de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van dat recht overeenkomstig artikel VI. 69, § 1, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek;
  8° desgevallend, het feit dat de consument de kosten van het terugzenden van de goederen zal moeten dragen in geval van herroeping;
  9° ingeval de consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig artikel VI. 65, § 2, tweede lid, heeft gedaan, dat de consument gebonden is de onderneming zijn redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig artikel VI. 71, § 3;
  10° indien er niet voorzien is in een herroepingsrecht overeenkomstig artikel VI. 73, de informatie dat de consument geen herroepingsrecht heeft of, desgevallend, de omstandigheden waarin de consument zijn herroepingsrecht verliest;
  11° een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen;
  12° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van bijstand aan de consument na verkoop, diensten na verkoop en commerciėle garanties;
  13° desgevallend, het bestaan van relevante gedragscodes en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
  14° desgevallend, de duur van de overeenkomst of, wanneer de overeenkomst van onbepaalde duur is of automatisch verlengd wordt, de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst;
  15° desgevallend, de minimumduur van de verplichtingen van de consument uit hoofde van de overeenkomst;
  16° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van waarborgsommen of andere financiėle garanties die de consument op verzoek van de onderneming moet betalen of bieden;
  17° desgevallend, de functionaliteit van digitale inhoud met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;
  18° desgevallend, de relevante interoperabiliteit van digitale inhoud met hardware en software waarvan de onderneming op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn;
  19° desgevallend, de mogelijkheid van toegang tot buitengerechtelijke klachten- en geschillenbeslechtingsprocedures waaraan de onderneming is onderworpen, en de wijze waarop daar toegang toe is.
  § 2. Bij een openbare veiling, kan de in paragraaf 1, onder 2°, 3° en 4°, bedoelde informatie vervangen worden door de overeenkomstige gegevens van de ministeriėle ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen.
  § 3. De in paragraaf 1, onder 7°, 8° en 9°, bedoelde informatie kan worden verstrekt door middel van de modelinstructies voor herroeping vermeld in het model opgenomen als bijlage 1 bij dit boek. De onderneming die deze instructies correct ingevuld aan de consument heeft verstrekt, heeft voldaan aan de informatievoorschriften vastgelegd in paragraaf 1, onder 7°, 8° en 9°.
  § 4. De in paragraaf 1 bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
  § 5. Indien de onderneming niet voldaan heeft aan de informatievoorschriften betreffende extra lasten en andere kosten zoals bedoeld in paragraaf 1, 5°, of betreffende de kosten van het terugzenden van de goederen zoals bedoeld in paragraaf 1, 8°, draagt de consument deze lasten of kosten niet.
  § 6. De bewijslast voor de naleving van de in dit artikel neergelegde informatievoorschriften ligt bij de onderneming.
  § 7. De Koning kan, wat de overeenkomsten betreft waarbij de consument uitdrukkelijk om de diensten bij de onderneming heeft verzocht met het oog op het verrichten van herstellings- of onderhoudswerken, waarvoor de onderneming en de consument hun contractuele verplichtingen onmiddellijk nakomen en het door de consument te betalen bedrag niet meer dan 200 euro bedraagt, vrijstellingen vaststellen op de in paragraaf 1 bedoelde informatieverplichting.
  Art. VI. 65. § 1. De onderneming verstrekt de in artikel VI. 64, § 1, genoemde informatie aan de consument op papier of, indien de consument hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Die informatie wordt verstrekt in een leesbare vorm en in een duidelijke en begrijpelijke taal.
  § 2. De onderneming verstrekt de consument een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de consument hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager, desgevallend met inbegrip van de bevestiging van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming en de erkenning van de consument overeenkomstig artikel VI. 73, 13°.
  Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed zijn gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel VI. 67, § 2, voorziene herroepingstermijn, eist de onderneming dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt op een duurzame gegevensdrager.
  Art. VI. 66. Vallen niet onder de toepassing van dit hoofdstuk:
  1° de verkopen van voedingsmiddelen, dranken of andere goederen die bestemd zijn voor dagelijkse huishoudelijke consumptie en die fysiek door een onderneming op basis van frequente en regelmatige rondes bij de woon- of verblijfplaats, dan wel arbeidsplaats van de consument worden afgeleverd;
  2° de verzekeringsovereenkomsten;
  3° de verkopen georganiseerd in het raam van manifestaties zonder handelskarakter en met een uitsluitend menslievend doel, onder de voorwaarden bepaald in uitvoering van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, en voor zover de verkoopsom 50 euro niet overschrijdt. De Koning kan dit bedrag aanpassen voor zover het 50 euro niet overschrijdt;
  4° de overeenkomsten inzake consumentenkrediet onderworpen aan de wetgeving betreffende consumentenkrediet.
  Art. VI. 67. § 1. Onverminderd artikel VI. 73 beschikt de consument over een termijn van 14 dagen om de buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die welke in artikel VI. 70, § 1, tweede lid, en artikel VI. 71 zijn vastgesteld.
  § 2. Onverminderd artikel VI. 68 verstrijkt de in paragraaf 1 bedoelde herroepingstermijn 14 dagen na:
  1° voor dienstenovereenkomsten, de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten;
  2° voor verkoopovereenkomsten, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in bezit neemt of :
  a) indien de consument in dezelfde bestelling meerdere goederen heeft besteld die afzonderlijk worden geleverd, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het laatste goed fysiek in bezit neemt;
  b) indien de levering van een goed bestaat uit verschillende zendingen of onderdelen, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de laatste zending of het laatste onderdeel fysiek in bezit neemt;
  c) voor overeenkomsten betreffende regelmatige levering van goederen gedurende een bepaalde periode, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het eerste goed fysiek in bezit neemt.
  3° wat betreft overeenkomsten voor de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, van stadsverwarming, de dag van de sluiting van de overeenkomst.
  Onder geen enkel voorwendsel mag een voorschot of betaling, in welke vorm ook, van de consument worden geėist noch ontvangen voor het verstrijken van een termijn van zeven werkdagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van de ondertekening van de overeenkomst. Dit lid is niet van toepassing op buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst gesloten in salons, beurzen en tentoonstellingen.
  Art. VI. 68. Indien de onderneming de consument niet de ingevolge artikel VI. 64, § 1, 7°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke in artikel VI. 67, § 2, vastgestelde herroepingstermijn.
  Indien de onderneming de in het eerste lid van dit artikel bedoelde informatie aan de consument heeft verstrekt binnen twaalf maanden na de in artikel VI. 67, § 2, bedoelde dag, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen na de dag waarop de consument die informatie heeft ontvangen.
  Art. VI. 69 § 1. Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de consument de onderneming op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de consument :
  1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of
  2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
  § 2. De consument heeft zijn herroepingsrecht binnen de in artikel VI. 67, § 2, en artikel VI. 68, bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien de consument de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
  § 3. De onderneming kan, naast de in paragraaf 1 bedoelde mogelijkheden, de consument de mogelijkheid bieden om het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de onderneming elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de onderneming de consument onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
  § 4. De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig dit artikel ligt bij de consument.
  Art. VI. 70. § 1. De onderneming vergoedt alle van de consument ontvangen betalingen, inclusief, desgevallend, de leveringskosten, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop ze wordt geļnformeerd van de beslissing van de consument om de overeenkomst overeenkomstig artikel VI. 69 te herroepen.
  De onderneming verricht de terugbetaling als bedoeld in het eerste lid onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de consument tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de consument uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de consument als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 wordt van de onderneming niet verlangd de bijkomende kosten terug te betalen, als de consument uitdrukkelijk voor een andere wijze van levering dan de door de onderneming geboden goedkoopste standaardlevering heeft gekozen.
  § 3. Behoudens wanneer de onderneming heeft aangeboden zelf de goederen af te halen, mag de onderneming, voor wat betreft verkoopovereenkomsten, wachten met de terugbetaling totdat hij alle goederen heeft teruggekregen, of totdat de consument heeft aangetoond dat hij de goederen heeft teruggezonden, naar gelang welk tijdstip eerst valt.
  Art. VI. 71. § 1. Onverwijld en in elk geval binnen 14 dagen na de dag waarop hij zijn beslissing om de overeenkomst te herroepen overeenkomstig artikel VI. 69 aan de onderneming heeft meegedeeld, zendt de consument de goederen terug of overhandigt die aan de onderneming of aan een persoon die door de onderneming gemachtigd is om de goederen in ontvangst te nemen, tenzij de onderneming aangeboden heeft de goederen zelf af te halen. De termijn is in acht genomen wanneer de consument de goederen terugstuurt voordat de termijn van 14 dagen is verstreken.
  De consument draagt alleen de directe kosten van het terugzenden van de goederen, tenzij de onderneming ermee instemt deze kosten te dragen of de onderneming heeft nagelaten de consument mee te delen dat deze laatste de kosten moet dragen.
  Wat buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten betreft, haalt de onderneming, indien de goederen bij de consument thuis zijn geleverd bij het sluiten van de overeenkomst, deze op eigen kosten af indien de goederen door hun aard niet per gewone post kunnen worden teruggezonden.
  § 2. De consument is alleen aansprakelijk voor de waardevermindering van de goederen die het gevolg is van het behandelen van de goederen dat verder gaat dan nodig was om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen. De consument is in geen geval aansprakelijk voor waardevermindering van de goederen wanneer de onderneming heeft nagelaten om overeenkomstig artikel VI. 64, § 1, 7°, informatie over het herroepingsrecht te verstrekken.
  § 3. Indien een consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig artikel VI. 65, § 2, tweede lid, heeft gedaan, betaalt de consument de onderneming een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat de consument de onderneming ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitoefening van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de consument aan de onderneming moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
  § 4. De consument draagt geen kosten voor :
  1° de uitvoering van diensten, of de levering van water, gas of elektriciteit, wanneer deze niet in beperkte volumes of in een bepaalde hoeveelheid gereed voor verkoop zijn gemaakt, of van stadsverwarming, die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn zijn verleend, indien :
  a) de onderneming heeft nagelaten de informatie overeenkomstig artikel VI. 64, § 1, 7° en 9° te verstrekken, of
  b) de consument er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de dienst te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig artikel VI. 65, § 2, tweede lid, of
  2° de volledige of gedeeltelijke levering van digitale inhoud die niet op een materiėle drager is geleverd, indien :
  a) de consument er van te voren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen vóór het einde van de in artikel VI. 67 bedoelde periode van 14 dagen,
  b) de consument niet heeft erkend zijn recht op herroeping te verliezen bij het verlenen van zijn toestemming, of
  c) de onderneming heeft niet voldaan aan de verplichtingen van artikel VI. 65, § 2.
  § 5. Tenzij anders bepaald in artikel VI. 70, § 2, en in dit artikel, kan de consument in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.
  Art. VI. 72. § 1. De uitoefening van het herroepingsrecht beėindigt de verplichting voor de partijen om :
  1° de buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst uit te voeren, of
  2° de buiten verkoopruimte overeenkomst te sluiten, in het geval de consument een aanbod heeft gedaan.
  § 2. Onverminderd artikel 24, eerste en tweede lid, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, stelt de uitoefening door de consument van zijn herroepingsrecht voor een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst overeenkomstig de artikelen VI. 67 tot en met VI. 71, automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de consument, behoudens de kosten bedoeld in artikel VI. 70, § 2 en artikel VI. 71.
  Art. VI. 73. De consument kan het herroepingsrecht waarin artikel VI. 67 voorziet niet uitoefenen voor :
  1° dienstenovereenkomsten na volledige uitvoering van de dienst als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de onderneming de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd;
  2° de levering of verstrekking van goederen of diensten waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiėle markt waarop de onderneming geen invloed heeft en die zich binnen de herroepingstermijn kunnen voordoen;
  3° de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn;
  4° de levering van goederen die snel bederven of met een beperkte houdbaarheid;
  5° de levering van verzegelde goederen die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiėne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken;
  6° de levering van goederen die na levering door hun aard onherroepelijk vermengd zijn met andere producten;
  7° de levering van alcoholische dranken waarvan de prijs is overeengekomen bij de sluiting van de verkoopovereenkomst, maar waarvan de levering slechts kan plaatsvinden na 30 dagen, en waarvan de werkelijke waarde afhankelijk is van schommelingen van de markt waarop de onderneming geen invloed heeft;
  8° overeenkomsten waarbij de consument de onderneming specifiek verzocht heeft hem te bezoeken om daar dringende herstellingen of onderhoud te verrichten; wanneer echter de onderneming bij een dergelijk bezoek aanvullende diensten verleent waar de consument niet expliciet om heeft gevraagd, of andere goederen levert dan vervangstukken die noodzakelijk gebruikt worden om het onderhoud of de herstellingen uit te voeren, is het herroepingsrecht op die aanvullende diensten of goederen van toepassing;
  9° de levering van verzegelde audio- en verzegelde video-opnamen en verzegelde computerprogrammatuur waarvan de verzegeling na levering is verbroken;
  10° de levering van kranten, tijdschriften of magazines, met uitzondering van overeenkomsten voor een abonnement op dergelijke publicaties;
  11° overeenkomsten die zijn gesloten tijdens een openbare veiling;
  12° de terbeschikkingstelling van accommodatie anders dan voor woondoeleinden, goederenvervoer, autoverhuurdiensten, catering en diensten met betrekking tot vrijetijdsbesteding, indien in de overeenkomsten een bepaalde datum of periode van uitvoering is voorzien;
  13° de levering van digitale inhoud die niet op een materiėle drager is geleverd, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht daarmee verliest;
  14° de overeenkomsten betreffende de constructie van nieuwe gebouwen en de ingrijpende verbouwing van bestaande gebouwen.
  Art. VI. 74. De tekoopaanbieding en de verkoop van producten door middel van ambulante activiteiten is slechts toegestaan voor zover daarbij de wetgeving op die activiteiten wordt nageleefd. Voor het overige zijn de bepalingen van dit boek daarop van toepassing.
  HOOFDSTUK 4. - Openbare verkoop
  Art. VI. 75. § 1. De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen aan de consument, hetzij bij opbod, hetzij bij afslag, van vervaardigde goederen en de uitstalling van deze goederen met het oog op dergelijke verkopen, vallen onder de bepalingen van dit hoofdstuk, met uitzondering evenwel van de tekoopaanbiedingen en verkopen :
  1. zonder handelskarakter;
  2. van kunstvoorwerpen of voorwerpen uit een verzameling - met uitsluiting van tapijten en juwelen - of antiek;
  3. ter uitvoering van een wetsbepaling of van een rechterlijke beslissing;
  4. in het kader van een gerechtelijke reorganisatie of faillissement;
  5. door middel van een techniek voor communicatie op afstand.
  § 2. De Koning kan bijzondere voorwaarden stellen voor de openbare tekoopaanbiedingen en verkopen van goederen die Hij bepaalt.
  Art. VI. 76. § 1. De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen bedoeld in artikel VI. 75 zijn alleen toegelaten wanneer zij op gebruikte goederen betrekking hebben.
  § 2. Als gebruikt wordt beschouwd elk goed dat duidelijke tekenen van gebruik vertoont, behalve indien de duidelijke tekenen van gebruik uitsluitend het resultaat zijn van een kunstmatig uitgevoerde verouderingsbehandeling, alsmede elk goed waarvan de onderneming kan bewijzen dat het reeds op normale wijze werd gebruikt.
  Art. VI. 77. De Koning kan, voor bepaalde goederen, afwijkingen toestaan van de bepaling van artikel VI. 76, § 1, wanneer blijkt dat het moeilijk of onmogelijk is deze goederen volgens andere verkoopmethodes aan te bieden of te verkopen.
  Art. VI. 78. De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen in de zin van artikel VI. 75 mogen enkel gehouden worden in lokalen die hiervoor uitsluitend zijn bestemd, behoudens afwijkingen die, bij noodzaak, worden toegestaan door de minister of door de door hem daartoe aangewezen ambtenaar.
  Eenieder die een openbare tekoopaanbieding of verkoop organiseert, is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen van het eerste lid en van artikel VI. 76.
  De organisator vermeldt goed leesbaar zijn naam, voornaam of maatschappelijke benaming, woonplaats of maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer op alle aankondigingen, reclame en documenten die betrekking hebben op de openbare tekoopaanbieding en verkoop.
  Art. VI. 79. De ministeriėle ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen weigert zijn medewerking aan verrichtingen die de bepalingen van dit hoofdstuk niet naleven.
  HOOFDSTUK 5. - Gezamenlijk aanbod
  Art. VI. 80. Onverminderd artikel VI. 81 is het gezamenlijk aanbod aan de consument toegelaten voor zover het geen oneerlijke handelspraktijk in de zin van de artikelen VI. 93 en volgende uitmaakt.
  Art. VI. 81. § 1. Elk gezamenlijk aanbod aan de consument, waarvan minstens één bestanddeel een financiėle dienst is, en dat verricht wordt door een onderneming of door verscheidene ondernemingen die handelen met een gemeenschappelijke bedoeling, is verboden.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het evenwel geoorloofd gezamenlijk aan te bieden :
  1° financiėle diensten die een geheel vormen;
  De Koning kan, op voordracht van de bevoegde ministers en van de minister van Financiėn, de in de financiėle sector aangeboden diensten aanduiden die een geheel vormen;
  2° financiėle diensten en kleine door de handelsgebruiken aanvaarde goederen en diensten;
  3° financiėle diensten en titels tot deelneming aan wettig toegestane loterijen;
  4° financiėle diensten en voorwerpen waarop onuitwisbare en duidelijk zichtbare reclameopschriften zijn aangebracht, welke als dusdanig niet in de handel voorkomen, op voorwaarde dat de prijs waartegen de onderneming ze heeft gekocht, niet meer bedraagt dan 10 euro, exclusief BTW, of 5 % van de prijs, exclusief BTW, van de financiėle dienst waarmee ze worden aangeboden. Het percentage van 5 % is van toepassing wanneer het bedrag dat hiermee overeenstemt hoger is dan 10 euro;
  5° financiėle diensten en chromo's, vignetten en andere beelden met geringe handelswaarde;
  6° financiėle diensten en titels bestaande uit documenten die, na de aanschaf van een bepaald aantal diensten, recht geven op een gratis aanbod of een prijsvermindering bij de aanschaf van een gelijkaardige dienst, voor zover dat voordeel door dezelfde onderneming verstrekt wordt en niet meer bedraagt dan een derde van de prijs van de vroeger aangeschafte diensten.
  De titels moeten de eventuele uiterste geldigheidsduur en de voorwaarden van het aanbod vermelden.
  Wanneer de onderneming een einde maakt aan haar aanbod, heeft de consument recht op het aangeboden voordeel naar verhouding van de vroeger gedane aankopen.
  HOOFDSTUK 6. - Onrechtmatige bedingen
  Art. VI. 82. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het ogenblik waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.
  Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI. 37, § 1, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.
  De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van, enerzijds, de prijs of vergoeding, en, anderzijds, de als tegenprestatie te leveren goederen of te verrichten diensten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.
  Art. VI. 83. In de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een consument zijn in elk geval onrechtmatig, de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken :
  1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de consument terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;
  2° in overeenkomsten van onbepaalde duur te bepalen dat de prijs van de producten wordt vastgelegd op het ogenblik van levering, dan wel de onderneming toe te laten eenzijdig de prijs te verhogen of de voorwaarden ten nadele van de consument te wijzigen op basis van elementen die enkel afhangen van haar wil, zonder dat de consument in al deze gevallen het recht heeft om vooraleer de nieuwe prijs of de nieuwe voorwaarden van kracht worden, de overeenkomst zonder kosten of schadevergoeding te beėindigen en hem daartoe een redelijke termijn wordt gelaten.
  Zijn echter geoorloofd en geldig :
  a) de bedingen van prijsindexering, voor zover deze niet onwettig zijn en de wijze waarop de prijzen worden aangepast expliciet beschreven is in de overeenkomst;
  b) de bedingen waarbij de onderneming van financiėle diensten zich het recht voorbehoudt de door of aan de consument te betalen rentevoet te wijzigen, zonder enige opzegtermijn in geval van geldige reden, mits de onderneming verplicht wordt dit ter kennis te brengen van de consument en deze vrij is de overeenkomst onmiddellijk op te zeggen;
  3° in overeenkomsten van bepaalde duur te bepalen dat de prijs van de producten wordt vastgelegd op het ogenblik van levering, dan wel de onderneming toe te laten eenzijdig de prijs te verhogen of de voorwaarden ten nadele van de consument te wijzigen op basis van elementen die enkel afhangen van haar wil, zelfs indien op dat ogenblik de consument de mogelijkheid wordt geboden om de overeenkomst te beėindigen.
  De in het 2°, tweede lid, bepaalde uitzonderingen zijn ook van toepassing met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde geval;
  4° de onderneming het recht te verlenen om de kenmerken van het te leveren product te wijzigen, indien die kenmerken wezenlijk zijn voor de consument, of voor het gebruik waartoe hij het product bestemt, althans voor zover dit gebruik aan de onderneming was medegedeeld en door haar aanvaard of voor zover, bij gebrek aan een dergelijke specificatie, dit gebruik redelijkerwijze was te voorzien;
  5° de leveringstermijn van een product eenzijdig te bepalen of te wijzigen;
  6° de onderneming het recht te geven eenzijdig te bepalen of het geleverde product aan de bepalingen van de overeenkomst beantwoorden of haar het exclusieve recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren;
  7° de consument te verbieden de ontbinding van de overeenkomst te vragen ingeval de onderneming haar verbintenis niet nakomt;
  8° het recht van de consument te beperken om de overeenkomst op te zeggen, wanneer de onderneming, in het raam van een contractuele garantieverplichting, haar verbintenis om het goed te herstellen of te vervangen niet of niet binnen een redelijke termijn nakomt;
  9° de consument ertoe te verplichten zijn verbintenissen na te komen, terwijl de onderneming de hare niet is nagekomen, of in gebreke zou zijn deze na te komen;
  10° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de onderneming toe te staan de overeenkomst voor bepaalde duur eenzijdig te beeļndigen zonder schadeloosstelling voor de consument, behoudens overmacht;
  11° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de onderneming toe te staan een overeenkomst van onbepaalde duur op te zeggen zonder redelijke opzegtermijn, behoudens overmacht;
  12° de consument niet toe te staan bij overmacht de overeenkomst te ontbinden, tenzij tegen betaling van een schadevergoeding;
  13° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar grove schuld of voor die van haar aangestelden of lasthebbers, of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van een verbintenis die een van de voornaamste prestaties van de overeenkomst vormt;
  14° de wettelijke waarborg voor verborgen gebreken, bepaald bij de artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek, of de wettelijke verplichting tot levering van een goed dat met de overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tot 1649octies van het Burgerlijk Wetboek, op te heffen of te verminderen;
  15° een onredelijk korte termijn te bepalen om gebreken in het geleverde product aan de onderneming te melden;
  16° de consument te verbieden zijn schuld tegenover de onderneming te compenseren met een schuldvordering die hij op haar zou hebben;
  17° het bedrag vast te leggen van de vergoeding verschuldigd door de consument die zijn verplichtingen niet nakomt, zonder in een gelijkwaardige vergoeding te voorzien ten laste van de onderneming die in gebreke blijft;
  18° de consument voor een onbepaalde termijn te binden, zonder duidelijke vermelding van een redelijke opzeggingstermijn;
  19° de overeenkomst van bepaalde duur voor de opeenvolgende levering van goederen voor een onredelijke termijn te verlengen indien de consument niet tijdig opzegt;
  20° een overeenkomst van bepaalde duur automatisch te verlengen bij het ontbreken van een tegengestelde kennisgeving van de consument, terwijl een al te ver van het einde van de overeenkomst verwijderde datum is vastgesteld als uiterste datum voor de kennisgeving van de wil van de consument om de overeenkomst niet te verlengen;
  21° de bewijsmiddelen waarop de consument een beroep kan doen op ongeoorloofde wijze te beperken of hem een bewijslast op te leggen die normaliter op een andere partij bij de overeenkomst rust;
  22° in geval van betwisting, de consument te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming;
  23° een andere rechter aan te wijzen dan deze die is aangewezen door artikel 624, 1°, 2° et 4° van het Gerechtelijk Wetboek, onverminderd de toepassing van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechtelijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken;
  24° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de consument, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die duidelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden;
  25° de wettelijke aansprakelijkheid van de onderneming uit te sluiten of te beperken bij overlijden of lichamelijk letsel van de consument ten gevolge van een doen of nalaten van deze onderneming;
  26° op onweerlegbare wijze de instemming van de consument vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst;
  27° de onderneming toe te staan door de consument betaalde bedragen te behouden wanneer deze afziet van het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst, zonder erin te voorzien dat de consument een gelijkwaardig bedrag aan schadevergoeding mag ontvangen van de onderneming wanneer deze laatste zich terugtrekt;
  28° de onderneming toe te staan de door de consument betaalde voorschotten te behouden ingeval de onderneming zelf de overeenkomst opzegt;
  29° de verplichting van de onderneming te beperken om de verbintenissen na te komen die door haar gevolmachtigden zijn aangegaan, of haar verbintenissen te laten afhangen van het naleven van een bijzondere formaliteit;
  30° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van de consument ten aanzien van de onderneming of een andere partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeeltelijke wanprestatie of van gebrekkige uitvoering door de onderneming van een van haar contractuele verplichtingen;
  31° te voorzien in de mogelijkheid van overdracht van de overeenkomst door de onderneming, wanneer hierdoor de garanties voor de consument zonder diens instemming geringer kunnen worden;
  32° de voor een product aangekondigde prijs te verhogen omwille van de weigering van de consument om via bankdomiciliėring te betalen;
  33° de voor een product aangekondigde prijs te verhogen omwille van de weigering van de consument om zijn facturen via elektronische post te ontvangen.
  Art. VI. 84. § 1. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig.
  De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan.
  De consument kan geen afstand doen van de rechten die hem bij deze afdeling worden toegekend.
  § 2. Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op de overeenkomst toepasselijk verklaart, wordt wat de in deze afdeling geregelde aangelegenheden betreft voor niet geschreven gehouden wanneer, bij gebreke van dat beding, de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in de genoemde aangelegenheden een hogere bescherming zou bieden.
  Art. VI. 85. Teneinde het evenwicht van de rechten en de plichten tussen partijen te verzekeren bij de verkoop van producten aan de consument of teneinde de eerlijkheid bij commerciėle transacties te verzekeren, kan de Koning, bij een in ministerraad overlegd besluit, voor de sectoren van de professionele activiteit of voor de categorieėn van producten die Hij aanwijst, het gebruik van bepaalde bedingen voorschrijven of verbieden in de overeenkomsten aangegaan tussen een onderneming en een consument. Hij kan ook het gebruik van typecontracten opleggen.
  Alvorens een besluit ter uitvoering van het eerste lid voor te stellen, raadpleegt de minister de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.
  Art. VI. 86. § 1. De Commissie voor Onrechtmatige Bedingen neemt kennis van de bedingen en voorwaarden die in tekoopaanbiedingen en in verkopen van producten van ondernemingen aan consumenten voorkomen.
  § 2. Op de Commissie kan een beroep worden gedaan door de minister, de consumentenorganisaties en de betrokken interprofessionele en bedrijfsgroeperingen.
  Zij kan ook van ambtswege optreden.
  § 3. De Koning bepaalt de samenstelling van de Commissie.
  Art. VI. 87. § 1. De Commissie beveelt aan :
  1° de schrapping of wijziging van bedingen en voorwaarden die haar kennelijk het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen lijken te verstoren, ten nadele van de consument;
  2° de invoeging van vermeldingen, bedingen en voorwaarden die haar voor de voorlichting van de consument noodzakelijk lijken of waarvan de ontstentenis haar kennelijk het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen lijkt te verstoren, ten nadele van de consument;
  3° de bedingen en voorwaarden zo op te stellen en op te maken dat de consument de betekenis en de draagwijdte ervan kan begrijpen.
  Interprofessionele en bedrijfsgroeperingen of consumentenorganisaties kunnen de Commissie om advies verzoeken over ontwerpen van bedingen of voorwaarden die in tekoopaanbiedingen en in verkopen van producten tussen ondernemingen en consumenten voorkomen.
  § 2. In het raam van haar bevoegdheden stelt de Commissie aan de minister wijzigingen in de wetten of verordeningen voor die haar wenselijk lijken.
  § 3. De Commissie stelt jaarlijks een verslag op over haar werkzaamheden en maakt dit verslag bekend. Dat verslag omvat onder meer de volledige tekst van de aanbevelingen en voorstellen die zij in de loop van het jaar gedaan heeft.
  HOOFDSTUK 7. - Bestelbon
  Art. VI. 88. Bij verkoop is elke onderneming verplicht een bestelbon af te geven wanneer de levering van het goed of de verlening van de dienst, of een deel daarvan, uitgesteld wordt en er door de consument een voorschot wordt betaald.
  De gegevens van de bestelbon binden hem die de bon heeft opgemaakt, ongeacht algemene of bijzondere, andere of strijdige voorwaarden.
  De Koning kan de vermeldingen vaststellen die op de bestelbon moeten voorkomen.
  HOOFDSTUK 8. - Bewijsstukken
  Art. VI. 89. § 1. Elke onderneming die diensten verleent aan de consument is verplicht aan de consument die erom verzoekt, gratis een bewijsstuk af te geven. Deze verplichting vervalt indien de prijs van de dienst werd medegedeeld overeenkomstig artikel VI. 3, § 2, of indien een bestek of factuur die de in paragraaf 2 genoemde vermeldingen bevat, wordt afgegeven.
  Onder de toepassing van dit artikel vallen niet de overeenkomsten die onder de benaming "forfaitair bedrag" of onder enige andere gelijkwaardige benaming zijn aangegaan en die het verlenen van een dienst tot voorwerp hebben voor een vast totaalbedrag dat vóór de dienstverlening is overeengekomen en dat op deze dienst in zijn geheel betrekking heeft.
  § 2. De Koning :
  - bepaalt, hetzij op algemene wijze, hetzij voor de diensten of categorieėn van diensten die Hij aanwijst, de vermeldingen die op het bewijsstuk moeten voorkomen;
  - kan de diensten of categorieėn van diensten die Hij aanwijst, ontheffen van de toepassing van deze afdeling;
  - kan de goederen of categorieėn van goederen aanwijzen waarop deze afdeling van toepassing zal zijn;
  - kan, in afwijking van paragraaf 1, voor de diensten of categorieėn van diensten die Hij bepaalt, de onderneming verplichten aan de consument gratis een bewijsstuk af te geven waarvan Hij de vermeldingen en de nadere regels bepaalt.
  § 3. De besluiten uitgevaardigd met toepassing van paragraaf 2, vierde gedachtenstreep, worden door de minister onderworpen aan het advies van de Raad voor het Verbruik en van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. De minister bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet verstrekt worden. Indien het advies niet verstrekt werd binnen de bepaalde termijn, is het niet meer vereist.
  Art. VI. 90. De consument moet de geleverde diensten slechts betalen bij de afgifte van het gevraagde bewijsstuk, indien deze afgifte dwingend is voorgeschreven krachtens artikel VI. 89.
  HOOFDSTUK 9. - Verlenging van overeenkomsten
  Art. VI. 91. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de dienstenovereenkomst en op de verkoopsovereenkomst die zowel goederen als diensten tot voorwerp heeft.
  Wanneer een overeenkomst van bepaalde duur afgesloten tussen een onderneming en een consument een beding tot stilzwijgende verlenging bevat, wordt dit beding geplaatst in vetgedrukte letters en in een kader los van de tekst, op de voorzijde van de eerste bladzijde.
  Dit beding vermeldt de gevolgen van de stilzwijgende verlenging waaronder de bepaling van paragraaf 2, evenals de uiterste datum waarop de consument zich kan verzetten tegen de stilzwijgende verlenging van de overeenkomst en de wijze waarop hij kennis geeft van dit verzet.
  § 2. Onverminderd de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst, kan de consument, na de stilzwijgende verlenging van een overeenkomst van bepaalde duur, op elk ogenblik zonder vergoeding de overeenkomst opzeggen met inachtneming van de opzeggingstermijn die in de overeenkomst is bepaald, zonder dat deze termijn meer dan twee maanden mag bedragen.
  § 3. Voor zover een wet geen specifieke regels over de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten vaststelt, kan de Koning voor de diensten of categorieėn van diensten die Hij aanwijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad :
  1. bijzondere regels stellen inzake de stilzwijgende verlenging van een overeenkomst;
  2. vrijstellen van de verplichtingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
  § 4. Het toepassingsgebied van dit hoofdstuk kan door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, worden uitgebreid tot bepaalde categorieėn van goederen die Hij aanwijst.
  TITEL 4. - Verboden praktijken
  HOOFDSTUK 1. - Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten
  Afdeling 1. - Toepassingsgebied
  Art. VI. 92. Deze afdeling is van toepassing op oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten vóór, gedurende en na de tekoopaanbieding en de verkoop van producten.
  Afdeling 2. - Oneerlijke handelspraktijken
  Art. VI. 93. Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer zij :
  a) in strijd is met de vereisten van professionele toewijding
  en
  b) het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt of op wie zij gericht is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is, het economische gedrag van het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het onderliggende product wezenlijk verstoort of kan verstoren.
  Een handelspraktijk die op voor de onderneming redelijkerwijs voorzienbare wijze het economische gedrag van slechts een duidelijk herkenbare groep consumenten wezenlijk verstoort of kan verstoren, namelijk van consumenten die wegens een mentale of lichamelijke handicap, hun leeftijd of goedgelovigheid bijzonder vatbaar zijn voor die handelspraktijk of voor de onderliggende producten, wordt beoordeeld vanuit het gezichtspunt van het gemiddelde lid van die groep. Dit laat onverlet de gangbare, legitieme reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen.
  Art. VI. 94. Zijn oneerlijk, de handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten die :
  1° misleidend zijn in de zin van de artikelen VI. 97 tot en met VI. 100, of
  2° agressief zijn in de zin van de artikelen VI. 101 tot en met VI. 103.
  Art. VI. 95. Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten zijn verboden.
  Art. VI. 96. Is eveneens verboden elke handeling of omissie die strijdig is met de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument, - namelijk met de verordeningen vermeld in de Bijlage van Verordening (EG) Nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming, of met de eveneens in voornoemde Bijlage vermelde richtlijnen zoals omgezet - en die schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten die woonachtig zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat waar de handeling of omissie haar oorsprong vond of plaatshad, waar de verantwoordelijke onderneming of dienstverlener gevestigd is of waar bewijsmateriaal of vermogensbestanddelen met betrekking tot de handeling of omissie gevonden kunnen worden.
  Afdeling 3. - Misleidende handelspraktijken
  Art. VI. 97. Als misleidend wordt beschouwd een handelspraktijk die gepaard gaat met onjuiste informatie en derhalve op onwaarheden berust of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, de gemiddelde consument op enigerlei wijze, inclusief door de algemene presentatie, bedriegt of kan bedriegen ten aanzien van een of meer van de volgende elementen, en de gemiddelde consument er zowel in het ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen :
  1° het bestaan of de aard van het product;
  2° de voornaamste kenmerken van het product, zoals beschikbaarheid, voordelen, risico's, uitvoering, samenstelling, accessoires, klantenservice en klachtenbehandeling, procédé en datum van fabricage of verrichting, levering, geschiktheid voor het gebruik, gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciėle oorsprong, van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op het product verrichte tests of controles;
  3° de reikwijdte van de verplichtingen van de onderneming, de motieven voor de handelspraktijk en de aard van het verkoopproces, elke verklaring of symbool dat doet geloven dat de onderneming of het product sponsoring of directe of indirecte steun krijgt;
  4° de prijs of de wijze waarop de prijs wordt berekend, of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel;
  5° de noodzaak van een dienst, onderdeel, vervanging of reparatie;
  6° de hoedanigheid, kenmerken en rechten van de onderneming of haar tussenpersoon, zoals haar identiteit, vermogen, kwalificaties, status, erkenning, affiliatie, connecties, industriėle, commerciėle of intellectuele eigendomsrechten of haar bekroningen en onderscheidingen;
  7° de rechten van de consument, met inbegrip van het recht op vervanging of terugbetaling met toepassing van de bepalingen van de wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen, of de risico's die hij eventueel loopt.
  Art. VI. 98. Als misleidend wordt eveneens beschouwd een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, de gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, en die het volgende behelst :
  1° marketing van een product, onder andere door vergelijkende reclame, op zodanige wijze dat verwarring wordt geschapen met producten, handelsmerken, handelsnamen en andere onderscheidende kenmerken van een concurrent;
  2° niet-nakoming door de onderneming van verplichtingen die opgenomen zijn in een gedragscode waaraan zij zich heeft gebonden, voor zover :
  a) het niet gaat om een intentieverklaring maar om een verplichting die verifieerbaar is, en
  b) de onderneming in de context van een handelspraktijk aangeeft dat zij door de gedragscode gebonden is.
  Art. VI. 99. § 1. Als misleidende omissie wordt beschouwd een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden en de beperkingen van het communicatiemedium in aanmerking genomen, essentiėle informatie welke de gemiddelde consument, naargelang de context, nodig heeft om een geļnformeerd besluit over een transactie te nemen, weglaat en die de gemiddelde consument er toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.
  § 2. Als misleidende omissie wordt voorts beschouwd een handelspraktijk die essentiėle informatie als bedoeld in paragraaf 1, rekening houdend met de in die paragraaf geschetste details, verborgen houdt, op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laattijdig verstrekt, of het commerciėle oogmerk, indien dit niet reeds duidelijk uit de context blijkt, niet laat blijken, en de gemiddelde consument er zowel in het ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.
  § 3. Indien het voor de handelspraktijk gebruikte medium beperkingen qua ruimte of tijd meebrengt, wordt bij de beoordeling of er informatie werd weggelaten met deze beperkingen rekening gehouden, alsook met maatregelen die de onderneming genomen heeft om de informatie langs andere wegen ter beschikking van de consument te stellen.
  § 4. In het geval van een uitnodiging tot aankoop wordt de volgende informatie als essentieel beschouwd, indien deze niet reeds uit de context blijkt :
  1° de voornaamste kenmerken van het product, in de mate waarin zulks gezien het gebruikte medium en het betrokken product passend is;
  2° het geografische adres en de identiteit van de onderneming en, desgevallend, het geografische adres en de identiteit van de onderneming namens wie zij optreedt;
  3° de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat deze kosten ten laste van de consument kunnen worden gelegd;
  4° de wijze van betaling, levering, uitvoering en het beleid inzake klachtenbehandeling, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding;
  5° desgevallend, het bestaan van een herroepings- of annuleringsrecht.
  § 5. Wordt eveneens als essentieel beschouwd de informatie met betrekking tot commerciėle communicatie, inclusief reclame en marketing, opgenomen in het Europees recht, onder meer de artikelen van de richtlijnen bedoeld in bijlage II van de Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad.
  Art. VI. 100. Worden onder alle omstandigheden als oneerlijk beschouwd, de volgende misleidende handelspraktijken :
  1° beweren een gedragscode te hebben ondertekend wanneer dit niet het geval is;
  2° een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aanbrengen zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen;
  3° beweren dat een gedragscode door een publieke of andere instantie is erkend wanneer dit niet het geval is;
  4° beweren dat een onderneming, met inbegrip van haar handelspraktijken, of een product door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend, goedgekeurd of toegelaten terwijl zulks niet het geval is, of iets dergelijks beweren zonder dat aan de voorwaarde voor de aanbeveling, erkenning, goedkeuring of toelating wordt voldaan;
  5° producten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden zonder dat de onderneming aangeeft dat er een gegrond vermoeden bestaat dat zij deze producten of gelijkwaardige producten niet tegen die prijs kan leveren of door een andere onderneming kan doen leveren gedurende een periode en in hoeveelheden die, rekening houdend met het product, de omvang van de voor het product gevoerde reclame en de aangeboden prijs, redelijk zijn;
  6° producten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden en vervolgens, met de bedoeling een ander product aan te prijzen :
  a) weigeren het aangeboden product aan de consument te tonen; of
  b) weigeren een bestelling op te nemen of het product binnen een redelijke termijn te leveren; of
  c) een exemplaar van het product met gebreken tonen;
  7° bedrieglijk beweren dat het product slechts gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn of dat het slechts onder speciale voorwaarden gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn, om de consument onmiddellijk te doen beslissen en hem geen kans of onvoldoende tijd te geven een geļnformeerd besluit te nemen;
  8° beloven aan de consumenten, met wie de onderneming vóór de transactie heeft gecommuniceerd in een taal die geen nationale taal is, een naverkoopdienst te verschaffen en deze dienst vervolgens enkel beschikbaar stellen in een andere taal zonder dit duidelijk aan de consument te laten weten alvorens deze zich tot de transactie verbindt;
  9° beweren of anderszins de indruk wekken dat een product legaal kan worden verkocht wanneer dit niet het geval is;
  10° wettelijke en reglementaire rechten van consumenten voorstellen als een onderscheidend kenmerk van het aanbod van de onderneming;
  11° redactionele inhoud in de media, waarvoor de onderneming heeft betaald, gebruiken om reclame te maken voor een product, zonder dat dit duidelijk uit de inhoud of uit duidelijk door de consument identificeerbare beelden of geluiden blijkt;
  12° feitelijk onjuiste beweringen doen betreffende de aard en de omvang van het gevaar dat de persoonlijke veiligheid van de consument of zijn gezin zou bedreigen indien de consument het product niet koopt;
  13° een product dat lijkt op een door een bepaalde fabrikant vervaardigd product op een zodanige wijze promoten dat bij de consument doelbewust de verkeerde indruk wordt gewekt dat het product inderdaad door die fabrikant is vervaardigd, terwijl zulks niet het geval is;
  14° een piramidesysteem opzetten, beheren of promoten waarbij de consument tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voortkomt uit het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten;
  15° beweren dat de onderneming op het punt staat haar zaak stop te zetten of te verhuizen, indien zulks niet het geval is, onverminderd de artikelen VI. 22 en volgende;
  16° beweren dat producten het winnen bij kansspelen kunnen vergemakkelijken;
  17° bedrieglijk beweren dat een product ziekten, gebreken of misvormingen kan genezen;
  18° feitelijk onjuiste informatie verstrekken over marktomstandigheden of de mogelijkheid het product te bemachtigen met de bedoeling de consument het product te doen aanschaffen tegen voorwaarden die minder gunstig zijn dan de normale marktvoorwaarden;
  19° in de context van een handelspraktijk beweren dat er een wedstrijd wordt georganiseerd of prijzen worden uitgeloofd zonder de aangekondigde prijzen of een redelijk alternatief daadwerkelijk toe te kennen;
  20° een product als "gratis", "voor niets", "kosteloos" en dergelijke omschrijven als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen;
  21° marketingmateriaal voorzien van een factuur of een soortgelijk document waarin om betaling wordt gevraagd, waardoor bij de consument de indruk wordt gewekt dat hij het aangeprezen product al heeft besteld, terwijl dat niet het geval is;
  22° op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekken dat de onderneming niet optreedt ten behoeve van haar beroepsactiviteit, of zich op bedrieglijke wijze voordoen als consument;
  23° op bedrieglijke wijze de indruk wekken dat voor een bepaald product de dienst na verkoop beschikbaar is in een andere lidstaat van de Europese Unie dan die waar het product wordt verkocht.
  Afdeling 4. - Agressieve handelspraktijken
  Art. VI. 101. Als agressief wordt beschouwd een handelspraktijk jegens consumenten die, in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beļnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk beperkt of kan beperken, waardoor hij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit te nemen dat hij anders niet had genomen.
  Art. VI. 102. Om te bepalen of er bij een handelspraktijk gebruik wordt gemaakt van intimidatie, dwang, inclusief lichamelijk geweld, of ongepaste beļnvloeding, wordt rekening gehouden met :
  1° het tijdstip, de plaats, de aard en de persistentie van de handelspraktijk;
  2° het gebruik van dreigende of grove taal of gedragingen;
  3° het bewust uitbuiten door de onderneming van bepaalde tegenslagen of omstandigheden die zo ernstig zijn dat zij het beoordelingsvermogen van de consument kunnen beperken, met het oogmerk het besluit van de consument met betrekking tot het product te beļnvloeden;
  4° door de onderneming opgelegde, kosten meebrengende of bovenmatige niet-contractuele belemmeringen ten aanzien van rechten die de consument uit hoofde van het contract wil uitoefenen, waaronder het recht om het contract te beėindigen of een ander product of een andere onderneming te kiezen;
  5° het dreigen met maatregelen die wettelijk niet kunnen worden genomen.
  Art. VI. 103. Worden onder alle omstandigheden, als oneerlijke handelspraktijken beschouwd, de volgende agressieve handelspraktijken :
  1° de indruk geven dat de consument het pand niet mag verlaten alvorens er een overeenkomst is opgesteld;
  2° de consument thuis opzoeken en zijn verzoek om weg te gaan of niet meer terug te komen negeren, behalve indien, en voor zover gerechtvaardigd volgens de wettelijke of reglementaire bepalingen, wordt beoogd een contractuele verplichting te doen naleven;
  3° hardnekkig en ongewenst aandringen per telefoon, fax, e-mail of andere afstandsmedia, onverminderd :
  a) de wettelijke of reglementaire bepalingen die dit toelaten om de uitvoering van een contractuele verplichting te verzekeren;
  b) artikel VI. 110; en
  c) artikel XII. 13;
  4° een consument die op grond van een verzekeringspolis een vordering indient, om documenten vragen die redelijkerwijs niet relevant kunnen worden geacht om de geldigheid van de vordering te beoordelen, dan wel systematisch weigeren antwoord te geven op daaromtrent gevoerde correspondentie, met de bedoeling de consument ervan te weerhouden zijn contractuele rechten uit te oefenen;
  5° kinderen er in reclame rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen;
  6° vragen om onmiddellijke dan wel uitgestelde betaling of om terugzending of bewaring van producten die de onderneming heeft geleverd, maar waar de consument niet om heeft gevraagd;
  7° de consument uitdrukkelijk meedelen dat, als hij het product niet koopt, de baan van de betrokkene of de bestaansmiddelen van de onderneming in het gedrang komen;
  8° de bedrieglijke indruk wekken dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen dan wel door een bepaalde handeling te verrichten een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen,
  - als er in feite geen sprake is van een prijs of een ander soortgelijk voordeel; of
  - als het ondernemen van stappen om in aanmerking te kunnen komen voor de prijs of voor een ander soortgelijk voordeel afhankelijk is van de betaling van een bedrag door de consument of indien daaraan voor hem kosten zijn verbonden.
  HOOFDSTUK 2. - Oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten
  Art. VI. 104. Verboden is elke met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad waardoor een onderneming de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden.
  Art. VI. 105. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is verboden elke reclame van een onderneming die :
  1° alle bestanddelen in acht genomen, op enigerlei wijze, met inbegrip van haar voorstellingswijze of de weglating van informatie, de persoon tot wie zij zich richt of die zij bereikt, misleidt of kan misleiden omtrent, onder meer :
  a) de kenmerken van de goederen of diensten, zoals beschikbaarheid, aard, uitvoering, samenstelling, procédé en datum van fabricage of levering, de gevolgen voor het leefmilieu, geschiktheid voor het gebruik, de gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciėle oorsprong of van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op de goederen of diensten verrichte tests of controles;
  b) de prijs of de wijze waarop hij wordt berekend, alsmede de voorwaarden waaronder de goederen worden geleverd of de diensten worden verricht;
  c) de hoedanigheid, kwaliteiten, kwalificaties en rechten van een onderneming, zoals haar identiteit en haar vermogen, haar bekwaamheden en haar industriėle, commerciėle of intellectuele eigendomsrechten of haar bekroningen en onderscheidingen;
  en die daardoor haar economisch gedrag kan beļnvloeden, of die om die redenen een onderneming schade toebrengt of kan toebrengen;
  2° afbrekende gegevens bevat over een andere onderneming, haar goederen, diensten of activiteit;
  3° het zonder gerechtvaardigde reden mogelijk maakt één of meer andere ondernemingen te identificeren;
  4° een daad in de hand werkt die als een overtreding van dit boek of als een inbreuk met toepassing van de artikelen XV. 83 ą 86 et XV. 126 moet worden beschouwd.
  Art. VI. 106. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is verboden elke reclame van een onderneming die :
  1° een factuur of gelijkaardig document waarbij om betaling wordt gevraagd, bevat, die of dat de indruk wekt dat het goed of de dienst reeds werd besteld, terwijl dat niet het geval is;
  2° essentiėle informatie over de gevolgen van het door de bestemmeling gegeven antwoord verborgen houdt of op weinig duidelijke wijze weergeeft, of die de eigenlijke commerciėle bedoeling, wanneer die niet duidelijk blijkt uit de context, verborgen houdt of op weinig duidelijke wijze weergeeft.
  Art. VI. 107. Het is verboden voor een onderneming ofwel rechtstreeks, ofwel via een betalingsformulier, een bestelformulier, een factuur, een aanbod, algemene voorwaarden, een voorstel tot verbetering of elk ander soortgelijk document, adverteerders te werven om hen in gidsen, adressenbestanden, telefoonboeken of soortgelijke lijsten of bestanden op te nemen, zonder ondubbelzinnig aan te geven dat deze werving een aanbod van overeenkomst tegen betaling uitmaakt en zonder in het vet en in het grootste lettertype dat in het document wordt gebruikt de duur van de overeenkomst en de hieraan verbonden prijs te vermelden.
  Art. VI. 108. Het is verboden voor een onderneming om aan een andere persoon, zonder dat deze hierom eerst heeft verzocht, enig goed toe te zenden, met het verzoek dit tegen betaling van zijn prijs te verwerven, het te bewaren of het, zelfs kosteloos, aan de afzender terug te zenden.
  Het is eveneens verboden voor een onderneming om aan een andere persoon, zonder dat deze hierom eerst heeft verzocht, enige dienst te verlenen met het verzoek die dienst, tegen betaling van zijn prijs, te aanvaarden.
  De minister kan van deze verbodsbepalingen afwijkingen toestaan voor aanbiedingen met een liefdadig doel. In dat geval moet het vergunningsnummer en de volgende vermelding "De geadresseerde heeft geen enkele verplichting, noch tot betaling, noch tot terugzending" leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig vermeld zijn op de documenten die op het aanbod betrekking hebben.
  In geen geval is de geadresseerde verplicht de verleende dienst of het toegezonden goed te betalen noch het terug te zenden. Het feit dat de geadresseerde niet reageert op de prestatie van de dienst of de levering van het goed betekent niet dat hij er mee instemt.
  Art. VI. 109. Het is verboden een piramidesysteem op te zetten, te beheren of te promoten waarbij een onderneming tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voorkomt uit het aanbrengen van nieuwe ondernemingen in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten.
  HOOFDSTUK 3. - Ongewenste communicaties
  Art. VI. 110. § 1. Het gebruik van geautomatiseerde oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst en het gebruik van faxen met het oog op direct marketing, zijn verboden zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en geļnformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschap.
  De persoon die zijn toestemming heeft gegeven kan deze te allen tijde terugtrekken, zonder daarvoor een reden op te geven en zonder dat hem daarvoor enige kosten kunnen worden ten laste gelegd.
  De bewijslast dat om de overgebrachte communicatie werd verzocht via een techniek vermeld in of vastgesteld met toepassing van deze paragraaf, berust op de afzender.
  Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning het verbod bedoeld in het eerste lid uitbreiden tot andere dan de aldaar vermelde communicatietechnieken, rekening houdend met de evolutie ervan.
  § 2. Onverminderd artikel XII. 13 is het gebruik van andere dan de in paragraaf 1 bedoelde technieken voor het overbrengen van ongevraagde communicatie met het oog op direct marketing aan abonnees toegestaan met inachtneming van de bepalingen opgenomen in artikelen VI. 111 tot VI. 115.
  Art. VI. 111. § 1. De operator biedt aan zijn abonnee de mogelijkheid om op elk ogenblik mede te delen dat hij zich verzet tegen het gebruik van het telefoonnummer of de telefoonnummers die hem zijn toegekend voor redenen van direct marketing.
  De abonnee oefent dit recht van verzet gratis uit en kan dit minstens telefonisch, per brief of per e-mail mededelen.
  Bij het aangaan van de overeenkomst vestigt de operator de aandacht van de abonnee op een uitdrukkelijke en opvallende wijze op dit recht.
  § 2. De operator registreert elk verzet van een abonnee zoals bedoeld in paragraaf 1, binnen vijf werkdagen in een daartoe bestemd gegevensbestand en deelt de datum van registratie mee aan de abonnee.
  De operator stelt het gegevensbestand dat de telefoonnummers bevat waarop de abonnees geen oproepen voor redenen van direct marketing wil ontvangen ter beschikking van personen die aan direct marketing via telefoon willen doen.
  Een operator kan de uitvoering van de verplichtingen zoals bedoeld in paragraaf 1 delegeren aan een instelling zonder winstgevend doel met dewelke hij hieromtrent een overeenkomst afsluit.
  Art. VI. 112. § 1. Elke telefonisch oproep voor redenen van direct marketing naar een telefoonnummer dat is opgenomen in het gegevensbestand bedoeld in artikel VI. 111, § 2, is verboden.
  Voor elke telefoonoproep om redenen van direct marketing gaat de oproeper voorafgaandelijk na of het desbetreffende nummer niet is opgenomen in dit gegevensbestand.
  § 2. Het verbod bedoeld in paragraaf 1 geldt niet voor oproepen naar telefoonnummers van abonnees die aan de persoon die telefoonoproepen om redenen van direct marketing doet of namens wie dergelijke oproepen worden gedaan, zijn uitdrukkelijke toelating hebben verleend om zijn persoonsgegevens voor dergelijke doeleinden te gebruiken.
  Art. VI. 113. De operatoren en de personen die aan direct marketing doen of voor wiens rekening dit gebeurt, dragen de bewijslast van de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk.
  Art. VI. 114. § 1. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maatregelen nemen om :
  1° de inhoud, de vorm en de werking van het gegevensbestand bedoeld in artikel VI. 111, § 2, te bepalen;
  2° de toegangsvoorwaarden en -wijzen tot deze gegevensbestanden te bepalen voor personen die telefoonoproepen om redenen van direct marketing willen doen, met inbegrip van de identificatie van deze personen;
  3° de mededelingsvormen door de abonnee bedoeld in artikel VI. 111, § 1, zo eenvoudig mogelijk te houden.
  § 2. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, eveneens een vereniging of organisatie erkennen die de verplichtingen van alle operatoren bedoeld in artikel VI. 111 op zich neemt.
  Deze vereniging of organisatie kan enkel worden erkend op basis van de erkenningscriteria die de Koning bepaalt en die minstens de volgende waarborgen bieden :
  1° het gebruiksgemak voor de abonnee;
  2° het uitsluitende gebruik van de gegevens uit het gegevensbestand met het oog op het naleven van de rechten van de abonnee overeenkomstig artikel VI. 111, § 1;
  3° de afwezigheid van elk winstgevend doel van de vereniging of de organisatie;
  4° de continue en eenvoudige toegang tot de gegevens, tegen een beperkte prijs, voor de personen die telefoonoproepen om redenen van direct marketing willen doen;
  5° de naleving van de regels die krachtens paragraaf 1 worden opgelegd.
  Art. VI. 115. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "operator" en "abonnee", een operator en een abonnee zoals gedefinieerd in artikel 2, 11° en 15° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
  HOOFDSTUK 4. - Verkoop met verlies
  Art. VI. 116. § 1. Teneinde eerlijke marktpraktijken te verzekeren tussen ondernemingen, [is het elke onderneming] verboden goederen met verlies te koop aan te bieden of te verkopen. <Erratum, B.St. 18-03-2014,p. 22131>
  Als een verkoop met verlies wordt beschouwd, elke verkoop tegen een prijs die niet ten minste gelijk is aan de prijs waartegen de onderneming het goed heeft gekocht of die de onderneming zou moeten betalen bij herbevoorrading, na aftrek van eventueel toegekende en definitief verworven kortingen, alsook van niet definitief verworven volumekortingen berekend op basis van 80 % van de volumekorting die de onderneming in het voorbije jaar voor hetzelfde goed heeft verworven. Om uit te maken of er verkoop met verlies is, wordt geen rekening gehouden met kortingen die, al dan niet uitsluitend, toegekend worden in ruil voor verbintenissen van de onderneming andere dan de aankoop van goederen.
  § 2. In geval van gezamenlijk aanbod van verscheidene, al dan niet identieke goederen, geldt het verbod bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, slechts wanneer het aanbod in zijn geheel een verkoop met verlies uitmaakt.
  Art. VI. 117. § 1. Het in artikel VI. 116, § 1, eerste lid, bedoelde verbod geldt evenwel niet :
  1° voor goederen die uitverkocht worden of in het kader van een opruiming verkocht worden;
  2° voor goederen die niet langer bewaard kunnen worden;
  3° voor goederen die de onderneming, ten gevolge van externe omstandigheden, redelijkerwijze niet meer kan verkopen tegen een prijs gelijk aan of hoger dan de aankoopprijs ervan;
  4° voor goederen waarvan de verkoopprijs, om dwingende redenen van mededinging, wordt afgestemd op de prijs die door de concurrentie voor hetzelfde of een concurrerend goed gevraagd wordt.
  § 2. De contractuele bedingen waarbij verkoop met verlies aan de consument wordt verboden, kunnen niet ingeroepen worden tegen degene die het goed verkoopt in de gevallen bedoeld onder paragraaf 1.
  TITEL 5. - Collectieve consumentenovereenkomsten
  Art. VI. 118. § 1. De collectieve consumentenovereenkomsten kunnen betrekking hebben op de algemene contractuele voorwaarden die aan de consumenten zullen worden voorgesteld, de voorlichting die hen zal worden gegeven, de wijzen van handelspromotie, de elementen betreffende kwaliteit, conformiteit en veiligheid van goederen en diensten en de wijzen van regeling van consumentengeschillen.
  § 2. De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt het toepassingsgebied, de datum van inwerkingtreding en de duur ervan.
  De collectieve consumentenovereenkomst is niet van toepassing op de lopende overeenkomsten, behoudens andersluidende bepaling en voor zover zij gunstiger is voor de consument.
  De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt de wijze waarop informatie betreffende de overeenkomst wordt verstrekt zowel aan de ondernemingen als aan de consumenten.
  § 3. Desgevallend bepaalt de collectieve consumentenovereenkomst de wijze waarop ze wordt herzien en verlengd.
  Zij bepaalt tevens de voorwaarden voor de opzegging ervan door het geheel of een gedeelte van de ondertekenaars of toetreders, alsmede de duur van de opzegging die niet minder dan zes maanden mag bedragen.
  Art. VI. 119. Het onderhandelen over en het ondertekenen van collectieve consumentenovereenkomsten gebeurt binnen de Raad voor het Verbruik.
  De vraag om over een collectieve consumentenovereenkomst te onderhandelen gaat uit van een lid van de Raad voor het Verbruik of van een lid van de regering.
  Indien de vraag op een sector slaat die niet vertegenwoordigd is binnen de Raad voor het Verbruik, worden de ondernemingen van de sector of hun vertegenwoordigers uitgenodigd.
  De collectieve consumentenovereenkomst kan niet worden afgesloten zonder hun goedkeuring.
  Er moet binnen de Raad voor het Verbruik een unaniem standpunt bestaan over de collectieve consumentenovereenkomst, zowel om de onderhandelingen aan te vatten als om een overeenkomst te sluiten.
  Een specifieke cel wordt opgericht binnen het secretariaat van de Raad voor het Verbruik om het secretariaat van de collectieve consumentenovereenkomsten waar te nemen en om een register ervan bij te houden.
  Een huishoudelijk reglement legt de te volgen procedure vast, alsook het aanwezigheidsquorum binnen elke groep van de Raad voor het Verbruik om unanieme beslissingen te nemen. Het reglement moet worden goedgekeurd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.
  Art. VI. 120. De algemene contractuele voorwaarden die in de collectieve consumentenovereenkomsten zijn vastgesteld, moeten vooraf voor advies worden voorgelegd aan de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, die binnen de drie maanden haar advies uitbrengt. Eenmaal deze termijn is verstreken, kan de collectieve consumentenovereenkomst worden afgesloten.
  Art. VI. 121. De collectieve consumentenovereenkomst wordt door de minister overgemaakt aan de regering.
  Behoudens bezwaar door een lid van de regering binnen een termijn van 15 dagen wordt zij bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Ingeval van bezwaar van een lid wordt zij geagendeerd op de eerstvolgende ministerraad.
  Bij gebrek aan bekrachtiging door de ministerraad, vervalt de collectieve consumentenovereenkomst.
  Elke wijziging, verlenging of opzegging van een collectieve consumentenovereenkomst wordt voorgelegd aan de ministerraad, waarna deze wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Art. VI. 122. De ondertekenaars van en toetreders tot een collectieve consumentenovereenkomst waken over de correcte toepassing ervan.
  De collectieve consumentenovereenkomst voorziet in de wijze waarop de klachten van de consumenten worden behandeld.
  Het niet naleven van een collectieve consumentenovereenkomst door een onderneming kan worden beschouwd als een oneerlijke handelspraktijk jegens consumenten in de zin van titel IV, hoofdstuk 1.
  Art. VI. 123. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, op eenparig advies van de Raad voor het Verbruik aan een ganse sector de toepassing opleggen van een collectieve consumentenovereenkomst waarvan het toepassingsgebied nationaal is.
  TITEL 6. - Bijzondere regels inzake geregistreerde benamingen
  Art. VI. 124. § 1. Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen :
  a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten, of voor zover het gebruik van de benaming tot gevolg heeft dat van de reputatie van deze beschermde benaming wordt geprofiteerd;
  b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven, of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals "soort", "type", "methode", "op de wijze van", "imitatie" en dergelijke;
  c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product vermeld op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiėnt als die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
  d) elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
  Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een product dat als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat product niet beschouwd als strijdig met het eerste lid, a) of b).
  § 2. Geregistreerde benamingen mogen geen soortnamen worden.
  Art. VI. 125. Wanneer de rechter een inbreuk op de regels inzake geregistreerde benamingen vaststelt, beveelt hij tegenover elke inbreukmaker de staking ervan.
  De rechter kan eveneens een bevel tot staking uitvaardigen tegenover tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op de regels inzake geregistreerde benamingen te plegen.
  Art. VI. 126. § 1. Onverminderd de aan de benadeelde wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, kan de rechter, op vordering van de partij die een vordering inzake namaak kan instellen, de terugroeping uit het handelsverkeer, de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer of de vernietiging gelasten van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt.
  Deze maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de inbreukmaker, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
  Bij de beoordeling van een vordering als bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen, alsmede met de belangen van derden.
  § 2. Wanneer de rechter in de loop van een procedure een inbreuk vaststelt, kan hij, op verzoek van de partij die een vordering inzake namaak kan instellen, de inbreukmaker bevelen al hetgeen hem bekend is omtrent de herkomst en de distributiekanalen van de inbreukmakende goederen of diensten aan de partij die de vordering instelt mee te delen en haar alle daarop betrekking hebbende gegevens te verstrekken, voor zover die maatregel gerechtvaardigd en redelijk voorkomt.
  Eenzelfde bevel kan worden opgelegd aan de persoon die de inbreukmakende goederen op commerciėle schaal in zijn bezit heeft, de diensten waardoor een inbreuk wordt gemaakt op commerciėle schaal heeft gebruikt, of op commerciėle schaal diensten die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt, heeft verleend.
  § 3. De rechter kan bevelen dat zijn beslissing genomen in het kader van dit artikel en/of in het kader van artikel VI. 125, of de samenvatting die hij opstelt wordt aangeplakt tijdens de door hem bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de inrichtingen van de inbreukmaker en dat zijn beslissing of de samenvatting ervan in kranten of op enige andere wijze wordt bekendgemaakt, dit alles op kosten van de inbreukmaker.
  Art. VI. 127. § 1. De benadeelde heeft recht op de vergoeding van elke schade die hij door een inbreuk op artikel VI. 124 lijdt.
  § 2. Wanneer de omvang van de schade op geen andere wijze kan bepaald worden, kan de rechter de schadevergoeding in redelijkheid en billijkheid vaststellen op een forfaitair bedrag.
  De rechter kan bij wijze van schadevergoeding de afgifte bevelen aan de eiser van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt, en die nog in het bezit van de verweerder zijn. Indien de waarde van die goederen, materialen en werktuigen de omvang van de werkelijke schade overschrijdt, bepaalt de rechter de door de eiser te betalen opleg.
  In geval van kwade trouw kan de rechter bij wijze van schadevergoeding de afdracht bevelen van het geheel of een deel van de ten gevolge van de inbreuk genoten winst, alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Bij het bepalen van de af te dragen winst worden enkel de kosten in mindering gebracht die rechtstreeks verbonden zijn aan de betrokken inbreukactiviteiten.
  TITEL 7. - Slotbepalingen
  Art. VI. 128. De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van boek VI, titels 1, 2, 3, 4, hoofdstukken 1 en 3, en van titel 5, uit op de gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken.
  De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van boek VI, titel 4, hoofdstukken 2 en 4, uit op de gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economie en Middenstand.
  Wanneer maatregelen, te nemen ter uitvoering van boek VI betrekking hebben op de goederen of diensten waarvoor binnen het toepassingsgebied van de titels 1 tot 5 een regeling is getroffen of kan worden getroffen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken overeenkomstig het eerste en het tweede lid, moet in de aanhef van het besluit worden verwezen naar de instemming van de betrokken ministers. Die maatregelen worden desgevallend gezamenlijk door de betrokken ministers voorgesteld en door hen in onderlinge overeenstemming, ieder wat hem betreft, uitgevoerd.
  Zulks geldt eveneens wanneer, op het gebied van de titels 1 tot 5, maatregelen die moeten worden genomen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken, betrekking hebben op goederen of diensten waarvoor een regeling is getroffen of kan worden getroffen ter uitvoering van dit boek."

  Art. 4.In boek XV, titel 1, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 1. De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek VI
  Art. XV. 11. § 1. De inbreuken bedoeld in artikel XV.83, tweede lid, kunnen worden opgespoord en vastgesteld zowel door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2, als door die bedoeld in artikel 11 van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten.
  § 2. Wanneer inbreuken op de bepalingen van boek VI en zijn uitvoeringsbesluiten betrekking hebben op financiėle diensten, kunnen ze worden opgespoord en vastgesteld zowel door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 als door de FSMA voor wat betreft de ondernemingen die onder haar toezicht staan of waarvan de verrichtingen of producten onder haar toezicht staan.
  Voor doeleinden van het toezicht bedoeld in het eerste lid kan de FSMA de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in artikelen 34, § 1, 1°, a) en b), 36, 36bis en 37 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten.
  De Federale Overheidsdienst Economie en de FSMA brengen mekaar op de hoogte van de vaststellingen die zij doen en de maatregelen die zij treffen met betrekking tot inbreuken als bedoeld in het eerste lid.
  Art. XV. 12. § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 zijn eveneens bevoegd voor het opsporen en het vaststellen van de daden die, zonder strafbaar te zijn, het voorwerp kunnen zijn van een vordering tot staking op initiatief van de minister. De processen-verbaal welke daaromtrent worden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.
  § 2. In de uitoefening van hun ambt beschikken de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheden vermeld in artikel XV.3, 1°, 2° en 7°.
  Art. XV. 13. § 1. De ambtenaren hiertoe aangesteld door de in artikel XVII.9 bedoelde ministers zijn bevoegd voor het opsporen en het vaststellen van de inbreuken die het voorwerp kunnen zijn van de vordering bedoeld in artikel XVII.3. De processen-verbaal welke daaromtrent worden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.
  § 2. In de uitoefening van hun ambt beschikken de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheden vermeld in artikel XV.3, 1°, 2° en 7°.
  Art. XV. 14. Na kennisneming van de processen-verbaal opgemaakt op grond van artikel XV.2 en bij vaststelling van inbreuken op de bepalingen bedoeld in artikel XV.83, 7°, kan de onderzoeksrechter, middels een met redenen omklede beschikking, de communicatietechniek-exploitanten gelasten, indien deze daartoe in staat zijn, de terbeschikkingstelling van de communicatietechniek die door de overtreder is gebruikt om de inbreuk te plegen, op te schorten binnen de perken en voor de duur die hij bepaalt en die een maand niet kan overschrijden.
  De onderzoeksrechter kan een of meer keren de uitwerking van zijn beschikking verlengen; hij moet er een einde aan maken zodra de omstandigheden, die ze rechtvaardigden, verdwenen zijn.
  Art. XV. 15. Bij niet-naleving van de bepalingen van boek VI, titel 3, hoofdstuk 4, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV. 2 en de officieren van gerechtelijke politie een proces-verbaal opstellen. Een kopie van dit proces-verbaal wordt afgegeven of per aangetekende brief toegestuurd aan de organisator of zijn aangestelde.
  Voornoemde ambtenaren kunnen in dit geval ter plaatse mondeling verbieden tot de verkoop van de goederen opgenomen in het proces-verbaal over te gaan, of de stopzetting van deze verkoop bevelen.
  Zij kunnen overgaan tot de beslaglegging ten bewarende titel van de goederen die het voorwerp van de inbreuk uitmaken, overeenkomstig de bepalingen van artikel XV. 4.
  Art. XV. 16. De minister of de ambtenaar bedoeld in artikel XV.2 kan een onderneming vragen dat zij de bewijzen levert betreffende de materiėle juistheid van de feitelijke gegevens die zij meedeelt in het kader van een handelspraktijk.
  De onderneming moet binnen een termijn van maximum één maand het bewijs van de materiėle juistheid van die gegevens leveren.
  Wanneer de bewijzen vereist krachtens het eerste lid niet worden geleverd of onvoldoende worden geacht, kan de minister of de hiertoe aangestelde ambtenaar oordelen dat de handelspraktijk in strijd is met de bepalingen van boek VI, titel 4.

  Art. 5.In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 4. De straffen voor de inbreuken op boek VI
  Art. XV. 83. Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft, zij die de bepalingen overtreden :
  1° van de artikelen VI. 3 tot VI. 6 betreffende de prijsaanduiding en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI. 7;
  2° van artikel VI. 8 betreffende de benaming, de samenstelling en de etikettering van producten en ook van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI. 9 en VI. 10;
  3° van de artikelen VI. 11 tot VI. 15 betreffende de aanduiding van de hoeveelheid en van de besluiten ter uitvoering van artikel VI. 16;
  4° van de artikelen VI. 18 en VI. 19 betreffende de verwijzing naar de eigen voorheen toegepaste prijs en van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen VI. 20 en VI. 21;
  5° van de artikelen VI. 22 en VI. 23 betreffende de uitverkopen;
  6° [van de artikelen VI. 25 tot VI. 29] betreffende de opruimingen of solden en de sperperiode; <Erratum, B.St. 18-03-2014,p. 22132>
  7° van artikel VI. 39 betreffende het aan een consument ter ondertekening voorleggen van een wisselbrief;
  8° van de artikelen VI. 45 tot VI. 63 betreffende overeenkomsten op afstand;
  9° van de artikelen VI. 64 tot VI. 74 betreffende buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten;
  10° van artikel VI. 79 dat aan de ministeriėle ambtenaren, belast met de openbare verkopingen, de verplichting oplegt in bepaalde omstandigheden hun medewerking te weigeren;
  11° van de artikelen VI. 88 en VI. 89 betreffende de bestelbon en de bewijsstukken en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen VI. 88 en VI. 89;
  12° van de besluiten genomen in uitvoering van artikel VI. 118 betreffende de collectieve consumentenovereenkomsten;
  13° van de artikelen VI. 95, VI. 100 en VI. 103 betreffende de oneerlijke handelspraktijken jegens de consumenten met uitzondering van de artikelen VI. 100, 12°, 14°, 16° en 17°, en VI. 103, 1°, 2° en 8° ;
  14° van artikel VI. 107 betreffende het verbod van oneerlijke marktpraktijken om adverteerders te werven;
  15° van artikel VI. 108 betreffende de afgedwongen aankopen ten aanzien van ondernemingen;
  16° van artikelen VI. 110 tot VI. 115 betreffende de ongewenste communicaties;
  17° van de besluiten ter uitvoering van artikel VI. 1, § 2;
  18° van de verordeningen van de Europese Unie die bepalingen van boek VI of van zijn uitvoeringsbesluiten vervangen.
  Indien evenwel een inbreuk op de besluiten genomen in uitvoering van artikel VI. 9 eveneens een inbreuk inhoudt op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, zijn alleen de straffen voorzien in deze laatste wet van toepassing.
  Art. XV. 84. Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft, zij die te kwader trouw de bepalingen van boek VI van dit Wetboek overtreden, met uitzondering van die welke bedoeld zijn in de artikelen XV. 83, XV. 85, XV. 86 en XV. 126 en met uitzondering van de inbreuken bedoeld in artikel VI. 104.
  Art. XV. 85. Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft :
  1° zij die de beschikking niet naleven van een vonnis of een arrest gewezen krachtens artikel XVII. 1, als gevolg van een vordering tot staking;
  2° zij die opzettelijk, zelf of door een tussenpersoon, de aanplakbrieven, aangebracht met toepassing van de artikelen XVII. 5 en XV. 131, geheel of gedeeltelijk vernietigen, verbergen of verscheuren.
  Art. XV. 86. Met een sanctie van niveau 6 worden gestraft, zij die de artikelen VI. 100, 12°, 14°, 16° en 17°, en VI. 103, 1°, 2° en 8° betreffende de oneerlijke handelspraktijken en artikel VI. 109 overtreden.

  Art. 6. In artikel XV. 131 van het Wetboek van economisch recht wordt het woord "VI," ingevoegd tussen de woorden "boeken" en "VIII en IX".

  HOOFDSTUK III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen

  Art. 7. Artikel 45, § 1, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende :
  "7° bij te dragen tot de naleving van de bepalingen van boek VI van het Wetboek economisch recht en zijn uitvoeringsbesluiten die betrekking hebben op financiėle diensten als bedoeld in boek I van hetzelfde Wetboek door de ondernemingen die onder haar toezicht staan of waarvan de verrichtingen of producten onder haar toezicht staan."

  Art. 8. De wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, laatst gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt opgeheven, met uitzondering van de artikelen 110 tot 118.

  Art. 9.In artikel 69, derde lid, van de wet van 30 juli 2013 tot versterking van de bescherming van de afnemers van financiėle producten en diensten alsook van de bevoegdheden van de Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten en houdende diverse bepalingen (I) worden de woorden "1 januari 2014" vervangen door de woorden "30 april 2014".
  
  (NOTA : bij arrest nr 86/2015 van 11-06-2015 (B.St. 11-08-2015, p. 51007), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel met inwerkingtreding 21/12/2013 vernietigd)

  HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen

  Art. 10. De reglementaire bepalingen genomen in uitvoering van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken of van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument blijven van kracht totdat ze uitdrukkelijk worden opgeheven.
  De inbreuken op de bepalingen van de besluiten genomen ter uitvoering van de wet van 9 februari 1960 waarbij aan de Koning de toelating verleend wordt om het gebruik van de benamingen waaronder koopwaren in de handel gebracht worden, te regelen alsook van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken en van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig boeken XV en XVII van het Wetboek van economisch recht.

  HOOFDSTUK V. - Bevoegdheidstoewijzing

  Art. 11. De bestaande wetten en uitvoeringsbesluiten die verwijzen naar de bepalingen bedoeld in artikel8, worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.

  Art. 12. De Koning kan de verwijzingen in bestaande wetten en koninklijke besluiten naar de bepalingen bedoeld in artikel 8, en in voorkomend geval naar de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument en de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken,
  vervangen door verwijzingen naar de ermee overeenstemmende bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.

  Art. 13. De Koning kan de bepalingen van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet, coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  Daartoe kan Hij :
  1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering doen overeenstemmen;
  3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen.

  HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

  Art. 14.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van elke bepaling van deze wet en van elke bepaling ingevoegd door deze wet in het Wetboek van economisch recht.
  Artikel 9 treedt in werking de dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 31-05-2014 door KB 2014-03-28/26, art. 1)
  

  BIJLAGEN.

  Art. N1.Bijlage 1. - MODELINSTRUCTIES VOOR HERROEPING
  Herroepingsrecht
  U heeft het recht om binnen een termijn van 14 dagen zonder opgave van redenen de overeenkomst te herroepen.
  De herroepingstermijn verstrijkt 14 dagen na de dag (1).
  Om het herroepingsrecht uit te oefenen, moet u ons (2) via een ondubbelzinnige verklaring (bv. schriftelijk per post, fax of e-mail) op de hoogte stellen van uw beslissing de overeenkomst te herroepen. U kunt hiervoor gebruikmaken van het bijgevoegde modelformulier voor herroeping, maar bent hiertoe niet verplicht (3).
  Om de herroepingstermijn na te leven volstaat het om uw mededeling betreffende uw uitoefening van het herroepingsrecht te verzenden voordat de herroepingstermijn is verstreken.
  1. Gevolgen van de herroeping
  Als u de overeenkomst herroept, ontvangt u alle betalingen die u tot op dat moment heeft gedaan, inclusief leveringskosten (met uitzondering van eventuele extra kosten ten gevolge van uw keuze voor een andere wijze van levering dan de door ons geboden goedkoopste standaard levering) onverwijld en in ieder geval niet later dan 14 dagen nadat wij op de hoogte zijn gesteld van uw beslissing de overeenkomst te herroepen, van ons terug. Wij betalen u terug met hetzelfde betaalmiddel als waarmee u de oorspronkelijke transactie heeft verricht, tenzij u uitdrukkelijk anderszins heeft ingestemd; in ieder geval zullen u voor zulke terugbetaling geen kosten in rekening worden gebracht (4).
  (5)
  (6)
  2. Instructies voor het invullen van het formulier
  (1) Voeg hier één van de volgende tussen aanhalingstekens vermelde tekst in :
  a) in geval van dienstenovereenkomsten of overeenkomsten voor de levering van water, gas of elektriciteit, voor zover deze niet in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid gereed voor verkoop zijn gemaakt, van stadsverwarming of van digitale inhoud die niet op een materiėle drager is geleverd : "van de sluiting van de overeenkomst";
  b) voor verkoopovereenkomsten : "waarop u of een door u aangewezen derde, die niet de vervoerder is, het goed fysiek in bezit krijgt.";
  c) voor overeenkomsten waarbij de consument in dezelfde bestelling meerdere goederen heeft besteld die afzonderlijk worden geleverd : "waarop u of een door u aangewezen derde, die niet de vervoerder is, het laatste goed fysiek in bezit krijgt.";
  d) voor overeenkomsten betreffende de levering van een goed bestaat uit verschillende zendingen of onderdelen : "waarop u of een door u aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de laatste zending of het laatste onderdeel fysiek in bezit krijgt.";
  e) voor overeenkomsten betreffende regelmatige levering van goederen gedurende een bepaalde periode : "waarop u of een door u aangewezen derde, die niet de vervoerder is, het eerste goed fysiek in bezit krijgt.".
  (2) Vul hier uw naam, woonadres en, indien mogelijk, uw telefoonnummer, fax en e-mailadres in.
  (3) Indien u de consument de mogelijkheid biedt informatie over de herroeping van de overeenkomst elektronisch via uw website in te vullen en toe te zenden, dient u onderstaande tekst in te voegen : "U kunt het modelformulier voor herroeping of een andere duidelijk geformuleerde verklaring ook elektronisch invullen en opsturen via onze website [webadres invullen]. Als u van deze mogelijkheid gebruik maakt zullen wij u onverwijld op een duurzame gegevensdrager (bijvoorbeeld per e-mail) een ontvangstbevestiging van uw herroeping sturen".
  (4) Voor verkoopovereenkomsten waarbij u niet heeft aangeboden in geval van herroeping de goederen zelf af te halen, dient u onderstaande tekst in te voegen : "Wij mogen wachten met terugbetaling tot wij de goederen hebben teruggekregen, of u heeft aangetoond dat u de goederen heeft teruggezonden, al naar gelang welk tijdstip eerst valt.".
  (5) Indien de consument goederen heeft ontvangen in verband met de overeenkomst :
  a) voeg in :
  - "Wij zullen de goederen afhalen.", of
  - "U dient de goederen onverwijld, doch in ieder geval niet later dan 14 dagen na de dag waarop u het besluit de overeenkomst te herroepen aan ons heeft medegedeeld, aan ons of aan ... [naam en, indien van toepassing, het adres van de persoon die door u gemachtigd is om de goederen in ontvangst te nemen terug te zenden of te overhandigen. U bent op tijd als u de goederen terugstuurt voordat de termijn van 14 dagen is verstreken.";
  b) voeg in :
  - "Wij zullen de kosten van het terugzenden van de goederen voor onze rekening nemen.";
  - "De directe kosten van het terugzenden van de goederen komen voor uw rekening.";
  - Als u in het geval van een overeenkomst op afstand niet aanbiedt de kosten van het terugzenden van de goederen voor uw rekening te nemen, en de goederen door hun aard niet op normale wijze via de post teruggezonden kunnen worden : "De directe kosten van het terugzenden van de goederen, ... EUR [vul het bedrag in] komen voor uw rekening."; of indien de kosten van het terugzenden van de goederen redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend : "De directe kosten van het terugzenden van de goederen komen voor uw rekening. De kosten worden geraamd op een maximum van ongeveer ... EUR [vul het bedrag in].", of
  - Indien bij een buiten de verkoopruimten gesloten overeenkomst de goederen door hun aard niet op normale wijze via de post teruggezonden kunnen worden en ten tijde van de sluiting van de overeenkomst aan het huisadres van de consument zijn bezorgd : "Wij zullen de goederen op onze kosten bij u afhalen.", en
  c) voeg in : "U bent alleen aansprakelijk voor de waardevermindering van de goederen die het gevolg is van het gebruik van de goederen, dat verder gaat dan nodig is om de aard, de kenmerken en [de werking] van de goederen vast te stellen.". <Erratum, B.St. 18-03-2014,p. 22132>
  (6) In geval van een overeenkomst voor de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, voor zover deze niet in beperkte volumes of in een welbepaalde hoeveelheid gereed voor verkoop zijn gemaakt, of van stadsverwarming, voeg de volgende tekst in : "Als u heeft verzocht om de verrichting van diensten of de levering van water/gas/elektriciteit/stadsverwarming [doorhalen wat niet van toepassing is] te laten beginnen tijdens de herroepingstermijn, betaalt u een bedrag dat evenredig is aan hetgeen op het moment dat u ons ervan in kennis heeft gesteld dat u de overeenkomst herroept reeds geleverd is, vergeleken met de volledige uitvoering van de overeenkomst.""
  

  Art. N2. Bijlage 2. - MODELFORMULIER VOOR HERROEPING
  (dit formulier alleen invullen en terugzenden als u de overeenkomst wilt herroepen)
  - Aan [hier dient de handelaar zijn naam, adres en, indien van toepassing, zijn fax en e-mailadres in te vullen :
  - Ik/Wij (*) deel/delen (*) u hierbij mede dat ik/wij (*) onze overeenkomst betreffende de verkoop van de volgende goederen/levering van de volgende dienst (*) herroep/herroepen (*)
  - Besteld op (*)/Ontvangen op (*)
  - Naam/Namen consument(en)
  - Adres consument(en)
  - Handtekening van consument(en) (alleen wanneer dit formulier op papier wordt ingediend)
  - Datum
  (*) Doorhalen wat niet van toepassing is."

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 december 2013.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie en Consumenten,
J. VANDE LANOTTE
De minister van Financiėn,
K. GEENS
De Minister van Middenstand, K.M.O.'s en Zelfstandigen,
Mevr. Sabine LARUELLE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Errata Tekst Begin

originele versie
2014011023
PUBLICATIE :
2014-01-20
bladzijde : 4068

Erratum


originele versie
2014011169
PUBLICATIE :
2014-03-18
bladzijde : 22131

Errata


Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 11-06-2015 GEPUBL. OP 11-08-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 9)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-3018 - 2012/2013 : Nr. 1 : Wetsontwerp. 53-3018 - 2013/2014 : Nrs. 2 en 3 : Amendementen. Nr. 4 : Verslag. Nr. 5 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. - Integraal Verslag : 28 november 2013. - Stukken van de Senaat : 5-2361 - 2013/2014 : Nr. 1 : Ontwerp geėvoceerd door de Senaat. - Nr. 2 : Amendementen. - Nr. 3 : Verslag. - Nr. 4 : Beslissing om niet te amenderen. - Handelingen van de Senaat : 12 december 2013.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
    Errata Franstalige versie