J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2013/11/26/2013011622/justel

Titel
26 NOVEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende satellietgrondstations en tot opheffing van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 12-12-2013 nummer :   2013011622 bladzijde : 98316       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-11-26/08
Inwerkingtreding : 22-12-2013

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1999014162        1998014114       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende satellietgrondstations
Art. 1-13
HOOFDSTUK 2. - Opheffingsbepaling
Art. 14
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Art. 15
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende satellietgrondstations

  Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende satellietgrondstations, gewijzigd door het koninklijk besluit van 2 februari 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 2° worden de woorden "die voorgeschreven is bij artikel 3, § 1 van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving" vervangen door de woorden "die is afgegeven door het Instituut op basis van artikel 4 van dit besluit";
  2° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
  " 3° satellietgrondstation : radiocommunicatiestation bestemd om te communiceren met een of meer ruimtestations; ";
  3° de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt :
  "11° ruimtestation : radiocommunicatiestation dat geplaatst is op een voorwerp dat zich verder dan het voornaamste deel van de aardatmosfeer bevindt, dat bestemd is om daar te gaan of dat daar is gegaan; ";
  4° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 13° tot 18°, luidende :
  "13° ECO : "European Communications Office", het permanente bureau van de CEPT;
  14° ECC/DEC/(05)09 : besluit van de CEPT, geheten "ECC Decision of 24 June 2005 on the free circulation and use of Earth Stations on board Vessels operating in Fixed Satellite service networks in the frequency bands 5925-6425 MHz (Earth-to-space) and 3700-4200 MHz (space-to-Earth)", aangenomen te Reykjavik op 24 juni 2005;
  15° ECC/DEC/(05)10 : besluit van de CEPT, geheten "ECC Decision of 24 June 2005 on the free circulation and use of Earth Stations on board Vessels operating in fixed satellite service networks in the frequency bands 14-14.5 GHz (Earth-to-space), 10.7-11.7 GHz (space-to-Earth) and 12.5-12.75 GHz (space-to-Earth)", aangenomen te Reykjavik op 24 juni 2005;
  16° ECC/DEC/(05)11 : besluit van de CEPT, geheten "ECC Decision of 24 June 2005 on the free circulation and use of Aircraft Earth Stations (AES) in the frequency bands 14-14.5 GHz (Earth-to-space), 10.7-11.7 GHz (space-to-Earth) and 12.5-12.75 GHz (space-to-Earth)", aangenomen te Reykjavik op 24 juni 2005;
  17° ECC/DEC/(13)01 : besluit van de CEPT, geheten "ECC Decision on the harmonized use, free circulation and exemption from individual licensing of Earth Stations On Mobile Platforms (ESOMPs) within the frequency bands 17.3-20.2 GHz and 27.5-30.0 GHz", aangenomen te Bratislava op 8 maart 2013;
  18° COSPAS-SARSAT-systeem : internationaal systeem van radiobakens voor plaatsbepaling van rampen per satelliet.".

  Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid, 2°, wordt opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.

  Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 3. § 1. Voor de volgende satellietgrondstations is de vergunning bedoeld in artikel 39, § 1, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie niet vereist.
  § 2. Er wordt geen enkele bescherming tegen storingen in verband met andere radiocommunicatiestations geboden aan de satellietgrondstations opgenomen in de bijlage.
  Een verzoek om bescherming van een vast satellietgrondstation kan worden ingediend tegen een storing die verband houdt met andere radiocommunicatiestations dan de satellietgrondstations. Dit verzoek noodzaakt de verlening van een vergunning op basis van artikel 4.".

  Art. 4. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  " 1° de naam, het adres van de aanvrager, natuurlijke persoon of rechtspersoon; ";
  b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  "2° de datum en de handtekening van de natuurlijke persoon, van de vertegenwoordiger van de rechtspersoon, of van de gemachtigde van deze persoon. De vertegenwoordiger van een rechtspersoon maakt zijn hoedanigheid bekend en bewijst zijn bevoegdheid. De gemachtigde legt de volmacht die hij gekregen heeft, over.";
  c) de bepalingen onder 3°, 4° en 6° worden opgeheven;
  d) in de bepaling onder 5° wordt het woord " 5° " vervangen door het woord " 3° ";
  2° in paragraaf 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden " de Europese Gemeenschap " worden vervangen door de woorden " de Europese Unie ";
  b) de paragraaf wordt aangevuld met de woorden " of van elke andere overeenkomst die de Europese Unie verbindt ";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Het Instituut beslist over de aanvraag van een vergunning binnen zes weken na de ontvangst van de volledige aanvraag.
  Een aanvraag is volledig wanneer zij de informatie bevat vermeld in paragraaf 1 van dit artikel en wanneer aan de voorwaarden vermeld in artikel 5, § 1, is voldaan.
  Het Instituut kan de aanvraag van een vergunning afwijzen in de volgende gevallen :
  1° een vergunning van de aanvrager is geschorst of ingetrokken om de redenen die vermeld zijn in artikel 8;
  2° de aanvrager heeft verzuimd een bedrag dat overeenkomstig hoofdstuk IV aan het Instituut verschuldigd is, geheel of gedeeltelijk te betalen.
  De termijn van zes weken kan worden verlengd met vijf maanden indien voor het grondstation een frequentiecoördinatie nodig is. Een bijkomende termijn kan worden opgelegd door het Instituut in geval van problemen bij de coördinatie. In dat geval wordt een voorlopige vergunning opgesteld. ".

  Art. 5. In artikel 5, § 1, 1°, van datzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 2 februari 2005, wordt de zin " De operatoren en aanbieders van openbare telecommunicatiediensten publiceren de exacte en passende technische specificaties van hun interfaces in overeenstemming met artikel 92quater van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. " opgeheven.

  Art. 6. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " en staat van kenmerkende gegevens of van een eensluidend verklaard afschrift van die bescheiden " opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden " Die documenten moeten worden getoond " vervangen door de woorden " Dit document moet worden getoond ".

  Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen (Justel leest "aangevuld") als volgt :
  " Wanneer het Instituut voornemens is de vergunning te schorsen, wordt de gebruiker van de vergunning door het Instituut gehoord, tenzij een onmiddellijke schorsing gerechtvaardigd is door bijvoorbeeld hoogdringendheid of wanneer de feiten onweerlegbaar zijn. ";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " De gebruiker van wie de vergunning werd geschorst, wordt door het Instituut gehoord. Het Instituut kan beslissen om de schorsing op te heffen, de schorsing te bekrachtigen voor een bepaalde duur of de vergunning in te trekken. ";
  3° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  " noch de intrekking van de verschuldigde rechten ";
  4° het artikel wordt aangevuld met een lid luidend als volgt :
  "De verdere regels voor controle worden uitgevoerd conform de bepalingen inzake controle vastgelegd in het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen.".

  Art. 8. In datzelfde besluit wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 8/1. Het houden en het verhandelen van radiocommunicatieapparatuur gebruikt voor de satellietgrondstations worden onderworpen aan de voorwaarden vastgelegd in het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netwerken en netten met gedeelde middelen. ".

  Art. 9. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "100 euro per PLB" worden geschrapt;
  2° het artikel wordt aangevuld met vier leden, luidende :
  " Elke aanpassing van de vergunning door het Instituut houdt de betaling van halve dossierkosten in.
  Wanneer een aanvraag wordt ingediend minder dan twintig werkdagen voor de gewenste datum van indienstneming, worden de dossierrechten verhoogd met 50 %. Wanneer een aanvraag wordt ingediend minder dan vijf werkdagen voor de gewenste datum van indienstneming, worden de dossierrechten verdubbeld.
  In het geval van tijdelijke vergunningen worden de termijnen respectievelijk vastgelegd op vijf en twee werkdagen.
  De beschouwde datum is deze van de poststempel in geval van een aanvraag via brief en de datum van ontvangst door het Instituut in geval van een aanvraag via fax of e-mail. ".

  Art. 10. In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt opgeheven;
  2° in de bepaling onder 2° wordt het woord " 2° " vervangen door het woord " 1° ";
  3° in de bepaling onder 3° wordt het woord " 3° " vervangen door het woord " 2° " en het woord " totale " door het woord " maximale ".

  Art. 11. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, eerste zin, wordt het woord " 1996 " vervangen door het woord " 2006 ";
  2° in het tweede lid wordt de zin " Na de toepassing van de coëfficiënt worden de in artikel 12 vermelde bedragen afgerond tot de hogere euro, de in artikel 13 vermelde bedragen worden afgerond tot het hogere veelvoud van 12 cent. " opgeheven.

  Art. 12. In datzelfde besluit wordt een artikel 14/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 14/1. De rechten waarin artikel 12 en artikel 13 voorzien zijn niet verschuldigd voor satellietgrondstations die in dienst worden gesteld door :
  1° de openbare radio- en televisieomroepdiensten voor de behoeften van hun uitzendingen;
  2° de meteorologische dienst per satelliet;
  3° het Europees Ruimteagentschap voor het volgen en de controle van de satellieten;
  4° de volg- en controlestations van het Europese plaatsbepalingssysteem GALILEO. ".

  Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een bijlage ingevoegd die wordt bijgevoegd als bijlage bij dit besluit.

  HOOFDSTUK 2. - Opheffingsbepaling

  Art. 14. Het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

  Art. 15. De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 26 november 2013.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie,
  J. VANDE LANOTTE

  BIJLAGE.

  Art. N. Soorten satellietgrondstations waarvoor geen vergunning vereist is zoals bedoeld in artikel 39, § 1, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
  Artikel 1. Enig artikel. Voor de volgende satellietgrondstations is geen vergunning vereist zoals bedoeld in artikel 39, § 1, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie :
  1° de radiobakens voor plaatsbepaling per satelliet van rampen geregistreerd in het COSPAS-SARSAT-systeem;
  2° de grondstations die louter kunnen ontvangen;
  3° de vaste grondstations die werken in de frequentiebanden 14,00 - 14,25 GHz of 29,50-30,00 GHz voor de transmissie, en in de frequentiebanden 10,70 - 12,75 GHz of 19,7 - 20,2 GHz voor de ontvangst :
  a) met een EIUV van maximaal 34 dBW;
  b) met een EIUV tussen 34 en 50 dBW en gebruikt op meer dan 500 m van de grenzen van een luchthaven of vliegveld;
  c) met een EIUV tussen 50 en 55,3 dBW en gebruikt op meer dan 1 800 m van de grenzen van een luchthaven of vliegveld;
  d) met een EIUV tussen 55,3 en 57 dBW en gebruikt op meer dan 2 300 m van de grenzen van een luchthaven of vliegveld;
  e) met een EIUV tussen 57 en 60 dBW en gebruikt op meer dan 3 500 m van de grenzen van een luchthaven of vliegveld;
  4° de satellietgrondstations aan boord van vaartuigen die werken in de frequentiebanden 5925-6425 MHz voor de transmissie en in de frequentiebanden 3700-4200 MHz voor de ontvangst, en die werken in een satellietnetwerk dat werd gemeld aan het ECO conform het besluit ECC/DEC/(05)09 van de CEPT;
  5° de satellietgrondstations aan boord van vaartuigen met een antenne die een diameter heeft van meer dan 60 cm en die werken in de frequentiebanden 14,00-14,25 GHz voor de transmissie en in de frequentiebanden 10,70-11,70 GHz of 12,50-12,75 GHz voor de ontvangst, en die werken in een satellietnetwerk dat werd gemeld aan het ECO conform het besluit ECC/DEC/(05)10 van de CEPT;
  6° de satellietgrondstations aan boord van luchtvaartuigen die werken in de 14,00 - 14,50 GHz-band voor de transmissie en in de 10,70 - 11,70 GHz of 12,50 - 12,75 GHz-banden voor de ontvangst :
  a) met een EIUV lager dan of gelijk aan 50 dBW; en
  b) toegestaan in het land waarin het luchtvaartuig is ingeschreven; en
  c) conform de aanbeveling UIT-R M.1643 van de Internationale Telecommunicatie Unie - afdeling Radiocommunicatie; en
  d) die werden gemeld aan het ECO conform het besluit ECC/DEC/(05)11 van de CEPT;
  7° de satellietgrondstations die enkel uitzenden en die werken in de frequentiebanden 1613,8-1626,5 MHz :
  a) met een EIUV lager dan of gelijk aan 30 dBm; en
  b) conform 5.364 van het Radioreglement; en
  c) waarvoor de ratio van de tijd gedurende eender welke periode van een uur, tijdens dewelke het toestel actief uitzendt, niet groter is dan 1%; en
  d) conform tabel 1 van bijlage 1 bij de aanbeveling UIT-R M.1343-1 van de Internationale Telecommunicatie Unie - afdeling Radiocommunicatie;
  8° de satellietgrondstations die tegelijk uitzenden en ontvangen, met uitzondering van de vaste stations aan boord van vaartuigen of luchtvaartuigen, die worden gecontroleerd door een satellietnetwerk en werken in de volgende frequentiebanden :
  a) 1518-1525 MHz voor de ontvangst;
  b) 1525-1544 MHz voor de ontvangst;
  c) 1545-1559 MHz voor de ontvangst;
  d) 1610-1626,5 MHz voor de transmissie;
  e) 1613,8-1626,5 MHz voor de ontvangst;
  f) 1626,5-1645,5 MHz voor de transmissie;
  g) 1645,5-1660,5 MHz voor de transmissie;
  h) 1670-1675 MHz voor de transmissie;
  i) 1980-2010 MHz voor de transmissie;
  j) 2170-2200 MHz voor de ontvangst;
  k) 2483,5-2.500 MHz voor de ontvangst;
  9° de satellietgrondstations aan boord van mobiele platformen die werken in de frequentiebanden 28,4445-28,9485 GHz of 29,4525-30,0000 GHz voor de transmissie, en in de frequentieband 17,3-20,2 GHz voor de ontvangst, conform de bijlagen 1 tot 4 van het besluit ECC/DEC/(13)01 van de CEPT;
  10° de satellietgrondstations in dienst gesteld door het Instituut voor de uitbating van zijn diensten;
  11° de satellietgrondstations van het wereldwijde nood- en veiligheidssysteem aan boord van vaartuigen of luchtvaartuigen van buitenlandse nationaliteit die :
  a) hernomen zijn op de vergunning voor het vaartuig- of luchtvaartuigstation uitgereikt door de overheid van het land waaronder het vaartuig of luchtvaartuig ressorteert;
  b) conform zijn met het door het Instituut gepubliceerde frequentieplan.
  
  Gezien om gevoegd te worden bij ons koninklijk besluit van 26 november 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations en tot opheffing van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie,
  J. VANDE LANOTTE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 14, eerste lid, artikel 39, § 2 en § 3 gewijzigd door de wet van 20 juli 2006, artikel 42, § 6, artikel 43, eerste lid, gewijzigd door de wet van 25 april 2007;
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende satellietgrondstations;
   Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten;
   Gelet op het voorstel van 3 april 2013 van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;
   Gelet op de notificatie van 9 april 2013 aan de Europese Commissie gedaan in toepassing van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998 en bij Richtlijn 2006/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2006;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 1 juli 2013;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 16 juli 2013;
   Gelet op de raadpleging van 17 juli tot 2 september 2013 van het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie;
   Gelet op de akkoordbevinding van het Overlegcomité van 18 september 2013;
   Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren;
   Gelet op advies 54.177/4 van de Raad van State, gegeven op 21 oktober 2013 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van Onze Minister van Economie en op het advies van onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Algemeen
   Dit koninklijk besluit streeft twee afzonderlijke doelstellingen na, vastgelegd in twee hoofdstukken.
   Enerzijds wijzigt het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende satellietgrondstations dat de algemene regels voor toekenning van de vergunningen voor satellietgrondstations vastlegt alsook de gevallen waarvoor geen vergunningen zijn vereist.
   Dit besluit is inderdaad niet meer gewijzigd sinds de aanneming van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. Het werd enkel aangepast via een besluit van 2 februari 2005. Bepaalde wetgevende verwijzingen zijn dan ook intussen achterhaald en moeten worden vervangen om de update en leesbaarheid van het besluit te garanderen.
   Bovendien bestaat de trend in Europa erin om alle satellietgrondstations waarvoor geen coördinatie nodig is met de grondstations vrij te stellen van vergunningsplicht.
   Sinds 2005 werden verscheidene besluiten van de Europese Conferentie van de Administraties van Post en Telecommunicatie (de CEPT) aangenomen. Deze beogen de vrijstelling van vergunning voor bepaalde categorieën van satellietgrondstations. De regelgeving wordt dus aangepast om rekening te houden met de voormelde besluiten.
   Het begrip van het satellietgrondstation wordt vervolgens vereenvoudigd. Het betreft immers een radiocommunicatiestation zoals gedefinieerd in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, maar met een bijzondere bestemming, namelijk communiceren met een of meer ruimtestations. Ook het begrip van ruimtestations wordt gedefinieerd.
   De definities omvatten voortaan ook een verwijzing naar het COSPAS-SARSAT-systeem dat het mogelijk maakt om noodbakens te registreren en te lokaliseren via satelliet.
   Naast de aanpassingen van de definities wordt de lijst van organisaties waarop dit besluit niet van toepassing is, bijgewerkt.
   Bovendien wordt het stelsel van vrijstellingen van vergunning bijgewerkt aan de hand van een bijlage die de diverse gevallen van vrijstellingen opsomt.
   Er dient inderdaad een regelgevingsstelsel te worden verzekerd voor het houden en verhandelen van radiocommunicatieapparatuur dat identiek is aan dat waarin het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen voorziet.
   Aldus worden de nadere regels inzake de controle door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna "het BIPT") afgestemd op het systeem vastgelegd in het besluit van 18 december 2009, alsook de procedure die moet worden gevolgd om een vergunning te krijgen, de voorwaarden die moeten worden nageleefd om die vergunning te krijgen en de nadere betalingsvoorwaarden voor de rechten.
   Anderzijds heeft dit besluit tot doel de opheffing van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten, dat intussen achterhaald is.
   De mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten, vastgelegd in het voormelde besluit bestaan in gelijkaardige diensten als deze aangeboden door de mobiele operatoren, al was het maar dat ze worden aangeboden vanaf een satellietconstellatie.
   In de jaren 90 hebben verscheidene persoonlijke satellietcommunicatiesystemen het daglicht gezien (bijvoorbeeld Iridium, Globalstar of ICO).
   Zo werden in 2000 verscheidene vergunningen toegekend voor dergelijke systemen op basis van het koninklijk besluit van 7 mei 1999.
   Toch hebben deze systemen nooit het verhoopte succes gekend en werden alle vergunningen reeds lang ingetrokken.
   Aangezien momenteel geen enkel systeem nog vergund is krachtens het koninklijk besluit van 7 mei 1999, is dit besluit niet langer relevant.
   Een openbare raadpleging betreffende dit ontwerp van besluit werd georganiseerd van 5 april tot 6 mei 2013 op verzoek van de Minister van Economie.
   Het advies 54.177/4 van de Raad van State, gegeven op 21 oktober 2013, werd integraal gevolgd.
   Er werd een voorafgaand onderzoek van de noodzaak om over te gaan tot een impactanalyse in de zin van artikel 19/1 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling uitgevoerd. Naar deze voorafgaande vormvereiste werd bovendien verwezen in de aanhef van het ontwerp.
   De beslissingen van de CEPT zijn gratis beschikbaar op de internetsite van deze organisatie : " http://www.cept.org ".
   Artikelsgewijze bespreking
   HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations
   Artikel 1
   Het begrip van vergunning wordt aangepast teneinde rekening te houden met de wetgevende evolutie aangezien de wet van 30 juli 1979 betreffende de radiowetgeving werd opgeheven door de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. De nieuwe juridische grondslagen berusten op artikel 39, § 2 en § 3, van de voormelde wet van 13 juni 2005.
   De definitie van satellietgrondstation wordt bovendien vereenvoudigd aangezien dit in werkelijkheid een bijzonder type van radiocommunicatiestation vormt zoals bepaald in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, dat is bestemd om te communiceren met een of meer ruimtestations.
   Het begrip van satellietruimtestation wordt eveneens ingevoerd in 11°. Het vervangt de afkorting PLB die wordt opgeheven. Het is immers eenvoudiger om te verwijzen naar persoonlijke radiobakens voor plaatsbepaling, een begrip dat de andere soorten van radiobakens die worden gebruikt in de scheepvaart of in de luchtvaartsector uitsluit, tegenover een Engels acroniem dat enkel gekend is door specialisten ter zake.
   De afkorting " ECO " wordt ingevoerd aangezien dit permanente bureau van de CEPT de kennisgevingen registreert.
   Bovendien verwijst het naar bepaalde besluiten die de CEPT heeft aangenomen en die voorzien in een vrijstelling van het vergunningsstelsel.
   Ten slotte wordt het " COSPAS SARSAT "-systeem gedefinieerd. Dit systeem voor waarschuwingen en plaatsbepaling van noodbakens wordt meer bepaald gebruikt door de bevoegde autoriteiten op het vlak van openbare veiligheid. Het bestaat in het lokaliseren via satelliet van de plaats waaruit een noodbericht wordt verstuurd door een baken. Het wordt vermeld in de bijlage en geniet een vrijstelling van de verplichting om een voorafgaande vergunning te verkrijgen.
   Artikel 2
   Artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations voorziet in verscheidene vrijstellingen. Voortaan worden enkel de satellietgrondstations vrijgesteld die werden in dienst gesteld door de diensten die afhangen van de Minister van Landsverdediging, de NAVO en de geallieerde strijdkrachten met militaire doeleinden en teneinde de openbare veiligheid te garanderen. Bijgevolg zijn de openbare radio-omroepdiensten voor de behoeften van hun uitzendingen, het BIPT voor de uitbating van zijn diensten, de meteorologische dienst per satelliet en het Europees Ruimteagentschap voor het volgen en de controle van de satellieten onderworpen aan de vergunningsplicht. In het nieuwe artikel 14/1 worden ze echter vrijgesteld van de verplichting om een administratief recht te betalen.
   Artikel 3
   Dit artikel vervangt het oude artikel 3 over de vrijstellingen van vergunningen door een verwijzing naar een bijlage die deze laatste bijwerkt conform de meest recente aanbevelingen en besluiten van de CEPT.
   Sinds 2005 heeft de CEPT verscheidene besluiten aangenomen die bedoeld zijn om bepaalde categorieën van satellietgrondstations vrij te stellen van vergunning.
   De volgende besluiten van de CEPT werden aldus niet uitgevoerd in België :
   - ECC/DEC/(05)09
   - ECC/DEC/(05)10
   - ECC/DEC/(05)11
   - ECC/DEC/(06)02
   - ECC/DEC/(06)03
   - ECC/DEC/(07)04
   - ECC/DEC/(07)05
   - ECC/DEC/(09)04
   - ECC/DEC/(12)01
   - ECC/DEC/(13)01
   Bepaalde aanbevelingen en besluiten van de CEPT, die aan de basis lagen van de door het koninklijk besluit van 2 februari 2005 aangebrachte wijzigingen aan het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations, zijn daarentegen vandaag achterhaald.
   Ten slotte genieten de bakens die zijn geregistreerd in het COSPAS-SARSAT-systeem vrijstelling van vergunning. Teneinde de leesbaarheid van de tekst te garanderen, worden de vrijstellingen voortaan opgenomen in een bijlage bij het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations.
   Artikel 4
   Dit artikel wijzigt artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations teneinde de procedure voor aanvraag van vergunning te uniformiseren ten aanzien van deze ingevoerd door het voormelde koninklijk besluit van 18 december 2009. Aldus wordt paragraaf 1, 6°, opgeheven omdat een factuur kan worden verstuurd nadat een vergunning werd uitgereikt.
   Paragraaf 2 wordt overigens vervolledigd om aanvragen om vergunningen vanwege personen uit landen buiten de Europese Unie te kunnen toestaan.
   Paragraaf 3 wordt gewijzigd teneinde de nadere bepalingen en procedurele termijnen bij het BIPT voor een vergunningsaanvraag te preciseren.
   Artikel 5
   Dit artikel wijzigt artikel 5, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations. Aangezien de verplichting om technische specificaties voor interfaces te publiceren indruist tegen het beginsel van technologische neutraliteit, is de tweede zin achterhaald en wordt deze dus geschrapt.
   Artikel 6
   Dit artikel wijzigt artikel 7 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations omdat tijdens de controles enkel de vergunning betrekking moet hebben op het satellietgrondstation.
   Artikel 7
   Dit artikel wijzigt artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations teneinde een overeenstemming te garanderen tussen de voorwaarden vastgelegd in dit besluit inzake controle en deze vastgelegd in het voormelde koninklijk besluit van 18 december 2009, dat zich schikt naar artikel 25 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
   Artikel 8
   Dit artikel voegt in het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations een nieuw artikel 8/1 in betreffende het houden en verhandelen van radiocommunicatieapparatuur. Om te zorgen voor een coherent reglementair stelsel hanteert dit artikel dan ook een verwijzing naar het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen, dat reeds voorziet in de voorwaarden voor het houden en verhandelen van radiocommunicatieapparatuur.
   Artikel 9
   Dit artikel schrapt in artikel 12 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations een verwijzing naar "PLB" aangezien de afkorting wordt geschrapt en geregistreerde persoonlijke noodbakens vrijgesteld zijn van een vergunning. Ten behoeve van de overeenstemming met het koninklijk besluit van 18 december 2009 wordt het artikel bovendien aangevuld met de hypothese van een aanpassing van de vergunning door het Instituut en door een verhoging van de dossierrechten in geval van laattijdige aanvragen of aanvragen die extreem laat worden ingediend.
   Artikel 10
   Dit artikel wijzigt artikel 13 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations opdat het BIPT in sommige gevallen een maandelijkse tarifering kan aanvaarden volgens de maximale bandbreedte die daadwerkelijk door het grondstation wordt gebruikt. Om alle verwarring te vermijden, vervangt het woord " maximale " daarom het woord " totale ".
   De afronding wordt afgeschaft om te zorgen voor de uniformiteit tussen het onderhavige besluit en het besluit van 18 december 2009.
   Artikel 11
   Dit artikel wijzigt artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations om de coherentie met het koninklijk besluit van 18 december 2009 te garanderen.
   Artikel 12
   Dit artikel voegt een nieuw artikel 14/1 in het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations in, waarin de vroegere begunstigden van een stelsel van vrijstelling van vergunning worden vermeld. Voortaan zijn de openbare radio- en televisieomroepdiensten voor de behoeften van hun uitzendingen, de meteorologische dienst per satelliet en het Europees Ruimteagentschap voor het volgen en de controle van de satellieten onderworpen aan een vergunning, maar ze genieten een vrijstelling van betaling van de rechten. Op die manier kan de vrijstelling van de openbare radio- en televisieomroepdiensten worden afgestemd op het systeem van vrijstelling dat al voor deze openbare diensten vastgesteld was door het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen.
   Om een daadwerkelijke controle van de stations mogelijk te maken zijn de meteorologische dienst per satelliet en het Europees Ruimteagentschap ook verplicht om een vergunning aan te vragen.
   Bovendien wordt een begunstigde toegevoegd wat betreft de vrijstelling van betaling van het recht : de volg- en controlestations van het Europese plaatsbepalingssysteem GALILEO, om de installatie te vergemakkelijken van dergelijke stations in België, die een Europese doelstelling inzake plaatsbepaling nastreven. Elk station die tot doel heeft de nauwkeurigheid van het radio-lokalisatiesignaal van het GALILEO-systeem te verbeteren, wordt beschouwd als een controlestation van het Europese plaatsbepalingssysteem GALILEO.
   Artikel 13
   Dit artikel voegt een bijlage toe aan het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations. Het neemt alle vrijstellingen van vergunning over die voordien bedoeld waren in artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit en past deze aan.
   HOOFDSTUK 2. - Opheffingsbepaling
   Artikel 14
   Aangezien vandaag geen enkel persoonlijk mobiel satellietcommunicatiesysteem nog is vergund krachtens het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten, kan dat besluit zonder gevolgen worden opgeheven.
   Het besluit ECC/DEC/(12)01 van de CEPT bepaalt dat de eindstations van satellietcommunicatiestations die in bepaalde frequentiebanden werken, zijn vrijgesteld van vergunning. De frequenties gebruikt door Inmarsat en Iridium, alsook door de andere bestaande persoonlijke mobiele satellietcommunicatiesystemen worden opgenomen in het besluit ECC/DEC/(12)01. Aangezien de wijzigingen aangebracht in artikel 3 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 tot gevolg hebben dat eindstations van satellietcommunicatiestations worden vrijgesteld van vergunning, heeft het koninklijk besluit van 7 mei 1999 geen bestaansreden meer.
   Het aanbieden of het doorverkopen in eigen naam en voor eigen rekening van satellietcommunicatiediensten kan pas aangevat worden na een kennisgeving aan het Instituut conform artikel 9 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
   Artikel 15
   Dit artikel behoeft geen commentaar.
   BIJLAGE
   Het onderhavige besluit omvat een bijlage die bestemd is om te worden bijgevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende de satellietgrondstations. In deze bijlage worden de satellietgrondstations opgesomd die van een vergunning zijn vrijgesteld.
   Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Economie,
   J. VANDE LANOTTE
   
   ADVIES 54.177/4 VAN 21 OKTOBER 2013 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `TOT WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 16 APRIL 1998 BETREFFENDE SATELLIETGRONDSTATIONS EN TOT OPHEFFING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 7 MEI 1999 BETREFFENDE HET BESTEK VAN TOEPASSING OP DE EXPLOITATIE VAN MOBIELE PERSOONLIJKE SATELLIETCOMMUNICATIEDIENSTEN'
   Op 23 september 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 april 1998 betreffende satellietgrondstations en tot opheffing van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende het bestek van toepassing op de exploitatie van mobiele persoonlijke satellietcommunicatiediensten'.
   Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 21 oktober 2013.
   De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, Jacques Jaumotte en Bernard Blero, staatsraden, Yves De Cordt en Christian Behrendt, assessoren, en Colette Gigot, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Anne Vagman, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Liénardy.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 21 oktober 2013.
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Voorafgaand vormvereiste
   Het dossier dat bij de adviesaanvraag is gevoegd, bevat geen enkel stuk waaruit blijkt dat vooraf is onderzocht of het noodzakelijk was een effectbeoordeling uit te voeren, overeenkomstig artikel 19/1 van de wet van 5 mei 1997 `betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling', ingevoegd bij de wet van 30 juli 2010.
   Naar dat voorafgaand vormvereiste moet bovendien worden verwezen in de aanhef van het ontwerp.
   Algemene opmerking
   Het ontwerp bevat tal van verwijzingen naar besluiten van de Europese Conferentie van de Administraties van Post en Telecommunicatie die in het Engels gesteld zijn; er is niet voor gezorgd dat de inhoud ervan kenbaar wordt gemaakt.
   Gelet op de rechtsgevolgen die aan deze besluiten kleven, moet de steller van het ontwerp erover waken dat ze in de wettelijk voorgeschreven landstalen toegankelijk zijn.
   Bijzondere opmerkingen
   Dispositief
   Artikel 1
   In de bepaling onder 3° moet " est destiné " worden geschreven in de Franse versie van de definitie van " station spatiale ".
   Artikel 4
   1. Artikel 4 van het ontwerp strekt tot wijziging van artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 `betreffende de satellietgrondstations', inzonderheid paragraaf 2 ervan.
   De voorgenomen wijzigingen van deze paragraaf 2 zouden ook de vervanging moeten omvatten van de woorden " van de Europese Gemeenschap " in deze bepaling door de woorden " van de Europese Unie ".
   2. Gelet op de strekking van de voorliggende bepaling zoals die in het verslag aan de Koning wordt geformuleerd, moeten de woorden " artikel 4 " in het ontworpen artikel 4, paragraaf 3, derde lid, 2°, worden vervangen door de woorden " hoofdstuk IV ".
   Voorts lijkt de term " factuur " in dezelfde bepaling niet geschikt, te meer daar hij elders niet voorkomt, noch in het koninklijk besluit van 16 april 1998 `betreffende de satellietgrondstations', noch in de ontworpen tekst.
   De bepaling onder 2° kan dus beter worden geredigeerd als volgt :
   " 2° de aanvrager heeft verzuimd een bedrag dat overeenkomstig hoofdstuk IV aan het Instituut verschuldigd is, geheel of gedeeltelijk te betalen ".
   Artikel 5
   De wijziging die bij het koninklijk besluit van 2 februari 2005 in artikel 5, 1° (lees : artikel 5, § 1, 1° ) is aangebracht, moet worden vermeld.
   Artikel 6
   1. Artikel 6 wijzigt artikel 7, 1°, maar deze laatste bepaling bevat geen opsomming doch alleen leden.
   De bepaling moet worden herzien.
   2. Voorts heeft de wijziging van de bepaling onder 2° betrekking op het tweede lid van datzelfde artikel 7.
   Artikel 7
   Door de voorgenomen opheffing van het tweede en het derde lid van artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 april 1998 `betreffende de satellietgrondstations' wordt in de ontworpen tekst niet meer bepaald hoe het adagium " audi alteram partem " zal worden toegepast.
   Indien, zoals uit het verslag aan de Koning kan worden opgemaakt, de steller van het ontwerp de toekomstige regeling beoogt uit te werken naar het voorbeeld van de regeling bepaald in artikel 10 van het koninklijk besluit van 18 december 2009 `betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen' en indien hij de procedurele fase van de ingebrekestelling, zoals die thans door de geldende bepaling is voorgeschreven, wenst te schrappen, doet hij er beter aan de op te heffen leden te vervangen door een bepaling waarin deze fase niet meer voorkomt maar die toch de wezenlijke regels bevat inzake de naleving van het beginsel van de procedure op tegenspraak (1).
   Artikel 10
   In de inleidende zin moet artikel 13, tweede lid, worden vermeld.
   ( (1) Zie ook advies 47.097/4, op 16 september 2009 gegeven over een ontwerp dat ontstaan heeft gegeven aan het koninklijk besluit van 18 december 2009 `betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen'.)
   
   De griffier,
   C. Gigot.
   De voorzitter,
   P. Liénardy.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie