J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2013/11/22/2013036182/justel

Titel
22 NOVEMBER 2013. - Decreet betreffende de lokale diensteneconomie Zie wijziging(en)

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 07-01-2014 nummer :   2013036182 bladzijde : 526       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-11-22/29
Inwerkingtreding : 01-04-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen en definities
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Organisatievoorwaarden
Afdeling 1. - Algemene voorwaarden
Art. 4
Afdeling 2. - De lokale diensten
Art. 5
HOOFDSTUK 3. - Doelgroepwerknemers, indicering, toeleiding en bemiddeling
Art. 6-8
HOOFDSTUK 4. - Inschakelingstraject
Art. 9-12
HOOFDSTUK 5. - Evaluatie, doorstroom, verlenging en opvolging
Art. 13-21
HOOFDSTUK 6. - Procedure en toekenning van diensten
Art. 22-23
HOOFDSTUK 7. - Vergoeding
Art. 24-26
HOOFDSTUK 8. - Adviescommissie Sociale Economie
Art. 27
HOOFDSTUK 9. - Beroep
Art. 28-31
HOOFDSTUK 10. - Toezicht en handhaving
Art. 32-34
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Art. 35-43

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen en definities

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2. De financiering van de dienstverlening met toepassing of ter uitvoering van dit decreet geschiedt met inachtneming van de voorwaarden van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

  Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° doelgroepwerknemers : de personen, vermeld in artikel 6;
  2° doorstroom : de tewerkstelling van de doelgroepwerknemer, die aansluit op een tewerkstelling in het kader van dit decreet, in een betrekking geheel zonder of met een geringere ondersteuning dan bepaald in dit decreet;
  3° inschakelingstraject : de dienst, vermeld in hoofdstuk 4;
  4° lokale diensteneconomie : het voorzien in de uitbouw van een dienstenaanbod, ondersteund vanuit de overheid, dat nauw aansluit bij de maatschappelijke evoluties en noden en waarbij een dubbele maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd door de inschakeling en begeleiding van doelgroepwerknemers te bevorderen en de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen in diensten te verankeren. De lokale diensteneconomie vult op die manier de behoefte aan maatschappelijke dienstverlening in en voorziet in een kwaliteitsvol begeleide en competentieversterkende inschakeling van de doelgroepwerknemers, met het oog op doorstroom;
  5° lokalediensteneconomieonderneming : de publieke of private rechtspersoon die wordt belast met het aanbieden van inschakelingstrajecten;
  6° maatschappelijk verantwoord ondernemen : het continue verbeterproces, vermeld in artikel 4, § 3, van het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  7° opdrachtgevende overheid : de lokale of regionale overheid die een lokale dienst opdraagt aan een lokalediensteneconomieonderneming;
  8° persoonlijk ontwikkelingsplan : een opvolgbaar actieplan dat de te ontwikkelen competenties en het ontwikkelpad van een persoon bevat met als doel die persoon een stevige positie op de arbeidsmarkt te bezorgen;
  9° VDAB : de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  10° vergoeding : een financiële compensatie voor de uitvoering van een dienst, toegekend in het kader van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.

  HOOFDSTUK 2. - Organisatievoorwaarden

  Afdeling 1. - Algemene voorwaarden

  Art. 4. § 1. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet en volgens de voorwaarden bepaald in dit decreet, kan de Vlaamse Regering inschakelingstrajecten toewijzen aan lokalediensteneconomieondernemingen.
  De lokalediensteneconomieonderneming moet daarvoor :
  1° als werkgever binnen eenzelfde organisatie op jaarbasis op eenzelfde tewerkstellingsplaats aan minimaal vijf gesubsidieerde voltijds equivalente doelgroepwerknemers een inschakelingstraject aanbieden, waarvoor een vergoeding overeenkomstig dit decreet wordt toegekend;
  2° een van de volgende rechtsvormen hebben :
  a) vereniging zonder winstoogmerk;
  b) publiekrechtelijke rechtspersoon;
  c) vennootschap met sociaal oogmerk;
  d) samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tussen de rechtspersonen bepaald in punt b);
  3° een sui-generisafdeling oprichten ter uitvoering van de diensten in het kader van het inschakelingstraject, indien zij ook andere activiteiten verricht;
  4° lokale diensten als vermeld in artikel 5 verrichten;
  5° een kwaliteitsvolle bedrijfsvoering hanteren op het vlak van :
  a) de inschakeling, opleiding en begeleiding van doelgroepwerknemers ter bevordering van duurzame loopbanen;
  b) het maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  c) de maatschappelijke inbedding;
  d) de doorstroom naar het normaal economisch circuit;
  e) maximale transparantie met betrekking tot de inschakeling, opleiding en begeleiding van doelgroepwerknemers, het beheer van middelen en de betrokkenheid van interne en externe stakeholders.
  De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder kan worden afgeweken van de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 1°.
  De sui-generisafdeling, vermeld in het tweede lid, 3°, voldoet minstens aan de volgende voorwaarden :
  a) er is een specifieke verantwoordelijke voor de activiteiten in het kader van dit decreet;
  b) de inhoudelijke en financiële activiteiten in het kader van het inschakelingstraject worden afzonderlijk geregistreerd.
  Indien een sui-generisafdeling werd opgericht overeenkomstig het tweede lid, 3°, dient aan de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 5°, te worden voldaan op het niveau van de sui-generisafdeling.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 moet de startende lokalediensteneconomieonderneming binnen een redelijke termijn na toewijzing van de inschakelingstrajecten voldoen aan de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°.
  Onder startende lokalediensteneconomieonderneming als vermeld in het eerste lid, wordt de onderneming verstaan die voor de eerste keer een aanvraag indient om de inschakelingstrajecten aan te bieden.
  De Vlaamse Regering bepaalt de termijn, vermeld in het eerste lid.

  Afdeling 2. - De lokale diensten

  Art. 5. Een lokalediensteneconomieonderneming verricht lokale diensten ten behoeve van een opdrachtgevende overheid. De opdrachtgevende overheid gaat na of de lokale diensten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° geen verdringing van bestaande tewerkstelling veroorzaken;
  2° ingebed zijn in het lokale socio-economische weefsel;
  3° aanvullend zijn ten opzichte van het reeds bestaande lokale aanbod;
  4° kwaliteitsvol en toegankelijk zijn;
  5° duurzame tewerkstelling beogen;
  6° in overeenstemming zijn met het gevoerde Vlaamse beleid ter zake of aanvullend zijn aan het Vlaamse beleid;
  7° ofwel niet-economisch zijn ofwel gefinancierd worden met toepassing van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
  De opdrachtgevende overheid gaat na of de lokale diensten die ze wil toekennen, voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, aan de hand van een impactanalyse.
  In het kader van de impactanalyse worden de lokale stakeholders, waaronder minstens de sociaal-economische stakeholders, gehoord over de voorwaarden, met uitzondering van wat de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 7°, betreft. Op basis van de impactanalyse attesteert de opdrachtgevende overheid dat de lokale diensten aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voldoen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de impactanalyse moet voldoen.
  Indien de impactanalyse uitgevoerd door de opdrachtgevende overheid kennelijk niet voldoet aan de minimale voorwaarden, vermeld in het derde lid, kan de Vlaamse Regering geen inschakelingstraject toewijzen.

  HOOFDSTUK 3. - Doelgroepwerknemers, indicering, toeleiding en bemiddeling

  Art. 6. De doelgroepwerknemers zijn werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De doelgroepwerknemers hebben behoefte aan een langdurige periode van begeleiding en competentieversterking ter voorbereiding op een tewerkstelling in het reguliere arbeidscircuit.

  Art. 7. De VDAB stelt in functie van een vacature de individuele behoefte aan kwaliteitsvolle begeleide en competentieversterkende inschakeling van de werkzoekende vast op basis van indicaties die bepalend zijn voor de afstand tot de arbeidsmarkt.
  De Vlaamse Regering bepaalt de indicaties.

  Art. 8. De VDAB zorgt voor de toeleiding en de bemiddeling van de doelgroepwerknemer.
  De lokalediensteneconomieondernemingen bezorgen de vacatures voor doelgroepwerknemers aan de VDAB.

  HOOFDSTUK 4. - Inschakelingstraject

  Art. 9. Een inschakelingstraject is een traject, van maximaal vijf jaar, gericht op de doorstroom van de doelgroepwerknemer, dat bestaat uit de volgende diensten :
  1° het aanbieden van competentieversterkende tewerkstelling aan doelgroepwerknemers;
  2° het kwaliteitsvol begeleiden van doelgroepwerknemers op de werkvloer afgestemd op hun individuele behoeften.

  Art. 10. De competentieversterkende tewerkstelling bestaat uit het nuttig, lonend en individueel passend tewerkstellen van de doelgroepwerknemer.

  Art. 11. De kwaliteitsvolle begeleiding door de lokalediensteneconomieonderneming omvat minimaal :
  1° de opmaak en jaarlijkse evaluatie van het persoonlijk ontwikkelingsplan en van het competentieprofiel van de doelgroepwerknemer;
  2° de coaching van de doelgroepwerknemer door een gekwalificeerde begeleider;
  3° de versterking van de competenties van de doelgroepwerknemer in functie van zijn persoonlijk ontwikkelingsplan en competentieprofiel;
  4° interne informatiedoorstroom en doorverwijsfunctie bij problemen die verder reiken dan de arbeidscontext;
  5° de aanlevering van informatie over het functioneren van de doelgroepwerknemer met het oog op zijn doorstroom en externe evaluatie;
  6° de preventieve en remediërende aanpassing van de arbeidsomgeving van de doelgroepwerknemer.
  De competentieversterking, vermeld in het eerste lid, 3°, is gericht op de ontwikkeling en verbetering van generieke en technische competenties. De competentieversterking omvat minimaal een jaarlijkse individuele verbeteractie op het vlak van een generieke en een technische competentie waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan het bereiken van een doorstroomprofiel.
  De Vlaamse Regering kan de diensten, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van de kwalificatie van de begeleider, nader bepalen. Waarbij onder kwalificatie het afgerond en ingeschaald geheel aan competenties wordt verstaan.

  Art. 12. Bij de toewijzing van de inschakelingstrajecten door de Vlaamse Regering aan de lokalediensteneconomieonderneming worden minimaal de volgende aangelegenheden geregeld :
  1° de vermelding van de identiteit van de partijen;
  2° de verbintenissen van de partijen, waaronder :
  a) de omschrijving van de taken op het vlak van de inschakeling;
  b) de toekenning van een vergoeding, met opgave van de voorwaarden en de doeleinden waarvoor de vergoeding wordt toegekend;
  c) de verantwoordelijkheden en de engagementen van de partijen;
  3° de parameters voor de berekening van de vergoeding en een regeling voor overcompensatie;
  4° de duur van de toewijzing, die tien jaar niet overschrijdt.

  HOOFDSTUK 5. - Evaluatie, doorstroom, verlenging en opvolging

  Art. 13. De evaluatie van de verdere behoefte aan kwaliteitsvol begeleide en competentieversterkende inschakeling van de doelgroepwerknemer en de mogelijkheid tot doorstroom door de VDAB voldoet minstens aan de volgende voorwaarden :
  1° de evaluatie heeft minimaal plaats aan de hand van :
  a) het persoonlijk ontwikkelingsplan;
  b) de informatie van de lokalediensteneconomieonderneming;
  c) een gesprek met de doelgroepwerknemer;
  d) het eventuele doorstroomtraject;
  2° bij de beoordeling van de kansen op doorstroom houdt de VDAB rekening met :
  a) de mogelijkheid van een duurzame reguliere tewerkstelling rekening houdend met de persoonlijke situatie van de doelgroepwerknemer;
  b) de continuïteit van de werking van de lokalediensteneconomieonderneming met het oog op het behoud van de tewerkstelling van de zwaktste doelgroepwerknemers rekening houdend met de schaalgrootte van de lokalediensteneconomieonderneming.
  De Vlaamse Regering bepaalt die voorwaarden nader.

  Art. 14. § 1. Tijdens of na afloop van het inschakelingstraject vangt het doorstroomtraject van de doelgroepwerknemer aan of stroomt de doelgroepwerknemer door.
  § 2. Van zodra de lokalediensteneconomieonderneming of de doelgroepwerknemer tijdens het inschakelingstraject van oordeel is dat de doelgroepwerknemer klaar is voor doorstroom, vragen ze een evaluatie aan. De VDAB evalueert na aanvraag de verdere behoefte aan kwaliteitsvol begeleide en competentieversterkende inschakeling van de doelgroepwerknemer, overeenkomstig artikel 13. Indien de VDAB na evaluatie als vermeld in artikel 13, oordeelt dat de kansen op doorstroom van de doelgroepwerknemer gunstig zijn, dan moet een doorstroomtraject worden opgestart of dient de doelgroepwerknemer door te stromen.

  Art. 15. Een doorstroomtraject is een traject van zes maanden dat bestaat uit :
  1° een tijdelijke kwaliteitsvolle en actieve begeleiding van de doelgroepwerknemer bij het zoeken naar een gepaste vacature in het reguliere arbeidscircuit;
  2° de organisatie en begeleiding van een of meer tijdelijke stages bij een toekomstige werkgever, met het oog op een duurzame aanwerving bij deze werkgever.
  De lokalediensteneconomieonderneming stelt de doelgroepwerknemer geheel of gedeeltelijk vrij van arbeidsprestaties tijdens de duur van het doorstroomtraject om de doelgroepwerknemer op passende wijze het doorstroomtraject te laten doorlopen.
  Van de vrijstelling van arbeidsprestaties tijdens de duur van het doorstroomtraject, vermeld in het tweede lid, kan worden afgeweken indien de doorstroom gerealiseerd wordt binnen de lokalediensteneconomieonderneming.
  De lokalediensteneconomieonderneming, de VDAB, de dienstverlener en de doelgroepwerknemer sluiten een schriftelijke overeenkomst over de uitvoering van het doorstroomtraject.

  Art. 16. § 1. Het inschakelingstraject kan worden verlengd voor de zittende doelgroepwerknemer wanneer hij in aanmerking komt voor een doorstroomtraject als vermeld in artikel 15, en dit voor de duur van het doorstroomtraject.
  § 2. De duur van het inschakelingstraject kan in specifieke omstandigheden voor onbepaalde duur worden verlengd indien de doelgroepwerknemer binnen een korte periode uit de arbeidsmarkt zal treden. De VDAB evalueert, overeenkomstig artikel 13, of de doelgroepwerknemer in aanmerking komt voor een verlenging van het inschakelingstraject.
  De Vlaamse Regering bepaalt de specifieke omstandigheden en korte periode.
  § 3. De duur van het inschakelingstraject kan worden verlengd indien de doelgroepwerknemer door de VDAB wordt geïndiceerd als doelgroepwerknemer als vermeld in artikel 3,2°, a) en b), van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, waarvoor geen geschikte arbeidsplaats beschikbaar is bij een naburig maatwerkbedrijf of maatwerkafdeling. De verlenging is van toepassing zolang de doelgroepwerknemer niet kan worden toegeleid.

  Art. 17. Indien de lokalediensteneconomieonderneming uiterlijk zes maanden voor het einde van het inschakelingstraject van oordeel is dat de doelgroepwerknemer nog niet klaar is voor doorstroom, vraagt ze een verlenging van het inschakelingstraject aan.
  De VDAB evalueert binnen drie maanden na de aanvraag de verdere behoefte aan kwaliteitsvol begeleide en competentieversterkende inschakeling van de doelgroepwerknemer, overeenkomstig artikel 13.
  Indien de VDAB na evaluatie als vermeld in het tweede lid, vaststelt dat de doelgroepwerknemer nog steeds behoefte heeft aan het vervolmaken van een competentieversterkend traject, kan het inschakelingstraject met maximaal één jaar worden verlengd.
  Indien de VDAB na evaluatie als vermeld in het tweede lid, vaststelt dat doorstroom van de doelgroepwerknemer wel mogelijk is, vangt het doorstroomtraject aan tijdens of na afloop van het inschakelingstraject, vermeld in artikel 9, of stroomt de doelgroepwerknemer rechtstreeks door.
  Indien de VDAB na evaluatie als vermeld in het tweede lid, vaststelt dat zelfs met een verlenging van het inschakelingstraject de doorstroom van de doelgroepwerknemer niet mogelijk zal zijn, wordt geen doorstroomtraject opgestart en wordt de doelgroepwerknemer door de VDAB begeleid naar een andere, meer passende maatregel.

  Art. 18. Na afloop van het doorstroomtraject, vermeld in artikel 15, stroomt de doelgroepwerknemer door.
  Indien de doelgroepwerknemer niet kan doorstromen en indien er nog geen verlenging werd toegekend als vermeld in artikel 17, evalueert de VDAB de verdere behoefte aan kwaliteitsvol begeleide en competentieversterkende inschakeling van de doelgroepwerknemer overeenkomstig artikel 13.
  Indien de VDAB na evaluatie als vermeld in het tweede lid, vaststelt dat de doelgroepwerknemer, na het doorlopen van het doorstroomtraject, nog steeds behoefte heeft aan het vervolmaken van een competentieversterkend traject, kan het doorstroomtraject met maximaal zes maanden worden verlengd.
  Indien de VDAB na evaluatie als vermeld in het tweede lid, vaststelt dat, na het doorlopen van het doorstroomtraject, de doorstroom van de doelgroepwerknemer niet mogelijk zal zijn, wordt de doelgroepwerknemer door de VDAB begeleid naar een andere, meer passende maatregel.
  Indien de doelgroepwerknemer na de opstart van het doorstroomtraject zonder opgave van een door de VDAB gevalideerde reden weigert door te stromen, wordt de vergoeding, bedoeld in artikel 24, stopgezet.

  Art. 19. Indien het inschakelingstraject met maximaal één jaar wordt verlengd, zoals vermeld in artikel 17, derde lid, vangt het doorstroomtraject aan tijdens of na afloop van die verlenging.
  Indien de lokalediensteneconomieonderneming drie maanden voor het einde van de verlenging van oordeel is dat doorstroom niet mogelijk is voor de doelgroepwerknemer, vraagt ze een vrijstelling van het doorstroomtraject aan in die maand.
  De VDAB evalueert binnen twee maanden na de aanvraag, vermeld in het tweede lid, de mogelijkheid tot doorstroom van de doelgroepwerknemer overeenkomstig artikel 13.
  Indien de VDAB binnen de termijn, vermeld in het derde lid, oordeelt dat er geen doorstroom mogelijk is voor de doelgroepwerknemer, wordt geen doorstroomtraject opgestart en wordt de doelgroepwerknemer door de VDAB begeleid naar een andere, meer passende maatregel. In al de andere gevallen moet het doorstroomtraject worden opgestart overeenkomstig het eerste lid of stroomt de doelgroepwerknemer door.

  Art. 20. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet kan de Vlaamse Regering aan de lokalediensteneconomieonderneming tijdens de duur van de doorstroomstage een tijdelijke vergoeding toekennen ter delging van de kosten die de lokalediensteneconomieonderneming heeft en waar ingevolge de niet-aanwezigheid van de doelgroepwerknemer geen inkomsten tegenover staan.
  De Vlaamse Regering bepaalt de vergoeding en de invulling van de vergoeding nader.

  Art. 21. Binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet en volgens de voorwaarden, vermeld in dit decreet, kan de Vlaamse Regering een dienstverlener aanstellen zoals vermeld in artikel 15, vierde lid, om het doorstroomtraject uit te voeren.
  De Vlaamse Regering bepaalt de aanstellingsprocedure en de voorwaarden op het vlak van de dienstverlening.

  HOOFDSTUK 6. - Procedure en toekenning van diensten

  Art. 22. De ondernemingen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, en die inschakelingstrajecten willen aanbieden en hiervoor een vergoeding wensen te ontvangen, melden zich voorafgaand aan bij de Vlaamse Regering.
  Tijdens de aanmelding wordt nagegaan of de onderneming voldoet aan de organisatievoorwaarden, vermeld in artikel 4.
  De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden inzake de aanmelding van de lokalediensteneconomieonderneming en de nadere regels inzake de indiening en behandeling van de aanmelding.

  Art. 23. Om in aanmerking te komen voor de vergoeding, vermeld in hoofdstuk 7, dient de lokalediensteneconomieonderneming, na aanmelding als vermeld in artikel 22, een aanvraag voor ondersteuning in bij de dienst die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, goedkeuring en toekenning van de vergoeding.

  HOOFDSTUK 7. - Vergoeding

  Art. 24. De Vlaamse Regering vergoedt de inschakelingstrajecten. De opdrachtgevende overheid vergoedt de lokale diensten, vermeld in artikel 5.

  Art. 25. De vergoeding wordt toegekend voor het organiseren van een functie die voorziet in :
  1° het aanbieden van competentieversterkende tewerkstelling aan doelgroepwerknemers bestaande uit het aanbieden van nuttig, lonend en individueel passend werk aan de doelgroepwerknemer;
  2° het kwaliteitsvol begeleiden van doelgroepwerknemers op de werkvloer, afgestemd op hun individuele behoeften :
  a) het coachen van de doelgroepwerknemer door een gekwalificeerde begeleider;
  b) het opmaken en jaarlijks evalueren van het persoonlijk ontwikkelingsplan en het competentieprofiel van de doelgroepwerknemer;
  c) het aanbieden van leermogelijkheden op de werkplek van de doelgroepwerknemer;
  d) het versterken van de generieke en technische competenties van de doelgroepwerknemer in functie van zijn persoonlijk ontwikkelingsplan en competentieprofiel;
  e) het geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de doelgroepwerknemer voor het leveren van arbeidsprestaties bij het volgen van interne of externe opleiding met het oog op zijn competentieversterking;
  f) het opvolgen en bijsturen van het functioneren en de evaluatie van de doelgroepwerknemer op regelmatige basis;
  g) het verzorgen van de interne informatiedoorstroom;
  h) het invullen van de doorverwijsfunctie bij problemen die verder reiken dan de arbeidscontext;
  3° het bereiken van doorstroom :
  a) het begeleiden van de doelgroepwerknemer naar doorstroom op basis van een competentieprofiel;
  b) het aanleveren van informatie over het functioneren van de doelgroepwerknemer met het oog op diens doorstroom en externe evaluatie;
  c) het geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de doelgroepwerknemer voor het leveren van arbeidsprestaties gedurende de duur van het doorstroomtraject;
  d) het coachen en begeleiden van de doelgroepwerknemer en de werkgever tijdens het doorstroomtraject;
  e) het geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de doelgroepwerknemer voor het leveren van arbeidsprestaties bij sollicitaties;
  f) het verzorgen van nazorg bij doorstroom;
  4° het kwaliteitsvol organiseren van de werking van de lokalediensteneconomieonderneming met het oog op de duurzame tewerkstelling van de doelgroepwerknemers waarbij de principes van sociaal ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden toegepast op de dienst.
  De Vlaamse Regering stelt het bedrag van de vergoeding voor deze diensten vast.
  De financiering voor de verschillende diensten wordt afzonderlijk geregistreerd.

  Art. 26. De vergoeding, voorzien in dit decreet, wordt niet gecumuleerd met enige andere steun met betrekking tot dezelfde, elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende, in aanmerking komende kosten.

  HOOFDSTUK 8. - Adviescommissie Sociale Economie

  Art. 27. De adviescommissie Sociale Economie, vermeld in artikel 35 van het decreet betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling van 12 juli 2013, krijgt bijkomend tot opdracht de Vlaamse Regering te adviseren :
  1° bij de beoordeling van de aanvragen voor ondersteuning, vermeld in artikel 23;
  2° over de criteria voor de toewijzing van inschakelingstrajecten;
  3° over het bereik van de maatregelen op basis van een jaarlijks monitoringrapport, opgesteld door de Vlaamse overheid.
  De Vlaamse Regering kan deze taken specificeren.

  HOOFDSTUK 9. - Beroep

  Art. 28. De werkzoekende die een beslissing van de VDAB als vermeld in artikel 7 betwist, kan bij de VDAB een verzoek indienen tot heroverweging.
  De heroverweging moet, op straffe van nietigheid, met redenen worden omkleed. Het resultaat van de heroverweging wordt bij een ter post aangetekende brief aan de werkzoekende ter kennis gegeven. De kennisgeving vermeldt minstens de volgende elementen :
  1° de mogelijkheid om bij de bevoegde rechtbank beroep in te stellen;
  2° de wijze waarop tegen de heroverweging beroep kan worden ingesteld;
  3° de termijn om beroep in te stellen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de termijn en de procedure voor de heroverweging.

  Art. 29. De werkzoekende die de heroverweging van de VDAB, vermeld in artikel 28, betwist, tekent op straffe van verval binnen een termijn van drie maanden na de verzending van de kennisgeving van de heroverweging, door middel van de neerlegging van een verzoekschrift overeenstemmend met de bepalingen van artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, beroep aan bij de arbeidsrechtbank.

  Art. 30. De lokalediensteneconomieonderneming die een beslissing van de VDAB als vermeld in artikel 7 en artikel 17 tot en met 19 betwist, kan bij de VDAB een verzoek indienen tot heroverweging.
  De Vlaamse Regering bepaalt de termijn voor de indiening van het verzoek en de procedure voor de heroverweging.
  Het verzoek tot heroverweging heeft een schorsende werking.

  Art. 31. De heroverweging van de VDAB moet, op straffe van nietigheid, met redenen worden omkleed. Het resultaat van de heroverweging wordt met een aangetekende brief ter kennis gebracht van de lokalediensteneconomieonderneming.

  HOOFDSTUK 10. - Toezicht en handhaving

  Art. 32. Het toezicht en de controle op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen met toepassing van de bepalingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.

  Art. 33. De Vlaamse Regering dient, nadat de lokalediensteneconomieonderneming de mogelijkheid werd geboden om haar verweermiddelen naar voren te brengen, de in artikel 25 bedoelde vergoeding te verminderen of terug te vorderen indien de lokale dienstenonderneming de verbintenissen, vermeld in hoofdstuk 4, niet voldoende naleeft.

  Art. 34. De Vlaamse Regering kan, nadat de lokalediensteneconomieonderneming de mogelijkheid werd geboden om haar verweermiddelen naar voren te brengen, het inschakelingstraject schorsen of intrekken indien de lokale dienstenonderneming :
  1° de verbintenissen, vermeld in hoofdstuk 4, wetens en willens niet naleeft;
  2° niet meer voldoet aan de organisatievoorwaarden, vermeld in artikel 4.

  HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen

  Art. 35. In artikel 2, eerste lid, van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006, 9 juli 2010, 10 december 2010 en 17 februari 2012, wordt punt 17° vervangen door wat volgt :
  "17° het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;".

  Art. 36. Aan artikel 3, 3°, van hetzelfde decreet wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "f) zij die door de Vlaamse Regering met het beheer van diensten van algemeen economisch belang zijn belast;".

  Art. 37. In artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt een punt 5° /l ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "5° /l toezicht en controle uit te oefenen op werkgevers die door de Vlaamse Regering met het beheer van diensten van algemeen economisch belang zijn belast in het kader van het decreet, vermeld in artikel 2, eerste lid, punt 17° ;".

  Art. 38. In artikel 5, § 1, van het decreet van 17 februari 2012 betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en de stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  "3° de lokalediensteneconomieondernemingen, vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;".

  Art. 39. Aan artikel 582 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 4 juli 2011, wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "15° van de geschillen betreffende de indicering van de individuele behoefte aan kwaliteitsvol begeleide en competentieversterkende inschakeling van de werkzoekende op basis van een lijst met indicaties en de nood aan een inschakelingstraject, vermeld in artikel 29 van het decreet van 22 november 2013 houdende de lokale diensteneconomie.".

  Art. 40. In artikel 764, 10°, van hetzelfde wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, worden de getallen "582, 1°, 2°, 6°, 8° en 9°, " vervangen door de getallen "582, 1°, 2°, 6°, 8°, 9° en 15°, "

  Art. 41. Het decreet van 22 december 2006 houdende de lokale diensteneconomie, gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2012, wordt opgeheven.

  Art. 42. De Vlaamse Regering bepaalt de maatregelen die nodig zijn om de overgang van het in artikel 40 vermelde decreet naar dit decreet op een coherente manier te laten verlopen.

  Art. 43.Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-04-2015 bij BVR 2014-12-19/B5, art. 67, 1°)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 22 november 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie,
F. VAN DEN BOSSCHE
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 29-03-2019 GEPUBL. OP 23-04-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 4)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2012-2013. Stukken. - Ontwerp van decreet, 2168 - Nr. 1. Zitting 2013-2014. Stukken. - Verslag, 2168 - Nr. 2. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 2168 - Nr. 3. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 6 november 2013.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten
    Franstalige versie