J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
15 NOVEMBER 2013. - Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende het rijbewijs

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 27-11-2013 nummer :   2013014643 bladzijde : 92169   BEELD
Dossiernummer : 2013-11-15/04
Inwerkingtreding : 07-12-2013

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs
Art. 2-18
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen
Art. 19-27
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
Art. 28-31
HOOFDSTUK 5. - Diverse bepalingen
Art. 32-35

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gehele omzetting van Richtlijnen 2012/36/EU van 19 november 2012 en 2013/47/EU van 2 oktober 2013 van de Commissie tot wijziging van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs en in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2013/22/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal Richtlijnen op het gebied van het vervoersbeleid in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs

  Art. 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 maart 2005, 13 februari 2007, 23 december 2008 en 28 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt :
  "10° "voertuig uitgerust met een handschakeling", elk voertuig met een koppelingspedaal, of manueel bediende hendel voor de categorieën A1, A2 en A, die door de bestuurder moet worden ingedrukt om te starten, te stoppen of te schakelen;";
  b) een bepaling onder 10° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "10° /1 "voertuig uitgerust met een automatische schakeling", elk motorvoertuig dat niet beantwoordt aan de definitie onder bepaling 10° ;".

  Art. 3. In artikel 5, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 juli 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, worden de woorden "voor het rijbewijs geldig voor categorie A2 of A die sinds minstens twee jaar houder is van een rijbewijs geldig voor respectievelijk categorie A1 of A2" vervangen door de woorden "voor het rijbewijs geldig voor categorie AM".

  Art. 4. In artikel 8, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "behalve in het geval voorgeschreven in § 6, 2° " opgeheven.

  Art. 5. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste paragraaf, vijfde lid, worden de woorden "dertig dagen" vervangen door de woorden "drie maanden";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "dat geldt voor dezelfde categorie" opgeheven;
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "dat geldt voor dezelfde categorie die" vervangen door het woord "dat".

  Art. 6. Artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002, 1 september 2006, 28 december 2006, 24 augustus 2007, 27 januari 2008 en 28 april 2011, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende :
  " § 6. Code 78 wordt niet aangebracht op het rijbewijs geldig verklaard voor categorie C, C+E, D of D+E indien de houder van het rijbewijs al houder is van minstens één van de categorieën B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E of D, zonder vermelding van code 78.".

  Art. 7. In artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 2006, 1 september 2006, 24 augustus 2007, 28 april 2011 en 20 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden het eerste, het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A1 legt het praktisch examen af met een motorfiets van de categorie A1 zonder zijspan, met een maximumvermogen van 11 kW, en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg, die een snelheid van ten minste 90 km per uur kan bereiken. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 115 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,08 kW/kg.
  De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A2 legt het praktisch examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een vermogen van ten minsten 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van hoogstens 0,2 kW/kg. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 395 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,15 kW/kg.
  De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A legt het praktische examen af met een motorfiets zonder zijspan, met een ledige massa van meer dan 175 kg en een vermogen van minstens 50 kW. De cilinderinhoud van een verbrandingsmotor bedraagt minstens 595 cmü. De vermogen/gewichtsverhouding van een motorfiets met elektrische motor bedraagt minstens 0,25 kW/kg.";
  2° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "de lengte ten minste 9 m" vervangen door de woorden "de lengte ten minste 8 m";
  3° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "met een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen" vervangen door de woorden "met een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen";
  4° in paragraaf 6, derde lid, worden de woorden "met een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen" vervangen door de woorden "een versnellingsbak waarbij de versnelling manueel door de bestuurder kan worden gekozen".

  Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 38/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 38/1. § 1. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 9. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 11. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 10. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1+E.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 12. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 36, 3°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1+E.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie B+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen met het oog op het behalen van code 96 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 3bis. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie B met vermelding van code 96 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 37, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie B+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie B met het oog op de plaatsing van code 96.
  § 2. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie A1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie A1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 35/1, tweede lid, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A1.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie A2 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2, tweede lid. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie A2 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 35/1, tweede lid, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A2.
  § 3. Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C1.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D1.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C+E geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie C1+E.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D+E geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie D1+E.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A2 en van categorie A1.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A2 geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A1.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie B+E geldt eveneens als het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer van B met plaatsing van code 96.".

  Art. 9. In artikel 61 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2005, 20 juli 2007, 28 april 2011 en 3 april 2013, worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "De vernieuwing van een voorlopig rijbewijs of een rijbewijs geldig voor de categorieën AM, A1, A2, A, B, B+E of G, om redenen van medische of psychische geschiktheid, bedoeld in artikel 21, § 3, geeft geen aanleiding tot de betaling van de retributie bedoeld in het eerste lid; deze bepaling is echter niet van toepassing op de rijbewijzen bedoeld in artikel 21, § 2.
  De Minister bepaalt de betalingswijze van deze retributies.".

  Art. 10. In artikel 78, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, wordt een bepaling onder 2° /1 ingevoegd, luidende :
  "2° /1 het rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A met de vermelding " A ≤ 25 kW ≤ 0,16 kW/kg " en de code 72 laat toe voertuigen van de categorieën AM en A1 te besturen;".

  Art. 11. Artikel 88 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 88. § 1. Artikel 38/1 is van toepassing op de voorlopige rijbewijzen afgegeven na 1 mei 2012 en op de examens geslaagd na 1 mei 2012.
  § 2. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 afgegeven voor 1 mei 2013 mag, indien hij het wenst, deelnemen aan de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2, eerste lid. In afwijking van artikel 35/1, eerste lid, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A1.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A afgegeven voor 1 mei 2013 mag, indien hij het wenst, deelnemen aan de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A2 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2, tweede lid. In afwijking van artikel 35/1, eerste lid, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A2."

  Art. 12. Artikel 89 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 89. In afwijking van artikel 38, § 2, derde lid, mag de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A tot en met 31 december 2018 het praktische examen afleggen met een motorfiets met een ledige massa van minder dan 175 kg en een vermogen van minder dan 50 kW, maar niet minder dan 40 kW.".

  Art. 13. In artikel 90 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 december 2008 en 28 april 2011, worden de woorden "30 september 2013" vervangen door de woorden "31 maart 2014".

  Art. 14. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juli 2012, wordt in het punt 3, d), het woord "Vozacka dozvola" ingevoegd tussen het woord "Permis de conduire" en het woord "Ceadúnas Tiomssna".

  Art. 15. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 april 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Duitse tekst wordt in de titel het woord "CHULUNGSFUHRERSCHEINS" vervangen door het woord "SCHULUNGSFUHRERSCHEINS";
  2° in de Duitse tekst worden in punt 3 de woorden "und Nationalregisternummer" opgeheven;
  3° de woorden "Pantone hushed violet" worden vervangen door de woorden "licht lila".

  Art. 16. In bijlage 4 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 september 2005, 1 september 2006, 23 december 2008 en 28 april 2011, wordt in A.I.C. het punt 1 vervangen als volgt :
  "1. Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;".

  Art. 17. In bijlage 5 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 2006, 1 september 2006, 23 december 2008 en 28 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in III.B. wordt in het punt 8 het woord "milieuvriendelijk" vervangen door het woord "energie-efficiënt";
  2° in IV.B. en V.B. wordt het punt 8 vervangen als volgt :
  "8. Veilig, zuinig en energie-efficiënt rijden : tijdens het rijden de veiligheid waarborgen, letten op het aantal omwentelingen per minuut, het schakelen, remmen en versnellen en het brandstofverbruik en de uitstoot verminderen door waar nodig manueel te schakelen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen;".

  Art. 18. In bijlage 7 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 5 september 2002 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 april 2006, 1 september 2006, 4 mei 2007, 16 juli 2009, 26 november 2010 en 3 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° een punt 46 wordt ingevoegd, luidende :
  "46. Alleen driewielers";
  2° het punt 72 wordt opgeheven;
  3° het punt 73 wordt vervangen als volgt :
  "73. Alleen vierwielers met motor";
  4° de punten 74, 75, 76 en 77 worden opgeheven;
  5° het punt 79 wordt vervangen als volgt :
  "79. Alleen voertuigen conform de specificaties tussen haken, in het kader van de toepassing van artikel 13 van de Richtlijn :
  79.01. Alleen tweewielige voertuigen met of zonder zijspan
  79.02. Alleen driewielers of lichte vierwielers van de categorie AM
  79.03. Alleen driewielers
  79.04. Alleen driewielers met een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten hoogste 750 kg
  79.05. Motorfietsen van categorie A1 met een verhouding vermogen/gewicht van meer dan 0,1 kW/kg
  79.06. Voertuigen van categorie B+E met een aanhangwagen waarvan de maximaal toegestane massa groter is dan 3.500 kg";
  6° de punten 80 en 81 worden ingevoegd, luidende :
  "80. Alleen voor houders van een rijbewijs voor driewielers van categorie A die jonger zijn dan 24 jaar
  81. Alleen voor houders van een rijbewijs voor motorfietsen van categorie A die jonger zijn dan 21 jaar";
  7° bij punt 90 worden de woorden "bijkomstige codes" vervangen door de woorden "Codes gebruikt in combinatie met codes die aanpassingen aan het voertuig definiëren";
  8° punt 96 wordt vervangen als volgt :
  "96. Voertuigen van categorie B met een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg, waarbij de toegestane maximummassa van het samenstel hoger ligt dan 3 500 kg, maar ten hoogste 4 250 kg bedraagt";
  9° een punt 97 wordt ingevoegd, luidende :
  "97. Geen toestemming voor het besturen van een voertuig van categorie C1 dat onder Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer valt".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen

  Art. 19. In het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, wordt het woord "A3" telkens vervangen door het woord "AM".

  Art. 20. In artikel 7, § 1, tweede lid, 3), a), van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, worden de woorden "en A" vervangen door de woorden ", A1, A2 en A".

  Art. 21. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 april 2011, 20 september 2012 en 8 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de paragraaf 1, 5°, worden de woorden "en A" vervangen door de woorden ", A1, A2 en A";
  2° in de paragraaf 2, zesde lid, derde streepje, worden de woorden "de categorie B" vervangen door de woorden "de categorieën B en G";
  3° in de paragraaf 2, zesde lid, vierde streepje, wordt het woord "AM," ingevoegd tussen de woorden "categorieën" en "A1".

  Art. 22. In artikel 17, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "van elke voertuigcategorie" ingevoegd tussen de woorden "één lesvoertuig" en het woord "beschikken".

  Art. 23. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. In afwijking van paragraaf 2 :
  1° komt het praktisch onderricht gegeven met een voertuig van categorie A of A2 in aanmerking voor het behalen van een rijbewijs A1;
  2° komt het praktisch onderricht gegeven met een voertuig van categorie A in aanmerking voor het behalen van een rijbewijs A2;
  3° komt het praktisch onderricht gegeven met een voertuig van categorie C in aanmerking voor het behalen van een rijbewijs C1;
  4° komt het praktisch onderricht gegeven met een voertuig van categorie D in aanmerking voor het behalen van een rijbewijs D1;
  5° komt het praktisch onderricht gegeven met een voertuig van categorie C+E in aanmerking voor het behalen van een rijbewijs C1+E;
  6° komt het praktisch onderricht gegeven met een voertuig van categorie D+E in aanmerking voor het behalen van een rijbewijs D1+E;
  7° komt het praktisch onderricht gegeven met een voertuig van categorie B+E in aanmerking voor het behalen van een rijbewijs B met code 96."

  Art. 24. In artikel 28 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Om deel te kunnen nemen aan de stage voor het brevet V, bedoeld in hoofdstuk III, moet de kandidaat een bijzondere, erkende vrachtwagenopleiding gevolgd hebben. Deze opleiding omvat de stof bedoeld in punt I. 5. van bijlage 2. Een getuigschrift van deze opleiding moet voorgelegd worden om de stagetoelating te verkrijgen.".

  Art. 25. In artikel 31, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, worden de woorden "de artikelen 1 tot en met 73 van" ingevoegd tussen de woorden "evenals" en "het koninklijk besluit van 23 maart".

  Art. 26. In artikel 33, § 6, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, worden de woorden "en mondelinge" ingevoegd tussen de woorden "schriftelijke" en "proef".

  Art. 27. In artikel 48 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, worden de woorden "of subcategorie" opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E

  Art. 28. In artikel 25 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 januari 2013, worden de woorden "en § 3" ingevoegd tussen de woorden " § 2" en de woorden "van het koninklijk besluit".

  Art. 29. In hetzelfde besluit wordt een artikel 41/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 41/1. § 1. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 9, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 11, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 10, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1+E.
  De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 12, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1+E.
  § 2. Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie C geldt eveneens voor categorie C1.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie D geldt eveneens voor categorie D1.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie C+E geldt eveneens voor categorie C1+E.
  Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie D+E geldt eveneens voor categorie D1+E.
  § 3. Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie C geldt eveneens voor categorie C1.
  Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie D geldt eveneens voor categorie D1.
  Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie C+E geldt eveneens voor categorie C1+E.
  Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie D+E geldt eveneens voor categorie D1+E.".

  Art. 30. In artikel 55 hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 september 2008 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 januari 2011 et 10 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de paragrafen 2 en 3 worden hersteld als volgt :
  " § 2. Elk opleidingscentrum is een jaarlijkse retributie van 250 euro verschuldigd om de kosten van administratie en controle te dekken.
  Deze retributies worden ten laatste op 31 maart van het betreffende jaar betaald.
  § 3. De retributies voorzien in § 1 en 2 worden overgemaakt op rekening BE86 6792 0060 1050 van het Directoraat-Generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid, City Atrium, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel.";
  b) in de paragraaf 4, de woorden "en 2" worden ingevoegd tussen de woorden "in § 1" en "automatisch".

  Art. 31. In hetzelfde besluit wordt een artikel 74bis/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 74bis/1. Artikel 41/1 is van toepassing op voorlopige rijbewijzen afgegeven na 1 mei 2012 en op examens geslaagd na 1 mei 2012.".

  HOOFDSTUK 5. - Diverse bepalingen

  Art. 32. In artikel 8.2., 3°, tweede lid, a), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, vervangen bij het koninklijk besluit van 1 september 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2011, worden de woorden ", een instructeur van een erkende rijschool of een examinator" ingevoegd tussen de woorden "andere persoon dan de bestuurder" en de woorden "vervoert en voor de bestuurders van voertuigen van de categorie A1".

  Art. 33. In de bijlagen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 april 2013, worden de woorden "Pantone hushed violet" vervangen door de woorden "licht lila".

  Art. 34. De artikelen 4, 9, 13, 15 en 33 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2013.
  Artikel 10 heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2013.

  Art. 35. De minister bevoegd voor het Wegverkeer is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 15 november 2013.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. J. MILQUET
  De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
  M. WATHELET

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, eerste lid, artikel 23, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 29 februari 1984 en 18 juli 1990 en artikel 26, vervangen bij de wet van 9 juli 1976;
   Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E;
   Gelet op het koninklijk besluit van 3 april 2013 tot wijziging van het voorlopig rijbewijs;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
   Gelet op het advies 53.612/2/V van de Raad van State, gegeven op 22 juli 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de Staatssecretaris voor Mobiliteit,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie