J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2013/07/18/2013011468/justel

Titel
18 JULI 2013. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling

Bron :
DUURZAME ONTWIKKELING
Publicatie : 08-10-2013 nummer :   2013011468 bladzijde : 70864       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-07-18/40
Inwerkingtreding : 18-10-2013

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De langetermijndoelstellingen, bedoeld in artikel 2/1, tweede lid, van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coŲrdinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling worden vastgesteld volgens de als bijlage bij dit besluit gevoegde tekst.

  Art. 2. Het geheel van indicatoren, bedoeld in artikel 2/1, tweede lid, van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coŲrdinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling wordt vastgesteld volgens de als bijlage bij dit besluit gevoegde lijst.

  Art. 3. De bijlage, vastgesteld krachtens artikel 2, wordt vervangen uiterlijk bij de vaststelling van een volgend federaal plan inzake duurzame ontwikkeling.

  Art. 4. De Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 18 juli 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van FinanciŽn,
  K. GEENS
  De Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling,
  S. VERHERSTRAETEN

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - De langetermijndoelstellingen, bedoeld in artikel 1
  1. Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert
  In 2050 zal onze maatschappij een inclusieve maatschappij zijn. Dit wil zeggen een maatschappij waar iedereen gelijke toegang zal hebben tot alle levensdomeinen, rekening houdend met de eigenheid van het platteland en de stad.
  In dat kader zal de integratie bevorderd en vergemakkelijkt worden. Alle vormen van discriminatie die tussen personen kunnen bestaan (geslacht, cultuur, afkomst enzovoort), zullen worden geweerd. Het maatschappelijk weefsel zal worden versterkt tussen generaties, culturen en maatschappelijke categorieŽn. Conflicten zullen worden aangepakt om bestaanszekerheid en sociale cohesie te garanderen. Solidariteit en vrijwilligerswerk zullen worden aangemoedigd. De voorafgaande voorwaarden voor het welzijn van de burgers zullen vervuld zijn, namelijk : vrede, onderwijs, inkomen, gezondheid, waardige huisvesting, een stabiel ecosysteem, duurzame hulpbronnen en sociale rechtvaardigheid.
  Aangezien een inclusieve maatschappij het welzijn van elke persoon wil bevorderen, zal het essentieel zijn om armoede en sociale ongelijkheden te bestrijden, inzonderheid op het vlak van gezondheid. Hierbij zal ingespeeld worden op nieuwe situaties inzake volksgezondheid, zoals chronische ziekten, en zal voor iedereen de best mogelijke levensstandaard gehandhaafd worden dankzij onderwijs en door geschikte banen die zowel de levens- als de gezondheidsomstandigheden respecteren.
  Sociale cohesie en kansarmoedebestrijding
  1. Vrouwen en mannen zullen hun rechten gelijk uitoefenen. Zij zullen kunnen bijdragen tot alle aspecten van de ontwikkeling van de samenleving en de verbetering van de levensomstandigheden zonder onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van hun geslacht.
  2. Iedereen zal beschikken over een inkomen uit arbeid, uit vermogen of afkomstig van sociale beschermingsstelsels en heeft toegang tot diensten van algemeen belang. Iedereen zal aldus gedurende alle fasen van zijn leven kunnen voorzien in alle behoeften om menswaardig te leven.
  3. Ondermeer via de herverdeling van de geproduceerde welvaart zal elke burger beschikken over middelen om de capaciteiten te ontwikkelen om een project te ondernemen dat zorgt voor sociale integratie.
  Gezondheid
  4. De volksgezondheid is verbeterd en zal op een hoog niveau gehandhaafd worden. De levensverwachting in goede gezondheid zal gestegen zijn ten opzichte van 2010. Het verschil tussen de levensverwachting in goede gezondheid naargelang van het opleidingsniveau en naargelang het geslacht zal met gemiddeld 50 % verlaagd worden.
  5. Kwaliteitsvolle gezondheidszorg zal toegankelijk zijn voor iedereen en in het bijzonder voor kwetsbare groepen (mensen met een handicap, kansarmen, vruchtbare en zwangere vrouwen en kinderen, enz.).
  6. Er zal rekening gehouden worden met de gevolgen van milieubederf op de gezondheid. De kennis en het toezichtsysteem zal worden ontwikkeld om het inzicht in de rechtstreekse verbanden qua oorzaak en gevolg tussen het milieu en de gezondheid te verbeteren, met inbegrip van opkomende risico's die bijvoorbeeld verbonden zijn aan de klimaatveranderingen, aan de invoering van nieuwe producten of aan combinaties van vervuilende stoffen.
  7. De morbiditeit/mortaliteit door chronische ziekten zal teruggebracht zijn.
  Werkgelegenheid
  8. De arbeidsmarkt zal voor iedereen toegankelijk zijn en de actieve bevolking waardig werk aanbieden.
  9. Het werkgelegenheidsniveau zal zo hoog en stabiel mogelijk zijn en respecteert de principes van waardig werk. Iedereen op arbeidsleeftijd zal de mogelijkheid hebben betaald werk te vinden.
  10. Het werkloosheidsniveau zal beperkt zijn tot de frictiewerkloosheid.
  11. De arbeidsomstandigheden zullen gedurende de hele loopbaan aangepast worden om ervoor te zorgen dat de levenskwaliteit verbetert en dat men langer kan werken.
  2. Een maatschappij die haar economie aanpast aan de economische, sociale en leefmilieu- uitdagingen
  In 2050 zullen we in een veerkrachtige maatschappij leven. De productie- en consumptieactiviteiten zullen gebaseerd zijn op een efficiŽnt gebruik van de natuurlijke hulpbronnen met inachtneming van de grenzen van onze planeet. Bovendien zullen ze bijdragen tot de sociale en economische ontwikkeling.
  Alle belanghebbenden - overheden, bedrijven, het maatschappelijk middenveld en individuele burgers - zullen bijdragen aan een rechtvaardige transitie naar een duurzaam economisch model waarin menselijk welzijn en een geringe impact op het leefmilieu voorop staan.
  De economische ontwikkeling en het milieubederf zullen volledig ontkoppeld zijn. In die ontwikkeling staat het creŽren van waardig werk centraal, waarbij tegelijkertijd een voldoende aanbod aan goederen en diensten wordt verzekerd dat in de basisbehoeften voorziet. Hierbij wordt de plaats van ons land in de internationale economie gegarandeerd, inzonderheid wat zijn competitiviteit betreft.
  Deze doelstelling houdt hoge ecologische en sociale prestaties in van alle goederen en diensten over hun hele levenscyclus (van de ontginning van de grondstoffen tot hun verwijdering). Er zal op grote schaal koolstofarme, inzonderheid hernieuwbare energie ontwikkeld worden. De energie-efficiŽntie van producten zal aanzienlijk verhoogd worden. De toegankelijkheid van de energiediensten, zowel inzake fysieke toegankelijkheid als betaalbaarheid, zal voor iedereen aanzienlijk verhoogd worden.
  Mobiliteit en vervoer zullen bijdragen tot de sociale en economische ontwikkeling en zullen milieuvriendelijk zijn dankzij een geÔntegreerd multimodaal vervoersysteem, maximale veiligheidsomstandigheden, een drastische vermindering van de milieuhinder, meer bepaald door de externe kosten te integreren in de vervoersprijzen en door een aangepaste ruimtelijke ordening.
  De voedingspatronen zullen geen negatieve invloed hebben noch op de gezondheid noch op het milieu dankzij gezonde producten, een geÔntegreerde landbouwproductie en minder voedselverspilling.
  Consumptie- en productiepatronen
  12. De economische ontwikkeling van de maatschappij zal worden gemeten door rekening te houden met de invloed ervan op de mens en het milieu.
  13. De prijzen van goederen en diensten zullen zo veel als mogelijk de sociale en milieu-externaliteiten integreren, rekening houdend met de drie dimensies van duurzame ontwikkeling.
  14. Er zal rekening gehouden worden met de milieu- en sociale prestaties van alle op de markt gebrachte goederen en diensten, en dit gedurende hun hele levenscyclus.
  15. Consumenten en producenten zullen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen, door duurzame productie- en consumptiepatronen aan te nemen.
  Energie
  16. De koolstofarme energievormen zullen overheersen in de energiemix. De hernieuwbare energiebronnen zullen er een significant aandeel van uitmaken.
  17. De elektriciteitsproductie zal haar uitstoot van koolstof sterk verminderen (van 96 tot 99 % in de " Roadmap voor energie tegen 2050 " van de Europese Commissie).
  18. De verhoging van de energie-efficiŽntie van producten zal worden voortgezet met het oog op de vermindering van het eindenergieverbruik.
  19. Het gebruik van biomassa voor energiedoeleinden zal gebeuren zonder het algemeen belang te schaden, in het bijzonder de voedselzekerheid en het leefmilieu (bodemkwaliteit, biodiversiteit, enz.).
  20. De energiebevoorrading zal verzekerd zijn.
  21. Energiediensten zullen voor iedereen toegankelijk zijn.
  Mobiliteit en vervoer
  22. Iedereen zal toegang hebben tot een vervoerswijze waarbij de emissies van broeikasgassen en vervuilende stoffen, en de impact op de biodiversiteit en op de levenskwaliteit zo gering mogelijk is.
  23. Collectieve vervoerswijzen zullen primeren boven individuele vervoerswijzen.Voor het goederenvervoer zullen spoor en binnenvaart het meest gebruikt worden.
  24. Mobiliteit en vervoer zullen onder maximale veiligheidsomstandigheden gebeuren met " nul doden " als doel.
  25. Het gebruik van vervoersmiddelen zal gepaard gaan met de uitstoot van zo weinig mogelijk vervuilende stoffen en geluidshinder, zal energie-efficiŽnt zijn en gebeuren op basis van fossiele en alternatieve bronnen. De uitstoot in de lucht van NOx, PM 2.5, PM 5 en PM 10 zal met 80 % verminderd zijn ten opzichte van 2005. De uitstoot van broeikasgassen in BelgiŽ zal met minstens 80 % verminderd zijn ten opzichte van 1990.
  26. De verschillende milieu- (broeikasgassen, vervuiling, lawaai...) en sociale externaliteiten (ongevallen, files...) zullen zoveel als mogelijk geÔntegreerd worden in de vervoerprijzen.
  Voeding
  27. Iedereen zal toegang hebben tot veilige, gezonde en voedzame voeding.
  28. De sociale en ecologische impact van onze productie- en consumptiewijzen op het vlak van voedingsmiddelen zal aanzienlijk verlaagd zijn.
  29. De voedselverspilling over de volledige voedingsketen zal aanzienlijk verminderd zijn.
  30. Onze maatschappij zal de nadelige invloed van onze voedingswijzen op de voedselsoevereiniteit van de ontwikkelingslanden verminderen.
  3. Een maatschappij die haar leefmilieu beschermt
  In 2050 zal de doelstelling van een gezond leefmilieu bereikt zijn. BelgiŽ zal zijn transitie naar een koolstofarme en resource-efficiŽnte maatschappij op een rechtvaardige manier verwezenlijkt hebben. Het zal de nodige maatregelen genomen hebben om de milieu-impact veroorzaakt door menselijke activiteiten te voorkomen, of indien niet, bij te sturen : de totale opwarming zal beperkt zijn en blijft beperkt tot 1,5 tot 2 į C op lange termijn, de water- en luchtverontreiniging zullen onder controle zijn en hebben geen noemenswaardige invloed meer op de gezondheid, de biodiversiteit en de ecosystemen. De goederen en diensten die de ecosystemen leveren, zullen hersteld en gevaloriseerd zijn. Ze zullen behoedzaam en duurzaam gebruikt worden, waardoor ze bijdragen tot het in stand houden van de biodiversiteit. Op die manier zal de biodiversiteit zelf gevaloriseerd, bewaard, beschermd en hersteld worden en volop bijdragen tot een duurzame welvaart, waarbij zij tegelijk ook de economische, territoriale en sociale cohesie stimuleert en ons cultureel erfgoed beschermt.
  Klimaatverandering
  31. De Belgische emissies van broeikasgassen zullen in 2050 in eigen land met minstens 80 tot 95 % gedaald zijn ten opzichte van hun niveau in 1990.
  32. BelgiŽ zal aangepast zijn aan de directe en indirecte gevolgen van de klimaatverandering.
  Natuurlijke hulpbronnen
  33. De verbruikte hoeveelheid niet-hernieuwbare grondstoffen zal aanzienlijk verminderd zijn en die grondstoffen zullen enkel verder ontgonnen worden indien er geen alternatief uit recyclage bestaat.
  34. Hernieuwbare grondstoffen, en met name zoet water, zullen ontgonnen worden zonder het vermogen van toekomstige generaties om die hulpbronnen te ontginnen, in het gedrang te brengen.
  Buiten- en binnenlucht
  35. De uitstoot van vervuilende stoffen, zoals stikstofoxiden, fijn stof, persistente organische stoffen, zware metalen, nitraten en fosfaten, zal aanzienlijk verminderd zijn en de lucht (binnen en buiten)-, water- en bodemvervuiling zal niet langer een significante - directe of indirecte - weerslag hebben, noch op de gezondheid, noch op het milieu.
  Biodiversiteit
  36. De toegang tot genetische hulpbronnen en het rechtvaardig en eerlijk delen van de voordelen die voortvloeien uit hun gebruik zal verzekerd zijn en efficiŽnt bijdragen tot het behoud van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik van de elementen ervan, en armoedebestrijding.
  37. De goederen en diensten die de ecosystemen leveren, zullen hersteld, gevaloriseerd en behoedzaam en duurzaam gebruikt worden, waardoor zij rechtstreeks zullen bijdragen tot het in stand houden van de biodiversiteit.
  38. De verspreiding van nieuwe invasieve (1) uitheemse soorten zal een halt toegeroepen zijn. De reeds ingevoerde soorten zullen duidelijk in aantal gedaald zijn.
  39. De Belgische mariene zones zullen beschermd, hersteld en gevaloriseerd zijn, met name via het creŽren van beschermde gebieden, het verzekeren van de connectiviteit van natuurlijke habitats en herstel van beschadigde ecosystemen. Voor het gehele Belgische deel van de Noordzee zullen de doelstellingen voor het bekomen van de goede milieutoestand zoals bepaald binnen de mariene strategie bereikt zijn. Binnen de Natura 2000 gebieden zullen de instandhoudingsdoelstellingen behaald zijn.
  4. Een maatschappij die ondersteund wordt door de federale overheid die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid opneemt
  In 2050 zal de federale overheid, als een belangrijke speler in de maatschappij, het algemeen en collectief belang waarborgen. De federale overheid zal transversale beleidslijnen ontwikkeld hebben om de transitie naar duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen. Meer specifiek wat betreft de werking van de overheden en de overheidsfinanciŽn enerzijds, en het wetenschapsbeleid en de ontwikkelingssamenwerking anderzijds.
  Voortbouwend op de bestaande inspanningen zal een nieuwe politieke governance opgezet zijn. Dit houdt in dat de federale overheid een stimulerende en regulerende rol vervult ten opzichte van welomschreven en afgesproken doelstellingen. Er wordt overlegd en er kunnen onder andere partnerschappen worden gecreŽerd met alle actoren van het maatschappelijk middenveld (sociale partners en niet-gouvernementele organisaties) en innoverende financieringsmechanismen opgezet worden om snel een antwoord te bieden op de veranderingen in de maatschappij. De federale overheid zal ook een waakhondfunctie vervullen om te anticiperen op de gevolgen van het overheidsbeleid en nieuwe maatschappelijke uitdagingen voor alle burgers en in het bijzonder voor de meest kansarmen.
  Overheden
  40. De federale overheid zal de democratische werking van haar organen voor overleg en beraadslaging blijven garanderen.
  41. De federale overheid zal alle gebruikers, ongeacht hun sociale en culturele status, een dienstverlening bieden die aan hun verwachtingen beantwoordt, rekening houdend met het algemeen belang.
  42. Internationale samenwerking zal gericht zijn op duurzame ontwikkeling. De federale overheid zal haar beleid, ook in de internationale en Europese dimensie, uitwerken in overeenstemming met de doelstellingen van de langetermijnvisie inzake duurzame ontwikkeling.
  43. De federale overheid zal bijdragen tot duurzame ontwikkeling door de milieu- en sociale prestaties van haar instellingen.
  OverheidsfinanciŽn
  44. De schuldenlast die zowel voortvloeit uit sociale verschijnselen als uit milieu- en economische verschijnselen, zal op een houdbaar niveau blijven en de toekomstige generaties dus niet belasten.
  45. BelgiŽ zal een situatie van evenwicht bereiken wat zijn handels- en financiŽle relaties met andere landen betreft.
  46. De overheidsfinanciŽn zullen op een andere manier benaderd worden, door het resultaat van de voorbije actie van de Staat niet langer uitsluitend te bekijken in termen van overheidsschuld (dit wil zeggen van passiva) maar ook de activa (in de brede zin) te valoriseren die overeenstemmen met de bijdrage van de Staat tot de verschillende " kapitalen " : fysiek kapitaal maar ook het " kapitaal " vorming, het " kapitaal " R&D, het milieukapitaal, enz.
  47. De fiscaliteit zal de externe kosten integreren door de geleidelijke verschuiving van de fiscaliteit op arbeid naar een fiscaliteit op ecologische en sociale externe factoren.
  48. Fiscale en sociale fraude zal verdwenen zijn.
  Wetenschapsbeleid
  49. De budgetten voor onderzoek & ontwikkeling zullen minstens 3 % van het bbp bedragen en nemen jaar na jaar toe.
  50. Bij het uitwerken van het beleid zal rekening gehouden worden met de onderzoeksresultaten door de betrokken partijen en de gebruikers van deze resultaten van bij het begin te betrekken : bij het identificeren van de problemen en bij het formuleren van vragen en onderzoeksdoelstellingen.
  51. Het strategisch onderzoek zal ten dienste staan van de maatschappelijke en duurzame ontwikkelingsuitdagingen.
  Ontwikkelingssamenwerking
  52. Beleidsmaatregelen in diverse relevante domeinen (handel, financiŽle regelgeving, migratie, landbouw,..) zullen geen negatieve invloed uitoefenen op duurzame ontwikkeling wereldwijd en in het bijzonder in de minst ontwikkelde landen.
  53. Binnen het kader van het omvattend post-2015 ontwikkelingskader zal ook de ontwikkelingssamenwerking bijdragen tot de uitwerking en realisatie van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, gestoeld op de rechtenbenadering, hierbij rekening houdend met de verschuivende noden in de strijd tegen de armoede van en binnen de armste, de meest kwetsbare en meest fragiele landen.
  54. Ontwikkelingssamenwerking (ODA) zal een voorspelbaar en doeltreffend kanaal blijven voor de ondersteuning van de armste landen en bevolking, en zal hierbij voldoen aan de afspraken over doeltreffendheid van hulp (Parijsverklaring, Accra-agenda en Busan-partnerschap en latere aanpassingen inzake eigenaarschap, afstemming op hun beleid, harmonisatie met andere donoren, resultaatgericht beheer, wederzijdse verantwoording en betere voorspelbaarheid van de middelen).
  55. De Belgische ontwikkelingssamenwerking zal zich blijven aanpassen aan de internationale context teneinde haar rol te blijven spelen daar waar ze dit nodig en doeltreffend acht. Ze zal de ontwikkelingslanden - met bijzondere aandacht voor de minst ontwikkelde landen en meest kwetsbare landen - blijven ondersteunen bij het aanpakken van de milieurisico's in verband met de bescherming van de natuurlijke rijkdommen, de wereldwijde ontbossing, het verlies van biodiversiteit, de bestrijding van de woestijnvorming, de verandering van de productie- en consumptiepatronen, en de transitie naar koolstofarme en zo klimaatbestendig mogelijke maatschappijen. Ze zal bijzonder aandacht blijven hebben voor de strijd tegen de ongelijkheden.
  ----------
  (1) Invasieve planten zijn plantensoorten die 1. door de mens vrijwillig of toevallig worden geÔntroduceerd buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied (het gaat om zogenaamde " exotische " soorten); 2. in staat zijn te overleven en zich voort te planten in de natuur; 3. een sterke verspreidingscapaciteit hebben en 4. die geneigd zijn dichte populaties te vormen waarbij de inheemse soorten worden verdrongen.
  

  Art. N2. Bijlage 2. - Het geheel van indicatoren, bedoeld in artikel 2.
  1. Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert
  Sociale cohesie en kansarmoedebestrijding
  * Loonkloof tussen vrouwen en mannen bij gelijk werk
  * Man-vrouwverhouding bij topmanagers
  * Percentage van de bevolking onder de armoededrempel (met aandacht voor specifieke categorieŽn zoals eenoudergezinnen,..)
  * Personen met risico op armoede of sociale uitsluiting (EU-2020), naar geslacht, leeftijd (kinderen (0-17 jaar) EU-2020)
  * Schuldenlast van huishoudens
  * Satellietrekening van de instellingen zonder winstoogmerk
  * Functionele ongeletterdheid
  * GINI (voor en na sociale transfers) of ratio S80/S20
  * De inkomensongelijkheid tussen 2010 en 2050 is niet gestegen.
  Gezondheid
  * Levensverwachting in goede gezondheid naar geslacht, opleidingsniveau, sociaaleconomisch statuut
  * Sterftepercentage naar geslacht, leeftijd en sociaaleconomische categorieŽn in verband met hart- en bloedvatenziekten, kankers, diabetes en chronische ademhalingsziekten
  * Aandeel remgeld
  * Personen die verklaren problemen te hebben gehad met toegang tot medisch onderzoek of behandeling
  Werkgelegenheid
  * Werkgelegenheidsgraad van de actieve bevolking (EU-2020]
  * Werkenden met een armoederisico
  * Voortijdige schoolverlaters (EU-2020)
  * Percentage van de werkloosheidsgraad van laaggeschoolden ten opzichte van hooggeschoolden
  * Percentage ongewild deeltijds werk, ondermeer naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en sociaaleconomisch statuut
  * Activiteitsgraad
  * Werkloosheidsgraad volgens administratieve gegevens (werkloosheidsdefinitie Federaal Planbureau)
  * Werkloosheidsgraad volgens enquÍtegegevens (werkloosheidsdefinitie Arbeidskrachten-enquÍte)
  * Arbeidsongevallen
  * Loonkloof tussen vrouwen en mannen bij gelijk werk
  * Deelname aan bijscholing, opleidings- en vormingsactiviteiten in het kader van een leven lang leren
  2. Een maatschappij die haar economie aanpast aan de economische, sociale en leefmilieu uitdagingen
  Consumptie- en productiepatronen
  * Op de markt gebrachte producten en diensten met een label dat door de overheden is gecertificeerd (Europees ecologisch label, label voor biologische landbouwproducten, eerlijk label, sociaal label)
  * Organisaties (overheden, ondernemingen, ngo's, enz.) die een duurzaam beheersysteem hebben ingevoerd (ISO14001, EMAS, ISO26000, SA8000)
  * Ondernemingen die de ecologische voetafdruk en de koolstofbalans van hun organisatie hebben bepaald
  * Uitgaven voor " biologische " voeding in de voedingsuitgaven van een gezin
  * Binnenlandse input van grondstoffen
  * Binnenlands verbruik van grondstoffen
  Energie
  * Percentage van energie uit hernieuwbare bronnen in het bruto energie-eindverbruik (EU2020)
  * Elektriciteit die wordt geproduceerd zonder de ermee gepaard gaande CO2-ontwikkeling van fossiele koolstof
  * Elektriciteit die wordt geproduceerd op basis van hernieuwbare energiebronnen
  * Energie-efficiŽntie (bbp/Primair energieverbruik)
  * Naleving van duurzaamheidcriteria voor de invoer van biomassa voor energiedoeleinden
  * Personen die verklaren problemen te hebben gehad om hun woning voldoende te verwarmen omwille van financiŽle redenen
  Mobiliteit en vervoer
  * Gebruik van de verschillende vervoerswijzen (oa modaal aandeel van het (privaat of openbaar) gemeenschappelijk personenvervoer; modaal aandeel van de spoor- en waterwegen voor het goederenvervoer) naar aantal afgelegde km, aantal reizigers/km en/of ton/km
  * Verplaatsingen per fiets ten opzichte van 2011
  * Percentage van het spoorwegvervoer en het binnenvaartvervoer in het goederenvervoer
  * Aantal afgelegde km, aantal reizigers-km, ton-km
  * Modal shift indicator (personen en goederen)
  * Aantal verkeersslachtoffers op jaarbasis : doden/zwaargewonden/lichtgewonden per miljard afgelegde km verdeeld volgens geslacht, leeftijd en de vervoerswijze
  * Totale CO2-uitstoot in de transportsector en per vervoerswijze
  * Energieprestatie en vervangingspercentage van transportvoertuigen op het land, in de lucht en van de onder Belgische vlag varende zeevloot
  * Emissies NOx, PM 2.5, PM 5 en PM 10
  Voeding
  * Personen met overgewicht of zwaarlijvigheid onder de Belgische bevolking (per geslacht, leeftijd, sociaaleconomische categorieŽn)
  * Dagelijkse consumptie van fruit en groenten
  * Dagelijkse consumptie van vlees
  * Personen die een beroep doen op voedselhulp
  * Introductie op de markt en consumptie van " lokale " en " eerlijke " producten
  * Vermindering in het gebruik van hulpbronnen in de voedselketen (te verdelen volgens primaire hulpbronnen)
  * Sporen van resten van chemische bestrijdingsmiddelen, van hormoonontregelende stoffen in de landbouwproductie en bij mensen (biomonitoring)
  * Percentage geÔntegreerde landbouw en biologische landbouw (oppervlakte)
  * Percentage van verspilde niet-vervallen levensmiddelen
  * Percentage voedselteelten tegenover industriŽle teelten bestemd voor de uitvoer (inclusief de biobrandstoffen)
  * Ontbossing voor industriŽle teelten in ontwikkelingslanden bestemd voor de uitvoer
  3. Een maatschappij die haar leefmilieu beschermt
  Klimaatverandering
  * Broeikasgasemissies op het Belgische grondgebied (EU2020)
  Natuurlijke hulpbronnen
  * Binnenlands verbruik van grondstoffen (biomassa en niet-biomassa)
  * Staat van de grondwaterspiegel
  * Verbruik van leidingwater door de gezinnen per dag per persoon
  Buiten- en binnenlucht
  * Luchtkwaliteit (concentraties aan CO, SO2, NOx, COV, PM, enz. in de lucht)
  * Pollutiepieken (bv. : ozonconcentratie : aantal dagen per jaar waarop de informatie- en gezondheidsdrempels worden overschreden)
  * Emissies van vervuilende stoffen afkomstig uit industriŽle en huishoudelijke activiteiten, uit het vervoer, uit natuurlijke hulpbronnen
  * Concentraties fijn stof (PM 2.5) in de lucht
  * Op de markt gebrachte producten met een beperkt emissiegehalte
  * Performantie van de verwarmings- en ventilatiesystemen in gebouwen (prestaties van het gebouwenpark)
  * Binnenluchtkwaliteit
  Biodiversiteit
  * Verbintenissen die BelgiŽ op internationaal niveau heeft aangegaan inzake het delen van de voordelen (Protocol van Nagoya, Internationaal verdrag inzake fytogenetische hulpbronnen voor de voeding en de landbouw,)
  * Ruimtelijke fragmentatie van de ecosystemen
  * Percentage ecosysteemdiensten die 'functioneel', onbeschadigd en beschermd zijn
  * Aantal octrooiaanvragen gebaseerd op genetische hulpbronnen
  * Nieuw ingevoerde soorten
  * Verdwenen soorten
  * Evolutie van de ingevoerde soorten
  * Percentage met uitsterving bedreigde gewervelde en ongewervelde soorten
  * Percentage land- en waterecosystemen, ecosystemen in de zee die als beschadigd/hersteld worden beschouwd
  * Behaalde indicatoren zoals bepaald in het kader van OSPAR, EU, VN
  * Behaalde doelstellingen van het Johannesburg Plan of Implementation/bijkomend protocol bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (" Implementation Agreement " genaamd)
  4. Een maatschappij die ondersteund wordt door de federale overheid die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid opneemt
  Overheden
  * Vragen op jaarbasis vanuit de regering aan de adviesraden
  * Naleving van de DOEB-procedure
  * Opvolging van de uitvoering van het FPDO
  OverheidsfinanciŽn
  * Geconsolideerde bruto schuld van de overheden/bbp
  * Overheidsschuld in % van het bbp
  * Balans van de lopende rekening in procent van het bbp
  * Netto buitenlandse investeringspositie in procent van het bbp
  * Ondergrondse economie : verschil tussen gemiddeld theoretisch btw-percentage en gemiddeld effectief percentage
  Wetenschapsbeleid
  * Percentage van het bbp gewijd aan uitgaven voor R&D
  * Percentage van bruto binnenlandse uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in het bbp (met inbegrip van de fiscale uitgaven), opgesplitst naar publieke en private sector (EU-2020)
  * Federaal onderzoek met een actief begeleidingscomitť
  * Tevredenheid van de begeleidingscomitťs van de projecten
  * Federaal onderzoek dat bijdraagt tot de maatschappelijke uitdagingen en de doelstellingen inzake DO
  * Percentage federaal netwerkonderzoek
  Ontwikkelingssamenwerking
  * Percentage van de ODA naar de armste/meest kwetsbare/meest fragiele landen
  * Percentage van de ODA besteed aan duurzame ontwikkelingsdoeleinden
  * Indicatoren ontwikkeld in het kader van de Parijs-agenda en het Busan-partnerschap, o.a. over ontbinding van de hulp, transparantie, voorspelbaarheid, gebruik van systemen partnerland, resultaatgerichtheid
  * De emissies op jaarbasis van broeikasgassen in de ontwikkelingslanden (ton C02-eq.)
  * Ontwikkelingshulp toegekend aan de ontwikkelingslanden tegen 2050 (industrielanden en BelgiŽ)

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 5 mei 1997 betreffende de coŲrdinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, artikel 2/1, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2010;
   Gelet op het advies " over de langetermijnvisie duurzame ontwikkeling 2050 " van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, goedgekeurd door haar algemene vergadering van 25 mei 2012;
   Gelet op de resolutie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers betreffende de langetermijnvisie inzake duurzame ontwikkeling, aangenomen tijdens haar plenaire vergadering van 19 juli 2012;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 20 februari 2013;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 15 april 2013;
   Overwegende de werkzaamheden en de besluiten van de VN-conferentie voor Milieu en Ontwikkeling van Rio de Janeiro in 1992, de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling van Johannesburg in 2002 en de VN-conferentie voor Duurzame Ontwikkeling van Rio de Janeiro in 2012;
   Overwegende de werkzaamheden en de bijdragen van de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling en van het Federaal Planbureau;
   Op voordracht van de Minister van FinanciŽn en de Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het ontwerp van besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, voert artikel 2/1 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coŲrdinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2010, uit. Deze bepaling stelt dat de federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling, hierna " de langetermijnvisie " genoemd, wordt bepaald door Uwe Majesteit bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en dit na een parlementair debat en met het georganiseerde middenveld.
   Zoals de wet nader bepaalt, vormt de langetermijnvisie een kernelement van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling. Zoals bepaald in artikel 2/1, tweede lid, " De langetermijnvisie omvat de langetermijndoelstellingen die de federale regering nastreeft in het door haar gevoerde beleid. Ze staat boven de door deze wet ingestelde cyclus van federale plannen en rapporten inzake duurzame ontwikkeling. Ze dient als leidraad voor de werkzaamheden van de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling, de Dienst die door de Koning belast is met de voorbereiding en de coŲrdinatie van de uitvoering van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, en het Federaal Planbureau. Ze stelt ook een geheel van indicatoren vast om rekenschap te geven over het behalen van deze doelstellingen. "
   Zowel de conferenties van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling sinds 1992 als de werkzaamheden van de OESO of de strategie inzake duurzame ontwikkeling van de Europese Unie benadrukken het belang om langetermijndoelstellingen te bepalen teneinde een duurzame ontwikkeling te bereiken. In aansluiting op de recentste conferentie van de Verenigde Naties in Rio in juni 2012 drukt deze langetermijnvisie dus de wil uit om het politieke engagement ten gunste van duurzame ontwikkeling te vernieuwen.
   Bovendien hebben de door het Federaal Planbureau gepubliceerde federale rapporten inzake duurzame ontwikkeling en de door de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling uitgebrachte adviezen sinds 1997 het belang benadrukt om langetermijndoelstellingen aan te nemen om onze ontwikkelingswijze naar een houdbaarder patroon te leiden.
   De internationale gemeenschap stelt de mens centraal in het beleid inzake duurzame ontwikkeling. Daarom kunnen de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling op lange termijn beschouwd worden als een concretisering van de rechten van de huidige en toekomstige generaties. Die rechten zijn ingeschreven in de Belgische Grondwet. Het gaat in het bijzonder om het recht op een menswaardig leven, op arbeid, op sociale zekerheid, op bescherming van de gezondheid, op behoorlijke huisvesting, en ook om het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing, het recht op onderwijs en het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu.
   De memorie van toelichting van de wet stelde duidelijk : " Deze langetermijndoelstellingen inzake duurzame ontwikkeling zullen beter kunnen worden bereikt als er samenwerking wordt opgezet tussen alle overheidsniveaus waarin het kaderakkoord over de nationale strategie voor duurzame ontwikkeling voorziet. In die context kan de beleidsvisie op lange termijn een federale bijdrage vormen aan dit proces. " Deze langetermijnvisie streeft er met name naar de verbintenissen die BelgiŽ op internationaal en Europees niveau heeft aangegaan, na te komen. Zij kadert bovendien enkel binnen de bevoegdheden van de federale Staat. Verder spreekt het voor zich dat de voorgestelde doelstellingen passen binnen de internationale en Europese context.
   Tenslotte proberen de voorgestelde doelstellingen de gewenste stand van zaken te schetsen waarin de Belgische maatschappij zich tegen 2050 op het vlak van duurzame ontwikkeling zou moeten bevinden. Zij zijn opgevat als een samenhangend geheel dat een gezamenlijke verwezenlijking vergt. Zij zijn voorgesteld wanneer vast stond dat de federale Staat over hefbomen beschikt om bij te dragen tot hun verwezenlijking. De voorgestelde indicatoren bestaan reeds, maar kunnen steeds herzien of verfijnd worden. Ofwel houden ze rechtstreeks verband met de doelstelling, ofwel vormen ze een benaderende waarde die de gewenste stand van zaken gedeeltelijk vat. De rapportering over de indicatoren zal gebeuren via de federale rapporten inzake duurzame ontwikkeling, de rapporten van de Commissie en van de leden van de Commissie. De rapportering wordt meegedeeld aan de leden van de federale regering, de Wetgevende Kamers en de Raad.
   Deze langetermijnvisie streeft ernaar een antwoord te bieden op de grote uitdagingen die met onze wijze van ontwikkeling gepaard gaan. Er werden vier uitdagingen geÔdentificeerd. Het gaat erom :
   - de sociale cohesie te waarborgen in een samenleving waarin iedereen over een gelijke toegang beschikt tot alle levensdomeinen,
   - een flexibele samenleving te verzekeren die haar economie aanpast aan de economische, sociale en leefmilieu- uitdagingen,
   - de bescherming van het leefmilieu te garanderen,
   - maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen als federale overheid.
   Met andere woorden, het menselijk welzijn vormt het einddoel dat moet worden verzekerd door onze consumptie- en productiewijzen te herzien waarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen van ons ecosysteem.
   Om deze uitdagingen op te nemen, werden voor verschillende domeinen doelstellingen vastgelegd.
   Wat de sociale cohesie betreft, zijn de doelstellingen gericht op kansarmoedebestrijding, gezondheid en werkgelegenheid.
   Wat de aanpassing van de economie betreft, zijn de doelstellingen gericht op de consumptie- en productiewijzen, energie, voeding en mobiliteit en vervoer.
   Wat de milieubescherming betreft, zijn de doelstellingen gericht op de klimaatverandering, natuurlijke hulpbronnen, binnen- en buitenlucht, biodiversiteit en bescherming van de zee.
   Wat de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de federale overheid betreft, zijn de doelstellingen gericht op de overheden, de overheidsfinanciŽn, het wetenschapsbeleid en de ontwikkelingssamenwerking.
   Artikelsgewijze bespreking
   Artikel 1 legt de doelstellingen van de langetermijnvisie, bedoeld in artikel 2/1 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coŲrdinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling vast als een bijlage I van dit ontwerp van besluit.
   Artikel 2 legt de indicatoren van duurzame ontwikkeling, bedoeld in artikel 2/1 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coŲrdinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling vast als een bijlage II van dit ontwerp van besluit.
   Artikel 3 bepaalt dat bijlage II uiterlijk bij de vaststelling van een volgend plan inzake duurzame ontwikkeling vervangen wordt.
   Artikel 4 behoeft geen commentaar.
   Wij hebben de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaars
   De Minister van FinanciŽn,
   K. GEENS
   De Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling,
   S. VERHERSTRAETEN

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie