J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 237 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2013/06/28/2013204905/justel

Titel
28 JUNI 2013. - Decreet betreffende het landbouw- en visserijbeleid
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-09-2013 en tekstbijwerking tot 30-08-2018) Zie wijziging(en)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 12-09-2013 nummer :   2013204905 bladzijde : 64392       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-06-28/15
Inwerkingtreding : 01-01-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-8
HOOFDSTUK 2. - Ondersteuning en bevordering van een economisch efficiënte en duurzame landbouw, zeevisserij- en aquacultuursector
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 9
Afdeling 2. - Bevordering van duurzame landbouwproductiemethoden
Art. 10-11
Afdeling 3. - Landbouwvorming
Art. 12-15
Afdeling 4. - Sensibiliseringsacties ter bevordering van een duurzame landbouw
Art. 16-18
Afdeling 5. - Landbouweducatie
Art. 19-21
Afdeling 6. - Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds
Art. 22
Afdeling 7. - Zeevisserij en aquacultuur
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 23-24
Onderafdeling 2. - Het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector
Art. 25-27
Afdeling 8. - Praktijkcentra
Art. 28
Afdeling 9. - Ondersteuning en bevordering van verenigingen, groeperingen en samenwerkingsverbanden
Art. 29-30
Afdeling 10. - Het Vlaams Fonds voor Landbouw en Visserij
Art. 31-38
Afdeling 11. - Bevordering van de dierlijke productie
Art. 39-42
HOOFDSTUK 3. - Controle- en sanctiebepalingen
Afdeling 1. - Algemene sanctiebepalingen
Onderafdeling 1. - Toezicht
Art. 43-45, 45/1, 46-54
Onderafdeling 2. - Handhaving
Art. 55-63
Afdeling 2. - Bijzondere sanctiebepalingen
Onderafdeling 1. - Handhaving inzake het zeevisserijbeleid
Art. 64-68
Onderafdeling 2. - Handhaving van het beleid inzake gespecialiseerde pluimveebedrijven
Art. 69
Onderafdeling 3. - Handhaving van het beleid inzake duurzame landbouw
Art. 70-71
Onderafdeling 4. - Handhaving van het beleid inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten
Art. 72
Onderafdeling 5. - Handhaving van het beleid inzake de invoering en uitvoering van kwaliteitssystemen
Art. 73
Onderafdeling 6. - Handhaving van het beleid ter uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening met betrekking tot groenten en fruit
Art. 74
Afdeling 3. - Invordering van ten onrechte uitbetaalde steun en exclusieve bestuurlijke geldboeten
Art. 75-77
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Art. 78-83

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

  Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° aquacultuur : de kweek of teelt van aquatische organismen, meer bepaald alle in het water levende soorten die behoren tot de eukaryoten, inclusief alle delen, geslachtscellen, zaadcellen, eicellen of propagulen van dergelijke organismen die kans maken op overleving en reproductie, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de organismen in kwestie te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu;
  2° etiketteringsvoorschriften : de aanduidingen op en de vorm van de merken, verzegelingen, labels, verpakkingen, etiketten, getuigschriften, facturen, certificaten, attesten, bordjes, tekens, benamingen die aangebracht moeten of mogen worden om bepaalde kwaliteits- of foktechnische eigenschappen aan te duiden;
  3° fokdier : elk dier, opgenomen in een stamboek of een register, dat bestemd is voor de fokkerij;
  4° grondstoffen : verzamelterm voor enerzijds teeltmateriaal van dierlijke of plantaardige oorsprong en anderzijds elke stof die bestemd is om de plantaardige en dierlijke productie te beschermen, te verbeteren of te bevorderen, met inbegrip van elk substraat voor plantencultuur of dierenvoeders. Het grondstoffenbeleid gevoerd in uitvoering van dit decreet beperkt zich tot de kwaliteitsaspecten van die grondstoffen;
  5° hoofdzakelijke hoedanigheden : enerzijds de kwaliteitsnormen die vastgesteld zijn voor de grondstoffen en de productie, en anderzijds alle etiketteringvoorschriften;
  6° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij;
  [1 6° /1 personeelslid: de contractuele en statutaire personeelsleden;]1
  7° register : elke informatiedrager, bijgehouden door een vereniging of organisatie van fokkers of door een private onderneming die daartoe erkend is in de lidstaat waar ze is gevestigd of die erkend is in een derde land, waarin fokdieren met hun zoötechnische gegevens worden opgenomen;
  8° stamboek : elke informatiedrager, bijgehouden door een vereniging of organisatie van fokkers die daartoe officieel erkend is in de lidstaat waarin ze is opgericht of die erkend is in een derde land, waarin de fokdieren van een bepaald ras worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van hun voorgeslacht.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 98, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 3. § 1. Dit decreet is van toepassing op de activiteiten die verricht worden in de sectoren van :
  1° de landbouw, waaronder akkerbouw en veeteelt wordt begrepen;
  2° de tuinbouw, waaronder de groenteteelt, fruitteelt, wijnbouw, sierteelt en boomkwekerij begrepen worden;
  3° het houden, kweken of fokken van dieren bestemd voor menselijk gebruik, het plattelandsbeheer of ten dienste van de landbouw, tuinbouw of visserij;
  4° de aquacultuur en de zeevisserij, voor zover de zeevisserij beoefend wordt door :
  a) de Belgische vissersvaartuigen in de communautaire wateren en in de volle zee;
  b) andere vissersvaartuigen in de territoriale zee en de exclusieve economische zone;
  5° het plattelandsbeheer en de plattelandsontwikkeling;
  6° de land- en tuinbouwactiviteiten in een stedelijke omgeving;
  7° de dienstverlenende, de begeleidende, de toeleverende, de afzet- en de verwerkende sector voor landbouw-, tuinbouw en visserijbedrijven;
  8° de biologische landbouw.
  De activiteiten, vermeld in het eerste lid, omvatten onder meer :
  1° het ondersteunen, onder meer door toelevering, verwerking, verhandeling, promotie en andere vormen van omkadering van dierlijke en plantaardige producten, gewassen, dieren, levensmiddelen, andere producten en diensten in functie van de landbouw, tuinbouw en visserij;
  2° de adviesverlening aan de actoren die actief zijn in de sectoren, vermeld in paragraaf 1;
  3° de diversificatie van de landbouwactiviteiten, zijnde het geheel van economische activiteiten binnen de agrarische sector ten behoeve van de productie van gewassen en dieren, en landbouwproducten;
  4° het heroriënteren en bevorderen van de landbouwactiviteiten, zijnde het geheel van economische activiteiten binnen de agrarische sector ten behoeve van de productie van gewassen en dieren, in de richting van landbouw met verbrede doelstelling, waaronder een landbouw begrepen wordt die niet-landbouwactiviteiten opneemt in zijn takenpakket;
  5° het in een goede landbouw- en milieuconditie houden van gronden.
  § 2. Dit decreet is van toepassing op de co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen, voor zover het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen en de uitvoeringsbesluiten ervan er niet van afwijken.

  Art. 4.De Vlaamse Regering kan, binnen de bevoegdheden, vermeld in artikel 6, § 1, V, en artikel 6, § 1, VI, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ten aanzien van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en van de producten die het resultaat zijn van die activiteiten :
  1° alle maatregelen nemen voor de uitvoering van de Europese en andere internationale akten;
  2° de voorwaarden bepalen voor :
  a) alle handelingen die verricht zijn in het kader van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en die handelingen of de steller van die handelingen onderwerpen aan een voorafgaande keuring, erkenning of machtiging, en de voorwaarden tot verlening, wijziging, behoud, verlenging, inperking, uitbreiding, schorsing, opheffing en intrekking van de erkenning of machtiging bepalen;
  b) de samenstelling, kwaliteit, eigenschappen, echtheid en zuiverheid van ras, indeling, hoeveelheid, maat, gewicht, vorm, toestand, oorsprong, herkomst, en de analyse van de producten die het resultaat zijn van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, voor zover die opgelegd worden ter verbetering van de kwaliteit of van de foktechnische eigenschappen;
  c) etiketteringsvoorschriften;
  d) de toekenning van steun voor de beoefening van landbouw-, zeevisserij-, en aquacultuuractiviteiten in een maatschappelijk verantwoord kader dat rekening houdt met de maatschappelijke verwachtingen op het vlak van natuur- en milieubehoud, dierengezondheid en -welzijn, voedselvoorziening, -veiligheid en -kwaliteit, en consumentenbelangen;
  3° alle maatregelen nemen voor de invoering en uitvoering van kwaliteitssystemen, voor de toekenning van kwaliteitslabels en oorsprongsbenamingen van regionale of lokale aard;
  4° alle maatregelen nemen voor de kwaliteitsbewaking ten aanzien van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1;
  5° de vergoedingen, [1 ...]1 rechten, heffingen, afhoudingen en toeslagen vaststellen die worden gevorderd voor de uitvoering van de maatregelen, vermeld in dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid en het bedrag ervan bepalen. Het besluit betreffende die verplichte bijdragen wordt van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot op de datum van de inwerkingtreding ervan als het niet [2 binnen een jaar na de bekendmaking ervan wordt bekrachtigd bij decreet]2. [2 ...]2 Die [2 termijn van een jaar wordt]2 opgeschort tijdens het parlementaire reces en bij de ontbinding van het parlement;
  [1 5° /1 de retributies vaststellen die worden gevorderd voor de uitvoering van de maatregelen, vermeld in dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid, en het bedrag van de voormelde retributies bepalen;]1
  6° het beleid inzake landbouw, zeevisserij of aquacultuur diversifiëren ten aanzien van een nader te bepalen sector, deelsector, doelgroep of regio;
  7° risicobeheer ondersteunen;
  8° alle maatregelen nemen voor de organisatie van de indeling en de weging van de geslachte runderen, varkens en schapen.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 99,1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<DVR 2017-06-30/08, art. 99,2°,3°,4°, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 5. § 1. Iedere rechtstreekse professionele verkrijger van grondstoffen of producten die het resultaat zijn van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, heeft het recht, niettegenstaande elk tegenstrijdig beding, op tegenspraak of, zo niet, ten overstaan van getuigen een monsterneming te eisen, met het oog op onderzoek ervan door een onderzoeksstation of laboratorium.
  § 2. De Vlaamse Regering kan voor elke al dan niet wettelijk voorgeschreven analyse met betrekking tot de kwaliteit van de grondstoffen of producten, de wijze en de voorwaarden van monsterneming vaststellen, de ontledingsmethoden bepalen, het tarief van de ontledingen vaststellen, alsook de voorwaarden bepalen voor de inrichting en de werking van de ontledingslaboratoria met het oog op hun erkenning door de minister.

  Art. 6. De Vlaamse Regering is belast met de uitbouw en het beheer van een databank voor de-minimissteun, verleend met toepassing van Verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector.
  De uitbouw van deze databank impliceert geen verplichting voor de verstrekkers of ontvangers van steun tot aanlevering van de gegevens die opgenomen worden in de databank.
  De Vlaamse Regering kan de procedure en voorwaarden bepalen voor de aanlevering van de gegevens die in de databank, vermeld in het eerste lid, zullen worden opgenomen.

  Art. 7.§ 1. De gegevens die binnen het toepassingsgebied, vermeld in artikel 3, aan een entiteit van het beleidsdomein Landbouw en Visserij worden verstrekt, kunnen aan de andere entiteiten van het beleidsdomein ter beschikking worden gesteld als die terbeschikkingstelling aansluit bij het toepassingsgebied, vermeld in artikel 3.
  Binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij kunnen gegevens uitgewisseld worden voor de volgende doeleinden :
  1° studie en analyse in het kader van wetenschappelijk onderzoek;
  2° studie en analyse in het kader van beleidsvoorbereiding;
  3° studie en analyse in het kader van beleidsondersteuning;
  4° studie en analyse in het kader van beleidsuitvoering;
  5° studie en analyse in het kader van beleidsevaluatie;
  6° opmaak van landbouwimpactstudies;
  7° opmaak van landbouweffectenrapportages;
  8° beheer van de databank voor de-minimissteun, vermeld in artikel 6;
  9° bijhouden van bedrijfseconomische boekhoudingen;
  10° inning van promotieheffingen;
  11° communicatie met de beoefenaars van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, andere overheden, het middenveld en de maatschappij;
  12° bepaling van de gebruikswaardendaling;
  13° advisering in het kader van ruimtelijke ordening;
  14° organiseren van voorlichtingsactiviteiten;
  15° uitvoeren door de entiteiten van de aan hen toevertrouwde opdrachten;
  16° administratieve vereenvoudiging.
  § 2. De entiteiten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij, kunnen gegevens die ze nodig hebben voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden of voor de uitvoering van de aan hen toevertrouwde opdrachten rechtstreeks opvragen bij derden.
  Na instemming van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, kunnen de entiteiten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij, de volgende gegevens opvragen bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen :
  1° identificatie- en registratiegegevens uit de dierlijke sector in het kader van rechtstreekse EU-inkomenssteun, van steun in het kader van plattelandsontwikkeling en van de biologische productie;
  2° controlegegevens uit de dierlijke en de plantaardige sector in het kader van de controle op de randvoorwaarden als voorwaarde voor de toekenning van steun, in het kader van rechtstreekse EU-inkomenssteun en in het kader van steun voor plattelandsontwikkeling;
  3° gegevens uit de plantaardige sector in het kader van de handel van teeltmateriaal van siergewassen, groenteplan ten, fruitplanten en bosbouwkundig teeltmateriaal en in het kader van het toezicht op de handels- en kwaliteitsvoorschriften van producenten en leveranciers;
  4° alle informatie die voortvloeit uit de vaststellingen die het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen heeft gedaan of heeft ontvangen via het Rapid Alert System, die van dien aard is dat fraude in de sectoren van de biologische en de geïntegreerde productie aan het licht worden gebracht;
  5° controlegegevens van de conformiteitscontroles met betrekking tot de handelsnormen voor groenten en fruit.
  Na instemming van de bevoegde overheid kunnen de entiteiten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij fiscale gegevens opvragen bij de bevoegde overheid.
  [1 De entiteiten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij kunnen de gegevens die noodzakelijk zijn voor het beheer van het landbouwmonitoringsnetwerk en voor het bieden van beleidsondersteuning door onder meer het opmaken van studies, rapporten en cijfermateriaal, rechtstreeks opvragen bij derden.]1
  § 3. De gegevens die in het toepassingsgebied, vermeld in artikel 3, aan een entiteit van het beleidsdomein Landbouw en Visserij worden verstrekt, kunnen, na akkoord van de entiteit die de gegevens verstrekt, aan derden ter beschikking worden gesteld voor de verwerking door die derden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden.
  De gegevens, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, kunnen doorgegeven worden aan de erkende controleorganen biologische productie, de centra ter bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden en andere organen die de Vlaamse Regering heeft aangewezen.
  § 4. Als bij de uitwisseling van de gegevens, vermeld in artikel 6 en in dit artikel, persoonsgegevens elektronisch worden uitgewisseld, kan dit slechts [1 met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd]1.
  ----------
  (1)<DVR 2018-06-08/04, art. 139, 003; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

  Art. 8. De Vlaamse Regering kan voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en voor de producten die het resultaat zijn van die activiteiten, voorzien in een verplichting tot het aanleveren van bepaalde gegevens voor statistische doeleinden.
  De Vlaamse Regering kan de voorwaarden en de procedure voor het aanleveren van de gegevens verder regelen.
  De Vlaamse Regering bepaalt welke entiteit de gegevens, vermeld in het eerste lid, kan opvragen.

  HOOFDSTUK 2. - Ondersteuning en bevordering van een economisch efficiënte en duurzame landbouw, zeevisserij- en aquacultuursector

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen

  Art. 9. De Vlaamse Regering kan de volgende maatregelen nemen :
  1° steunmaatregelen voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1;
  2° maatregelen ter ondersteuning van het wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek dat verricht wordt;
  3° voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, maatregelen voor de voorlichting van de consument;
  4° voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, maatregelen ter bevordering van het ondernemerschap en de innovatie;
  5° flankerende maatregelen om de leefbaarheid te verbeteren van bestaande bedrijven die worden geconfronteerd met veranderende omgevingsfactoren.
  De Vlaamse Regering kan de aard, de inhoud, de toepassing, de aanvraagprocedure, de voorwaarden en de controle op de naleving van de voorwaarden voor de maatregelen, vermeld in het eerste lid, bepalen.
  In dit hoofdstuk wordt onder het begrip landbouwactiviteiten het geheel van de economische activiteiten binnen de agrarische sector ten behoeve van de productie van gewassen en dieren begrepen.

  Afdeling 2. - Bevordering van duurzame landbouwproductiemethoden

  Art. 10. § 1. De Vlaamse Regering kan de volgende steunmaatregelen nemen :
  1° het bevorderen van de toepassing van landbouwactiviteiten en primaire verwerking die een positieve bijdrage leveren aan de milieubescherming, de naleving van de hygiënische normen, de diergezondheid, het dierenwelzijn, de kwaliteitsverbetering, het landschapsbehoud en de landschapsverbetering;
  2° het bevorderen van de deelname aan kwaliteitsborgings- en certificeringssystemen voor duurzame landbouw en van de afzet van de door die systemen voortgebrachte kwaliteitsvolle producten;
  3° het bevorderen van de genetische diversiteit van dieren en landbouwgewassen;
  4° het behoud van de biodiversiteit;
  5° het bevorderen van de diversificatie van de landbouwactiviteiten en landbouwproducten;
  6° het heroriënteren en bevorderen van de landbouwactiviteiten en primaire verwerking in de richting van landbouw met verbrede doelstelling, waaronder een landbouw begrepen wordt die niet-landbouwactiviteiten opneemt in zijn takenpakket.
  De steunmaatregelen, vermeld in het eerste lid, 1° en 3°, kunnen alleen verleend worden als de landbouwproductiemethode effectief een positief resultaat oplevert ten opzichte van de minimumnormen op het gebied van leefmilieu, natuur, landschap, hygiëne en dierenwelzijn. Tijdelijke steun kan wel verleend worden voor aanpassingen aan nieuwe normen die zijn gebaseerd op communautaire regelgeving inzake het milieu, de gezondheid van mens, dier of plant en het dierenwelzijn.
  § 2. Een vereniging kan erkend worden als centrum ter bevordering van duurzame landbouwproductiemethoden voor de uitvoering van een steunmaatregel als vermeld in paragraaf 1, als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de bevordering van duurzame landbouwproductiemethoden als vermeld in paragraaf 1;
  2° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de steunmaatregel in kwestie;
  3° ze is voor de steunmaatregel in kwestie in Vlaanderen aantoonbaar representatief en ze heeft voldoende expertise;
  4° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de steunmaatregel;
  5° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van de Vlaamse overheid en de Europese Unie.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, en aanvullende voorwaarden en regels voor de erkenning en de gevolgen van de erkenning bepalen.
  De erkenning kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan. De Vlaamse Regering kan de regels voor de schorsing en de opheffing nader bepalen en kan ook nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum.
  § 3. De Vlaamse Regering kan de aard, de inhoud, de toepassing, de aanvraagprocedure, de voorwaarden en de controle op de naleving van de voorwaarden voor de steunmaatregelen, vermeld in paragraaf 1, bepalen.

  Art. 11. Binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten kunnen subsidies worden toegekend voor de uitvoering van de steunmaatregelen, vermeld in artikel 10, § 1, als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, is voldaan.
  Met betrekking tot de subsidies, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering bepalen :
  1° wie in aanmerking komt voor subsidiëring;
  2° aan welke regels de centra moeten voldoen;
  3° wat de aard is van de steunmaatregelen ter bevordering van duurzame landbouw.

  Afdeling 3. - Landbouwvorming

  Art. 12. In het kader van de landbouwvorming kunnen naschoolse activiteiten die inhoudelijk gericht zijn op vorming op het vlak van de landbouwactiviteit en primaire verwerking, worden georganiseerd met als doel :
  1° de beroepsopleiding bevorderen van personen die een landbouwactiviteit of activiteit in de primaire verwerking uitoefenen of zullen uitoefenen door hen via naschoolse vorming in staat te stellen vakbekwaamheid en deskundigheid te verwerven of die te verbeteren voor landbouwactiviteiten of de primaire verwerking en de daaraan verbonden activiteiten en voor de omschakeling van landbouwactiviteiten;
  2° de personen die landbouwactiviteiten of activiteiten in de primaire verwerking uitoefenen of zullen uitoefenen voorbereiden op een kwalitatieve heroriëntering van de productie en op de toepassing van productiemethoden die verenigbaar zijn met landschapsbehoud, landschapsverbetering, milieubescherming, hygiënische normen en dierenwelzijn, alsook hen de vaardigheden laten verwerven die nodig zijn om een economisch levensvatbaar landbouwbedrijf te beheren;
  3° de opleiding vervolmaken van de lesgevers die in de naschoolse landbouwvorming actief zijn of willen worden.

  Art. 13. De Vlaamse Regering kan een vergoeding voor sociale promotie toekennen aan personen die landbouwactiviteiten of activiteiten in de primaire verwerking uitoefenen en met goed gevolg landbouwvorming beëindigd hebben. De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden en regels daarvoor vastleggen.

  Art. 14.Een vereniging kan als centrum voor landbouwvorming erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten als vermeld in artikel 12;
  2° ze [1 stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking]1 die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;
  3° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de verschillende types vormingsactiviteiten, bepaald door de Vlaamse Regering;
  4° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van de Vlaamse overheid en de Europese Unie.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, en aanvullende voorwaarden en regels voor de erkenning en de gevolgen van de erkenning.
  De erkenning kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan. De Vlaamse Regering kan de regels voor de schorsing en de opheffing nader bepalen en kan ook nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum.
  De erkenning wordt geschorst als het centrum ook andere subsidiëring aanvraagt en krijgt voor activiteiten die worden gesubsidieerd ter uitvoering van deze afdeling.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 100, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 15. Binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten kunnen subsidies worden toegekend voor de organisatie van de naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12, als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, is voldaan.
  Met betrekking tot de subsidies, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering bepalen :
  1° wie in aanmerking komt voor subsidiëring;
  2° aan welke regels de centra moeten voldoen;
  3° wat de aard is van de naschoolse activiteiten;
  4° aan welke kwaliteitseisen de begeleiding moet voldoen;
  5° aan welke kwaliteitseisen de lesgevers moeten voldoen;
  6° hoe de installatieproeven die afgelegd moeten worden om een installatieattest te krijgen, moeten worden georganiseerd.
  De subsidiëring van de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12, kan afhankelijk gesteld worden van het type centrum, het type vormingsactiviteit of de kwalificaties van de lesgever.
  Om voor subsidie in aanmerking te komen, mogen de deelnemers aan de naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12, bij de aanvang van de activiteiten niet meer leerplichtig zijn, overeenkomstig de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.

  Afdeling 4. - Sensibiliseringsacties ter bevordering van een duurzame landbouw

  Art. 16. Met behoud van de toepassing van artikel 10, § 1, tweede lid, kunnen, ter bevordering van een duurzame landbouw, sensibiliseringsacties worden georganiseerd rond de thema's, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid.

  Art. 17.Een vereniging kan als centrum voor sensibilisering van duurzame landbouw worden erkend als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van sensibiliseringsacties als vermeld in artikel 16;
  2° ze [1 stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking]1 die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;
  3° ze heeft de nodige ervaring met de organisatie en uitvoering van sensibiliseringsactiviteiten als vermeld in artikel 16, of van sensibiliseringsactiviteiten in sectoren die verwant zijn met landbouw;
  4° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de sensibiliseringsacties, vermeld in artikel 16;
  5° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van de Vlaamse overheid en de Europese Unie.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, en aanvullende voorwaarden en regels voor de erkenning en de gevolgen van de erkenning bepalen.
  De erkenning kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan. De Vlaamse Regering kan de regels voor de schorsing en de opheffing nader bepalen en kan ook nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum.
  De erkenning wordt geschorst als het centrum ook andere subsidiëring aanvraagt en krijgt voor activiteiten die worden gesubsidieerd ter uitvoering van deze afdeling.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 101, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 18. Binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten kunnen subsidies worden toegekend voor de organisatie van de sensibiliseringsacties, vermeld in artikel 16, als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, is voldaan.
  Met betrekking tot de subsidies, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering bepalen :
  1° wie in aanmerking komt voor subsidiëring;
  2° aan welke regels de centra moeten voldoen;
  3° wat de aard en de kwaliteit is van de sensibiliseringsacties.

  Afdeling 5. - Landbouweducatie

  Art. 19. Om de kennis, de dialoog en de visievorming inzake duurzame landbouw en duurzame consumptie van landbouwproducten bij de bevolking in het algemeen of bij bepaalde doelgroepen te bevorderen en op die manier het maatschappelijke draagvlak van duurzame landbouw te versterken, kunnen landbouweducatieve en visievormende activiteiten rond duurzame landbouw en duurzame consumptie van landbouwproducten worden georganiseerd.
  De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor de organisatie en ondersteuning van de activiteiten, vermeld in het eerste lid.

  Art. 20.Een vereniging kan als centrum voor landbouweducatie erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van landbouweducatieve activiteiten als vermeld in artikel 19;
  2° ze [1 stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking]1, die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;
  3° ze heeft de nodige ervaring met educatieve initiatieven, al dan niet in de landbouwsfeer;
  4° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de landbouweducatieve activiteiten, vermeld in artikel 19;
  5° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van de Vlaamse overheid en de Europese Unie.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, en aanvullende voorwaarden en regels voor de erkenning en de gevolgen van de erkenning bepalen.
  De erkenning kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan. De Vlaamse Regering kan de regels voor de schorsing en de opheffing nader bepalen en kan ook nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum.
  De erkenning wordt geschorst als het centrum ook andere subsidiëring aanvraagt en krijgt voor activiteiten die worden gesubsidieerd ter uitvoering van deze afdeling.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 102, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 21. Binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten kunnen subsidies worden toegekend voor de organisatie van de landbouweducatieve activiteiten, vermeld in artikel 19, als aan de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, is voldaan.
  Met betrekking tot de subsidies, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering bepalen :
  1° wie in aanmerking komt voor subsidiëring;
  2° aan welke regels de centra moeten voldoen;
  3° wat de aard en de kwaliteit is van de landbouweducatieve activiteiten.
  De subsidiëring van de organisatie van de landbouweducatieve activiteiten, vermeld in artikel 19, kan afhankelijk gesteld worden van het type centrum.

  Afdeling 6. - Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds

  Art. 22. In artikel 12 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, gewijzigd bij de decreten van 24 december 2004 en 23 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "Fonds" wordt telkens vervangen door het woord "VLIF";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Het VLIF heeft tot doel de volgende activiteiten te ondersteunen :
  1° het stellen van investeringsverrichtingen;
  2° de omschakeling of diversificatie van bedrijven en de omschakeling van de landbouwbedrijfsvoering;
  3° de installatie van jonge land- en tuinbouwers;
  4° de verwerking en commercialisering van land- en tuinbouwproducten;
  5° de bedrijfsvoering van bedrijven die geconfronteerd worden met de gevolgen van dier- en plantenziekten, natuurrampen en andere uitzonderlijke gebeurtenissen;
  6° de samenwerking tussen land- en tuinbouwers;
  7° de samenwerking tussen de toeleverende, de producerende, de afzet- en de verwerkende sector;
  8° de dienstverlening of begeleiding van de activiteiten, vermeld in punt 1° tot en met 5°.
  De activiteiten, vermeld in het eerste lid, worden ondersteund als de aanvraagdossiers voor ondersteuning een reële bijdrage aan de verduurzaming van de betreffende activiteiten aantonen en verder minstens een reële bijdrage aan een van de volgende doelstellingen aantonen :
  1° de structuur van land- en tuinbouwbedrijven verbeteren;
  2° de rentabiliteit van land- en tuinbouwbedrijven verzekeren en opvoeren;
  3° de kostprijzen verminderen;
  4° de diversificatie van landbouwactiviteiten en landbouwproducten bevorderen;
  5° de landbouw met verbrede doelstellingen bevorderen;
  6° de omschakeling naar specifieke systemen van duurzame landbouw bevorderen;
  7° de economische activiteiten van de dienstverlenende, de begeleidende, de toeleverende, de afzet, en de verwerkende sector van land- en tuinbouw helpen bevorderen;
  8° het ondernemerschap bevorderen;
  9° de innovatie bevorderen.
  Het VLIF kan tegemoetkomingen verlenen aan :
  1° land- en tuinbouwers, alsook aan hun verenigingen en hun vennootschappen;
  2° zelfstandigen, vennootschappen en verenigingen voor de dienstverlening, het onderzoek, de begeleiding en de toelevering aan de land- en tuinbouwsector;
  3° zelfstandigen, vennootschappen en verenigingen voor de afzet en verwerking van land- en tuinbouwproducten;
  4° coöperaties van consumenten die de uitbating van een land- of tuinbouwbedrijf als doel hebben, en rechtspersonen met een maatschappelijk of sociaal doel die een landbouw- of tuinbouwactiviteit verrichten. ";
  3° in paragraaf 4, d), worden de woorden "Europese Gemeenschap" vervangen door de woorden "Europese Unie";
  4° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 5. Het VLIF wordt gemachtigd een waarborg te verlenen voor leningen die bestemd zijn voor investeringen in de land- en tuinbouw.
  Het Vlaams Parlement bepaalt ieder jaar het maximumbedrag waarvoor het VLIF in dat jaar de waarborg kan verlenen.
  De waarborg van het Vlaamse Gewest wordt toegekend aan de leningen die door het VLIF worden gewaarborgd. ";
  5° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 6. De Vlaamse Regering kan ten aanzien van het VLIF :
  1° de werking en het beheer van het VLIF regelen en, overeenkomstig de geldende algemene beginselen, sommige van haar bevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die ze daarvoor aanwijst;
  2° de voorwaarden bepalen waaronder het VLIF de waarborg, vermeld in paragraaf 5, kan toekennen, en de procedure daarvoor vastleggen;
  3° de nadere regels en voorwaarden bepalen waaraan zelfstandigen, verenigingen en vennootschappen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming voor de dienstverlening, de begeleiding en de toelevering aan de land- en tuinbouwsector, overeenkomstig de doelstellingen, vermeld in paragraaf 3;
  4° de steunverlening aan zelfstandigen, vennootschappen en verenigingen uit de agro-toeleveringssector en de agrovoedingssector beperken tot een jaarlijks maximaal percentage van het totale vastgelegde budget van het VLIF. ";
  6° paragraaf 8 wordt opgeheven.

  Afdeling 7. - Zeevisserij en aquacultuur

  Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen

  Art. 23. Met behoud van de toepassing van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector kan de Vlaamse Regering een duurzame zeevisserij en aquacultuur aanmoedigen door een economisch efficiënte, en ecologisch en sociaal aanvaardbare zeevisserij en aquacultuur te bevorderen.

  Art. 24. Voor de zeevisserij regelt de Vlaamse Regering :
  1° de instandhouding, het beheer en de exploitatie van levende aquatische organismen;
  2° de beperking van de milieu-impact;
  3° de toegang tot water en aquatische bestanden;
  4° het structureel beleid en het beheer van de vlootcapaciteit;
  5° het marktbeleid, inclusief de erkenning van producentenorganisaties;
  6° de invoering en de uitvoering van controleregelingen, inclusief de controle op illegale, niet-gemelde en ongereglementeerde visserij, evenals de handhaving daarvan.

  Onderafdeling 2. - Het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector

  Art. 25. In artikel 4, derde lid, van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector, vervangen bij het decreet van 21 oktober 2005 en gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "of" wordt telkens opgeheven;
  2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
  " 4° de duurzaamheid van de visserij- en aquacultuursector bevorderen; ".

  Art. 26. In artikel 9, e), van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, worden de woorden "Europese Gemeenschap" vervangen door de woorden "Europese Unie".

  Art. 27. Artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 11. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een verslag op over de activiteiten van het FIVA. Dat verslag behandelt de werking en het beheer van het FIVA en de ontwikkelingen binnen de Vlaamse visserij en de aquacultuursector. Het verslag wordt jaarlijks uiterlijk op 30 juni bij het Vlaams Parlement ingediend. ".

  Afdeling 8. - Praktijkcentra

  Art. 28. De Vlaamse Regering kan met het oog op het vrijwaren van de concurrentiekracht van de land- en tuinbouwbedrijven, inzonderheid door de productiemethoden te verbeteren en door de kwaliteit van de land- en tuinbouwproducten te verbeteren, de voorwaarden bepalen met betrekking tot :
  1° de rechtsvorm, de taken en de werking van verenigingen die bijdragen tot de kennisverspreiding in deelsectoren van de landbouw en de tuinbouw, onder meer door de resultaten van wetenschappelijk onderzoek uit te testen door de bevindingen van proefondervindelijk werk te demonstreren en mee te delen;
  2° de erkenning en de subsidiëring van de verenigingen, vermeld in punt 1°.

  Afdeling 9. - Ondersteuning en bevordering van verenigingen, groeperingen en samenwerkingsverbanden

  Art. 29. § 1. De Vlaamse Regering kan voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en voor de producten die het resultaat zijn van die activiteiten, de voorwaarden bepalen waaronder :
  1° representatieve professionele organisaties, producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties, producentengroeperingen, brancheorganisaties, interprofessionele organisaties en organisaties van marktdeelnemers erkend worden, waarin uitsluitend of niet-uitsluitend producenten, kopers, verwerkers of verdelers van bepaalde producten of grondstoffen vertegenwoordigd zijn;
  2° de overeenkomsten goedgekeurd worden die de representatieve professionele organisaties, producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties, producentengroeperingen, brancheorganisaties, interprofessionele organisaties en organisaties van marktdeelnemers vaststellen;
  3° aan de aangesloten leden of andere vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven in kwestie opgelegd wordt om een bedrag te betalen aan representatieve professionele organisaties, producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties, producentengroeperingen, brancheorganisaties, interprofessionele organisaties en organisaties van marktdeelnemers voor de administratieve of andere kosten die gemaakt zijn voor de uitvoering van de opdracht van de organisaties of voor de financiering van een deelname in het kapitaal van ondernemingen van de sector in kwestie. Voor de suikersector kunnen die kosten betaald worden in de vorm van afhoudingen, verricht door de suikerfabrikanten op de betalingen van de bieten;
  4° de partijen in onderling overleg een minnelijke oplossing kunnen zoeken bij een geschil tussen diverse schakels in de keten en welke bijstand hen hierbij kan verleend worden.
  § 2. De erkende representatieve professionele organisaties, producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties, producentengroeperingen, brancheorganisaties, interprofessionele organisaties en organisaties van marktdeelnemers, vermeld in paragraaf 1, onderwerpen zich aan het toezicht op hun boekhouding, structuren, activiteiten en doelstellingen, alsook aan het toezicht op de toepassing van de goedgekeurde overeenkomsten van het bedrijfsleven en gemeenschappelijke regels.
  De Vlaamse Regering bepaalt wie het toezicht, vermeld in het eerste lid, uitoefent.
  § 3. De overeenkomsten, vermeld in paragraaf 1, 2°, kunnen algemeen verbindend verklaard worden onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering.

  Art. 30. De Vlaamse Regering kan in het kader van de gemeenschappelijke marktordeningen ten aanzien van de actoren die actief zijn in de sectoren, vermeld in artikel 3, § 1, de voorwaarden bepalen :
  1° waaronder de erkenningen van verenigingen of groeperingen van die actoren worden verkregen, gewijzigd, behouden, verlengd, ingeperkt, uitgebreid, geschorst of ingetrokken;
  2° waaronder samenwerkingsvormen aangegaan worden en interprofessionele akkoorden gesloten worden;
  3° waaraan de actoren moeten voldoen in het kader van hun lidmaatschap bij bepaalde samenwerkingsvormen, verenigingen of groeperingen;
  4° voor de uitoefening van de opdracht van de verenigingen, groeperingen of samenwerkingsverbanden, ook in het kader van interventie, en voor het lidmaatschap bij die verenigingen, groeperingen of samenwerkingsverbanden;
  5° voor de acties of uitgaven die ze doen, of die de verenigingen, groeperingen of samenwerkingsverbanden doen;
  6° voor de toekenning van subsidies, premies of andere steunmaatregelen, eventueel in de vorm van voorschotten.

  Afdeling 10. - Het Vlaams Fonds voor Landbouw en Visserij

  Art. 31. In artikel 2 van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
  " 6° Vlaams Landbouwfonds : Vlaams Fonds voor Landbouw en Visserij; ".

  Art. 32. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "een Fonds voor Landbouw en Visserij opgericht, hierna het Fonds te noemen" vervangen door de woorden "een Vlaams Landbouwfonds opgericht";
  2° paragraaf 2 en 3 worden opgeheven.

  Art. 33. Artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 3 april 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 4. Het Vlaams Landbouwfonds kan zijn middelen aanwenden voor de prefinanciering of financiering van :
  1° de uitgaven ter uitvoering van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  2° de kosten die verbonden zijn aan opdrachten, programma's of projecten die voor rekening van het Vlaams Landbouwfonds uitgevoerd worden;
  3° de uitgaven van en voor de dataverzameling en de adviesverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;
  4° de uitgaven van het beleidsdomein Landbouw en Visserij ter uitvoering van het beleid voor plattelandsontwikkeling;
  5° de uitgaven van het beleidsdomein Landbouw en Visserij om schade te vergoeden, zoals voor het delgen van kosten voor het vernietigen, het uit de handel nemen, het behandelen, het bewerken of verwerken, of het geven van een andere bestemming dan een normale bestemming aan de landbouw- en visserijproducten of grondstoffen, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, en, in voorkomend geval, voor het delgen van het inkomensverlies dat daarmee gepaard gaat, als :
  a) de schade voortvloeit uit een beslissing van de Europese Unie, van de federale of van de Vlaamse overheid, zonder dat de schade veroorzaakt is door de schadelijder;
  b) de schade niet voortvloeit uit bestrijdingsprogramma's met betrekking tot de dieren- of plantengezondheid;
  6° de uitgaven voor het vergoeden van de economische schade, vermeld in artikel 14 van het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele en biologische gewassen en de uitvoeringsbesluiten ervan. ".

  Art. 34. Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 5. De middelen van het Vlaams Landbouwfonds worden gevormd door :
  1° de verplichte bijdragen, opgelegd met toepassing van het tweede lid, en artikel 8, § 1, ten laste van natuurlijke personen en rechtspersonen die activiteiten verrichten in de sectoren, vermeld in artikel 3 van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid;
  2° de vergoedingen, retributies, rechten, heffingen, afhoudingen en toeslagen vermeld in artikel 4, 5°, van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid;
  3° de bijdragen en geldboeten, opgelegd in het kader van het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele en biologische gewassen;
  4° de administratieve geldboeten en exclusief bestuurlijke geldboeten, opgelegd ter uitvoering van het decreet betreffende het landbouw- en visserijbeleid;
  5° de betalingen van de expertisekosten en van de bedragen die overeenstemmen met het economische voordeel, die moeten betaald worden ter uitvoering van het decreet betreffende het landbouw- en visserijbeleid;
  6° de vrijwillige bijdragen, alsook de uitzonderlijke ontvangsten;
  7° de ontvangsten voor de uitvoering van diensten voor derden, met inbegrip van overheidsinstellingen;
  8° de ontvangsten die voortvloeien uit de deelneming van de Europese Unie in de uitgaven van het Vlaams Landbouwfonds;
  9° de terugbetalingen van toelagen of voorschotten en ontvangen intresten die verbonden zijn aan uitgaven van het Vlaams Landbouwfonds;
  10° de bijstand van de Europese Unie voor de uitvoering van de controleregeling die geldt in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid;
  11° de verplichte bijdragen die opgelegd worden aan de bedrijven of personen die door de aard van hun activiteiten schade kunnen veroorzaken aan planten of dieren en aan plantaardige of dierlijke producten of visserijproducten;
  12° andere middelen die hem bij decreet zijn toegewezen;
  13° bij achterstal van betaling, de intresten op de bedragen, vermeld in punt 1° tot en met 12°.
  De verplichte bijdragen, retributies, rechten en vergoedingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen worden geheven op planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten of visserijproducten die worden voortgebracht, geoogst, aangeland, verhandeld, vervoerd, bewerkt of verwerkt. Ze kunnen ook worden geheven op de ondernemingen die planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten of visserijproducten voortbrengen, verhandelen, vervoeren, bewerken of verwerken. ".

  Art. 35. Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 6. De Vlaamse Regering bepaalt :
  1° de inhoud van het bijzonder reglement betreffende het beheer van het Vlaams Landbouwfonds;
  2° de persoon of instantie die belast is met het beheer van het Vlaams Landbouwfonds en de bevoegdheden van die persoon of instantie;
  3° de bevoegdheden van de rekenplichtige die de bedragen, vermeld in artikel 5, ontvangt. ".

  Art. 36. Artikel 7 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 7. § 1. Bij het Vlaams Landbouwfonds wordt een raad opgericht.
  De Vlaamse Regering bepaalt de organisatie, samenstelling en werkwijze van die raad.
  § 2. Bij het vaststellen van de inkomsten en de uitgaven wordt rekening gehouden met het advies van de raad en met een evenredige verdeling tussen de sectoren en subsectoren.
  De raad geeft advies over :
  1° het programma van de uitgaven van het Vlaams Landbouwfonds, dat vastgelegd wordt door de minister;
  2° alle vragen waarvan de minister de raad opdraagt ze te onderzoeken.
  De raad kan aan de minister elk voorstel voorleggen voor het toepassingsdomein van het Vlaams Landbouwfonds.
  § 3. De raad verleent geen advies over de middelen die worden ontvangen en de uitgaven die worden gedaan ter uitvoering van het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele en biologische gewassen. ".

  Art. 37. Artikel 8 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 8. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de raad, het bedrag van :
  1° de verplichte bijdragen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1° en 11°, alsook de regels voor de inning ervan;
  2° de vergoedingen, retributies, rechten, heffingen, afhoudingen en toeslagen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 2°, alsook de regels voor de inning ervan.
  Het besluit betreffende de verplichte bijdragen, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot op de datum van de inwerkingtreding ervan als het niet binnen een maand na de goedkeuring door de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement ter bekrachtiging wordt voorgelegd. Het besluit wordt bekrachtigd bij decreet binnen zes maanden na de goedkeuring ervan. Die periodes worden opgeschort tijdens het parlementaire reces en bij de ontbinding van het parlement. ".

  Art. 38. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 10. Als de verplichte bijdragen en retributies, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, 2° en 11°, onbetaald blijven na de uiterste datum die is vastgesteld volgens de betalingsprocedure, wordt er eerst met een aangetekende brief een schriftelijke aanmaning gestuurd.
  Vanaf de datum van verzending van de aanmaning kan de overheid beslissen dat er geen controles meer uitgevoerd worden en geen andere administratieve prestaties meer geleverd worden zolang de verschuldigde bedragen niet vereffend zijn. Bij niet-betaling binnen dertig kalenderdagen vanaf de uiterste betaaldatum wordt de persoon of het bedrijf in kwestie met een aangetekende brief in gebreke gesteld, zelfs als de bijdrage het voorwerp uitmaakt van een betwisting voor de rechtbanken. Vanaf de datum van die aanmaning wordt het verschuldigde bedrag vermeerderd met de wettelijke intrest.
  De ingebrekestelling bevat de volgende tekst :
  " Na de ingebrekestelling kunnen de erkenningen, vergunningen of licenties met een aangetekende brief geschorst worden vanaf de dertigste werkdag na de kennisgeving van de ingebrekestelling, als er op die dag nog geen betaling werd ontvangen. Die maatregel neemt van rechtswege een einde op de eerste werkdag na de dag waarop de verschuldigde verplichte bijdragen of retributies effectief op de rekening van het Vlaams Landbouwfonds worden gecrediteerd. ".

  Afdeling 11. - Bevordering van de dierlijke productie

  Art. 39. De Vlaamse Regering kan de dierlijke productie aanmoedigen door steun te verlenen aan verenigingen en organisaties voor de uitvoering van projecten die passen in het beleid voor een duurzame dierlijke productie.

  Art. 40. De Vlaamse Regering kan de fokkerij organiseren door :
  1° de voorwaarden vast te stellen voor de volgende fokkerijtaken :
  a) de instelling van stamboeken en het bijhouden ervan;
  b) de instelling van registers en het bijhouden ervan;
  c) de opname van fokdieren in een stamboek of een register;
  d) de toelating van fokdieren tot de voortplanting;
  e) de uitvoering van het onderzoek op de prestaties, voortgebracht door fokdieren die meetbaar, erfelijk en economisch, ecologisch of maatschappelijk relevant zijn om de fokwaarde van de fokdieren te schatten, namelijk de prestatieonderzoeken en de berekening en beoordeling van de fokwaarde;
  f) de opmaak en de aflevering van certificaten;
  g) het behoud van de genetische diversiteit;
  2° verenigingen en organisaties van fokkers te erkennen, onder meer voor de uitvoering van de fokkerijtaken, vermeld in punt 1°, en de erkenningsvoorwaarden vast te stellen;
  3° ondernemingen te erkennen, onder meer voor de uitvoering van de fokkerijtaak, vermeld in punt 1°, en de erkenningsvoorwaarden vast te stellen;
  4° verenigingen te erkennen voor de coördinatie van de fokkerij;
  5° verenigingen en organisaties van fokkers te erkennen voor het voeren van een vereenvoudigd beheer;
  6° binnen de grenzen van het zoötechnische beleidscentra te erkennen voor het winnen of opslaan van sperma, eicellen of embryo's en daarvoor de zoötechnische voorwaarden vast te stellen, met het oog op het in de handel brengen ervan in de vorm van een verkoop, een bezit met het oog op een verkoop, een aanbieding voor verkoop en iedere beschikbaarheidstelling, levering of overdracht aan derden tegen of zonder vergoeding, met het oog op gebruik, en met het oog op het opmaken en afleveren van certificaten die bij het verkochte sperma en de verkochte eicellen en embryo's gevoegd worden;
  7° opdrachten toe te wijzen aan verenigingen, organisaties en ondernemingen;
  8° voorwaarden vast te stellen voor de deelname aan wedstrijden voor paardachtigen;
  9° de kunstmatige inseminatie op zoötechnisch vlak te reglementeren en aan een erkenning te onderwerpen;
  10° subsidies te verlenen voor het doel, vermeld in deze afdeling, binnen de grenzen van de begrotingskredieten, en de voorwaarden te bepalen waaraan de erkende verenigingen en organisaties van fokkers moeten voldoen om de subsidies te verkrijgen;
  11° maximaal 20 % van de prijzen of winsten uit wedstrijden met paardachtigen te bestemmen voor het behoud, de ontwikkeling en de verbetering van de fokkerij van paardachtigen, alsook voor de opvang van oude en verwaarloosde paarden.

  Art. 41. Ter ondersteuning van haar beleid kan de Vlaamse Regering gebouwen en gronden verwerven en ter beschikking stellen van de verenigingen en organisaties van fokkers voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze zijn erkend. Ze kan binnen de grenzen van haar begrotingskredieten opdracht geven tot herinrichting van de betreffende gebouwen en gronden.

  Art. 42. Bij de opheffing van haar erkenning moet de vereniging of organisatie al haar foktechnische gegevens overdragen. De Vlaamse Regering kan de nadere regels van de gegevensoverdracht bepalen.

  HOOFDSTUK 3. - Controle- en sanctiebepalingen

  Afdeling 1. - Algemene sanctiebepalingen

  Onderafdeling 1. - Toezicht

  Art. 43. Deze onderafdeling is ook van toepassing op de andere afdelingen van hoofdstuk 3 en op het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij, tenzij de bepalingen van de andere afdelingen van hoofdstuk 3 en het decreet van 19 mei 2006 er van afwijken in welk geval deze voornoemde bepalingen voorrang hebben op deze afdeling.

  Art. 44.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie en met behoud van de toepassing van afdeling 2, houden de [1 personeelsleden]1 die de Vlaamse Regering aanwijst toezicht op dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid.
  In uitvoering van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering de specifieke toezichtopdracht van de verschillende toezichthouders nader bepalen.
  De resultaten van controles uitgevoerd in het kader van de toezichtopdracht kunnen doorgegeven worden binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij, aan de controleorganen, vermeld in artikel 45, en aan derden. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere modaliteiten bepalen.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 103, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 45. De Vlaamse Regering kan de toezichtopdracht voor de door haar bepaalde aangelegenheden toevertrouwen aan één of meer controleorganen.
  De Vlaamse Regering kan de erkenning van de controleorganen en het toezicht op die controleorganen nader regelen en de opdrachten van de controleorganen vaststellen.
  De resultaten van controles uitgevoerd in het kader van de toezichtopdracht kunnen doorgegeven worden aan entiteiten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij, aan de controleorganen en aan derden. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere modaliteiten bepalen.

  Art. 45/1. [1 Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid tot en met het zesde lid.
   De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
   De bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
   Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
   Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
   Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2018-06-08/04, art. 140, 003; Inwerkingtreding : 25-05-2018>
  

  Art. 46. Bij de uitoefening van hun opdracht mogen de toezichthouders op elk moment elke plaats betreden. Vóór vijf uur 's morgens en na negen uur 's avonds mogen de toezichthouders de niet voor het publiek toegankelijke plaatsen alleen bezoeken met verlof van de rechter in de politierechtbank.
  Tot bewoonde lokalen hebben de toezichthouders echter enkel toegang na voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner of na voorafgaande en schriftelijke machtiging van de rechter in de politierechtbank. In het laatste geval, kunnen ze de bewoonde lokalen alleen betreden tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds.

  Art. 47. Toezichthouders mogen inzage vorderen van zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Daarvoor mogen ze zich die informatiedragers laten voorleggen op de plaats die ze aanwijzen.
  Ze mogen zich van de documenten en andere informatiedragers kosteloos een kopie laten verstrekken of er zelf een kopie van maken. Als ze ter plaatse geen kopieën kunnen maken, mogen ze de informatiedragers voor dat doel voor korte tijd meenemen.
  Als ze documenten of andere informatiedragers met het oog op inzage of kopie ervan enige tijd bijhouden of meenemen, moeten ze een schriftelijk bewijs afgeven met een inventaris van de informatiedragers in kwestie.

  Art. 48. Toezichthouders mogen vaststellingen doen met behulp van audiovisuele middelen.

  Art. 49.§ 1. Toezichthouders mogen zaken onderzoeken of laten onderzoeken met behoud van de toepassing van artikel 5, § 2, door een daarvoor erkend laboratorium. Ze mogen zaken onder meer beproeven of laten beproeven, er monsters van nemen of laten nemen en ze meten [1 met gebruik van technische middelen]1 of laten meten. Ze mogen daarvoor verpakkingen openen of laten openen.
  Als het onderzoek niet ter plaatse uitgevoerd kan worden, mogen ze :
  1° de zaken voor dat doel meenemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs;
  2° de verpakkingen, die nodig zijn voor het vervoer en voor het houden van de te onderzoeken zaken, kosteloos opvorderen van de houder van die zaken.
  De gecontroleerde mag in het kader van dit onderzoek de afname en het onderzoek van een tegenstaal eisen. De voorwaarden en de procedure kunnen hiervoor bepaald worden door de Vlaamse Regering.
  § 2. Toezichthouders mogen de technische middelen en het personeel om de beproeving, monsterneming of meting uit te voeren kosteloos opvorderen van de houder van de te onderzoeken zaken.
  § 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de uitvoering van de onderzoeken en de bijbehorende analyses.
  [1 De Vlaamse Regering kan technische voorschriften vaststellen waaraan de technische middelen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, moeten voldoen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 104, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 50. Toezichthouders mogen transportmiddelen en de lading ervan onderzoeken of laten onderzoeken, en mogen daarbij inzage vorderen van wettelijk voorgeschreven documenten.
  Met het oog op de uitoefening van de onderzoeken, mogen ze van de bestuurder en de begeleiders van transportmiddelen vorderen dat ze hun transportmiddel kosteloos staande houden en naar een door hen aangewezen plaats brengen.

  Art. 51. Toezichthouders kunnen bij de uitvoering van hun toezichtopdracht de bijstand van de politie vorderen.

  Art. 52. Bij de uitoefening van hun toezichtrechten mogen toezichthouders zich laten bijstaan door personen die ze daarvoor hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid.

  Art. 53.Bij vermoeden van inbreuk op dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid, maakt de toezichthouder daarvan melding in het controleverslag.
  Bij de vaststelling van inbreuken die aanleiding geven tot een zwaardere sanctie dan het geven van een waarschuwing, maakt de toezichthouder een proces-verbaal op.
  [1 De processen-verbaal die de toezichthouders opmaken, hebben bewijswaarde tot het tegenbewijs is geleverd. Een kopie ervan wordt door de toezichthouder binnen een termijn van twintig dagen na de datum van verbalisering aangetekend verstuurd naar de persoon of de personen ten laste van wie het proces-verbaal is opgesteld, als de persoon van de overtreder bekend is. Als er ook nader onderzoek nodig is om de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats te achterhalen, wordt een kopie van het proces-verbaal binnen een termijn van twintig dagen na de datum waarop de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats bekend zijn, verstuurd naar die persoon.]1
  Indien de termijnen, vermeld in het derde lid niet nageleefd worden, verliest het procesverbaal zijn bijzondere bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
  De uitbetaling van steun kan worden opgeschort tijdens het onderzoek naar de naleving van dit decreet, en de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 105, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 54. De toezichthouders kunnen, bij administratieve maatregel, bewarend beslag leggen op producten, grondstoffen en productiemiddelen die het resultaat zijn van of gebruikt worden voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, waarvan ze vermoeden dat het gebruik of de productie niet beantwoordt aan de bepalingen van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en de bepalingen van het Europese landbouw- of zeevisserijbeleid.
  De duur van het bewarend beslag mag niet meer bedragen dan dertig dagen, tenzij een langere periode noodzakelijk is voor de analyse van het monster. Het bewarend beslag wordt gelicht bij beslissing van de persoon die het heeft gelegd, door het verstrijken van de termijn of door het beslag, vermeld in artikel 62.

  Onderafdeling 2. - Handhaving

  Art. 55.Als een inbreuk op dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, wordt vastgesteld, kunnen de door de Vlaamse Regering aangewezen [1 personeelsleden]1 een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan de inbreuk.
  Het origineel van de waarschuwing wordt naar de overtreder gestuurd binnen vijftien dagen na de vaststelling van de inbreuk.
  De waarschuwing vermeldt :
  1° de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepalingen;
  2° in voorkomend geval, de termijn waarin een einde gemaakt moet worden aan de inbreuk;
  3° dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal opgesteld zal worden en een exclusieve bestuurlijke geldboete, als vermeld in artikel 56, opgelegd kan worden.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 103, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 56. § 1. Kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 25 euro en maximaal 1.000 euro :
  1° inbreuken op administratieve verplichtingen die voortvloeien uit dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
  2° het oneigenlijk indienen van steunaanvragen;
  3° het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie, zonder het oogmerk om ten onrechte een vergoeding of steun te verkrijgen of te behouden, die geheel of gedeeltelijk ten laste is van de Vlaamse overheid, van de Europese Unie of een andere internationale instelling.
  § 2. Personen die binnen een termijn van dertig dagen na aanmaning de verplichte bijdragen en retributies opgelegd in uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij en de uitvoeringsbesluiten ervan niet betalen, kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 100 euro en maximaal 5.000 euro.
  § 3. Kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 100 euro tot maximaal 15.000 euro :
  1° inbreuken op dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
  2° het verhinderen van of niet-meewerken aan een controle ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
  3° het bewust afleggen van valse of onvolledige verklaringen om een vergoeding of steun te verkrijgen of te behouden die ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt toegekend;
  4° het voorwenden van een bepaalde situatie met het oog op het verkrijgen of behouden van steun die ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt toegekend.
  § 4. Bij samenloop van verschillende inbreuken worden de bedragen van de exclusieve bestuurlijke geldboeten samengevoegd, zonder dat die samen hoger mogen zijn dan het dubbel van het maximumbedrag, vermeld in de derde paragraaf.
  Bij herhaling binnen drie jaar na de oplegging van een exclusieve bestuurlijke geldboete, wegens een van de inbreuken, vermeld in de vorige paragrafen, kan de exclusief bestuurlijke geldboete verdubbeld worden.
  § 5. Als een inbreuk betrekking heeft op steun die toegekend wordt ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid kan bovenop de sancties, vermeld in de voorgaande paragrafen een weigering of verlaging van steun worden opgelegd.
  Als een door de Vlaamse Regering aan te duiden ernstige inbreuk betrekking heeft op steun die toegekend wordt ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, kan bovenop de sancties, vermeld in de vorige paragrafen een uitsluiting van steun worden opgelegd voor een termijn van maximaal vijf jaar.
  § 6. De exclusieve bestuurlijke geldboeten, vermeld in dit artikel kunnen worden vermeerderd met een bedrag dat overeenkomt met het economisch voordeel dat voortvloeit uit het plegen van de inbreuk. Bovendien kunnen ook de expertisekosten ten laste worden gelegd van de overtreder.
  De exclusieve bestuurlijke geldboeten, laten de mogelijkheid tot niet-uitbetaling van toegekende steun of de terugvordering van de uitbetaalde steun, de intrekking van de eventuele erkenning en de terugbetaling van de kosten voor het onderzoek onverlet.

  Art. 57.[1 De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden aan die de exclusieve bestuurlijke geldboete, vermeld in artikel 56, opleggen en invorderen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 106, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 58.§ 1. Na de ontvangst van het proces-verbaal, vermeld in artikel 53, brengen de door de Vlaamse Regering aan te duiden [1 personeelsleden]1 binnen een termijn van zestig dagen, de vermoedelijke overtreder op de hoogte van het voornemen om een exclusieve bestuurlijke geldboete op te leggen.
  De vermoedelijke overtreder kan binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht schriftelijk zijn verweer meedelen. Als de vermoedelijke overtreder zijn schriftelijk verweer mondeling wenst toe te lichten, moet hij hierom uitdrukkelijk in het schriftelijk verweer verzoeken.
  § 2. Binnen een termijn van negentig dagen, na de kennisgeving van het voornemen om een exclusieve bestuurlijke geldboete op te leggen en na de vermoedelijke overtreder in voorkomend geval te hebben gehoord beslissen de door de Vlaamse Regering aan te duiden [1 personeelsleden]1 over het opleggen van de exclusieve bestuurlijke geldboetes, vermeld in artikel 56.
  De beslissing, vermeld in het eerste lid, bepaalt het bedrag van de exclusieve bestuurlijke geldboete.
  De overtreder wordt onmiddellijk van deze beslissing in kennis gesteld.
  § 3. De Vlaamse Regering kan de procedure voor het opleggen van de exclusieve bestuurlijke geldboete, vermeld in artikel 56, nader uitwerken.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 103, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 59. Diegene aan wie een exclusief bestuurlijke geldboete, als vermeld in artikel 56 is opgelegd, kan tegen de beslissing, vermeld in artikel 58, beroep instellen bij de door de Vlaamse Regering aan te duiden beroepsinstantie binnen een termijn van dertig dagen die aanvangt op de dag van kennisgeving van de bestreden beslissing.
  De Vlaamse Regering zal de beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, uitwerken.

  Art. 60. De bevoegdheid tot het opleggen van een exclusief bestuurlijke geldboete vervalt vijf jaar na het feit dat een inbreuk als vermeld in dit decreet oplevert en drie jaar na de vaststelling van de inbreuk vermeld in dit decreet.
  De termijn, vermeld in het eerste lid, wordt gestuit door de procedure vermeld in artikel 58 en het beroep vermeld in artikel 59. Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs voor personen die er niet bij betrokken waren.

  Art. 61.De exclusieve bestuurlijke geldboeten, vermeld in artikel 56, worden gestort aan [1 Fonds toezicht en handhaving Landbouwdecreet, opgericht bij het decreet van 6 juli 2018 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018]1.
  ----------
  (1)<DVR 2018-07-06/20, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 09-09-2018>

  Art. 62. § 1. De toezichthouders mogen, in geval van inbreuk, de grondstoffen, de producten, alsook de productiemiddelen in beslag nemen.
  § 2. De in beslag genomen producten of grondstoffen mogen :
  1° verkocht worden of aan een liefdadigheidsinstelling geschonken worden;
  2° tegen betaling van een vergoeding teruggegeven worden aan de eigenaar;
  3° ontaard of verwerkt en tot een ander gebruik bestemd worden, op kosten van de overtreder;
  4° vernietigd worden, op kosten van de overtreder.
  De Vlaamse Regering kan de voorwaarden van de verkoop, teruggave, ontaarding, verwerking, herbestemming of vernietiging bepalen.

  Art. 63. In geval van teruggave van de in beslag genomen producten of grondstoffen als vermeld in artikel 62, § 2, eerste lid, 2°, wordt de ontvangen vergoeding geblokkeerd tot de exclusieve bestuurlijke geldboete, vermeld in artikel 56, is opgelegd. De ontvangen vergoeding treedt in de plaats van de in beslag genomen producten of grondstoffen en wordt verrekend met het te betalen bedrag van de exclusief bestuurlijke geldboete.
  Tenzij het uitdrukkelijk anders wordt bepaald, is deze onderafdeling ook van toepassing op de andere afdelingen van hoofdstuk 3.

  Afdeling 2. - Bijzondere sanctiebepalingen

  Onderafdeling 1. - Handhaving inzake het zeevisserijbeleid

  Art. 64.§ 1. Met betrekking tot de zeevisserij en onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie houden de [1 personeelsleden]1 die de Vlaamse Regering aanwijst, toezicht op de naleving van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid en de internationale akten. Ze stellen de inbreuken daarop vast in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
  De toezichthouders vermeld in het eerste lid, hebben daarvoor het recht om zich op elk moment aan boord van vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen, alsook zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuigen kunnen bevinden. Ze mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen. In de uitoefening van hun opdracht mogen zij op elk moment fabrieken, magazijnen, bergplaatsen, kantoren, vervoermiddelen, bedrijfsgebouwen, veilingen, markten, vismijnen en de in de open lucht gelegen bedrijven betreden. Zij mogen de plaatsen die tot woning dienen, slechts bezoeken met verlof van de rechter in de politierechtbank.
  § 2. Als een inbreuk als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt vastgesteld, kunnen de [1 personeelsleden]1 die aangewezen zijn door de Vlaamse Regering, een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan de inbreuk.
  Het origineel van de waarschuwing wordt naar de overtreder gestuurd binnen vijftien dagen na de vaststelling van de inbreuk.
  De waarschuwing vermeldt :
  1° de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepalingen;
  2° in voorkomend geval, de termijn waarin een einde gemaakt moet worden aan de inbreuk;
  3° dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal opgesteld zal worden en naar de procureur des Konings gestuurd zal worden.
  § 3. In geval van ontdekking op heterdaad mogen de toezichthouders, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg in Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, indien nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
  Als de toezichthouders, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen ze, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg in Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Als vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen ze, indien nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
  § 4. Als een vissersvaartuig aan de ketting is gelegd ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid en de internationale akten, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor zijn rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie, die overeenkomt met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet hoger mag zijn dan de maximumgeldboete, vermeld in artikel 67, eerste lid. De borgsom of de bankgarantie moet, tegen afgifte van ontvangstbewijs, aan de verbalisant worden bezorgd die ze in bewaring geeft volgens de voorwaarden en de procedure die de Vlaamse Regering kan bepalen.
  De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing, alsook alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
  § 5. Als een vreemd vissersvaartuig aan de ketting wordt gelegd, wordt de vlaggenstaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onmiddellijk op de hoogte gebracht van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 103, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 65. § 1. Als een inbreuk als vermeld in artikel 64, § 1, eerste lid, wordt vastgesteld, hebben de toezichthouders, vermeld in artikel 64, § 1, eerste lid, bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen.
  § 2. De toezichthouders, vermeld in artikel 64, § 1, eerste lid, mogen de in beslag genomen visserijproducten :
  1° verkopen of aan een liefdadigheidsinstelling schenken;
  2° ontaarden of verwerken en tot een ander gebruik bestemmen, op kosten van de overtreder;
  3° opnieuw in zee werpen of laten werpen;
  4° vernietigen, op kosten van de overtreder.
  In geval van verkoop van de in beslag genomen visserijproducten, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt de ontvangen som op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd tot over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Het bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten, zowel voor de verbeurdverklaring als voor de eventuele teruggave.
  De Vlaamse Regering kan de voorwaarden van de verkoop, teruggave, ontaarding, verwerking, herbestemming of vernietiging bepalen.
  § 3. De toezichthouders, vermeld in artikel 64, § 1, eerste lid, mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie, die overeenkomt met een bedrag dat vastgesteld wordt door de toezichthouder en niet hoger mag zijn dan een vijfde van de maximumgeldboete, vermeld in artikel 67, eerste lid.
  De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden gebruikt als de vistuigen of de productiemiddelen niet voldoen aan Europese of Vlaamse reglementering.
  De in beslag genomen vistuigen en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie moet, tegen afgifte van ontvangstbewijs, worden bezorgd aan de toezichthouder die ze op de griffie van de rechtbank deponeert tot over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Het bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen, zowel voor de verbeurdverklaring als voor de eventuele teruggave.

  Art. 66. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuigen en andere productiemiddelen bevelen.
  De verbeurdverklaring wordt altijd uitgesproken en de vernietiging wordt altijd bevolen als het vistuigen of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan Europese of Vlaamse reglementering en als de aard van het visserijproduct dat vereist.
  Als de rechtbank beveelt om de visserijproducten, vistuigen of productiemiddelen te vernietigen, zijn de kosten daarvan voor rekening van de veroordeelde.
  De rechtbank kan daarenboven de bekendmaking van het vonnis bevelen in een of meer dagbladen en de aanplakking ervan op de plaatsen en gedurende de periode die ze vaststelt, volledig voor rekening van de veroordeelde.

  Art. 67. De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot vijf jaar en met een geldboete van 100 euro tot 50.000 euro, of met een van die straffen alleen en voor zover die inbreuken betrekking hebben op de zeevisserij of aquacultuur :
  1° personen die een inbreuk plegen op of misbruik maken van een etiketteringsvoorschrift;
  2° personen die, op welke wijze ook, veinzen of valselijk beweren dat een grondstof, of product of zijn activiteiten door de overheid zijn gekeurd of erkend, of personen die zich valselijk op die keuring, controle of erkenning beroepen;
  3° personen die bedrog plegen, hetzij met betrekking tot een van de hoofdzakelijke hoedanigheden van een grondstof als vermeld in dit decreet, hetzij door voor de aanduiding of betiteling van die grondstoffen een benaming te gebruiken die hen niet toekomt, hetzij door andere bedrieglijke praktijken te stellen die tot doel hebben in het bestaan van die hoedanigheden te doen geloven;
  4° personen die, zonder geldige erkenning, machtiging of voorafgaande melding, een grondstof of product verwerven, aanbieden, vervoeren, in-, uit- of doorvoeren, bereiden, vervaardigen, in hun bezit hebben of in de handel brengen als daarvoor een erkenning, machtiging of voorafgaande melding vereist is;
  5° personen die een grondstof of een product, of een monster ervan, vervalsen of laten vervalsen;
  6° personen die een grondstof of product te koop aanbieden of in voorraad houden voor de verkoop, te koop stellen, verkopen of leveren, terwijl ze weten dat de grondstof of het product vervalst is;
  7° personen die kwaadwillig of bedrieglijk vervalsingprocedés voor een grondstof of product verspreiden of bekendmaken;
  8° personen die een grondstof of product in de handel brengen, verwerven, aanbieden, voor de verkoop ervan tentoonstellen, in hun bezit houden, bereiden, vervoeren, verkopen, leveren, afstaan, invoeren, uitvoeren of doorvoeren, als die handeling verboden is;
  9° personen die een grondstof uitvoeren met vermelding van de toepassingen die niet toegelaten zijn in het land van bestemming;
  10° personen die een grondstof of product gebruiken in omstandigheden of voor een toepassing die verboden is;
  11° personen die bewust valse of onvolledige verklaringen afleggen om een vergoeding of steun te verkrijgen of te behouden, die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Vlaamse overheid, van de Europese Unie of een andere internationale instelling is;
  12° personen die nalaten de verplichte aanduidingen aan te brengen;
  13° personen die zich verzetten tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de toezichthouders of die, willens en wetens, onjuiste inlichtingen of documenten verstrekken;
  14° personen die weigeren te gehoorzamen aan de bevelen die door de toezichthouders, vermeld in artikel 64, § 1, eerste lid, worden gegeven;
  15° personen die een inbreuk plegen op de bepalingen over de zeevisserij in het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid, dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan, die geen inbreuk is als vermeld in punt 1° tot en met 13°.
  Personen die een inbreuk als vermeld in het eerste lid, begaan in de territoriale zee, worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met de geldboete, vermeld in dit artikel, of met een van die straffen alleen.
  Als de inbreuk wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een van de misdrijven, vermeld in het eerste lid, kunnen de maximumstraffen verdubbeld worden. De rechtbank kan bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een van de misdrijven, vermeld in het eerste lid, daarnaast de sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde voor een termijn van acht dagen tot een jaar.
  Met behoud van de toepassing van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, wordt de overtreder ook veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten die voortvloeien uit de inbeslagname van het vistuig en de productiemiddelen.

  Art. 68. Alleen de correctionele rechtbank van Brugge is bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken, vermeld in artikel 67, eerste lid.

  Onderafdeling 2. - Handhaving van het beleid inzake gespecialiseerde pluimveebedrijven

  Art. 69. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1, kan de Vlaamse Regering voor de handhaving van het beleid inzake de gespecialiseerde pluimveebedrijven :
  1° de inbreuken en de bijbehorende administratieve sancties vaststellen;
  2° de vaststelling van de inbreuken en de bijbehorende administratieve sancties overdragen aan een of meer controleorganen;
  3° bepaalde controletaken overdragen aan een of meer controleorganen;
  4° de goedkeuring van de controleorganen en het toezicht op die controleorganen nader regelen;
  5° de opdrachten van de controleorganen vaststellen;
  6° de controleorganen machtigen de administratieve sancties, vermeld in punt 1° en punt 2°, toe te passen.

  Onderafdeling 3. - Handhaving van het beleid inzake duurzame landbouw

  Art. 70. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1, worden de begunstigden van de volgende steunmaatregelen onderworpen aan de controle en administratieve sancties, die bepaald kunnen worden door Vlaamse Regering :
  1° de bevordering van duurzame landbouwproductiemethoden, vermeld in artikel 10;
  2° de organisatie van de naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12;
  3° de organisatie van de sensibiliseringsactiviteiten, vermeld in artikel 16;
  4° de organisatie van de landbouweducatieve activiteiten, vermeld in artikel 19.

  Art. 71. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1, worden de volgende maatregelen en organisaties onderworpen aan de controle en administratieve sancties, die bepaald kunnen worden door de Vlaamse Regering :
  1° de uitvoering van de steunmaatregelen, vermeld in artikel 10;
  2° de naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12;
  3° de organisatie van de sensibiliseringsacties, vermeld in artikel 16;
  4° de organisatie van de landbouweducatieve activiteiten, vermeld in artikel 19;
  5° de erkende centra, vermeld in artikel 10, § 2, en artikel 14, 17 en 20.

  Onderafdeling 4. - Handhaving van het beleid inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten

  Art. 72. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1, kan de Vlaamse Regering voor de handhaving van het beleid inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten :
  1° inbreuken en de bijbehorende administratieve sancties vaststellen;
  2° bepaalde controletaken overdragen aan een of meer controleorganen;
  3° de erkenning van de controleorganen en het toezicht op die controleorganen nader regelen;
  4° de opdrachten van de controleorganen vaststellen;
  5° de controleorganen machtigen de administratieve sancties, vermeld in punt 1°, toe te passen.

  Onderafdeling 5. - Handhaving van het beleid inzake de invoering en uitvoering van kwaliteitssystemen

  Art. 73. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1, zal de Vlaamse Regering voor de handhaving van het beleid inzake de invoering en uitvoering van kwaliteitssystemen :
  1° de inbreuken en de bijbehorende administratieve sancties vaststellen;
  2° bepaalde controletaken overdragen aan een of meer controleorganen;
  3° de erkenning van de controleorganen en het toezicht op die controleorganen nader regelen;
  4° de opdrachten van de controleorganen vaststellen;
  5° de controleorganen machtigen de administratieve sancties, vermeld in punt 1°, toe te passen.

  Onderafdeling 6. - Handhaving van het beleid ter uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening met betrekking tot groenten en fruit

  Art. 74. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 1, kan de Vlaamse Regering voor de handhaving van het beleid ter uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening met betrekking tot groenten en fruit inbreuken en de bijbehorende administratieve sancties vaststellen.

  Afdeling 3. - Invordering van ten onrechte uitbetaalde steun en exclusieve bestuurlijke geldboeten

  Art. 75.§ 1. Bij gebreke aan voldoening van de exclusieve bestuurlijke geldboeten, en alle ten onrechte uitbetaalde steun en toebehoren kan door [1 de daarvoor door de Vlaamse Regering aangewezen personeelsleden]1, een dwangbevel worden uitgevaardigd.
  Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de daarvoor door de Vlaamse Regering aangewezen [1 personeelslid]1.
  § 2. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 107, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 76.Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.
  Binnen een termijn van dertig dagen na de betekening van het dwangbevel kan de betrokkene bij gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet aantekenen houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement van de standplaats van [1 het personeelslid]1 die het dwangbevel heeft uitgevaardigd.
  Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 108, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  Art. 77.§ 1. Op grond van het uitvoerbaar verklaarde dwangbevel en tot zekerheid van de voldoening van alle ten onrechte uitbetaalde steun en toebehoren, de exclusieve bestuurlijke geldboeten, de administratieve geldboeten, en de kosten heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de betrokkene en kan het een wettelijke hypotheek nemen op al de goederen van de betrokkene die daarvoor vatbaar zijn en die in het Vlaamse Gewest liggen.
  § 2. Het voorrecht, vermeld in paragraaf 1, neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten, vermeld in artikel 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.
  § 3. De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens het uitvoerbaar verklaarde en betekende dwangbevel.
  § 4. De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van [1 het personeelslid]1, vermeld in artikel 75, § 1, tweede lid.
  De inschrijving vindt plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat door [1 dat personeelslid]1 eensluidend wordt verklaard en dat melding maakt van de betekening ervan.
  § 5. Artikel 19, tweede lid, van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de verschuldigde ten onrechte uitbetaalde steun en toebehoren, de exclusieve bestuurlijke geldboeten en de administratieve geldboeten waarvoor een dwangbevel is uitgevaardigd en waarvan betekening aan de betrokkene is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/08, art. 109, 002; Inwerkingtreding : 17-07-2017>

  HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

  Art. 78. Artikel 10 van het decreet van 17 maart 1998 houdende diverse beleidsbepalingen wordt opgeheven.

  Art. 79. Voor zijn toepassing in het Vlaamse Gewest, wordt artikel 37 van de wet van 5 februari 1999 houdende diverse bepalingen en betreffende de kwaliteit van de landbouwproducten opgeheven.

  Art. 80. Artikel 9, 11, 12 en 13, van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij worden opgeheven.

  Art. 81. Voor hun toepassing in het Vlaamse Gewest worden de volgende regelingen opgeheven :
  1° de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 426 van 5 augustus 1986, de wetten van 24 maart 1987 en 23 maart 1998, en het decreet van 12 december 2008;
  2° de wet van 12 april 1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, gewijzigd bij de wetten van 3 mei 1999 en 22 april 1999 en het decreet van 19 december 2008;
  3° de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1998 en 5 februari 1999, de decreten van 19 december 2008 en 18 december 2009, en het koninklijk besluit van 22 februari 2001;
  4° de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999, en het koninklijk besluit van 22 februari 2001;
  5° de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990, 5 februari 1999 en 5 februari 1999, bij de decreten van 19 december 2008 en 18 december 2009 en bij de koninklijk besluiten van 25 oktober 1995 en 22 februari 2001;
  6° het decreet van 3 maart 2004 inzake de subsidiëring van meer duurzame landbouwproductiemethoden en de erkenning van centra voor meer duurzame landbouw, gewijzigd bij het decreet van 22 april 2005.

  Art. 82. De Vlaamse Regering is belast met de coördinatie van de bepalingen van dit decreet, artikel 12 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquacultuursector, het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij, artikel 40 van het decreet van 30 juni 2006 houdende bepaling tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006, het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen, en het decreet van 6 juli 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, met inachtneming van de wijzigingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  Daartoe kan de Vlaamse Regering :
  1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;
  3° zonder afbreuk te doen aan de inhoud van de te coördineren bepalingen, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenvormigheid in de terminologie te brengen;
  4° in de bepalingen die niet in de coördinatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecoördineerde bepalingen aanpassen.
  De coördinatie zal het volgende opschrift dragen : "Vlaamse codex Landbouw en Visserij".

  Art. 83. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2014.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 28 juni 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 19-07-2019 GEPUBL. OP 02-09-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 45/1)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 26-04-2019 GEPUBL. OP 19-06-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 6; 14; 17; 20; 44/1; 53; 54; 56; 58/1; 59)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 06-07-2018 GEPUBL. OP 30-08-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 61)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-06-2018 GEPUBL. OP 26-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 45/1)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-06-2017 GEPUBL. OP 07-07-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 14; 17; 20; 44; 55; 58. 64; 49; 53; 57; 75; 76; 77)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2012-2013. Stukken: - Ontwerp van decreet : 1978 - Nr. 1 - Amendementen : 1978 - Nrs. 2 t.e.m. 4 - Verslag : 1978 - Nr. 5 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1978 - Nr. 6 Handelingen - Bespreking en aanneming : vergaderingen van 19 juni 2013.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 237 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie